Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


1. 1 Aanleiding

Dovnload 446.54 Kb.

1. 1 Aanleiding



Pagina6/7
Datum13.03.2017
Grootte446.54 Kb.

Dovnload 446.54 Kb.
1   2   3   4   5   6   7

Bron: Eigen berekeningen

Allereerst zal er gekeken worden naar de succestoekenningen en hoe deze aan mannelijke popartiesten toegeschreven zijn over de jaren heen (Zie tabel 4.2). De analyse begint niet bij het jaar 1997, maar bij 1999, zoals in bovenstaand tabel af te lezen is. In de voorafgaande paragraven is duidelijk geworden dat de succesfactoren originaliteit en autonomie meer toegeschreven is aan mannelijke popartiesten. In de tabel is af te lezen dat de eerstgenoemde variabele vooral voorgekomen is in de periode 1999 t/m 2003. In 2001 zijn van alle succestoekenningen maar liefst 38,1% van de verwijzingen gericht op de variabele originaliteit. In de periode hierna is er een daling te ondervinden. In 2008 waren 18,2% van de succestoekenningen gericht op originaliteit en in 2010 maar slechts 3,7%. De succestoekenning autonomie is juist in de tweede periode meer toegeschreven aan mannelijke popartiesten. In 2001 waren 19,1% van de succestoekenningen gericht op deze variabele, waarna deze in 2003 ging dalen naar 8%. In de tabel is te lezen dat in de periode 2004 t/m 2010 deze succesfactor steeds meer toegekend is in de media. Met maar liefst 33,3% in 2006. Opvallend is dat in 2010 een sterke daling te zien is.


Een opvallende bevinding is te zien bij de variabele authenticiteit. Deze is in de resultaten naar voren gekomen als een typisch vrouwelijke toekenning. Deze is met de jaren mee steeds meer gebruikt als succestoekenning voor mannelijke popartiesten. In 2005 waren maar liefst 25% van alle succestoekenningen gericht op een aspect van authenticiteit. In 2010 was deze, 14,8%. Hoewel er in de bevindingen een daling te zien is, is uit de tabel af te lezen, dat de hoeveelheid toekenningen in de tweede periode meer zijn geweest, dan in de voorafgaande periode. Hoe komt het dat het voor mannelijke popartiesten in de jaren na 2004 het succes toegeschreven wordt aan authenticiteit? Overigens, zoals in de voorafgaande paragraven wel naar voren is gekomen, wordt dit veelal gedaan in combinatie met de variabelen autonomie en originaliteit. Een ander typisch vrouwelijke succestoekenning is het uiterlijk. Deze is over de jaren heen steeds minder gebruikt als succestoekenning in de media.
Alle andere onderzochte variabelen zijn, zoals in de voorafgaande paragraven besproken, tijdens de analyse ongeveer evenveel voorgekomen als succesfactor bij zowel mannelijke en vrouwelijke popartiesten. Als er naar de verdeling over de jaren heen wordt gekeken, dan valt op dat de variabelen samenwerkingen en netwerk over de jaren heen ongeveer constant zijn gebleven als succestoekenning. Harde werken is, net als de overige succesfactoren, sterk toegenomen in de tweede periode. De eerstgenoemde succesfactor is van 10% in 1999 gestegen naar 37% in 2010. En de overige succesfactoren laat in 2006 een piek zien van 50% van alle succestoekenningen. De laatste succestoekenning die onderzocht is, is muzikaliteit. Deze laat over de jaren heen een daling zien. In de periode 1999 waren 10% van de succestoekenningen gericht op muzikaliteit en in 2010 is deze gedaald naar 3,7%.
Uit deze tabel is op uit te maken dat in een periode van 12 jaar degelijk een verandering heeft plaatsgevonden in de bespreking van het succes van mannelijke popartiesten in de media.

Tabel 4.3 Verandering in de tijd succestoekenningen periode 1997 – 2010 (vrouwen).

Vrouwen



Periode 1

Periode 2




1997

1998

1999

2000

2001

2002

2003

2004

2005

2006

2007

2008

2009

2010

Totaal

Succestoekenning














































Authenticiteit

9,7% (6)

29,2% (7)

9,1% (4)

6,3% (2)

21,2% (7)

10,0% (1)

,0% (0)

25,0% (4)




41,7% (5)

,0% (0)

24,0% (6)

29,4% (5)

17,4% (4)

16,7% (51)

Uiterlijk

11,3% (7)

4,2% (1)

9,1% (4)

15,6% (5)

9,1% (3)

,0% (0)

,0% (0)

12,5% (2)




,0% (0)

100,0% 1

4,0% (1)

,0% (0)

,0% (0)

7,9% (24)

Originaliteit

1,6% (1

,0% (0)

,0% (0)

3,1% (1)

6,1% (2)

10,0% (1)

16,7% (1)

,0% (0)




8,3% (1)

,0% (0)

,0% (0)

5,9% (1)

,0% (0)

2,6% (8)

Autonomie

4,8% (3)

,0% (0

2,3% (1)

6,3% (2)

6,1% (2)

10,0% (1)

,0% (0)

6,3% (1)




16,7% (2)

,0% (0)

24,0% (6)

5,9% (1)

8,7% (2)

6,9% (21)

Harde werken

11,3% (7)

16,7% (4)

20,5% (9)

21,9% (7)

24,2% (8)

20,0% (2)

,0% (0)

18,8% (3)




25,0% (3)

,0% (0)

12,0% (3)

23,5% (4)

43,5% (10)

19,7% (60)

Muzikaliteit

4,8% (3)

12,5% (3)

9,1% (4)

6,3% (2)

15,2% (5)

30,0% (3)

16,7% (1)

18,8% (3)




,0% (0)

,0% (0)

16,0% (4)

,0% (0)

8,7% (2)

9,8% (30)

Netwerk

40,3% (25)

16,7% (4)

34,1% (15)

25,0% (8)

18,2% (6)

,0% (0)

16,7% (1)

6,3% (1)




8,3% (1)

,0% (0)

8,0% (2)

11,8% (2)

4,3% (1)

21,6% (66)

Samenwerkingen

3,2% (2)

12,5% (3)

9,1% (4)

12,5% (4)

,0% (0)

20,0% (2)

33,3% (2)

,0% (0)




,0% (0)

,0% (0)

8,0% (2)

23,5% (4)

17,4% (4)

8,9% (27)

Overig

12,9% (8)

8,3% (2)

6,8% (3)

3,1% (1)

,0% (0)

,0% (0)

16,7% (1)

12,5% (2)




,0% (0)

,0% (0)

4,0% (1)

,0% (0)

,0% (0)

5,9% (18)

Totaal

100% (62)

100% (24)

100% (44)

100% (32)

100% (33)

100% (10)

100% (6)

100% (16)




100% (12)

100% (1)

100% (25)

100% (17)

100% (23)

100% (305)

Bron: Eigen berekeningen

Als er gekeken wordt naar de veranderingen in de tijd bij vrouwelijke popartiesten, dan vallen een aantal dingen op (Zie tabel 4.3). De variabelen authenticiteit, uiterlijk zijn uit de analyse naar voren gekomen als vooral vrouwelijke succesfactoren in de media. De eerste succestoekenning is in de tweede periode vaker gebruikt bij vrouwelijke popartiesten. In 2006 waren 41,7% van alle succestoekenningen gericht op authenticiteit. Bij het uiterlijk is te zien, dat de hoeveelheid verwijzingen over de jaren heen alsmaar is afgenomen. In 1997 waren 11,3% van alle verwijzingen gericht op het uiterlijk en in 2010 was deze 0%.


De variabele autonomie en originaliteit zijn typische mannelijke succesfactoren. Originaliteit is over de jaren heen steeds minder als succestoekenning voorgekomen, maar de variabele autonomie is alsmaar toegenomen als succestoekenning. In 2008 was maar liefst 24% van de succestoekenningen in dat jaar gericht op autonomie. Vrouwelijke popartiesten worden over de jaren heen steeds meer gezien als autonomie artiesten, maar zoals in de vorige paragraven naar voren is gekomen, worden ze hierin nog meer begeleid.
Van de variabelen die als resultaat ongeveer evenveel is voorgekomen bij mannelijke en vrouwelijke popartiesten (zie voorgaande paragraven), zijn de variabele samenwerkingen en harde werken in beide periodes ongeveer constant gebleven. De eerstgenoemde succesfactor laat in de tweede periode, namelijk na 2004, wel een kleine daling zien, maar stijgt na 2008 weer, met 23,5% in 2009. Ook de variabele harde werken laat na een aantal constante jaren een stijging zien, namelijk van 23,5% in 2009 naar 43,5% in 2010. De laatste variabelen die nog besproken moeten worden, zijn het netwerk, muzikaliteit en de overige succesfactoren. Deze laten allen een daling zien in de periode na 2004. Zo is de succesfactor netwerk in 1999 met 40,3% voorgekomen als succestoekenning in de media. In 2010 is deze gedaald naar 4,3%.
Uit deze tabel is dus af te lezen dat er sprake is geweest van een verandering in de tijd. Deze is anders geweest voor vrouwelijke popartiesten dan voor mannelijke popartiesten. De meeste variabelen zijn constant gebleven, voor zowel mannen en vrouwen. Met hier en daar kleine dalingen en toenames. Opvallend is dat de typisch vrouwelijke succestoekenning authenticiteit over de jaren heen steeds meer is gebruikt om het succes van mannelijke popartiesten te verklaren en de mannelijke succestoekenning autonomie is steeds meer toegeschreven aan vrouwelijke popartiesten. Hiernaast is een sterke daling te zien in het uiterlijk als succestoekenningen bij vrouwelijke popartiesten.

5. Conclusie

Het doel van dit onderzoek is om een beter inzicht te krijgen in de manier waarop de media succes toekennen aan mannelijke en vrouwelijke popartiesten. Dit is gedaan door een analyse van 102 artikelen in Nederlandse landelijke kranten van in totaal 21 debutanten. Deze artiesten zijn geselecteerd op basis van populaire erkenning, namelijk door een plek in de Nederlandse hitlijsten. Tijdens de analyse is er specifiek gelet op een aantal variabelen, namelijk authenticiteit, uiterlijk, originaliteit, autonomie, harde werken, muzikaliteit, netwerk, samenwerkingen en overige succesfactoren. Uit de analyse is naar voren gekomen dat er sprake is van een onderscheid in gender en er is een verandering in de tijd geconstateerd. De hoofdvraag die centraal stond, is:


In hoeverre verschilt de manier waarop succes geduid wordt aan mannelijke en vrouwelijke popartiesten in de media?
Deze hoofdvraag is onderzocht door middel van een aantal deelvragen:
1: Hoe wordt succes toegekend aan mannelijke popartiesten in de media?
2: Hoe wordt succes toegekend aan vrouwelijke popartiesten in de media?
Hiernaast is er een verandering in de tijd onderzocht:
3: In hoeverre zijn de kenmerken van succes door de tijd heen veranderd voor mannelijke en vrouwelijke popartiesten?

Met betrekking tot de eerste twee deelvragen kan er geconcludeerd worden dat in de media het succes van mannelijke popartiesten toegekend wordt aan originaliteit en autonomie. En het succes van vrouwelijke popartiesten wordt toegekend aan authenticiteit en het uiterlijk. Deze uitkomsten zijn significant gebleken. Hiernaast zijn de variabelen samenwerkingen en overige succesfactoren meer bij mannelijke popartiesten voorgekomen en de variabelen muzikaliteit, harde werken en netwerk meer bij vrouwelijke popartiesten. De hypothese geformuleerd bij de eerste twee deelvragen is deels uitgekomen. Zoals Whiteley (1997) constateerde zijn mannen en vrouwen onderhevig aan stereotypische evaluaties in de media. Ik heb ondervonden dat het werk van mannelijke popartiesten anders en vaak beter geëvalueerd wordt. Dit staat in lijn met de onderzoeken van Etaugh & Rose (1975), Mischel (1974) en Pheterson et al. (1971). Net als Schmutz (2009) en Tuchman (1984) concluderen wordt het succes van mannelijke popartiesten eerder verklaard aan het feit dat ze origineel zijn en als leiders handelen. Ook de onderzoeken van Kruse (2002), Johnson –Grau (2002) en Feigenbaum (2005) zijn bruikbaar geweest. Naast Schmutz (2009) en Tuchman (1984) hebben ook zij geconcludeerd dat het succes van vrouwelijke popartiesten verklaard wordt aan authenticiteit, uiterlijk, harde werken en het netwerk. Het is duidelijk dat de resultaten van voorafgaande onderzoeken erg aansluiten bij mijn onderzoek. Het enige verschil is dat ik heb ondervonden dat samenwerkingen met andere artiesten en professionelen meer bij mannelijke popartiesten voorgekomen is als succesfactor en in tegenstelling tot het onderzoek van Dowd et al. (2005) wordt het hebben van talent juist vaker gebruikt bij vrouwelijke popartiesten als succesfactor.


De laatste deelvraag die onderzocht is heeft betrekking op een mogelijke verandering in de tijd. Uit de analyse is naar voren gekomen dat in een periode van 14 jaar (1997-2010) de variabele authenticiteit in de media steeds vaker toegeschreven is aan mannelijke popartiesten en de typische mannelijke succesfactor originaliteit is steeds minder voorgekomen. Het variabele uiterlijk is een typische vrouwelijke succestoekenning en is in de periode na 2004 minder bij vrouwen voorgekomen. En de typische mannelijke succestoekenning autonomie is na 2004 juist vaker voorgekomen bij vrouwen. Ook bij deze deelvraag kan er geconcludeerd worden dat de geformuleerde hypothese voor het grootste gedeelte klopt. De besproken theorieën met betrekking tot de verandering in de tijd komen overeen met de gevonden resultaten. Er is sprake geweest van een verandering in de tijd, zoals Clawson (1999) en Dowd et al. (2003) veronderstelden. Vrouwelijke popartiesten hebben meer mogelijkheden gekregen. Dit is te zien aan het feit dat het succes van vrouwelijke popartiesten in de afgelopen jaren meer toegekend wordt aan autonomie en steeds minder aan het uiterlijk.

Naar aanleiding van dit onderzoek kan geconcludeerd worden dat de media van mening zijn dat succes in de muziekindustrie voor mannen en vrouwen anders verklaard kan worden. Vrouwelijke popartiesten ervaren belemmeringen als het gaat om het opbouwen van een succesvol carrière in de muziekindustrie. Als vrouwelijke artiest betekent het verkrijgen van succes mooi en authentiek zijn. Vrouwelijke popartiesten die erg autonoom en innovatief zijn hebben geen garantie op succes. In het onderzoek is wel naar voren gekomen dat het vrouwelijke popartiesten over de jaren heen gelukt is om meer autonoom te handelen, maar hierin worden ze veel meer begeleidt en worden andere variabelen als harde werken, authenticiteit en uiterlijk als mede succesfactoren gebruikt. Vrouwelijke popartiesten die erg origineel zijn en niet passen in het beeld dat de platenmaatschappij heeft, ervaren veel moeite in het opbouwen van een succesvol muzikale carrière. Mannelijke popartiesten hebben hier niet mee te maken en worden volgens de media juist succesvol als ze autonoom en origineel zijn. Ze hebben meer de mogelijkheid om vrij te handelen. Als vrouwelijke artiest is het dus moeilijker om succes te verkrijgen als ze hun eigen weg op gaan. Hoe kunnen deze gevonden resultaten geduid worden?


Dit onderzoek is uitgegaan van populaire erkenning en heeft aan de hand hiervan een selectie gemaakt van popartiesten die onderzocht zijn. De onderzoeken waar dit onderzoek op gebaseerd is, gaan allemaal uit van artiesten die op basis van kritische erkenning succesvol zijn. De criteria die ik gebruikt heb om de artikelen over het succes te evalueren zijn tevens afkomstig van deze onderzoeken. Het is dus mogelijk dat ‘gender boundaries’ anders werken bij onderzoeken met populaire erkenning als uitgangspunt.
Tijdens het verzamelen van de data en het doen van de analyse zijn er een aantal aspecten naar voren gekomen die een mogelijke duiding kunnen zijn voor de gevonden resultaten. Dit zijn de auteurs van de onderzochte artikelen, de muziekstijl van de artiest, het krijgen van nummer één hits en het winnen van prijzen.
De gevonden resultaten kunnen geduid worden door te kijken naar de auteurs van de artikelen: hebben vooral mannelijke of vrouwelijke auteurs de artikelen geschreven? Net zoals Kruse (2002) constateerde zijn ook in dit onderzoek het merendeel van de artikelen geschreven door mannelijke auteurs. Mannelijke auteurs schrijven dus meer artikelen over het succes van zowel mannelijke en vrouwelijke popartiesten. Dit kan dus een duiding zijn, dat het succes van mannelijke popartiesten vooral verklaard wordt aan de hand van de variabelen originaliteit en autonomie. En bij de bespreking van het vrouwelijke succes, variabelen als authenticiteit en uiterlijk meer naar voren komen (Kruse, 2002; Schmutz, 2009).
De muziekstijl kan ook een mogelijke duiding zijn voor de gevonden resultaten. De mannelijke artiesten die in de selectie zijn gevallen, bevinden zich voor het grootste gedeelte in het genre rock. De vrouwelijke artiesten bevinden zich voor het overgrote deel in de muziekstijl pop. Rockmuziek is een experimenteel muziekgenre, aangezien het ontstaan is uit het samensmelten van vele verschillende muziekstijlen. Het autonoom handelen en origineel zijn, zijn succesfactoren, die eerder bij deze genre te verwachten zijn. Popmuziek wordt vooral gemaakt met als doel om zo veel mogelijk populariteit te krijgen. Het is geen experimenteel genre en originaliteit en vernieuwing zijn geen vereiste om succesvol te zijn. Dit kan een mogelijk duiding zijn voor het feit dat de media het succes van vrouwen minder verklaren aan de hand van autonomie of originaliteit. Andere aspecten als het uiterlijk en de persoonlijkheid van de zangeres kunnen gebruikt worden om populariteit te verkrijgen. En in rockmuziek gaat het meer om de kwaliteit van de muziek.
In popmuziek zijn het hebben van nummer één hits en het winnen van prijzen tekenen van de hoeveelheid succes. Tijdens het verzamelen van de data is er naar voren gekomen dat vrouwelijke popartiesten meer nummer één hits hebben gehad met het uitgebrachte debuutalbum. Naast albumsucces hebben ze dus ook meer single succes verkregen. Dit is een kleiner vorm van succes en kan een duiding zijn dat het succes van vrouwelijke popartiesten aan andere factoren wordt toegekend. Als er wordt gekeken naar het aantal gewonnen prijzen, dan is er geconstateerd dat zowel mannen als vrouwen vele prijzen hebben gewonnen tijdens de periode dat hun debuutalbum in de hitlijsten stond. Er is wel een opvallend onderscheid gevonden. Mannelijke popartiesten hebben prijzen ontvangen, omdat ze origineel zijn, hun eigen nummers schrijven en ‘s werelds beste groep zijn. Vrouwelijke popartiesten hebben zulke prijzen niet ontvangen tijdens hun debuut. Ze hebben wel prijzen gekregen die gericht zijn op hun persoonlijkheid en het uiterlijk. Dit onderscheid kan een invloed hebben op de focus van de media bij de bespreking van het succes van popartiesten.
Een ander duiding voor de gevonden resultaten is gebaseerd op onderzoeken van Coulangeon et al. (2005), Reskin (1993), Shuker (1994) en Frith & McRobbie (1990). Zij concluderen dat in de muziekindustrie mannen meer waarde hechten aan zelfstandigheid en autoriteit. Dit is precies voorgekomen tijdens de analyse van de artikelen. Mannen componeren hun eigen muziek en handelen als leiders. Er is naar voren gekomen dat vrouwelijke popartiesten meer begeleid worden tijdens hun carrière en ze worden meer gesteund door hun familie en vrienden. Als er wordt gekeken naar de organisatiestructuur van de muziekindustrie, kan een soortgelijk onderscheid gevonden worden. Shuker (1994) bespreekt dat aan de productiekant vooral mannen taken vervullen met autoriteit, zoals producers, managers en bazen van platenmaatschappijen. De vrouwen hebben te maken met gender barrières en zijn beïnvloed door mannelijke noties van het vrouwelijke kunnen (Frith & McRobbie, 1990). Ze vervullen taken die de autoritaire rol van de man ondersteunen. Het is mogelijk dat de rollenverdeling in de organisatie een invloed heeft op de manier waarop auteurs kijken naar het succes van mannelijke en vrouwelijke popartiesten.
De geconstateerde verandering over de tijd kan geduid worden door te kijken naar veranderingen in de muziekindustrie. De theorie van Clawson (1999) is hier toepasbaar. De verschuiving van de focus op centralisatie naar decentralisatie, heeft gezorgd voor meer diversiteit in de muziekindustrie. Waardoor er een verschuiving te zien is in de mogelijkheden voor vrouwen in de muziekindustrie. Er zijn meerdere platenmaatschappijen en acts gekomen en de inhoud van de muziekindustrie is meer divers geworden. De muziekindustrie heeft over de jaren heen steeds meer artiesten een kans gegeven in het nastreven van een succesvol muziekcarrière. En om deze reden hebben vrouwen meer dan voorheen de kans gekregen om autonoom te handelen.
Dit onderzoek heeft gekeken naar de manier waarop de media het succes verklaard aan popartiesten en heeft specifiek gekeken naar het onderscheid in gender. Toekomstig onderzoek zou dit onderzoek kunnen aanvullen door meerdere albums van de artiesten mee te nemen. Ik heb alleen artiesten die met hun debuutalbum in de hitlijsten stonden in de selectie genomen. Dit kan aangevuld worden, door artiesten mee te nemen waarvan hun tweede album ook in de hitlijsten staat. Hiermee wordt het aantal artiesten vergroot en kan er tevens onderzocht worden over of er in plaats van een verandering in de tijd ook een verandering in het verloop van de muzikale carrière heeft plaatsgevonden. Wordt het succes bij artiesten die langer in de muziekindustrie werkzaam zijn aan andere factoren toegekend? Waar ook weer specifiek op het onderscheid in gender wordt gelet.
Het aantal artikelen dat gebruikt is voor de analyse, was niet gelijkmatig verdeeld over de mannelijke en vrouwelijke popartiesten. De meeste artikelen zijn gevonden bij vrouwelijke popartiesten. Dit kan verklaard worden, aan de hand van de gebruikte zoekmethode. Er is specifiek gezocht met de zoekterm’succes’. Het is mogelijk dat het succes van mannelijke popartiesten meer besproken wordt in algemene termen en de term succes wordt niet expliciet vermeld. Wat wel het geval kan zijn bij de bespreking van vrouwelijke popartiesten. Toekomstig onderzoek zou de term ‘succes’ achterwege kunnen laten, om zo het aantal artikelen hopelijk te vergroten. En de validiteit van de resultaten te optimaliseren.
De focus van dit onderzoek is gericht op het onderscheid in gender. Een ander interessant aspect waar toekomstig onderzoek naar zou kunnen kijken is de etniciteit van de popartiesten. Heeft de etniciteit van de popartiest een effect op de manier waarop het succes verklaard wordt? Werbner (1999) heeft onderzoek gedaan naar muzikanten en bespreekt dat er sprake is van ‘etnisch succes’. Muzikanten die afkomstig zijn van een etnische groep ervaren een ander soort succes en hebben moeite om echt door te breken in de Westerse muziekindustrie. Zo zijn er vele artiesten en groepen die dezelfde kenmerken delen als succesvolle artiesten die werkzaam zijn in de commerciële muziekindustrie, maar deze artiesten breken niet door vanwege hun etnische achtergrond. Ze blijven werkzaam in kleinere muziekindustrieën. Het is dus interessant om te onderzoeken of het succes van een artiest met een etnische achtergrond, die wel heeft kunnen doorbreken in de Westerse muziekindustrie, anders beoordeeld wordt.
1   2   3   4   5   6   7

  • Tabel 4.3 Verandering in de tijd succestoekenningen periode 1997 – 2010 (vrouwen).
  • Vrouwen Periode 1 Periode 2
  • Bron: Eigen berekeningen

  • Dovnload 446.54 Kb.