Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


1. Beleidsdocumenten en -organen De missieverklaring

Dovnload 1.27 Mb.

1. Beleidsdocumenten en -organen De missieverklaring



Pagina2/10
Datum05.11.2018
Grootte1.27 Mb.

Dovnload 1.27 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

Voorzitter

Leden


  • Koen Goethals, academisch beheerder

  • De vertegenwoordigers van het zelfstandig academisch personeel:

    • Jürgen Pieters opgevolgd door Jean Bourgeois - faculteit Letteren en Wijsbegeerte

    • Yves Jorens, faculteit Rechtsgeleerdheid

    • Annemie Adriaens, faculteit Wetenschappen

    • Lieven Danneels, faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen

    • Gert De Cooman, faculteit Ingenieurswetenschappen en Architectuur

    • Ignace De Beelde, faculteit Economie en Bedrijfskunde

    • Piet Deprez, faculteit Diergeneeskunde

    • Ann Buysse, faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen

    • Luc Tirry, faculteit Bio-ingenieurswetenschappen

    • Serge Van Calenbergh, faculteit Farmaceutische Wetenschappen

    • Hendrik Vos, faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen

    • Patricia Everaert, α-wetenschappen

    • Sofie Van Bauwel, α-wetenschappen

    • Mia Eeckhout, β-wetenschappen

    • Bernadette Van Ryssen, γ-wetenschappen

  • De vertegenwoordigers van het assisterend academisch personeel:

    • Fien De Smedt, α-wetenschappen (plv. Pieter Cannoot)

    • Rob De Staelen, β-wetenschappen (plv. Femke De Backere)

    • Karolien Aelbrecht, γ-wetenschappen (plv. Jella Wauters)

    • Jens Detollenaere, vertegenwoordiger assisterend academisch personeel (plv. Jana Asselman)

  • De vertegenwoordigers van de studenten:

    • Marcel Vandamme, vertegenwoordiger Raad van Bestuur

    • Alex Peetermans, α-wetenschappen

    • Michiel Van Damme, α-wetenschappen

    • Tanya Vanbesien, α-wetenschappen

    • Yasmin Nyeste, α-wetenschappen

    • Robbert Claeys, β-wetenschappen

    • Michiel Haegeman, β-wetenschappen

    • Inès Phlypo, γ-wetenschappen

    • Michelle Hermans, γ-wetenschappen

    • Roxanne Figueroa Arriagada, bestuurslid Gentse Studentenraad

  • De vertegenwoordiger van het administratief en technisch personeel

    • Nele Maes

  • Leden met raadgevende stem

    • Yannick De Clercq, regeringscommissaris

    • Guido Van Huylenbroeck, academisch directeur Internationalisering

    • Eddy Omey, faculteit Economie en Bedrijfskunde, expert

    • Ilse De Bourdeaudhuij, faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen, expert

    • Piet Ruyssinck, directie Onderwijsaangelegenheden, afdelingshoofd Studentenadministratie en studieprogramma's

    • Isabelle Lanszweert, directie Onderwijsaangelegenheden, afdelingshoofd Studieadvies

    • Luc Van de Poele, directie Onderwijsaangelegenheden, afdelingshoofd Onderwijskwaliteitszorg

    • Bieke Morlion, directie Onderwijsaangelegenheden, expert

    • Katrien De Bruyn, cel Diversiteit en Gender, expert




  • Secretaris

    • Maya Caen, directie Onderwijsaangelegenheden




  1. Procedure samenstelling Onderwijsraad:

Op 12/09 /2014 keurde de Raad van Bestuur de nieuwe procedure voor de samenstelling van de Onderwijsraad goed. Het doel is een Onderwijsraad te hebben met een genderevenwicht per geleding en in totaliteit Daarnaast omvat de procedure drie uitgangsprincipes:



  1. Het evenwicht tussen de geledingen in de samenstelling in academiejaar 2013-2014 (basissamenstelling) wordt behouden.

Dit houdt in:

    1. minimum 50% ZAP

    2. minimum 10% AAP

    3. minimum 30% studenten

    4. minimum 1 ATP

  1. De onderwijsdirecteurs vertegenwoordigen zelf rechtstreeks hun faculteit binnen de ZAP-geleding, aangezien zij de meest rechtstreeks betrokkenen zijn bij alle facultaire onderwijsmaterie.

  2. De onderwijsraad wordt zo minimaal mogelijk uitgebreid, om tot een zo werkbare en slagkrachtig mogelijke vergadering te komen.

De exacte procedure, die nog werd goedgekeurd in academiejaar 2013-2014, werd in detail toegelicht in het jaarverslag 2015.


  1. Overzicht van de voornaamste agendapunten op de Onderwijsraad in 2014-2015:




  • (terugkerend) Flexibilisering aan de UGent: vermijden ongewenste neveneffecten: uitwerking principes en vertaling naar aanpassingen in het Onderwijs- en Examenreglement

  • (terugkerend) Voorbereiding instellingsreview met o.a.

    • Voorbereiding Kritische Zelfreflectie

    • Uitwerking kwaliteitszorg in eigen regie

    • Bespreking onderwijsfilosofie

    • Bespreking visie Gentse StudentenRaad op kwaliteitszorg

  • Beleidstekst wetenschappelijke integriteit

  • Kwaliteitskader doctoreren

  • Communicatiebeleid toekomstige studenten

  • Competentiemodel

  • Toetsprincipes

  • Toetsconcept

  • Masterproeforganisatie en -beheer

  • Planning en rapportering opleidingsevaluaties

  • Planning kwaliteitsoverleg

  • Facultaire en centrale onderwijsinnovatieprojecten

  • Onderwijs- en examenreglement 2015-2016

  • Academische kalender 2015-2016

  • Advies alternatieve indeling academiejaar




  1. Beleidsdoelen




    1. Realisatie van de beleidsdoelen: voornaamste resultaten en prestaties van de afgelopen beleidsperiode




  • Verdere uitwerking en opvolging van de processen voor een onderwijskwaliteitszorg in eigen regie, onder ander ook met het oog op de instellingsreview.

De raad van bestuur van 12 juni 2015 besliste over de nieuwe processen voor interne kwaliteitszorg ERGO (Eigen regie Gents Onderwijskwaliteitszorg en –beleid) dat een geloofwaardig alternatief moet bieden voor de opgeschorte externe opleidingsvisitaties. Naast het reeds bestaande jaarlijks kwaliteitsoverleg tussen de directie onderwijsaangelegenheden en de faculteiten, worden er peerleerbezoeken georganiseerd waarbij voorzitters opleidingscommissies in teams elkaars opleidingen bezoeken en er feedback op geven. Elke opleiding en faculteit houdt een opleidingsportfolio bij met informatie over de kwaliteitsprocessen. Het eerder geplande kwaliteitsforum wordt gerealiseerd in de vorm van het kwaliteitsbureau dat zich op basis van alle beschikbare informatie een beeld vormt van de kwaliteit van elke opleiding en erover rapporteert aan het bestuur. De eerste pilots van de peerleerbezoeken werden opgestart vanaf september 2015.

In 2015 werd gewerkt aan de voorbereiding van de instellingsreview 2016. Daartoe werd eind april 2015 ook een proefreview georganiseerd samen met de VUB. O.a. naar aanleiding van de resultaten van deze proefreview werd UGI (het UGent geïntegreerd beleidsinformatiesysteem) in een versneld tempo georiënteerd naar het onderwijsbeleid en de kwaliteit van de opleidingen, werden de opleidings- en facultaire portfolio’s versneld ingevoerd en werd intensief overleg gepleegd met de opleidingen over de nieuwe onderwijsfilosofie rond het begrip ‘multiperspectivisme’.



  • Uitwerken van een beoordelingskader voor (facultaire) onderwijsinnovatieprojecten.

In 2015 werd een nieuw competitief kader voor facultaire innovatieprojecten goedgekeurd door het Bestuurscollege. Dit nieuw kader houdt een eerste universiteitsbrede ronde in, waarbij projecten worden beoordeeld op de mate waarin er interfacultaire samenwerking is en op de mate waarin er wordt ingespeeld op door het onderwijskwaliteitsbureau vastgelegde thema’s. In een tweede fase kunnen de faculteiten als vanouds projecten voorstellen, met ook hier echter de vraag om zich maximaal binnen de door het onderwijskwaliteitsbureau vastgelegde thema’s te plaatsen en samenwerking met andere faculteiten te realiseren. Het onderwijskwaliteitsbureau legt de thema’s vast (in 2016 zijn dit “interdisciplinariteit” en “activerend leren”), geeft advies aan het Bestuurscollege over de eerste ronde van competitieve projecten en beslist over de facultaire voorstellen in de tweede ronde.

  • Uitwerken en implementeren van maatregelen die ongewenste neveneffecten van de flexibilisering in het hoger onderwijs moeten tegengaan.

Vanaf academiejaar 2015-2016 versterkt de UGent haar inzet op een juiste studiekeuze (oriëntering), op de begeleiding van studenten en op een snelle studievoortgang. Op elk van die punten werden voorstellen uitgewerkt op basis van vier principes.

  1. Betere oriëntering voor toekomstige studenten en snellere remediëring voor beginnende studenten;

  2. Maximale inzet op het eerste bachelorjaar;

  3. Een tweede kans, maar onder strengere voorwaarden;

  4. Studieduurverlenging vermijden.

Meer informatie op: http://www.UGent.be/nl/univgent/waarvoor-staat-gent/onderwijsbeleid/doelstellingen/talentontwikkeling/flexibilisering.htm

  • Uitrollen van SIMON als universiteitsbreed oriënteringsinstrument voor toekomstige studenten.

Op de SID-in beurzen (januari-februari 2015) werd SIMON (www.vraaghetaansimon.be) voor het eerst breed gecommuniceerd naar de doelgroep toekomstige studenten. SIMON is een online zelfevaluatie-instrument dat studiekiezers helpt bij het maken van een studiekeuze die aansluit bij hun persoonlijke interesses en vaardigheden. In die zin beoogt het instrument vooral een gedegen oriëntering vóór de poort teneinde de instroom in het hoger onderwijs kwalitatief te verbeteren. De studiekiezers worden gesensibiliseerd over noodzakelijke instapcompetenties in het hoger onderwijs en worden indien nodig doorverwezen naar remediëringsactiviteiten.

SIMON helpt een studiekiezer twee vragen beantwoorden: "welke opleidingen interesseren mij?" (interesses) en "kan ik de opleiding die mij interesseert aan?” (slaagkansen). Interesses worden nagegaan via een interessevragenlijst. Na het invullen ervan krijgen de studiekiezers een persoonlijk profiel en een overzicht van de opleidingen die bij hun interesses passen. Ze vinden er de bacheloropleidingen van de UGent, HoGent, Arteveldehogeschool en HoWest. Het doel van het onderdeel 'bereken je slaagkansen' in SIMON is het weergeven van de voorspelde slaagkansen van generatiestudenten in verschillende opleidingen. Studiekiezers kunnen bij ‘slaagkansen’ een aantal vaardigheden toetsen en krijgen hun persoonlijke score op deze vaardigheden en hun positie ten aanzien van de referentiegroep. Het gaat om testen die peilen naar wiskundige vaardigheden, woordenschatkennis, begrijpend lezen, studeervaardigheden, testangst, motivatie en zelfvertrouwen. Voor een aantal opleidingen worden de scores op de verschillende testen vertaald naar een persoonlijke slaagkans. Deze slaagkansen worden gegenereerd op basis van statistische modellen die werden en worden gevalideerd aan de hand van historische data van studenten.



SIMON wordt aan de UGent ingezet als onderdeel van een studiekeuzeproces, een manier om interesses en vaardigheden in kaart te brengen en van daaruit het studiekeuzetraject op te starten en verder te verfijnen. We blijven de nadruk leggen op:

  • studiekeuze als een actief proces

  • informatie verzamelen over de opleidingen via websites en brochures en op de SID-ins

  • komen proeven van wat de UGent te bieden heeft, ervaringen opdoen via Open Lessen, Try-outs en infodagen.



  • Uitwerken van SIMON als remediëringsinstrument voor instromende studenten.

Om de slaagkansen en testen op www.vraaghetaansimon.be te valideren enerzijds en om instromende studenten zicht te geven op hun instapcompetenties anderzijds wordt elke student die voor het eerst ingeschreven is in een bacheloropleiding aan de UGent sinds academiejaar 2015-2016 aangemoedigd om SIMON in te vullen. De studenten krijgen hun resultaten in een persoonlijk feedbackrapport. Voor opleidingen waar de berekeningen beschikbaar en accuraat zijn, krijgen ze ook hun persoonlijke slaagkans. Bovendien krijgen zij een overzicht van het remediëringsaanbod in de opleiding, gekoppeld aan hun persoonlijke scores op de verschillende testen uit SIMON. Het doel van deze feedback is om studenten met lage slaagkansen zo vroeg mogelijk een signaal te geven opdat zij kunnen evalueren of de opleiding iets voor hen is en of zij bepaalde lacunes in vaardigheden hebben die zij kunnen bijsturen. Scoren studenten ergens minder goed, dan zien ze meteen hoe ze dit kunnen aanpakken. Er wordt in het feedbackrapport namelijk een koppeling gemaakt met alle begeleidingsinitiatieven die de UGent voorziet (aanbod facultaire studiebegeleiding, workshops afdeling Studieadvies, begeleiding voor studenten met een functiebeperking, taalondersteuning …)

  • Verder ontwikkelen en implementeren van de studievoortgangsmonitor.

In 2015 werd in het kader van het project ‘Visie en beleid rond oriëntering instroom’ de studievoortgangsmonitor in gebruik genomen. De monitor biedt alle belanghebbenden van de UGent de kans om op een objectieve en methodologisch correcte manier actuele in- en doorstroomgegevens van studenten te analyseren. Deze gegevens zijn tevens richtinggevend voor leerlingen uit de derde graad van het secundair onderwijs (die een studiekeuzeproces doormaken) en hun respectieve studiekeuzebegeleiders, zoals leraren en medewerkers van Centra voor Leerlingenbegeleiding. Daarnaast schenkt de monitor alle belanghebbenden (i.c. faculteiten en centrale diensten) de mogelijkheid om de effectiviteit van genomen maatregelen in kaart te brengen. Dit werkt een ‘evidence based’ benadering van de oriëntering van toekomstige studenten in de hand en zet tevens aan tot de validering van bestaande oriënteringsinstrumenten.

  • Verder automatiseren van de onderwijsadministratieve processen in OASIS:

    • Aanpassing van OASIS aan de nieuwe DHO 2.0, waarmee het moet mogelijk worden om gegevens m.b.t. de naleving van de taalregelgeving en de internationale mobiliteit van onze studenten door te sturen naar de databank hoger onderwijs ;

De aanpassingen die aan OASIS dienen te gebeuren om de compatibiliteit met de nieuwe versie 2.0 van DHO te verzekeren, zijn in volle ontwikkeling en zullen afgerond zijn tegen de start van de inschrijvingen voor 2016-2017. Het OASIS-team heeft twee medewerkers (een analyst en een programmeur) aan deze taak toegewezen.

    • Implementatie van het vernieuwd proces rond de aanmaak en de uitreiking van diploma's, getuigschriften en -supplementen ;

Dit project werd afgerond. In intense samenwerking met het OASIS-team en de FDO’s werd binnen de afdeling Studentenadministratie en Studieprogramma’s een nieuw proces uitgewerkt voor de aanmaak en de uitreiking van diploma’s, getuigschriften en de bijhorende supplementen vanaf academiejaar 2015-2016.

De voornaamste kenmerken van het vernieuwd proces zijn :



    • aanpassingen aan diploma’s, getuigschriften en hun supplementen

    • conform het nieuw Besluit van de Vlaamse Regering

    • worden niet meer handmatig ondertekend ; de handtekening van de rector wordt voorgedrukt

    • bevatten een authenticiteitscode die een 3de partij toelaat de echtheid online te controleren

    • worden niet langer opgestuurd maar uitgedeeld op de plechtige proclamatie

    • worden ook elektronisch (als PDF-bestand) aan de studenten bezorgd

    • supplementen

      • moeten niet meer afgedrukt en opgestuurd worden door de faculteit

      • moeten niet meer ondertekend worden door de examencommissievoorzitters

      • worden elektronisch (als PDF-bestand) ter beschikking gesteld van de studenten

In een ronde van de faculteiten werd afgestemd met elke FDO met het oog op het beantwoorden van vragen, het concreet uitstippelen van het proces van uitdelen van de diploma’s bij de proclamaties, en het opstellen van de kalender voor de aanmaak van de diploma’s.



    • Analyse en automatisering van de workflow rond Bijzonder Statuut ;

Dit project zit momenteel in de analysefase.

    • Aanpassingen ten gevolge van wijzigingen in OER 2015-2016 ;

In nauw overleg tussen DOWA en het OASIS ontwikkelteam werden in OASIS aanpassingen aangebracht ter ondersteuning van nieuwe bepalingen in OER 2015-2016 :

    • Gewijzigde studievoortgangsmaatregelen

    • Vermelding van niet-bindend studieadvies op puntenlijsten

    • Gewijzigde tolerantieregeling

    • Maatregelen met betrekking tot minimale omvang curricula




  • Internationalisering

De aanpak van internationalisering binnen de afdeling Internationalisering is de afgelopen jaren drastisch veranderd. Een volledig International Student Support Team werd uitgebouwd waar alle inkomende internationale en uitgaande UGent-studenten terecht kunnen voor onthaal en begeleiding. De bestaande project- en studentendatabases werden op elkaar afgestemd en geïntegreerd in één softwarepakket dat gelinkt werd aan OASIS. Er wordt nu gewerkt aan de integratie van de volledige functionaliteit in OASIS via het Desert-project. Daardoor zal de UGent niet langer afhankelijk zijn van externe software.

Een belangrijke verwezenlijking van de laatste jaren blijft het organiseren van Internationale Joint Masters. Het aantal Erasmus Mundus-opleidingen aan onze instelling is groot. Van de meerderheid van de programma's waarbij de UGent betrokken is, neemt de UGent ook de coördinerende rol op zich binnen het consortium. Vanaf 2009 werd het programma ook uitgebreid met de zogenaamde Joint Doctoral Programmes. Ook hier coördineert de UGent een paar projecten. De beurzen die het EM-programma ter beschikking stelde zorgden voor een verhoogde instroom van internationale topstudenten. Daarnaast vormt de uitbouw van de gezamenlijke opleidingen met partners in het buitenland ook voor een impuls in 'diepgaande' internationalisering op opleidingsniveau. De UGent is sinds 2008 ook een actieve speler binnen het Erasmus Mundus Actie 2-programma (EMA2), dat mobiliteit financiert tussen de EU en Derde Landen. EMA2-projecten bieden mobiliteitsbeurzen aan voor alle academische niveaus van Bachelor tot PhD, alsook voor personeel, zowel voor uitwisseling als voor volledige opleidingen. Tot op heden coördineerde de UGent 11 EMECW/Erasmus Mundus Actie 2 projecten met de Westelijke Balkan, China, Zuidoost-Azië en India. Bovendien heeft de UGent in de tussentijd heel wat expertise opgebouwd: consortia werden opgericht, de database E-Consort ontwikkeld en procedures gestroomlijnd. Naast deze eigen projecten, heeft de UGent ervaring als partner in 8 EMECW projecten met Brazilië, Chili, Paraguay, Uruguay, Venezuela, Cuba, Ecuador, Columbia, Costa Rica, Panama, India en China; en 13 EM Actie 2 projecten met Argentinië, ACP, Latijns-Amerika, USA/Canada, Egypte/Libanon, Zuid-Afrika, Oost-Europa en Zuidoost-Azië.


In 2014-2015 is het nieuwe Erasmus+ programma van start gegaan. In het nieuwe Erasmus+-programma blijft de klassieke Erasmusmobiliteit binnen de programmalanden bestaan. Er is meer aandacht voor kwaliteit van de uitwisselingen. Nieuw is de mobiliteit met niet-Europese partnerlanden via inter-institutionele akkoorden (vanaf 2015) en niet langer in de vorm van grootschalige projecten. In 2014 werden echter nog een aantal nieuwe EMA2-projecten geselecteerd die in de loop van 2015 werden geïmplementeerd: het vijfde Lotus vervolgproject, Lotus+ genaamd, dit keer gecoördineerd door Uppsala University in Zweden; en 2 andere partnerprojecten IMPAKT (Zuidoost-Azië) en INSPIRE (Zuid-Afrika).
Sinds 2009 heeft het beleid van de internationale strategische allianties en preferentiële partnerschappen een nieuwe impuls gekregen door de uitbouw van het U4-netwerk met Groningen (NL), Uppsala (SE) en Göttingen (DE), de Gent-Lille (FR) alliantie en de preferentiële relatie met de University of Kent (VK). Het van 2013 daterende trilateraal partnerschap tussen de UGent, de University of the Western Cape (Zuid-Afrika) en de University of Missouri (VS) kreeg in de loop van 2015 een eerste concrete invulling. In 2011 werd de kiem gelegd van het EUniverCities netwerk voor Europese universiteitssteden een netwerk dat stelselmatig actiever wordt. UGent blijft ook actief in het kader van de SGroup of Universities. Naast een meer intensieve onderlinge samenwerking (met bijv. gezamenlijke trainingsprogramma’s, joint-PhD's, Winter/Summer Schools, conferenties en workshops in meerdere disciplines) zorgen deze strategische allianties ook voor een duurzaam partnerschap doorheen diverse internationale projecten. Dit omvat een aanzienlijke lijst projecten in het kader van diverse financieringsprogramma's: Erasmus (LLP), Erasmus+, Erasmus Mundus, Tempus, Urbact, DAAD, ...

De UGent bereidde in de periode 2009-2014 de opstart voor van een “extended” campus in Zuid-Korea Songdo. Vanaf 2014-2015 zijn daar 4-jarige bacheloropleidingen gestart in de domeinen voedingstechnologie, milieutechnologie en moleculaire biotechnologie die leiden tot een UGent-diploma. De opleidingen zijn geaccrediteerd door zowel NVAO als de Zuid-Koreaanse overheid. De opleidingen worden verzorgd door een permanente staf van ongeveer 35 personen die binnen de UGent, bij haar partners en internationaal gerekruteerd worden. Die permanente staf wordt aangevuld met een zogenaamde 'flying faculty', bestaande uit UGent-professoren die in vier weken durende modules telkens een vak zullen doceren. Het dagelijkse beheer van de Ghent University Global Campus is in handen van de nieuw opgerichte vzw Ghent University Korea. De vzw garandeert dat er geen Vlaamse onderwijsmiddelen gebruikt worden in Zuid-Korea en vice versa.



    1. Beleidsdoelen voor de volgende jaren



  • Realiseren van een meer participatief model voor onderwijsprofessionalisering

  • Optimaliseren van het nieuwe model voor interne kwaliteitszorg (ERGO)

  • Verder informatiseren van de bevraging van de studenten over de kwaliteit van de opleidingen en de opleidingsonderdelen, en van de rapportering.

  • Verder uitbouwen van UGI (UGent Geïntegreerd Beleidsinformatiesysteem) ter ondersteuning van het onderwijsbeleid in het algemeen en de onderwijskwaliteitszorg in het bijzonder. Het systeem moet op termijn op alle niveaus (opleiding, faculteit, centraal) efficiënte en betrouwbare rapportering mogelijk over de vooropgestelde beleidsdoelstellingen en daaraan gekoppelde indicatoren, en dit op een interactieve manier.

  • Uitrollen van de module competentiebeheer in OASIS waarmee de realisatie en evaluatie van de opleidingscompetenties in kaart wordt gebracht.

  • Evaluatie en verdere uitwerking van SIMON als remediëringsinstrument voor instromende studenten.

  • Implementeren van nieuwe UGent-huisstijl in de communicatie met toekomstige studenten (brochures, affiches, web …).

  • Verder automatiseren van de onderwijsadministratieve processen in OASIS:

    • Analyse en implementatie van een nieuw model om toelatingsvoorwaarden te beheren en te gebruiken ;

    • Implementatie van exchange windows en registratie van internationale mobiliteit ;

    • Aanpassingen als gevolg van de introductie van de nieuwe UGent-huisstijl ;

    • Verdere ontwikkeling van de prospect-module (InReg 2.0) en de workflow rond toelatingsdossiers internationale studenten ;

    • Analyse en automatisering van de workflow rond de toelating tot het doctoraat ;

    • Analyse en automatisering van de workflow rond masterproeven ;

    • Analyse en automatisering van de workflow rond Bijzonder Statuut ;

  • Verdere uitrol van het geïntegreerd internationaliseringsbeleid.

  • Verder inzetten op de kwantitatieve groei van stage en studie in het buitenland en op het realiseren van de 2020-norm (voor UGent: tegen 2020 moet 25% van de afgestudeerden een internationale ervaring gehad hebben).

  • Inzetten op het structureel internationaler worden van de curricula van de opleidingen, i.h.b. door te streven naar internationale/interculturele competenties voor alle afgestudeerden van de UGent.

  • De positie van de UGent als koploper inzake Europese onderwijsprogramma’s consolideren en verder uitbouwen.

  • Verder uitbouwen van de (regionale) samenwerkingsverbanden tot een hecht strategisch netwerk.

  • Versterken van de strategische rol van de Ghent University Global Campus in Zuid-Korea in het internationaliseringsbeleid.

3. Onderwijspolitiek binnen de Associatie Universiteit Gent1
3.1. Onderwijsinnovatie en -technologie
Onderwijsinnovatie en -technologie worden als krachtlijn opgenomen voor de associatiewerking na de integratie. De vergadering van de directeurs onderwijs van de vier partnerinstellingen maakte in 2015 een aantal specifieke afspraken om de samenwerking op het vlak van onderwijsinnovatie te concretiseren. Het betreft enerzijds de elektronische leeromgeving en digitale leerplatformen en anderzijds het didactisch professionaliserings-aanbod.
3.1.1 Elektronische leeromgeving en digitale platformen
In 2015 werd er nagegaan welke digitale leeromgeving het meest geschikt is om alle partnerinstellingen te bedienen en om de uitwisseling van gegevens mogelijk te maken. Nu worden er twee verschillende systemen gebruikt: Minerva (de Universiteit Gent en de Hogeschool West-Vlaanderen) en Chamilo (de Arteveldehogeschool en de Hogeschool Gent). Het leek niet opportuun of haalbaar om boven deze systemen een overkoepelende structuur of bovenbouw te creëren. De technische specialisten van de partnerinstellingen werden samengebracht om zich uit te spreken over de (on)mogelijkheden van het aspect toenadering of partiële overlapping.
Binnen hetzelfde thema stond het delen van good practices voorop, vooral met betrekking tot nieuwe leervormen (zoals MOOC’s). Ook andere toepassingen die bijvoorbeeld zouden kunnen bijdragen tot de uitstraling van de instellingen werden als interessant gezien. Op het overleg van de verantwoordelijken voor onderwijstechnologie werd besproken in welke mate een gemeenschappelijke ontsluiting mogelijk is. Ook expertisedeling bleek een opportuniteit.
3.1.2 Didactisch professionaliseringsaanbod
Sinds het academiejaar 2008-2009 worden “Onderwijskundige Seminaries voor lesgevers hoger onderwijs” gezamenlijk georganiseerd door de instellingen van de AUGent. Deze seminaries richten zich tijdens vijf sessies op hete hangijzers uit de onderwijskunde van het hoger onderwijs. De formats van die sessies verschillen, maar vaak wordt gebruik gemaakt van een programma-opbouw waarbij deelnemers kunnen kiezen uit drie parallelsessies waarin good practices besproken worden, gevolgd door een keynote lecture of debat. De volgende thema’s zijn in 2015 aan bod gekomen:

Seminarie 1: Docenten - studenten - in team op 29/01/2015 in HoGent


• Seminarie 2: Taalontwikkeling - taalfeedback - taalvaardig op 24/02/2015 in Het Pand
• Seminarie 3: eGames - eTools - eLearning op 25/03/2015 in Howest
• Seminarie 4: Duurzaam - docent - student op 28/04/2015 in Arteveldehogeschool
• Seminarie 5: Onderwijs - onderzoek - nexus op 29/05/2015 in Het Pand

Na evaluatie bleek dat deze seminaries nog steeds als zeer gunstig worden ervaren maar wellicht qua vormgeving kunnen worden opgefrist. Voor de seminaries onderwijskunde in 2016 wordt voor het format van een hybride webinar geopteerd. Dit laat toe een sessie zowel op afstand als ter plaatse te volgen. Ook het interessante materiaal dat gegeneerd wordt zal beter ontsloten worden. Het basisprincipe blijft: door de docenten voor de docenten.
Sinds een aantal jaar wordt aan de lesgevers in het kader van professionalisering ook een Stagewebsite (zie o.a. www.ugent.be/stage) aangeboden met informatie en tips bij het organiseren, begeleiden en beoordelen van een stage. Deze website is ontwikkeld vanuit een samenwerkingsverband tussen de diverse partnerinstellingen van de AUGent.
3.2. Validerende Instantie
Conform de bepalingen van het flexibiliseringsdecreet installeerde de AUGent een Validerende Instantie die verantwoordelijk is voor het beleid met betrekking tot de Erkenning van Verworven Competenties. De Validerende Instantie is ook verantwoordelijk voor de procedure van het toelatingsonderzoek voor de bacheloropleidingen van de AUGent-instellingen.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10


Dovnload 1.27 Mb.