Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


01: Voorwoord

Dovnload 314.29 Kb.

01: Voorwoord



Pagina2/5
Datum05.12.2018
Grootte314.29 Kb.

Dovnload 314.29 Kb.
1   2   3   4   5

03: Voorschriften bij het verplegen van den lijder te bed op ene gemeenschappelijke zaal

03-1 De ziekenzaal

1. De zaal wordt geheel ingericht als een ziekenzaal in een algemeen ziekenhuis zodat de lijders de indruk krijgen dat ze ziek zijn en verpleging nodig hebben.
2. Met het oog op de aard van de verschillende patiënten is het gewenst dat over ziekenzalen van verschillende grootte beschikt kan worden.
3. Op de zaal mogen geen andere voorwerpen aanwezig zijn dan strikt noodzakelijk voor het gebruik.
4. De zalen hebben overigens een behaaglijk aanzien, waarvoor wandversieringen, bloemen en planten in aanmerking komen.
5. Voorwerpen die als schadelijke prikkel op de lijder inwerken zoals schel-gekleurde tekeningen of dessins die vermoeiend voor het oog werken, sterk ruikende bloemen of stoffen zoals odeurs mogen zich niet op de zaal bevinden.
6. Er moet gezorgd worden voor rust in de meest strenge zin des woords.
7. Alle schadelijke prikkels worden vermeden.
8. Storende patiënten behoren dus niet op een gemeenschappelijke ziekenzaal verpleegd te worden.
9. De zusters lopen op pantoffels, vermijden luid praten, zorgen er voor dat de deuren niet luid worden dichtgeslagen en vermijden in het algemeen alles wat gedruis veroorzaakt.
10. De patiënten op de ziekenzaal behoren ook ’s nachts onder voortdurend toezicht te staan.

03-2 Het bed



1. Er word steeds gezorgd voor een goede en doelmatige ligging van de lijder
2. Het bed moet van alle kanten vrij staan en zo geplaatst zijn dat de patiënt van uit het bed rechtstreeks uitzicht heeft op het groen.
3. De haren der vrouwelijke patiënten worden in twee strengen aan weerszijden van het hoofd gebracht en los gevlochten met het oog op een doelmatige ligging van het hoofd.
4. Naarmate de gevoeligheid van een lijder en het seizoen, moet het aantal dekens meer of minder zijn.
5. Vooral bij zwakke patiënten moet het bed behoorlijk verwarmd zijn.
6. Bij patiënten die klagen over pijn in de rug werkt tijdelijk opzitten dikwijls gunstig. Is dit niet mogelijk leg dan de patiënt op een zijde en strijk het hemd glad.
7. Bij lijders aan vallende ziekte, sufheid en dergelijke moet er door nauwkeurig toezicht voor gezorgd worden dat ze niet uit het bed vallen.
8. Voor patiënten die telkens het bed verlaten worden zogenaamde diepe kribben aangewend.
9. Bij lijders met koude voeten word gebruik gemaakt van warmwaterflessen tenzij de afdelingsgeneesheer anders bepaald.
10. Deze flessen moet altijd in een wollen zak zijn gewikkeld en goed worden afgesloten ten einde verbranding te voorkomen. Daar vele lijders ongevoelig zijn is streng toezicht hierop dringend nodig.
11. Bovendien mogen deze flessen niet zo warm zijn dat men ze niet met de blote hand kan aanraken, tenzij de afdelingsgeneesheer een hoge temperatuur nodig acht.
12. Het is van groot belang om er voor te zorgen dat het bed behoorlijk is opgemaakt. Het zogenaamde verbedden behoort minsten 2 maal in de 24 uur te geschieden. Zorg er met grote nauwkeurigheid voor dat het bed goed word gelucht.
13. Bij het verleggen van de patiënt word de ene arm onder de rug, de andere onder de benen ter hoogte van de dijen gebracht, het lichaam opgebeurd en aldus verplaatst. Het optrekken van de lijder door hem bijvoorbeeld bij onder de schouders vast te houden, is zeer af te keuren.
14. Bij het overbrengen van de patiënt van het ene bed in het andere word op dezelfde wijze gehandeld en slaat de lijder, indien dit mogelijk is, zijn rechter arm om de hals van de verpleegster of verpleger.
15. Bij zware patiënten zijn twee verplegers nodig; de ene legt haar arm onder de rug van de patiënt, die zijn arm om haar hals slaat, terwijl de andere verpleegster de arm onder het bekken en de dijen brengt. Het opheffen, het verplaatsen en neerleggen moet langzaam, gelijkmatig en op commando geschieden.
In bovenstaande gevallen draagt de verpleegster de zwaarte van het lichaam op de borst en moet ze haar lichaam in enigszins achterwaartse richting houden.
16. Bij zwakke patiënten of bij bewusteloosheid moet het hoofd door een andere verpleegster worden gesteund.
17. Bij beenbreuken of andere aandoeningen van een ledemaat word dit lid op gelijke wijze behandeld.
18. Bij zwakke lijders word bij het verbedden en verkleden de grootste voorzichtigheid in acht genomen.
19. Er moet steeds voor gezorgd worden dat de patiënt goed is gedekt.
20. Hiermee word vooral rekening gehouden bij het helpen van de lijder bij bijvoorbeeld het gebruik van de ondersteek.
21. Bij sterk zweten van de patiënt word vooral op voldoende afdekking gelet.
22. Wanneer patiënten zich naar het privaat of de badkamer begeven moeten zijn behoorlijk gekleed zijn, altijd pantoffels en kousen aan hebben en goed in wollen dekens gewikkeld zijn wanneer zij geen bovenkleren dragen. Zwakke of hulpbehoevende lijders behoren bij het gaan te worden ondersteund, eenzijdig verlamden aan de gezonde zijde.
23. Bij het verbinden van een lidmaat of ander lichaamsdeel word het overige deel van het lichaam zo veel mogelijk bedekt gehouden om afkoeling te voorkomen.
24. Met het schaamtegevoel word steeds rekening gehouden, zowel met dat van de patiënt als van zijn medepatiënten.
25. Zo nodig word er tijdelijk een schut om het ledikant geplaatst.

03-3 Reinheid



1. Voor de reinheid word nauwkeurig zorg gedragen.
2. Bij het reinigen der vloeren word niet meer water gebruikt dan nodig is en moeten de vloeren goed worden gedroogd. De uitwaseming van een vochtige vloer werkt schadelijk, vooral op een ziekenzaal.
De vloeren op een ziekenzaal mogen niet te glad zijn.
3. Waterpotten en zodanige ustensiliën (dergelijke gereedschappen, werktuigen) worden na het gebruik onmiddellijk verwijdert en gereinigd.
4. Spuwglazen dienen steeds met het deksel te zijn bedekt, voorzien te zijn van een hoeveelheid water en minstens 2 maal in de 24 uren te worden gereinigd en de sputa ontsmet.
5. Spuwglazen mogen niet met carbol- of sublimaatoplossing of andere vergiftige stoffen gevuld zijn.
6. Er word streng op toegezien dat het bed geen bewaarplaats word van voorwerpen.
7. Voor de reinheid der patiënten word nauwkeurig zorg gedragen: handen en mond moeten bij de daarvoor in aanmerking komende patiënten behoorlijk worden gereinigd.
8. Teneinde fuligo en spruw (mondschimmel) te voorkomen word de mond in de daarvoor aangegeven gevallen geregeld vochtig gemaakt.
Er word op toegezien dat niet met open mond word adem gehaald, speciaal niet in de slaap.
9. Met het oog op beveiliging van het bed vooral bij onzindelijke patiënten word streng op toegezien dat het bedzeiltje zich op de juiste plaats onder het bekken bevind en dat het hoogstens 1/3 van de matras bedekt, om de luchtverversing van het matras niet te belemmeren.
10. Teneinde smetten te voorkomen worden huidplooien geregeld gewassen en vooral goed gedroogd.
11. Onzindelijke lijders moeten onmiddellijk gereinigd worden, flink gewassen en gedroogd en voorzien van een laken dat als luier word aangelegd en met een veiligheidsspeld word vastgemaakt. In de gevallen waarin de patiënten zich hiermede schade kunnen toebrengen, mogen geen veiligheidsspelden gebruikt worden en moet het bevestigen plaats vinden door een niet drukkende knoop.
12. Onzindelijke lijders moeten, als hun toestand dat veroorloofd, minstens 1 maal per dag worden gebaad.
13. Bij het verschonen van den lijder worde het bed op den brancard, waarop de patiënt tijdelijk zal worden gelegd, eerst in orde gemaakt, daarop patiënt gewassen en gedroogd en vervolgens op dat bed en de brancard gelegd en het laken dat als luier dient bevestigd. Vervolgens word het bed van de patiënten in orde gemaakt en de lijder daar weer ingelegd.
14. Bij zwakke patiënten word de lijder opgetild, het zogenaamde tussenlaken dat op het bedzeiltje ligt, verwijdert en een schoon laken hiervoor in de plaats gelegd.
15. Waar slechts 1 verpleegster beschikbaar is, moet het laken, dat verwisseld word en het nieuwe laken aan de ene kant van de patiënt worden gelegd en het gedeelte, dat aan de andere zijde moet komen te liggen, overlangs gerold: hierop word de lijder getild en het opgerolde gedeelte er onder door getrokken.
16. Bij zware patiënten die niet kunnen worden opgetild moet hulp worden ingeroepen.
17. Bij het katheteriseren word de meest nauwkeurige reinheid in acht genomen, de genitalia voor het inbrengen de katheter gereinigd en tevens zorg gedragen dat de katheter voor het gebruik behoorlijk is ontsmet en na het gebruik onmiddellijk weer wordt gereinigd en ontsmet
18. Teneinde doorliggen te voor voorkomen:
a. word er voor gezorgd dat de patiënt niet ligt op de plooien van zijn onderkleren of het bedlaken.
b. word er voor gezorgd dat de patiënt vaak van houding verandert om te voorkomen dat de huid voortdurend op dezelfde plaats word gedrukt.
c. word de meest strenge reinheid in acht genomen
d. word de huid regelmatig gewassen en goed gedroogd.
e. Bij roodheid van de huid verdient de aanwending van ontvette watten om de huid te drogen aanbeveling. Spiritueuze preparaten zoals kamferspiritus om de huid mee te wrijven verdienen eveneens aanbeveling.
f. er word speciaal gelet op de heiligbeenstreek, de buitenzijde der dijen ter hoogte van de grote draaiers, schouderbladen, ellebogen, hielen, de rug ter hoogte van de doornuitsteeksels der wervels, kortom op de plaatsen en uitstekende delen waar het been oppervlakkig onder de huid is gelegen.
19. Bij het gebruik van luchtkussens, waterbedden en dergelijke word er voor gezorgd dat deze noch te slap, noch te sterk gespannen zijn, opdat ze zich goed aan het lichaam kunnen aanpassen en dit gelijkmatig word gesteund.
De luchtkussens worden gevuld met een daarvoor bestemde luchtpomp of met de mond. In het laatste geval word de ventiel met een gaasje bedekt, nadat de ventiel nauwkeurig is gereinigd.
Het vullen van een waterkussen moet langzaam geschieden. Tijdens de vulling moet het waterkussen gelijkmatig rusten op een tafel of ander plat voorwerp. De kussens mogen nimmer worden opgebeurd aan het ventiel.
20. Het laken, waarmee het elastische kussen word bedekt mag geen plooien hebben. Natuurlijk mogen er nooit spelden gebruikt worden om te voorkomen dat het caoutchouc (rubber) daardoor gaten krijgt en dus niet opgevuld blijft.
21. Bij het gebruik van een laken als grote luier kan de bovenstaande bedekking van de kussens achterwege blijven.
22. In sommige gevallen, bijvoorbeeld bij dementia paralytica, is het nodig de lijders op te laten zitten in daarvoor ingerichte ziekenstoelen, om doorliggen te voorkomen.
23. Het verplegend personeel heeft aandacht voor het feit dat doorliggen in de meeste gevallen door doelmatige verpleging kan worden voorkomen.
24. Wanneer de lijder melk heeft voorgeschreven gekregen, mag het glas melk niet te lang op de ziekenzaal blijven staan en moet net als drinkwater zo nu en dan verwisseld worden.
25. Ten einde doorzitten te voorkomen worden dezelfde regels in acht genomen.

03-4 Ventilatie, verwarming en verlichting.

1. Voor luchtverversing moet altijd goed gezorgd worden.
2. Vooral in lokalen waarin de patiënten dag en nacht verblijven, moet hier op gelet worden. Vooral in ziekenzalen waar patiënten verblijven die vaak onzindelijk zijn, onvoldoende adem halen en een zwakke hartwerking vertonen, is voldoende luchtverversing een eerste vereiste.
3. De temperatuur hoort, vooral in de ziekenzaal, gelijkmatig te zijn.
4. Het zonlicht word in de ziekenzaal zoveel mogelijk vrij toegelaten. Echter zonder dat het de patiënten hindert en met name niet in het gelaat schijnt.
5. Na de maaltijden, na het gebruik van de ondersteek en dergelijke zorg word bijvoorbeeld door het openzetten van ramen voor ventilatie gezorgd.
6. Zorg er ook voor dat niet meer licht dan nodig word opgestoken. Gaslicht geeft toch warmte en verontreinigd de lucht.
7. Vooral gedurende de nacht moet er op worden toegezien dat het licht niet in de ogen der patiënten schijnt en dat in het algemeen het licht word getemperd.

03-5 Voeding

1. Het voedsel word smakelijk opgedist (opgediend) in kleine hoeveelheden in meerdere keren over de dag verdeeld.
2. De patiënt mag geen ander voedsel gebruiken dan door de afdelingsgeneesheer is voorgeschreven. Hou hier rekening mee als er familie op bezoek komt.
3. Patiënten, die weigeren voedsel te gebruiken of niet in staat zijn zichzelf te voeden, moeten gevoerd worden.
4. Hiervoor is in de eerste plaats tact en geduld nodig.
5. Het voeren mag nooit bij wijze van dwang gebeuren. Door toespraak (verbaal) tracht men de patiënt van de noodzaak te overtuigen en wacht hiervoor het juiste moment af.
6. De patiënt word met kleine beetjes gevoerd, is voldoende fijn gemaakt en het vlees is gesneden. De verpleegster neemt gedurende het voeren een gemakkelijke houding aan en zit naast het einde van het bed in een stoel.
7. Voordat de patiënt het voedsel heeft ingeslikt mag er geen nieuw voedsel worden toegediend.
8. Wanneer de lijder het eten uitspuugt oefen dan geduld uit: aanhouden doet hier veelal winnen.
9. Het voedsel word vooral bij patiënten met neiging tot stukbijten niet toegediend door middel van breekbare voorwerpen, zoals inneemschuitjes van aardewerk.
10. Metalen voorwerpen verdienen de voorkeur.
Een metalen lepel is in de meeste gevallen voldoende en verdient de voorkeur boven inneemschuitjes en dergelijke, daar zij gemakkelijk gereinigd kunnen worden en de hoeveelheid voedsel die de patiënt gebruikt nauwkeuriger is te regelen.
11 Wanneer de patiënt voedsel weigert moet de afdelingsgeneesheer hiervan in kennis gesteld worden.
12. Ondertussen word de patiënt steeds in de gelegenheid gesteld om ongemerkt voedsel te gebruiken, bijvoorbeeld door een glas melk naast zijn bed te zetten wat nu en dan ververst moet worden.
13. Nooit mag in het bijzijn van een patiënt worden gesproken over het feit dat hij niet wil eten, omdat dit juist de gedachte bij hem kan versterken of opdringen (op gedachten kan brengen) om niet te eten.
14. Bij lijders aan vergiftingswaan verdient het aanbeveling het voedsel voor te proeven wanneer dit wenselijk is.
15. Er moet nauwkeurig gelet worden op bestaande digestiestoornissen (spijsverteringsstoornissen) beslagen tong, trage ontlasting en dergelijke terwijl de mond goed word gereinigd.
16. De bepalingen omtrent voeding, reinheid, ventilatie en dergelijke moeten zo nauwkeurig mogelijk in acht worden genomen, ten einde het optreden van scheurbuik, beenbreukigheid en dergelijke niet te bevorderen.

03-6 Kunstmatige voeding

1. Kunstmatige voeding mag alleen onder leiding van de afdelingsgeneesheer geschieden.
2. Voor tot kunstmatige voeding word overgegaan moet alles in gereedheid zijn en het bed behoorlijk beveiligd.
3. Net als bij het voeren moet de patiënt rechtop zitten om verslikken te voorkomen.
4. Rechtop zitten heeft de voorkeur boven het steunen met kussens. In het eerste geval neemt de patiënt den gemakkelijker houding aan dan in het laatste.
5. Het voeren moet op de ziekenzaal gebeuren tenzij de afdelingsgeneesheer anders heeft bepaald.
6. Bij patiënten die weerstand bieden is het in de regel nodig om een tweetal zusters of broeders aan weerszijde van de patiënt, één die hoofd en in sommige gevallen één die de benen vasthoud.
7. In de meeste gevallen het met minder hulp worden volstaan.
8. De verpleegster en verpleger zijn er altijd van doordrongen dat dwangvoeding uitermate zelden toegepast hoeft te worden bij doelmatig verpleging.

03-7 Verpleging



1. Evenals in de algemene ziekenhuizen worden de pols, ademhaling, de temperatuur op daarvoor vastgestelde tijden op genomen tenzij anders bepaald door de afdelingsgeneesheer.
2. Bij opneming van de pols en ademhaling word vooral rekening gehouden met de toestand waarin de patiënt verkeert. Deze word bijvoorbeeld niet opgenomen wanneer hij zich onder invloed van een gemoedsbeweging bevind, kort na de maaltijd, na ontlasting en dergelijke.
3. Tevens word gelet op ontlasting en urine.
4. nauwkeurig word aantekening gehouden van de maandelijkse periode en tijd waarop deze heeft plaatsgevonden.
5. Het lichaamsgewicht word bij opneming en eens per maand opgenomen, behoudens nadere voorschriften van de afdelingsgeneesheer.
6. Bij het aanleggen van de thermometer word blijvend toezicht uitgeoefend, zowel om er voor te zorgen dat de thermometer goed blijft liggen en het lichaam rustig blijft om te voorkomen dat de patiënten zich er schade mee toebrengt.
7. Bij opneming van de temperatuur word er voor gezorgd dat de patiënt een makkelijke houding aanneemt.
8. Bij opneming van de temperatuur in de okselholte word deze vooraf nauwkeurig gereinigd en gedroogd en ervoor gezorgd dat de holte goed gesloten blijft zonder dat de arm te sterk tegen de borst word gedrukt.
9. Bij opneming van de temperatuur in de endeldarm let men er op dat het rectum niet is gevuld met faeces en breng de thermometer in de goede richting langzaam en voorzichtig in.
10. De opneming van de temperatuur in de endeldarm mag alleen op voorschrift van de afdelingsgeneesheer gebeuren.
11. Wanneer aambeien, kloven, een fistel, zweren gezwellen of andere aandoeningen aanwezig zijn mag de temperatuur niet per rectum worden opgenomen, behalve op speciaal voorschrijft van de afdelingsgeneesheer.
12. De thermometer moet geregeld worden gecontroleerd om er zeker van te zijn dat hij goed aanwijst. Maximaalthermometers verdienen de voorkeur.
13. Daar de patiënten vaak eerst aan een behoeft voldoen, wanneer zij hiertoe worden aangezet, worden zij nu en dan gevraagd of zij ook hulp nodig hebben. (deze zin is integraal overgenomen, U mag zelf zeggen wat het betekent, ik weet het niet … )
14. Er word op toegezien dat de patiënten bij het urineren en het voldoen van andere behoeften het nodige decorum in acht nemen en niet tot aanstoot aanleiding geven.
15. Op alle verschijnselen moet door de verpleegster en de verpleger nauwkeurig worden gelet, daar bij krankzinnigen de verschijnselen van ziekte dikwijls minder in het oog springen dan bij andere lijders en patiënten die geen klachten uiten.
16. Wanneer patiënten volgens voorschrijft het niet mogen verlaten, moeten zij gebruik maken van een ondersteek en in geen geval een waterpot.
17. Vooral bij gevoelige patiënten word de ondersteek vooraf verwarmd door het ingieten van warm water.
18. De ondersteek word onder het bekken gebracht, nadat dit op de hierboven beschreven manier voldoende omhoog is gebeurd (getild), bij mannen hoger dan bij vrouwen.
19. Bij het urineren word gebruik gemaakt van een urinaal.
20. Bij het toedienen van voedsel word er voor gezorgd dat bed en kleren niet worden verontreinigd.
21. Zwakke lijders moeten bij het hoesten worden geholpen. Het opgeven word bevordert door hen te laten drinken.
22. Bij het aankleden van patiënten word het bekken op de hierboven beschreven wijze getild om het hemd in de hoogte te kunnen brengen. Daarna word het hemd over het hoofd en de armen uitgetrokken. Bij een ziek ledemaat word het kledingstuk dat dit bedekt, als laatste van het zieke lid verwijderd.
23. Bij het aankleden worden dezelfde voorschriften in omgekeerde gevolgd, dus eerst de armen in de mouwen gestoken.
24 Er word nauwkeurig op toegezien dat de breukband bij lijders die dit voorwerp dragen, goed is aangelegd. Vooral bij zwaar persen en hoesten word hierop gelet.
25. Bij het gebruik van lavamenten (klysma, darmspoeling, al dan niet met toevoeging zoals medicatie) met de irrigator, word het bed beveiligd, de lijder in een gemakkelijke houding gelegd, afkoeling voorkomen en de vloeistof langzaam ingebracht.
26. Vooral verzeker men zich, dat het rectum niet met faeces is opgevuld, zoals krankzinnigen dikwerf (vaak) zodanig het geval is, dat de faeces vooraf verwijdert moeten worden. In dit geval moet de voorlichting (het advies) van den afdelingsgeneesheer worden ingeroepen.
27. Bij uitzakking van de endeldarm word het uitgezakte deel gereinigd en daarop voorzichtig ingebracht. Wanneer men daarvan niet volkomen op de hoogte is, moet de hulp van de afdelingsgeneesheer worden ingeroepen.
28. Patiënten met de neiging tot uitzakken van de endeldarm mogen niet te lang op het privaat (de toilet) zitten en vooral niet te hard persen.
De ontlasting moet zo worden geregeld (beïnvloed?) dat verstopping word voorkomen. Bestaat bij patiënten trage stoelgang of harde ontlasting, dan word hiervan onmiddellijk de afdelingsgeneesheer in kennis gesteld.
29. Vooral gedurende de nachtwaak is rust en stilte een volstrekte vereiste
30. Bij slapeloosheid word de oorzaak als bijvoorbeeld koude voeten, lege maag, te dekke bedekking, onvoldoende bedekking, ongemakkelijke ligging, onzindelijkheid, te hoge temperatuur van de kamer of onvoldoende ventilatie opgespoord en opgelost.
31. Het gebruik van thee en koffie kan eveneens slapeloosheid tot gevolg hebben.
32. De verpleegsters of verplegers mogen niet zelfstandig op de ziekenzaal optreden voor zij onder deskundige leiding aldaar werkzaam zijn geweest en de bewijzen hebben gegeven, dat zij op de hoogte zijn van hun verplichtingen.

03-8 Geneesmiddelen

1. De medicijnen worden op de juiste tijd in de voorgeschreven hoeveelheid gegeven.
2. Dit moet steeds door de verpleegster gedaan worden en mag nooit aan de patiënten worden overgelaten.
3. De geneesmiddelen mogen nooit buiten het directe toezicht van de verpleegster of verpleger en nooit onder bereik van de patiënt zijn.
4. Zij moeten na het gebruik steeds onmiddellijk in het medicijnkastje worden weggesloten.
5. Om verwisseling van de medicijnen te voorkomen verdient het aanbeveling om de geneesmiddelen voor inwendig gebruik, dus die met rood of wit etiket, afgescheiden te plaatsen van die voor uitwendig gebruik, dus die met een blauw etiket.
6. In het medicijnkastje mogen zich alleen medicijnen bevinden en wel uitsluitende die welke bestemd voor het dagelijks gebruik van de patiënten.
7. De medicijnen die niet meer gebruikt worden, moeten onmiddellijk worden teruggezonden naar de apotheek, terwijl verbandvloeistoffen en verbandmiddelen in de verbandkamer worden opgeborgen.
8. De verpleegster of verpleger ziet er op toe dat de patiënt de medicijnen gebruikt, en met name dat ze doorgeslikt worden. Door de patiënt een of ander te vragen kan men dit controleren.
9. Zwakke lijders help je door het ondersteunen van het hoofd: hiertoe brengt men de linkerhand onder het hoofdkussen op dusdanig wijze, dat door het opheffen van de arm, rug en hoofd worden opgeheven. Door het hoofd alleen op te heffen, zou men het slikken bemoeilijken.
10. Het aanwenden van dwang en welke vorm dan ook is ten strengste verboden. De patiënt bijvoorbeeld laten slikken door de neus dicht te houden is niet geoorloofd. Bij weigering roep je de hulp van de afdelingsgeneesheer in.
11. Het mengen van medicijnen in het voedsel door verpleegster of verpleger is eveneens ten strengste verboden.
12. Bij het aanwenden van ijs word er voor gezorgd dat dit niet direct op de word geappliceerd.
13. Bij het aanwenden van pappen en soortgelijke middelen geldt hetzelfde.
14. Bij ondoelmatig aanwenden van deze middelen kan bevriezing of verbranding optreden.
15. Bij het aanwenden van koude omslagen en verdere inwikkelingen word er voor gezorgd dat de lijder geen kou vat en de lakens goed aansluiten.
16. Bij het optreden van een rood gelaat bij het aanwenden van inwikkelingen word de afdelingsgeneesheer hiervan in kennis gesteld.

03-9. Voorzorgen bij:

a: het verbinden
1. Bij het verbinden word er nauwkeurig op toegezien dat de verbanden niet te strak zitten. De verpleegster of verpleger moet steeds bij het aanleggen van een verband om armen of benen op de vingers en de tenen letten.
2. Wanneer deze delen koud, bleek, blauw, opgezet, pijnlijk of ongevoelig worden of als er andere stoornissen optreden moet onmiddellijk de hulp van de afdelingsgeneesheer worden ingeroepen.
3. De zuster en broeder letter erop dat het verband aan de onderzijde doorloopt, dus op het gedeelte waarop het lid rust. Zodra is verband is doorgelopen, word de afdelingsgeneesheer hiervan in kennis gesteld.

b: Braken


1. Bij het aanwenden van braakmiddelen en in het algemeen bij het braken van patiënten, moeten knellende kledingstukken worden losgemaakt met uitzondering van de breukband die nauwkeurig moet blijven liggen, moet de lijder rechtop worden gezet, het hoofd gesteund met name het voorhoofd en moet er voor gezorgd worden dan een voorwerp bij de hand is om het braaksel op te vangen.
2. Na het braken word de mond gereinigd
3. Bij het uitbreken van koud zweet word de huid gewassen en gedroogd.
4. Bij uiterst zwakke lijders word het hoofd zo mogelijk ook de romp op de linkerzijde gelegd: met het oog op gevaar voor verstikking is de rugligging streng verboden.

c: Verslikken


Als een patiënt zich verslikt met gevaar voor verstikking word het hoofd enigszins in een achterwaartse richting gebracht, een kurk of ander voorwerp tussen de tanden gebracht en vervolgens word de rechter wijsvinger, goed omwikkeld om niet gebeten te worden, diep in de keel gestoken, om het ingeslikte te verwijderen.
Wanneer dit niet lukt word de wortel van de tong zo diep mogelijk naar benende gedrukt, waarop in vele braken volgt en de luchtwegen weer vrij komen.

d: Flauwvallen


1. Herstellende lijders die voor het eerst opstaan, lijden soms aan kortstondige aanvallen van bewusteloosheid met sterke bleekheid van het gelaat. In deze gevallen word de lijder naar bed gebracht, het hoofd laag gelegd, spannende kleding losgemaakt, frisse lucht toegelaten en het gelaat met koud water gewassen.
2. Om de patiënt van de grond te tillen, knielt de verpleegkundige of verpleger naast de lijder, schuive zijn armen, op dezelfde wijze als bij het verbedden, onder het lichaam en tille het enigszins op. Een verpleegster of verpleger, die aan de andere kant staat met enigszins gebogen knieën, neemt nu de patiënt op gelijke wijze over.
3. Bij zware patiënten zijn aan weerszijden twee verpleegsters of verplegers aanwezig.
4. Waar verwondingen, verlammingen of dergelijke aanwezig zijn, word de patiënt gedragen aan de gezonde kant.

04 De isoleerkamer

1. Wanneer patiënten storend zijn voor hun omgeving of het verblijf op een gemeenschappelijke zaal om andere redenen bezwaren oplevert, bijv. de tegenwoordigheid van andere patiënten ongunstige invloed blijkt uit te oefenen, moet de patiënt in een afzonderlijke kamer worden verpleegd.


2. Het is gewenst dat deze afzonderingskamer zich in de nabijheid van de ziekenzaal bevind.
3. De overbrenging van de lijder naar een kleinere gemeenschappelijke zaal moet echter eerst worden beproefd daar dit dikwijls resultaat geeft.
4. De isoleerkamer behoort zoveel mogelijk als een gewonde ziekenzaal te zijn ingericht.
5. Alle voorwerpen die als schadelijke prikkel kunnen werken behoren te worden verwijdert.
6. Er moet rekening mee worden gehouden dat te fel licht of de witte kleur van de muren ook als zodanig kunnen werken. Het licht moet dus afgesloten kunnen worden zonder dat de ventilatie hierdoor word belemmerd.
7. Bij storende lijders en dergelijke kan het noodzakelijk zijn alle voorwerpen te verwijderen en het bed op de grond te spreiden.
8. Een zodanige verpleging mag nooit langer duren dan volstrekt nodig (strikt noodzakelijk) Zodra de toestand het veroorloofd, word de patiënt naar de gemeenschappelijke ziekenzaal teruggebracht.
9. Voortdurend toezicht op de geïsoleerde is volstrekt nodig.
10. De rust word zoveel mogelijk bevorderd.
11. Luidruchtige patiënten dus op zodanige wijze geplaatst dat zij zo min mogelijk storend zijn voor de andere patiënten.
12. Speciaal toezicht is nodig op patiënten die smeren, alles in de mond steken of verzamelen, neiging vertonen tot zelfverminking, tot het plegen van masturbatie en dergelijke, daar anders deze neigingen sterker en tot gewoonte worden.
13. Patiënten die bij het eten geen gebruik maken van vork of lepel of in het algemeen niet behoorlijk eten moeten bij het eten geholpen worden en zo nodig gevoerd worden.
14. patiënten met de neiging tot zich naakt uitkleden en te scheuren, vereisen extra aandacht.
15. Allereerst tracht men de oorzaak op te sporen en zo nodig op te heffen. In vele gevallen is het scheuren een uiting van bewegingsdrang en is het aan te bevelen die bewegingsdrang om te zetten in nuttige arbeid.
16. Het verrichten van bijvoorbeeld een of ander handwerk zoals naaien of breien onder voortdurend toezicht van een zuster, die zelf het goede voorbeeld geeft, kan gunstig werken.
17. Het verrichten van arbeid in de open lucht of van ruwen arbeid als spitten, schrobben, wassen en dergelijke werkt in dergelijke gevallen vaak gunstig.
18. In andere gevallen toont de lijder neiging tot scheuren omdat de kleding als een onaangename prikkel op zijn lichaam werkt en hij daarom zijn kleren uit wil doen.
19. Het geregeld baden en reinigen van patiënten werkt in dergelijke gevallen vaak gunstig.
20. Naakte verpleging mag alleen worden toegepast als alle andere middelen falen en slechts zolang als nodig is.
21. De lijders voortdurende nieuwe kleding en ligging geven wanneer zijn hun kleding en beddengoed hebben verscheurd, zonder dat zij dit hebben gebruikt, verdiend geen aanbeveling.
22. Evenmin verdiend het aanbeveling om de gewone kleren bij deze patiënten van achteren te bevestigen. Beter is het voor deze patiënten afzonderlijke kleren te maken, die van achteren kunnen worden vastgemaakt en behoorlijk passen.
23. Als onscheurbare deken kan een deken bestaande uit 3 lagen stevig zeildoek aan beide zijden met een wollen deken bekleed worden gebruikt, liefst in vierkante ruitjes doorgestikt en de rand omgezoomd.
24. In sommige gevallen is het omzomen van een gewone wollen deken voldoende om het scheuren te beletten.
25. Dergelijke lijders mag men nimmer een stromatras geven. Het stro werkt vaak als onaangename prikkel op de huid, heeft het optreden van uitslag tot gevolg of van lichte verwondingen, somtijds gevolgd door wondziekten en de ernstige gevolgen hiervan.
26. In dergelijke gevallen verdient het gebruik van zeegras de voorkeur.
27. Het zeegras moet van uitstekende kwaliteit zijn, droog en zonder toevoegingen.
Voor gebruik moet het nauwkeurig zijn bewerkt, uitgeplozen en van stof ontdaan. Wanneer het zeegras niet stofvrij en droog is, word de huid van den lijder vuil en zelfs zwart. Bovendien ademt hij dan het stof in, vooral wanneer hij, zoals dikwijls gebeurt, er onophoudelijk mee bezig is.
28. Houtwol verdient geen aanbeveling omdat dit harder is en snel gaat samenpakken.
29. Bij de toepassing van zeegras moet er voor gezorgd worden dat de lijder behoorlijk onder het zeegras ligt. De patiënten wikkelen zich vaak uit eigen beweging in het zeegras, zodat alleen het gezicht te zien is.
30. Bij het aanwenden van deze methode is de strengste reinheid vereist, moeten de patiënten minstens eenmaal per dag worden gereinigd en het zeegras geregeld vernieuwd.
31. Doorliggen, huiduitslag of andere ongewenste verschijnselen worden voorkomen door het goed toe te passen.
32. Bij het bezoeken van naakte patiënten, bijv bij de morgen en avondvisite, worden de patiënten in een wollen deken, die uitgespreid word gehouden, gewikkeld, om het schaamtegevoel bij de patiënt niet te treffen.
33. Het verplegen van de lijder in de isoleerkamer stelt de hoogste eisen en mag nimmer worden beschouwd als een vergemakkeling van de verpleging.
34. Doch ook bij deze methode is permanent toezicht nodig. De patiënten kunnen bijvoorbeeld van het zeegras stroppen maken of het zeegras gebruiken om de mond te vullen en het ademen te belemmeren.
35. Doch ook bij geheel naakte verpleging zouden de patiënten pogingen kunnen doen om zich te wurgen.
36. De lijder mag dus nooit aan zichzelf worden overgelaten, zodat hij ook geen gewoonte aanleert of deze kan onderhouden.


05 De isoleercel


1. De isoleercel is een afzonderingskamer waar de patiënt tegen zijn wil word verpleegd.
Een isoleerkamer moet dus kunnen worden afgesloten, wat bij een isoleerkamer geen vereiste is.
2. Het gebruik van de naam isoleercel wordt zoveel mogelijk vermeden en niet tegenover een patiënt gebruikt, om hem niet het idee te geven van opsluiting in plaats van verpleging te geven.
3. Een isoleercel moet op zodanige wijze zijn ingericht dat een patiënt niet kan ontvluchten, hij zich zo min mogelijk schade kan toebrengen en aan de eisen der hygiëne voldoet.
4. Een isoleercel moet dus ruim zijn, goed geventileerd en verwarmd, van gladde geportlande (Portland is een soort cement uit 1824) en geschilderde wanden en ondoordringbare vloeren zijn voorzien.
5. Een isoleercel zonder vaste meubelen verdient met het oog op reinheid en af- en uitbreken de voorkeur. Bovendien werken dergelijke meubels dikwijls als schadelijke prikkels die de ontrust doen toenemen. Vensterlicht, zoals in de isoleerkamers, verdient de voorkeur boven hoog- of bovenlicht
6. De hoogste en de laagste temperatuur van het vertrek worden dagelijks met een maximaal- en minimaalthermometer bepaald.
Meermalen is het voorgekomen dat van patiënten die in isoleercellen met te lage temperaturen werden verpleegd, de extremiteiten bevroren en afgezet moesten worden.
7. De lijders mogen niet in het bezit zijn van een waterpot of andere voorwerpen wanneer de vrees bestaat dat zij zich hiermee schade zullen toebrengen.
8. De grootste reinheid moet in acht worden genomen. Alles wat in de cel komt moet nauwkeurig worden nagekeken.
9. Verpleegsters of verplegers mogen zich nimmer aan gevaar blootstellen door bijv alleen naar de lijders te gaan die onvertrouwbaar zijn.
10. De regel is dat zij nooit een cel betreden behalve bij aanwezigheid van voldoende hulp.
11. Bij patiënten die z.g. uitdringen, is tact een eerste vereiste. In de regel kan een verpleegster of verpleger zich gemakkelijk verwijderen wanneer een andere verpleegster of verpleger die zich buiten de cel bevindt de aandacht van de patiënt afleid.
(uitdringen = wegduwen, uitpuilen. Lijkt te maken te hebben met ontsnappen door duwen in de zin van gebruik maken van de gelegenheid. NB: interpretatie van de webmaster)
12. De patiënten die geïsoleerd zijn moeten dagelijks in de gelegenheid worden gesteld om van de buitenlucht te genieten, wanneer dit mogelijk is en onder voorschrift van de geneesheer.
13. De patiënten mogen nooit langer in een isoleercel verblijven dan strikt noodzakelijk.
14. Het isoleren mag door verpleegsters of verplegers nooit worden toegepast als dwangmiddel of als dreigmiddel, doch altijd als genezingsmiddel op voorschrift van de geneesheer.
15. Alle ruwheid wordt steeds vermeden.
16. Patiënten, die wegens neiging tot agressief optreden, bijv. tot moordzucht of de zucht tot het toebrengen van lichamelijk letsel, gevaarlijk zijn voor hun omgeving, worden gedurende opgewekte perioden niet onnodig geprikkeld.
17. Men betreedt de cel dus niet in die periode, tenzij dit volstrekt nodig is en dan steeds met het benodigde aantal zusters of broeders.
18. Wanneer de cel moet worden gereinigd, betreden 1 of 2 verpleegsters of verplegers de cel, terwijl de zusters of broeders, die buiten staan zonder te spreken, de aandacht van de patiënt door hun tegenwoordigheid afleiden of hem in bedwang houden.
Er wordt nauwkeurig op gelet dat de patiënt zich niet onverhoeds van een voorwerp meester kan maken en dit als wapen kan gebruiken.
19. In de meeste gevallen verdient het de voorkeur af te wachten tot de lijder kalmer is of voor enige toespraak toegankelijk is.
20. In het algemeen betreedt men bij dergelijke lijders de cel niet voor hem een glas water, melk of iets dergelijks is aangeboden en de lijder de wens te kennen heeft gegeven dit te willen ontvangen.
Vaak geeft de patiënt pas wens te kennen nadat men dit herhaaldelijk heeft gevraagd.
21. Dezelfde werkwijze werkt er ook dikwijls aan mee om het vertrouwen van de patiënt te winnen.
22. Bij het volgen van deze methode moet er vooral voor gezorgd worden dat de patiënt niet plotseling de deur van de cel opendrukt en de cel kan verlaten.
Om dit te voorkomen houd men de voet stevig tegen de deur nadat men deze op een kier heeft geopend en zorgt ervoor dat er hulp aanwezig is om de deur onmiddellijk dicht te doen.
23. Ook moet er op gelet worden dat sommige patiënten de zuster of broeder die hen helpt opsluiten in de isoleercel en er vandoor gaan.
24. Het openen en sluiten van de deuren hoort zonder onnodig geruis en zonder het rammelen van sleutels en dergelijke te geschieden om niet de indruk van opsluiting te wekken.
25. Bij het voeren van dergelijke cliënten die de neiging hebben tot bijten moet men voorzichtig zijn.
26. Bij patiënten met de neiging tot krabben moet de nagels geknipt worden.
27. Bij het observeren van de patiënt door het kijkgaatje moeten de nodige voorzichtigheid acht worden genomen, vooral wanneer dit kijkgaatje niet door glas of iets anders is afgesloten.
Sommige patiënten hebben de neiging de ogen van de zusters of broeders te verwonden.
28. Bij patiënten die de neiging hebben het hoofd tegen de grond te slaan of tegen de muur te rennen en bij onrustige patiënten die de neiging hebben om te vallen, kan het gebruik van gemattalasseerde (gewatteerd, bekleed met doorgestikte dekens) cellen in aanmerking komen.
29. Deze cellen hebben echter niet de voorkeur aangezien ze niet aan de eisen van de reinheid voldoen.
30. Treed een aanval op waarin de lijder zich op dergelijke wijze schade tracht toe te brengen, dan kan men in de regel volstaan met het beleggen van de vloeren en wanden van de isoleerkamer met matrassen.
31. Bij patiënten die door het voortdurend bombarderen tegen de deur storend kunnen zijn voor hun omgeving, is het gewenst de deur te matelasseren.
Hiervoor zijn losse ramen aanwezig.
06 Het verblijf op de afdelingen

1. De tijd waarop een lijder van de ziekenafdeling naar een andere afdeling wordt verplaatst, word bepaald door de toestand van de patiënt.


2. Ditzelfde geld voor de afdeling waarop hij wordt geplaatst.
3. Het is gewenst dat die afdelingen met cijfers worden aangegeven, omdat namen bijv. als “storende” en “half storende” patiënten als onaangenaam kunnen aandoen.

06-1 Dagverblijven



1. Op de afdeling moeten de patiënten op dusdanige wijze worden geplaatst dat zij niet storend op elkaar inwerken dat zoveel mogelijk een gewenste omgang wordt verkregen.
2. Om hieraan te kunnen voldoen zijn op iedere afdeling dagverblijven, wandelcorridors, afdelingstuinen en bedekte waranda’s, zodat patiënten zich zoveel mogelijk kunnen verdelen, een ieder naar zijn eigen wensen.
3. De leiding blijft echter steeds in handen van het verplegend personeel.
4. De 1e verpleegster of 1e verpleger behoort over alles in het oog te houden.
5. De zorg voor het kleine word niet vergeten.
6. Op het verplegend personeel rust de taak om erop toe te zien dat de patiënten zich behoorlijk gedragen behoorlijk zijn gekleed en waar dit niet het geval is, hen in de goede richting te leiden.
7. Er wordt streng op toegezien dat de patiënten niet met een pet op het hoofd op de afdeling verblijf houden.
8. Om de lijders aan orde en netheid te laten wennen, is het gewenst dat een ieder die hiervoor door de afdelingsgeneesheer geschikt word geacht, in de gelegenheid word gesteld om zijn eigendommen in de loketkast op te bergen in hun hierover zelfstandig het beheer te geven.
9. Natuurlijk moet er op de loketkasten nauwkeurig toezicht worden gehouden zodat de lijder op die manier aan orde en regelmaat kan wennen.
10. Er moet voortdurend op worden toegezien dat de patiënten behoorlijk zijn gekleed. Waar dit niet het geval is behoort de patiënt daarop te worden gewezen en zoveel mogelijk aangespoord hiervoor zorg te dragen.
11. Er moet streng op worden toegezien dat de patiënten het eigendom der inrichting niet vernielen, bijv. geen vensterglas of muren stuk krabben, dat ze hun kleren niet beschadigen door bijv. tegen de verwarmingskachels in de corridors of dagverblijven te leunen en dat zij niet de afdeling verontreinigen door bijv. op de grond te spuwen, stukken papier en overgebleven eten op niet aangewezen plaatsen weg te gooien e.d.m. (en dergelijke manieren ?)
12. Streng word de hand gehouden aan de bepaling dat elk voorwerp zijn plaats en bestemming heeft.
13. Er moet nauwkeurig op worden toegezien dat op den dag de nachtverblijven zijn gesloten en des nachts de dagverblijven.
14. Alle voorwerpen die daarvoor in aanmerking komen, moet worden opgeborgen. Zo moeten bijv. broodmessen direct na gebruik worden weggesloten en evenzo rapportenboekjes en dergelijke. De zusters en broeders mogen deze nimmer onbeheerd achterlaten.
15. Vuil en afval moeten geregeld worden verwijderd.
16. In alles en tegenover allen word aan de huisregels streng de hand gehouden.
17. Nauwkeurig word er op gelet dat de patiënten op tijd opstaan, naar bed gaan, maaltijden gebruiken, kortom, dat aan de bestaande bepalingen de hand word gehouden.
18. Nauwkeurig wordt er op toegezien dat de deuren der daarvoor aangewezen lokalen zijn gesloten.
19. Voor gezellig en huiselijk aanzien der afdelingen word steeds gezorgd.
20. De wilde planten en bloemen die in de plaats groeien kunnen daartoe meewerken.
21. De planten en bloemen worden goed verzorgd.
22. Wanneer patiënten de wens te kennen geven om klachten in te brengen, moet hun daartoe de gelegenheid worden gegeven, doch nimmer in bijzijn van medepatiënten omdat hierdoor de rust en orde kunnen worden verstoord.

06-2 Ventilatie

1. Voor doelmatige luchtverversing word steeds zorg gedragen.
2. Ook word er voor gezorgd dat de ramen niet aan de windzijde worden opengezet bij sterke of hinderlijke wind.
3. De deuren die op de corridors uitkomen mogen nimmer als middel tot luchtverversing worden gebruikt.
4. Er word streng op toegezien dat de ventilatoren zich in goede staat bevinden, bepaaldelijk stofvrij zijn en niet als bewaarplaats door de patiënten worden gebruikt.
5. Steeds zij men er aan indachtig, dat de ventilatiekanalen gebruikt kunnen worden voor ontvluchting en dat deze dus steeds gesloten moeten zijn.
6. Het verdiend de voorkeur om de ramen en van de nacht- en dagverblijven open te zetten, althans gedurende enige uren van de tijd dat daar geen patiënten verblijven.
7. Vooral in lokalen waarin gerookt word is dit nodig.
8. Na de maaltijden moeten evenzo de ramen worden opengezet.
9. Luchtverversing is de beste stankverdrijver.
10. Er moet streng op worden toegezien dat gevoelige patiënten zich niet te dicht bij het venster bevinden en niet aan de tocht zijn blootgesteld bijv. wanneer bij openstaande ramen een deur word opengedaan.
11. In lokalen waar kachels worden gebrand moet er nauwkeurig op worden toegezien dat de kachelschuif niet gesloten is, omdat vergifting met kooloxyde hiervan het gevolg is.
12. De toelating van vrij zonlicht word zo min mogelijk tegengegaan, omdat dit gunstig werkt.
13. Bij onvoldoende luchtverversing treden tal van ziekteverschijnselen op, waaronder hoofdpijn en bloedarmoede een eerste plaats innemen.
14. Het is ten strengste verboden de dagverblijven die hiertoe zijn aangewezen, te gebruiken voor het drogen van vochtige doeken en dergelijke.
15. Bij storm en sterke regen worden de ramen tijdelijk gesloten en word er voor gezorgd dat de ruiten van ramen en deuren door plotseling dichtslaan niet kunnen breken.
16. Bij onweder en dergelijke word er ook in de nacht voor gezorgd dat voldoende hulp aanwezig is.

06-3 Verwarming

1. Zowel de kamertemperatuur als de buitentemperatuur moet geregeld word opgenomen, waarvoor dus 2 thermometers nodig zijn.
2. De temperatuur moet zoveel mogelijk gelijkmatig zijn.
3. Vooral des morgens, als de patiënten zijn opgestaan en zich naar het dagverblijf begeven, moet er voor gezorgd worden dat de lokalen des winters behoorlijk verwarmd zijn.
4. Er moet rekening mee worden gehouden dat sommige patiënten zoals lijders aan bloedarmoede en reconvalescenten (herstellende patiënten) gevoelig zijn voor de kou.
5. Voor patiënten die weinig beweging nemen, geldt hetzelfde, ofschoon zij veelal wegens de bestaande ongevoeligheid volstrekt niet klagen.
6. Dergelijke lijders moeten vooral niet te dun gekleed zijn.
7. Bestaande lekken in de verwarmingskachels of toevoerbuizen moeten onmiddellijk gerepareerd worden.
8. Streng wordt er op toegezien dat de verwarmingshaarden geregeld worden schoon gemaakt en dat er door de patiënten geen vuil wordt ingebracht.

06-4 Verlichting

1. Op de verlichting, vooral in de corridors, word nauwkeurig toegezien.
2. Zodra de gasvlammen niet goed branden, moet hiervan kennis worden gegeven aan den gasfitter; wanneer de brander verstopt is en de vlam daardoor te hoog word kan brand ontstaan.

06-5 Reinheid

a. De lokalen

1. Voor reinheid in de meest uitgebreide zin van het woord wordt zorg gedragen.


2. Het zogenaamde stof afnemen is uitdrukkelijk verboden.
3. Het stof moet worden verwijdert met vochtige doeken en dergelijke.
4. In hoeken en op meubelen mag zich nimmer stof ophopen.
5. Vloerkleden moet geregeld worden uitgeklopt. Dit mag nimmer gebeuren in de binnentuinen, daar het stof dan weer op de afdelingen komt.
6. De vloeren worden met schoon water geschrobd en gedweild.
7. Spaarzaamheid in het gebruik van water wordt betracht daar het gebruik van te veel water schadelijk is voor de vloeren.
8. De vloeren moeten nauwkeurig worden gedroogd, daar anders het vocht van de vloer verdampt en de lucht bederft.
9. Voor de trappen geld hetzelfde.
10. Vloeren en trappen mogen niet te glad zijn wegens gevaar voor vallen.
11. Op de reinheid der privaten (toiletten) word streng toegezien met name op de urinoirs en de onderkant der privaatbrillen.
12. Waterpotten, steekbekkens, spuwglazen, spuwbakken en dergelijke moeten nauwkeurig gereinigd worden en mogen nimmer blijven staan.
13. Hetzelfde geldt in het algemeen voor voorwerpen voor geneeskundig gebruik zoals thermometers, irrigatoren en dergelijke.
14. De koperen baden moeten worden geschuurd met sodaoplossing en zand of blauwsteen met olie. Het gebruik van mosterd en azijn is verboden aangezien de lucht hierdoor word verontreinigd.
15. Om dezelfde reden mag geen chloor of andere middelen worden gebruikt om de vloeren schoon te maken.
16. Handdoeken, tandenborstels en dergelijke mogen niet gedroogd worden in lokalen waar zich patiënten bevinden.

b. Patiënten



1. Er wordt nauwkeurig op toegezien dat de patiënten behoorlijk gekleed zijn.
2. Ten strengste word toegezien, dat de patiënten “kleederen” dragen die hen passen en bijv. geen touwen om de heupen gebruiken om “hunne kleederen” op te houden.
3. De kleren moeten geregeld worden geborsteld en hersteld.
4. De kleren moeten des avond, als de patiënten zich naar bed begeven, worden nagezien; vooral bij patiënten die aan verzamelzucht lijden is dit dringend nodig.
5. De schoenen moeten geregeld worden gepoetst en mogen vooral niet vochtig zijn
6. Er wordt streng op toegezien dat de patiënten niet op ongeschoeide voeten lopen of hun schoenen niet behoorlijk aan hebben, bijv. scheef of met het plat van de voet op het overleer lopen. (overleer is de bovenzijde van de schoen )
7. Bij patiënten die menstrueren word voor reinheid zorg gedragen.
8. Hetzelfde geld voor kraamvrouwen.
9. Bij zogende vrouwen word op de tepels gelet.
10. De patiënten moeten zo vaak als nodig worden gereinigd.
11. Waar dit enigszins kan moeten patiënten die zelf doen.
12. Wanneer patiënten die buiten werken thuis komen moeten zij hun handen steeds reinigen.
13. Bij het reinigen van patiënten bepaald men zich niet alleen tot het wassen van handen en gelaat maar ook het hoofd, de mond van inbegrip van de tanden, oren en neus worden gedaan.
14. Ook de nagels van handen en voeten worden in de gaten gehouden.
15. Digestie-stoornissen en diarree zijn vaak het gevolg van onreinheid.
16. Bij reiniging van het gehele lichaam worden de verschillende lichaamsdelen eerst allemaal gewassen en dan allemaal gedroogd.
17. Het hoofdhaar bij vrouwen en baard en knevel bij mannen mogen niet worden afgeknipt, behalve in opdracht van de afdelingsgeneesheer, zelfs niet als een patiënt zelf aangeeft dat dit moe t gebeuren.
18. Op het pruimen van patiënten moet extra worden gelet.
19. Patiënten, die speeksel uit de mond laten lopen moeten geregelde gereinigd worden en hebben speciale aandacht nodig.
20. Bij sommige patiënten is het gewenst om ze bezoek meteen te laten onderzoeken aangezien de bezoekers soms ongedierte bij zich hebben.
21. Bij patiënten met oogaandoeningen moet men extra voorzichtig zijn en er voor zorgen dat hun handdoeken niet door anderen word gebruikt.
22. De korstjes van de oogleden moet met warm boorwater worden verwijderd tenzij de afdelingsgeneesheer anders voorschrijft.
23. Patiënten, die onzindelijk zijn, moeten geregeld naar het privaat worden gebracht of geholpen.
24. Patiënten die lijden aan nachtelijk bedwateren moeten des avonds niet te veel vloeibaar voedsel gebruiken, bijvoorbeeld geen pap en dergelijke.
25. De afdelingsgeneesheer bepaald welke patiënten in de nacht gewekt moeten worden.
26. Bij patiënten die smeren word aanbevolen om hen geregeld een lavement (klysma of darmspoeling) te zetten, hetzij des avond alleen, hetzij 2 of meermalen per dag.
27. Wanneer de patiënten hebben gesmeerd, moeten zij worden gewassen met warm water of gebaad.
28. Bij teringlijders word de uiterste reinheid in acht genomen. Vooral de sputa moeten worden ontsmet en de kamer waarin de patiënten zich bevind moet regelmatig worden gereinigd.
29. Bij wonden of andere afwijkingen van de huid, zoals furunkels (steenpuist) worden door de toepassing van de regelen der wondbehandeling, dus in de eerste plaats door reinheid, het optreden van complicaties voorkomen, zoals bijvoorbeeld Erysipelas.
30. Bij lijders aan buiktyfus word ook de strengste reinheid in acht genomen en de ontlasting nauwkeurig ontsmet.
31. Het lijf- en beddengoed van dergelijke lijders moet in de ontsmettingsoven worden ontsmet.
32. In alle gevallen door de afdelingsgeneesheer aan te wijzen, moet ontsmetting worden toegepast.
33. Wanneer patiënten overleden zijn, moet den afdelingsgeneesheer gevraagd worden of ontsmetting nodig is.
34. Het aanleggen van verbanden moet steeds in de verbandkamer plaatsvinden, behoudens nadere bepalingen van de de afdelingsgeneesheer. Voor reinheid wordt nauwkeurig gezorgd en erop toegezien dat de patiënt zich geen schade kan toebrengen met de daar aanwezige instrumenten of verbandmiddelen of deze kan meenemen.
Alleen zuster die op de hoogte zijn van de wondbehandeling mogen bij operatiën en het aanleggen van verband hulp verlenen.
35. Bij patiënten die zichzelf verwonden, bijvoorbeeld de huid stuk krabben, is speciaal toezicht nodig.
36. Bij patiënten die lijden aan erysipelas is zeer nauwkeurig toezicht nodig. Deze patiënten moeten verwijderd van andere patiënten worden verpleegd, terwijl bed- en lijflinnen moet worden ontsmet.
37. Patiënten, die bij opname blijken te lijden aan besmettelijk hoofdzeer, schurft en dergelijke moeten onder speciaal toezicht worden gesteld.
38. Nauwkeurig toezicht wordt uitgeoefend dat het hoofddeksel van lijders aan besmettelijk hoofdzeer niet door anderen word gedragen en het lijf- en beddengoed van schurftlijders niet door anderen word gebruikt.
39. Wanneer een patiënt in de barak voor besmettelijke zieken word verpleegd, moet voor streng isolement worden gezorgd. Ieder contact met de zusters van die afdeling moet worden vermeden en alle voorwerpen die daar gebruikt worden moeten nauwkeurig worden ontsmet.
40. De zusters en broeder dienen van de inrichting van de desinfectie-oven op de hoogte te zijn, met name moeten zij weten aan welke zijde de te ontsmetten voorwerpen moeten worden ingebracht. Door van deze regel af te wijken zou juist besmetting kunnen optreden.

06-6 De maaltijden.



01. in de gemeenschappelijke eetzaal zijn orde, reinheid en regelmaat de eerste vereisten.
02. Er moet streng op worden toegezien dat de patiënten op tijd aan tafel gaan.
03. Het geheel behoort een gezellig en huiselijk aanzien te hebben.
04. De patiënten behoren voor zij aan tafel gaan behoorlijk te zijn gereinigd en gekleed.
05. Voordat patiënten aan tafel gaan moet alles klaar zijn.
06. Alles moet smakelijk en net worden opgedist.
07. Er moet op worden toegezien dat de patiënten niet te veel tegelijk krijgen opgediend. Dit geeft een onsmakelijk aan zien en het is bovendien gewenst is dat de patiënten opeten wat ze krijgen opgediend.
08. Er moet streng op worden toegezien dat de patiënten vóór de aanvang van de maaltijd niet beginnen te eten.
09. Het vlees, vooral voor hulpbehoevende cliënten, dient goed gesneden te zijn zonder botjes en pezen.
10. Vóór de aanvang der maaltijden moet de patiënt de gelegenheid worden gegeven te bidden en word het voorgeschreven tafelgebed gedaan.
11. Iedere patiënt heeft zijn eigen vooraf bepaalde plaats.
12. De patiënten worden zodanig verdeeld, dat zij niet storend voor elkaar zijn.
13. Patiënten, die speciaal toezicht nodig hebben, worden voor zover nodig aan aparte tafeltjes gezet.
14. Het laatst geldt vooral voor patiënten die lastig zijn voor hun omgeving en/of door hun ongemanierdheid of onsmakelijk eten aanstoot geven.
15. Op patiënten, die de neiging hebben om het eten van hun medepatiënten weg te nemen, met extra worden gelet.
16. De hoofdleiding van de tafel berust bij de 1e verpleegster of 1e verpleger. Aan de overige zusters en broeders wordt de leiding over één of meerdere tafels opgedragen.
17. Het eten wordt snel opgediend, zodat het niet koud word. Ook wordt er op toegezien dat het niet et warm is.
18. Er moet streng op worden toegezien dat de patiënten voldoende tijd hebben om te eten.
19. Vele patiënten, bijvoorbeeld toevallijders (epileptici) hebben de gewoonte om te slikken in plaats van het te kauwen. Hierop moet worden gelet.
20. Vele lijders, bijv in het herstellingstijdperk of die aan dementia lijden, eten overmatig. Hier moet voor gewaakt worden.
21. Sommige lijders, bijv aan dementia paralytica, proppen hun mond vol met eten zonder te slikken en kunnen dientengevolge stikken. Hierop moet worden toegezien.
22. Andere lijders bijv. aan melancholica eten uiterst langzaam en verdragen slechts geringe hoeveelheden. Deze patiënten krijgen dus niet te veel opgediend. Angstuitvallen en aanvallen van razernij zouden anders kunnen optreden.
23. Lijders aan manie gunnen zich dikwijls ten gevolge van hun toestand en de bestaande onrust geen tijd om te eten of te slikken het eten zonder te kauwen door.
24. Lijders aan dementia paralytica lijden dikwerf aan slikstoornissen en de daaruit voorspruitende gevolgen, met name longontsteking en stikkingsgevaar.
25. In bovenstaande gevallen is vloeibaar voedsel dikwijls de aangewezen maatregel, wat alleen op voorschrift van de afdelingsgeneesheer gebeurt.
26. Lijders aan waanzin en soms ook aan zwaarmoedigheid en aan andere vormen van krankzinnigheid, weigeren onder den invloed der hen beheersende waandenkbeelden soms bepaald voedsel maar gebruiken daarentegen andere spijzen wel.
27. Patiënten aan verwardheid en lijders spugen het eten vaak uit, omdat zij het begrip van voedsel
te gebruiken missen. Dergelijke lijders worden meestal te bed verpleegd en gevoerd.
28. Sommige patiënten willen zich door de ene zuster wel en door de andere zuster niet laten voeren. Hiermee word geen rekening gehouden.
29. Patiënten aan hysterie weigeren dikwijls voedsel. In deze gevallen geldt als regel dat men geen eten opdringt en niet te veel notitie van de patiënt neemt.
30. Bij tijdelijke verpleging in een afzonderingskamer en het neerzetten van voedsel beginnen de patiënten dan gelijk al te eten.
31. Evenals bij lijders aan dementia paralytica zij men voorzichtig bij toevallijders (epileptici)
32. Wanneer deze patiënten gedurende de maaltijden een toeval krijgen word om verstikking te voorkomen het hoofd opzij gehouden en de mond gereinigd.
33. De patiënten mogen zich niet van tafel verwijderen voordat is gedankt.
34. Er word streng op toegezien dat patiënten niks meenemen van tafel.
35. Het tafelgereedschap moet worden geteld, om er zeker van te zijn dat alles aanwezig is.
36. Het overgebleven eten word teruggebracht naar de keuken.
37. Er word ten strengste op toegezien dat geen eten word achtergehouden.
38. Na het eten word de patiënten de gelegenheid gegeven om zich in de tuin te verpozen.
39. Van alle klachten en opmerkingen word de afdelingsgeneesheer in kennis gesteld.

06-7 Tafelgebed voor de maaltijd

Op de afdelingen:
Onze Vader, die in de hemelen zijt, Uw naam worde geheiligd, Uw Koninkrijk kome, Uw wil geschiede, gelijk in den hemel alzo ook op aarde; geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren; leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze, want U is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid tot in eeuwigheid. Amen.

Op de idioten-afdeling


Heere zegen deze spijs en drank, Amen.

06-8 Tafelgebed na den maaltijd

Op de afdelingen:
Barmhartige God en Vader, wij danken U van harte voor de vervulling onzer tijdelijke behoeften. Sterk er ons door tot tevredenheid en een diep gevoel onzer afhankelijkheid van U. Leer ons Uw wil steeds beter volbrengen en werkzaam op Uw Vaderzegen wachten. Amen.

Op de idioten-afdeling


Heere, wij danken U voor deze spijs en drank, Amen.
06-9 Nachtverblijven

1. De nachtverblijven moeten op den dag worden geventileerd en afgesloten te zijn.


2. Patiënten die op den dag te bed liggen mogen niet op de nachtverblijven liggen, maar moeten op de ziekenafdeling geplaatst worden.
3. De patiënten moeten zich des avond onder toezicht gemeenschappelijk naar de slaapzaal begeven.
4. Er word voor gezorgd dat er niemand achter blijft.
5. Er word op toegezien dat de patiënten zich behoorlijk ontkleden en hun kleren opvouwen en neerleggen.
6. Door de zusters en broeders worden de kleren nagekeken en er word voor gezorgd dat ze worden gereinigd en geborsteld en waar nodig vervangen.
7. Kleren die stuk zijn moeten direct worden gerepareerd.
8. Er moet streng op worden toegezien dat patiënten niet in het bezit zijn van verboden en vooral gevaarlijke voorwerpen.
9. Aan de patiënten moet de gelegenheid worden gegeven om te bidden.
10. Er word voor gezorgd dat de patiënten zo worden geplaatst dat ze niet storend zijn voor elkaar.
11. Lijders die speciaal toezicht nodig hebben, bijvoorbeeld onzindelijken, tijdelijk opgewekten en dergelijke, moeten zodanig worden geplaatst dat dit toezicht naar behoren kan worden uitgeoefend.
12. Lijders die onzindelijk zijn, moeten, zoals reeds te voren vermeld, in de daarvoor aangewezen gevallen worden gewekt. In andere gevallen moet het nachtelijk bedwateren voorkomen worden door patiënten op een zijde en niet op den rug te laten liggen of door het voeteneinde enigszins hoger te plaatsen dan het hoofdeinde.
13. Zodra de patiënten zich te bed bevinden en de verpleegster of verpleger hun “goeden nacht” heeft gewenst, moet rust heersen en mogen geen onderlinge gesprekken meer worden gevoerd.
14. Gedurende de nacht moet voor de nodige ventilatie worden gezorgd.
15. ’s Morgens moeten de patiënten worden gewekt en moeten zij opstaan.
16. Uitdrukkelijk is het verboden dat patiënten voor die tijd het bed verlaten, ook niet om werkzaamheden voor zusters of broeders te verrichten.
17. Ter bevordering van orde en regelmaat wenst de zuster of broeder die hen wekt de patiënten “goeden morgen” en ziet er op toe dat zij zo snel mogelijk opstaan.
18. Er wordt op toegezien dat de patiënten zich behoorlijk wassen, kammen, het haar opmaken en aankleden.
19. Patiënten die hulp behoeven moeten worden geholpen.
20. Speciaal toezicht word uitgeoefend op slordige patiënten die meermalen kledingstukken uitlaten of verkeerd aantrekken.
21. Nadat de patiënten de slaapzalen hebben verlaten, word er flink gelucht door de ramen open te zetten.
22. De bedden moeten goed worden afgehaald, flink gelucht en niet terstond worden opgemaakt.
23. Teneinde de ventilatie der matrassen te bevorderen, worden deze overeind gezet.
24. Er wordt nauwkeurig op toegezien of bedden onrein zijn en hiervan word melding gedaan.
25. Wanneer de hoofdkussens of beddenlakens vuil zijn, is dit een bewijs dat de hoofden en voeten niet behoorlijk gewassen zijn.
26. De waterpotten, en wastafels moeten nauwkeurig worden gereinigd en de gehele zaal moet aan kant worden gemaakt.
27. Tegen waterverspilling word ten strengste gewaakt en er word voor gezorgd dat de kranen der waterleiding goed worden afgesloten en niet lekken.
28. Er wordt streng op toegezien dat de bedden behoorlijk zijn opgemaakt, dus zoveel mogelijk uniform zijn en dat zich alles op zijn plaats bevind.
29. Wanneer de slaapkamers in orde zijn, moeten deze worden afgesloten en een voldoend aantal vensters open blijven.
1   2   3   4   5

  • 04 De isoleerkamer
  • 05 De isoleercel
  • 06 Het verblijf op de afdelingen

  • Dovnload 314.29 Kb.