Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


1. Beleidsdocumenten en -organen De missieverklaring

Dovnload 1.27 Mb.

1. Beleidsdocumenten en -organen De missieverklaring



Pagina6/10
Datum05.11.2018
Grootte1.27 Mb.

Dovnload 1.27 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

3.1.6 Duurzaamheid in het Vlaams hoger Onderwijs

De UGent engageert zich expliciet en formeel voor duurzame ontwikkeling en wil “een toonaangevende kennisinstelling zijn voor een toekomst die ecologisch, sociaal en economisch duurzaam is, binnen een lokale en mondiale context” (zie http://www.ugent.be/nl/univgent/waarvoor-staat-ugent/duurzaamheidsbeleid). In de eigen bedrijfsvoering zet de universiteit in op duurzaam energiebeheer, duurzame mobiliteit, duurzame voeding, duurzaam aankoop- en materiaalbeheer en ecologisch groenbeheer. En uiteraard wil de UGent ook via haar core business van onderwijs, onderzoek en dienstverlening een katalysator zijn voor duurzame ontwikkeling. Via het onderwijs wil de universiteit “bijdragen aan een duurzamere samenleving en haar studenten voldoende vertrouwd maken met sociale, ecologisch en economische duurzaamheidsproblemen en met mogelijke oplossingen”. In haar streven naar “onderwijs met een hoge maatschappelijke relevantie, verbonden met en geïnspireerd door de uitdagingen van vandaag en morgen” wil de UGent duurzame ontwikkeling inhoudelijk en procesmatig integreren in het volledige onderwijsaanbod.


In 2015 werd daarom gestart met het centraal innovatieproject “Duurzaamheid in het onderwijs van de UGent”. De afdeling Onderwijskwaliteitszorg van de directie Onderwijsaangelegenheden (DOWA) werkt hiervoor samen met het Centrum Duurzame Ontwikkeling (CDO). Een deeltijds projectmedewerker werd aangeworven om pilootopleidingen te ondersteunen. Via een zelfanalyse-oefening wordt in kaart gebracht in welke mate en op welke manier duurzaamheid momenteel geïntegreerd is in hun opleidingsaanbod. Vervolgens wordt op basis daarvan en op maat van de opleiding een traject uitgewerkt voor verdere visievorming en ontwikkeling. Een reeks workshops en seminaries resulteert in een opleidingsspecifieke visietekst over de integratie van duurzaamheid in het curriculum en in een actieplan voor de implementatie daarvan. Piloottrajecten werden opgestart in de opleidingen “Handelswetenschappen” en “Werktuigkunde-Elektrotechniek”. Deze moeten inspiratie bieden voor gelijkaardige initiatieven in andere opleidingen en/of faculteiten.
Verder bleven medewerkers van de AUGent participeren aan diverse Ecocampus-activiteiten. Ecocampus maakt deel uit van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie. Met dit programma wil de Vlaamse Overheid de katalysator zijn voor de (her)oriëntatie van het hoger onderwijs naar duurzame ontwikkeling. Samen met het hoger onderwijs wil Ecocampus komen tot afgestudeerden die duurzaamheid in hun privé- én professioneel leven hoog in het vaandel dragen. AUGent-medewerkers bleven bovendien participeren aan ontwikkelingen op Gents niveau, met name door een actieve bijdrage aan het project “Transitie UGent: samen voor een duurzame universiteit!”. Een tweehonderdtal koplopers, geëngageerde personeelsleden, studenten, experten en beleidsmensen van de UGent vormden een denktank, onder de naam Transitie UGent, en werkten de afgelopen jaren samen een ambitieuze langetermijnvisie uit op het vlak van duurzaamheid.

3.1.7 De elektronische leeromgeving Minerva

Onder de koepel elektronische leeromgeving (ELO) zitten verschillende componenten vervat, waarvan het "cursusbeheersysteem" als centrale as wordt aanzien en bijgevolg ook de eigenlijke naam Minerva draagt. Van daaruit kunnen de verschillende functionaliteiten en andere ELO-componenten aangesproken worden. Deze centrale component is om redenen van transparantie rechtstreeks bereikbaar op het Minerva-platform onder de URL Minerva.ugent.be. De gegevens waarvan dit cursusbeheersysteem gebruik maakt, zijn gesynchroniseerd met de centrale databanken voor de studieprogramma’s en studentenadministratie in OASIS. Binnen Minerva kunnen dus enkel cursussen aangemaakt worden voor opleidingsonderdelen, opleidingen en faculteiten en die zijn enkel bereikbaar voor studenten en personeelsleden met een geldig UGent-account. Voor alle andere cursussen die ingericht worden kan gebruik gemaakt worden van het cursusbeheersysteem Zephyr, toegankelijk voor alle belanghebbenden, dus zowel voor personen met UGent‑account als voor personen die niet verbonden zijn aan de UGent (mits lokale registratie). Verschillende instanties zoals bijv. vakgroepen, universitaire administraties, het Universitair Centrum voor Talenonderwijs, instituten van permanente vorming en projecten voor ontwikkelingssamenwerking maken hiervan gebruik. Aangezien zowel Minerva als Zephyr voor UGent-accounts gebruik maken van CAS, het centrale authenticatiesysteem van de UGent, wordt er single sign-on gerealiseerd tussen beide platformen en andere centrale applicaties zoals OASIS en het UGent-portaal. Ook in 2015 werden opnieuw 343 nieuwe Zephyr‑cursussen aangemaakt (t.o.v. 383 in 2014, 534 in 2013, 330 in 2012 en 230 in 2011), waarvan een relevant gedeelte niet enkel voor opleidingen wordt ingezet, maar voor administratieve doeleinden zoals projecten en commissies. Een totaal van meer dan 1600 cursussen en 23.000 gebruikers actief in 2015 geeft aan dat het Zephyr-platform een meerwaarde blijft bieden binnen het aanbod van de UGent elektronische leeromgeving.


De applicatiesoftware voor het cursusbeheerssysteem (zowel Minerva als Zephyr) is oorspronkelijk gebaseerd op de Open Source software Dokeos maar vaart sinds enkele jaren een eigen ontwikkelingskoers en zodoende heeft de software zelf ook de naam Minerva gekregen. Het Minerva-team blijft ontwikkelen aan de verdere uitbreiding en verbetering van alle modules in de software, in overeenstemming met centrale beslissingen en na analyse van de verschillende suggesties aangeleverd door de talloze lesgevers, medewerkers en studenten als Minerva-gebruiker. Het toepassen van blended learning in diverse cursussen als resultaat van het UGent strategische project rond blended learning opgestart in 2013, werd ook in 2015 op diverse manieren ingevuld. Dit betrof zowel specifieke Minerva-introductiesessies als intensieve besprekingen met geïnteresseerde betrokkenen, maar ook de opstart van een actieve tweemaandelijkse ICTO-nieuwsbrief met good practices en informatie. Daarnaast worden vanuit DICT regelmatig opleidingen aangeboden rond de elektronische leeromgeving om alle gebruikers gerichte informatie te kunnen aanbieden: zo worden ondermeer tweemaal per jaar sessies ingericht voor nieuwe lesgevers en personeelsleden. Verder blijven voor deze UGent 'core business'-applicatie veiligheid, robuustheid en performantie grote aandachtspunten.
Ook in 2015 werden diverse Minerva-softwareversies in productie genomen op de platformen Minerva en Zephyr, dit betrof versies 2015.1 tot 2015.3. Deze versies bevatten verschillende aanpassingen en uitbreidingen in het beschikbare gamma van ELO-mogelijkheden. Voor quasi alle modules werden extra functionaliteiten geïmplementeerd, met specifieke aandacht voor benodigdheden i.v.m. blended learning en de opstart van de portfolioruimtes voor facultaire en opleidingsportfolio’s in het kader van de instellingsreview 2016. We vermelden ondermeer: consistenter gebruik van de vernieuwde ikonenset, uitbreidingen in de reservatiemodule (extra mogelijkheden bij reserveren van dagen en weken …), uitbreidingen in de wikimodule (gebruik van typologieën, mogelijkheid tot linken van ander leermateriaal, mogelijkheid tot geven van leesrechten voor groepswiki’s …), leerpaden (verbeteren van zichtbaarheid en beschikbaarheid van leerpaden …), uitbreidingen in puntenboek (weergeven van indienperiodes in de cursusagenda, rechtstreeks indienen van dropbox-documenten …), vernieuwde drag-and-drop gebaseerd module voor het uploaden van bestanden/documenten.
De in 2013 geïntroduceerde Minerva-cursusmodules, woordenboek en webPA, worden in 2015 steeds meer gebruikt. Met de woordenboek kunnen lesgevers woordenlijsten toevoegen binnen de cursus-context. Deze module, in 2014 gebruikt in een 70-tal Minerva-cursussen, zag het gebruik toenemen tot in meer dan 200 cursussen. Voor peer assessment in de vorm dat studenten elkaars bijdrage evalueren in een groepswerk, werd in 2013 overgeschakeld van een eigen specifieke module binnen Minerva met gelimiteerde mogelijkheden naar een meer geavanceerde tool, met name WebPA. WebPA is open source software met oorsprong in de UK, geïnstalleerd op een eigen applicatie-server binnen het UGent-netwerk, die op transparante wijze vanuit iedere Minerva-cursus kan aangesproken worden. De WebPA-module voor peer assessment is in 2015 geactiveerd in ongeveer 90 Minerva-cursussen. Het Minerva-team heeft vanaf 2014 gedeeltelijk mee ontwikkeld aan deze software, met nadruk op meertaligheid (Nederlandse interface) wat leidde tot een introductie hiervan op de UGent eind 2015.
In 2015 werd tevens een project opgestart om functionaliteiten aan te bieden voor peer evaluatie (of peer review), waarbij studenten elkaars werk dienen te evalueren. In tegenstelling tot webPA gaat dit niet over groepswerk, maar over individueel werk dat al dan niet willekeurig door medestudenten dient te worden beoordeeld, waar deze beoordeling en beoordeelde eventueel geanonimiseerd kunnen worden. Deze mogelijkheden zijn opgenomen als extra functionaliteit binnen de puntenboekmodule, beschikbaar in iedere Minerva-cursus.
Vanaf februari 2013 is ook de mobiele versie van Minerva universiteitsbreed in productie genomen. Studenten kunnen via Minerva Mobile op hun smartphone of tablet snel en aangepast (responsive webdesign) een gedeelte van de informatie (agenda, aankondigingen, documenten, links) uit hun Minerva-cursussen raadplegen. In 2014 werd Minerva mobile verder bijgeschaafd. Ongeveer 50% van de studenten heeft hier in het eerste semester van academiejaar 2015-2016 gebruik van gemaakt, wat in stijgende lijn blijft t.o.v. de 40% gebruikers in 2014 en 10% gebruikers in 2013.
Wat videomogelijkheden binnen de ELO betreft zijn voor de relevante platformen opnieuw verschillende upgrades uitgevoerd in de loop van 2015, resulterend in extra functionaliteiten en betere stabiliteit en performantie. Dit betreft zowel het platform voor webconferenties BigBlueButton, het media management platform Mediamosa als het lesopnameplatform Opencast. Specifiek voor de lesopnames werden in 2015 alle Opencast capture agents voorzien van een nieuwe versie van de interfacing software Galicaster. Hierdoor is het voor lesgevers nog intuïtiever geworden om zelf een opname te starten vanop de presentatiedesk. In de loop van 2015 is het aantal beschikbare capture agents opgetrokken naar 26 toestellen, waaronder 24 vaste opstellingen en 2 mobiele (t.o.v. 7 toestellen in 2012, 12 in 2013 en 20 in 2014), verspreid over alle UGent‑campussen. Gevolg is dat het aantal lesopnames in 2015 opnieuw is toegenomen (eerste helft 927 lesopnames en tweede helft 834 lesopnames, t.o.v. resp. 370 en 480 in 2014). Vanaf de start van academiejaar 2015-2016 zijn enkele capture agents extra uitgerust met live streaming-functionaliteit, waardoor studenten online lessen kunnen meevolgen indien ze niet in de mogelijkheid zijn om deze live bij te wonen (ziekte, overvolle leszaal …).
Naast het Minerva-ontwikkelproject wordt blijvend gewerkt aan de uitbouw van de online toetsomgeving Curios. Voor innovatief activerend onderwijs is een performant toetssysteem noodzakelijk en blijven vernieuwingen en uitbreidingen ontwikkeld worden door de eigen medewerkers van het Curios-team. Curios is een afzonderlijke ELO-component en kan vanuit de cursusbeheersystemen Minerva en Zephyr aangesproken worden. De toepassingsgebieden blijven divers. Hoewel Curios initieel het aanbieden van online (zelf)toetsen voor ogen had, wordt het almaar meer ingezet voor gerichte bevragingen, anonieme enquêtes en realtime online examens. In 2015 werd ingezet op de implementatie van het piloot-project vote, om instant voting in auditoria met behulp van smartphone, tablet of PC mogelijk te maken in lescontext, gebruik makend van draadloos internet (waar mogelijk). Verder werd in 2015 gewerkt aan ondermeer: verfijning van het gebruik van standaardsetting, verbeteren van globale en gedetailleerde feedback, herwerking van bepaalde vraagtypes (hotspot-vragen, matching-pair-vragen, …), gebruik van random parameters in wiskundige vragen.
Sinds academiejaar 2007-2008 staat Curios in voor MCE (Multiple Choice Examens met optische uitlezing van papieren invulformulieren), zowel voor het opstellen van examenvragen als het verwerken van resultaten. In 2015 zijn op die manier opnieuw meer dan 118.000 examenformulieren (in 705 examens) verwerkt. De trend van toename met enkele percenten per jaar die zich al enkele jaren manifesteert blijft zich doorzetten. Er worden ook voor Curios en MCE tweemaal per academiejaar kennismakings- en opleidingssessies ingericht vanuit DICT.
De stabiliteit 24/7 en de betrouwbaarheid van de platformen binnen de elektronische leeromgeving blijven zeer hoog. De uptime bereikt na aftrek van incidentele overmacht (zoals stroomuitval) en onderhoudswerken meer dan 99,9%. In het zomerreces 2015 werd de configuratie van alle platformen verder geoptimaliseerd om redenen van bedrijfszekerheid en performantie. Elk platform wordt gedragen door een configuratie met minstens vier gevirtualiseerde webservers, in een load balancing cluster. Alle databanken worden momenteel gedragen door twee database-servers in een redundante master-master-configuratie en twee caching-servers. Alle gegevensopslag is voorzien op de centrale NAS storage-infrastructuur. De inlog- en responstijden blijven ook bij piekbelasting ruimschoots binnen aanvaardbare normen. Voor de streaming videotoepassingen werden op verschillende tijdstippen in 2015 de bestaande infrastructuur uitgebreid om de bedrijfzekerheid en performantie te kunnen garanderen van het mediamanagement en -distributieplatform Mediamosa, het lesopnameplatform Opencast en het webconferentieplatform BigBlueButton. De storage-capaciteit werd in 2015 opnieuw aanzienlijk verhoogd, vooral ten behoeve van dit videomateriaal. Dit bedraagt eind 2015 ongeveer 20 TB in gebruik, t.o.v 13 TB in 2014, 6 TB in 2013 en 2,5 TB in 2012.
De aantallen van gebruikers en cursussen in Minerva in onderstaande tabel illustreren de blijvende impact van het cursusbeheersysteem op de leeractiviteiten.





Aantal gebruikers

Aantal studenten

Aantal

medewerkers



Aantal aangemaakte cursussen + gelinkt

Ac. jaar 2003-2004

21.200

19.300

1.900

1.490

Ac. jaar 2004-2005

25.445

23.100

2.345

2.972 + 802

Ac. jaar 2005-2006

28.430

25.753

2.677

3.825 + 837

Ac. jaar 2006-2007

30.894

28.127

2.767

4.071 + 880

Ac. jaar 2007-2008

32.405

29.438

2.974

4.743 + 1.164

Ac. jaar 2008-2009

34.351

31.134

3.217

4.556 + 1.334

Ac. jaar 2009-2010

36.039

32.688

3.351

4.372 + 1.353

Ac. jaar 2010-2011

38.690

35.086

3.604

4.368 + 593

Ac. jaar 2011-2012

40.109

36.046

4.063

4.602 + 639

Ac. jaar 2012-2013

42.025

39.048

4.382

4894 + 594

Ac. jaar 2013-2014

46.896

43.757

4.720

5775 + 716

Ac. jaar 2014-2015

48.073

42.925

5.148

6090 + 893

Ac. jaar 2015-2016 (eerste semester)

45.735

41.758

3.977

5984 + 790

Het percentage van personen met één of meerdere inschrijvingen als student (naast de reguliere studenten zijn er in 2015 meer dan 4000 gebruikers die op Minerva intekeningen hebben als student en als medewerker, vb. assistenten met doctoraatsopleiding) dat gebruik maakt van Minerva bedroeg in 2015-2016 na het eerste semester 97,5%. Van de reguliere bachelor- en masterstudenten blijven meer dan 99,6% van de studenten in Minerva geregistreerd (dus slechts 110 Ba- of Ma-studenten zijn niet geregistreerd), vergelijkbaar met de percentages van de eerste semesters van vorige academiejaren. Ook doctoraatstudenten blijven steeds meer de weg vinden naar Minerva.


Het gebruik van Minerva in termen van “aantal bezoekers” en hoeveelheid van getransporteerde data wordt weergegeven in onderstaande tabel. De kolom ‘Aantal bezoeken van documenten-pagina’ is hier opgenomen als voorbeeld om de intensiteit van het gebruik aan te geven. De hoeveelheden stagneerden sinds enkele jaren (waarbij in 2013 een sprong is waar te nemen onder invloed van de integratie), maar zijn in 2015 weer significant toegenomen.





Aantal bezoekers

Datatransport (in GB)

Aantal bezoeken van documenten-pagina

December 2003

85.000

172

381.617

December 2004

285.000

771

1.090.934

December 2005

490.000

1.800

1.852.856

December 2006

640.000

2.580

2.155.137

December 2007

785.000

2.313

2.445.030

December 2008

905.500

3.432

2.755.813

December 2009

1.072.000

3.765

2.784.473

December 2010

1.160.000

4.442

3.257.528

December 2011

1.118.000

5.105

3.103.439

December 2012

1.106.000

4.884

3.112.915

December 2013

1.273.962

6.080

3.787.455

December 2014

1.273.938

7.258

3.778.729

December 2015

1.323.832

8.394

4.046.295

Wat het gebruik van de verschillende modules binnen de diverse cursussen betreft zijn geen detailgegevens opgenomen. Hierbij blijven de documenten- en aankondigingenmodules het hoogst scoren. Ook is een duidelijke toename van het gebruik van de agendamodules waar te nemen sinds de lessenrooster-gegevens up-to-date blijven met de centrale centauro-gegevens. Daarnaast is vooral de toenemende populariteit van activerende tools zoals de leerpadmodule opmerkelijk die in gebruik verdrievoudigd is, duidelijk onder impuls van de inspanningen rond blended learning. Verder blijft de daling van de populariteit van de forummodule een feit, waarvan het gebruik in enkele jaren tijd is gedecimeerd. De voornaamste oorzaak hiervan is toe te schrijven aan de enorme toename van gebruik van sociale media zoals Facebook, waar een groot deel van de online communicatie tussen studenten onderling naar verschoven is weg van de elektronische leeromgeving. Lesgevers betreuren dit omdat sommige ongevalideerde informatiestromen tot misconcepties leiden.


In onderstaande tabel zijn de modules opgedeeld in drie categorieën: informatie, samenwerken, interactie. Onder informatie (lesgevers en medewerkers bieden materiaal aan de studenten) wordt verstaan: aankondigingen lezen, agenda raadplegen, cursusmateriaal downloaden, links naar andere sites raadplegen. Samenwerken (studenten werken samen aan materiaal en communiceren met elkaar) bevat volgende activiteiten: forumberichten bekijken en beantwoorden, groepsruimtes gebruiken, wiki-documenten bekijken en aanvullen. Interactie omvat: Curios- en andere oefeningen oplossen, eigen documenten uploaden (dropbox, studentenpublicaties, portfolio), polls invullen en leerpaden afwerken. In onderstaande grafiek worden de activiteitpercentages weergegeven die zijn berekend vanuit het totale gebruik van de modules in de cursussen.



De informatie-fractie (aanbieden van leermateriaal van lesgever naar student) die zeker in de eerste jaren van het gebruik van Minerva de overhand had, is na een enkele jaren van toegenomen belang, gedaald ten voordele van de interactie-fractie. Het dalen van het forumgebruik manifesteert zich duidelijk in de samenwerken-fractie. De lesgevers blijven wel de meerwaarde inzien van de extra mogelijkheden aan elektronische leermiddelen die de Minerva-leeromgeving hen biedt. De groeiende interactie-fractie geeft immers aan dat lesgevers hun aanbod aan interactief materiaal laten toenemen. De sterke toename in 2014 en 2015 is er vooral te wijten aan een hogere inzet van leerpaden en een toenemend gebruik van het puntenboek, waardoor studenten meer opdrachten digitaal gaan indienen via ondermeer dropbox.
De elektronische leeromgeving zoals aangeboden op Minerva wordt sinds mei 2007 ook voor basis- en secundaire scholen ter beschikking gesteld, zij het wel op een afzonderlijk platform (stagescholen.Augent.be). Het Expertisenetwerk Lerarenopleiding van de AUGent, een samenwerkings-verband van de lerarenopleidingen van de AUGent-partnerinstellingen en vijf Centra voor Volwassen-onderwijs, wil immers onderwijsinnovatie stimuleren door de stagescholen van de instellingen per school een elektronische leeromgeving ter beschikking te stellen. Dit werd het ENW-ELO project genoemd. In de eerste helft van 2015 maakten nog ongeveer 42 onderwijsinstellingen (basisscholen, secundaire scholen, CVO’s, opleidingscentra …) actief gebruik van dit aanbod. De medewerkers van de afdeling Onderwijstechnologie staan in voor het applicatiebeheer van dit platform. In november 2014 heeft de Vlaamse overheid echter beslist de financiering voor de ENWs stop te zetten, met een beëindiging van alle projecten, ook dit ENW-ELO project, tot gevolg en dit met ingang van juli 2015. De UGent heeft om die reden een uitdoofscenario voorzien, waarbij het platform uit productie zal worden genomen in de zomer van 2017.
3.2. Instrumenten voor onderwijskwaliteitszorg
Naast formele professionaliseringsinitiatieven zoals het aanbieden van trainingen en coaching en het ondersteunen van onderwijsvernieuwingsprojecten hebben ook de instrumenten en procedures die in het kader van onderwijskwaliteitszorg worden ontwikkeld een invloed op de onderwijsopvattingen en -praktijk van de lesgevers van de universiteit.
Het UGent-competentiemodel werd in 2005 ontwikkeld en is goed ingeburgerd aan de universiteit. Het model wordt nog steeds gebruikt om opleidingen te ondersteunen bij het formuleren en reviseren van hun doelstellingen in termen van beoogde leerresultaten, aan de UGent competenties genoemd. Opleidingen kunnen hiervoor beroep doen op ondersteuning van de afdeling Onderwijskwaliteitszorg waardoor ze er zeker van zijn dat opleidingscompetenties voldoen aan decretale verplichtingen en algemene internationale standaarden voor bachelor- en/of masteropleidingen. Het expliciteren van beoogde competenties (zowel op het niveau van de opleiding als voor de individuele opleidingsonderdelen) is de inspanning waard aangezien heldere competenties de reflectie over het programma van de opleiding, de gehanteerde werkvormen en toetsing faciliteren.
Intussen werd het UGent competentiemodel (van 2006 tot einde academiejaar 2013-2014) benut door 142 opleidingen met een nakende visitatie bij het formuleren of reviseren van hun opleidingscompetenties. Daarnaast werd het model gebruikt door opleidingen zonder een nakende visitatie maar vanuit andere overwegingen zoals een programmahervorming, nieuwe opleiding, interne kwaliteitszorg binnen de opleiding of faculteit, …
Ook de glossaria didactische werkvormen en examenvormen zijn in eerste instantie ontwikkeld als kwaliteitszorginstrument, maar hebben ook onrechtstreeks een invloed op de didactische ontwikkeling van de lesgevers van de universiteit. Deze glossaria zijn lijsten van de op de universiteit meest voorkomende didactische werkvormen en examenvormen, vergezeld van een korte beschrijving. Het prioritaire doel van deze glossaria is het garanderen van een consistent terminologiegebruik in de communicatie naar de studenten toe via de studiefiches. De korte beschrijvingen van de didactische werkvormen en examenvormen bevatten echter ook didactische suggesties waardoor docenten onrechtstreeks aangemoedigd worden om de werkvormen en examenvormen op een didactisch verantwoorde manier in te zetten.
De UGent is reeds jarenlang toonaangevend in de toepassing van het European Credit Transfer System dat onder meer een degelijke studiegids impliceert. De UGent kon het (in 2004 voor het eerst verkregen) ECTS-kwaliteitslabel in 2013 opnieuw verlengen voor een periode van 4 jaar. In de brief aan het kabinet van de rector is de Commissie dan ook zeer lovend en vermeldt expliciet dat de studiegids zeer goed is en benoemt deze als een voorbeeld van transparante en actuele informatie.
Dat het kwaliteitslabel voor de UGent opnieuw en telkens ononderbroken verlengd werd, is een bekroning van de inspanningen van lesgevers zelf en van mensen van facultaire en centrale diensten. Binnen de UGent gaat permanent veel aandacht uit naar het sensibiliseren en informeren van lesgevers om met zorg hun studiefiches in te vullen. Ook in de docenten- en assistententrainingen en in de begeleidingen van opleidingen van opleidingen voor visitaties komen de studiefiches sterk aan bod. Bovendien is er een heldere leidraad om studiefiches in te vullen online beschikbaar en zijn er vele aanspreekpunten binnen de directie Onderwijsaangelegenheden die een antwoord bieden op zeer specifieke vragen van lesgevers en faculteiten. De kwaliteit van studiefiches van de opleidingsonderdelen wordt dan bovendien ook nog eens bewaakt door periodieke centrale screenings naast facultair georganiseerde initiatieven en opleidingsgebonden controle.
De resultaten van de visitaties worden door de afdeling Onderwijskwaliteitszorg periodiek teruggekoppeld naar de betrokken opleidingen. In een gestandaardiseerd sjabloon wordt een overzicht gepresenteerd aan de faculteit van de belangrijkste aanbevelingen van de commissie, met de vraag om een reactie en een overzicht van de uitgevoerde verbeteracties. Het is de bedoeling om de externe aanbevelingen en interne reacties te bundelen en ter bespreking aan de Onderwijsraad voor te leggen, zoals in het verleden reeds werd toegepast.
Om de continue aandacht voor de onderwijskwaliteitszorg te verankeren, wordt door de afdeling Onderwijskwaliteitszorg gewerkt aan een model voor de toepassing van de PDCA-cirkel (Plan, Do, Check, Act; ook wel Demingcirkel genoemd) in de werking van de opleidingscommissies. Daartoe worden de bovenstaande instrumenten gebundeld en worden ijkmomenten over een periode van acht jaar uitgezet, zodat in de periode tussen twee visitaties de verschillende kwaliteitsinstrumenten op een gespreide en logische volgorde aan bod kunnen komen. Door gebruik te maken van de PDCA-cirkel wordt het continue en systematische karakter van de interne kwaliteitszorg aan de Universiteit Gent benadrukt.
4. Ombudsdiensten
Voor een overzicht van de aangelegenheden ressorterende onder de Onderwijs- en examenregeling, behandeld door de institutionele ombudsdienst, verwijzen we naar het uitgebreide overzicht ‘klachtenrapportage 2015’ (deel ‘institutionele ombudsdienst’) in de bijlage bij dit jaarverslag.
Opleidingenaanbod
De UGent verzorgde tijdens het academiejaar 2014-2015 academische opleidingen in de volgende studiegebieden en diverse combinaties hiervan:


  • Studiegebied 1: Wijsbegeerte en Moraalwetenschappen

  • Studiegebied 3: Taal- en Letterkunde

  • Studiegebied 4: Geschiedenis

  • Studiegebied 5: Archeologie en Kunstwetenschappen

  • Studiegebied 6: Rechten, Notariaat en Criminologische Wetenschappen

  • Studiegebied 7: Psychologie en Pedagogische Wetenschappen

  • Studiegebied 8: Economische en Toegepaste Economische Wetenschappen

  • Studiegebied 9: Politieke en Sociale Wetenschappen

  • Studiegebied 10: Sociale Gezondheidswetenschappen

  • Studiegebied 11: Bewegings- en Revalidatiewetenschappen

  • Studiegebied 12: Wetenschappen

  • Studiegebied 13: Toegepaste Wetenschappen

  • Studiegebied 14: Toegepaste Biologische Wetenschappen

  • Studiegebied 15: Geneeskunde

  • Studiegebied 16: Tandheelkunde

  • Studiegebied 17: Diergeneeskunde

  • Studiegebied 18: Farmaceutische Wetenschappen

  • Studiegebied 19: Biomedische Wetenschappen

Vanaf academiejaar 2013-2014 verzorgt de UGent ook academische opleidingen in volgende studiegebieden (studiegebieden uit academische hogeschoolopleidingen die vanaf academiejaar 2013-2014 in de universiteit zijn geïntegreerd):



  • Studiegebied 2: Industriële wetenschappen en technologie

  • Studiegebied 3: Biotechniek

  • Studiegebied 5: Toegepaste taalkunde

  • Studiegebied 6: Handelswetenschappen en bedrijfskunde


1. Opleidingen per studiegebied en per faculteit
Een overzicht van alle opleidingen per studiegebied en per faculteit is opgenomen in de studiegids 2013‑2014, te raadplegen op de website van de UGent onder de rubriek 'Onderwijs en studie' (zie www.UGent.be/nl/onderwijs/administratie/studiegids).
2. Samenwerking met andere universitaire en niet-universitaire onderwijsinstellingen
Bachelor-, ManaBa- (MA) en ManaMa- (MNM) opleidingen
Studiegebied Taal- en Letterkunde

  • Master of Arts in de literatuurwetenschappen (MNM): UGent, KU Leuven, UAntwerpen en VUB

  • Master of Arts in Advanced Studies in Linguistics (MNM): UGent, KU Leuven, UAntwerpen en VUB


Studiegebied Geschiedenis

  • Master of Arts in de archivistiek: erfgoed- en hedendaags documentbeheer (MNM): UGent, KU Leuven, UAntwerpen en VUB


Studiegebied Rechten, notariaat en criminologische wetenschappen

  • European Master of Laws in Law and Economics (MNM): UGent en buitenlandse partners


Studiegebied Bewegings- en revalidatiewetenschappen

  • Master of Science in de revalidatiewetenschappen en de kinesitherapie (MA) (*)
    (*) De afstudeerrichting “revalidatiewetenschappen en kinesitherapie bij inwendige aandoeningen” wordt

gezamenlijk georganiseerd door UGent, KU Leuven, UAntwerpen en VUB.

  • Master of Science in de ergotherapeutische wetenschap (MA): UGent, KU Leuven, UAntwerpen en UHasselt (instroom via schakelprogramma gestart in AJ 11-12 [KU Leuven], inschrijvingen Master [UGent] vanaf AJ 12-13)


Studiegebied Wetenschappen

  • Master of Science in Geology (MA): UGent en KU Leuven

  • Master of Science in Marine and Lacustrine Science and Management (MA): UGent, UAntwerpen en VUB

  • European Master of Science in Nematology (MA): UGent en buitenlandse partners

  • International Master of Science in Marine Biodiversity and Conservation (MA): UGent en buitenlandse partners

  • Master of Science in de actuariële wetenschappen (MNM): UGent en VUB

  • Master of Science in de fysica en de sterrenkunde (MA): UGent en VUB (gezamenlijke organisatie)

  • Master of Science in de chemie (MA): UGent en VUB (gezamenlijke organisatie)


Studiegebied Toegepaste Wetenschappen

  • Master of Science in de ingenieurswetenschappen: biomedische ingenieurstechnieken (MA): UGent en VUB

  • Master of Science in de ingenieurswetenschappen: fotonica (MA): UGent en VUB

  • Master of Science in Photonics Engineering (MA): UGent en VUB

  • Master of Science in Biomedical Engineering (MA): UGent en VUB

  • European Master of Science in Photonics (MA): UGent en buitenlandse partners

  • European Master of Science in Nuclear Fusion and Engineering Physics (MA): UGent en buitenlandse partners

  • Master of Science in Nuclear Engineering (MNM): UGent, KU Leuven, VUB, UCL, ULB en ULg

  • International Master of Science in Biomedical Engineering (MA): UGent, VUB en buitenlandse partners

  • International Master of Science in Fire Safety Engineering (MA): UGent en buitenlandse partners


Studiegebied Toegepaste Biologische Wetenschappen

  • Master of Science in Food Technology (MA): UGent en KU Leuven

  • International Master of Science in Rural Development (MA): UGent en buitenlandse partners

  • International Master of Science in Environmental Technology and Engineering (MA): UGent en buitenlandse partners


Studiegebied Geneeskunde

  • Master of Medicine in de arbeidsgeneeskunde (MNM): UGent, KU Leuven, UAntwerpen en VUB

  • Master of Medicine in de huisartsgeneeskunde (MNM): UGent, KU Leuven, UAntwerpen en VUB

  • Master of Medicine in de jeugdgezondheidszorg (MNM): UGent, KU Leuven, UAntwerpen en VUB

  • Master of Science in de ziekenhuishygiëne (MNM): UGent, KU Leuven, UAntwerpen en VUB

  • Master of Medicine in de verzekeringsgeneeskunde en de medische expertise (MNM): UGent, KU Leuven en UAntwerpen


Studiegebied Farmaceutische Wetenschappen

  • Master of Science in de industriële farmacie (MNM): UGent, KU Leuven, UAntwerpen en VUB

  • Master of Science in de ziekenhuisfarmacie (MNM): UGent, KU Leuven, UAntwerpen en VUB


Combinatie van de studiegebieden Economische en toegepaste economische wetenschappen, Geneeskunde, Rechten, notariaat en criminologische wetenschappen, Toegepaste biologische wetenschappen, Toegepaste wetenschappen, Wetenschappen

  • Master of Science in Space Studies (MNM): UGent en KU Leuven


Combinatie van de studiegebieden Economische en toegepaste economische wetenschappen, Wetenschappen

  • Master of Science in het toerisme (MA): gezamenlijk georganiseerd door UGent, KU Leuven, UHasselt en VUB


Combinatie van de studiegebieden Economische en toegepaste economische wetenschappen, Rechten, notariaat en criminologische wetenschappen, Toegepaste wetenschappen

  • Master of Science in de maritieme wetenschappen (MNM): UGent en UAntwerpen


Combinatie van de studiegebieden Politieke en sociale wetenschappen, Taal- en letterkunde

  • Master of Arts in American Studies (MNM): UGent, KU Leuven, UAntwerpen en VUB


Combinatie van de studiegebieden Toegepaste biologische wetenschappen, Toegepaste wetenschappen, Wetenschappen

  • Master of Science in Technology for Integrated Water Management (MNM): UGent en UAntwerpen (in nauwe samenwerking met de Hogere Zeevaartschool)


Combinatie van de studiegebieden Toegepaste biologische wetenschappen, Wetenschappen

  • Master of Science in Physical Land Resources (MA): UGent en VUB


Permanente vormingen


  • Permanente vorming "Arbeidsgeneeskunde": UGent, KU Leuven, UAntwerpen en VUB

  • Permanente vorming "Bemiddeling": UGent en UAntwerpen

  • Permanente vorming "Bijzondere bekwaamheid in de pelvische reëducatie": UGent, KU Leuven, UAntwerpen en VUB

  • Permanente vorming "Forensische psychiatrie en psychologie": UGent, KU Leuven, UAntwerpen en VUB

  • Permanent Training "Human Genetics": UGent, KU Leuven, UAntwerpen, VUB, UCL, ULB, ULg en Institut de Pathologie et de Génétique Gosselies

  • Permanente vorming "Klinische neuropsychologie": UGent, KU Leuven en VUB

  • Permanente vorming "Klinische psychodiagnostiek voor kinderen": UGent, KU Leuven en VUB

  • Permanente vorming "Klinische psychodiagnostiek voor volwassenen": UGent, KU Leuven en VUB

  • Permanente vorming "Psycho-oncologie": UGent, KU Leuven, UAntwerpen, UHasselt, VUB , Cédric Hèle Instituut, Vlaamse Vereniging Klinisch Psychologen

  • Permanente vorming "Tabacologie en rookstopbegeleiding": UGent, KU Leuven, UAntwerpen, VUB (i.s.m. VVRGT en Stichting tegen Kanker)

  • Permanente vorming "Gedragstherapie kinderen en jongeren": UGent en KU Leuven

  • Permanente vorming "Forensische gedragswetenschappen": UGent, AHS en HoGent


Postgraduaatsopleidingen


  • Postgraduaatsopleiding Bijzondere beroepstitel van Algemeen Tandarts: UGent en KU Leuven

  • Postgraduaatsopleiding Pediatrische revalidatie bij neurologische aandoeningen: UGent en KU Leuven

  • Postgraduaatsopleiding Radioprotectie: UGent, KU Leuven, UAntwerpen en VUB

  • Postgraduaatsopleiding Stomatherapie en wondzorg: gezamenlijk georganiseerd door UGent, AHS, HoGent en HoWest

  • Postgraduaatsopleiding Tentoonstelling en beheer van actuele kunst: UGent en HoGent

  • Postgraduate Hydrography A: UGent en Hogere Zeevaartschool

  • Postgraduate Hydrography B: UGent en Hogere Zeevaartschool




  1. Activiteiten op het gebied van open onderwijs en afstandsonderwijs1: Studiecentrum Open Universiteit

Zoals de voorbije jaren werden de Nederlandse Open Universiteitscursussen aangeboden en begeleid aan het Gents studiecentrum Open Universiteit. Op deze wijze wordt verder gebouwd aan de samenwerking die door de VLIR in 1984 werd aangevat met de Open Universiteit Nederland. Hoofddoel is het ontsluiten van het hoger onderwijs voor volwassenen die beroepsactief zijn of waarvoor om andere redenen dit onderwijs beter toegankelijk is dan contactonderwijs. Dit doel wordt bereikt via afstandsonderwijs.
Het studiecentrum Gent heeft zoals vorige jaren verder ingezet op twee belangrijke punten die voorgaande jaren uiteraard ook aan bod kwamen: de verdere uitbouw van de studie- en trajectbegeleiding van zittende studenten en het aantrekken van nieuwe studenten.

Door de snel veranderende onderwijs- en examenregelingen wenden studenten zich vaak tot het studiecentrum met vragen over de door hen te volgen studieweg. Naast de vrijstellingen en inschrijvingen vraagt dit in de advisering de meeste aandacht.


Het aantal inschrijvingen is dit jaar gedaald ten opzichte van vorig jaar. Dit heeft deels te maken met een krimpend promotiebudget, deels ook met de aanslepende problematiek rond de gelijkwaardigheid van de OU-diploma’s.
De daling van de inschrijvingen is een algemene trend voor alle studiecentra.
Op 7 februari en 24 september organiseerden de medewerkers van het studiecentrum startdagen voor beginnende studenten Open Universiteit aan het studiecentrum Gent. Daar werd uitleg gegeven over inschrijvingen, tentamens, korting, … aansluitend vond een multiple-choice-training plaats.
Het studiecentrum Gent heeft deelgenomen aan de ICC afstudeerbeurs op 31 maart 2015. Op 24 april werd aan de jobbeurs in Zottegem deelgenomen.
Op 20 mei werd een studiedag bijgewoond rond lopende projecten e-learning in het dagonderwijs.
Er werd in 2015 een opendeuravond ingericht: 1 juni (25 aanwezigen).

Het is duidelijk dat onder andere door een gebrek aan budget voor publiciteit, het succes van de opendeurdagen achteruit gaat. Een andere oorzaak is natuurlijk ook het beschikbaar zijn van alle informatie in brochures en op internet. Dat blijkt ook uit de aanwezigen die duidelijk al goed geïnformeerd zijn en met gerichte vragen komen.


Op 6 juni vond de Vlaanderendag cultuurwetenschappen plaats in Leuven. De bedoeling was de studenten te informeren over nieuwe cursussen en andere wijzigingen in het curriculum cultuur in 2015-2016. Daarnaast hadden alle Vlaamse studenten cultuurwetenschappen de kans te spreken met begeleiders uit Nederland en Vlaanderen en met medestudenten. Dit werd zoals steeds gelinkt aan een culturele activiteit. De organisatie ligt ieder jaar in handen van een ander studiecentrum en in 2015 was Leuven aan de beurt.
Op 22 oktober vond een diploma-uitreiking plaats in het studiecentrum Gent. Naast prof. dr. Jaap van Marle, vertegenwoordiger van de Open Universiteit en hoogleraar cultuurwetenschappen van de Open Universiteit, waren ook de vicerector van de UGent, prof. dr. Freddy Mortier en het afdelingshoofd Onderwijskwaliteitszorg, dhr. Luc Van de Poele, aanwezig om de afgestudeerden Open Universiteit geluk te wensen bij het behalen van hun resultaten.
De medewerkers van het studiecentrum nemen ook deel aan teamversterkende bijeenkomsten zoals de dowadenkdagen en aan nuttige bijscholingen georganiseerd door de UGent.
De Open Universiteit biedt open hoger afstandsonderwijs aan voor personen vanaf 18 jaar die geen gebruik kunnen of willen maken van de bestaande onderwijsvoorzieningen. Open betekent zowel open zonder toelatingsvoorwaarden, als ‘open’ invulling van het studieprogramma en een vrije keuze in plaats en tijd van studeren. Hoger onderwijs betekent dat men op universitair niveau kan studeren. Afstandsonderwijs verwijst naar het hoofdzakelijk thuis bestuderen van leerstof uit leermateriaal dat vanuit didactisch oogpunt hierop is afgestemd.
De taken van het studiecentrum Open Universiteit Gent zijn dan ook zeer divers:

  • Coördinatie voor Vlaanderen

  • Informatie-verlening

  • Publiciteit

  • Inschrijvingen

  • Begeleiding

  • Praktische assistentie

  • Tentaminering


Coördinatie voor Vlaanderen
Het studiecentrum Gent is coördinerend orgaan voor de administratie van studenten met Heerlen (formulieren aanmeldingen, problemen met tentamenaanmeldingen, inschrijvingen, terugzending, verlengingen, kmo-portefeuille, loopbaancheques, kortingsaanvragen, termijnbetalingen etc…);

Door de medewerkers van het studiecentrum Gent wordt aan nieuwe medewerkers van andere studiecentra uitleg verschaft over de werking van Open Universiteit.

Gezien Gent een groter studiecentrum is én coördinatiecentrum wordt Gent vaak eerst met een aantal problemen geconfronteerd en kan het zijn expertise en ervaring ter beschikking van de anderen stellen. Op 20 december werd de nieuwe medewerkster van het studiecentrum Brussel uitgebreid geïnformeerd over de werking van Open Universiteit.
Er werd, door tussenkomst van de coördinator, opnieuw voor een studiegids Vlaanderen gezorgd.
Om de Vlaamse studenten hun belangen te behartigen en hun rechten te vrijwaren zetelt de Gentse coördinator in de klachtencommissie van de OUNL.
De coördinator organiseerde de vergaderingen van de Ministeriële stuurgroep Open Hoger Onderwijs. Dit om de coördinatie van de studiecentra te behartigen en de samenwerking met de Open Universiteit Nederland optimaal te laten verlopen. Naast het departement, de VLIR en de VLHORA maken ook de zes studiecentra hier deel van uit. Het studiecentrum Gent is coördinatie-orgaan voor Vlaanderen, dit betekent dat het studiecentrum instaat voor de inschrijvingen van alle studenten in Vlaanderen, de betalingen registreert en zorgt voor de gelijke uitrusting en werking van de studiecentra. Operationele problemen met Nederland worden door Gent gecoördineerd. Daar hoort bijvoorbeeld het onderhoud van de tentamencomputers bij. De coördinator nodigt bovendien vaak externe deskundigen uit op een ministeriële stuurgroepvergadering.

De vergaderingen worden regelmatig gekoppeld aan het bezoek aan één van de studiecentra. Op deze wijze worden de coördinatoren geconfronteerd met andere ideeën op het vlak van inrichting, administratie en studiebegeleiding. Vaak wordt een thema uitgediept zoals begeleiding, online toetsen, gelijkwaardigheid, kortingsregeling, open dagen …


Het afgelopen jaar zijn de Vlaamse studiecentra samen met de Nederlandse voorzien van een nieuwe werkomgeving gebaseerd op een nieuw principe, Virtualisatie. De werkplekken zijn daarbij vervangen door zogenaamde Thin Cliënts (kleine minicomputers) en de volledige Windows omgeving draait bij de Open universiteit zelf, eigenlijk een vorm van werken in de ‘cloud’ maar de cloud staat dan bij de Open universiteit in Heerlen. Dit heeft o.a. het voordeel dat iedereen altijd dezelfde omgeving heeft en eventuele wijzigingen direct zichtbaar zijn voor iedereen wanneer nodig. Tevens wordt men hierdoor onafhankelijk van tijd, plaats en “werkplek”, of dit nu een Smartphone, Tablet , Thin Client, Laptop of Desktop is. Op elk systeem kunnen zelfs verschillende omgevingen (bijvoorbeeld Windows 7 en Windows 8) aangeboden worden.

De studiecentrummedewerkers hebben nu op hun eigen universiteitswerkplek ook de Open universiteit omgeving met Spil, intranet, toegang tot de Open universiteitsnetwerk schijven en overige applicaties.


Door het principe van virtualisatie toe te passen kan heel gemakkelijk onderscheid gemaakt worden tussen studenten en medewerkers. De medewerkers krijgen dezelfde werkomgeving (Windows 7 met applicaties) als de medewerkers in Nederland en de studenten de specifieke studentomgeving (MFSW met CBT) zoals de Nederlandse studenten.
De OU ontwikkelde een nieuw onderwijsconcept, activerend online onderwijs en er werd een nieuwe leeromgeving yOUlearn ontwikkeld en in exploitatie genomen.

Op 7 oktober hebben alle studiecentra van Nederland en Vlaanderen in Utrecht een presentatie gekregen rond yOUlearn en yOUteach.

Door yOUlearn, de nieuwe digitale leer- en werkomgeving van de Open Universiteit wordt de toegang tot het studiemateriaal en het contact met docenten en medestudenten online georganiseerd en gefaciliteerd. Dit betekent een belangrijke verschuiving in de wijze waarop het onderwijs begeleid wordt.

Tijdens deze presentaties stelden we vast dat het voor de medewerkers van de studiecentra noodzakelijk is om toegang te krijgen tot de cursussites van yOUlearn. In een nota gericht aan het College van Bestuur werd de vraag officieel aangekaart.


Op 19 juni vond de jaarlijkse ontmoetingsdag met de Nederlandse studiecentra plaats in Brussel.
De OU bevindt zich in een transformatieproces. Binnen het spanningsveld dat eigen is aan de Open Universiteit verschuift het accent van Open (nadruk op cursus, open inschrijving en flexibiliteit van het onderwijs aan de OU) naar Universiteit (nadruk op opleiding en studiesucces). De belangrijkste kenmerken van dat transformatieproces zijn:


  • de OU ontwikkelt zich van een aanbieder van cursussen naar een universiteit die academische bachelor‐ en masteropleidingen verzorgt,

  • het onderwijsconcept verschuift van begeleide zelfstudie naar activerend online onderwijs en in toenemende mate wordt het onderwijs online aangeboden,

  • invoering van een nieuw onderwijsmodel in de master (Master Begeleid) dat gekenmerkt wordt door meer structuur, meer begeleiding en beter studeerbare programma’s. Elementen van dit model worden ook beetje per beetje ingevoerd in de bacheloropleidingen

  • Investeren in studentbegeleiding, door invoering van een tutoraat (cursusgebonden begeleiding) en versterking van het mentoraat (cursusoverstijgende begeleiding).

Door de invoering van het nieuw onderwijsmodel dat een betere begeleiding van de studenten beoogt en de doorstroom vergroot zal het takenpakket van de studiecentra getoetst worden aan dit nieuwe onderwijsmodel en het toekomstige vestigingsbeleid.

In dit kader vonden er met de Open Universiteit Nederland verkennende gesprekken plaats over de vernieuwing van de overeenkomst met Vlaanderen.

Hiertoe werd contact opgenomen met de VLIR en het departement onderwijs.

Zodra het standpunt van het College van Bestuur gekend is zal in de loop van 2016 het overleg hervat worden. Er zal worden nagegaan hoe de Vlaamse studenten begeleid zullen worden en wat dit betekent voor de samenwerking met de Vlaamse studiecentra.
Om de naamsbekendheid van de Open Universiteit te vergroten hield de coördinator enkele voordrachten over de historiek en de studiemogelijkheden aan de Open Universiteit.
Om de permanente zorg rond de diploma-gelijkwaardigheid op te lossen heeft de coördinator met de OUNL, het departement onderwijs, het kabinet onderwijs en de VLIR overleg gepleegd.
De coördinator nam ook deel aan een aantal buitenlandse congressen onder andere over MOOC’s, open en flexibel afstandsleren en e-learning.
De coördinator staat in voor de jaarlijks terugkerende internationale dataverzameling van UNESCO, OESO en EUROSTAT (UOE) en dit voor gans Vlaanderen.
Informatie-verlening
De informatieverlening van het studiecentrum Gent is zeer divers:


  • informatieverschaffing en voorlichting;

  • studie-advisering in het begin van en tijdens de studie;

  • het doorverwijzen naar andere instellingen dan Open Universiteit als bij ons de gevraagde opleiding niet aangeboden wordt. Zo wordt bvb aan geïnteresseerden Belgisch recht informatie gegeven over het werkstudentenprogramma van de UGent. Hetzelfde gebeurt wanneer geïnteresseerden op zoek zijn naar een opleiding die niet beschikbaar is aan Open Universiteit. Dan wordt verwezen naar de dienst studie-advies van de UGent.

  • het verzorgen en up-to-date houden van de eigen website;

  • het studiecentrum heeft een eigen facebookpagina en een twitteraccount;

  • medewerking aan de update van de Vlaamse site Open Universiteit;

  • regelmatig opstellen en versturen van nuttige en praktische informatie naar de studenten;

  • een eigen studiegids aanmaken met naast de algemene inschrijvingsmogelijkheden ook de specifieke werking van het studiecentrum Gent.

Eén van de vele beschikbare internetdiensten is het voor iedereen toegankelijke Infonet, vooral bedoeld voor belangstellenden.

Daar staat uitleg over alle cursussen apart (inhoud, ingangseisen, tentaminering…) en de diploma-programma’s waarbinnen ze aan bod komen.

Op de website van Open Universiteit Nederland kunnen ter kennismaking gratis cursussen (eigenlijk cursusonderdelen) bekeken worden. Op deze site staan compacte cursussen uit diverse vakgebieden. Geïnteresseerden kunnen dit zelfstudiemateriaal bekijken, doorlezen of systematisch bestuderen. Het zelfstandig bestuderen van een cursus neemt circa 25 uur in beslag.



Publiciteit
We proberen het heel minieme promotiebudget efficiënter aan te wenden. Wel dienen we te beseffen dat een uitgekiende marketingstrategie budgettair niet haalbaar is. De studiecentra hebben hun recruteringslimiet stilaan bereikt.

Er worden soms gerichte mailings verstuurd naar oud-studenten, geïnteresseerden of externen. Dit gebeurt naar aanleiding van veranderingen in het systeem, opendeurdagen, algemene informatieverlening …


In 2015 werd door het studiecentrum Gent een grote mailing verstuurd naar dokters, tandartsen en bibliotheken. Daarvoor werd een aangepaste flyer gedrukt.

Er werd een advertentie geplaatst in de City Guide Gent als bijlage bij Knack Weekend (20 mei 2015).


Gezien de zeer beperkte middelen waarover het studiecentrum beschikt is het aangewezen dat zowel de Vlaamse Gemeenschap als de Open Universiteit Nederland deze inspanningen verder ondersteunt.
Inschrijvingen
Het opleidingsaanbod bestaat uit 408 cursussen. Dit is nagenoeg hetzelfde als vorig jaar.
Het aantal betaalde modules in 2015 bedroeg 781 voor het studiecentrum Gent.

Dit is 23,88% van het aantal afgenomen modules in Vlaanderen.

Daarmee daalt het studiecentrum licht in zijn aandeel afgenomen modules in Vlaanderen.
Aantal verkochte modules per faculteit in percentages


Cultuur

21,51

Informatica

10,63

Management

18,18

Milieu

12,29

Onderwijs

5,89

Psychologie

28,04

Rechten

3,46

In Gent staan 312 studenten ingeschreven (26,13% van de studenten in Vlaanderen).

In 2015 startten in gans Vlaanderen 1.194 studenten. Het aandeel van Gent is licht afgenomen.
Een inschrijving aan Open Universiteit wordt per cursus opgenomen, is 12 maand geldig en bevat 3 tentamenkansen.

Beginnende opleidingsstudenten krijgen een startpakket aangeboden om zicht te krijgen op de afstudeermogelijkheden bij de Open Universiteit en op hun eigen capaciteiten om zich te oriënteren in hun leerstofgebied. Tijdens deze trajecten wordt extra begeleiding geboden (bij voldoende interesse). Speciale aandacht gaat uit naar tentaminering en multiple choice-training. Studenten van het startpakket en ook wie hierna doorgaat, krijgen een mentor toegewezen. Deze mentor begeleidt het studieproces, bewaakt de voortgang en fungeert als algemeen aanspreekpunt voor de student om zo meer binding en contact te creëren met de opleiding en medestudenten.


In 2015 waren er in het studiecentrum Gent 64 studenten die een startpakket opgenomen hebben waarvan 34,37% voor psychologie, 15,63% cultuur, 25% informatica, 12,50% management, 4,69% milieu en 7,81% Nederlands recht. De opleiding onderwijswetenschappen biedt enkel een master aan, er wordt dus logischerwijs geen startpakket aangeboden. Vooral het aandeel milieu is gezakt, dat valt te verklaren door het feit dat in het nieuwe vrijstellingsbeleid van natuurwetenschappen de cursus binnen de premaster minder aan bod komt.

Er zijn echter meer startende studenten dan het hierboven vermelde aantal want soms zijn instromende studenten met een vooropleiding hoger onderwijs vrijgesteld voor het startpakket.


Minder draagkrachtige studenten kunnen een inkomensafhankelijke korting genieten op de cursusprijs. Deze bedraagt 80% of 50%. Er werden in Gent in totaal 46 modules met korting opgenomen in 2015.
We zien dat het aantal mannelijke studenten iets hoger ligt dan het percentage vrouwen (46,79%).
Percentage studenten per leeftijdsgroep

<28

17,31

28-37

30,45

38-47

32,37

48-57

13,14

58-67

6,41

>67

0,32

We merken hier een toename van bijna 10% in de leeftijdsgroep 38-47.

Een combinatie van werk en studie is voor onze studenten eerder regel dan uitzondering. Een groot deel van deze gegevens werd niet ingevuld en blijven dus ongekend (55,46%), 34,29% is werkend, 10,25% werkzoekend/niet-werkend.
Percentage motieven om aan de Open Universiteit te studeren


Huidige functie beter vervullen

12,58

Kans op andere baan vergroten

30,46

Goede vorm vrije tijdsbesteding

9,27

Intellectuele capaciteiten ontwikkelen

36,43

Maatschappelijk beter functioneren

1,99

Meer willen weten over cursus/probleem

5,96

Verder komen in een bepaald wetenschapsgebied

3,31

Hier werd wel telkens gepeild naar de twee belangrijkste motieven om te gaan studeren.

Het ontwikkelen van intellectuele capaciteiten komt nu op de eerste plaats, net voor de kans op een andere baan vergroten.
Percentage van de redenen om de Open Universiteit te verkiezen boven een andere instelling


Geen diploma nodig

3,29

Onderwijs niet elders

20,39

Eigen tempo, op afstand

58,56

Inhoud spreekt aan

15,13

Eigen studiepakket

0,66

Anders of niet ingevuld

1,97

De student kan inschrijven voor 408 cursussen gespreid over 6 wetenschappelijke opleidingen: rechtswetenschappen, managementwetenschappen, natuurwetenschappen, informatica, psychologie en cultuurwetenschappen. Daarnaast kan men ook een master onderwijswetenschappen volgen.


Een overzicht van het aanbod aan opleidingen:
Faculteit management, science & technology

Managementwetenschappen

  • bachelor bedrijfskunde (business administration)

  • master in management

  • master business process management and IT

  • master business administration




Natuurwetenschappen:

  • bachelor milieu-natuurwetenschappen

  • master environmental sciences


Informatica:

  • bachelor informatica

  • bachelor informatiekunde

  • master software engineering

  • master computer science (ingenieur)

  • master business process management and IT


Faculteit cultuur- en rechtswetenschappen

Cultuurwetenschappen:


Rechtswetenschappen:


  • bachelor rechtsgeleerdheid

  • master rechtsgeleerdheid


Faculteit psychologie en onderwijswetenschappen

Psychologie:

  • bachelor psychologie

  • master psychologie, diverse varianten:
    - arbeids- en organisatiepsychologie
    - gezondheidspsychologie
    - klinische psychologie
    - levenslooppsychologie
Onderwijswetenschappen:

  • master onderwijswetenschappen

Er bestaat ook een open bachelor programma. De open bachelor bij de Open Universiteit bestaat uit een combinatie van studierichtingen. De samenstelling van de programma’s moet uiteraard wel voorgelegd en goedgekeurd worden. Het is ook mogelijk dat er bijkomende eisen gesteld worden om door te stromen naar een bepaalde master.

Daarnaast zijn er ook nog diverse korte programma’s, zoals kort hoger onderwijs, focusopleidingen (meestal uitlopend) en certified professional programs.

Elke faculteit biedt schakelprogramma’s aan en sommige faculteiten bieden premasters aan.


Alle masters hebben een begeleide variant en een (uitlopende) niet-begeleide variant.

Sinds 1 september 2014 zijn er voor nieuwe masterstudenten de begeleide masters. Ze bieden meer structuur en meer begeleiding met speciale aandacht voor de studeerbaarheid. Deze opleidingen zijn ontworpen om zo efficiënt mogelijk het masterdiploma te behalen. Het studie-schema wordt opgesteld in samenspraak met een begeleider in Heerlen.

Om te starten met de master moet de bachelor of het schakelprogramma volledig afgewerkt zijn.
Begeleiding

Begeleiding is een vrij breed begrip dat zowel betrekking heeft op de adviseringsactiviteiten van het studiecentrum (onder andere bij de keuze van studierichting en bij vrijstellings- en toelatingsverzoeken) als op de inhoudelijke en feedback-activiteiten van de mentor of studiebegeleider.


Er is actieve studietrajectbegeleiding (daarbij onder andere opvolging van studenten en het contacteren van uitstromers). Daarbij hoort het organiseren van startdagen voor nieuwe studenten en multiple-choice trainingen.

Naast de coördinator zijn er een mentor en een administratieve medewerker aan het studiecentrum verbonden.

De inhoudelijke studiebegeleiding wordt verzorgd door het wetenschappelijk en onderwijzend personeel van de Universiteit Gent of door medewerkers van de Open Universiteit Nederland.

In het algemeen is er begeleiding bij practica en bijzondere verplichtingen; in Gent worden ook bijeenkomsten georganiseerd bij verschillende cursussen (en bij voldoende interesse). Dit voor diverse cursussen: startpakket aarde, mens en milieu, klinische gespreksvoering, psychologisch experiment …


Aan scripties en afstudeeropdrachten worden, naast de begeleiders uit Nederland, soms ook Vlaamse scriptiebegeleiders toegewezen. Op deze wijze kan er een nauw contact tot stand komen met een expert van onze instelling en kan het onderwerp desgevallend meer gericht worden op de Vlaamse situatie. Bepaalde onderwerpen kennen immers land-, gemeenschaps- of cultuurgebonden facetten.

Het studiecentrum Gent richt scriptiepresentaties psychologie in op verzoek van de studenten en de medewerkers worden soms ook gevraagd bij scriptie-beoordelingen van andere studiecentra.


Aangezien persoonlijk contact ook in afstandsonderwijs belangrijk is, is het studiecentrum tevens een ontmoetingsplaats voor studiegroepen en voor de studentenvereniging.

De studentenvereniging voor Gent Eigenwijs organiseert zelf ook activiteiten, sommige in samenwerking met het studiecentrum.


De intakegesprekken en de begeleiding voor de nieuwe masters gebeuren voornamelijk door de medewerkers van Heerlen. Het studiecentrum Gent heeft hierin een informerende en adviserende functie.
Zowel de studenten als de medewerkers kunnen terecht op ‘www.ou.nl/mijnou’.

Daaronder staat een voorziening voor studenten en medewerkers van de Open Universiteit, Studienet genaamd. Dit is ingericht als elektronische aanvulling op de studeeromgeving van de individuele studenten en als aanvulling op de studie-ondersteuningsmogelijkheden van docenten. Aanvullingen en errata op cursusmateriaal, antwoorden op veelgestelde vragen, persoonlijke presentaties, het ophalen van teksten en software, opzoeken wanneer tentamens en studiebegeleidingsbijeenkomsten plaats vinden, voorbeeldtentamens ophalen, discussiefora voor communicatie tussen docent en student en tussen studenten onderling: dat alles is mogelijk via Studienet. Voor de mastercursussen is er een nieuw platform: yOUlearn. Het is de bedoeling dat alle cursussen van Open Universiteit daarop komen.


De student kan gebruik maken van een persoonlijke ‘account’-pagina (‘studiepad’) om zo zijn eigen studievoortgang te raadplegen. Daarnaast kan de student zich via deze site inschrijven, aanmelden voor tentamens, adreswijzigingen doorgeven …
Als hulpmiddel voor de studenten werd ook de website studieplaza ontwikkeld, waar allerlei studietips op te vinden zijn in de vorm van een virtuele studiecoach en workshops.
Een speciaal probleem blijft de begeleiding van gedetineerden. Aangezien zij zich niet kunnen verplaatsen en toegang tot het internet niet wordt toegestaan in de gevangenis moeten hier telkens individueel aangepaste oplossingen voor gevonden worden.

Er zijn goede contacten met de penitentiaire instellingen van Beveren en Oudenaarde betreffende het tentamineren van gevangenen en de mogelijkheden tot cursusbegeleiding.


Het ontwikkelen van een conversietool Blackboard –Moodle is geen optie daar wellicht de vereiste kennis niet aanwezig is en alle inspanning gericht is op het nieuwe onderwijsmodel met yOUlearn.
Praktische assistentie

het ter beschikking stellen van de infrastructuur (zowel lokalen als materiaal);



  • het functioneren als ontmoetingsplaats voor studenten en helpen zoeken naar oplossingen van praktische problemen (bv het materiaal (laten) aanpassen voor gedetineerden (zie ook onder begeleiding) hen aanmelden en zaken via internet opzoeken (bv voor gedetineerden die rechtswetenschappen volgen arresten opzoeken) en doorsturen, studenten die speciale voorzieningen nodig hebben etc …)

  • het regelmatig versturen van studentenkaarten;

  • praktische ondersteuning van de vergaderingen en activiteiten van de studentenvereniging Eigenwijs.

  • Soms worden lokalen voorzien voor studenten bv. voor groepswerk rond een bepaalde cursus.

  • Bij sommige groepswerken worden ook video-opnames gemaakt die dan door medewerkers van het studiecentrum overgezet worden naar een digitale drager om zo verdeeld te worden.

  • Het studiecentrum Gent probeert de maximale toegankelijkheid voor studenten te waarborgen en is daarom 30 uur per week vrij toegankelijk waarvan één avond en daarnaast minstens één zaterdagvoormiddag per maand.

  • Op maandag is het studiecentrum gesloten, maar die dag wordt door de personeelsleden gebruikt om de studenten aan te schrijven, te telefoneren of om op afspraak hen te woord te staan. Bovendien worden op maandagavond ook computergestuurde tentamens voorzien, naast de twee andere tentamenmomenten.


Tentaminering

De meeste tentamens aan Open Universiteit zijn schriftelijk of via CBT (computergebaseerd toetsen). Een tentamen kan bestaan uit meerkeuzevragen, open vragen of een combinatie. Soms moet er een bijzondere verplichting gemaakt worden zoals een werkstuk, referaat of practicum.


Bij de schriftelijke tentamens wordt een onderscheid gemaakt tussen een regulier schriftelijk en een CBT-tentamen (kan CBG of CBI tentamen zijn – computergebaseerd groeps of computergebaseerd individueel). De reguliere schriftelijke examens en CBG-tentamens worden minimum drie maal per jaar (per cursus) ‘s avonds afgenomen. Bij de CBI-tentamens kan dat in het studiecentrum Gent drie keer per week, namelijk op maandagavond, woensdagnamiddag en vrijdagvoormiddag.
Op de tentamendag staat er voor de student een tentamen klaar, uit de database gegenereerd. Dit tentamen bestaat doorgaans uit meerkeuzevragen. Na een CBT (tenzij met open vragen) weet een student direct zijn tentamenresultaat door zelf het tentamen af te sluiten. Het resultaat verschijnt op het scherm.

De lay-out van de cbt-tentamens wordt regelmatig aangepast aan de hand van opmerkingen van studenten en/of medewerkers.


Het studiecentrum staat in voor de praktische organisatie van tentamens, zowel reguliere als computergestuurde en dit opgesplitst voor de gewone programma’s, OUX (meer begeleide vorm) en de begeleide master.
Soms worden tentamens ter plaatse afgenomen bij chronisch zieken en gedetineerden.
Voor elk tentamen dat de gedetineerden wensen af te leggen moet een personeelslid zich naar de penitentiaire instelling te Brugge, Oudenaarde, Beveren of Gent begeven. Voor gedetineerden met een enkelband kan dit uiteraard op hun thuisadres of nog andere plaatsen doorgaan. Soms wordt voor gedetineerden een afwijkend tijdstip geregeld (’s avonds niet mogelijk). Het is in 2015 al een paar keer gebeurd dat een onderwijsverantwoordelijke van de gevangenis toezicht hield bij het tentamen. Dan moesten we enkel het tentamen nog ter plaatse en terug krijgen.
Sommige studenten krijgen ook speciale omstandigheden voor een tentamen, bijvoorbeeld gebruik maken van een computer, een apart lokaal of een uur langer tentamen. Dat wordt ook allemaal verzorgd door het studiecentrum.
Een beperkt aantal cursussen wordt uitsluitend mondeling getentamineerd. Voor mondelinge tentamens wordt regelmatig gebruik gemaakt van skype, zodat de student zich niet meer naar Nederland hoeft te verplaatsen, maar gewoon op het studiecentrum tentamen kan afleggen. Ook hier moet natuurlijk infrastructuur en toezicht voorzien worden.
Op het studiecentrum worden frequent tentamens afgenomen voor andere Vlaamse studiecentra en ook voor andere (buitenlandse) afstandsuniversiteiten zoals de University of New England, de University of South Queensland (beide Australië), Harvard en HiG Gävle, Zweden . Het studiecentrum voorziet dan ook de infrastructuur en het toezicht.
Evaluatie Open Universiteit
De Open Universiteit staat in het lijstje van de veertien Nederlandse universiteiten overal op de tweede plaats met een score van 72 punten en mag daarmee het kwaliteitszegel '2e plaats Beste universiteit 2016' voeren. Dit blijkt uit de Keuzegids universiteiten 2016 die op 2 november 2015 is verschenen.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

  • 3.1.7 De elektronische leeromgeving Minerva
  • Onderwijswetenschappen

  • Dovnload 1.27 Mb.