Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


1. Beleidsdocumenten en -organen De missieverklaring

Dovnload 1.27 Mb.

1. Beleidsdocumenten en -organen De missieverklaring



Pagina4/10
Datum05.11.2018
Grootte1.27 Mb.

Dovnload 1.27 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

Datagestuurd: Er worden vergelijkende indicatoren over de opleidingen gegenereerd. Opleidingen moeten zichzelf kunnen monitoren en het bestuur moet op basis van data risicoanalyses kunnen uitvoeren om de opleidingen gericht te kunnen opvolgen. Er wordt open gecommuniceerd over vergelijkende informatie die de instelling over haar opleidingen heeft.

  • Grote input van feedback van studenten: Door de participatieve beleidscultuur van de UGent is het vanzelfsprekend dat de UGent veel belang hecht aan de feedback van studenten bij de onderwijskwaliteitszorg. Die wordt zowel systematisch bevraagd bij de studenten als gegarandeerd door de aanwezigheid van studenten in elke fase van de kwaliteitszorg.

  • Toepassing van interne kwaliteitstools en –afspraken: De opleidingen respecteren de interne afspraken inzake kwaliteitszorg en passen de tools toe waarover het bestuur heeft beslist, bijvoorbeeld competentiebeheer, studiefiches, toetsbeleid. Geen enkele opleiding of faculteit kan zich onttrekken aan de interne kwaliteitszorg. Ook opleidingen die zich door een extern visitatie-orgaan laten visiteren (en ev. internationaal accrediteren, zoals bv. de diergeneeskunde) moeten toch deelnemen aan de procedures voor interne kwaliteitszorg.

    Nieuwe principes

    • Meer toezicht op permanente kwaliteitszorg: De extern geïnduceerde visitatiestress wordt vervangen door een permanente aandacht voor verbetering van de kwaliteit van de opleidingen. Opleidingscommissies moeten in hun werking verschillende PDCA-cycli toepassen op verschillende niveaus, met bijzondere aandacht voor de laatste fase. De resultaten van interventies worden opgevolgd en geëvalueerd. De mate waarin door de opleidingscommissies aan permanente kwaliteitszorg wordt gewerkt wordt door het bestuur opgevolgd.

    • Optimaal gebruik van de bestaande bestuursdocumenten: Er wordt vermeden dat dezelfde informatie op verschillende manieren en in verschillende formats moet worden aangeleverd door de opleidingen. Efficiënt documentbeheer wordt maximaal nagestreefd.

    • Gericht verbeteren in plaats van beoordelen: De externe visitatiecommissies hebben bijna altijd aangetoond dat er een basiskwaliteit aanwezig is. De interne kwaliteitszorg moet zich daarom in de eerste plaats richten op het continu verbeteren van de kwaliteit. Om de verbeteringen te kunnen opvolgen, blijft een vorm van beoordeling nodig.

    • Intern vergelijkend: Het aanbod van opleidingen is groot genoeg om voor elke opleiding relevante opleidingen te vinden waarmee een vergelijking relevant is. De interne kwaliteitszorg maakt gebruik van de grote variëteit aan opleidingen om de opleidingscommissies te stimuleren om zich te spiegelen aan andere interne opleidingen van de UGent en van elkaar te leren.

    • Extern toezicht op elk niveau: Op elk niveau van de interne kwaliteitszorg participeren externe experts aan de beoordeling, bijvoorbeeld bij interne visitaties. Ook moet elke opleiding aantonen dat ze feedback vraagt van het afnemend veld. Dat is nu al meestal het geval, maar zal meer nauwlettend worden opgevolgd.

    • Clustering van natuurlijke combinaties van opleidingen: Aansluitende bachelor- en masteropleidingen worden samen behandeld, maar ook master-na-master-opleidingen en verwante opleidingen kunnen in één operatie worden opgevolgd.

    • Flexibele timing of volgorde: Het bestuur bepaalt zowel de volgorde als de timing op basis van de informatie waarover ze beschikt. Er is geen vaste regelmaat zoals bij de VLUHR-visitaties of de NVAO-accreditaties.

    Nieuwe processen

    De UGent voert in het kader van de kwaliteitszorg voor de opleidingen ‘in eigen regie’ de interne inspanningen voor onderwijskwaliteitszorg op met de volgende nieuwe processen:


    Het Onderwijskwaliteitsbureau

    De UGent richt een gespecialiseerd orgaan op dat op basis van systematisch verzamelde informatie een standpunt inneemt dat zowel richtinggevend kan zijn voor de faculteiten als adviserend voor de strategische keuzes die het bestuur maakt.

    Het Onderwijskwaliteitsbureau past binnen de principes voor de bevoegdheidsverdeling aan de UGent (zoals goedgekeurd door de Raad van Bestuur van 10 oktober 2014) waarbij werd voorgesteld om in de schoot van de adviesraden (en meer specifiek de onderzoeks- en de onderwijsraad) een bureau te installeren dat bestaat uit een beperkte subgroep van de adviesraad, maar voornamelijk wordt aangevuld met externe experten.

    Het Onderwijskwaliteitsbureau wordt voorgezeten door de (vice)rector en bestaat daarnaast uit de academisch beheerder, de directeur Onderwijsaangelegenheden, vier ZAP-leden, twee studenten, een lid van het AAP en twee externe experten uit het afnemend veld (1 profit en 1 non-profit). De afdeling onderwijskwaliteitszorg staat in voor het secretariaat van het Onderwijskwaliteitsbureau.

    Het Onderwijskwaliteitsbureau vergadert jaarlijks een tiental keer en bespreekt de kwaliteit van de opleidingen en de mate waarin ze de nodige initiatieven nemen om de kwaliteit te borgen. Het Onderwijskwaliteitsbureau kan opleidingen dwingende maatregelen of voorwaarden opleggen, geeft advies aan het bestuur op basis van de uitvoering van die maatregelen en geeft adviezen aan het bestuur over de programmatie van opleidingen. Het Onderwijskwaliteitsbureau beslist over de regelmaat van peerleerbezoeken (zie verder).
    Het Onderwijskwaliteitsbureau maakt gebruik van de informatie over opleidingen die nu reeds beschikbaar is en van beoordelingen van een opleidingsportfolio (zie verder) dat opleidingscommissies permanent moeten bijhouden en op basis van peerleerbezoeken die de opleidingen kritisch doorlichten.

    Het Onderwijskwaliteitsbureau zal de behandelde dossiers meer formeel en systematisch behandelen dan dat nu ad hoc gebeurt. De oprichting van het Onderwijskwaliteitsbureau wordt in mei 2015 aan de Raad van bestuur voorgelegd


    Peerleerbezoeken

    Van de externe visitatiecommissies wil de UGent de kritisch constructieve blik behouden van een team experts of collega’s die in vergelijkbare omstandigheden werken. Om de planlast te verminderen en ook om de focus te verleggen van ‘beoordelen’ naar ‘wederzijds leren en verbeteren’ worden binnen de UGent peerleerbezoeken georganiseerd, waarbij in de eerste plaats voorzitters van opleidingscommissies van de UGent in teams een opleiding bezoeken, kritische vragen stellen en aanbevelingen formuleren. Bij elk peerleerbezoek wordt een student en tenminste één externe inhoudelijk expert betrokken. Het doel is wederzijds leren, waarbij zowel de bezochte opleiding(en) als het bezoekende team inspiratie opdoen voor verdere verbetering. Het peerleerbezoek geeft feedback over de opleiding(en) aan het Onderwijskwaliteitsbureau.

    Enkele elementen van de concrete werkwijze:


    • Een peerleerbezoek ‘visiteert’ meestal geclusterde opleidingen. De clusters mogen echter niet te groot zijn zodat men voldoende kan ingaan op de eigenheid van de opleidingen.

    • Een team bestaat uit 4 tot 6 personen en een secretaris van DOWA. De interne leden komen doorgaans uit andere faculteiten. De meesten zullen actief zijn op hetzelfde onderwijsniveau (bachelor, master, master-na-master, postgraduaat) maar leden van afnemende of toeleverende opleidingen kunnen een meerwaarde zijn, ook in sommige gevallen uit hogescholen, bijvoorbeeld voor opleidingen met veel studenten in schakelprogramma’s.

    • Elk lid van het peerleerbezoekteam formuleert individueel reflecties over en aanbevelingen voor de bezochte opleiding, en voor de eigen opleiding (voor de interne leden). Het team als geheel typeert de bezochte opleiding(en) op een aantal criteria in verschillende niveaus en motiveert de typering.


    Het opleidingsportfolio

    Er worden geen papieren rapporten meer gemaakt zoals de zelfstudierapporten. Alle informatie wordt elektronisch aangeleverd via een documentbeheersysteem met verschillende toegang naargelang van de status van de betrokkenen bij het peerleerbezoek: lesgever/lid opleidingscommissie, CKO/decaan/onderwijsdirecteur, DOWA, lid peerleerbezoekteam. De opleiding plaatst informatie over de eigenheid en de kwaliteit van de opleiding in het modulaire elektronisch opleidingsportfolio. Er wordt gewerkt met een aantal vaste formaten die voor alle opleidingen dezelfde zijn, wat zowel de transparantie als de snelle communicatie en verwerking bevordert. Doordat de interne leden van het peerleerbezoekteam voor hun eigen opleiding ook het elektronisch portfolio met dezelfde structuur bijhouden, vinden ze er snel hun weg in.


    De opleidingsportfolio’s moeten de opleidingscommissies stimuleren om nog regelmatiger bezig te zijn met de onderwijskwaliteit. Er wordt maximaal gebruik gemaakt van bestaande documenten die niet redactioneel worden herwerkt maar geannoteerd op basis van besprekingen in de opleidingscommissie. Tijdens het jaarlijks kwaliteitsoverleg tussen de faculteit en DOWA worden de permanente werkzaamheden van de opleidingscommissies opgevolgd en wordt nagegaan of er gevolg wordt gegeven aan de aanbevelingen die bij het peerleerbezoek zijn geformuleerd.

    Het opleidingsportfolio bevat vanzelfsprekend ook informatie over de werking van de opleidingscommissie, bv. wat de samenstelling, het aantal vergaderingen, de vergader- en consultatievormen betreft. De verslagen van de opleidingscommissie maken ook deel uit van het opleidingsportfolio en kunnen worden geraadpleegd door het Onderwijskwaliteitsbureau en het peerleerbezoekteam.

    Het opleidingsportfolio bevat ook een benchmarking die de opleiding zelf uitvoert. Deze benchmarking moet o.a. aantonen dat de afgestudeerden voorbereid zijn om te functioneren in een internationale arbeidscontext (competenties, leerinhouden, ervaring) en dat het onderwijs van de opleiding steunt op internationale onderzoeksexpertise.

    De onderwijsraad bepaalt de structuur en de verplichte onderdelen van het opleidingsportfolio. Het portfolio toont o.a. aan dat er rekening wordt gehouden met feedback en inbreng van stakeholders (studenten, afnemend veld).


    De eerste drie pilots van de peerleerbezoeken werden uitgevoerd in 2015.
    1.1. Onderwijsevaluatie door studenten
    De kwaliteit van het onderwijs wordt aan de UGent systematisch gemeten met bevragingen van studenten over de lesgevers en over de opleidingen. De resultaten van de onderwijsevaluaties door studenten worden ook als criterium gebruikt bij bevorderingen van het personeel. De vergelijkende resultaten van de bevragingen over de opleidingen zijn binnen de instelling algemeen beschikbaar via agendering op de onderwijsraad. Lesgevers krijgen een kwantitatieve en vergelijkende spiegel voorgehouden die hen leert hoe het onderwijs wordt ervaren door studenten in vergelijking met het gemiddelde van de andere opleidingsonderdelen en opleidingen. De UGent honoreert de mening van de studenten over het onderwijs dus duidelijk en houdt er sterk rekening mee. De instrumenten waarmee de lesgevers en de opleidingen worden beoordeeld door de studenten tonen meteen ook de accenten die worden gelegd in de definitie van kwaliteit van onderwijs (bv. kritische zin, internationalisering, onderzoekscompetenties). De instrumenten die de kwaliteit van het onderwijs meten, maken deel uit van de kwaliteitszorg maar ze worden in hoofdstuk 3 verder in detail beschreven.

    De onderwijsevaluaties bestaan aan de UGent al meer dan 20 jaar. In 2006 werd opnieuw één uniform instrument voor de hele universiteit ingevoerd. Onderwijsevaluaties zijn semestriële bevragingen van de studenten over de opleidingsonderdelen die ze in het voorgaande semester van hun opleiding hebben gevolgd. Daarmee is meteen aangegeven dat de evaluaties worden afgenomen nadat de studenten hun resultaten voor de bevraagde vakken hebben vernomen. De examen- en andere toetsvormen maken dan ook deel uit van de 6 bevraagde aspecten of dimensies: leereffect, doceerstijl, structuur, aanspreekbaarheid, evaluatie en cursusmateriaal.

    Elke dimensie wordt geëvalueerd aan de hand van specifieke items. Zo komt bij de dimensie ‘leereffect’ het item ‘Ik vond de behandelde onderwerpen intellectueel uitdagend en stimulerend ‘ aan bod en bij de dimensie ‘aanspreekbaarheid’: ‘De houding van de lesgever tegenover de studenten was correct ‘. Daarnaast zijn er nog enkele losse items (bv. ‘Het opleidingsonderdeel was goed ondersteund door Minerva ‘) en een vraag over de algemene beoordeling. De items nemen de vorm aan van stellingen waarmee de studenten zich op een 5-puntenschaal al dan niet akkoord verklaren. Daarnaast kunnen de studenten bij elk aspect in een open veld commentaar schrijven. Per faculteit kunnen ook bijkomende vragen worden toegevoegd. De meeste onderwijsevaluaties verlopen elektronisch.

    Het belang van de onderwijsevaluaties voor de kwaliteitszorg aan de UGent is zeer groot. Zo worden de resultaten van de onderwijsevaluaties gebruikt bij aanstellingen en bevorderingen en zijn ze ook de aanleiding voor de bijsturing van lesgevers en programma’s. Ze worden tevens meegenomen bij de evaluatie van de gepersonaliseerde doelstellingen en fungeren als criterium bij de inschaling van het ZAP in het model voor pedagogische bekwaamheidsbewijzen.

    Het onderwijs- en examenreglement legt op dat elk opleidingsonderdeel minstens om de 3 jaar door de studenten moet worden geëvalueerd. Sommige faculteiten evalueren elk opleidingsonderdeel jaarlijks, terwijl andere een rotatiesysteem hanteren waarbij zwakker scorende lesgevers en/of opleidingsonderdelen sneller opnieuw worden geëvalueerd. Soms wordt in dit proces ook rekening gehouden met de timing van bevorderingen, ‘tenure track’-contracten en ZAP-evaluaties.

    Om de resultaten van de onderwijsevaluaties te kunnen gebruiken voor personeelsbeslissingen (bv. bevorderingen) eist de Raad van Bestuur een minimale participatiegraad van 30%. Voor kleine groepen ligt de norm evenwel hoger: bij een groep van 15 studenten ligt de norm bv. op 8 respondenten. In 2014 formuleerde de Onderwijsraad een streefcijfer van gemiddeld 40% op faculteitsniveau; 50% en 60% worden respectievelijk ‘goede praktijk’ en ‘excellent’ genoemd. In 2014 behaalden 6 faculteiten het streefcijfer van 40%, waarvan 2 met een participatiegraad ‘excellent’.

    De hoge participatiegraad is vooral te danken aan het feit dat de bevragingssoftware gekoppeld is aan de elektronische leeromgeving Minerva. Telkens wanneer studenten zich bij Minerva aanmelden, herinnert een boodschap hen aan de bevraging. Deze boodschappen worden regelmatig gewijzigd: ze kunnen informatief of humoristisch zijn, inspelen op een gezonde competitiedrang tussen faculteiten of studentenverenigingen of in de vorm van een oproep van de rector en/of de decaan gebruik maken van het gezagsargument. Wanneer de participatiegraad te laag blijft, krijgen studenten die nog niet hebben deelgenomen een sms. Binnen de faculteiten worden studenten ook in de lessen, via studentenverenigingen en ‘social media’ opgeroepen om deel te nemen. In sommige faculteiten worden ook groepssessies in PC-klassen georganiseerd. Wanneer bij kleine groepen de norm niet wordt gehaald, kan men de resultaten van bevragingen van verschillende opeenvolgende jaren combineren of worden focusgroepen ingeschakeld. Die laatste kunnen ook aanvullende of verduidelijkende informatie leveren.

    De lesgevers krijgen de kans om hun eigen resultaten bij de onderwijsevaluaties te becommentariëren. De resultaten worden expliciet en in detail besproken in de Facultaire Commissies Kwaliteitszorg waar ook studenten aan deelnemen. De voorzitters van de opleidingscommissies krijgen de resultaten en bespreken die vervolgens in de opleidingscommissies. Naargelang van de faculteit worden lesgevers met minder goede beoordelingen uitgenodigd door de onderwijsdirecteur, de decaan en/of de voorzitter van de opleidingscommissie voor een gesprek, waarin wordt gepeild naar de oorzaken van de negatieve beoordeling en waarin mogelijkheden van remediëring worden bekeken. Tijdens het jaarlijkse kwaliteitsoverleg tussen de faculteit en de Directie Onderwijsaangelegenheden wordt vooral de opvolging van de onderwijsevaluaties van lesgevers met terugkerend slechte beoordelingen besproken.


    1.2. Opleidingsevaluaties

    Om de twee jaar worden de studenten die op het punt staan af te studeren bevraagd over hun hele opleiding. In 2014 werden ongeveer 10.000 studenten uitgenodigd om deel te nemen aan deze bevraging. De bevraging, die begrijpelijkerwijze één van onze belangrijkste informatiebronnen vormt over de kwaliteit van de opleidingen, gebeurt met een beperkte vragenlijst die voor alle opleidingen dezelfde is maar licht varieert naar gelang van het opleidingsniveau.

    De opleidingsevaluaties startten in 2010 met de bachelor- en masteropleidingen. In 2012 werden ze uitgebreid naar schakelprogramma’s en master-na-masteropleidingen. In 2013 werd een tussentijdse bevraging uitgevoerd over enkele masteropleidingen waarvoor er in 2012 een te lage respons was. Ook werden in dat jaar de postgraduaatsprogramma’s voor het eerst geëvalueerd. In 2014 werd ook de specifieke lerarenopleiding bevraagd. Voor de meeste initiële bachelor- en masterbevragingen zijn er intussen resultaten beschikbaar van 2010, 2012 en 2014.

    De participatie aan de opleidingsevaluaties is doorgaans hoger dan bij de onderwijsevaluaties, vermoedelijk omdat de studenten in dit geval slechts één vragenlijst moeten invullen, terwijl ze bij de onderwijsevaluaties soms tot 5 keer toe (per opleidingsonderdeel/lesgever) moeten evalueren. De stijging in de participatiegraad is het gevolg van een aantal specifieke maatregelen, zoals de herinneringen via de elektronische leeromgeving en een barnumreclamecampagne die aangeeft hoe belangrijk de opleidingsevaluaties voor de UGent zijn.

    De dimensies worden voor elke bevraging door de Onderwijsraad goedgekeurd. Ze behandelen aspecten uit o.a. de missieverklaring van de UGent (bv. de brede maatschappelijk context), het onderwijsconcept (bv. stimuleren van creativiteit), het toetsconcept (bv. variatie en transparantie van evalueren) en thema’s van de strategische plannen (bv. ondernemerschap).

    De resultaten van de opleidingsevaluaties worden in de eerste plaats gebruikt door de opleidingscommissies voor eventuele bijsturing van bepaalde aspecten van de opleidingen. Voor de Directie Onderwijsaangelegenheden zijn ze een belangrijke informatiebron voor het jaarlijkse kwaliteitsoverleg met de faculteiten.



    Ondanks de hoge participatiegraad zijn de resultaten voor een aantal kleinere opleidingen of opleidingen met veel buitenlandse studenten toch niet voldoende betrouwbaar. Alternatieve manieren om de mening van de studenten in kaart te brengen zijn hier nodig.

    1.3. Studietijdmeting
    In 1999 startte de Universiteit Gent met systematische studietijdmetingen. Deze studietijdmetingen zijn uitgegroeid tot een belangrijke component van de onderwijskwaliteitszorg.
    Alle faculteiten voerden voor bijna elke opleiding studietijdmetingen uit. Meestal gebeurt dit ter voorbereiding en opvolging van onderwijsvisitaties. Bijkomend ook voor de eigen curriculumevaluaties en programmahervormingen. Deze metingen omvatten één academiejaar en lopen meestal over alle studiejaren van de betrokken opleiding. Na afloop van de registratie werden bij de start van het daaropvolgende academiejaar de resultaten besproken in de Kwaliteitscellen Onderwijs en de betrokken opleidingscommissies. Hieruit volgt dan een actieplan.
    Tot 2010 bestond het schriftelijk in te vullen, wekelijkse registratieformulier uit een recto verso DinA4 blad. Op dit formulier vond je een dagelijkse invultabel met 48 tijdsvakken van een half uur met ruimte om de betreffende codes in te vullen. De deelnemende studenten noteerden alle onderwijsactiviteiten. Bovendien diende elke activiteit die verband hield met hun studie in de vorm van tijdsvakken van een half uur gecodeerd te worden. Voor elk tijdvak specifieerden de deelnemers per leeractiviteit met wie, waar, met welk hulpmiddel en voor welk opleidingsonderdeel de leeractiviteit betrekking had.
    Vanaf 2010-2011 verloopt alles elektronisch via het leerplatform Minerva en levert dezelfde informatie als de 'papieren' versie. We vereenvoudigden vanaf het academiejaar 2011-2012 de procedure. Sindsdien gebeurt de registratie in tijdsvakken van een kwartier in plaats van een halfuur. Bij grote studentengroepen delen we de studentenpopulatie in 8 groepen in. Elke groep neemt vijf weken van het academiejaar voor zijn rekening. De weken zijn gespreid over het volledige academiejaar; nooit komen twee opeenvolgende weken aan bod.
    Bij kleine studentengroepen delen we de studentenpopulatie in zes groepen. Elke groep neemt dan zeven weken van het academiejaar voor zijn rekening. De weken zijn gespreid over het volledige academiejaar en ook hier komen nooit twee opeenvolgende weken aan bod. In sommige gevallen registreren studenten zelfs 12 weken per academiejaar.
    We gebruiken de gegevens van alle deelnemende studenten voor de weekprofielen en de wekelijkse rapporteringen. Voor de overige rapporten baseren we ons op de studenten die een ‘credit’ per vak haalden in eerste zittijd.
    Reeds van bij de aanvang van deze metingen behaalden we een participatiegraad van meer dan 50%. Het is een hele en intensieve karwei om jaar na jaar de studenten te motiveren deel te nemen. Toch halen we nog een gemiddelde participatiegraad rond 40%.
    Alle verzamelde informatie kan je raadplegen op ZEPHYR. Ook de in het betrokken academiejaar deelnemende studenten, krijgen toegang tot de gegevens.
    In het academiejaar 2014-2015 werden 14 uitgebreide dossiers afgewerkt en gepubliceerd op Zephyr:

    • Dossier 9 jaar werklastmeting studenten Oost-Europese Talen en Culturen Universiteit Gent, maart 2015

    • Dossier 8 jaar werklastmeting studenten Kunstwetenschappen Universiteit Gent, november 2014

    • Dossier 1 jaar werklastmeting studenten Handelswetenschappen Universiteit Gent, maart 2015

    • Dossier 9 jaar werklastmeting studenten Verpleegkunde en Vroedkunde Universiteit Gent, december 2014

    • Dossier 7 jaar werklastmeting studenten Gezondheidsvoorlichting en -bevordering Universiteit Gent, december 2014

    • Dossier 5 jaar werklastmeting studenten Management en Beleid Gezondheidszorg Universiteit Gent, januari 2015

    • Dossier 12 jaar werklastmeting studenten Revalidatiewetenschappen en Kinesitherapie Universiteit Gent, november 2014

    • Dossier 13 jaar werklastmeting studenten Lichamelijke Opvoeding en Bewegingswetenschappen Universiteit Gent, november 2014

    • Dossier 9 jaar werklastmeting studenten Criminologie Universiteit Gent, december 2014

    • Dossier 8 jaar werklastmeting studenten Informatica Universiteit Gent, maart 2015

    • Dossier 12 jaar werklastmeting studenten Psychologie Universiteit Gent, april 2015

    • Dossier 11 jaar werklastmeting studenten Pedagogische Wetenschappen Universiteit Gent, september 2015

    • Dossier 8 jaar werklastmeting studenten Archeologie Universiteit Gent, maart 2015

    • Dossier 12 jaar werklastmeting studenten Tandheelkunde Universiteit Gent, februari 2015

    In het academiejaar 2014-2015 werden studietijdmetingen uitgevoerd in 8 faculteiten:




    Opleiding

    n studenten

    n participanten

    dagregistraties

    opleidingsjaren

    Faculteit Wetenschappen

    Bachelor chemie

    30

    3

    98

    1

    Bachelor geografie en geomatica

    106

    39

    1988

    3

    Master geografie en geomatica

    74

    24

    1240

    2

    Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen

    Schakel sociaal werk

    55

    10

    156

    1

    Master sociaal werk

    77

    4

    92

    1

    Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen

    Bachelor geneeskunde

    928

    456

    11868

    3

    Master verpleegkunde en vroedkunde

    135

    26

    538

    1

    Master management en beleid gezondheidszorg

    193

    35

    932

    1

    Faculteit Farmaceutische Wetenschappen

    Bachelor farmaceutische wetenschappen

    559

    335

    9178

    3

    Faculteit Rechtsgeleerdheid

    Bachelor criminologische wetenschappen

    560

    119

    2640

    3

    Master criminologische wetenschappen

    242

    43

    974

    1

    Faculteit Letteren en Wijsbegeerte

    Bachelor kunstwetenschappen

    143

    22

    776

    2

    Faculteit Economische Wetenschappen en Bedrijfskunde

    Bachelor economische wetenschappen

    52

    24

    1012

    2

    Master economische wetenschappen

    45

    15

    812

    1

    Bachelor handelswetenschappen

    376

    61

    1810

    1

    Master handelswetenschappen

    561

    52

    1128

    1

    Bachelor bestuurskunde & publiek management

    287

    73

    1352

    3

    Master bestuurskunde & publiek management

    145

    27

    688

    1

    Faculteit Ingenieurswetenschappen en Architectuur

    Bachelor ingenieurswetenschappen

    872

    188

    3630

    3

    Master ingenieurswetenschappen

    952

    131

    2580

    2

    Bachelor ingenieur-architect

    281

    76

    1224

    3

    Bachelor industriële wetenschappen HOGENT

    933

    135

    2276

    3

    Bachelor industriële wetenschappen HOWEST

    249

    28

    230

    3

    Master industriële wetenschappen HOGENT

    933

    135

    2276

    1

    Master industriële wetenschappen HOWEST

    105

    10

    158

    1

    Totaal

    8893

    2071

    49656

    47

    In de loop van het academiejaar 2014-2015 werd verder intens samengewerkt met de werkgroep ‘werklastmeting’ Medisch Specialistische Geneeskunde (MSG) van het UZGent om de tijdsbesteding van zowel assistenten in opleiding als van artsen stafleden in kaart te brengen. De resultaten van de pilootfase werden voorgesteld op een internationaal congres in Milaan:


    Van der Veken, J. The experience of 15 years of measuring workload of university students and teachers. From paper to web and back. AMEE 2014, Abstracts 7DD8 (23013). Association of Medical Education in Europe (AMEE): 527. Milano (Italy)”
    Om een continue registratie te verkrijgen zonder zware belasting werd aan alle UZ-artsen gevraagd om gedurende 3 weken per jaar hun activiteiten anoniem te registreren op papier. Praktische informatie vind je terug in een filmpje dat je online kan bekijken via http://youtu.be/gfPFWyoGK48. Deze studie werd goedgekeurd door het Ethisch Comité UZGent (2014/0850 goedkeuring op 02/10/2014 referentie B670201421992).
    In een eerste fase (december 2014) werden 86 leden van de medische raad en de opleidingscommissie MSG bevraagd; 44 waren bereid om mee te werken waarvan uiteindelijk 33 UZ artsen hebben deelgenomen.

    In een tweede fase (maart-september 2015) werd gedurende 30 weken een werklastmeting uitgevoerd bij alle UZ-artsen. Er kwamen uiteindelijk 431 ingevulde weken binnen: alles samen 3017 registratiedagen.


    2. Externe kwaliteitsbewaking
    Tot de externe kwaliteitsbewaking behoort elke vorm van kwaliteitszorg die buiten de instelling georganiseerd wordt en (een onderdeel van) de instelling betreft. Door de recente decreetswijzigingen wordt de instellingsreview hierin de belangrijkste schakel. In 2015 zijn alle opgestarte visitaties ook afgewerkt. In de tweede helft van 2015 zijn de externe beoordelingen van opleidingen vervangen door een intern systeem, waar het peerleerbezoek centraal staat. In de toekomst is er alleen nog een visitatie/externe beoordeling vereist voor opleidingen die met succes de Toets Nieuwe Opleiding ondergingen, opleidingen die door een Europees financieringsprogramma ter bevordering van internationale samenwerking geselecteerd zijn (vroeger vooral Erasmus Mundusopleidingen) en opleidingen die een verkorte accreditatietermijn hebben en zich dus in een hersteltraject bevinden.
    2.1. Participatie visitaties
    De huidige visitaties worden georganiseerd door de Vlaamse Universiteiten en Hogescholen Raad (VLUHR). De traditie van de visitaties gaat terug tot 1991. Van 1991 tot 2002 werden alle basisopleidingen een eerste keer gevisiteerd. Vanaf 2002 vatte de tweede ronde aan. Deze werd begin 2012 afgerond. Centraal element bij de beoordeling door collega’s‑experten was het verbeterperspectief. Vanaf 2004 is de visitatie ingebed in het accreditatieproces. Het visitatierapport wordt geënt op het accreditatiekader en hierbij komt steeds meer de nadruk te liggen op het beoordelingsperspectief. Tevens worden vanaf dit moment ook de masters na masters (voorheen VAO’s) aan de visitatiekalender toegevoegd.
    Vanaf 2013 is de derde visitatieronde – tweede accreditatieronde – van start gegaan. Voor onderstaande opleidingen verloopt het schrijven van het zelfevaluatierapport, het visitatiebezoek en het schrijven van het visitatierapport volgens het nieuwe protocol en accreditatiekader.
    Tegelijk wordt voor alle instellingen een verplichte instellingsreview voorzien. Voor de UGent zal die plaatsvinden in het voorjaar van 2016.
    In 2014 is het stelsel opnieuw ingrijpend gewijzigd. Op 19 juni 2015 keurde het Vlaamse parlement het decreet m.b.t. de wijziging van het stelsel van kwaliteitszorg en accreditatie in het hoger onderwijs goed. Dit decreet biedt de instellingen de keuze tussen 2 alternatieven. Men kan gewoon verder werken in het bestaande visitatiestelsel, in combinatie met de instellingsreview. De andere optie is het organiseren van een eigen beoordeling van de opleidingen (eigen regie), wat dan tijdens de instellingsreview extra onder de loep genomen zal worden. Alle instellingen hebben voor de laatste optie gekozen. Voor alle opleidingen die geen visitatie meer krijgen, maar aan de interne regie onderworpen zijn, wordt de accreditatietermijn automatisch met 8 jaar verlengd.
    De door de VLUHR in 2015 gevisiteerde opleidingen zijn:


    • Master of Science in Banking and Finance (manama)

    • Master of Science in Marketing Analysis (manama)

    • Master of Science in Maritime Science (manama)

    • Bachelor of Science in de industriële wetenschappen: informatica

    • Master of Science in de industriële wetenschappen: informatica

    • Bachelor of Science in de sociologie

    • Master of Science in de sociologie

    • Bachelor of Science in de politieke wetenschappen

    • Master of Science in de politieke wetenschappen

    • Master of Science in de EU-studies

    • Master of Science in Conflict and Development (manama)

    De concrete uitvoering van de visitatie is bij de opleidingen in handen van een facultair coördinator. Deze persoon is verantwoordelijk voor het opstellen en de eindredactie van het zelfevaluatierapport, daarin meestal bijgestaan door een ad hoc werkgroep en voor de voorbereiding en de organisatie van het bezoek van de visitatiecommissie. Hij/zij wordt logistiek bijgestaan door de Kwaliteitscel Onderwijs van de faculteit.


    De UGent heeft, net als de andere universiteiten, een institutioneel coördinator voor de visitaties. Deze persoon is verantwoordelijk voor de ondersteuning en begeleiding bij het opstarten en het opstellen van het zelfevaluatierapport. Tevens levert de coördinator bepaalde elementen omtrent institutionele politiek (o.a. kwaliteitszorg onderwijs) en gegevens over de studentenpopulaties (instroom, doorstroom, uitstroom) ten behoeve van de zelfevaluatie. Deze persoon is ook verantwoordelijk voor de materiële organisatie van het verblijf van de commissieleden.
    2.2. Opvolging en ervaringen inzake visitaties
    Na meer dan 20 jaar visitaties is er bij de opleidingen al heel wat ervaring m.b.t. het visitatieproces aanwezig. Daar wordt dan ook sterk een beroep op gedaan: veel coördinatoren/leden van de zelfevaluatiewerkgroep waren ook bij de vorige visitatie actief. Het schrijven van een zelfevaluatierapport blijft een moment van reflectie op de opleiding als geheel.
    De resultaten van de visitaties zijn op diverse niveaus van belang. Op facultair niveau gaan de opleidingscommissies ermee aan de slag en volgen kwaliteitscellen onderwijs en de faculteitsraad het proces op. Op centraal niveau worden de resultaten van de externe kwaliteitsbewaking opgevolgd door de Onderwijsraad en de Raad van Bestuur.
    Voor de afdeling Onderwijskwaliteitszorg zijn de visitatierapporten een goede bron van inspiratie. Ze worden regelmatig gescreend. Bepaalde terugkomende opmerkingen/aanbevelingen worden meegenomen en spelen een rol bij de input voor de diverse trainingen. De voornaamste conclusies en aanbevelingen van de visitatiecommissies worden ook geïnventariseerd. Te gepaste tijde geven de betrokken opleidingen hierop een reactie.
    In de tweede helft van 2015 werd de tweede cyclus van het kwaliteitsoverleg ingezet. Hierbij worden elk jaar gesprekken gevoerd met de vertegenwoordigers van enkele faculteiten (decaan, onderwijsdirecteur, KCO‑medewerker, studenten) over de kwaliteit van hun opleidingen. In deze overlegmomenten komt de opvolging van de visitaties prominent aan bod.


      1. . Accreditatie

    Accreditatie is de formele erkenning van een opleiding op grond van een beslissing van een onafhankelijk orgaan waarin vastgesteld wordt dat de opleiding voldoet aan vooraf gestelde kwaliteits- en niveauvereisten. Het structuurdecreet bepaalt dat de instellingen voor hoger onderwijs de graden van bachelor en master slechts kunnen afleveren voor opleidingen die geaccrediteerd zijn.


    Voor alle bachelor- en masteropleidingen met visitatie vanaf 2004 moet op basis van het betreffende visitatierapport de accreditatie bij de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO) aangevraagd worden.
    In 2015 is door de NVAO een accreditatie tot 30/09/2023 verleend aan de volgende opleidingen:


    • Bachelor of Arts in de Oosterse talen en culturen

    • Master of Arts in de Oosterse talen en culturen

    • Bachelor of Science in de fysica en de sterrenkunde

    • Master of Science in de fysica en de sterrenkunde

    • Bachelor of Science in de biologie

    • Master of Science in de biologie

    • Master of Science in Nematology

    • Erasmus Mundus Master of Science in Nematology

    • Master of Science in Marine and Lacustrine Management (interuniversitaire manama)

    • Master of Science in Plant Biotechnology (manama)

    • Bachelor of Science in de biomedische wetenschappen

    • Master of Science in de biomedische wetenschappen

    • Bachelor of Science in de logopedische en de audiologische wetenschappen

    • Master of Science in de logopedische en de audiologische wetenschappen

    • Bachelor of Science in de geneeskunde

    • Master of Medicine in de geneeskunde

    • Master of Medicine in de huisartsgeneeskunde (interuniversitaire manama)

    • Master of Science in de ergotherapeutische wetenschappen

    De volgende opleidingen kregen een accreditatie tot 30/09/2024.




    • Bachelor of Science in de industriële wetenschappen: milieukunde

    • Master of Science in de industriële wetenschappen: milieukunde

    • Master of Science in Environmental Sanitation

    • Master of Science in de milieusanering en het milieubeheer (manama)

    • Master of Medicine in de arbeidsgeneeskunde (interuniversitaire manama)

    • Master of Medicine in de jeugdgezondheidszorg (interuniversitaire manama)

    • Master of Medicine in de verzekeringsgeneeskunde en de medische expertise (interuniversitaire manama)

    • Master of Science in de ziekenhuishygiëne (interuniversitaire manama)

    Vanaf medio 2015 is de Universiteit Gent van start gegaan met een eigen systeem van beoordeling van de opleidingen. Er is gekozen voor een peerleerbezoek, waarbij voorzitters van opleidingscommissies andere opleidingen bezoeken. Doel is het wederzijds leren van elkaar. Hiertoe neemt het panel o.a. het portfolio van de opleiding en de faculteit door.


    Voor de hierboven in punt 2.1. vermelde opleidingen die in 2014 gevisiteerd werden, moet vanaf 2015 de verlenging van de bestaande accreditatie aangevraagd worden volgens de gangbare procedures.
    3. Voorzieningen voor onderwijskwaliteitszorg
    De Universiteit Gent voorziet een ruim aanbod aan voorzieningen en instrumenten die een belangrijke ondersteunende rol spelen in de cyclus van kwaliteitsbewaking van haar onderwijsaanbod. Het gaat daarbij enerzijds om het professionaliseringsaanbod voor onderwijzend personeel en anderzijds een ruim gamma aan instrumenten ter ondersteuning van kwaliteitszorgprocessen. Hoewel de uitvoering van veel van de kwaliteitsprocessen decentraal georganiseerd is, wordt elk van deze voorzieningen gecoördineerd en opgevolgd vanuit de directie Onderwijsaangelegenheden.
    De ondersteuning van de didactische ontwikkeling en begeleiding van lesgevers aan de Universiteit Gent is op het centrale niveau gebaseerd op de volgende pijlers:

    • Het organiseren van onderwijskundige trainingen voor docenten en assistenten;

    • Het aanbieden van een website (http://www.Onderwijstips.UGent.be) met ondersteunende informatie bij de onderwijsopdracht van lesgevers en met concrete tips en antwoorden op veelgestelde vragen.

    • Het aanbieden van vraaggestuurde individuele didactische coaching van lesgevers;

    • Het systematisch ondersteunen van onderwijsvernieuwingsprojecten, het faciliteren van overleg tussen onderwijsvernieuwers en organiseren van studiedagen om de opgebouwde onderwijsexpertise te dissemineren;

    • Het aanbieden van instrumenten voor onderwijskwaliteitszorg die een invloed hebben op de onderwijsopvattingen en –praktijk van de lesgevers en op de curricula van de opleidingen.

    Tevens wordt het didactisch aanbod van de Associatie Universiteit Gent mee vormgegeven door en aangeboden aan het personeel van de UGent.


    3.1. Onderwijsprofessionalisering
    3.1.1 Assistenten- en docententrainingen

    Onderwijskundige trainingen voor lesgevers werden sinds de start aangeboden vanuit de vakgroep Onderwijskunde met een centraal betaald contractueel personeelslid. Per 1 oktober 2000 werd een statutair personeelslid aangeworven.

    Sinds maart 2003 werd de docententraining onderdeel van de afdeling Onderwijsondersteuning van de directie Onderwijsaangelegenheden. Sinds 1 december 2005 werden een tweede statutaire en sinds november 2008 nog eens twee bijkomende statutaire medewerkers aangeworven. Begin 2006 is de afdeling Onderwijsondersteuning (samen met de docententraining) opgenomen binnen de afdeling Onderwijskwaliteitszorg.

    Sedert juni 2006 is naast het aanbod docententrainingen ook gestart met het aanbieden van specifieke trainingen voor assistenten. In een eerste fase ging het om de training “Het feedbackgesprek” en vanaf september 2007 werden basisassistententrainingen georganiseerd. In september 2013 kwam daar de practicumtraining bij.



    Huidig trainingsconcept: docenten- en assistententrainingen

    Om de lesgevers met verschillende onderwijsverantwoordelijkheden gericht te kunnen aanspreken, is voor docenten en assistenten een aangepast en afzonderlijk aanbod uitgewerkt. De docententrainingen zijn gericht op het zelfstandig academisch personeel, doctor-assistenten, doctor-wetenschappelijk medewerkers en FWO-postdocs. Ook UZ-stafleden kunnen sinds 2014 deelnemen aan de docenten- en assistententrainingen. De assistententrainingen hebben het assisterend academisch personeel, wetenschappelijk medewerkers en doctorandi als doelgroep.



    Voor de twee doelgroepen (assistenten en docenten) is telkens een basistraining voorzien, aangevuld met (een) vervolgtraining(en).

    Het concrete aanbod voor het academiejaar 2014-20151 zag er als volgt uit:






    Assistententrainingen

    Docententrainingen

    Basistrainingen

    Basisassistententraining

    Basisdocententraining

    Vervolgtrainingen

    • Het feedbackgesprek

    • Practicumtraining

    • Vervolgtraining Practica

    • Presentatietechnieken I

    • Presentatietechnieken II

    • Multiple Choice

    • Engels voor docenten

    • Stemtraining

    • Basistraining SmartBoard

    • Turning Point

    • Peer assessment: meerwaarde en gebruik van WebPA in Minerva

    • Hogere cesuur bij meerkeuze-examens

    • Lesgeven aan grote groepen



    Basisassistententraining
    Omschrijving

    De basisassistententraining bestaat uit één hele dag waarin de deelnemers vertrouwd worden gemaakt met een aantal basiscompetenties. Het proces dat een assistent doorloopt bij het organiseren van een onderwijspraktijk wordt besproken. Er wordt dieper ingegaan op het voorbereiden van een lesactiviteit, de verschillende mogelijke didactische werkvormen die er kunnen gehanteerd worden, het evalueren van studenten en het vasthouden van de aandacht. Tijdens de training wordt gebruik gemaakt van verschillende didactische werkvormen zoals discussies, groepswerk en casussen.

    De basisassistententraining staat open voor leden van het assisterend academisch personeel, wetenschappelijk medewerkers en doctorandi. Bij de samenstelling van de groepen wordt gestreefd naar een zo groot mogelijke interfacultaire samenstelling van de deelnemers.

    Deelnamecijfers

    In het academiejaar 2014- 2015 werden 5 reeksen basisassistententraining gegeven, die samen 103 deelnemers telden. Sedert de opstart in 2007 telden de basisassistententrainingen in totaal 893 unieke deelnemers. Dit deelnamepercentage zal altijd in bepaalde mate geplafonneerd blijven door het personeelsverloop in deze doelgroep.



    In de onderstaande tabel staan de deelnames aan de basisassistententraining per faculteit weergegeven. In dit overzicht komen de totalen niet overeen met het totaal aantal deelnemers hierboven omdat deelnemers die in meerdere faculteiten tewerk gesteld in elk van de aantallen per faculteit voorkomen en hieronder meerdere keren meegeteld worden.



    Faculteit

    Aantal deelnemers in 2014- 2015

    Totaal aantal deelnemers

    t.e.m. juni 20151

    %

    deelname op 1/08/2014

    Letteren en Wijsbegeerte

    13

    126

    19,6%

    Rechtsgeleerdheid

    4

    65

    24,8%

    Wetenschappen

    9

    108

    8,3%

    Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen

    11

    105

    8,8%

    Ingenieurswetenschappen en Architectuur

    12

    142

    8,4%

    Economie en Bedrijfskunde

    14

    63

    17,5%

    Diergeneeskunde

    6

    52

    12,6%

    Psychologie en Pedagogische Wetenschappen

    6

    72

    13,14%

    Bio-ingenieurswetenschappen

    16

    103

    13,7%

    Farmaceutische Wetenschappen

    3

    26

    12,3%

    Politieke en Sociale Wetenschappen

    9

    61

    21,7%

    Andere

    0

    9




    Totaal

    103

    932

    12,5%


    Basisdocententraining
    Omschrijving

    De basisdocententrainingen zijn driedaagse onderwijssessies waarin lesgevers onder leiding van een onderwijskundige over hun onderwijservaring en -opdrachten met elkaar kunnen communiceren. Tevens worden tijdens deze sessies nieuwe onderwijsprincipes en -technieken besproken en getoetst op hun haalbaarheid. De deelnemers krijgen de kans om enkele technieken uit te proberen en elkaar feedback te geven. De begeleiding fundeert de inbreng zo veel mogelijk met resultaten van recent onderwijskundig onderzoek.

    De basisdocententraining staat open voor leden van het zelfstandig academisch personeel en doctorassistenten, sinds het academiejaar 2004-2005 ook voor doctor wetenschappelijk medewerkers en FWO-postdocs en sinds 2004 ook UZ-stafleden. Bij de samenstelling van de groepen wordt gestreefd naar een zo groot mogelijke interfacultaire samenstelling van de deelnemers.

    Deelnamecijfers

    In het academiejaar 2014-2015 werden 5 reeksen basisdocententraining georganiseerd voor 95 deelnemers wat een totaal geeft van 1260 deelnemers aan de basisdocententrainingen sedert de start (inclusief personen die de universiteit ondertussen hebben verlaten).




    Faculteit

    Aantal deelnemers in

    2014-20152

    Totaal aantal

    deelnames

    t.e.m. juni 2015

    %

    deelname op 1/7/20153

    Letteren en Wijsbegeerte

    15

    181

    45,3%

    Rechtsgeleerdheid

    2

    53

    54,6%

    Wetenschappen

    10

    203

    44,7%

    Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen

    13

    218

    38%

    Ingenieurswetenschappen en Architectuur

    20

    239

    47,6%

    Economie en Bedrijfskunde

    5

    49

    35,2%

    Diergeneeskunde

    1

    66

    63,9%

    Psychologie en Pedagogische Wetenschappen

    7

    91

    48%

    Bio-ingenieurswetenschappen

    12

    114

    50,3%

    Farmaceutische Wetenschappen

    1

    26

    47,4%

    Politieke en Sociale Wetenschappen

    6

    50

    39,5%

    Andere (centrale diensten, UZ of extern)

    3

    21




    Totaal

    95

    1311

    45%


    Op 1/7/2015 had gemiddeld 45% van alle ZAP-leden (ie. incl. buitengewoon hoogleraren, docenten tenure track en bezoldigde gastprofessoren), doctorassistenten, doctor wetenschappelijk medewerkers en FWO-postdocs die op dat moment aan de universiteit werkten aan de basisdocententrainingen deelgenomen (sinds de start in het academiejaar 1997-1998).
    Onderstaande tabel geeft de deelnamepercentages per graad weer:


    Deelnamepercentages

    volgens graad

    Op 1/7/2014

    Op 1/7/2015

    verschil t.o.v.

    vorig jaar

    Gewoon hoogleraar

    39%

    49%

    +10%

    Hoogleraar

    64%

    60%

    -4%

    Hoofddocent

    55%

    58%

    +3%

    Docent

    45%

    40%

    -5%

    Docent tenure track

    68%

    63%

    -5%

    Doctor assistent

    26%

    28%

    +2%

    Het deelnamepercentage van de gewoon hoogleraren stijgt sterk en van de hoofddocenten en doctor assistenten stijgt licht. Het deelnamepercentage van de hoogleraren, docenten en docenten tenure track daalt licht.

    Het opnemen van deelname aan de basisdocententraining is bovendien pas recent opgenomen in de gepersonaliseerde doelstellingen. Omdat deze doelstellingen voor een periode van enkele jaren zijn geformuleerd, zal het effect van die opname pas over enkele jaren te merken zijn in de deelnamepercentages van docenten en hoofddocenten.


    Vervolgtrainingen

    Naast de algemeen-onderwijskundige basisdocententrainingen en basisassistententrainingen, worden ook trainingen georganiseerd over specifieke onderwijskundige thema's. Doorgaans gaat het om korte workshops van een halve of volledige dag waarin specifieke vaardigheden concreet geoefend worden. Enkel “Engels voor docenten” gaat om een lessenreeks van een 8-tal avondbijeenkomsten.

    Opnieuw wordt hier een specifiek aanbod voor enerzijds assistenten en anderzijds docenten voorzien.

    Vervolgtrainingen voor assistenten

    Het aanbod vervolgtrainingen voor het assisterend academisch personeel bestond in het academiejaar 2014‑2015 uit “Het feedbackgesprek” en de “Practicumtraining”.



    • Het feedbackgesprek

    De training ‘feedbackgesprek' is specifiek gericht op assisterend academisch personeel. Deze workshop maakt de cursist niet alleen bewust van een juist begrip en het belang van feedback maar laat hen ook vaardig worden in het geven van ‘effectieve feedback' en het omgaan met conflicten. Om dit doel te bereiken, wordt er gebruikgemaakt van verschillende werkvormen zoals groepsgesprekken, rollenspelen, bespreken van videofragmenten, een cursussite op de elektronische leeromgeving met extra tips en oefeningen over specifieke feedbackvormen, zoals feedback op werkstukken, feedback op examens en feedback op stage.

    • Practicumtraining en vervolgtraining practicum

    Deze training biedt nuttige 'tips and tricks' aan om een practicum zo efficiënt mogelijk te organiseren en hierbij het leereffect bij studenten zo hoog mogelijk te maken. Er wordt ingegaan op de voorbereiding, het verloop en de evaluatie van het practicum. Naast algemeen-didactische principes wordt er tijdens deze training ook veel aandacht besteed aan de specifieke noden van de individuele deelnemers. Er wordt een actieve inbreng van de deelnemers verwacht: aan de training wordt een kleine opdracht gekoppeld en er wordt een terugkommoment georganiseerd.

    Vervolgtrainingen voor docenten

    Het aanbod vervolgtrainingen voor docenten bestond in het academiejaar 2014-2015 uit de volgende dagtrainingen of lessenreeksen:



    • Multiple choice

    Tijdens deze training van een halve dag komen zowel praktische tips en technieken als wetenschappelijke informatie aan bod m.b.t. inhoudelijke en vormelijke aspecten van meerkeuze examens en vragen. Daarnaast worden technieken voor kwaliteitscontrole aangeboden en geoefend. Tijdens de training wordt vertrokken van de studiefiche en het cursus- en toetsmateriaal van de opleidingsonderdelen die de deelnemers verzorgen.

    • Engels voor docenten

    De lessenreeks "Engels voor docenten" wordt in samenwerking met het Universitair Centrum voor Talenonderwijs ingericht en wordt gedurende een periode van 3 maanden wekelijks ingericht. De training streeft o.a. de volgende doelstellingen na: zich vlot kunnen uitdrukken in diverse professionele activiteiten zoals o.a. doceren in het Engels, taaluitingen zoals vragen, antwoorden, opmerkingen, enz. kunnen nuanceren en aanpassen aan de situatie, aandacht besteden aan interculturele verschillen om misverstanden te vermijden, mondelinge taalvaardigheid verbeteren. Er worden diverse werkvormen zoals groepsgesprekken, rollenspelen en discussieoefeningen gehanteerd. Grammatica wordt opgefrist in functie van de communicatieve doelstellingen.

    • Presentatietechnieken I

    In deze dagtraining worden technieken geoefend en besproken die gebruikt worden in het theater om een boodschap over te brengen naar een publiek. Docenten kunnen hier inspiratie uit halen om hun doceergedrag bij te sturen. De volgende onderwerpen komen o.a. aan bod: lichaamstaal, oogcontact, stilte en stemgebruik. Er wordt van de deelnemers gevraagd om mee te stappen in een aanpak die uitdrukkelijk vertrekt van het theaterdenken en om zeer actief te participeren in oefeningen die daar hun oorsprong vinden. De toepassingsmogelijkheden voor het doceren komen aan bod maar zijn niet het vertrekpunt.

    • Presentatietechnieken II

    Deze dagtraining is een vervolgtraining voor de deelnemers van de bovenstaande training presentatietechieken. In deze dagtraining worden de basistechnieken (= bouwstenen) uit de eerste training uitgediept en gebundeld tot een aantal effecten zoals uitsturen van de boodschap naar het publiek toe, de leiding nemen, spelen met spanning/ontspanning, het creëren van een persoonlijke band met het publiek en het verzorgen van een pointe aan het einde. Zoals in de eerste training wordt van de deelnemers gevraagd om mee te stappen in een aanpak die uitdrukkelijk vertrekt van het theaterdenken en om zeer actief te participeren in oefeningen die daar hun oorsprong vinden.

    • Stemtechnieken

    Lesgevers spreken vaak voor grote groepen en hierbij kan de stem overbelast of verkeerd gebruikt worden. In samenwerking met de Gentse Universitaire Stemkliniek biedt de afdeling Onderwijskwaliteitszorg de docenten van de universiteit een sessie "Stem" aan. In de sessie wordt medische en logopedische informatie over het stemapparaat gegeven. Vervolgens worden medische en logopedische tips i.v.m. stemhygiëne, stemgebruik en een goede stem in het onderwijs aangereikt. De sessie "Stem" is voornamelijk gericht op docenten die stemproblemen willen vermijden. Docenten die al dergelijke problemen ervaren, kunnen dit zien als een opstap naar verdere gespecialiseerde en geïndividualiseerde begeleiding binnen de Gentse Universitaire Stemkliniek.

    • Basistraining SmartBoard

    Deze training is specifiek gericht op iedereen die nog niet bekend is met de werking van een SmartBoard. Tijdens deze training leren de docenten o.a. om (1) een SmartBoard op te starten en een aantal basishandelingen uit te voeren, (2) office-toepassingen zoals Word, PowerPoint te gebruiken via het SmartBoard, (3) de software Notebook van SmartBoard te gebruiken en (4) het SmartBoard zinvol in te schakelen in het onderwijsleerproces.


    • Turning Point

    Bij het lesgeven is het een uitdaging om de aandacht van de studenten vast te houden. Hoe kan je als docent activerend werken, uw kennis overbrengen en in een volgende stap het inzichtelijk begrijpen van uw studenten testen? Cursisten zijn na het volgen van de training in staat om (1) te beslissen wanneer het gebruik van elektronische stembakjes zinvol is, (2) de voordelen en uitdagingen van stembakjes te kaderen en (3) stembakjes (zoals Turning Point) in te schakelen in het onderwijsleerproces.


    Bij het geven van groepsopdrachten is het een uitdaging om de bijdrage van elke student in kaart te brengen. Hoe kan je als docent zicht krijgen op de groepsprocessen en de studenten een eerlijk punt geven? Een van de oplossingen is om peer assessment (studenten evalueren elkaar) te koppelen aan dit groepswerk. Cursisten zijn na het volgen van deze training in staat om te beslissen wanneer het gebruik van peer assessment zinvol is; de voordelen en uitdagingen van peer assessment te kaderen en WebPA, de peer assessmenttool van Minerva in te schakelen in het onderwijsleerproces.


    • Meerkeuze-examens met hogere cesuur: hoe gaat dit in z'n werk in Curios?

    Op 6 december 2013 besliste de Raad van Bestuur van de Universiteit om de giscorrectie bij meerkeuze-examens vanaf dit academiejaar te vervangen door een hogere cesuur ('standard setting').
    De sessie heeft het over de manier waarop Curios de toepassing van hogere cesuur geautomatiseerd mogelijk maakt, over de reikwijdte van die beslissing, de werkwijze en berekeningen van hogere cesuur.


    • Actief en kwalitatief lesgeven aan grote groepen

    Door het toenemend aantal studenten in het hoger onderwijs wordt het meer en meer een uitdaging om kwalitatief academisch onderwijs aan te bieden aan grotere groepen studenten. Om het gegeven ‘grote groepen’ te kunnen simuleren, wordt in deze docententraining afgeweken van het gebruikelijke format van workshop of actieve training. In dit interactieve hoorcollege worden tips aangereikt en technieken toegepast die het lesgeven aan grote groepen vlotter en aangenamer kunnen laten verlopen. Volgende onderwerpen komen hierbij aan bod: (1) het belang van een goed lesscenario; (2) de aandacht houden van grote groepen; (3) orde handhaven; (4) vragen stellen en interactie bevorderen; (5) het creëren van authentieke leeromgevingen en (6) inzetten van didactische hulpmiddelen.
    Deelnamecijfers

    In het academiejaar 2014-2015 zijn in totaal 41 vervolgtrainingen voor assistenten en docenten georganiseerd. Het gaat hierbij om 12 inhoudelijk verschillende initiatieven waarbij de trainingen “Engels voor docenten” 1x, “Het feedbackgesprek” 5x, “Meerkeuze-examens met hogere cesuur” 2x, “Multiple choice” 1x, “Peer assessment” 5x, “Practica training” 4x, “Presentatietechnieken I” 9x, “Presentatietechnieken II” 3x, “Basistraining SmartBoard” 5x, ‘Stemtechnieken” 1x, “Turning Point” 4x, en “Lesgeven aan grote groepen” 1x zijn aangeboden. De vervolgtrainingen in 2014-2015 telden in totaal 612 deelnames (deze cijfers betreffen het aantal deelnames en niet het aantal personen dat heeft deelgenomen. Bij deze cijfers dient dus rekening gehouden te worden dat 1 persoon aan meerdere trainingen kan deelgenomen hebben).



    Naam van de training

    Aantal deelnames

    in

    2014-2015

    Engels voor docenten - Universitair Centrum voor Talenonderwijs

    8

    Het feedbackgesprek

    67

    Meerkeuze-examens met hogere cesuur

    87

    Multiple Choice

    16

    Lesgeven aan grote groepen

    51

    Peer Assessment

    83

    Practica training

    53

    Presentatietechnieken - theaterdenken (niveau 1)

    110

    Vervolgtraining Presentatietechnieken - theaterdenken (niveau 2)

    24

    Basistraining Smartboard

    45

    Stemtraining - UZ stemkliniek

    23

    Turning Point

    45

    Totaal

    612

    Tot eind juni 2015 telden de vervolgtrainingen (inclusief de trainingen die nu niet meer worden aangeboden) sinds de start in 2001 in totaal 3556 deelnames (inclusief deelnames van personen die de UGent ondertussen hebben verlaten, meerdere deelnames per persoon zijn mogelijk en deelnames van personen die verbonden zijn aan meer dan één faculteit tellen meerdere keren mee).






    Totaal aantal deelnames t.e.m. juni 2015:

    alle vervolgtrainingen

    Letteren en Wijsbegeerte

    455

    Rechtsgeleerdheid

    189

    Wetenschappen

    480

    Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen

    583

    Ingenieurswetenschappen en Architectuur

    555

    Economie en Bedrijfskunde

    171

    Diergeneeskunde

    282

    Psychologie en Pedagogische Wetenschappen

    238

    Bio-ingenieurswetenschappen

    288

    Farmaceutische Wetenschappen

    75

    Politieke en Sociale Wetenschappen

    125

    Andere (centrale diensten en externen)

    115

    Totaal

    3556


  • 1   2   3   4   5   6   7   8   9   10


    Dovnload 1.27 Mb.