Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


1 Beweging in beeld

Dovnload 69.67 Kb.

1 Beweging in beeld



Datum05.12.2018
Grootte69.67 Kb.

Dovnload 69.67 Kb.





Overal Natuurkunde 4 havo

Samenvatting



1 Beweging in beeld


Plaats

Om een beweging vast te leggen moet je voor verschillende tijdstippen de plaats van het voorwerp meten. Dat kan bij langzame bewegingen met stopwatch en meetlint of liniaal. Bij snelle bewegingen gebruik je een stroboscopische foto of een videometing.


Snelheid

Als de verbindingskoorde in de (x,t)-grafiek steil is, is de verplaatsing ∆x in het tijdsinterval ∆t groot. Het voorwerp heeft dan een grote gemiddelde snelheid.

Voor alle bewegingen geldt dat de snelheid op een bepaald tijdstip (momentane snelheid) gelijk is aan de steilheid van de raaklijn aan de (x,t)-grafiek op dat tijdstip.

Bij een horizontaal deel van een (x,t)-grafiek staat het voorwerp (even) stil.


Een beweging met constante snelheid noem je een eenparige beweging. De (x,t)-grafiek is dan een schuine, rechte lijn. De constante snelheid is gelijk aan de steilheid van deze lijn.
De verplaatsing is gelijk aan de oppervlakte onder een (v,t)-grafiek. Je bepaalt die oppervlakte met hokjes tellen of door af te schatten met een bekend meetkundig figuur.

In een (v,t)-diagram kun je de gemiddelde snelheid bepalen door een horizontale lijn op een zodanige hoogte te tekenen dat de oppervlakte onder de lijn even groot is als de oppervlakte erboven.


Versnelling

De versnelling a is de snelheidsverandering per tijdseenheid.

De versnelling is gelijk aan de steilheid van de (v,t)-grafiek.
De gemiddelde versnelling bepaal je met de steilheid van de verbindingskoorde in de (v,t)-grafiek.

De momentane versnelling is gelijk aan de steilheid van de raaklijn aan de (v,t)-grafiek op dat tijdstip.


Bij een eenparig versnelde beweging neemt de snelheid in gelijke tijdsintervallen steeds evenveel toe. De versnelling is dan constant en de (v,t)-grafiek is een schuine, rechte lijn.

Een vrije val is een val waarbij alleen de zwaartekracht werkt en geen tegenwerkende krachten. De vrije val is een eenparig

versnelde beweging met a = g.
Bij een vertraagde beweging neemt de snelheid af en is de versnelling tegengesteld gericht aan de snelheid.

Bij een worp omhoog is de snelheid omhoog gericht en de versnelling omlaag. Als alleen de zwaartekracht werkt, neemt (in Nederland) de snelheid iedere seconde af met 9,81 m/s.


Significante cijfers

Significante cijfers geven de nauwkeurigheid van een getal aan.

Nullen aan het eind of tussenin tellen mee in het aantal significante cijfers, nullen vooraan niet. Ook machten van 10 tellen niet mee.
• Bij vermenigvuldigen en delen geef je de uitkomst weer in het aantal significante cijfers van het gegeven met het kleinste aantal significante cijfers.

• Bij optellen en aftrekken geef je de uitkomst weer in het aantal decimalen van het gegeven met het kleinste aantal decimalen.

• Afronden doe je pas in de einduitkomst.
In de wetenschappelijke notatie geef je de berekende grootheid weer met een getal van 1 tot 10 met achter de komma de overige significante cijfers en daarachter weer de 10 macht.
Werken met formules

Als je een grootheid met een formule wilt berekenen, maak je die grootheid eerst vrij; de andere grootheden staan dan aan de andere kant van het = teken.


Wanneer tussen twee grootheden een recht evenredig verband bestaat, is de grafiek een schuine rechte lijn door de oorsprong. Bij de eenparige beweging geldt dat x ~ t met als evenredigheidsconstante de snelheid.

Voor de eenparig versnelde beweging geldt dat v ~ t met als evenredigheidsconstante de versnelling.


Bij een omgekeerd evenredig verband tussen twee grootheden is de grafiek een hyperbool.
De onafhankelijke variabele staat langs de horizontale as en de afhankelijke variabele langs de verticale as.

De grootheid die constant blijft is de controlevariabele.



Grootheden en eenheden

Een natuurkundige grootheid kun je meten. In een meting vergelijk je de grootheid met de bijbehorende afgesproken eenheid.


Er zijn zeven basisgrootheden met bijbehorende grondeenheden (tabel 3 Binas) waarin je alle andere eenheden kunt uitdrukken. Voorvoegsels (tabel 2 Binas) horen niet bij de grondeenheden, behalve bij de ‘kilogram’.
Je kunt SI-eenheden afleiden uit de grondeenheden. Je gebruikt bij dit afleiden een formule waarin de grootheid met de betreffende eenheid voorkomt. Omtrek, oppervlakte en het volume hebben een afgeleide eenheid van lengte.

Met behulp van tabel 5 uit Binas kun je eenheden omrekenen naar SI-eenheden.



x = x2x1

t = t2t1

vgem = ∆x / ∆t

x = s = vgem t

Eenparige beweging:

s = ∆x = vt

a = (∆v / ∆t)raaklijn

g = 9,81 m/s2

Natuurkundeformules

(tabel 35 Binas)

Y = cX en Y/X = c
x = v ∙ t
v = a ∙ t

Y ~ 1/X, Y = c/X en X ∙ Y = c

[grootheid] = eenheid




grootheid

eenheid




naam

symbool

naam

symbool




plaats van een voorwerp

x

meter

m




verplaatsing

x, s

meter

m




tijdsduur

t

seconde

s




gemiddelde snelheid

vgem

meter per seconde

m/s




snelheidstoename

v

meter per seconde

m/s




versnelling (m/s2)

a

meter per seconde kwadraat

m/s2




valversnelling

g

meter per seconde kwadraat

m/s2






© Noordhoff Uitgevers Overal Natuurkunde 4 havo Samenvatting hoofdstuk 1 Beweging in beeld

  • 1 Beweging in beeld
  • Significante cijfers
  • Werken met formules
  • Grootheden en eenheden

  • Dovnload 69.67 Kb.