Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


01: Voorwoord

Dovnload 314.29 Kb.

01: Voorwoord



Pagina4/5
Datum05.12.2018
Grootte314.29 Kb.

Dovnload 314.29 Kb.
1   2   3   4   5

21 Maatregelen bij ophanging, wurging en dergelijke Ongevallen.

1. Eerst de oorzaak van het niet-toetreden van lucht naar de longen direct opheffen door bijvoorbeeld bij ophanging onmiddellijk de strop door te snijden en er daarbij voor zorgen dat het lichaam niet naar beneden valt.


2. Is er geen voorwerp aanwezig om de strop door te Snijden of op een andere manier los te krijgen, hou dan de patiënt omhoog, probeer de strop losser te maken en roep hulp in.
3. De kunstmatige ademhaling wordt direct toegepast indien de ademhaling is opgehouden.

22 Maatregelen bij vergifting (vergiftiging)

1. Het middel waarmee de patiënt zich heeft geprobeerd te vergiftigen word bewaard evenals het braaksel en anderszins, zodat de geneesheer zich zo spoedig mogelijk kan overtuigen, wat de oorzaak is van het ongeval.


2. Verder word de komst van de afdelingsgeneesheer afgewacht.
3. Bij dorst word de lijder melk toegediend.
4. Overigens word zo min mogelijk ingegrepen, daar een geneesheer toch steeds aanwezig is en het ingrijpen door onkundigen in plaats van gunstig juist schadelijk kan werken.

23 Maatregelen bij bevriezing.

1. De patiënt worde naar een onverwarmde kamer gebracht.


2. Het lichaam word gewreven met sneeuw of met natte doeken tot de ledematen hun normale lenigheid weer terug hebben gekregen.
3. De kunstmatige ademhaling wordt toegepast.

24 Maatregelen te nemen bij het in brand vliegen van kleding

1. De patiënt wordt onmiddellijk op de grond gelegd en in een wollen deken gewikkeld of een tafelkleed of een dergelijk voorwerp om de lucht af te sluiten en zodoende de vlammen te doven.


2. Daarna wordt de patiënt met water overgoten.
3. Direct wordt ook de afdelingsgeneesheer gewaarschuwd.
4. Bij het doven van brandende kleding moet je er op letten dat de eigen kleding geen vlam vat.
5. Steeds moet er op gelet worden dat elke vorm van luchttrek (luchtbeweging, tocht) bijvoorbeeld veroorzaakt door het langslopen, word vermeden, omdat hierdoor de vlam wordt aangewakkerd.

25 Maatregelen bij zonnesteek.

1. De patiënt worde op een koele schaduwrijke plaats gebracht.


2. Knellende kledingstukken, vooral aan de hals, worden losgemaakt.
3. Het bovenlichaam, met name het hoofd, wordt omhoog gelegd.
4. Het lichaam, speciaal het hoofd, wordt met koud water bevochtigd.
5. Het gebruik van prikkelende middelen is verboden.

26 Maatregelen bij ernstige verwondingen.

1. De bloeding wordt gestelpt door druk uit te oefenen op het bloedende vat in de wond of boven de wond, op de toevoerende slagader. Dus juister uitgedrukt, tussen de wond en het hart.


2. Hierbij worden zoveel mogelijk de regels der wondbehandeling in acht genomen.
3. Voor druk komen ontvette watten het eerst in aanmerking; bij afwezigheid van alle verbandmiddelen vingerdruk.
4. Bij doordringende wonden, bijv. in borst en buik, waardoor bijv. ingewanden naar buiten kunnen komen, wordt op die plaats een zachte gelijkmatige druk uitgeoefend, liefst met ontvette Watten.
5. Met het oog op beenbreuken, ontwrichtingen en dergelijke wordt er voor gezorgd dat de ledematen zoveel mogelijk de normale houding blijven innemen of in die houding worden gebracht, zodat geen samengestelde beenbreuken of dergelijke optreden.

27 Maatregelen bij ongevallen zonder bekende oorzaak.

1. Bij en bewustzijnsstoornis gepaard met roodheid van het gelaat wordt het hoofd afgekoeld en omhoog gelegd.


2. Bij een bleek gelaat wordt het hoofd omlaag gelegd. 3.
Bij afwezigheid van ademhaling, wordt de kunstmatige ademhaling toegepast. 4.
Bij afwezigheid van hartwerking (te constateren door het leggen van het oor op de hartstreek, waarbij men ervoor zorgt, dat de eigen harttonen niet met die van de lijder worden verward) gehouden) wordt de hartwerking bevorderd, bijv. door met een natten doek op de hartstreek te slaan.
5. Verder wordt, net als bij de hiervoor genoemde ongevallen, de komst van de afdelingsgeneesheer afgewacht.


28 Het waarnemen der patiënten

1. De verpleegsters en verplegers moeten nauwkeurig de verschijnselen leren waarnemen die de patiënt vertoont,


-a. om de afdelingsgeneesheer de gewenste inlichtingen te verstrekken;
-b. om de patiënt te leren kennen, zich op de hoogte te stellen van zijn innerlijken toestand en zich daarin te kunnen verplaatsen, teneinde zijn vertrouwen te winnen en hem in de gewenste richting te kunnen leiden;
-c. Om ongevallen te voorkomen, daar in vele gevallen een patiënt gevaarlijk is voor zichzelf en zijn omgeving.

2. Alleen feiten, dus geen meningen mogen worden medegedeeld. Het verplegend personeel is niet in staat om een diagnose te stellen, aangezien hiervoor bij hun de nodige kennis ontbreekt.

3. Hetgeen wordt waargenomen, moet juist worden medegedeeld, zo bijv. woordelijk wat een patiënt vertelt. De verpleegster en verpleger moeten zijn objectief en niet subjectief.

4. De verpleegster en verpleger moeten zich dus oefenen in goed waarnemen zowel als juist weergeven.

5. De zuster en broeder kunnen zich hierin oefenen, door het maken van zogenaamde rapporten, behelzende een relaas van hetgeen gedurende de tijd waarover dit rapport gaat is voorgevallen.

6. Alle verschijnselen, met name alle afwijkingen, kunnen van belang zijn en moeten worden gerelateerd.

7. De verschijnselen kunnen worden verdeeld in 2 groepen:
A. Naarmate zij de geestestoestand in de engere zin des woords betreffen.
B. Naarmate zij de algemene lichaamstoestand betreffen.

De eerste wordt dikwijls met den naam van geestelijke en de laatste met dien van lichamelijke verschijnselen bestempeld, wat onjuist is, daar beide groepen van verschijnselen uitingen zijn van lichamelijke afwijkingen, in het eerste geval speciaal der hersenen.

8. Ad A. Teneinde een overzicht te geven der psychische afwijkingen, worden op de pagina’s hierna de meest voorkomende vormen van krankzinnigheid in korte trekken beschreven.

9. Ad B. Daarna zal dit overzicht doorgaan met o.a. de Algemene toestand



28-01 Melancholie (zwaarmoedigheid)

Bij deze ziekte voelen de lijders zich gedrukt, zijn droefgeestig en kleinmoedig, traag en langzaam in denken en handelen, veelal angstig.


Zij zien alles donker in, lijden aan zelfbeschuldiging, zelfonderschatting en kleinheidswaan.
Zij verkeren bijv. in de waan, dat zij arm, naakt, tot niets in staat zijn, onwaardig om te midden van andere mensen te verkeren en tal van doodzonden te hebben bedreven, waarvoor zij eeuwig in de hel of het vagevuur moeten boeten.
Sommigen verkeren in de waan, dat zij door de duivel bezeten of in een hond of ander dier veranderd zijn; anderen wanen, in de ziekelijke mening kwaad te hebben gedaan, dat zij vervolgd worden. Zij verkeren bijv. voortdurend in angstige spanning, dat zij gehaald zullen worden, om naar de gevangenis te worden gebracht, op het schavot te worden gevonnist en dergelijke. Vooral bij ondoelmatige verpleging treden hevige aanvallen van angst of razernij op, waarin zij gevaarlijk voor hun omgeving zijn.
Zucht tot zelfmoord treedt veelvuldig op de voorgrond, zelfverminking wordt niet zelden waargenomen, voedselweigering en slapeloosheid komen dikwijls voor; sommige lijders liggen te bed als in doodslaap. De gelaatstrekken zijn strak en onbeweeglijk, handen en voeten dikwijls blauw, ten gevolge van slechte bloedsomloop, de stofwisseling is vertraagd, het gelaat bleek, het lichaam vermagerd. Patiënten lijden aan obstipatie en hebben weinig eetlust. Zij spreken uiterst langzaam, zacht, dikwijls onverstaanbaar. Meermalen spreken patiënten in geen weken of maanden. Bij de onbeweeglijke vorm zijn de patiënten gelijk een standbeeld gelijk en staan uren onbeweeglijk.

Bij de rustige of eenvoudige vorm - de lichtste graad - zijn de patiënten passief, tonen geen neiging tot initiatief en voeren niets uit. Zij gevoelen zich dikwerf als gebonden aan handen en voeten, niet in staat te denken.Hun gedachten staan volgens hun uitdrukking stil.


Deze lijders worden ten onrechte met de naam van wilszwakken bestempeld; van een ziekte van de wil kan toch niet gesproken worden. Sommigen van deze lijders laten zich leiden, anderen bieden daarentegen, als men hen helpen wil, bijv. voeden, kleden en dergelijke, passieve weerstand.

Bij den angstige vorm treedt het angstgevoel op de voorgrond en draagt het uiterlijk hiervan het kenmerk.

Bij de geagiteerde vorm zijn de patiënten het beeld van wanhoop en vertwijfeling, jammeren en weeklagen en herhalen voortdurend dezelfde woorden of zinnen.

28-02 Manie (dolheid).

Deze vorm van krankzinnigheid is het tegenovergestelde van de voorafgaande. De lijders zijn meestal vrolijk gestemd, overbewegelijk, snel in hun handelen, zien alles luchtig in, springen in hun redeneringen van de hak op de tak, vertonen een verhoogd zelfgevoel, verkeren dikwijls in de waan dat zij rijk, groot en machtig zijn. Terwijl deze patiënten, afgezien van de sterkste graden, in een doelmatige omgeving, bijv. in een krankzinnigengesticht, een zekere mate van vrijheid kunnen genieten, kan hiervan in de gewone samenleving geen sprake zijn, wegens hun ongebondenheid en neiging tot excessen, waardoor zij in conflict komen met de samenleving. In de eerste tijdperken laat de gezondheid niets te wensen over, later volgt dikwijls een tijdperk van uitputting. Bij deze lijders zijn veelal waarheid en verdichtsel (fabel, kletspraat of leugenverhaal) dooreengemengd, bestaat een ziekelijk verhoogde fantasie, een verschijnsel, dat niet ten onrechte met de naam van ziekelijke leugenzucht wordt bestempeld. Zij zijn spraakzaam, luidruchtig, dansen, springen en zingen, of scheuren, vernielen en smeren, al naar gelang de graad van hun lijden.

In de sterkste graden eten de patiënten hun eigen faeces en drinken hun urine en beschouwen deze, vervuld als zij zijn van lust gewaarwordingen, als de heerlijkste lekkernij.

In de lichte graden zijn deze patiënten dikwijls erotisch gestemd en kleden zich op opvallende wijze. Zij zijn uitgelaten vrolijk, geestig, gevat, vrij en vrijpostig, wekken door hun snaakse invallen dikwijls de lachlust van hun omgeving op. Anderen maken hun omgeving tot een mikpunt van spot en satire, of trachten op andere wijze twist en tweedracht te zaaien, waardoor zij dikwijls storend voor hun omgeving zijn. Als zijn op hun gedrag worden aangesproken trachten zij hun handelingen door het verdraaien der waarheid te vergoelijken. Deze patiënten zijn voortdurend bezig, zonder echter veel tot stand te brengen. In de lichtere graden maken zij niet zelden verzen, reciteren, houden voordrachten en maken voortdurend allerlei plannen, zonder deze uit te voeren.

In de sterkere graden zijn zij dikwijls ongekuist (ongeremd) in woorden en uitdrukkingen. In de sterkste graden springen zij schakels in hun redenering over en uiten ten slotte slechts enkele zinnen, woorden of lettergrepen. Wegens hun luidruchtigheid zijn zij dikwijls schor. Het gelaat is zeer bewegelijk, evenals romp en ledematen. Deze patiënten vertonen een verminderd gevoel van verzadiging, van pijn en dergelijke. De stemming kan plotseling omslaan en een aanval van razernij optreden, wanneer deze patiënten in strijd handelen met de huisorde en daarom in hun vrijheid moeten worden beperkt.

Een eigenaardig beeld vertonen de lijders aan chronische manie, de z. g. gekzinnigen. Deze lijders zijn vrolijk gestemd, bewegelijk, potsierlijk in hunne uitdrukkingen en kleding. Veelal zijn zij, volgens het oordeel der leken, niet krankzinnig maar spelen daarvoor. Van simulatie is hier echter geen sprake.



28-03 Insania cyclica (cyclische krankzinnigheid)

Bij deze ziekte treden melancholie en manie aanvalsgewijze op en worden deze in de meeste gevallen door een tijdperk van relatieve gezondheid gescheiden.

De duur der verschillende tijdperken kan in hoge mate verschillen; in het maniakale tijdperk zijn de patiënten dikwijls zeer lastig voor hun omgeving, wegens hun raisonneren (argumenteren), queruleren (ongegrond klagen, klagen om te klagen), neiging tot opruien en de bestaande ziekelijke prikkelbaarheid.

Door hun stelselmatige ontevredenheid met alles en iedereen oefenen deze lijders een hoogst ongunstige invloed uit op hun omgeving. Opmerkelijk is dat deze lijders in het maniakale tijdperk veelal in den waan verkeren dat zij volkomen gezond zijn terwijl hun omgeving hen daarentegen als krankzinnig beschouwt. Gedurende het melancholische tijdperk zien de patiënten zich in de regel als ernstig ziek maar beoordeeld de omgeving hen als normaal.



28-04 Insania neurasthenica (neurasthenische krankzinnigheid)

Bij de lijders aan deze ziekte, welke zich op verschillende wijze kan openbaren, gaat aan de eigenlijke krankzinnigheid een korter of langer durend tijdperk van neurasthenie of zenuwzwakte vooraf. Deze lijders zijn overgevoelig, reageren sterk op allerlei prikkels, bijv. op zintuigelijke, lichamelijke of geestelijke inspanning of gemoedsindrukken. Zij zijn veelal gedeprimeerd, lijden dikwijls aan angsttoestanden, bijv. in de bekenden vorm van plaats- of hoogte-angst, vertonen dikwijls een labiele stemming, zijn prikkelbaar, lijden aan zenuwpijnen en andere gevoelsstoornissen, nerveuse digestie- en circulatiestoornissen.

Bij deze lijders worden zogenaamde idiosyncrasieën (karaktertrek , typische eigenschap, symptoom) niet zelden aangetroffen; Zo kunnen zij bijv. bepaalde geuren niet verdragen en reageren hierop hevig. Sommigen zijn niet in staat zich te bewegen en liggen de gehele dag te bed, anderen kunnen niet de minste herseninspanning verdragen. Deze lijders voelen dikwijls behoefte aan verdovende of prikkelende middelen, prikkelen hun verbeeldingskracht of hebben behoefte aan emotie, terwijl anderen op seksueel gebied de meest verschillende afwijkingen vertonen. In de regel voelen deze patiënten zich des morgens zeer ziek en tegen den avond wat beter. In de lichtere graden kunnen deze lijders gedurende kortere of langere tijd hun maatschappelijke plichten vervullen, zelfs zich buitengewoon inspannen; na dit tijdperk van zogenaamde prikkelbaarheid volgt er dan één van zwakte, waarin bovengenoemde verschijnselen sterker op de voorgrond treden.

Als onderdeel van deze vorm is de hypochondrie te beschouwen, bij welké ziekte de patiënten bij de minste lichaamsstoornis in de waan verkeren dat zij ernstig ziek zijn, omdat zij de verschijnselen, die bij die ziekte optreden, sterker voelen dan normale mensen. Door dit ziektegevoel beheerst, verbeelden de patiënten zich, dat zij allerlei kwalen hebben, zij voelen het hart stilstaan, de maagzweer rijpen, de ruggenmergstering zich over de zenuwwortels uitbreiden, de hersenen verweken en dergelijke meer. Zij zijn m.a.w. virtuozen op hun gevoel. Onder de invloed van hun ziekelijke verbeelding zijn zij gedrukt, angstig, gaan geheel in hun ziekte op, zoeken hun toevlucht bij specialiteiten en kwakzalvers, onderzoeken zichzelf voortdurend en dergelijke meer. Zij zijn in den regel mager en bleek, lijden dikwijls aan maagstoornissen, veelal aan trage stoelgang, vrezen de dood en doen toch soms poging tot zelfmoord, om zich aan hun lijden te onttrekken.

Op de bodem van neurasthenie ontwikkelt zich niet zelden twijfelangst en smetangst, waarbij de lijders voortdurend angstig zijn, omdat zij in twijfel verkeren of zij de deur, de gaskraan en dergelijke hebben gesloten, het vuur opgerakeld, zich niet verschreven hebben en dergelijke meer en of zij zich besmet hebben door het aanraken van een of ander voorwerp, bijv. lucifers, geldstukken, deurknoppen en dergelijke. Beroepskrampen, zoals pianokramp, schrijfkramp en dergelijke treden veelal op neurasthenische bodem op.

Terwijl bij insania moralis het gelaat onbetekenend is, is dit bij de neurasthenie vol uitdrukking, een gevolg van de op den voorgrond tredende gemoedsuitingen.



28-05 Idiotie en Imbecilitas

Bij deze lijders bestaat een aangeboren gebrekkige ontwikkeling der verstandelijke vermogens centraal. In de sterkste graden van idiotie vertonen zij geen spoor van enige verstandelijke ontwikkeling, zijn niet in staat om te spreken, stoten slechts enkele dierlijke geluiden uit, kunnen niet lopen of zich bewegen, moeten in alles geholpen worden en zijn onzindelijk.

De lichtste graden van imbecilitas zijn soms pas na een nauwkeurig onderzoek te onderscheiden, vooral wanneer patiënten een goede opvoeding hebben gehad.

Bij deze lijders bestaat dikwijls een zogenaamd eenzijdig talent, een ontwikkeling in een bepaalde richting. Zoo kunnen de patiënten bijv. goed rekenen, uitstekend data onthouden, bezitten muzikale aanleg of dergelijke.

Sommige patiënten vertonen zogenaamde misdadige neigingen, bijv. lust tot stelen, zucht tot brandstichting, neiging tot zelfmoord of anderszins. Velen zijn uitstekende werkers en laten zich onder gunstige omstandigheden goed leiden. Veelal zijn naast de verschijnselen van zwakzinnigheid lichamelijke misvormingen aanwezig, bijv. onregelmatige schedel, afwijkingen van oren, eenzijdige verlamming of anderszins. Bovendien treden dikwijls andere psychische stoornissen op. Deze verschijnselen zijn eveneens het gevolg der gebrekkige ontwikkeling van de hersenen.

28-06 Insania Moralis (morele idiotie)

Bij deze ziekte ontbreken vooral de hogere, zedelijke, ethische en esthetische gevoelens, met name de altruïstische. De lijders gevoelen geen liefde, vriendschap, medegevoel, schaamtegevoel, schuldgevoel.

De gevoelens van lagere orde zijn veelal net zo gering ontwikkeld. De lijders vertonen geen voorkeur, eten bijv. het onsmakelijkste voedsel. Geleid door hun lagere behoeften, maken zij zich dikwijls aan onmaatschappelijke handelingen schuldig, bijv. aan perverse seksuele handelingen. Zij zijn lui en niet waarheidlievend. Wegens het ontbreken van gevoelsuitingen is het gelaat zonder veel uitdrukking. Het merendeel van deze lijders is van beperkte verstandelijke ontwikkeling.

Uit het bovenstaande blijkt, dat deze lijders gevoegelijk met de naam van zedelijke idioten kunnen bestempeld worden.



28-07 Insania impulsiva (dwangzin)

Lijders aan deze ziekte worden beheerst door zogenaamde dwanggedachten. Dat zijn invallende gedachten zoals die bij ieder mens optreden. Bij deze lijders gaan zij echter, in tegenstelling met die bij normale mensen, gepaard met sterke gemoedsaandoeningen die of tot handelingen leiden, of bij de lijders de vrees opwekken, dat zij niet in staat zullen zijn aan die dwanggedachte weerstand te bieden.

Zo treedt bij de lijder bijv. de gedachte op om een vloek te uiten en ontstaat bij hem of de vrees dat hij aan die gedachte geen weerstand kan bieden, of uit hij werkelijk die vloek. In het laatste geval wordt de dwanggedachte tot dwanghandeling. Sommige lijders voelen zich, als gevolg van de hen beheersende dwanggedachten, genoodzaakt alle voorwerpen te tellen of te betasten, weer anderen bepaalde bewegingen, die zij zien, na te doen

In de sterkere graden worden misdadige handelingen worden, bijv. brandstichten, stelen, moorden en dergelijke. Deze lijders beschouwen zich als krank van geest, omdat de dwanggedachten in tegenstelling met hun gewone denken een vreemde inhoud hebben.

Zulke patiënten komen betrekkelijk zelden in de krankzinnigengestichten, behalve in de gevallen waarin zij wegens het bedrijven van het een of ander feit met de strafrechter in aanraking komen. In het verloop van verschillende psychosen, zoals neurasthenie en melancholie, treden echter dikwijls dwang voorstellingen op.

28-08 Paranoia, Vecordia (waanzin)

Bij deze psychose is ziekelijke eigenzinnigheid een kenmerkende karaktertrek. De patiënten worden beheerst door zieke ideeën, zogenaamde waandenkbeelden, die zich meer en meer vestigen en waaruit zich op den duur een waanstelsel ontwikkelt dat de lijder geheel beheerst.

Deze lijders zien in een onbetekenend woord of gebaar, oftewel de normale dingen die een mens opvallen, de onmiskenbare bewijzen van de waan die hen beheerst. De waanideeën verschillen naar de tijd waarin de patiënten leven, hun ontwikkeling en hun persoonlijkheid. Naar de inhoud der waanideeën worden verschillende vormen worden onderscheiden:
- Liefdeswaanzin, waarin de liefde der lijders zich zelfs op een levenloos voorwerp, bijv. een standbeeld kan vestigen.
- Godsdienstwaanzin, waarin de lijder in de waan verkeert, dat hij een goddelijk persoon is.
- Vervolgingswaanzin, waarin de lijder in de waan verkeert dat hij door vijanden wordt omringd en vervolgd en waarin de patiënt niet zelden agressief optreedt en vervolgde vervolger wordt. Waar de lijder aan melancholie meent vervolgt te worden wegens zonden en tekortkomingen, ontbreekt bij de lijder aan vervolgingswaan deze zelfbeschuldingingswaan
- Querulantenwaanzin, waarin de lijder in de waan verkeerd dat hem onrecht is aangedaan, zich hierdoor geheel laat beheersen en alles opoffert om zijn vermeend recht te zoeken en daardoor zichzelf en zijn gezin dikwijls te gronde richt
- Grootheidswaanzin, waarin de lijder bijv. in den waan verkeert, dat hij koning of keizer is.

Bij het merendeel van deze lijders bestaat reeds in de jeugd een eigenaardige karaktertrek die zich geleidelijk in een ziekelijke richting ontwikkelt. Zo is de lijder aan liefdeswaanzin verliefd van aard, aan godsdienstwaanzin dweepziek, aan vervolgingswaanzin achterdochtig, aan grootheidswaanzin hoogmoedig. De jaloersheidswaanzin ontwikkelt zich bij ijverzuchtige mensen. Bij de hypochondrische waanzin berusten de waandenkbeelden op gevoelsillusies, bij de hallucinatoire vorm van waanzin op zinsbegoochelingen.

In het eerste geval meent patiënt, bijv. wanneer hij snijdende pijn in den buik waarneemt, of borende pijnen in de beenderen, dat zijn vervolgers hem met messen in den buik steken of dat zij het merg uit de beenderen zuigen. De aanwezigheid van hallucinaties openbaart zich door verschillende verschijnselen, bijv. dat de lijder in het ledige grijpt, plotseling heftig uitvaart of naar een bepaalde richting ziet, zonder dat zich daar iemand bevindt bij gezichtshallucinaties. De oren dichtstopt bij gehoor hallucinatie. Zijn neus voortdurend snuit bij reukhallucinaties. De keel schraapt en daarna spuwt bij smaakhallucinaties en dergelijke.

De patiënten, die lijdende zijn aan waanzin, spreken dikwijls onder de invloed van de hun er beheersende waandenkbeelden een eigene taal, schijnbaar wartaal. Door voortdurende omgang met dergelijke lijders kan men hun taal soms leren verstaan of begrijpen. Bij lange duur der ziekte draagt het uiterlijk, de stem en gebaren, kortom de gehele persoonlijkheid het kenmerk van de waanzin. Dit springt vooral bij de hoogheidswaanzin onmiddellijk in het oog. In de strijd des levens leren dergelijke lijders vaak hun ziekelijke denkbeelden te verbergen, of, zoals de kunstterm luidt, dissimuleren. Deze patiënten maken dan op leken de indruk van normale mensen.

In de krankzinnigengestichten komen dergelijke gevallen veelvuldig voor.

28-09 Amentia (verwardheid)

De lijders aan deze ziekte zijn verward, gedesoriënteerd in tijd, plaats, omgeving en eigen persoon en onsamenhangend in hun redeneringen. Zij verwarren bijv. dag en nacht, weten niet waar zij zich bevinden, herkennen hun eigen familie niet en kunnen zich geen begrip vormen van hun eigen toestand. Zij weten bijv. niet of zij levend of dood zijn. Persoons- en voorwerpsverwisseling komt in de regel voor. Meestal heeft de persoon, die zij voor een ander aanzien, met deze een zekere gelijkenis. De stemming is bij deze patiënten veelal zeer wisselend en afhankelijk van de hun beheersende voorstellingen.

Naarmate een bepaalde stemming op de voorgrond treed wordt deze ziekte onderverdeeld in de maniakale en de melancholische of stuporeuse vorm. Onder invloed van angstwekkende hallucinaties en dergelijke zijn de patiënten voor hun omgeving dikwijls gevaarlijk. Over het algemeen zijn de patiënten zeer onrustig en vertonen zij sterke gemoedsuitingen (emoties, uitbarstingen) waardoor er hoge eisen aan hun verpleging worden gesteld. Hypochondrische sensaties, paresthesieën (gevoelssensaties) en neurasthenische klachten (zenuwzwakte) zijn veelvuldig aanwezig.

Naarmate hallucinaties of illusies op de voorgrond treden onderscheidt men de hallucinatoire en illusionaire vorm van verwardheid. Soms is een bepaalde waankern aanwezig, waaromheen de wisselende waandenkbeelden zich groeperen. Het optreden van een bepaald waanstelsel als bij waanzin is echter uitgesloten.

Sterke remissies treden veelvuldig op, meermalen z.g. lucide ogenblikken van kortstondige duur, waarin patiënt zich juist bewust is van zijn toestand en zijn omgeving. De patiënten hebben veelal slechts een broksgewijze herinnering van de ziekte. Deze toestand komt dikwijls voor in het verloop of de herstellingsperiode van acuut lichamelijk lijden, met name van uitputtende ziekten, in het bijzonder besmettelijke ziekten. Gedurende het kraambed worden gevallen van amentia zeer veelvuldig waargenomen.

In de sterkste graden treden zeer ernstige lichamelijke stoornissen op, belangrijke voedingsstoornissen, krampen en andere bewegingsstoornissen, uitputting, koorts tot tot 40° en hoger, circulatiestoornissen, onvoldoende hartwerking en dergelijke. Deze gevallen hebben meestal een dodelijke afloop en worden met de naam van delirium acutum bestempeld.



28-10 Dementia (Kindsheid)

Dit lijden komt dikwijls in de gewone ziekenhuizen en in het algemeen buiten krankzinnigengestichten voor bij lijders aan de meest verschillende aandoeningen der hersenen, bijv. na een hersenberoerte, hersengezwellen, hersenverwondingen en ten gevolge van alcoholvergiftiging en dergelijke.

Bij de lijders aan deze ziekte bestaat een verkregen achteruitgang der verstandelijke vermogens, terwijl deze bij de idioten is aangeboren. Naast de verschijnselen van zwakzinnigheid zijn in de regel tal van andere verschijnselen aanwezig die met de oorzaak van het lijden in verband staan. Bij dementia na een hersenberoerte bestaat bijv. in de regel een halfzijdige verlamming van gelaat en ledematen. Deze verlamming kan volkomen of onvolkomen zijn. In het eerste geval spreekt men van paralyse, in het tweede van parese. Bij de dementia senilis of kindsheid in de engere zin des woords is het geheugen, voor pas plaatsgehad hebbende (recente) gebeurtenissen (korte termijn geheugen), in de regel verloren.

Bij deze ziekte treden veelal ook andere psychische afwijkingen op, bijv. kleinheidswaan, negatiewaan (negatie = ontkenning) en dergelijke. Wat het laatstgenoemde kenmerk betreft, ontkennen patiënten stelselmatig alles wat men hun vraagt, beweren bijv. dat zij niet geboren zijn, geen naam hebben en dergelijke.

Deze patiënten maken zich dikwijls aan onmaatschappelijke handelingen schuldig, bijv. aan onzedelijke handelingen, diefstal, brandstichting en dergelijke.

Een afzonderlijke vermelding verdient nog de secundaire dementia, dat wil zeggen: de dementie die zich als eindstadium van andere psychosen ontwikkelt. In de hoogste graden lijden deze patiënten een plantenleven, zijn onzindelijk, vraatzuchtig en hebben bij uit- en aankleden als anderszins voortdurend hulp nodig. Deze lijders vertonen in de regel nog de verschijnselen der oorspronkelijke ziekte, welke verbleekt zijn, maar waarvan nu en dan verheffingen optreden.



28-11 Dementia paralytica (hersenverlamming).

Dit is een ziekte der beschaving en hangt voor een groot deel samen met de hoge eisen die de tegenwoordige samenleving stelt. Bovenmatige inspanning van het lichaam en vooral van de geest, in combinatie met een aanhoudende inwerking van gemoedsindrukken naast misbruik van sterken drank behoren met enige andere tot de voornaamste oorzaak van dit lijden.

Dikwijls ontwikkelt zich deze ziekte in samenhang met tabes dorsalis (ruggenmergtering), waarbij naast tal van andere zenuwverschijnselen eigenaardige gangstoornissen (motorische stoornis) aanwezig zijn, die het gevolg zijn van een ruggenmerg-aandoening.

Bij beide ziekten worden bepaalde stoffelijke afwijkingen in de centraalorganen (hersenen, zenuwstelsel) aangetroffen. Eigenaardige spraakstoornissen, ongelijkheid en stijfheid der pupillen, ongelijke innervatie van gelaatshelften, trillingen van tong en mimische spieren naast karakter-anomaliën, emotieve gemoedsstemming en congestie naar het hoofd behoren tot de kenmerkende verschijnselen der paralyse en kunnen de eigenlijke ziekte korte of langere tijd voorafgaan.

Tijdelijke of blijvende verlammingen van enkele spiergroepen (monoplegiën), zoals oogverlamming, verlamming van het bovenste ooglid, schokken in den slaap, gebrek aan energie, aanhoudend inslapen (ook gedurende den arbeid), vermoeidheid bij lichamelijke en geestelijke inspanning en het werk verkeerd doen, komen naast tal van neurasthemische klachten veelvuldig voor.

Meermalen is de patiënt reeds geruime tijd vóór het optreden der eigenlijke ziekte bevreesd, dat hij krankzinnig zal worden en toont zelfs neiging tot zelfmoord. Bij het optreden der eigenlijke ziekte wordt in de regel naast een ziekelijke euforie absurde grootheidswaan waargenomen, voelt de patiënt zich overgelukkig, gezond, rijk en dergelijke meer. De patiënten spelen bijv. met hunne ontlasting, in den waan, dat die uit goud bestaat en maken er beeldjes of andere voorwerpen van, die volgens hen een grote kunstwaarde bezitten. Dikwijls treden in dit tijdperk hevige aanvallen van razernij op, waarin de patiënt hoogst gevaarlijk voor zijn omgeving is. Bovendien geeft hij zich aan tal van excessen over, bedrijft seksuele delicten, diefstal en dergelijke.

Het ziektebeeld kan overigens zeer verschillen. In plaats van den bovenbeschreven maniakale vorm, treedt bijv. de melancholische, hypochondrische of paranoïde op, of wisselen deze vormen onderling af, waarbij niet zelden hallucinaties of illusies aanwezig zijn. In al deze gevallen is een voortschrijdende zwakzinnigheid een kenmerkend verschijnsel, dat zich gewoonlijk het eerst openbaart door vergeetachtigheid speciaal voor recente gebeurtenissen.

Patiënten maken fouten bij eenvoudige rekenkundige vraagstukken, verspreken en verschrijven zich, slaan bij het lezen enige lettergrepen over of verwisselen de letters. Reeds in de aanvang zijn patiënten niet in staat om fijne bewegingen, zoals een draad in de naald steken, een knoop dichtmaken, uit te voeren. Stoornissen in den gang ontbreken nooit in de latere tijdperken. Het uiterlijk draagt evenzeer het beeld der zwakte, de gelaatstrekken zijn slap, het uiterlijk verouderd en de bewegingen onbeholpen.

Tot het beeld behoren verder de zogenaamde paralytische aanvallen, die overeenkomst vertonen met een epileptisch toeval of een hersenberoerte, of zich openbaren door het plotseling optreden van een monoplegie (éénzijdige verlamming) of spraakstoornis, van een aanval van duizeligheid, een onmacht of dergelijke.

Soms treden schijnbare verbeteringen, zogenaamde remissies op.

De dood volgt gemiddeld na 3 jaar maar kan ook na jaren optreden of binnen enkele weken of maanden. In het laatste tijdperk, dat der dementia, dat in Sommige gevallen van den aanvang af zich ontwikkelt, wordt patiënt snel geheel hulpbehoevend, is niet meer in staat zich verstaanbaar uit te drukken, dag en nacht onzindelijk, totaal verlamd, geheel wezenloos.

Bij ondoelmatige verpleging is er dikwijls sprake van voedings- of zogenaamde trofische stoornissen zoals huiduitslag met blaarvorming, beenbreukigheid, oorbloedgezwellen en Scheurbuik naast slikstoornissen, diarree, marasmus en dergelijke.

NB: Marasmus is uitdroging en uit-teren, Marasmus senilis is het afnemen der krachten cq verval bij bejaarde/oudere mensen (encyclo.com, circa 1890)

28-12 Insania epileptica (epileptische krankzinnigheid).

Deze vorm treedt op bij lijders aan vallende ziekte, waarbij de patiënten plotseling bewusteloos meervallen onder het uiten van een schreeuw en bleek worden in het gelaat, terwijl zij zich daarbij niet zelden verwonden. Daarop treden achtereenvolgens tonische en clonische convulsies op van de gehele musculatuur, vrijwel gelijktijdig en symmetrisch, eerst dus stijfkramp, daarop schokken, waarbij het gelaat blauw wordt, Schuim op den mond komt, dat dikwijls ten gevolge van bijten op de tong bloedig is gekleurd.

De pupillen zijn uiterst wijd en reageren niet op prikkels; dikwijls treedt onwillekeurige urinelozing, soms onwillekeurige ontlasting op. Aan het einde van den aanval worden de spieren slap, valt de patiënt dikwijls in slaap met snorkende ademhaling. In andere gevallen zijn de patiënten enigszins verward, mompelen onverstaanbaar in zichzelf, willen zich uitkleden en dergelijke.

Na de aanval tot bewustzijn gekomen, zijn zij min of meer suf, uiterst langzaam in hun denken en spreken moeilijk en zwaar terwijl zij in den regel niet weten dat ze een toeval hebben gehad. De aanval duurt hoogstens enkele minuten en wordt dikwijls voorafgegaan door een zogenaamde aura, een waarschuwing die zich op de meest verschillende wijzen openbaart, bijv. door het optreden van een hallucinatie, angstgewaarwording of dergelijke.

Bij de procursieve (?) vorm lopen de patiënten enige passen voordat de aanval optreedt, in andere gevallen leggen zij zelfs grote afstanden af en kan de eigenlijke krampaanval ontbreken. Bij den onvolledige aanval treden slechts enkele verschijnselen op, bijv. enkele trekkingen, een lichte aanval van verwardheid, een duizeling of een wegraking, waarin patiënt bijv. plotseling in een gesprek blijft steken om dit na een paar seconden voort te zetten.

Bij de epilepsie die het gevolg is een plaatselijke aandoening der hersenschors, treden clonische convulsies op de voorgrond en wel in verschillende spiergroepen; deze krampen treden in 'een bepaalde volgorde op. De epileptische aanvallen kunnen in grote getale achter elkaar optreden. Deze toestand wordt status epilepticus genoemd en gaat gepaard met belangrijke temperatuursverhogingen en verdere ernstige verschijnselen, bijv. sterke bewustzijnsstoornis, onvoldoende hartwerking, sterke cyanose, terwijl de dood niet zelden volgt.

Aan het optreden, zowel van de volledige als onvolledige aanval, gaan dikwijls kenmerkende verschijnselen vooraf, waaronder prikkelbaarheid en haar gevolgen een eerste plaats innemen. De patiënten zijn dan wegens hun impulsief optreden bij het minste wat hun hindert hoogst gevaarlijk voor hun omgeving.

Na de aanval worden soortgelijke verschijnselen waargenomen. Deze stadia, die dus voor en na den eigenlijke aanval optreden, worden bestempeld met de naam van pre- en post epileptische tijdperken. In de tussenliggende periodes, de zogenaamde intervallaire tijdperken, treden na kortere of langere tijd specifieke karakterveranderingen op naast toenemende dementie. De patiënten zijn driftig, opvliegend, twistziek, wantrouwend, stijfhoofdig, jaloers, nieuwsgierig, tegenover hun meerderen zoetsappig en overdreven beleefd, terwijl zij verder opvallen door uiterlijk godsdienstvertoon.

Zij kunnen zich tijden achtereen over de minste kleinigheid beklagen en vertonen neiging tot queruleren en complotteren. De spraak is hesiterend (hesiteren = twijfelen) en lijmerig; dikwijls bestaat tremor, terwijl de uitdrukking van het gelaat stomp is en niet zelden het hoofd talrijke littekens vertoont ten gevolge van vallen.

Bij sommige lijders treden uitsluitend des nachts toevallen op. Deze patiënten vertonen in de regel bovenbeschreven specifieke karakter veranderingen, gevoelen zich des morgens, nadat ze een toeval hebben gehad, onplezierig, afgemat, klagen over hoofdpijn, vertonen verwondingen van de tong, kleine bloedingen in gelaat of keel, zijn suf, traag of verward, zijn des nachts opgestaan of uit bed gevallen, of lijden aan nachtelijk bedwateren.

De meest verschillende vormen van krankzinnigheid kunnen bij lijders aan epilepsie voorkomen, waaronder de schemertoestanden niet zelden uit een gerechtelijk geneeskundig oogpunt van belang zijn. De lijders verkeren als het ware in een droomtoestand en zijn meestal onder de invloed van angstwekkende hallucinaties, verweren zich tegen denkbeeldige vijanden en zijn in dit tijdperk hoogst gevaarlijk voor zichzelf en hun omgeving. In zulk een toestand hebben zij neiging tot zelfmoord en tot zelfverminking en plegen tal van delicten, bijv. doodslag, diefstal, brandstichting, seksuele perverse handelingen zoals exhibitionisme en dergelijke. Weder tot bewustzijn gekomen, hebben de patiënten hoogstens een nevelachtige herinnering van de aanval. Deze aanval kan zowel in het pre- als post epileptische tijdperk optreden als de eigenlijke aanval vervangen. In dat geval spreekt men van een epileptisch equivalent.

28-13 Insania hysterica (hysterische krankzinnigheid)

Bij deze lijders ontwikkelt zich de krankzinnigheid op hysterische bodem, vertonen zij de kenmerkende verschijnselen van hysterie, zoals gevoelsstoornissen, bijv. anaesthesie (ongevoeligheid), die zowel halfzijdig als plaatselijk optreedt en in het eerste geval zich ook over de zintuigen uitstrekt, bewegingsstoornissen als verlammingen, bijv. paraplegie (dubbelzijdige verlamming van armen of benen) of contracturen, tremoren (bevingen), huil- en lachkrampen, singultus (hik), blaaskramp, ructus (oprisping), hysterisch braken, mutismus (stomheid), doofheid, vasomotorische stoornissen (stoornissen van het vaatstelsel), trofische stoornissen (voedingsstoornissen), bijv. bloedingen of oedemen (waterzucht) naast tal van paraesthesiën, bijv. globus (gevoel van prop in de keel), clavus (gevoel van spijker in het hoofd), pharynxkrampen, oppressie (gevoel van drukking in de maagstreek), ovaralgie (plaatselijke pijn in de Onderbuikstreek).

Bij deze lijders treden dikwijls krampaanvallen op, die gekenmerkt zijn door eigenaardige bewegingen in armen, benen en hoofd, die niet oneigenaardig met de naam van clownismus bestempeld worden, waarbij de lijders bijv. in een cirkelboog of op het hoofd en tenen staan, over het hoofd buitelen, om hun as draaien en dergelijke. Aan dit tijdperk gaat Soms een krampaanval vooraf, die op een aanval van epilepsie gelijkt en door een aura wordt voorafgegaan.

In het latere gedeelte van de aanval neemt de lijder veelal hartstochtelijke of theatrale houdingen aan, ziet bijv. in biddende houding in verrukking hemelwaarts, waarop een tijdperk van halfbewustheid volgt, waarin de lijder verward is en ijlt. Ook bij deze lijders komen onvolledige aanvallen voor. De aanvallen treden op ten gevolge van gemoedsbewegingen of spontaan, doch nimmer des nachts, tenzij een bepaalde oorzaak inwerkt.

De aanvallen kunnen opgewekt worden, bijv. door druk op bepaalde plaatsen van het lichaam en zowel voorkomen als onderbroken worden door drukking op andere plaatsen. In tegenstelling met het epileptisch insult zijn de aanvallen bij deze lijders in de regel langer van duur, ontbreekt de kenmerkende schreeuw evenals tongbijten en onwillekeurige urinelozing. Het bewustzijn is niet, althans slechts onvolledig gestoord, terwijl patiënt weet, dat hij een aanval heeft gehad.

Ook bij deze lijders treedt een serie van aanvallen, een zogenaamde status op, waarbij zich, evenals bij de gewone aanval, zelden ernstige verschijnselen voordoen. Deze lijders zijn gevaarlijk, zeer wisselend van stemming, reageren sterk op de geringste prikkel. De minste omstandigheid is in staat hen geheel van wezen te doen veranderen.

Aldus treedt de z.g. meervoudige persoonlijkheid op. Een verhoogde fantasie gepaard met ziekelijke leugenzucht behoort verder tot de karakteristieke verschijnselen dezer ziekte. Simuleren (voorwenden van verschijnselen van krankzinnigheid), dissimuleren (verhelen) en aggraveren (overdrijven) komen bij deze patiënten veelal voor, naast raisonneren, intrigeren, queruleren, complotteren en dergelijke. Deze lijders zijn dikwijls hoogst gevaarlijk, omdat zij bijv. door het schrijven van anonieme brieven de eer van geneesheer of verpleegster trachten aan te randen en hen van onzedelijke handelingen betichten. De lijders zijn over het algemeen zeer suggestibel van aard, d.w.z. dat deze patiënten zeer ontvankelijk zijn voor indrukken. ZOO kan men bijv. door suggestie de gevoelloze plaatsen weer gevoelig maken en gevoelige gedeelten ongevoelig.

Deze verschijnselen kunnen in caleidoscopische wisseling voorkomen of van voorbijgaande vluchtige aard zijn.

Onberekenbaarheid is een kenmerkende karaktertrek van hysterie, die te meer in het oog springt, daar spontaan of liever Schijnbaar spontaan de meest verschillende beelden elkander afwisselen. Patiënt wordt geheel door het ogenblik beheerst.

Wanneer hem bijv. een of ander hindert, wordt hij, in plaats van vrolijk en opgewekt, zeer opgewonden, heftig in zijn optreden, beklaagt zich over alles en allen, beweert niet begrepen te worden en dreigt met moord en zelfmoord; daarop volgt dan bijv. een hysterisch insult, gevolgd door een paraplegie der onderste extremiteiten, die soms tijden kan duren, om plotseling te genezen en voor het beeld van liefdeswaanzin plaats te maken, waarop eindelijk een tijdperk van relatieve gezondheid kan optreden.

De meest verschillende psychische afwijkingen worden bij deze patiënten aangetroffen, waaronder speciaal van belang zijn de z.g. schemertoestanden. Deze gaan veelal gepaard met hallucinaties van verschillende zintuigen, persoonsverwisseling en dergelijke, benevens met extatische toestanden, waarin de patiënten in verrukking verkeren.

Op den voorgrondtreden dikwijls erotische visioenen gepaard met het uiten van obscene taal, seksueel per verse handelingen, zoals exhibitionisme, terwijl nu en dan steelzucht, zucht tot brandstichting of neiging tot mutileren of zelfmoord optreedt of de patiënt zich plotseling wil verwijderen. De verhalen, die patiënt in deze toestand verteld, zijn romantisch gekleurd.



28-14 Alcoholische psychosen.

De krankzinnigheid, die optreedt ten gevolge van het misbruik maken van sterke drank, openbaart zich op de meest verschillende wijze. Ethisch defect, ziekelijke prikkelbaarheid naast braken in de vroegen morgen, beven, gezichtsstoornissen, paresthesie, duizeligheid, hoofdpijn en de verschijnselen van neuritis (zenuwontsteking)) gepaard met trofische stoornissen en afwijkingen in den gang zijn kenmerkende verschijnselen bij de slepende vorm.


Bij de dronkaardswaanzin (delirium tremens) treden hallucinaties van verschillende zintuigen van grote intensiteit en imperatief karakter op de voorgrond naast genoemde verschijnselen. De patiënt is onder de invloed der hallucinaties onophoudelijk bezig, waant bijv. wanneer hij kelner is, dat hij klanten bedient. Na enige dagen eindigt de aanval met een diepe slaap, waaruit patiënt ontwaakt en zich spoedig hersteld gevoelt.

Bij de waanzin op alcoholische bodem treedt vooral de waan van echtelijke ontrouw op de voorgrond. Bij de z.g. mania ebriosa of juister gezegd amentia ebriosa, d.i. de verwardheid na een alcohol-exces, verkeren de patiënten na een alcoholexces onder de invloed van angstwekkende hallucinaties, zijn verward en dikwijls hoogst gevaarlijk voor zichzelf en hun omgeving. Over het algemeen zijn deze patiënten hoogst gevaarlijk, maken zich aan tal van delicten schuldig zoals diefstal, brandstichten, perverse seksuele handelingen, doodslag en dergelijke.



28-15 Het waarnemen der patiënten 2

De overige vormen van krankzinnigheid behoeven niet beschreven te worden, aangezien hun kenmerken in de genoemde beelden op de voorgaande pagina’s kunnen worden teruggevonden.

Het verloop der psychosen is in de regel exacerberend en remitterend, d.w.z. er komen verheffingen en dalingen voor, vooral bij melancholie en de neurasthenische krankzinnigheid. Bij sommige vormen komen intermissies voor, d.w.z. tijdperken van relatieve gezondheid, o.a. bij de cyclische en periodische vormen. Laatstgenoemde vormen komen o.a. voor bij manie, melancholie en verwardheid, waarbij na kortere of langere tussenpozen een aanval van krankzinnigheid zich herhaalt. Na langer duur worden de intermissies onzuiver en treden ziekelijke afwijkingen op.

Naar de duur onderscheidt men acute en chronische gevallen. In het eerste geval duurt de aanval betrekkelijk kort, in het laatste geval is het verloop slepend. Bij den transitorische vorm duurt de aanval van enkele minuten tot hoogstens enige dagen, bijv. bij amentia ebriosa. Wanneer de dood spoedig optreedt, spreekt men van de galopperende vorm.

Genezing kan volgen na jaren lang bestaan der krankzinnigheid. In andere gevallen volgt betrekkelijke genezing; in dit geval spreekt men van psychische invaliden.

De dood kan het gevolg zijn:

a. van de ziekte zelf, bijv. bij dementia paralytica ten gevolge van paralysis cerebri, bij epilepsie ten gevolge van een insult, een status epilepticus en dergelijke;
b. van de secundaire gevolgen der ziekte, bijv. van marasmus bij melancholie, epilepsie en andere. Bij laatstgenoemde ziekte kunnen de vermagering en verdere verschijnselen den hoogste graad bereiken;
c. van intercurrente ziekten, bijv. longtering, longontsteking, mierziekten en dergelijke;
d. van ongevallen, zoals zelfmoord en dergelijke.

9. Ad B. De verschijnselen, die het gevolg zijn van afwijkingen van den algemene toestand, treden in de regel niet scherp en niet duidelijk op den voorgrond.

10. De geringe reactie van het lichaam op ziekelijke afwijkingen der organen is bij de geesteszieken een kenmerkend verschijnsel, dat vooral in de chronische gevallen wordt aangetroffen.

11. Sommige ziekten, zelfs hoogst ernstige, verlopen latent, d.w.z. de kenmerkende verschijnselen van deze ziekte worden niet waargenomen.

12. Bij beklemde breuken, beenbreuken, verbrandingen, verwondingen en dergelijke worden bijv. dikwijls geen klachten geuit en Schijnt de algemene toestand vrij wel normaal te blijven.

13. Nauwkeurige observatie blijft dus voortdurend nodig.

14. Bij het minste, waarover patiënt klaagt, moet hiervan de afdelingsgeneesheer in kennis worden gesteld.

15. Onder de verschijnselen, waarop behoort te worden gelet, verdienen vooral vermelding:

A: De verschijnselen, die genoemd zijn onder 14 van “Maatregelen te nemen bij opneming van een patiënt”
B: lichaamsgewicht en voedingstoestand;
C: Aandoeningen van huid, zoals huiduitslag, ontstekingen met hare kenmerkende verschijnselen en wel roodheid, hitte, pijn, zwelling en functionele stoornissen, klierzwellingen, bloedingen, geelzucht, winterhanden en wintervoeten en dergelijke;
D: Aandoeningen der zintuigen, bijv. lopende oren, Oogontstekingen, het optreden van gezichtszwakte op ouderen leeftijd, de z.g. presbyopie en dergelijke;
E: Aandoeningen der circulatie-organen en hare gevolgen, bijv. Waterzucht, aderspatten, hartkloppingen;
F: afwijking der ademhalingsorganen, zoals hoesten, het opgeven van etterige, slijmerige of bloederige fluimen (sputa), kortademigheid bijv. na inspanning, als trappenklimmen, plaatselijke pijn, als steken in de zij, blauwheid (cyanose)" van handen, voeten, lippen en slijmvliezen;
G: Aandoeningen der spijsverteringsorganen, bijv. gemis aan eetlust, stinkende adem (foetor ex ore), braken, diarree, trage stoelgang, aanwezigheid van wormen, galstenen, bloed, onverteerde spijsresten of ingeslikte voorwerpen in de ontlasting, zomede het herkauwen (regurgiteren), dat bij krankzinnigen meermalen wordt aangetroffen;
H: Aandoeningen der nieren en adnexa, bijv. de aanwezigheid van eiwit, suiker, slijm, bloed, etter, steentjes of gruis in de urine, waterzucht, overvolle blaas, stoornissen in de urinelozing, paradoxe urinelozing, vernauwing der pisbuis (strictura urethrae)
I: Aandoeningen der geslachtsorganen zoals gezwellen van den uterus, uitzakking en dergelijke
K: Afwijkingen in slaap, bijv. zwaar dromen, nachtmerrie, tandenknarsen
L: Algemene klachten, zoals hoofdpijn, duizeligheid en dergelijke.

16. Pols, ademhaling en temperatuur moeten nauwkeurig worden opgenomen, evenals hoeveelheid, soortelijk gewicht, kleur der urine en anderszins.

17. Aantekening moet worden gehouden van menstruatie net als van de frequentie en de zwaarte der toevallen.

29 0mgang met patiënten.

1. Het verplegend personeel is steeds doordrongen van zijn hoogst verantwoordelijken werkkring.


2. Elke afwijking van de bepaalde regels kan gevaar voor de lijder tot gevolg hebben.
3. Plichtsbetrachting is dus een eerste vereiste.
4. De instructie voor de verpleegsters en verplegers moet niet alleen volgens de letter, maar ook naar de geest opgevat en opgevolgd worden.
5. De voorschriften voor alle bewoners van het gesticht Meerenberg moeten de verpleegsters en verplegers kennen en zo nodig de patiënten hierop wijzen.
6. Bij alle handelingen worden de belangen van den patiënt steeds vooropgesteld.
7. Steeds zijn de verpleegsters en verplegers er van doordrongen, dat de patiënten zieken zijn en dat zij dus alles vermijden moeten, wat ongunstig op hun lijden inwerkt.
8. Nooit mag enige dwang worden uitgeoefend.
9. De patiënten mogen nimmer worden gedreigd of gelast.
10. De patiënten zijn nimmer onaangenaam, lastig of ondeugend, dan als gevolg hunner ziekte. Woorden die daarop doelen, mogen dus ten aanzien der patiënten en vooral in hun bijzijn niet gebezigd worden.
11. In de omgang met de patiënten zij men natuurlijk, eenvoudig en bovenal waarheidslievend.
12. De verpleegsters en verplegers mogen zich niet gekwetst gevoelen over de behandeling van de zijde der patiënten, daar de patiënten zo handelen ten gevolge hun ziekte.
13. Alles wat onaangenaam op de patiënt kan inwerken, zoals een hard woord, een onaangename blik of gebaar en dergelijke, word vermeden.
14. Men vermijd in het bijzijn van patiënt over zijn toestand te spreken.
15. Wanneer patiënt klachten heeft in te brengen, hoort men die niet aan in tegenwoordigheid van anderen.
16. In de omgang met patiënten houdt men rekening met stand en beschaving en ieders persoonlijkheid.
17. Iedere patiënt stelt zijn speciale eisen.
18. Bij het verplegen van personen van de andere sekse zij men uiterst voorzichtig, wacht men zich voor de schijn en vermijd alles wat tot ongewenste beoordelingen aanleiding zou kunnen geven.
19. Men leidt de patiënt zonder hem dit te laten voelen, zoveel mogelijk door voorbeeld in plaats van door voorschrift.
20. Men leve gedurende den diensttijd met de patiënten mee.
21. Voortrekken van de ene patiënt boven den anderen worde vooral vermeden net als beheersing van de ene lijder door de andere.
22. Te grote gemeenzaamheid met de patiënten worde vermeden. Uitdrukkelijk is het verboden met de patiënten te spreken over de inrichting of hun medepatiënten en daarover in beoordelingen te treden.
23. De zuster of broeder weten steeds de positie van verpleegster of verpleger te handhaven.
24. De verpleegster of verpleger mag de afdelingsgeneesheer nimmer iets verzwijgen, wat hun door den patiënt is meegedeeld en van betekenis kan zijn.
25. In alles laten zij zich leiden door den afdelingsgeneesheer en volgen zijn voorschriften stipt op. 26. Vertrouwen in den afdelingsgeneesheer moeten zij bij de patiënt aankweken en nooit, bijv. door te grote vertrouwelijkheid met de patiënt, schaden.
27. Zij behoren er van doordrongen te zijn, dat het stipt opvolgen van de huisorde in het belang van de patiënten is.
28. Men vermijd echter alle onnodige bemoeiingen, laat de lijders zoveel mogelijk individuele vrijheid en oefent onopgemerkt toezicht uit.
29. Men houdt er rekening mee dat de patiënten zich niet moeten aanpassen aan het gesticht, maar aan de maatschappij.
30. Dus ook op de patiënten, die zich vrij door de inrichting bewegen, moet toezicht worden uitgeoefend, teneinde te kunnen beoordelen of de patiënten zich maatschappelijk gedragen.
31. Orde, reinheid en nauwgezetheid worden bij de patiënten zoveel mogelijk aangekweekt.
32. Zij houden er steeds rekening mede, dat tijd en geduld Veel overwinnen.
38. In het optreden tegenover de patiënten zijn zij meer passief dan actief en vermijden bijv. alle redetwisten.
84. Zij waken tegen verveling en eentonigheid en trachten de patiënten steeds bezig te houden.
35. Gesprekken worden in de goede richting geleid.
36. Daar zij tegenover de patiënten in alles waar moeten zijn, vermijden zij alle beloften waarvan zij voor de vervulling niet kunnen instaan.
37. Verpleegsters en verplegers mogen zich nooit onnodig aan gevaar blootstellen.
1   2   3   4   5

  • 22 Maatregelen bij vergifting (vergiftiging)
  • 23 Maatregelen bij bevriezing.
  • 24 Maatregelen te nemen bij het in brand vliegen van kleding
  • 25 Maatregelen bij zonnesteek.
  • 26 Maatregelen bij ernstige verwondingen.
  • 27 Maatregelen bij ongevallen zonder bekende oorzaak.
  • 28 Het waarnemen der patiënten
  • 28-01 Melancholie (zwaarmoedigheid)
  • 28-02 Manie (dolheid).
  • 28-03 Insania cyclica (cyclische krankzinnigheid)
  • 28-04 Insania neurasthenica (neurasthenische krankzinnigheid)
  • 28-05 Idiotie en Imbecilitas
  • 28-06 Insania Moralis (morele idiotie)
  • 28-07 Insania impulsiva (dwangzin)
  • 28-08 Paranoia, Vecordia (waanzin)
  • 28-09 Amentia (verwardheid)
  • 28-10 Dementia (Kindsheid)
  • 28-11 Dementia paralytica (hersenverlamming).
  • 28-12 Insania epileptica (epileptische krankzinnigheid).
  • 28-13 Insania hysterica (hysterische krankzinnigheid)
  • 28-14 Alcoholische psychosen.
  • 28-15 Het waarnemen der patiënten 2
  • 29 0mgang met patiënten.

  • Dovnload 314.29 Kb.