Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


1. Beleidsdocumenten en -organen De missieverklaring

Dovnload 1.27 Mb.

1. Beleidsdocumenten en -organen De missieverklaring



Pagina3/10
Datum05.11.2018
Grootte1.27 Mb.

Dovnload 1.27 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

3.2.1 Eerder Verworven Competenties (EVC)

In het academiejaar 2014-2015 werden binnen de Universiteit Gent 20 nieuwe begeleidingsdossiers opgestart met het oog op het verkrijgen van vrijstellingen voor opleidingsonderdelen in verschillende opleidingen. Er werden dit jaar 4 portfolio’s effectief ingediend. De andere kandidaten namen geen verder contact op na een inleidend gesprek en/of mail. Er werden 2 portfolio’s ingediend voor de opleiding handelswetenschappen (1 kandidaat verkreeg 11 van de 11 aangevraagde competenties, de andere kandidaat geen van de 17). Er werd een portfolio ingediend binnen de faculteit psychologie (5/5 competenties) en een voor bestuurskunde en publiek management (0/13).


Aan de hogescholen werden in het academiejaar 2014-2015 in totaal 215 nieuwe begeleidingsdossiers opgestart. Aan de Hogeschool Gent ging het om 197 EVC-dossiers, waarvan er 70 werden afgewerkt met positief gevolg. Aan de Arteveldehogeschool liepen er in totaal 8 dossiers. Bij alle dossiers werden competenties erkend en vrijstellingen gegeven op basis van de Bewijzen van Bekwaamheid. Aan de Hogeschool West-Vlaanderen werden er 10 EVC-dossiers begeleid. Ook hier werden alle dossiers ingediend met vrijstellingen tot gevolg.
Van de 88 EVC-dossiers die in 2014-2015 aan de drie hogescholen met positief gevolg werden afgerond, waren er in totaal 78 dossiers voor de opleidingen verpleegkunde (89%). Bij de Hogeschool Gent gaat het om alle 70 dossiers die tot vrijstellingen hebben geleid. Bij de Hogeschool West-Vlaanderen gaat het om 8 van de 10 dossiers. Aan de Arteveldehogeschool werden in 2014-2015 geen EVC-dossiers voor verpleegkunde begeleid.
In 2015 maakte de AUGent op vraag van de Vlaamse minister van onderwijs een vijfjaarlijks rapport inzake EVC op. Hierin werd ook gerapporteerd over de samenwerking met het Agentschap voor Kwaliteitszorg in Onderwijs en Vorming (AKOV) en over de procedure in het kader van afwijkende toelatingsvoorwaarden. Dit rapport werd uitgewerkt door de AUGent-werkgroep EVC en op 18 september 2015 besproken en goedgekeurd door de Validerende Instantie.

3.2.2 Toelatingsonderzoek voor bacheloropleidingen

In 2015 werd het toelatingsonderzoek voor bacheloropleidingen voor de achtste keer door de AUGent georganiseerd. Hierdoor wordt de decretale regelgeving ingevuld die een toelatingsonderzoek mogelijk maakt voor wie niet voldoet aan de algemene toelatingsvoorwaarden.


Volgende kandidaten worden tot het onderzoek toegelaten:

• kandidaten die minstens 21 jaar oud zijn

• virtuozen: zonder leeftijdsbeperking, op basis van een bekwaamheidsonderzoek door internationale experts

• vluchtelingen en ontheemden: zonder leeftijdsbeperking

• SenSe (opleiding Secundair-Na-Secundair): zonder leeftijdsbeperking.

Kandidaten dienen eveneens aan de geldende taalvoorwaarden te voldoen.


Het AUGent-toelatingsonderzoek is generiek, gratis, kan slechts één keer per academiejaar doorlopen worden en is in hoofdzaak gebaseerd op het portfolio van de kandidaat.
De toelatingsprocedure bestaat uit zes fasen:

1. Intakegesprek met beleidsmedewerker.

2. Kandidaat stelt portfolio op.

3. Portfolio wordt door drie “assessoren” beoordeeld.

4. Eventuele toelatingstest indien de bewijswaarde van het portfolio niet voldoende is.

5. Bij toelating ontvangt de kandidaat van de “Validerende instantie” van de AUGent een "Bewijs van Toelating" voor de inschrijving in het eerste bachelorjaar van een opleiding aangeboden door een instelling binnen de AUGent. De kandidaat ontvangt in ieder geval een “Samenvattend Verslag” over de beoordeling van het portfolio.



6. Vóór de inschrijving: een verplicht oriënterend gesprek van de kandidaat met de traject-of studiebegeleider in de opleiding die de kandidaat wil aanvatten.
In 2015 werden via dit toelatingsonderzoek in totaal 100 studenten toegelaten tot inschrijving in een eerste bachelor aan een instelling van de AUGent (ter vergelijking: 99 studenten in 2013-14, 59 studenten in 2012-13, 77 studenten in 2011-12, 97 studenten in 2010-2011, 91 studenten in 2009-2010, 72 studenten in 2008-2009, 51 studenten in 2007-2008).
De Validerende Instantie van de AUGent heeft in haar vergaderingen van 27 februari en 12 mei 2015 beslist om een aantal aanpassingen door te voeren in het toelatingsonderzoek die vanaf januari 2016 van kracht zullen zijn. Het gaat concreet om wijzigingen op het vlak van de procedure, de uitwisselbaarheid van de toelatingsbewijzen en afspraken over de samenstelling van de Validerende Instantie. De bedoeling van deze aanpassingen is om de efficiëntie te verhogen en de procedure zoveel mogelijk af te stemmen op die van de andere associaties, waardoor de bewijzen van toelating onderling maximaal uitwisselbaar zullen zijn.
De standaardprocedure is dat kandidaat-studenten die niet voldoen aan de algemene toelatingsvoorwaarden zich op grond van artikel II.179 van de Codex Hoger Onderwijs toch kunnen inschrijven in een bacheloropleiding, indien ze slagen voor het toelatingsonderzoek. Kandidaat-studenten die willen deelnemen aan het toelatingsonderzoek moeten voldoen aan de taalvoorwaarden en moeten minimum 21 jaar oud zijn op 31 december van het academiejaar waarvoor ze zich na het toelatingsonderzoek kunnen inschrijven.
Op deze algemene procedure zijn twee afwijkingen voorzien: studenten die mogen afwijken op de leeftijdsvoorwaarde en studenten die mogen afwijken op de test. Doordat deze afwijkingen niet binnen alle associaties dezelfde zijn, verloopt het uitwisselen van toelatingsbewijzen moeilijk. De Validerende Instantie van de AUGent besliste om de afwijkingen zoveel mogelijk te beperken. Een achterliggende doelstelling blijft immers dat studenten zoveel mogelijk gestimuleerd worden om het diploma secundair onderwijs toch te behalen.
De Validerende Instantie heeft beslist om afwijkingen op de leeftijd van 21 jaar niet (meer) toe te staan aan studenten met een uitzonderlijke begaafdheid, aan houders van een getuigschrift secundair-na-secundair en aan houders van een attest van twee modules HBO5 verpleegkunde (zorgkundigen). Afwijkingen op de leeftijd van 21 jaar liggen decretaal vast voor vluchtelingen en ontheemden. Binnen de AUGent worden afwijkingen op de leeftijd van 21 jaar toegestaan voor studenten die hebben deelgenomen aan de Havo-piste. Binnen de andere associaties worden de bewijzen van toelating van Havo-pistekandidaten niet erkend.
Wat de afwijkingen op de toelatingstest betreft, heeft de Validerende Instantie beslist om geen “light procedure” meer te organiseren. Studenten met een creditcontract volgen vanaf 2016 de volledige standaardprocedure. Studenten die een attest van toelating van een andere associatie hebben, moeten enkel nog een oriëntatiegesprek hebben voor ze inschrijven in de opleiding. De procedure voor anderstalige nieuwkomers blijft behouden: zij nemen deel aan het standaard toelatingsonderzoek na hun voorbereidingsjaar hoger onderwijs.
De Validerende Instantie heeft beslist om vanaf januari 2016 een strengere algemene procedure voor het toelatingsonderzoek te hanteren. Nieuw is dat alle kandidaten de Davis Reading Test (DRT) afleggen alvorens hun portfolio al dan niet wordt beoordeeld. Kandidaten die minder dan 28 op 60 behalen worden niet toegelaten. Kandidaten die meer dan 35 op 60 behalen worden zonder verdere test toegelaten. Enkel de portfolio’s van kandidaten die tussen 28 en 35 op 60 behalen worden nog door de assessoren beoordeeld. Door de wijziging in volgorde zou de werkbelasting van de assessoren moeten verminderen.
Voor virtuozen is er een specifieke procedure binnen de School of Arts van de Hogeschool Gent. Virtuozen worden duidelijker gedefinieerd als “jongeren die de leeftijd van 21 jaar nog niet bereikt hebben, en waarvan het talent en de volgehouden wil binnen een kunstdiscipline duidelijk verder gaan dan wat door het leerplichtonderwijs of deeltijds kunstonderwijs aangeboden kan worden”. Zij dienen wel een portfolio in maar leggen geen DRT af. In plaats van de algemene beoordeling op portfolio verschijnen zij voor een expertencommissie en leggen ze een artistieke toelatingsproef af. Meestal gaat het om jongeren tussen 15 en 18 jaar.
3.3. HAVO Piste
Op 29 november 2010 werd tussen de AUGent, het Voortgezet en Middelbaar Beroepsonderwijs Zeeuws-Vlaanderen (ondertussen Regionaal Opleidingscentrum (ROC) Scalda), de Stad Gent, de Gemeente Hulst, de Gemeente Sluis, de Gemeente Terneuzen en de Zeeuws-Vlaamse bedrijven een intentieverklaring ondertekend die tot doel heeft een intensieve en structurele samenwerking tot stand te brengen. Die stipuleert o.a. dat “ongeacht de mogelijke uitwerking van andere samenwerkingsvormen [de] samenwerking onder meer het ontwikkelen van pilootprojecten als voorwerp zal hebben, uitgaande van de volgende doelstellingen:

  • Het bevorderen van onderwijskundige samenwerking tussen Zeeuws-Vlaamse studenten en onderwijsinstellingen die partner zijn van de Associatie Universiteit Gent.”

Tijdens gesprekken die volgden op dit akkoord werden enkele concrete mogelijkheden tot samenwerking aangehaald, waarbij de interesse vooral uitging naar acties om studenten met een HAVO-diploma te kunnen toelaten tot het hoger onderwijs in Vlaanderen. Er werd afgesproken om de toelating van Havisten aan de instellingen van de AUGent onder voorwaarden, nl. het succesvol afronden van een voorbereidingsprogramma (de zogenaamde “HAVO-piste”), mogelijk te maken. Studenten met (enkel) een HAVO-diploma hebben immers geen rechtstreekse toegangsmogelijkheden tot de bacheloropleidingen aan de instellingen van de AUGent.


In het programma van de HAVO-piste worden twee grote delen voorzien: studievaardigheden en studieloopbaanoriëntatie. In het eerste blok staat de Vlaamse studiecultuur centraal, terwijl het tweede veeleer inzoomt op studiestructuur. Het programma vindt deels plaats bij de hogescholen van de AUGent en deels bij Scalda (locatie Vlietstraat in Terneuzen). Ongeveer de helft van deze modules bestaat uit contactmomenten met studie(loopbaan)adviseurs en experten studievaardigheden van de Vlaamse hogescholen. De rest van de tijd gaan de studenten met opdrachten aan de slag en werken ze op die manier aan een persoonlijk portfolio. Daarbij kunnen zij rekenen op de individuele ondersteuning en feedback van een mentor. Het programma wordt afgerond in één schooljaar. Minimaal één dagdeel per week wordt besteed aan de invulling van dit programma. Studenten die positief geëvalueerd worden, krijgen een Bewijs van Toelating waarmee ze zich kunnen inschrijven.
De HAVO-piste liep in het academiejaar 2013-2014 als pilootproject. In het academiejaar 2014-2015 volgden 25 studenten de Havo-piste, waarvan 19 studenten een Bewijs van Toelating behaalden. 14 van deze studenten stroomden door naar een partnerinstelling van de AUGent. In het academiejaar 2015-2016 zijn er 18 deelnemers.
Voor het werkjaar 2014-2015 werd door het Scheldemondfonds een subsidie toegekend van 12.000 euro, te verdelen over Scalda en de hogescholen van de AUGent. De administratieve afronding van het dossier en de verdeling van de toegekende middelen werden evenwel pas afgehandeld begin 2016. De beslissing van de West-Vlaamse deputatie tot het finaal toekennen van een toelage voor de uitvoering van het project “HAVO-piste: een rode loper voor Zeeuwse studenten naar het Vlaams hoger onderwijs” van het Scheldemondfonds werd genomen op 4 februari 2016. De toelage uit het Euregio Scheldemondfonds is even hoog als het destijds aangevraagde bedrag.
3.4. Afstudeerbeurs
De twaalfde editie van de Afstudeerbeurs van de AUGent vond plaats op 31 maart 2015 in het Gentse ICC. Meer dan 5000 studenten bezochten het evenement dat bestaat uit drie algemene onderdelen: een jobmarkt, een verderstudeerbeurs en een infoprogramma. Voor de vierde keer werd daar nog een specifiek luik aan toegevoegd dat gericht is op doctoraatsstudenten en doctores, de Jobmarket for Young Researchers.
De jobmarkt verwelkomde 175 bedrijven die zich richten op hooggeschoolde jobstarters. Er waren heel wat ondernemingen uit de private sector aanwezig, maar onder andere ook overheidswerkgevers en grote ziekenhuizen. Ook de partnerinstellingen van de AUGent informeerden de afstuderenden over de jobkansen en verderstudeermogelijkheden binnen de instellingen zelf.
De verderstudeerbeurs bood informatie over alle verdere studiemogelijkheden binnen de AUGent. Studenten die hun studies willen verderzetten vernamen er alles over de schakel- en voorbereidingsprogramma’s, de masters, ma-na-ma’s, ba-na-ba’s, de lerarenopleiding, doctoreren, postgraduaten, permanente vormingen, enzovoort.
Het infoprogramma bood infosessies over loopbaanthema’s, bedrijfspresentaties en persoonlijke dienstverlening (de individuele cv-analyse). Ook het ondernemen en het starten als zelfstandige kwamen aan bod. Voor de eerste keer was er ook een samenwerking met Metro als mediapartner. Metro organiseerde op de beurs zelf twee debatten en publiceerde hierover achteraf een artikel. Studenten die willen werken in Europa of denken aan een loopbaan bij de Europese of internationale instellingen konden terecht op één van de verschillende “Europese” infosessies.
Van dit grootschalig evenement werd ook een kwantitatieve en kwalitatieve evaluatie uitgevoerd, waarin een analyse van de bezoekers en de deelnemende bedrijven wordt gepresenteerd. Het overgrote deel van de deelnemende bedrijven vindt dat de vooropgestelde doelstellingen bereikt werden, wellicht omdat het merendeel actief is in “economisch hardere” sectoren (en op zoek is naar daarbij passende profielen) en het ook overwegend studenten met deze profielen zijn die op de Afstudeerbeurs afkomen. Vanuit deze optiek rendeert deelname aan de beurs zeker voor de meeste deelnemende bedrijven. Dit verklaart ook waarom een groot aantal van de bedrijven steeds terugkomt (tot 80% schrijft zich het jaar nadien weer in).
3.5. Postgraduaat Stomatherapie en Wondzorg
EduWond is een overkoepelend samenwerkingsplatform tussen de Universiteit Gent, de hogescholen van de AUGent en het Universitair Ziekenhuis Gent. Het samenwerkingsplatform werd geformaliseerd en gestructureerd in overleg met de verschillende partners. In december 2008 keurde het toenmalige Directiecomité van de AUGent een overkoepelende raamovereenkomst "Samenwerkingsplatform EduWond" goed en onmiddellijk ook een aanvullende overeenkomst betreffende het oprichten van een Postgraduaat Stomatherapie en Wondzorg.
De doelstellingen van EduWond zijn:

1. het opvolgen van actuele wetenschappelijke inzichten m.b.t. wondzorg

2. het nastreven van een eigen wetenschappelijke bijdrage binnen wondzorg

3. het implementeren van inzichten in de praktijk en

4. het ter beschikking stellen van actuele wetenschappelijke inzichten voor alle professionele gezondheidswerkers.
Om dit doel na te streven werd door de partners de EduWond-vorming ontwikkeld. De EduWond-vorming omvat het AUGent Postgraduaat Stomatherapie en Wondzorg en de WondTopics:


  • Het AUGent Postgraduaat Stomatherapie en Wondzorg omvat 30 studiepunten en bestaat uit 9 modules. In de opleiding wordt ruim aandacht besteed aan theoretische en praktische aspecten van wondzorg, diabetische voetzorg, decubitus, stomatherapie, ulcus cruris, brandwonden, acute wonden, oncologische wonden en wetgeving.

  • De WondTopics zijn korte vormingsinitiatieven omtrent specifieke, zorgvuldig geselecteerde wondzorg-topics voor (huis-)artsen, verpleegkundigen, studenten, kinesitherapeuten en apothekers. Het doel is om tijdens een twee uur durend avondsymposium de meest actuele tendensen met betrekking tot wondzorg toe te lichten. Gerenommeerde experts uit binnen- en buitenland worden tijdens deze sessies als sprekers uitgenodigd. Via deze weg wordt ook een belangrijke samenwerking gerealiseerd tussen EduWond en de wondzorgindustrie.


3.6. Doctoraat in de Kunsten

Het doctoraat in de Kunsten werd op 10 mei 2007 goedgekeurd op het Bestuurscollege van de Universiteit Gent in het kader van de samenwerking op associatieniveau.


In het academiejaar 2014-2015 werden 26 inschrijvingen geregistreerd met volgende verdeling:

Doctoraat in de Kunsten: Beeldende Kunsten: 11

Doctoraat in de Kunsten: Audiovisuele Kunsten: 6

Doctoraat in de Kunsten: Muziek: 8

Doctoraat in de Kunsten: Drama: 1

Deze cijfers zijn vergelijkbaar met die van vorig academiejaar.


In 2015 werden in samenwerking met de School of Arts van Hogeschool Gent drie doctoraten behaald. Al deze doctoraten werden behaald in de Beeldende kunsten.
3.7. Internationale Samenwerkingsplatformen
Binnen de AUGent zijn een aantal internationale samenwerkings­platformen actief die erop gericht zijn de bestaande expertise m.b.t. bepaalde regio’s samen te brengen en gezamenlijk nieuwe expertise op te bouwen.
Zo heeft de AUGent in het kader van het India-platform ondertussen tientallen samenwerkingen lopen met Indiase partners, zowel in Karnataka als in andere staten van India. Een overzicht van die samenwerkingen is te vinden op www.india-platform.org.
De AUGent heeft daarnaast ook een Afrika Platform (GAP, zie ook www.gap.UGent.be), een interfacultair samenwerkingsverband dat alle Afrika-expertise en –actoren (onderzoekers, administrators, tijdschriften, onderzoeksgroepen) verenigt. GAP verspreidt informatie over academische/onderzoeks- en onderwijsactiviteiten over en in Afrika en de Afrikaanse diaspora. Het Platform faciliteert samenwerking met Afrikaanse instellingen op het vlak van onderwijs en onderzoek, het werkt rond sensibilisering van Afrika-gerelateerde vraagstukken en problematieken, het fungeert als contactpunt met betrekking tot Afrika-expertise voor niet-academische stakeholders en het ontwikkelt waar mogelijk beleidsdocumenten in verband met Afrika.
GAP heeft twee initiële doelstellingen:

1. als academisch platform wil het onderzoekssamenwerking met Afrikaanse instellingen bevorderen, netwerking tussen AUGent-onderzoekers in de hand werken, en inzetten op de visibiliteit van de AUGent Afrika-expertise



2. die wetenschappelijke expertise stelt GAP ook ten dienste van de maatschappij, zowel in België als in Afrika.
GAP speelt steeds meer een ondersteunende rol voor studenten van de instellingen van de AUGent die op zoek zijn naar onderzoekslocaties of veldwerkplaatsen in Afrika. GAP wordt op regelmatige basis aangeschreven door studenten met vragen naar projecten in bepaalde Afrikaanse landen of binnen bepaalde onderzoeksdisciplines. Samen met de Afdeling Internationalisering van de Universiteit Gent tracht GAP ook een coördinerende rol te spelen bij het afsluiten van bilaterale samenwerkingsverbanden tussen de Universiteit Gent en Afrikaanse instellingen. Een van de belangrijkste activiteiten in 2015 was de organisatie van het “9th symposium of the Africa Platform: Trading places: The role of trade with Africa” op 17 december.
Verder blijft ook het associatieoverleg internationalisering actief. Er werden onder meer afspraken gemaakt voor de deelname aan de EAIE-conferentie in Glasgow in september 2015.
3.8. Opvolging diverse ontwikkelingen in het Vlaams hoger onderwijs
De AUGent-staf volgde ook in 2015 van nabij diverse relevante ontwikkelingen in het Vlaams hoger onderwijs op en wisselde hierover informatie uit met de collega’s uit de partnerinstellingen. Deze opvolging gebeurt op verschillende manieren: door deelname aan overleggroepen (bijvoorbeeld op VLOR-niveau of bij de NVAO, door betrokkenheid bij studiedagen of publicaties).
Wat duurzaamheid betreft, participeerde de AUGent-staf aan ontwikkelingen op Gents niveau, met name door een actieve bijdrage aan het project “Transitie UGent: samen voor een duurzame universiteit!”. Een tweehonderdtal koplopers, geëngageerde personeelsleden, studenten, experten en beleidsmensen van de Universiteit Gent vormden een denktank, onder de naam Transitie UGent, en werkten de afgelopen jaren samen een ambitieuze langetermijnvisie uit op het vlak van duurzaamheid die ondertussen als één van de pijlers in het Strategisch Plan van de Universiteit Gent werd opgenomen. In aanloop naar de internationale klimaattop in Parijs werd in 2015 heel wat actie ondernomen onder de noemer “Tipping Point – de klimaattop in Gent – weerwerk bij de Universiteit Gent”.
Op het vlak van diversiteit werden in 2015 het nieuwe convenant en de bijhorende samenwerkingsovereenkomst voor het Steunpunt Hoger Inclusief Onderwijs (SIHO) voorbereid, waarin de Hogeschool West-Vlaanderen als administratief coördinerende instelling fungeert. Er werd ook geregeld teruggekoppeld vanuit de Commissie Diversiteit en de daaronder ressorterende werkgroepen van de VLOR waarin de AUGent-staf vertegenwoordigd is.

Kwaliteitsbewaking in het universitair onderwijs
Kenmerkend voor de gedecentraliseerde beleidsvisie van de Universiteit Gent is dat verschillende actoren permanent de kwaliteit van het onderwijs opvolgen en optimaliseren, zowel op het niveau van het opleidingsonderdeel, de opleiding, de faculteit als op het centrale niveau.
1. Interne kwaliteitsbewaking

Elk niveau heeft een eigen format waarbinnen aan kwaliteitszorg gedaan wordt. Op het niveau van het opleidingsonderdeel nemen lesgevers initiatieven voor de praktische uitvoering van de onderwijsprocessen en de begeleiding van studieprocessen, met inbegrip van de examens. Ze sturen het opleidingsonderdeel permanent bij, al dan niet in overleg met de studenten. Elke opleiding of groep van verwante opleidingen heeft een opleidingscommissie die de verbetercycli op opleidingsniveau draagt. De opleidingscommissie evalueert de impact, de effectiviteit en de efficiëntie van de onderwijsprocessen en bewaakt op deze manier de kwaliteit. Op facultair niveau staan de Facultaire Dienst Onderwijs en de Cel Kwaliteit Onderwijs, onder leiding van de facultaire onderwijsdirecteur, in voor een permanente kwaliteitscontrole en ‑opvolging. De onderwijsdirecteurs vormen de brug tussen de kwaliteitsborging op het facultaire en het centrale niveau, in voortdurende interactie met de afdeling Onderwijskwaliteitszorg (DOWA 1) en binnen de Onderwijsraad. Binnen de ruimte die de centrale kaders laten, ontwikkelt de Facultaire Dienst Onderwijs vaak een eigen kwaliteitskader en bijbehorende instrumenten. Het zwaartepunt van de onderwijskwaliteitszorg blijft in de eerste plaats decentraal bij de faculteiten liggen, die als verantwoordelijke actoren een grote autonomie behouden.

Een van de doelstellingen van het strategisch plan van 2010 was de ontwikkeling van een ‘universiteitsbreed kwaliteitsborgingssysteem’ voor de aansturing en opvolging van de onderwijskwaliteitszorg op instellingsniveau. Daarmee wou men tegemoet te komen aan de decretale eisen die waren voorzien voor de periode 2013-2021 met externe opleidingsvisitaties parallel aan de instellingsreview. Met dat model wilde de UGent aantonen dat het op instellingsniveau kennis heeft van de onderwijskwaliteit van haar opleidingen, kritisch kijkt naar het onderwijs en beschikt over een gezagsvolle instantie die dit alles opvolgt en kwaliteitsverbetering aanstuurt. Er werd gekozen voor het gedifferentieerd monitoringmodel (Raad van Bestuur mei 2012) waarbij de opvolgingsstrategie varieert naar gelang van de opleiding, en waarbij in overleg met de faculteiten een aantal opleidingen worden geïdentificeerd waarvoor nadere opvolging nodig is.

Het model omvat een jaarlijks verslag van elke opleidingscommissie, een jaarlijks kwaliteitsoverleg tussen de directie Onderwijsaangelegenheden en elke faculteit, en een kwaliteitsforum.


Het gedifferentieerd monitoringmodel loopt parallel loopt met de externe visitaties en is op heden van toepassing maar nog niet helemaal uitgerold. Het model vertrekt o.a. van een reeks opleidingsindicatoren die de directie Onderwijsaangelegenheden verzamelt en op basis van de opleidingsevaluaties, onderwijsevaluaties, studierendement en allerhande administratieve gegevens op voorhand ter beschikking stelt van de faculteiten. Daarnaast wordt ad hoc informatie zoals verslagen van visitatiecommissies en andere externe kwaliteitsorganen, feedback van ombudspersonen en dergelijke als basis genomen voor een gedifferentieerde aanpak.

Elk jaar gaat er een kwaliteitsoverleg door tussen de directie Onderwijsaangelegenheden enerzijds en zowel de facultaire onderwijsverstrekkers als de afnemers van het onderwijs (de studenten) anderzijds. Concreet betekent dit dat de directeur Onderwijsaangelegenheden een afzonderlijk gesprek heeft met studentenvertegenwoordigers ter voorbereiding op een overleg met de decaan en de onderwijsdirecteur van de faculteit (met ondersteuning van hun medewerkers). Tijdens dit overleg geeft de facultaire onderwijsdirecteur toelichting bij de noden en bezorgdheden van de opleidingen en worden de onderwijsindicatoren en eventuele aanvullende informatie besproken. Het overleg verloopt in een sfeer van vertrouwen en wederzijds begrip, opdat zonder terughoudendheid zowel de sterke punten als mogelijke knelpunten van de opleiding besproken kunnen worden. De directeur Onderwijsaangelegenheden heeft de uiteindelijke verantwoordelijkheid voor het verslag van het kwaliteitsoverleg, dat een aantal afspraken bevat en dat na afloop van een volledige cyclus bij alle faculteiten aan het universiteitsbestuur wordt voorgelegd. De adviezen worden door de decaan en onderwijsdirecteur teruggekoppeld naar de opleidingen.

Voorafgaand aan het kwaliteitsoverleg dient elke opleiding een jaarrapport in bij DOWA over de uitgevoerde en geplande activiteiten met betrekking tot kwaliteitszorg.

De opvolgingsstrategie die na afloop van het kwaliteitsoverleg wordt vastgelegd, kan variëren van een volledig vertrouwen van het instellingsbestuur tot een intensieve begeleiding. Voor opleidingen die een goed kwaliteitsbeleid voeren, verandert er in dit model niets wezenlijks. De meeste opleidingen verdienen het volledige vertrouwen. Voor deze opleidingen betekent de opvolgingsstrategie eerder een marginale toetsing van de kwaliteit aan de hand van de centrale kwaliteitscriteria of indicatoren (zoals bijvoorbeeld geoperationaliseerd in de opleidingsevaluaties). Voor sommige opleidingen zullen de decaan, de onderwijsdirecteur en de directie Onderwijsaangelegenheden tijdens het overleg de aspecten duiden waarop de opleiding minder goed presteert en waarop de kwaliteit kan verbeteren. Bij het volgende kwaliteitsoverleg moet dan blijken of de opleiding de nodige opvolging heeft gegeven aan deze verbeteraspecten. Voor een beperkt aantal opleidingen kan een nog meer uitgesproken intensieve begeleiding nodig zijn en kunnen frequentere of bijkomende kwantitatieve of kwalitatieve bevragingen van studenten of staf worden georganiseerd.

In 2014 werd beslist dat de externe visitaties grotendeels werden opgeschort en dat de Vlaamse universiteiten en hogescholen gedurende enkele jaren kunnen experimenteren met een kwaliteitsorgaan in eigen regie.

De kwaliteitszorg en -controle van de opleidingen volledig in eigen regie nemen vergt bijkomende maatregelen maar houdt meteen ook de opportuniteit in om bestaande werkwijzen ter discussie te stellen en desgevallend bij te sturen. De eigen regie in de kwaliteitszorg behoudt de focus op de opleidingen. Het bestuur wenst immers een duidelijk beeld te krijgen van de kwaliteit van elke opleiding en elk programma die het aanbiedt. De UGent beperkt zich daarbij niet tot de opleidingen die nu geaccrediteerd worden maar monitort de kwaliteit van alle programma’s die ze aanbiedt, inclusief schakel- en voorbereidingsprogramma’s alsook postgraduaatsopleidingen.



De volgende principes vormen de basis voor de interne kwaliteitszorg waarmee de UGent de kwaliteit van haar opleidingen opvolgt. Ze geven in grote mate weer op welke basis de onderwijskwaliteitszorg in 2015 reeds functioneert, met een aantal nieuwe accenten die het resultaat zijn van verdwijnen van de externe visitaties en het volledig in handen nemen van de regie van de onderwijskwaliteitszorg door de UGent zelf. De meeste van deze principes zijn al geoperationaliseerd. Om het proces volledig en geloofwaardig in eigen regie te kunnen uitvoeren zijn een aantal nieuwe principes geformuleerd.

Bestaande principes:

1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

  • 3.2.2 Toelatingsonderzoek voor bacheloropleidingen

  • Dovnload 1.27 Mb.