Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


1. Beleidsdocumenten en -organen De missieverklaring

Dovnload 1.27 Mb.

1. Beleidsdocumenten en -organen De missieverklaring



Pagina7/10
Datum05.11.2018
Grootte1.27 Mb.

Dovnload 1.27 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

Waarderingen

Naast het feit dat de Open Universiteit (OU) tweede in de lijst van beste universiteiten staat, krijgt de bachelorstudie Milieu-natuurwetenschappen van de OU het kwaliteitszegel 'Topopleiding 2016' in de gids vanwege de hoge score. Daarnaast zijn de OU-bachelors Psychologie, Rechtsgeleerdheid en Bedrijfskunde de beste opleidingen in deze studierichtingen en staan de bacheloropleidingen Cultuurwetenschappen, Informatica en Milieu-natuurwetenschappen op de tweede plaats in de ranglijsten. Vooral de inhoud van het programma, docenten, wetenschappelijke vorming, studeerbaarheid en communicatie met studenten worden bij deze bacheloropleidingen positief gewaardeerd.

Student- en expertoordelen

De Keuzegids Universiteiten 2016 biedt ranglijsten die onder meer op de resultaten van de Nationale Studenten Enquête (NSE) 2015 zijn gebaseerd. Naast studentoordelen zijn in de Keuzegids ook expertoordelen meegenomen uit de visitatierapporten, opgesteld voor de accreditatie van opleidingen. De Keuzegids Universiteiten wordt uitgegeven door het Centrum Hoger Onderwijs Informatie (CHOI) en is een onafhankelijke uitgave waarin alle geaccrediteerde bacheloropleidingen van universiteiten per vakgebied met elkaar worden vergeleken. Meer informatie staat op de website www.keuzegids.nl.



Onderwijs- en examenregelingen
Het onderwijs- en examenreglement van het academiejaar 2014-2015, zoals goedgekeurd door de Raad van Bestuur op 9 mei 2014, is terug te vinden op http://www.UGent.be/student/nl/studeren/regelgeving/oer20142015.pdf/.
1. Studiegelden 2014-2015
Het overzicht van de studiegelden is te vinden op http://www.UGent.be/nl/studeren/studiegeld/archief.
2. Toelatingsvoorwaarden
In 2015 werd het toelatingsonderzoek voor bacheloropleidingen voor de achtste keer door de AUGent georganiseerd. Hierdoor wordt de decretale regelgeving ingevuld die een toelatingsonderzoek mogelijk maakt voor wie niet voldoet aan de algemene toelatingsvoorwaarden.
Volgende kandidaten worden tot het onderzoek toegelaten:

• kandidaten die minstens 21 jaar oud zijn

• virtuozen: zonder leeftijdsbeperking, op basis van een bekwaamheidsonderzoek door internationale experts

• vluchtelingen en ontheemden: zonder leeftijdsbeperking

• SenSe (opleiding Secundair-Na-Secundair): zonder leeftijdsbeperking.

Kandidaten dienen eveneens aan de geldende taalvoorwaarden te voldoen.


Het AUGent-toelatingsonderzoek is generiek, gratis, kan slechts één keer per academiejaar doorlopen worden en is in hoofdzaak gebaseerd op het portfolio van de kandidaat.
De toelatingsprocedure bestaat uit zes fasen:

1. Intakegesprek met beleidsmedewerker.

2. Kandidaat stelt portfolio op.

3. Portfolio wordt door drie “assessoren” beoordeeld.

4. Eventuele toelatingstest indien de bewijswaarde van het portfolio niet voldoende is.

5. Bij toelating ontvangt de kandidaat van de “Validerende instantie” van de AUGent een "Bewijs van Toelating" voor de inschrijving in het eerste bachelorjaar van een opleiding aangeboden door een instelling binnen de AUGent. De kandidaat ontvangt in ieder geval een “Samenvattend Verslag” over de beoordeling van het portfolio.



6. Vóór de inschrijving: een verplicht oriënterend gesprek van de kandidaat met de traject-of studiebegeleider in de opleiding die de kandidaat wil aanvatten.
In 2015 werden via dit toelatingsonderzoek in totaal 100 studenten toegelaten tot inschrijving in een eerste bachelor aan een instelling van de AUGent (ter vergelijking: 99 studenten in 2013-14, 59 studenten in 2012-13, 77 studenten in 2011-12, 97 studenten in 2010-2011, 91 studenten in 2009-2010, 72 studenten in 2008-2009, 51 studenten in 2007-2008).
De Validerende Instantie van de AUGent heeft in haar vergaderingen van 27 februari en 12 mei 2015 beslist om een aantal aanpassingen door te voeren in het toelatingsonderzoek die vanaf januari 2016 van kracht zullen zijn. Het gaat concreet om wijzigingen op het vlak van de procedure, de uitwisselbaarheid van de toelatingsbewijzen en afspraken over de samenstelling van de Validerende Instantie. De bedoeling van deze aanpassingen is om de efficiëntie te verhogen en de procedure zoveel mogelijk af te stemmen op die van de andere associaties, waardoor de bewijzen van toelating onderling maximaal uitwisselbaar zullen zijn.
De standaardprocedure is dat kandidaat-studenten die niet voldoen aan de algemene toelatingsvoorwaarden zich op grond van artikel II.179 van de Codex Hoger Onderwijs toch kunnen inschrijven in een bacheloropleiding, indien ze slagen voor het toelatingsonderzoek. Kandidaat-studenten die willen deelnemen aan het toelatingsonderzoek moeten voldoen aan de taalvoorwaarden en moeten minimum 21 jaar oud zijn op 31 december van het academiejaar waarvoor ze zich na het toelatingsonderzoek kunnen inschrijven.
Op deze algemene procedure zijn twee afwijkingen voorzien: studenten die mogen afwijken op de leeftijdsvoorwaarde en studenten die mogen afwijken op de test. Doordat deze afwijkingen niet binnen alle associaties dezelfde zijn, verloopt het uitwisselen van toelatingsbewijzen moeilijk. De Validerende Instantie van de AUGent besliste om de afwijkingen zoveel mogelijk te beperken. Een achterliggende doelstelling blijft immers dat studenten zoveel mogelijk gestimuleerd worden om het diploma secundair onderwijs toch te behalen.
De Validerende Instantie heeft beslist om afwijkingen op de leeftijd van 21 jaar niet (meer) toe te staan aan studenten met een uitzonderlijke begaafdheid, aan houders van een getuigschrift secundair-na-secundair en aan houders van een attest van twee modules HBO5 verpleegkunde (zorgkundigen). Afwijkingen op de leeftijd van 21 jaar liggen decretaal vast voor vluchtelingen en ontheemden. Binnen de AUGent worden afwijkingen op de leeftijd van 21 jaar toegestaan voor studenten die hebben deelgenomen aan de Havo-piste. Binnen de andere associaties worden de bewijzen van toelating van Havo-pistekandidaten niet erkend.
Wat de afwijkingen op de toelatingstest betreft, heeft de Validerende Instantie beslist om geen “light procedure” meer te organiseren. Studenten met een creditcontract volgen vanaf 2016 de volledige standaardprocedure. Studenten die een attest van toelating van een andere associatie hebben, moeten enkel nog een oriëntatiegesprek hebben voor ze inschrijven in de opleiding. De procedure voor anderstalige nieuwkomers blijft behouden: zij nemen deel aan het standaard toelatingsonderzoek na hun voorbereidingsjaar hoger onderwijs.
De Validerende Instantie heeft beslist om vanaf januari 2016 een strengere algemene procedure voor het toelatingsonderzoek te hanteren. Nieuw is dat alle kandidaten de Davis Reading Test (DRT) afleggen alvorens hun portfolio al dan niet wordt beoordeeld. Kandidaten die minder dan 28 op 60 behalen worden niet toegelaten. Kandidaten die meer dan 35 op 60 behalen worden zonder verdere test toegelaten. Enkel de portfolio’s van kandidaten die tussen 28 en 35 op 60 behalen worden nog door de assessoren beoordeeld. Door de wijziging in volgorde zou de werkbelasting van de assessoren moeten verminderen.
Voor virtuozen is er een specifieke procedure binnen de School of Arts van de Hogeschool Gent. Virtuozen worden duidelijker gedefinieerd als “jongeren die de leeftijd van 21 jaar nog niet bereikt hebben, en waarvan het talent en de volgehouden wil binnen een kunstdiscipline duidelijk verder gaan dan wat door het leerplichtonderwijs of deeltijds kunstonderwijs aangeboden kan worden”. Zij dienen wel een portfolio in maar leggen geen DRT af. In plaats van de algemene beoordeling op portfolio verschijnen zij voor een expertencommissie en leggen ze een artistieke toelatingsproef af. Meestal gaat het om jongeren tussen 15 en 18 jaar.
3. Maatregelen ter begeleiding van de studieloopbaan
De ondersteuning van de studieloopbaan van studenten aan de UGent gebeurt zowel op centraal als op facultair niveau. Centraal wordt deze ondersteuning geboden door de afdeling Studieadvies van de directie Onderwijsaangelegenheden. Naast de eigen initiatieven staat de afdeling eveneens in voor de coördinatie en/of verdere bekendmaking van initiatieven die georganiseerd worden op het niveau van de faculteit of een vakgroep.
De ondersteuning van de studieloopbaan omvat informatie, advies en begeleiding ten aanzien van studenten in de diverse fasen van hun studieloopbaan, vanaf het moment dat leerlingen hun weg zoeken in het hoger onderwijs tot op het moment dat ze als student hun opleiding afwerken en ze de universiteit verlaten. De focus ligt dus zowel op instroom, doorstroom als op uitstroom.
De afdeling Studieadvies fungeert als centraal aanspreekpunt. Dit wordt o.a. geconcretiseerd door:

  • de infobalie waar telefonisch, schriftelijk, via e-mail en persoonlijk eerstelijnsinformatie wordt verstrekt en het nodige documentatiemateriaal ter beschikking wordt gesteld;

  • de infotheek die door het publiek vrij kan geraadpleegd worden, al dan niet met begeleiding of in het kader van een oriënterend gesprek. Deze infotheek bevat het studiemateriaal van het 1ste jaar bachelor van alle UGent-opleidingen en documentatie over het studieaanbod hoger onderwijs (universitair en niet‑universitair) in het kader van oriëntering en mogelijke heroriëntering;

  • studieadviseurs die permanent ter beschikking staan voor aanvullende of meer diepgaande adviesgesprekken; ze zijn enerzijds allround inzetbaar maar beschikken anderzijds elk over een eigen specialisatie met name initiële keuze, heroriëntering, verdere oriëntering tijdens de studie, studie- en studentenproblemen, verder studeren, doctoreren, intrede op de arbeidsmarkt …

Rond de verschillende aspecten van de studieloopbaan wordt er specifiek documentatiemateriaal aangemaakt; dit omvat o.a.



  • algemene brochures en tijdschriften voor de toekomstige student;

  • brochures over alle bacheloropleidingen die aan de UGent worden aangeboden;

  • masterfiches: informatie over de masteropleidingen (inclusief ManaMa’s en postgraduaten) en de bijhorende schakel- en voorbereidingsprogramma’s;

  • specifieke brochures omtrent studie- en examenaanpak (Denk Wijzer!), doctoreren …;

  • een website ‘Studiekiezer’ die niet alleen per opleiding alle -voor de toekomstige student- relevante informatie bundelt (lesroosters, inhoud opleiding, studiegeld, infodagen, voorbereidende vakantiecursussen …) maar die de toekomstige student ook begeleidt in zijn/haar keuze (o.a. een lijst met opleidingen op basis van interessegebieden of op basis van reeds behaalde diploma’s).

De werking van de afdeling Studieadvies richt zich naar verschillende doelgroepen: toekomstige studenten, ouders van toekomstige studenten, studenten UGent en studenten die binnenkort afstuderen. Voor die doelgroepen worden er specifieke infosessies en evenementen georganiseerd of worden bestaande infosessies gecoördineerd:



  • ten aanzien van toekomstige studenten staat de afdeling Studiedvies in voor de coördinatie van de regionale Sid-in-beurzen, de infodagen die door de faculteiten worden georganiseerd en de extra infobeurs van de UGent eind juni (voor de late beslissers). Verder staat de afdeling in voor de coördinatie van de – decentraal ingerichte – Open Lessen en de organisatie van de Try-outs, die allebei tot doel hebben toekomstige studenten op een ervaringsgerichte manier te laten kennismaken met (leven en) studeren binnen een academische context;

  • ten aanzien van toekomstige studenten en hun ouders organiseert de afdeling Studieadvies algemene infosessies over het hoger onderwijs. Ze krijgen er informatie over studiekeuze, studieaanpak, de structuur van het hoger onderwijs, flexibilisering, leerkrediet, studiekosten en huisvesting.

  • ten aanzien van studenten worden er introductiesessies en groepstrainingen efficiënt studeren (Denk Wijzer!), faalangst, uitstelgedrag en verder met angst georganiseerd;

  • ten aanzien van studenten die binnenkort afstuderen worden er specifieke infosessies georganiseerd omtrent de intrede op de arbeidsmarkt: solliciteren, werken in specifieke sectoren zoals de overheid, het onderwijs, de media …


3.1. Informatie en oriëntatie van laatstejaarsstudenten secundair onderwijs
De studievoorlichting en studieoriëntering voor toekomstige en startende studenten gebeurt op de volgende directe en indirecte wijzen:

  • De afdeling Studieadvies maakt documentatiemateriaal aan (brochures, affiches, flyers …) over de diverse aangeboden studieprogramma’s, het studiekeuzeverloop, het studie- en examenregime aan de universiteit (met bijzondere aandacht voor de verschillen met het secundair onderwijs), studievaardigheden, oriënterende en/of remediërende initiatieven (Open Lessen, Try-outs, infodagen, de vakantie- en inhaalcursussen), studieondersteuning, de materiële studentenvoorzieningen, het bijzonder studieaanbod voor ‘niet-klassieke studenten’ en de uitwegen na de diverse opleidingen. In al deze publicaties wordt er plaats voorzien voor testimonials, waarvan geweten is dat ze -in dit stadium van de studiekeuze- erg gewaardeerd en veel gelezen worden.

Deze publicaties worden systematisch verspreid in de Vlaamse onderwijswereld (scholen, CLB-centra, hogescholen, openbare bibliotheken), met het verzoek deze te gebruiken of ter beschikking te stellen bij de studiekeuzebegeleiding.

  • Meer dan 20.000 laatstejaars secundair onderwijs worden op drie momenten in het schooljaar rechtstreeks aangeschreven op hun thuisadres. Een eerste mailing (oktober) bevat een publicatie die een overzicht biedt van alle bacheloropleidingen aan de UGent, de keuzekaart (met alle oriënteringsinitiatieven van de UGent) en een eerste nummer van het magazine Durf Denken (waarvan 3 edities gemaakt worden, specifiek toegespitst op laatstejaars secundair onderwijs en het studiekeuzeproces). Nadien volgen nog twee magazines Durf Denken, een in december (net voor de kerstvakantie) en een in maart (net voor de paasvakantie).

  • De afdeling Studieadvies voorziet in een groot aanbod online informatie. De website ‘Studiekiezer’ (www.studiekiezer.UGent.be) is een databasegestuurde website die per opleiding alle informatie bundelt. Zo krijgt een studiekiezer in één oogopslag informatie over de inhoud van de opleiding, het bijhorende studieprogramma, de toelatingsvoorwaarden, het studiegeld, de infodag van de opleiding, de (eventuele) vakantiecursus … Bovendien is er aan de website ook een zoekfunctie verbonden op basis van interessegebieden. Die zoekfunctie maakt al een eerste selectie uit het aanbod van de UGent en helpt de toekomstige student in het keuzeproces;

  • Toekomstige studenten die een brochure willen aanvragen of zich willen inschrijven voor een van de oriënteringsinitiatieven (Open Lessen, Try-outs, infodagen), doen dit online (online inschrijvingstool, ontwikkeld binnen OASIS). Dit betekent dat een leerling die zich wil inschrijven voor een evenement en de 1ste keer op de tool terecht komt, zich moet registreren. Op die manier beschikt de afdeling Studieadvies over de gegevens van de doelgroep toekomstige studenten en kunnen vervolgevenementen ook gerichter gecommuniceerd worden. Willen de leerlingen zich uiteindelijk als student inschrijven aan de UGent, dan hebben ze al een deel van de prospect-voorinschrijving afgewerkt.

  • De afdeling Studieadvies coördineert en biedt ondersteuning bij de Open Lessen die de faculteiten inrichten voor leerlingen uit de derde graad van het secundair onderwijs. De toekomstige studenten krijgen de kans om een authentieke les uit de opleiding(en) van hun keuze te volgen, in aanwezigheid van studenten uit het eerste jaar bachelor. Sommige opleidingen voorzien tevens in didactisch materiaal, een gesprek met de lesgever of het monitoraat … Sinds het academiejaar 2013-2014 worden Open Lessen zowel in de herfst- als in de krokusvakantie aangeboden.


Evolutie aanbod en deelnemers Open Lessen (per academiejaar)


Academiejaar

#

faculteiten

#

Open Lessen

#

unieke deelnemers

#

gevolgde OL

2012-2013
(herfstvakantie 2012)

6

42

898

1636

2013-2014
(herfstvakantie 2013)

9

170

Totaal ’13-‘14
281

1612

Totaal 13-‘14
3065

3108

Totaal 13-‘14
6266

2013-2014
(krokusvakantie 2014)

10*

111

1797

3158

2014-2015

(herfstvakantie 2014)



10*

219

Totaal ’14-’15

415

1602

Totaal ‘14-‘15
3370

3331

Totaal 14-‘15
7629

2014-2015 (krokusvakantie 2015)

10*

196

2247

4298



*De faculteit Wetenschappen organiseert het hele jaar door ‘cursuscruisen’. Op die manier zijn alle faculteiten in het aanbod vertegenwoordigd.


  • De afdeling Studieadvies coördineert jaarlijks de deelname van de UGent aan de regionale infobeurzen (SID-ins) in de 5 Vlaamse provincies. De afdeling zorgt voor de logistieke ondersteuning en de rekrutering van ongeveer 200 faculteitsmedewerkers en staat ter plaatse in voor de faculteitsoverschrijdende informatieverstrekking. De faculteitsmedewerkers treden op als informant en zorgen voor de opleidingsgebonden informatieverstrekking;

  • In samenwerking met de faculteiten organiseert de afdeling Studieadvies jaarlijks infodagen voor laatstejaarsstudenten secundair onderwijs over alle opleidingen, waarbij het academisch personeel zelf informatie verstrekt over de organisatie van de studies, de inhoud en de doelstellingen van de opleidingen, de vakken in het eerste jaar en de vereisten qua voorkennis;

  • Op drie momenten doorheen het academiejaar (november, april en mei) organiseert de afdeling Studieadvies Try-outs anatomie, sociologie en wiskunde voor toekomstige studenten. In die workshops wordt aan de hand van een reële (opgenomen) les en het bijhorende lesmateriaal interactief/inductief op zoek gegaan naar manieren om de leerstof op een zo efficiënt en effectief mogelijke manier te verwerken. Het doel van de Try-outs bestaat erin de leerlingen tot introspectie en zelfreflectie (m.b.t. hun studiekeuze) aan te zetten en hen aan te tonen waar er nog remediëringsmogelijkheden zijn. De Try-outs gaan dus een stuk verder dan de Open Lessen die de student slechts een vrijblijvende kennismaking met de universiteit aanbieden. De Try-outs zijn niet gelinkt aan een specifieke opleiding, in elke Try-out komen studievaardigheden en verwerkingsstrategieën aan bod die in om het even welke opleiding kunnen worden aangewend. De Try-outs zijn zowel bedoeld voor leerlingen die nog niet ver in hun studiekeuzeproces staan als voor hen die al in een beslissende fase zitten. Voor de eerste groep, die bv. nog twijfelt tussen een professionele of een academische bachelor is het een manier om te weten te komen of een academische opleiding iets voor hen is. Voor hen die al in een beslissende fase zitten kunnen de ervaringen van de Try-outs doorslaggevend zijn om een definitieve studiekeuze te maken.


Evolutie deelname Try-outs (per academiejaar)


academiejaar

# deelnemers

2011-2012 (april 2012)

700

2012-2013 (april 2013)

808

2013-2014 (april - mei 2014)

1026

2014-2015 (november 2014, april en mei 2015)

919



  • De afdeling Studieadvies organiseerde in academiejaar 2014-2015 vier algemene infosessies over het hoger onderwijs voor toekomstige studenten en hun ouders. Ze krijgen er informatie over studiekeuze, studieaanpak, de structuur van het hoger onderwijs, flexibilisering, leerkrediet, studiekosten en huisvesting.

  • De afdeling organiseert elk jaar een extra infobeurs in juni voor wie een infodag miste of nog aanvullende informatie wenst;

  • Op vraag van scholen en CLB’s neemt de afdeling Studieadvies deel aan informatieactiviteiten die buiten de universiteit georganiseerd worden: studie-infobeurzen, infoavonden voor leerlingen en ouders, voordrachten, klasgesprekken, loopbaanacties … Het afdelingshoofd en 2 studieadviseurs gaven in academiejaar 2014-2015 op vraag van scholen infoavonden over het hoger onderwijs en bereikten zo meer dan 3000 leerlingen, ouders en leerkrachten;

  • In de loop van de maand september worden voor de nieuwe studenten diverse vakantiecursussen ingericht door verschillende faculteiten met het oog op het opfrissen van leerstof of remediëren van onvoldoende voorkennis;

  • In de loop van de maand september worden er eveneens introductiesessies georganiseerd door de faculteiten, die zowel een informerende als een introducerende functie hebben.

  • Binnen de afdeling Studieadvies staan drie studieadviseurs ter beschikking voor persoonlijk advies en begeleiding bij een initiële studiekeuze; in piekmomenten worden zij voor studiekeuzegesprekken bijgestaan door de loopbaanadviseur. In academiejaar 2014-2015 voerden zij samen meer dan 900 individuele gesprekken. Het gaat hierbij zowel om adviesgesprekken bij initiële studiekeuze als bij heroriëntering.

Een permanent contact met de faculteiten en opleidingen wordt verzekerd door het systeem van de Verantwoordelijken Onderwijscommunicatie. Binnen elke faculteit is er een Verantwoordelijke Onderwijscommunicatie. Zij vormen de brugfiguur tussen hun faculteit en de afdeling Studieadvies. De Verantwoordelijken Onderwijscommunicatie volgen alle wijzigingen op met betrekking tot de opleidingen en het opleidingsaanbod (voor hun faculteit) en zijn op de hoogte van de facultaire oriënteringsinitiatieven. Zij verzamelen in samenwerking met de afdeling Studieadvies alle informatiemateriaal over de opleidingen, bestemd voor de toekomstige studenten en zij bezorgen die informatie aan de afdeling Studieadvies. Zij zijn ook het aanspreekpunt wat betreft de organisatie van de SID-in beurzen en de infodagen. Ook andere vragen met betrekking tot informatie voor en communicatie met toekomstige studenten volgen zij op. Omgekeerd fungeren zij als spreekbuis voor de afdeling Studieadvies, zorgen ze voor een vlotte doorstroom van de informatie over nieuwe of bestaande centrale initiatieven naar de medewerkers van hun faculteit. Naast de dagdagelijkse contacten is er minimum twee keer per jaar een formeel overleg tussen de afdeling Studieadvies en de verantwoordelijken Onderwijscommunicatie.


3.2. Begeleiding van studenten eerste bachelor: algemeen en specifiek
Bij inschrijving krijgt elke nieuwe UGent-student een map met informatie voor een vlotte start aan de universiteit. Per faculteit is er een introductiefolder voorzien waarop alle nuttige informatie voor de student gebundeld wordt, o.a. een welkomstwoord van de rector, de datum van het introductiemoment, start van de lessen, een link naar lesroosters, de gegevens van de FSA en het monitoraat, een link naar de studentenvereniging, info over het gebruik van OASIS, Minerva, UGent-mail, een link naar info over het bijzonder statuut ...

Er werd een specifieke introductiefolder uitgewerkt voor de studenten van Campus Kortrijk en voor de internationale studenten.


Instromende studenten die cursusmateriaal willen inkijken kunnen terecht in de infotheek van de afdeling Studieadvies. De infotheek bevat het studiemateriaal van het 1ste jaar bachelor van alle UGent‑opleidingen. De studieadviseurs van de afdeling staan permanent stand-by voor gepersonaliseerde informatie en advies.
In de week voor of bij de start van het academiejaar worden in de faculteiten ‘introductieactiviteiten’ georganiseerd voor de nieuwe studenten. De bedoeling is om studenten wegwijs te maken in de concrete werking, de regels en de organisatie van de universiteit, de faculteit, de opleiding en de studentenvoorzieningen. Deze introductiemomenten worden georganiseerd door de faculteiten met medewerking van het academisch personeel, het monitoraat en studenten uit hogere jaren.
In het kader van de studieloopbaanbegeleiding van studenten worden de volgende initiatieven genomen:
a) centraal (afdeling Studieadvies)

  • bij ervaring van een foutieve studiekeuze of bij falen in het 1ste jaar bachelor staan de studieadviseurs in voor begeleiding bij heroriëntering;




  • studentenpsychologen staan ter beschikking om studenten te begeleiden bij:

    • studiegebonden problemen: een tekort aan interesse en/of motivatie om te studeren, uitstelgedrag, perfectionisme, (examen)stress, faalangst, geen of een niet‑efficiënte studieaanpak, geheugen- en/of concentratieproblemen, moeite met het schrijven van paper/bachelorproef/masterproef …;

    • persoonlijke problemen: piekeren, aanpassingsproblemen, relationele problemen, assertiviteit, angst of neerslachtigheid …;

In een individueel gesprek wordt nagegaan wat de specifieke problemen zijn :



    • bij dysfunctionele (studie)gewoonten wordt bekeken hoe ze veranderd kunnen worden. Er wordt samen gezocht naar oplossingen en nieuwe mogelijkheden die verder geëxperimenteerd worden;

    • bij een persoonlijk probleem wordt een specifieke begeleiding opgezet of wordt er begeleid doorverwezen. Hiervoor is er een nauwe samenwerking met een extern netwerk van hulpverleners dat regelmatig geüpdatet en gescreend wordt.

In academiejaar 2014-2015 voerden de studentenpsychologen meer dan 1.700 individuele gesprekken.


Met het groeiend aantal studenten dat op deze specifieke begeleiding een beroep doet, ontstond de noodzaak om de ondersteuningscapaciteiten te verhogen. Om aan de groter wordende vraag tegemoet te komen, hebben de studentenpsychologen meer groepstrainingen ontwikkeld en aangeboden.
Sommige groepstrainingen zijn beschikbaar in twee formules, een korte en een lange. In de korte formule worden in een eenmalige sessie de ingrediënten aangereikt waarmee de student zelf verder aan de slag kan. Als de moeilijkheden vrij hardnekkig zijn, dan kan de student verder trainen in de langere formule. Er wordt interactief gewerkt in een kleinere groep. Het aanbod groepstrainingen, beschikbaar in de 2 formules:

    • Efficiënt studeren (Denk Wijzer!): het proces van het effectief studeren aan de universiteit wordt belicht en er vindt een confrontatie plaats met mogelijke valkuilen en inefficiënt studeergedrag. Verwerkingstechnieken en organisatieskills worden geoefend zodat de student tot een nieuwe of bijgeschaafde studieaanpak kan komen;

    • Faalangsttraining: de focus ligt op het leren omgaan met faalangst en stress;

    • Uitsteltraining: studenten krijgen inzicht in het proces van uitstellen en krijgen een voorzet om een aangepaste studieaanpak te starten.

    • Verder met angst: in die training wordt de (maladaptieve) problem solving zowel op persoonlijk vlak als op studievlak bewust gemaakt en bekeken in zijn effectiviteit. De student krijgt (terug) een actievere rol in zijn leven waar de studie een grote plaats inneemt. Vanuit die actievere en flexibelere rol kan de student de juiste beslissingen nemen inzake zijn of haar studies en/of persoonlijk leven. Deze training kan ook individuele begeleidingen opvangen.

In 2015 is het trainingsaanbod uitgebreid met de volgende trainingen omdat vanuit de aanmeldingen bleek dat hier steeds meer vraag naar was:



    • Spreekangst: de focus ligt op angst bij het presenteren voor groep. Het is een zeer interactieve training met als einddoel een presentatie brengen voor publiek.

    • Slaapproblemen in ’t kort: een éénmalige sessie waarin studenten met slaapproblemen tips en vaardigheden aangeboden krijgen.

Naast het bestaande trainingsaanbod tijdens het academiejaar, werden er ook trainingen gegeven in de zomermaanden om een aanbod te hebben voor de studenten die geconfronteerd worden met een tweede zittijd:



  • 3 korte trainingen efficiënt studeren;

  • 2 korte trainingen uitstellen;

  • 1 korte training faalangst;

Dat brengt het totaal aantal groepstrainingen in academiejaar 2014-2015 op 65.


Tot en met academiejaar 2014-2015 hadden alle studenten die zich aanmeldden voor een lange training een voorafgaand persoonlijk intakegesprek. Aangezien dit zeer tijdsintensief is, werd de intakeprocedure in het eerste semester van academiejaar 2015-2016 herwerkt. De studenten die zich willen inschrijven voor de lange trainingen worden nu online bevraagd: de vragenlijst De Vasev, de concretisering van hun problematiek, hun motivatie …Bij twijfel nemen de studentenpsychologen telefonisch contact op met de student. Het doel van de online intakes is om meer ruimte in de agenda te kunnen vrijmaken voor individuele afspraken en individuele begeleiding (los van trainingen). In het 1ste semester van academiejaar 2015-2016 ging het om 93 online intakes.

Begeleiding en ondersteuning van netwerken:



  • Om de impact van een eventuele schokkende gebeurtenis binnen de UGent-context op te vangen, werd recent UCare opgericht: een team van opgeleide medewerkers dat opvang en nazorg kan bieden. Er bestaat een nauwe samenwerking tussen de verantwoordelijken van UCare en de studentenpsychologen. De studentenpsychologen zijn ook lid van het nazorgteam. In 2015 waren er enkele oproepen voor advies en interventie op locatie.

  • De studentenpsychologen bieden ook ondersteuning en advies aan studie- en trajectbegeleiders die vragen of zorgen hebben over studenten. Er zijn ook steeds meer lesgevers die advies vragen over hoe om te gaan met studenten die vreemd of problematisch gedrag vertonen. Op vraag van verschillende docenten van de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte bijvoorbeeld vond een infosessie psychologisch advies plaats.

  • De studentenpsychologen geven jaarlijks een workshop binnen het opleidingsonderdeel Coaching en Diversiteit. Tijdens deze workshop wordt de Afdeling Studieadvies uitgebreid voorgesteld met als doel mentoren te informeren. Zo kunnen mentoren bepaalde problematieken bij hun mentees beter herkennen en gericht doorverwijzen.

  • Een van de studentenpsychologen staat in voor een module binnen het programma van het voortraject anderstalige nieuwkomers.



  • Het Aanspreekpunt student & functiebeperking, dat deel uitmaakt van de afdeling Studieadvies, staat in voor de specifieke begeleiding van studenten met een functiebeperking. Zowel studenten met een motorische, visuele of auditieve beperking als studenten met een ontwikkelingsstoornis, een chronisch medische aandoening en een psychiatrische functiebeperking behoren tot de doelgroep van de dienstverlening. Het Aanspreekpunt student & functiebeperking baseert zich bij de afbakening en de attestering van deze subgroepen op de richtlijnen van de Vlaamse Onderwijsraad. De werking voorziet in een aanbod van onderwijsgerelateerde en niet-onderwijsgerelateerde activiteiten, waarbij de nadruk op het individueel gericht werken ligt.

b) faculteiten

De specifieke begeleiding van de eerstejaarsstudenten gebeurt grotendeels op het niveau van de verschillende opleidingsonderdelen. Daarnaast is er in iedere faculteit een Monitoraat actief. Studiebegeleiders en trajectbegeleiders bundelen hun krachten en nemen initiatieven om het studeren vlotter en efficiënter te laten verlopen. Het aanbod is verschillend naargelang de faculteit. De visie is gemeenschappelijk en wordt centraal ondersteund door de afdeling Studieadvies via vorming en gemeenschappelijke initiatieven i.v.m. publicaties (vb. brochure Denk Wijzer!) en studievoortgangsonderzoek.


3.3. Verslag van de wijze van organisatie en de effecten van de onderwijsbegeleiding in het eerste bachelorjaar
De vakinhoudelijke studiebegeleiding van de eerstejaarsstudenten gebeurt grotendeels via de lessen, practica en spreekuren op het niveau van de opleidingsonderdelen zelf. Binnen de monitoraten is er een gestandaardiseerd aanbod van zowel vakinhoudelijke als algemene studiebegeleiding en trajectbegeleiding terug te vinden. De studiebegeleiders zijn het aanspreekpunt voor alle vragen over studiehouding, studieplanning en studiemethode en begeleiden een aantal vakken in het eerste bachelorjaar inhoudelijk. De studenten kunnen er terecht met vragen over de leerstof maar ook over o.a. concentratieproblemen, faalangst, uitstelgedrag. De trajectbegeleiders geven individueel advies over het persoonlijk studietraject en de studievoortgang, ze begeleiden en geven informatie bij de keuzemomenten doorheen de studieloopbaan (keuzevakken, minor/major ...). De studie- en trajectbegeleiders van de UGent opereren binnen een universiteitsbreed netwerk dat gecoördineerd wordt door de afdeling Studieadvies. Het netwerk studie- en trajectbegeleiding komt regelmatig samen in werkgroepen om good practices uit te wisselen, te bespreken en eventueel in opleidingsoverschrijdende projecten om te zetten. Er worden ook interne vormingsactiviteiten voor het netwerk georganiseerd.
Volgende werkgroepen en vormingen kwamen aan bod in 2015:

  • werkgroep SIMON: in 2015 werd beslist om SIMON naast oriënteringsinstrument ook te gebruiken als remediëringsinstrument voor instromende generatiestudenten (academiejaar 2015-2016). De studentenpsychologen van de afdeling Studieadvies werkten samen met Lot Fonteyne (SIMON) en vertegenwoordigers van alle monitoraten een feedbackrapport uit voor generatiestudenten die bij de start van het academiejaar SIMON invullen i.f.v. remediëring. Doel van het rapport is studenten sneller en gerichter op het aanbod van de monitoraten laten ingaan op basis van hun testresultaten.

  • werkgroep niet-bindend studieadvies: vanaf academiejaar 2015-2016 (meer bepaald na de semesterexamens van januari 2016) krijgen alle nieuwe studenten in een bacheloropleiding op hun puntenbriefje een niet-bindend studieadvies te zien. Dat advies kan gedifferentieerd kan worden naargelang de opleiding en het behaalde studierendement. De studie-en trajectbegeleiders werkten de inhoudelijke aspecten van het niet-bindend studieadvies uit (rendementsklassen, boodschappen …) en stemden alles op elkaar af.

  • werkgroep OER/bijzondere statuten: bespreking en rapportering van het OER en veranderingen in het bijzonder statuut.

  • werkgroep Denk Wijzer! en Studietips: doel van de werkgroep is samenwerking met studenten van de GSR met de idee een website rond studietips uit te werken (met filmpjes) die strookt met de principes uit Denk Wijzer! (een universiteitsbreed basisinstrument rond studievaardigheden).

  • werkgroep trajectbegeleiding: in 2015 werd een specifieke werkgroep trajectbegeleiding opgestart.

  • vorming faalangst en uitstelgedrag: de studentenpsychologen van de afdeling Studieadvies boden aan de studie- en trajectbegeleiders een vorming aan over uitstelgedrag en faalangst.

  • infosessie over discretieplicht en beroepsgeheim voor studie- en trajectbegeleiders.

In 2015 werd in het kader van het project ‘Visie en beleid rond oriëntering instroom’ de studievoortgangsmonitor in gebruik genomen. De monitor biedt alle belanghebbenden van de UGent de kans om op een objectieve en methodologisch correcte manier actuele in- en doorstroomgegevens van studenten te analyseren. Deze gegevens zijn tevens richtinggevend voor leerlingen uit de derde graad van het secundair onderwijs (die een studiekeuzeproces doormaken) en hun respectieve studiekeuzebegeleiders, zoals leraren en medewerkers van Centra voor Leerlingenbegeleiding. Daarnaast schenkt de monitor alle belanghebbenden (i.c. faculteiten en centrale diensten) de mogelijkheid om de effectiviteit van genomen maatregelen in kaart te brengen. Dit werkt een ‘evidence based’ benadering van de oriëntering van toekomstige studenten in de hand en zet tevens aan tot de validering van bestaande oriënteringsinstrumenten.


3.4. Uitstroominitiatieven
Studenten met loopbaangerelateerde vragen kunnen binnen de afdeling Studieadvies terecht bij de loopbaanadviseur.
Specifiek voor studenten die binnenkort afstuderen worden er contacten met het afnemend veld georganiseerd en geïnitieerd:

  • op verzoek van werkgevers verzorgt de afdeling Studieadvies gepersonaliseerde mailings over vacatures naar laatstejaarsstudenten en afgestudeerden;

  • andere vacatures worden aangekondigd via de website; een specifieke webapplicatie werd ontwikkeld die toelaat om vacatures te indexeren en het zoeken te vergemakkelijken; werkgevers kunnen zelf hun vacatures inbrengen in de nieuwe vacaturedatabank. De vacaturedatabank levert permanent meer dan 150 vacatures;

  • op verzoek van werkgevers, op eigen initiatief of in samenwerking met faculteiten en de studentenraden organiseert de afdeling Studieadvies presentaties voor bepaalde bedrijfssectoren en/of presentaties van het arbeidsveld voor de opleidingen;

  • initiatieven i.v.m. stages en ondernemerschap worden uitgebreid gecommuniceerd.

In 2015 werd in associatieverband de twaalfde editie van de Afstudeerbeurs georganiseerd. Naast de jobbeurs (stands van bedrijven) was er opnieuw een verderstudeerbeurs met o.a. de breed toegankelijke voortgezette opleidingen aan de UGent en met veel aandacht voor de overstap van hogeschool naar een verdere UGent‑opleiding. Ook de Doctoral Schools, het UCT en de Open Universiteit waren vertegenwoordigd. Daarnaast was er een informatief gedeelte met infosessies en bedrijfspresentaties en de individuele cv‑analyse. Het informatief programma biedt vnl. zaken aan die voor een breed studentenpubliek relevant zijn, zoals workshops over de verschillende aspecten van solliciteren en thema’s waarover studenten maar moeilijk degelijke informatie vinden zoals werk zoeken in het buitenland of werken bij internationale instellingen.


In 2015 werd opnieuw samengewerkt met de VDAB. Naast een informatiestand bood de VDAB een aantal workshops aan gericht op het verbeteren van de sollicitatievaardigheden van de studenten. Daarnaast werkten een tiental VDAB-medewerkers mee aan de cv-analyse.
Meer dan 5.000 unieke bezoekers bezochten de beurs in 2015. Dit cijfer werd bekomen op basis van de vooraf online geregistreerde bezoekers, de registratie aan de ingang en het aantal uitgedeelde infofolders bij het binnenkomen van de beurs. Uit analyse van de bezoekersregistraties blijkt dat nagenoeg alle opleidingen proportioneel goed vertegenwoordigd waren.
2868 studenten registreerden zich vooraf via de website. Meer dan de helft van de vooraf geregistreerde bezoekers zijn geaffilieerd aan de Universiteit Gent (56,1%). 17,1 % zijn studenten van de Hogeschool Gent en ongeveer evenveel (17,9%) zijn studenten van de Arteveldehogeschool. Een kleine groep bezoekers komt van de Hogeschool West-Vlaanderen (2,3%). Ten slotte zijn ca. 6,6% van de vooraf geregistreerde studenten niet geaffilieerd aan één van de AUGent-instellingen. Deze laatste groep, die vooral bestaat uit studenten van andere associaties, is interessant voor het verderstudeerluik van de Afstudeerbeurs.
Voor de informatieverstrekking wordt gebruik gemaakt van masterfiches die online beschikbaar zijn via de website studiekiezer (www.studiekiezer.ugent.be). Op een masterfiche wordt kort en overzichtelijk alle relevante informatie per masteropleiding opgenomen.
4. Beleid ten aanzien van de doorstroming van afgestudeerden van de hogescholen naar de academische basisopleidingen
De toegangsmodaliteiten worden afzonderlijk opgelijst en gecommuniceerd via afzonderlijke masterfiches.
Op de website ‘Studiekiezer’ (zie hoger) is er een rubriek voorzien, specifiek voor studenten die al een diploma hoger onderwijs hebben. Een unieke databasegestuurde zoekmachine laat het toe om op basis van eender welk Vlaams diploma hoger onderwijs een lijst te genereren met mogelijke vervolgopleidingen aan de UGent. Dit is een grote stap vooruit voor studenten die zicht willen krijgen op de mogelijkheden tot verder studeren. Bovendien beperkt de informatie zich niet tot een lijst, maar krijgt de student een uitgebreide beschrijving van de opleiding en alle bijhorende informatie op één overzichtelijke fiche.
Voor een aantal frequent bezochte doorstroomprogramma’s worden er afzonderlijke infosessies georganiseerd. Het globale aanbod wordt gecommuniceerd op de Afstudeerbeurs via informanten van alle opleidingen en wordt ook via de website bekendgemaakt.
5. Taalregeling
In de vergadering van de Raad van Bestuur van 18 februari 2005, gewijzigd in de vergaderingen van 25 mei 2007, 23 mei 2008, 15 mei 2009, 21 mei 2010, 27 mei 2011, 25 mei 2012, 24 mei 2013, 9 mei 2014 en 8 mei 2015 van de Universiteit Gent werd de ‘Gedragscode voor onderwijstaal anders dan het Nederlands’ goedgekeurd. Deze gedragscode bestaat als afzonderlijk document en is tevens geïntegreerd in het Onderwijs- en examenreglement.
Als bijlage bij dit Onderwijsverslag is het rapport inzake het gebruik van een andere onderwijstaal dan het Nederlands aan de Universiteit Gent in het academiejaar 2014-2015 opgenomen. Dit taalrapport geeft rekenschap over het taalbeleid in het onderwijs aan de UGent.

Internationale relaties

1. Algemeen


    1. Inleiding: een korte terugblik op 2015

In 2015 veranderde de naam van de afdeling “Internationale Betrekkingen” in “Internationalisering”, om het procesmatige van haar activiteiten te beklemtonen. Maar ook in 2015 werden de taken van de afdeling Internationalisering (AI) vooral bepaald door de uitvoering van de reeds lang vastgelegde kerntaken: het bieden van ondersteuning bij het aanvragen en uitvoeren van internationale onderwijsprojecten, het initiëren en beheren van zowel studenten- als docentenmobiliteit en de voortdurende profilering van de UGent in binnen- en buitenland. Daarbij wil de AI expliciet bijdragen tot het ondersteunen en uitbouwen van een instellingsbreed en directie-overschrijdend internationaliseringsbeleid. In het kader van het strategisch plan werd na breed overleg een geïntegreerd beleidsplan opgesteld dat in 2014 definitief goedgekeurd werd. In 2015 werd het bestaande beleid verder ontwikkeld zowel op het gebied van beleid als van concrete mobiliteit (b.v. de goedkeuring van de laatste Erasmus Mundus Action 2-uitwisselingsprojecten).


Op Europees vlak bleef de UGent het voorbije jaar één van de sterkste spelers in het hogeronderwijslandschap. Binnen het nieuwe Erasmus+-programma (met als bekendste speerpunt de Erasmus-studieverblijven) vervulde de UGent in 2015 een voortrekkersrol. De UGent-positie werd verder uitgebouwd dankzij de participatie in tal van Europese projecten en een stijgende mobiliteit van zowel inkomende als uitgaande studenten. Het Erasmus+-programma is de opvolger van alle bestaande Europese programma’s voor Onderwijs, Opleiding en Jeugd en loopt van 2014-2020. Inzake het Erasmus Mundus Action 2-programma (EMA2 - een mobiliteitsprogramma met specifieke niet-Europese regio’s) van het nu afgelopen Lifelong Learning Programma, heeft de UGent zijn nieuwe aanpak betreffende de projecten Basileus en Lotus geconsolideerd. De coördinatie van deze projecten is nu in handen van een bestaande partner binnen elk project. Voor Basileus is dat University of Nice (Frankrijk) en Uppsala University (Zweden) heeft de coördinatie van het Lotusproject overgenomen. Naast dit nieuwe project en de reeds bestaande projecten (zie 2.3.2) , was de UGent in 2015 ook partner in 2 nieuwe EMA2-projecten met o.a. Zuidoost-Azië en Zuid-Afrika. Deze projecten, die instellingsbreed ingediend en beheerd worden, hebben ervoor gezorgd dat de bestaande contacten met deze regio’s werden versterkt en hebben geleid tot een toegenomen mobiliteit van studenten, onderzoekers en docenten, zowel van als naar de Universiteit Gent.
Naast de inspanningen in het kader van Europese programma’s zette de UGent in 2015 ook verdere stappen in het eigen gefinancierd internationaliseringsbeleid. Het beleid inzake bilaterale raamakkoorden (verder afgekort als BiRaks) werd verder verfijnd. Het stimuleren van samenwerking (voornamelijk onderwijssamenwerking, eventueel gekoppeld aan onderzoek) met de niet-EU-landen, en het niet‑verlengen/vernieuwen van niet-renderende of "slapende" akkoorden, vormen enkele pijlers van de aanpak.
Het beleidsmatig werk rond het aangaan van strategische partnerrelaties met buitenlandse instellingen en rond de implementatie aan de UGent van joint masters werd eveneens verdergezet. Het voorbeeld bij uitstek zijn de Erasmus Mundus Master Courses (nu Erasmus+ Erasmus Mundus Joint Master Degrees). De UGent was in 2015 bij 8 Erasmus Mundusopleidingen betrokken, waarvan in 6 als coördinator. Sommige daarvan werden op eigen kracht verdergezet (zie 2.1.4). Bovendien werd de interne samenhang tussen de promotoren sterk bevorderd via het regelmatig samenbrengen van de coördinatoren en het afstemmen van de procedures b.v. door het gebruik van het softwareprogramma E‑Consort. De afdeling Internationalisering draagt ook verder het initiatief tot de uitbouw van een ‘UGent Erasmus Mundusnetwerk’, waarin de promotoren en de secretariaten van de lopende masteropleidingen ervaringen delen, samen oplossingen uitwerken en gezamenlijk in overleg treden met andere UGent-diensten, of administratieve instanties buiten onze instelling.
Een eerder indirecte vorm van internationale samenwerking kreeg gestalte via diverse lidmaatschappen bij een aantal organisaties, zij het met een operationele invalshoek of met een eerder beleidsmatige werking. Daarbij werd vooral aandacht besteed aan de dynamische deelname aan de Santander Group en het U4‑Netwerk. De leden van de Santander Group en de U4 worden in de mate van het mogelijke als preferentiële partners beschouwd bij het indienen van projecten. Met name bij het Erasmus Mundus Action 2-programma en de Erasmus Multilaterale projecten is dat een succes gebleken.
Inzake internationale alumni werd in 2015 een netwerk opgericht in de Verenigde Staten, in nauwe samenwerking met de collega’s van Alumniwerking. Na een succesvolle lancering in New York, met een 50-tal enthousiaste alumni, werden Alumni Ambassadors aangesteld die in nauw overleg met de UGent het lokale netwerk vormgeven en organiseren. De Ambassadors worden in de V.S. bijgestaan door een alumni comité.
Eén van de belangrijkste internationaliseringstaken van de afdeling Internationalisering is de organisatie en ondersteuning van de uitwisseling van studenten. Net zoals in de voorgaande jaren was het academiejaar 2014-2015 een succesjaar wat de uitwisseling van studenten betreft. Zowel het totale aantal uitgaande (1249) als inkomende (1381) studenten blijft stijgen. Het merendeel van deze studentenmobiliteit vond plaats in het kader van het Erasmusprogramma (zie verder), maar de alternatieve uitwisselingsmogelijkheden via andere programma’s worden steeds belangrijker.
In 2015 werd een belangrijke stap gezet in de verdere professionalisering van het beheer van de internationale uitwisselingen. In nauwe samenwerking met de faculteiten en het OASIS-team van DICT werd het DESERT-project uitgerold. Hiermee wordt de volledige administratieve afhandeling van internationale uitwisselingen integraal opgenomen in het studenteninformatiesysteem OASIS. Zowel de facultaire selectieprocedure en het nominatieproces als het beheer van uitwisselingen door de afdeling Internationalisering, worden voortaan volledig via OASIS opgevolgd. De ingebruikname van DESERT levert een belangrijke kwalitatieve bijdrage aan de administratieve ondersteuning van uitwisselingen maar brengt daarnaast ook veel andere voordelen met zich mee.
Ten slotte heeft de afdeling Internationalisering in 2015 sterk bijgedragen tot de internationale uitstraling van de UGent via diverse representatieve en protocollaire activiteiten zoals het ontvangen van allerlei delegaties en de deelname aan verschillende conferenties. Om dit nog beter te stroomlijnen werd in 2015 een coördinator academische diplomatie aangesteld. Doelstelling hiervan is het gecoördineerd aanpakken van uitgaande zendingen en inkomende buitenlandse delegaties, op institutioneel niveau.
1.2. Toekomstplannen
De afdeling Internationalisering wil ook in de toekomst mee de implementatie van het Geïntegreerd Beleidsplan Internationalisering blijven bewerkstelligen vanuit haar expertise op het vlak van onderwijsinternationalisering.
De belangrijkste overkoepelende doelstellingen voor de afdeling zijn enerzijds het versterken van het aanbod aan en de kwaliteit van internationaliseringservaringen van studenten, academisch en administratief personeel en anderzijds het structureel ondersteunen van het inbouwen van een internationaliseringsdimensie in opleidingen (internationalisering van het curriculum).
Het versterken van het aanbod aan internationaliseringservaringen is vanzelfsprekend gerelateerd aan de doelstelling op Vlaams niveau om de uitgaande internationale mobiliteit onder studenten op te trekken tot 33% (weliswaar op basis van 10 ECTS credits). Op Europees niveau ligt de lat op 20% op basis van 15 ECTS credits (of 3 maanden). Aan de UGent hebben nu reeds 19,6 % van alle afgestudeerden een internationale ervaring in de loop van hun studies (2014-2015). De UGent streeft er uiteindelijk naar dat 25% van haar afgestudeerden in 2020 minstens 15 ECTS-credits verworven heeft buiten Vlaanderen, dus 5% hoger dan de Europese norm. Het doel voor de afdeling Internationalisering bestaat er in die kwantitatieve groei te realiseren zonder evenwel afbreuk te doen aan de geïndividualiseerde aanpak van de begeleiding van uitwisselingsstudenten. Dit zal in de toekomst extra inspanningen vragen inzake voorbereiding en nazorg van een verblijf in het buitenland. Maar ook het beter capteren van alle buitenlandse internationaliseringservaringen is daarin cruciaal. Naast “klassieke” Erasmus-mobiliteit (waarbij studenten een aantal vakken volgen aan een buitenlandse partnerinstelling), worden dus niet alleen ervaringen van wie buiten Europa gaat studeren, maar ook onderzoek in het kader van een masterproef, stageperiodes in het buitenland en dergelijke beter in kaart gebracht. Een systematische versterkte aandacht voor en betere erkenning van stages in het buitenland, ook voor pas-afgestudeerden, past binnen dit streven. In dit kader wil de UGent zich verder blijven engageren binnen het Vlaamse Reconfirm-platform.
Om die stijging op diverse fronten verder in goede banen te kunnen leiden is een verhoging van de performantie van de administratieve afhandeling van de dossiers noodzakelijk. De integratie van het beheer van internationale uitwisselingen en onderwijsprojecten in OASIS heeft tot doel de administratieve belasting voor studenten en personeel te doen afnemen en om mobiliteitsgegevens nog accurater te registreren en administreren. Een betere registratie stelt de UGent enerzijds in staat om te voldoen aan de rapporteringseisen met betrekking tot internationale mobiliteit in de Vlaamse Databank Hoger Onderwijs, in het kader van de instellingsreview en voor de monitoring van de 25/20 doelstelling en anderzijds zal dit leiden tot een correcte weergave van elke internationale ervaring op het diplomasupplement en puntenbriefje, zoals voorgeschreven in de nieuwe ECTS Users’ Guide (2015) van de Europese Commissie. Een correcte en tijdige registratie moet ook bijdragen tot een volledig zicht op welke studenten zich waar precies en wanneer in het buitenland bevinden, wat bijvoorbeeld cruciaal is in het geval van een crisis. Een en ander sluit ook aan bij de doelstellingen van het ambitieuze Europese Erasmus without Paper project (EWP, 2015-2017) waarvan UGent de coördinator is. Dit project streeft naar een verhoging van de performantie van de administratieve afhandeling van de steeds talrijker wordende uitwisselingsdossiers door een doorgedreven digitalisering. Binnen dit project ligt de focus vanzelfsprekend niet zozeer op de interne UGent‑processen maar op de processen tussen de student, zijn thuis- en zijn gastinstelling.
Gelijklopend met het streven naar meer uitwisseling, wil de afdeling Internationalisering ook werken aan betere, kwaliteitsvollere uitwisselingen. Door een verblijf in het buitenland duidelijk in te bedden in het curriculum (waarover verder meer) en de keuze van de partnerinstellingen nog beter te motiveren, zal er naar gestreefd worden de academische meerwaarde voor student en opleiding te maximaliseren. De tool “eQuATIC” (Online Quality Assessment Tool for International Cooperation), voor kwaliteitsbewaking in internationale samenwerking, waarvoor in de loop van 2013 en 2014 binnen de afdeling Internationalisering een proof of concept werd ontwikkeld, zal daarin verder een cruciale rol spelen. In het kader van het Vlaams actieplan mobiliteit “brains on the move”, kende de Vlaamse regering eind 2014 immers een subsidie toe aan de UGent om eQuATIC op Vlaams niveau te ontwikkelen. Een eQuATIC-werkgroep op Vlaams niveau, voorgezeten door de UGent en met vertegenwoordiging van 17 Vlaamse instellingen, FKA en het departement Onderwijs & Vorming, kwam in de loop van 2015 zes keer bijeen. In de werkgroep werden diverse onderwerpen besproken met betrekking tot de conceptuele invulling van eQuATIC alsook de concrete implementatie van de tool. Ook met de softwareontwikkeling werd in 2015 reeds gestart. De tool dient eind 2016 volledig operationeel te zijn.
Ook op het vlak van het structureel inbedden van de internationaliseringservaring van studenten in het curriculum zullen in 2015 verder inspanningen geleverd worden door het ontwikkelde UGent-model voor Mobility Windows in meer en meer opleidingen te implementeren. Dit model houdt in dat de opleidingen in het kader van hun (internationaliserings)beleid expliciete ruimte inbouwen in hun (regulier) curriculum voor internationalisering. Dit “window” biedt dan kansen aan studenten om in het buitenland te gaan studeren, maar ook aan de thuisblijvers om internationale/interculturele competenties te verwerven. Dit kan door het verder opdrijven van de inspanningen op het vlak van Internationalisation@Home, het uitbouwen van een aanbod van kortlopende en intensieve internationaliseringsprogramma’s, zoals “Summer Schools”, en die ook aantrekkelijk en toegankelijk maken voor eigen UGent-studenten enz.
Deze structurele inbedding is overigens ook belangrijk voor het UGent-personeel. Vanaf 2015 wordt daar ook meer op ingezet: enerzijds door te streven naar een grotere erkenning van internationaliseringsmerites in de academische loopbaan en anderzijds door voor administratief personeel internationalisering als een krachtige vorm van talentontwikkeling te profileren, te promoten en te erkennen.
Voor zowel studenten als personeel is een goede voorbereiding van de internationaliseringservaring van groot belang. In de toekomst zal ook daar verder aandacht naar gaan door voor beide groepen sterker in te zetten op interculturele trainingen.
Als tweede grote doelstelling wordt het structureel ondersteunen van het inbouwen van een internationaliseringsdimensie in opleidingen (internationalisering van het curriculum) naar voren geschoven. Ook voor deze doelstelling zal nauw samengewerkt worden met de facultaire commissies internationalisering en zullen we er naar streven hen de slagkracht te geven om op facultair niveau internationalisering hoog op de agenda te plaatsen.
Opleidingen dienen, conform het nieuw UGent Competentiemodel, werk te maken van het bepalen van de voor haar studenten relevante internationale en interculturele competenties. Vervolgens dienen ze voldoende kansen te creëren die de verwerving van die competenties door alle studenten mogelijk maken, dus niet enkel door die studenten die over de grens een deel van hun studie afwerken of een “Internationalisaton@Home”-ervaring doormaken. Een opleiding kan b.v. lesinhouden een sterkere internationale / interculturele dimensie bieden (wat bovendien mooi strookt met het streven naar een versterkte multiperspectivistische benadering). Ook de keuze voor leermaterialen kan sterk internationaal geïnspireerd zijn, net als de gekozen didactische werkvormen. Het creëren van een authentieke “International classroom” zal daarbij voor geselecteerde opleidingen hetgene zijn waarnaar gestreefd wordt. Daarbij dient zowel ingezet te worden op het aantrekken van buitenlandse academici als op het aantrekken van buitenlandse uitwisselings- en reguliere studenten die dan samen de opleiding met de Vlaamse studenten volgen.
Het opzetten van een gericht rekruteringsbeleid (in de eerste plaats van studenten, maar ook van academisch personeel) wordt daardoor automatisch ook een belangrijk actiepunt voor de toekomst. Hierbij kan verder gebouwd worden op de reeds opgedane ervaringen en bestaande landenexpertise (in het bijzonder via het China-platform en via de vertegenwoordiging daar). Een meer gericht inzetten op internationale rekrutering en profilering vraagt bovendien ook een verhoogde aandacht voor het onthaal en de opvang van reguliere buitenlandse studenten, waar dan ook vanuit de afdeling nog sterker op ingezet zal moeten worden.
Binnen een dergelijk beleid van rekrutering en profilering spelen ook de internationale alumni een cruciale rol. De volgende jaren zal dan ook het beleid rond die internationale alumni verder uitgewerkt worden. Op basis van de beschikbare alumnigegevens en met de eerste landelijke alumninetwerken actief, kan nu verder gewerkt worden aan de uitbouw van een performant alumninetwerk, i.s.m. met de collega’s van de dienst Relatiewerking. Een interactieve website zal de alumni toelaten om hun gegevens te updaten en gepersonaliseerde boodschappen te posten op fora. Nieuws en links naar projecten, initiatieven, bestaande sociale netwerken van faculteiten … zullen vermeld worden. Voorbeelden van initiatieven zijn een halfjaarlijkse nieuwsbrief, gerichte mailings, een jaarlijks event voor buitenlandse alumni die nog in België wonen, activiteiten voor lokale alumni bij buitenlandse bezoeken van de rector, …
Inzake de participatie aan Europese projecten, bestaat de grote uitdaging voor de UGent er vooral in om de koploperpositie die de UGent binnen Europa heeft verworven, te consolideren en verder uit te bouwen. Het nieuwe Erasmus+-programma biedt veel mogelijkheden voor samenwerking met Erasmuspartners maar heeft ook een nieuwe externe dimensie. Mobiliteiten buiten het klassieke Erasmusstramien zullen voortaan in beperkte mate mogelijk worden binnen Erasmus+, dus ook met landen buiten de klassieke Erasmus- programmalanden. Daarnaast zal er nog meer werk moeten worden gemaakt van het inbedden van deze inspanningen in een breder beleid waarbij ‘sustainability’ en het streven naar structurele samenwerkingsvormen centraal staat zowel binnen als buiten Europa, zowel projectmatig (b.v. in het kader van capaciteitsopbouw) met diverse partners als bilateraal. Hierbij zal ook anders moeten omgegaan worden met de klassieke opdeling tussen “ontwikkelingssamenwerking(-sprojecten)” en “internationalisering(‑sprojecten)”.
De recent hernieuwde aandacht voor regionale samenwerking dient de komende jaren verder te worden uitgebouwd tot een hecht regionaal strategisch netwerk waarbij zowel multilaterale samenwerkingsvormen (zoals U4) als structurele bilaterale samenwerking (Lille, Kent) cruciaal zijn. In dit verband dienen ook de institutionele netwerken waarvan de UGent deel uitmaakt (zoals de Santander Group – SGroup) bij te dragen tot een versterking van de internationale positie van de UGent. Mogelijk zal de UGent ook toetreden tot andere netwerken.
Tot slot zal in de toekomst de strategische rol van de Ghent University Global Campus in Zuid-Korea in het internationaliseringsbeleid verder versterkt worden. De branch campus kan immers uitgroeien tot een sterke lokale hub en een erg belangrijke troef voor het aantrekken van Aziatische studenten. De ervaring met rekrutering daar wordt in de toekomst ook steeds interessanter voor de hele universiteit. Bovendien kunnen de opleidingen daar fungeren als laboratoria voor internationaliseringsinnovatie.
2. Europese onderwijsprogramma's
2.1. ERASMUS+
Inleiding

In 2014-2015 is het nieuwe Erasmus+ programma van start gegaan. De Europese Commissie heeft er met dit nieuwe programma naar gestreefd om de verschillende bestaande Europese onderwijsprogramma’s en acties onder te brengen onder één overkoepelend programma en de verschillende acties beter te stroomlijnen. Erasmus+ brengt zeven bestaande EU-programma’s op het gebied van onderwijs en jongeren bij elkaar. Als alomvattend programma biedt Erasmus+ meer mogelijkheden tot samenwerken binnen de sectoren van onderwijs en is het met vereenvoudigde financieringsregels toegankelijker geworden. Erasmus+ bestaat uit drie kernacties (Key Actions) voor alle niveaus van onderwijs, van primair tot en met universitair, volwasseneneducatie en de jeugdsector. Het niet-formeel leren is ook in het programma opgenomen. De drie actielijnen zijn Mobiliteit van individuen inclusief Joint Masters, Strategische partnerschappen (inclusief Sector Skills en Knowledge Alliances) en Beleidsontwikkeling. Daarnaast maken Jean Monnet en Sport deel uit van het programma van Erasmus+.


2.1.1 Kernactie 1 Mobiliteit binnen programmalanden
De klassieke Erasmusmobiliteit voor studenten en personeelsleden is nu ondergebracht onder kernactie 1 Leermobiliteit voor individuen. Net als in de voorgaande academiejaren bleef de Universiteit Gent heel actief, waarbij de hoge participatiegraad werd verdergezet en geconsolideerd. De Europese uitwisselingen aan de UGent binnen de Erasmus-programmalanden 2014-2015 waren ingebed in een geheel van 500 interinstitutionele akkoorden met partnerinstellingen uit de 28 EU-landen, de 3 EVA-landen, FYROM, Turkije en Kroatië.
Binnen deze akkoorden, waarvan de invulling wordt aangebracht door Gentse of buitenlandse promotoren, wordt de samenwerking tussen de Universiteit Gent en de partnerinstellingen gedetailleerd omschreven voor aantallen en stromen studenten- en docentenmobiliteit. Door de resultaten van het referendum van 9/2/2014 in Zwitserland doet Zwitserland niet langer mee aan het Erasmusprogramma. Studenten- en docentenmobiliteit naar en van Zwitserland blijven echter mogelijk onder het Swiss-European Mobility Programme.
Studentenmobiliteit tijdens de studie

Hoeksteen van het Erasmusprogramma blijft de studentenmobiliteit. De Universiteit Gent streeft ook steeds meer naar kwalitatief hoogstaande samenwerkingen. Door de nood aan een meer kwaliteitsvolle, intensere samenwerking, zowel facultair als institutioneel, worden er kwaliteitscriteria voor zowel de interinstitutionele akkoorden als voor de samenwerking met strategisch interessante partners uitgewerkt. De toenemende aandacht voor meer kwaliteit vanuit de UGent maar ook vanuit de Europese Commissie heeft niet voor een terugval in de cijfers gezorgd.


De kaap van de 1000 uitgaande Erasmus studenten werd voor het eerst overschreden. Maar liefst 1004 uitgaande UGent‑studenten (922 in het vorig academiejaar) verbleven voor gemiddeld 5 maanden aan een Europese partnerinstelling of stageplaats via Erasmus. Ze volgden er opleidingsonderdelen, liepen er stage of deden onderzoek in het kader van hun masterproef. Koplopers onder de bestemmingen blijven Spanje en Frankrijk. De interesse voor de bestemmingen in Duitsland en Scandinavië blijft echter groeien.
Vanuit de Europese Commissie blijft de aandacht ook uitgaan naar taalvoorbereiding. Vanaf 2014-2015 moeten alle Erasmusstudenten via het Online Linguistic Support systeem een online taaltest doen voor vertrek en bij terugkeer. Tussendoor kunnen ze gratis een online taalcursus volgen. Dit systeem, aangevuld met het UGent systeem van taalvoorbereiding via het UCT zorgt ervoor dat taalverwerving van de uitgaande studenten na een Erasmusverblijf aanzienlijk groter is dan ervoor.
In 2015 diende de afdeling Internationalisering ook een aanvraag in voor beurzen in het kader van Erasmus+ credit mobility met instellingen buiten Europa. In het totaal werden – verspreid over twee oproepen – beurzen met 16 landen aangevraagd. Uiteindelijk werden beurzen met de volgende landen gehonoreerd: Albanië, Kosovo, Palestijnse Gebieden, Israël, Tunesië, Rusland, Servië, Zuid-Korea, Ecuador en Chili. Het betreft beurzen voor bachelor, master, PhD of personeelsmobiliteit voor ‘training’. Deze mobiliteiten vinden plaats vanaf AJ 2015-2016.
Een blijvende aandacht en toenemend belang wordt ook geschonken aan ECTS (European Credit and Accumulation Transfer System), dat werd ontwikkeld door de Europese Commissie om een gemeenschappelijke procedure bij de academische erkenning van buitenlandse studieresultaten te kunnen garanderen. De UGent heeft van in het begin een cruciale rol gespeeld in dit proces en heeft de ECTS Grading Scale vanaf het prille begin op een unieke manier geïntegreerd in het evaluatiesysteem. De UGent verkreeg daarom in 2004, 2009 en 2011 het prestigieuze ECTS-label. In 2014 kreeg de UGent als één van de weinige Europese Universiteiten voor de vierde keer op rij het ECTS-label. De toekenning van het ECTS-label betekent dat alle UGent-opleidingen volgens dit studiepuntensysteem beschreven zijn, dat de UGent bij de uitwisseling van studenten volgens de daartoe ontwikkelde voorschriften en procedures werkt en dat alle relevante informatie in het Engels on line beschikbaar is. In het nieuwe Erasmus+ programma wordt via nieuwe procedures en richtlijnen het hele ECTS traject beter opgevolgd. Het door UGent gecoördineerde Egraconsproject in verband met grade conversion (een gevolg van een in 2010 opgerichte werkgroep ECTS Grading Table van de Beleidscommissie Internationalisering) is ook een onderdeel van het ECTS-proces en werd opgenomen in de nieuwe Europese ECTS Users’ Guide (2015). Binnen de Vlaamse context werd in een werkgroep van Flanders Knowledge Area in opdracht van de Vlaamse overheid een voorstel tot toekenning van de nieuwe ISCED codes (2013) voor alle Vlaamse opleidingen uitgewerkt. De werkgroep werd voorgezeten door UGent. De ISCED codes voor studiegebieden worden steeds belangrijker en maken nu ook deel uit van de door Erasmus vereiste data.
Vanuit de partnerinstellingen verbleven er 873 Erasmusstudenten voor studie, stage of in het kader van hun masterproef aan de Universiteit Gent, wat opnieuw een stijging betekent ten aanzien van het voorgaande jaar (784 studenten). Naast de opvallende en structureel sterke instroom uit Spanje, is Duitsland de sterkste stijger, een tendens die zich al enkele jaren doorzet.
De faculteiten Economie en Bedrijfskunde, Letteren en Wijsbegeerte en Ingenieurswetenschappen en Architectuur ontvangen het grootste aantal inkomende studenten en de grootste aantallen studenten worden uitgezonden door de faculteiten Letteren en Wijsbegeerte, Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen en de faculteit Economie en Bedrijfskunde .
De afdeling Internationalisering organiseert diverse informatiesessies voor de studenten. Inkomende studenten worden bij aankomst in het 1ste en 2de semester onthaald via de Welcome Days. Deze organisatie gebeurt sinds een aantal jaar met de medewerking van de provincie Oost‑Vlaanderen. De International Days bieden een brede waaier aan informatie voor toekomstige uitgaande Erasmusstudenten. Uitgaande studenten krijgen via allerhande kanalen informatie over het Erasmusprogramma o.m. via gedetailleerde stappenplannen.

De geselecteerde kandidaten krijgen vóór hun vertrek ook extra informatie. Er zijn ook diverse facultaire infoavonden, met een meer academisch gerichte aanpak.


Stagemobiliteit na de studie
De UGent ondersteunt en stimuleert de mogelijkheden om na afstuderen deel te nemen aan internationale stagemobiliteit, als brug tussen studie en werk. Hiermee wordt ingespeeld op de groeiende belangstelling voor het opdoen van professionele ervaring na het afstuderen, gecombineerd met een substantiële internationaliseringservaring. Internationale stagemobiliteit vormt hiermee een belangrijke hefboom naar werk.
UGent-afstuderenden kunnen sedert juni 2014 een Erasmus+ Traineeship-beurs voor stage na afstuderen aanvragen via het Reconfirm stageconsortium (zie verder) waarvan de UGent partner is. Dit consortium wordt gecoördineerd door Flanders Knowledge Area (FKA) en verenigt zowat alle hogeronderwijsinstellingen in Vlaanderen wat betreft stagemobiliteit na de studie. Het Erasmus+ Traineeship-programma vervangt het Leonardo da Vinci-beursprogramma dat op 31 mei 2015 werd beëindigd. Hierdoor wordt het o.m. mogelijk de stageduur in een Europees land na afstuderen te verlengen tot 12 maanden (min. 2 maanden) wat nieuwe opportuniteiten biedt voor afstuderenden. De UGent promoot deze beurzen actief bij haar afstuderenden. De beursadministratie en mobiliteitsbudgetaanvraag verlopen sedert 2014 echter via FKA, zoals binnen het consortium afgesproken. Door deze gezamenlijke aanpak - sterk ondersteund door de UGent- blijken meer jonge afgestudeerden de weg te vinden naar deze beurzen.
Docentenmobiliteit

Leden van de academische staf kunnen reis- en verblijfskosten terugvorderen voor een verblijf in een Europese partneruniversiteit in het kader van een onderwijsopdracht dankzij de Erasmus Teaching Staff Mobility (docentenmobiliteit).


Tijdens het academiejaar 2014-2015 maakten 78 UGent-docenten gebruik van de subsidie voor docentenmobiliteit binnen het Erasmusprogramma om gedurende een aantal dagen aan een Europese onderwijsinstelling te doceren.
Uitwisseling uitgaand administratief personeel

Niet-onderwijzend personeel aan hoger onderwijsinstellingen kunnen een Erasmus verblijf doorbrengen in een hoger onderwijsinstelling van een ander deelnemend land met het doel een opleiding te volgen. Er zijn verschillende benamingen voor de opleidingen: kortlopende detachering, jobshadowing, studiebezoek, enz. In 2014-2015 gingen 25 UGent-collega’s van verschillende afdelingen en faculteiten op “staff training” naar Europese partners. Ze konden ervaringen uitwisselen en kennismaken met een innovatieve aanpak bij partnerinstellingen.


20 beurzen werden toegekend via een oproep voor de personeelsleden van de Centrale Administratie. Zij gingen onder meer naar partners binnen het U4-netwerk, Leiden , Rome La Sapienza …
Uitwisseling inkomend administratief personeel

Elk jaar organiseert de afdeling Internationalisering een ‘Staff Training Week’ voor collega’s van onze buitenlandse partnerinstellingen. In 2015 (3-6 maart) waren er 13 deelnemers aan de staff training week met als topic ‘Preparing our students for the job market: the added value of internationalisation”.


Erasmus Mundus Joint Master Degrees

In 2015 was de UGent bij acht bestaande Erasmus Mundusopleidingen betrokken (zie ook deel 2): twee in de faculteit Bio-ingenieurswetenschappen (tweejarige opleidingen), één in de faculteit Rechtsgeleerdheid (éénjarige opleiding), vier in de faculteit Ingenieurswetenschappen en Architectuur (drie tweejarige opleidingen en een gezamenlijk doctoraatsprogramma) en één in de faculteit Wetenschappen (een gezamenlijk doctoraatsprogramma). Voor zes van deze projecten is de UGent consortiumcoördinator, wat wil zeggen dat de universiteit de grootste administratieve last draagt voor de organisatie van de opleiding. De joint masters waarvan de financieringsperiode in 2014 afliep werden in 2015 op eigen initiatief verdergezet, waarbij één nog steeds een gezamenlijk internationaal diploma uitreikt, met name de European MSc in Marine Biology. Twee projecten waarvan de financiering in 2016 werd geacht af te lopen – International MSc in Rural Development en Internationale MSc in Fire Safety Engineering, kregen op basis van hun succesvolle afronding in 2015 van de zogenaamde ‘Quality Review’ bij EACEA, een nieuw contract onder bijzondere voorwaarden. Zij ontvangen financiering (‘management lump sum’ en beurzen) voor drie studentencohortes, te beginnen in 2015-16, op voorwaarde dat het zij voldoende cofinanciering bewijzen, het zij voldoende studenten met andere financiering aantrekken. Om hen hierin bij te staan, besloot het Bestuurscollege van de UGent om gedurende deze periode voor elk van deze opleidingen jaarlijks een UGent Master Grant te oormerken, ter waarde van een Erasmus Mundus-beurs.


2.1.2 Kernactie 2: samenwerking met kennisinstellingen, kmo's, ngo's, multinationals, overheden en/of werkveldorganisaties
(In de bijlagen kunnen alle details van de vermelde projecten worden teruggevonden)
Strategische Partnerschappen

Strategische partnerschappen zijn internationale samenwerkingsprojecten die bijdragen tot innovatie en verbetering van opleiding en onderwijs. Daarbij worden positieve en langdurige effecten nagestreefd op de deelnemende organisaties, de sector en het beleid, maar ook op de personen die direct of indirect betrokken zijn. Het kunnen eenvoudige kleine samenwerkingsverbanden zijn maar ook grootschalige projecten om innovatieve middelen te verspreiden. In 2013-2014 was de UGent betrokken bij 17 projectaanvragen waarvan er 3 werden goedgekeurd en van start gingen in 2014-2015. In 2014-2015 was de UGent betrokken bij 23 projectaanvragen waarvan er 4 van start gaan in 2015-2016.


Kennisallianties voor Onderwijsinnovaties

In 2014-2015 werd 1 project goedgekeurd.


Capaciteitsopbouw met Partnerlanden

Capacity Building is de actie binnen Erasmus+ Key Actie 2 die de voormalige programma’s Tempus, Alfa en Edulink vervangt en samenbrengt. Er was een eerste deadline op 10 februari 2015 waarvoor 8 projecten werden ingediend, 1 als coördinator en 7 als partner. De UGent coördineert sinds oktober 2015 het NutriSEA project in Zuidoost-Azië, en is partner in nog 3 Capacity Building projecten in Oost-Europa en Zuidoost Azië.


2.1.3 Kernactie 3 hervormingen in de onderwijs- en jeugdwerkingssectoren met lokale en nationale overheden
Kernactie 3 is in de eerste plaats bedoeld voor projecten die tot innovatieve beleidsontwikkeling leiden. Er zijn twee soorten projecten: Forward looking cooperation projects en European policy experimentations.

In het kader van de eerste actie diende UGent (afdeling internationalisering) in 2015 een voorstel tot internationaal project in met 11 partners. Het project, Erasmus without Paper, werd goedgekeurd en is op 1/11/2015 gestart.


De bedoeling van dit project is een elektronisch netwerk te creëren dat het instellingen mogelijk moet maken om hun studentengegevens voor uitwisselingsstudenten onderling uit te wisselen, gebruikmakend van vooraf op elkaar afgestemde standaarden. Er worden daarbij geen documenten (b.v. PDF) uitgewisseld maar gegevens die rechtstreeks uit de studentendatabases in de instellingen worden opgeladen en dan lokaal weer worden omgezet in documenten. Dit moet mogelijk worden voor alle courante types gegevens en documenten die binnen uitwisselingen worden gehanteerd (bilateral agreements, learning agreements, nominations, transcript of records, …). De partners zijn niet alleen hogeronderwijsinstellingen maar ook commerciële en publieke software ontwikkelaars, internationale koepels en overheidsdatabeheerders. Binnen UGent nemen zowel de afdeling Internationalisering als OASIS aan het project deel.
2.1.4. Nog lopende projecten onder het Lifelong Learning Programma
LLP Multilaterale projecten

De faculteit Letteren en Wijsbegeerte (vakgroep Vertalen, Tolken en Communicatie) is partner in een project AGORA rond stages voor vertalers.


De UGent (afdeling Internationalisering) was ook coördinator van het EGRACONS-project (2012-2015). Dit project liep af in 2015 en heeft een Europese tool uitgewerkt die het mogelijk maakt om de cijfers behaald in het buitenland objectief om te zetten naar een lokaal cijfer. De webgebaseerde Egracons tool laat de automatische conversie toe van punten behaald door studenten in het buitenland studenten op basis van een database van gestandaardiseerde ‘grading tables’ (frequentietabellen voor referentiegroepen van studenten) van alle deelnemende universiteiten. Daarnaast werden ook de gebruikte cijferschalen en zelfs de cijfercultuur in kaart gebracht via ‘Country reports’. Voor de UGent heeft dit o.m. al vanaf 2013-2014 geleid tot de vervanging van de oude ECTS scales op UGent‑puntenbriefjes door ingekorte Grading Tables. De methodologie die gebruikt wordt om de cijfers te converteren, werd overgenomen door de Europese Commissie en maakt deel uit van de nieuwe ECTS Users’ Guide die in het voorjaar 2015 door de Ministers van Onderwijs van de Bologna-landen werd goedgekeurd. Het Egracons-project werd daarbij expliciet vermeld. Zelfs nu het project voorbij is, zal de UGent de Egracons tool blijven beheren als voorzitter van het Egracons Stakeholder Team. Sinds de tool operationeel werd op het einde van 2015 hebben al een 45 Europese universiteiten zich aangesloten als volwaardig deelnemer.
LLP Academische Netwerken

De Universiteit Gent was in 2015 partner in één academische netwerk HOPE dat gecoördineerd werd door een andere universiteit (zie ook deel 2).


LLP Knowledge Alliance

De UGent was partner in één project AQUADEMIA dat gecoördineerd werd door een andere universiteit (zie ook deel 2).


Reconfirm TOI-project

De UGent nam binnen het Leonardo da Vinci-programma deel aan het Transfer van Innovatie project ‘Reconfirm’ (2012-LDV-TOI-502). De TOI-projecten hebben als doel de verbetering van de kwaliteit van het Europese (beroeps)onderwijs en -opleidingssystemen door het aanpassen en integreren van innovatieve inhouden of resultaten van vroegere projecten. Het Reconfirm-project heeft als doel het oprichten van een regionaal Vlaams stageplatform dat internationale stages faciliteert bij alle jonge afgestudeerden uit het Vlaamse hoger onderwijs en (internationale) bedrijven die een internationale stagiair wensen op te nemen.

Reconfirm projectpartners: UAntwerpen (coördinator), UGent, Technische Universiteit Eindhoven (NL), Nottingham Trent University (UK), SOP Hilmbauer & Mauberger (AT), PSA Belgium en Stad Antwerpen. Het project liep van 1 oktober 2012 tot 30 september 2014 en werd, na verlenging, op 31 maart 2015 afgerond. In het kader van dit project werd in 2014 een structurele Vlaamse institutionele samenwerking rond internationale stagemobiliteit gerealiseerd, onder de vorm van de oprichting van een duurzaam stageconsortium – Reconfirm – gesitueerd in de schoot van en gecoördineerd door Flanders Knowledge Area (FKA). Momenteel zijn hierbij 20/21 Vlaamse hogeronderwijsinstellingen aangesloten.

De Reconfirm projectresultaten omvatten voorts een open online stagedatabank, een online tool voor het administreren van Europese beurzen voor internationale stage, een communicatiepakket naar bedrijven en afstuderenden, een handboek voor opzetten van regionale stagekantoren in Europa; het uitbouwen van een internationaal netwerk. Binnen het Reconfirmproject wordt een dialoog uitgebouwd met het werkveld via vertegenwoordigende koepelorganisaties. De UGent is lid van de zgn. ‘steering committee’, samen met UAntwerpen, FKA en TU/Eindhoven, ter opvolging van de projectresultaten gedurende twee jaar na het project.


Tempus

Tempus is één van de programma’s van de Europese Commissie die in het leven zijn geroepen om bijstand te verlenen bij de hervorming en modernisering van het hoger onderwijs in de partnerlanden. Het is gebaseerd op het inzicht dat hogeronderwijsinstellingen van groot belang zijn voor het sociale, economische en culturele overgangsproces van een land. Het Tempusprogramma startte in 1990, na de val van de Berlijnse Muur en richtte zich aanvankelijk enkel op de modernisering van Centraal- en Oost-Europese universiteiten. Het programma werd geleidelijk uitgebreid tot Tempus III (2000-2006) en Tempus IV (2007-2013). De doelstelling van Tempus IV bleef de modernisering van het hoger onderwijs in de partnerlanden in de Westelijke Balkan, Oost-Europa, Centraal-Azië, Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Daarnaast wil men ook de kwaliteit en relevantie van het onderwijs verbeteren, capaciteitsopbouw promoten en het wederzijdse begrip tussen de EU en de partnerlanden verhogen. Projecten kunnen zowel nationale projecten zijn (gefocust op 1 partnerland) of multicountryprojecten met meerdere partnerlanden. Vanaf 2014 werd het programma volledig geïntegreerd in het Erasmus+ programma, maar een aantal voordien goedgekeurde projecten zijn nog steeds in uitvoering. Tempus vervalt dus als naam. Dit type projecten valt vanaf 2014 onder de actie “Capacity Building in Higher Education”. Er was een eerste deadline op 10 februari 2015 waarvoor 8 projecten werden ingediend, 1 als coördinator en 7 als partner. De UGent coördineert sinds oktober 2015 het NutriSEA project in Zuidoost-Azië, en is partner in nog 3 Capacity Building projecten in Oost-Europa en Zuidoost Azië.


In 2014-2015 waren er 8 lopende Tempusprojecten waarbij de UGent partner was, in de Westelijke Balkan, , Tunesië, Wit-Rusland en Centraal-Azië.
Erasmus Mundus Actie 2

Hoewel in 2014 het nieuwe programma Erasmus+ van start is gegaan lopen er aan de UGent nog verschillende Erasmus Mundus Actie 2 projecten. Deze projecten dateren van het programmajaar 2009-2013, maar zijn nog actief tot en met 2018.


De UGent coördineerde in 2015 5 projecten: 3 projecten met Zuidoost-Azië (Lotus II, III & Unlimited) en 2 projecten met de Westelijke Balkan (Basileus IV & V). Lotus Unlimited en Basileus V voorzien mobiliteit tussen respectievelijk EU en Zuidoost-Azië en EU en Westelijke Balkan. Lotus Unlimited telt momenteel 186 beurshouders, maar er zal in 2016 nog een nieuwe oproep gelanceerd worden voor staff-mobiliteit zodat het totaal aantal beurshouders gelijk zal zijn aan 206. Basileus V telt 273 beurshouders.
Van de 25 projectvoorstellen als partner werden er 7 bijkomende projecten geselecteerd met name met China en Zuidoost-Azië (Techno II), Latijns-Amerika (Babel, Mundus Lindo en Peace), Zuid-Afrika (EU-Saturn) en Oost-Europa (Euroeast en WEBB).

In 2014 werden bovendien een aantal nieuwe projecten geselecteerd die in de loop van 2015 geïmplementeerd werden: het vijfde Lotus vervolgproject, Lotus+ genaamd, dit keer gecoördineerd door Uppsala University in Zweden; en 2 andere partnerprojecten IMPAKT (Zuidoost-Azië) en INSPIRE (Zuid-Afrika).


Voorts werden er in het kader van de hogervermelde projecten een aantal activiteiten georganiseerd met het oog op het uitwisselen van kennis omtrent mobiliteitsbeheer en -management: vormingen voor personeel, projectvergaderingen en deelname als spreker aan enkele seminaries en conferenties in binnen- en buitenland. Zo vond er in 2015 in het kader van Basileus een workshop plaats in Zagreb rond ‘Internationalisation and Erasmus+ in the Western Balkans’.
De Universiteit Gent bleek bijzonder succesvol in het aantrekken van kandidaten in de Erasmus Mundus Actie 2-projecten waarin de instelling partner is. Er kwamen studenten en onderzoekers uit Latijns-Amerika, Zuidoost-Azië, Zuid-Afrika, en Oost-Europa. In totaal was de UGent in 2015 betrokken bij 20 EMECW/EMA2-projecten. Er komen geen nieuwe EMA2 projecten meer: vanaf 2015 zijn ze een integraal onderdeel van het nieuwe Erasmus+-programma.
Overzicht bestaande projecten
Als coördinator:

  • Lot 11/10/6/7: de Westelijke Balkan (Basileus IV, V)

  • Lot 12/Lot 13: South East Asia Regional (Lotus II, III, Unlimited)

  • Lot 11: India (Svaagata)


Als partner:

  • Lot 13: India

  • Lot 15: Brazilië

  • Lot 17: Brazilië/Paraguay/Uruguay

  • Lot 19: Ecuador/Venezuela/Chili/Cuba

  • Lot 21: Colombia/Costa Rica/Panama

  • Lot 13: Argentinië

  • Lot 16: Argentinië

  • Lot 2: Egypte/Libanon

  • Lot 1 (strand 2): VS/Canada

  • Lot 12: Chili, Ecuador, Paraguay, Bolivië, Peru, Brazilië, Cuba

  • Lot 12: Bolivië, Brazilië, Ecuador, Paraguay, Peru, Uruguay

  • Lot 13: Chili, Costa Rica, Urugauay, Argentinië, Nicaragua, Honduras, Guatemala, Panama, El Salvador

  • Lot 14: Zuid-Afrika

  • Lot 5: Oekraïne, Wit-Rusland, Azerbeidzjan, Armenië, Georgië en Moldavië

  • Lot 18: ACP

  • Lot 5: Cambodia, China, Indonesia, Mongolia, Myanmar, Laos, Philippines, Sri Lanka, Vietnam

  • Lot 10: Zuid-Afrika


Erasmus Mundus Actie 3

In 2015 werkte de afdeling Internationalisering verder mee aan het Erasmus Mundus Action 3-project EM-ACE, dat in september afliep. EM-ACE staat voor “Promoting Erasmus Mundus towards European Students: Activate, Communicate, Engage”. Het project werd gecoördineerd door Roma La Sapienza en stelde de promotie van de mogelijkheden geboden door het Erasmus Mundus-programma onder Europese studenten tot doel, met focus op de promotie van gezamenlijke masteropleidingen in Europa. De resultaten van het project werden toegelicht op de slotconferentie te Rome in mei 2015. Hieraan namen ook de vertegenwoordigers deel van twee van de aan de UGent gecoördineerde Erasmus Mundus Joint Degrees. De resultaten van het project werden tevens op verzoek toegelicht bij Directoraat-Generaal EAC van de Europese Commissie, dat de wens uitdrukte om de projectverwezenlijkingen ook na de projecttermijn te zien verdergezet worden.


2.2. Europese onderwijsprogramma’s gericht op Latijns-Amerika
Science without Borders

Het doel van dit Braziliaans programma is het promoten van onderzoek, technologie en innovatie in Brazilië door middel van internationale uitwisseling en mobiliteit. De Braziliaanse overheid stelt hiervoor wereldwijd 100.000 beurzen beschikbaar voor de periode 2011-2016. Naast beurzen voor Braziliaanse studenten en onderzoekers, stelt de Braziliaanse overheid tevens beurzen ter beschikking voor post-doc onderzoekers van niet‑Braziliaanse origine. Voor deze doelgroep wordt er uitgegaan van een 100-tal beurzen per jaar. Jonge buitenlandse post-doc onderzoekers kunnen een beurs verkrijgen om voor 2-3 jaar onderzoek te verrichten aan een Braziliaanse onderzoeksgroep. Het programma richt zich op de STEM studiegebieden (Science, Technology, Engineering, Mathematics). In 2014-2015 werden 6 studenten geselecteerd.




    1. Europese onderwijsprogramma’s gericht op Afrika-Caraïben-Stille Zuidzee

Edulink is het eerste EU-ACP samenwerkingsprogramma op het vlak van hoger onderwijs (Afrika - Caraïben - Stille Zuidzee). Het ACP-secretariaat krijgt financiering van het Europese Ontwikkelingsfonds om projecten te financieren.


De globale doelstelling van het programma is het promoten van de samenwerking tussen instellingen voor hoger onderwijs uit de EU en de ACP-landen door zowel intensieve uitwisseling van academici als door het bevorderen van structurele academische netwerken tussen beide continenten. Zo wil men een kwaliteitsvol onderwijssysteem steunen dat relevant is voor de arbeidsmarkt en de socio-economische noden in de partnerlanden.
Het voorbije academiejaar was er nog één lopend project van de faculteit Bio-Ingenieurswetenschappen. Het Edulink programma maakt vanaf 2014 integraal deel uit van het nieuwe Erasmus+-programma. Edulink vervalt als naam. Dit type projecten valt vanaf 2014 onder de actie “Capacity Building in Higher Education.


    1. Europese onderwijsprogramma’s gericht op de ASEAN Landen

De Europese Unie zet sterk in op de samenwerking met de Zuid-Oost-Aziatische landen, verenigd in ASEAN. De UGent werd in 2015 gecontacteerd om te participeren in twee specifieke projecten.


SHARE project

Het project “European Union Support to Higher Education in ASEAN Region (SHARE)” beoogt twee doelstellingen:



  1. de harmonisering van het hoger onderwijs in de ASEAN-landen door het opmaken van (op leerresultaten gebaseerde) Kwalificatieraamwerken en het uitwerken van Kwaliteitszorgsystemen, op basis van de EU-ervaring en resultaten van eerdere internationale projecten;

  2. het ondersteunen van wederzijdse erkenning en studentenmobiliteit tussen hogeronderwijsinstellingen in ASEAN om de intermenselijke relaties binnen de regio te bevorderen.

Het project wordt getrokken door een consortium van DAAD, EP-Nuffic, Campus France en British Council, i.sm. met Europese organisaties als EUA en ENQA. Europese hogeronderwijsinstellingen worden slechts in beperkte mate rechtstreeks betrokken, maar de UGent is één daarvan. Zie ook: http://www.share-asean.eu/.
ASEM Work Placement Programme

Het ASEM Work Placement Pilot Programme is een driejarig piloot programma met als doel structurele stageuitwisselingsmogelijkheden uit te bouwen voor studenten in Europa en Azië o.m. via het wederzijds aanspreken en openen van de zgn. UBN netwerken (university-business-netwerken). Hierdoor worden aan beide kanten nieuwe professionele leeropportuniteiten gecreëerd in een kader van culturele onderdompeling. Het programma vond zijn oorsprong tijdens de derde Asia-Europe meeting of Ministers van Onderwijs (ASEMME) in Kopenhagen (mei 2011). In de ASEMME vergadering van 2013 werden een aantal landen bereid gevonden om een pilootproject op te zetten. Concreet zijn aan Europese zijde België (Vlaanderen) en Duitsland, en aan Aziatische zijde, Brunei, Indonesië en Thailand hierbij betrokken. De UGent nam in opdracht van het Vlaams Miniserie van Onderwijs deel aan een eerste expert meeting te Bangkok (January 2015) wat o.m. leidde tot de formele bekrachtiging van deelname aan dit programma (Litouwen, in Latvia (April 2015) door de ministers van de betrokken landen. Een tweede expertmeeting vond plaats aan de UGent (24-25 september 2015) over de verdere operationele uitwerking en het inbouwen van kwaliteitsgaranties. De eerste stageuitwisselingen zijn voor zien voor 2016. De ASEM stage (min. 2 - max. 6 maand) betreft stages al dan niet met creditmobiliteit, wordt formeel gekaderd in een stageovereenkomst.


Zie ook: http://asem-education-secretariat.kemdikbud.go.id/awp/.


  1. Internationale onderwijsprogramma's van de Vlaamse Gemeenschap


3.1. Erasmus Belgica (nationale interuniversitaire samenwerkingsprojecten)
Erasmus Belgica, het samenwerkingsprogramma voor studentenmobiliteit tussen de universiteiten en hogescholen van de 3 Gemeenschappen van België is een initiatief van het Prins Filipsfonds. Het programma Erasmus Belgica is gelijkaardig aan het EU‑programma Erasmus. De Universiteit Gent heeft ondertussen akkoorden afgesloten in verschillende disciplines met 13 Franstalige instellingen.
De Universiteit Gent stuurde in het academiejaar 2014-2015 13 studenten uit naar Franstalige universiteiten en ontving 61 Franstalige studenten.
3.2. The Washington Center
In het kader van een bilateraal raamakkoord met The Washington Center (via het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap) hebben drie masterstudenten in 2014-2015 een uitwisselingssemester aan TWC doorgebracht. De UGent blijft van oordeel dat uitwisseling met TWC een uitgesproken meerwaarde vormt binnen de opleiding van de deelnemende masterstudenten.
3.3 Transition Fellowship Programme
Het Transition Fellowship Programme dat beurzen voor studentenmobiliteit voorziet vanuit de Vlaamse Overheid naar Brazilië, Marokko, Turkije en Zuid-Afrika, werd in 2015 voor de derde maal georganiseerd. Behalve voor Brazilië wordt er gestreefd naar duo-mobiliteit met de partnerinstelling. Elke instelling mag per land 6 kandidaten voordragen per mobiliteitsrichting. Vanuit de UGent appliqueerden alles samen 9 kandidaten. Hierbij waren geen duo-aanvragen.
Uiteindelijk behaalde de UGent 6 beurzen binnen voor uitgaande studenten. Al deze studenten vertrokken naar Zuid-Afrika (AJ 2015-2016): Stellenbosch, Universty of Western Cape, North-West University en University of the Free State.
3.4 ASEM-DUO
Studiebeurzen

In het kader van het ASEM-DUO programma voorziet het departement Onderwijs en Vorming studiebeurzen om studentenuitwisseling te stimuleren tussen Vlaanderen en 4 Aziatische landen, nl. China, India, Zuid-Korea en Vietnam. ASEM-DUO is gebaseerd op een uitwisseling van twee studenten in een kader van een duo‑project en dit voor de duur van 1 semester. Er waren 8 duo-aanvragen die werden ingediend in 2015, waarvan er 5 werden gehonoreerd (voor mobiliteit in AJ 2015-2016).


3.5. Generieke Beurzen
De Vlaamse overheid kent generieke beurzen voor mobiliteit buiten Europa toe aan studenten uit opleidingen op niveau 5, 6 of 7 van de Vlaamse kwalificatiestructuur. Het programma beoogt mobiliteit te stimuleren complementair aan de mogelijkheden binnen het Erasmus+ programma. De mobiliteit van minimum 1 maand (minimum 5 credits) en maximum 12 maanden heeft betrekking op studie, stage of onderzoek in het kader van een eindwerk. De selectie van de studenten gebeurt binnen de hogeronderwijsinstelling. Het financieringsprogramma wordt beheerd en ondersteund door Flanders Knowledge Area, in samenwerking met het departement Onderwijs &Vorming. De selectie wordt doorgevoerd door de hogeronderwijsinstelling. In het academiejaar 2014-2015 genoten 20 UGent-studenten van een Generieke Beurs voor studie, stage of onderzoek in het kader van de masterproef. In 2015 ontving de afdeling Internationalisering 113 beursaanvragen, waarvan er 23 aanvragen werden gehonoreerd (voor mobiliteit in Academiejaar 2015-2016).
3.6 Master Minds
In 2015 lanceerde de Vlaamse Overheid een nieuw beurzenprogramma om buitenlandse ‘Master Minds’ degree studenten aan te trekken. Dit met het oog op het internationaliseren van het onderwijslandschap in Vlaanderen. In 2015 kreeg de AI hiervoor 15 aanvragen binnen, waarvan er 7 werden geselecteerd door de Vlaamse Overheid. Twee studenten beslisten in extremis om toch niet naar Gent te komen.


  1. Internationale onderwijsprogramma's van de Universiteit Gent

I@H is een overkoepelend begrip waaronder een grote waaier aan activiteiten gevat wordt, die ofwel gericht zijn op het aanbieden van internationaliseringservaringen voor niet-mobiele eigen studenten en medewerkers ofwel op het versterken van de internationaliseringdimensie van de eigen opleidingen.


Het vertrekt van twee grote uitgangspunten. Alle inspanningen ten spijt, zowel op het vlak van promotie als het aanbieden van financiële incentives, stagneert het aantal studenten en medewerkers dat een internationaliseringservaring in het buitenland meemaakt. De huidige maatschappelijke ontwikkelingen maken een grotere competentie bij afgestudeerden op het vlak van interculturaliteit en vreemde talen noodzakelijk.
De verantwoordelijkheid voor Internationalisation@Home werd vanaf 2015 als gevolg van het Geïntegreerd Beleidsplan Internationalisering volledig overgeheveld naar de faculteiten, al worden de fondsen nog steeds centraal aangevraagd en dan volgens een vooraf bepaalde verdeelsleutel over de faculteiten verdeeld. De faculteiten kunnen hun toelage telkens over 2 jaar spreiden.
5. Andere internationale onderwijsprogramma's
5.1. Berkeley beurs
De samenwerking met Noord-Amerika verloopt vooralsnog hoofdzakelijk via persoonlijke contacten. Daarnaast vindt, via de Santander Group, een beperkte uitwisseling plaats met de Universiteit van Berkeley. In 2013-2014 werd de kandidaat van de UGent niet geselecteerd, maar in 2014 wel (2014-2015).
Tevens bestaat er een bilateraal akkoord tussen de Universiteit Gent en enkele Noord-Amerikaanse universiteiten.
5.2 BAEF and Fulbright scholarships
In 2015 heeft i.s.m. de afdeling Onderzoekscoördinatie (DOZA) de interviewtraining opnieuw plaatsgevonden voor kandidaten in de running voor een BAEF-beurs. Van de 27 UGent-kandidaten in de BAEF‑competitie namen 18 kandidaten deel hieraan.
Uiteindelijk kregen 13 UGent-kandidaten een BAEF-beurs, waarvan 6 met UGent-cofinanciering. 6 kandidaten kregen de titel van BAEF-fellow maar geen beurs (Honorary Fellows).
Ook binnen de Fulbright competitie waren de Gentse kandidaten succesvol met zes beurswinnaars. Via Fulbright kwam ook één Amerikaanse onderzoeker naar de UGent.
6. Structurele samenwerkingen met Azië en Afrika
6.1. China Platform
Het China Platform als centraal en instellingsbreed aanspreekpunt stroomlijnt de diverse wederzijdse samenwerkingsinitiatieven, en de toenemende inkomende en uitgaande mobiliteit. Sedert haar oprichting doet het China Platform dienst als orgaan voor overleg, beleidsontwikkeling en advies met betrekking tot China, en bundelt het expertise en kennis omtrent de regio, op cultureel, academisch en politiek gebied.

In 2015 boog de stuurgroep achter het China Platform – met vertegenwoordigers uit de alfa-, beta-,en gamma-geledingen – zich tijdens regelmatige vergaderingen over de mogelijkheden om de werking te bestendigen en verder te versterken. Alles gebeurt in nauw overleg met het vertegenwoordigingskantoor van de UGent in Beijing. (zie infra).


6.1.1. Activiteiten


  1. Samenwerking met Chinese partnerinstellingen en mobiliteit

In 2015 telde de UGent een 300-tal (gebaseerd op cijfer voor academiejaar 2014-2015) Chinese studenten, waarvan ca. 70% doctoraatsstudenten. Er zijn momenteel 30 akkoorden voor studenten– en docentenmobiliteit.


Daarnaast bevorderde het China Platform ook actief samenwerking op het vlak van onderzoek. Naast een groot aantal lopende onderzoeksprojecten, kan de UGent door rechtstreeks contact met onderzoeksinstellingen en relevante overheidsinstanties accuraat ingaan op nieuwe initiatieven en opportuniteiten.

Het China Platform faciliteert bij het opstarten van contacten met potentiële toekomstige partnerinstellingen, en assisteert bij het uitbouwen van samenwerkingsakkoorden, joint labo’s, en summer schools.


Een aantal initiatieven die de voorbije academiejaren werden genomen, blijven tot op heden van kracht: ter bevordering van de inkomende mobiliteit wordt aan alle Chinese PhD-studenten een ‘tuition fee voucher’ gegeven en worden de kosten voor de ‘APS screening’ terugbetaald aan alle Chinese studenten die zich effectief inschrijven aan de UGent. Maar wat de ‘tuition fee voucher’ betreft, hierin zou in de toekomst verandering kunnen komen aangezien het benodigde budget sterk is gestegen door het verhoogde inschrijvingsgeld en het aantal Chinese studenten dat blijft toenemen.
Het co-funding programma voor PhD-studenten met een CSC-beurs (China Scholarship Council), dat werd opgestart in samenwerking met de afdeling Onderzoekscoördinatie, werd ook in 2015 verdergezet.
Dagelijks biedt het China Platform ondersteuning aan inkomende en uitgaande onderzoekers, studenten en professoren die actief zijn in China of dat wensen te worden. Vooral het verlenen van actieve hulp in de zoektocht naar partners in China met het oog op het samenstellen van een consortium of het opzetten van een concreet initiatief, al dan niet met een link naar industry, neemt gestadig toe.
Binnen het EU-China Windowproject vanwege de China Scholarship Council (CSC) stuurde de UGent 3 studenten uit de faculteit Ingenieurswetenschappen en Architectuur naar China, voor een periode van 1 jaar.
Van 23 tot 26 maart nam de UGent samen met de vertegenwoordiger in Beijing, Zhang Chi, deel aan de APAIE (Asia-Pacific Association for International Education) conferentie in Beijing, en ontmoette daar verschillende Chinese partneruniversiteiten. Vervolgens brachten zij van 27 tot 31 maart een bezoek aan Tongji University en Shanghai Jiao Tong University, China Agricultural University en China University for Agricultural Sciences (deel van de China Academy of Sciences) tijdens het Staatsbezoek onder leiding van Koning Filip en Koningin Mathilde aan China in juni 2015.
De UGent stond in voor de invulling van een aantal academische activiteiten tijdens het staatsbezoek onder leiding van Koning Filip en Koningin Mathilde aan China, in juni 2015. UGent-professoren traden op als spreker bij de seminaries rond cleantech en urbanisatie, en bij een evenement over samenwerking met de China Academy of Sciences. Er werd een overeenkomst ondertekend voor een Joint Lab tussen de UGent (Prof. Sarah De Saeger, vakgroep Bioanalyse, faculteit Farmaceutische Wetenschappen), Shanghai Jiao Tong University (SJTU), en het Shanghai Institutes for Biological Sciences (SIBS) alsook een verderzetting van een bilateraal akkoord met Harbin Engineering University (faculteit Ingenieurswetenschappen en Architectuur) en een joint PhD overeenkomst met Hebei Medical University (faculteit Geneeskunde).
In juli 2015 namen zowel gastdocenten als studenten van de UGent (faculteiten Ingenieurswetenschappen en Architectuur en Politieke en Sociale Wetenschappen) deel aan het Sichuan Immersion Program, een zomercursus aan Sichuan University (Chengdu). Jaarlijks kan de UGent rekenen op 20 plaatsen.
Er vonden in de loop van 2015 meerdere bezoeken aan de UGent plaats van Chinese universiteiten en instituten, waaronder: East China University of Science and Technology, Southwest University, de Shanghai Food and Drug Administration, National Pingtung University.
Op 28 mei 2015 bracht een delegatie, die bestond uit 3 professoren en 27 studenten van Dalian University of Technology (DUT) een bezoek aan de faculteit Ingenieurswetenschappen en Architectuur. Tijdens hun bezoek werd er gefocust op de domeinen werktuigkunde-elektrotechniek en elektrotechniek. Tijdens een tweede bezoek van Dalian University and Technology (DUT) op 26 oktober werd er een samenwerkingsovereenkomst voor studenten- en stafuitwisseling en wetenschappelijk onderzoek getekend in het bijzijn van vicerector Freddy Mortier.
Op 3 juli bracht de Europese Commissie samen met een aantal Boeddhistische monniken een bezoek aan UGent. Het bezoek vond plaats op aanraden van de gewezen Eerste Minister van China, Z.E. WU Guixian, en had als doel om een algemene vergadering te hebben met het Centrum voor Boeddhistische Studies UGent aangaande het Boeddhisme in België en in Europa.
Het China Platform coördineerde een gezamenlijke projectaanvraag van de faculteit Letteren en Wijsbegeerte (Sinologie), samen met de Universiteit Groningen en de University of Göttingen (partners binnen U4) en het Department of International and Cross-Strait Relations of the Ministry of Education in Taiwan. In het kader van deze ‘Taiwan Chair’ overeenkomst zullen cursussen en workshops met betrekking tot de EU – Oost-Azië relaties worden georganiseerd, met een special focus op Taiwan. Dit zal worden toegepast op ‘3 + 2 jaar’-basis en in een roterend systeem tussen de drie EU partners.

Op uitnodiging van de Taiwanese overheid, bracht de rector van 3 tot 7 november 2015 een bezoek aan Taiwan, samen met een delegatie van professoren uit verschillende faculteiten van de UGent. De rondreis deed zes Taiwanese instellingen aan. Met sommige van deze instellingen had de UGent reeds een samenwerking in het verleden (Academia Sinica) of heeft de UGent ondertussen een nauwe samenwerking opgebouwd op het vlak van onderwijs en/of onderzoek: National Chengchi University, National Sun Yat Sen University, National Pingtung University of Science and Tachnology en National Taiwan University. Bij de ontmoetingen aan de bovenvermelde instellingen werd wederzijds de intentie bevestigd om de bestaande samen-werkingsverbanden te consolideren en verder uit te bouwen. Het officiële bezoek van de rector was tevens een gelegenheid voor het ondertekenen van één akkoord: Samenwerkingsakkoord (CA) met The Dharma Drum Institute of Liberal Arts (DILA) - Christoph Anderl (faculteit Letteren en Wijsbegeerte). Voorts zullen er naar aanleiding van dit bezoek ook enkele bestaande samenwerkingsprojecten worden uitgebreid en nieuwe akkoorden worden getekend. Onder meer met de Academia Sinica, het grootste en meest toonaangevende onderzoeksinstituut in Taiwan, wordt een akkoord voorbereid. Als resultaat van deze zending en vanwege de veelheid aan samenwerkingsopportuniteiten met de diverse Taiwanese instellingen, organiseert de UGent in het voorjaar 2016 een matchmaking event waarbij de Taiwanese partners worden uitgenodigd voor faculteitsbezoeken en gerichte gesprekken met de UGent-collega's.

De alumniwerking die werd opgericht in 2013, kreeg verder vorm in 2015. De “UGent Ambassador” die in 2013 werd aangesteld, neemt zijn taak als liaison tussen het lokale netwerk en de coördinatoren aan de UGent zeer serieus en overlegt regelmatig met de vertegenwoordiger in Beijing, Zhang Chi. Op 19 december 2015 organiseerde het “Ghent University Alumni Network – China Chapter ” haar 2015 evenement in de Shanghai IPO Club. De vertegenwoordiger van de UGent en de Provincie Oost-Vlaanderen, Mr. Zhang Chi, opende het evenement met een welkomrede en gaf een overzicht van de UGent-activiteiten in 2015. De rest van het evenement bestond uit toespraken/presentaties door verschillende alumni die nu actief zijn in de zakenwereld in China.


  1. China Platform als centraal coördinatiepunt voor expertise en kennis omtrent de regio

Het China Platform bundelt expertise en kennis omtrent de regio, op cultureel, academisch en politiek gebied, en stelt deze kennis ten dienst van de UGent.


In dit kader hiervan vonden volgende acties plaats in 2015:

  • Personeelsopleiding “Efficiënt samenwerken met China” (2 maart 2015): opleiding door de afdeling Internationalisering voor UGent-personeel met als doel een beter inzicht te verwerven in Chinese omgangsvormen, denkwijzen, mentaliteit en de manier waarop dit alles zich uit in professionele samenwerkingsverbanden. Deze opleiding wordt jaarlijks herhaald.

  • Lezing China en de periode van "the new Normal" op 9 november 2015 in auditorium A - Blandijnberg door Mr. Stefan Blommaert. Stefan Blommaert was gedurende enkele jaren VRT-correspondent in Beijing. Tijdens deze lezing analyseerde hij hoe de nieuwe Chinese leiders sinds hun aantreden in 2012 de grip van de partij op de maatschappij hebben verstevigd en gaf hij toelichting bij het feit dat sinds de beurscrash en de devaluatie van de yuan wereldwijd het duidelijk geworden is dat de ongebreidelde groei van de Chinese economie achter de rug is. Ten slotte sprak hij ook over de huidige ecologische situatie en militaire uitgaven in China en of dit ons zorgen moet baren.


6.1.2 Strategisch partnerschap

Het partnerschap met de provincie Oost-Vlaanderen, Stad Gent, Haven Gent en de Vlaams-Chinese Kamer van Koophandel beoogt waar mogelijk – en met behoud van eenieders karakteristieken en prioriteiten – om de diverse initiatieven ten aanzien van China op elkaar af te stemmen. De bundeling van academische, economische en politieke actoren heeft enerzijds een imagoversterkend effect in China, en verhoogt anderzijds de visibiliteit van de partners afzonderlijk.


Ook dit jaar ontvingen 5 UGent-professoren een financiële ondersteuning vanwege het Oost-Vlaams provinciebestuur voor onderzoeksprojecten met Chinese partnerinstellingen in de zusterprovincie Hebei.
6.1.3 Vertegenwoordigingskantoor Beijing
De UGent sloot in 2015 een hernieuwing af van de overeenkomst met de Provincie Oost-Vlaanderen omtrent het gezamenlijke vertegenwoordigingskantoor in Beijing. Eind 2014 werd Zhang Chi aangesteld als nieuwe vertegenwoordiger en hij ging van start in februari 2015. De vertegenwoordiger in Beijing helpt mee met het vormgeven en uitvoeren van het Chinabeleid van de UGent. Hij staat tevens in voor het bestendigen en uitbouwen van het netwerk met universiteiten, onderzoeksinstellingen, bedrijven en overheidsinstellingen. Op die manier kan de UGent het academische en wetenschappelijke landschap in China op de voet volgen en accuraat inspelen op tendensen, calls en opportuniteiten. De vertegenwoordiger is lid van een maandelijkse vergadering die georganiseerd wordt door de Belgische ambassade, samen met alle Belgische stakeholders in Beijing.
Concreet omvat dit de volgende taken:

  • Faciliteren en assisteren bij inkomende en uitgaande studenten en onderzoekers;

  • Instellingsbreed aanspreekpunt voor alle China-gerelateerde zaken;

  • Prospectie naar potentiële partners;

  • Praktische en inhoudelijke ondersteuning bij delegaties;

  • Vertegenwoordiging van de UGent op onderwijsbeurzen, infodagen, seminaries ...;

  • Onderhouden van contacten met partners en overheid;

  • Organisatie van activiteiten in het kader van de alumniwerking in China;

  • Opvolgen van Chinese financieringskanalen voor wetenschappelijke projecten en van samenwerkingsmogelijkheden.

Eind januari 2016 werd op basis van het ‘Activiteitenverslag 2015’ van Zhang Chi en een algemene evaluatie van zijn uitgevoerde taken en activiteiten beslist dat zijn dienstverlengingsovereenkomst zal verlengd worden mits enkele aanpassingen in zijn taakbeschrijving.


6.2. LOTUS
In 2013 diende de UGent als coördinator een succesvol voorstel in voor het Lotus Unlimited-project, het derde vervolgproject van het Lotus I-project, dat in juli 2010 werd toegekend door de Europese Commissie. Dit project ging van start op 15 juli 2013 en loopt af op 14 juli 2017 (www.lotus.UGent.be). Het consortium van het Lotus Unlimited‑project, waarvan de naam staat voor Linking Organisations through University Synergies, bleef praktisch ongewijzigd. Het partnerschap bestaat nog steeds uit 9 Europese en 11 Zuidoost-Aziatische partnerinstellingen. Bij de EU partners zitten ook al onze U4-partners. In totaal waren er 199 beurzen voorzien onder dit project, waarvan 153 voor inkomende mobiliteit vanuit Zuidoost-Azië en 46 voor uitgaande mobiliteit vanuit Europa. Het betrof mobiliteit op alle niveaus: Ba, Ma, PhD, Postdoc en staf. In totaal werden er 194 beurzen toegekend in het kader van Lotus Unlimited: 154 kandidaten uit Zuidoost-Azië versus 40 kandidaten uit Europa. Dit gebeurde in drie verschillende oproepen tot beurzen. In de loop van 2015 waren er echter 12 annuleringen, waardoor er weer budget vrij kwam. Bijgevolg zal er in de loop van het voorjaar van 2016 nog een bijkomende oproep tot beurzen gelanceerd worden: enkel voor stafmobiliteit in beide richtingen.
De kandidaten die geselecteerd werden in de eerste drie oproepen tot beurzen zijn bijna allemaal (met uitzondering van enkele academische stafleden met een beurs voor mobiliteit van 1 maand) met hun mobiliteit begonnen in de loop van 2014 en 2015: uiterlijk op 31 december 2015. Alle stafmobiliteit (zowel degene die nog niet gestart is als degene geselecteerd in het kader van de vierde oproep) moet, overeenkomstig de instructies van EACEA, vòòr 14 juli 2017 beëindigd zijn.
In april 2014 diende Uppsala University (Zweden) als nieuwe coördinator, ter vervanging en met instemming van de UGent, een voorstel in voor een vijfde Lotus-project: Lotus+. Dit project werd toegekend in juli 2014 en loop af op 14 juli 2018. In totaal zijn er 198 beurzen voorzien in het Lotus+ project, 150 voor inkomende mobiliteit vanuit Zuidoost-Azië en 48 voor uitgaande mobiliteit vanuit Europa. In het kader van de eerste oproep tot beurzen, die werd afgesloten op 1 maart 2015, werden 190 beurzen toegekend. De kandidaten die in het kader van deze eerste oproep van Lotus+ geselecteerd werden, dienden hun mobiliteit te starten vóór 31 december 2015, met uitzondering van diegenen die een beurs kregen voor stafmobiliteit. Het project Lotus+ loopt nog tot 14 juli 2018 (www.lotus.UGent.be). Op 2 november 2015 werd een tweede oproep tot beurzen gelanceerd: enkel voor mobiliteit (op alle niveaus) van Europa naar Azië. Deze oproep zal worden afgesloten op 5 februari 2016 en de mobiliteit dient van start te gaan vòòr 31 december 2016.
Op 14 juli 2015 kwam er een officieel einde aan het Lotus II-project. Het coördinatieteam is nog steeds in afwachting van de finale feedback van de Europese Commissie in antwoord op het eindrapport van Lotus II dat in september 2015 werd ingediend.
De Lotus-projecten hebben nog steeds als doel op langere termijn de samenwerking tussen Europa en Zuidoost-Azië en China te promoten om uiteindelijk tot een duurzaam netwerk te komen met de betrokken landen uit het partnerschap. De drie Lotus-projecten die momenteel nog lopen bieden tevens de gelegenheid om uitwisseling te stimuleren op het vlak van universitair management, internationale relaties, nieuwe onderwijsmethodes en kennis voor ontwikkeling van opleidingsprogramma’s en zorgen er tevens voor dat de beurshouders door hun studies/onderzoek in het buitenland een hechte pool kunnen vormen van gekwalificeerde, ruimdenkende jonge mensen met een internationale ervaring.
6.3. UGent Branch campus project, Songdo, Zuid-Korea
De UGent bereidde in de periode 2009-2014 de opstart voor van een “extended” campus in Zuid-Korea Songdo. Vanaf 2014-2015 zijn daar 4-jarige bacheloropleidingen gestart in de domeinen voedingstechnologie, milieutechnologie en moleculaire biotechnologie die leiden tot een UGent-diploma. De opleidingen zijn geaccrediteerd door zowel NVAO als de Zuid-Koreaanse overheid. De opleidingen worden verzorgd door een permanente staf van ongeveer 35 personen die binnen de UGent, bij haar partners en internationaal gerekruteerd worden. Die permanente staf wordt aangevuld met een zogenaamde 'flying faculty', bestaande uit UGent-professoren die in vier weken durende modules telkens een vak zullen doceren. Het dagelijkse beheer van de Ghent University Global Campus is in handen van de nieuw opgerichte vzw Ghent University Korea. De vzw garandeert dat er geen Vlaamse onderwijsmiddelen gebruikt worden in Zuid-Korea en vice versa.
6.4. India Platform
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

  • Student- en expertoordelen

  • Dovnload 1.27 Mb.