Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


1. Bijbelen met groepen

Dovnload 296.67 Kb.

1. Bijbelen met groepen



Pagina1/6
Datum28.10.2017
Grootte296.67 Kb.

Dovnload 296.67 Kb.
  1   2   3   4   5   6

BIJBELEN …

‘Bijbelen’ is een werkwoord:


je moet het doen, het vraagt om actie en om leven. Een theoretische vorming over het hoe en

waarom van de bijbel is slechts een eerste stap die moet doorgroeien naar het beleven van de

bijbel.


1. Bijbelen met groepen
Hoe kan je bij kinderen, jongeren en jongvolwassenen een openheid creëren voor de bijbel? Hoe kan je met een groep mensen een namiddag samenkomen rond een bijbeltekst en alleman naar huis laten gaan, zeggende: ’Supernamiddag gehad!’? Vragen waar veel begeleiders mee zitten. Wanneer wordt er eens zoals in een kookboek geschreven wat nodig is: hoeveel personen er moeten zijn, welke stappen we eerst moeten zetten, hoe hoog de kamertemperatuur moet zijn, …? Zo’n kookboek kan hier niet aangeboden worden. Maar goed, durven we zelfs zeggen.
Beeld je in dat je op de nationale feestdag ’s avonds thuis komt. Je bent vergeten de dag voordien inkopen te doen. Je hebt dus weinig in huis. Toch moet er ook die avond eten op tafel verschijnen. Wat doe je? Je kijkt eens in de frigo. Je kijkt eens in de kasten. Wat heb je eerder toevallig nog liggen? Met de dingen die je op dat moment vindt, ga je aan de slag. Een kookboek helpt dan niet. Je improviseert een gerechtje. Het uiteindelijke resultaat mag er meestal best zijn en iedereen heeft het buikje rond gegeten.
Het avontuur dat begeleiders, catechisten en jongeren aangaan wanneer ze met de bijbel werken valt hiermee te vergelijken. Alvorens je van start gaat weet je vaak ook niet wat je in huis hebt. Je kan niet zelf kiezen welke jongeren of jongvolwassenen er naar je bijeenkomst komen en toch zal je met hen een weg moeten afleggen. Aan een kookboek, dat uitgaat van een theoretisch perfecte situatie, heb je in zo’n geval niet veel. Bijbelen is niet vast te leggen in procesmatige stappen, het is een werkwoord dat leeft. De bijbel komt slechts tot leven in de specifieke groep waarin hij gelezen en beleefd wordt. En hoewel je die groep niet zelf bepaalt, verlang je als begeleider toch dat ieder op het einde zijn buikje (lees: hartje) vol heeft kunnen eten.
Een eenduidig antwoord geven op de vraag, “Hoe kunnen we als begeleiders samen met jongeren en jongvolwassenen in de bijbel grasduinen?”, kan dus niet gegeven worden. Wel kunnen we enkele richtlijnen geven waar je als begeleider op moet letten. Dat kan je wederom vergelijken met koken. Er zijn enkele basistechnieken die je helpen alvorens je van start gaat: hoe kan je het best een aardappel schillen? Hoe houd je je mes het best vast? Hoe laat je water niet aankoken?…

1. De bijbel: … een knipoog van God

Alvorens met kinderen, jongeren of jonge ouders samen te komen rond bijbelse teksten of verhalen, is het goed dat ze bewust worden van de betekenis van de bijbel. Voor christenen is de bijbel meer dan louter een historisch boek, het is een levensboek. Een goede metafoor om de betekenis van de bijbel uit te leggen aan jongeren en jongvolwassenen is een knipoog.


Beeld je in dat je aan een feesttafel zit met al je familieleden; heel veel drukte en lawaai. Op het moment dat je naar je vriend(in) kijkt geeft hij of zij je een knipoog. Een klein gebaar, op zichzelf niet veel voorstellend, ’t duurt nauwelijks een fractie van een seconde … En toch, ’t is een gebaar dat blijft nazinderen. Het betekent dan ook zoveel als: ‘Ik weet dat je het te druk vindt hier en dat je liever rustig thuis zat.’ ‘Ik hou van jou.’ ‘Ik vind je een toffe!’ ‘Ik ben dicht bij je.’ ‘Ik leef met je mee.’
Een knipoog geeft iedereen zo nu en dan …maar je doet dat nooit zomaar. Je geeft een knipoog ook niet aan iedereen. Mensen die je niet kent geef je geen knipoog. Meer zelfs, als je een knipoog van een wildvreemd persoon krijgt, voelt dat vaak als een inbreuk op je eigen integriteit, als ongepast. Er wordt slechts geknipoogd naar vrienden en vriendinnen. Hij veronderstelt reeds vooraf een band tussen de twee personen. Het gaat nog verder want een knipoog is nooit gratuit. Hij veronderstelt een antwoord: een flauw glimlachje, een handkusje, een knipoog, noem maar op! Als je niet antwoordt dan krijgt de zender al snel het gevoel dat er iets mis is.
Erwin Roosen, leerkracht godsdienst aan de K.H.Limburg, schreef een boekje onder de titel: ‘Een knipoog van God’.i Hij gebruikt die titel als verwijzing naar de bijbel. De bijbel is als een knipoog van God, als iets dat Hij je wil toefluisteren en in je hart leggen. De bijbel als knipoog is ook een uitdaging om elke dag opnieuw antwoord te geven op die knipoog en stilaan op het spoor te komen van een oneindig lieve en tedere God.

De knipoog van God…
… is een treffende omschrijving van de betekenis van de bijbel in het leven van zoekende en gelovige jongeren.
… veronderstelt een relatie tussen God en de lezer van de bijbel. God geeft de bijbel als vriend(in) en richt zich daarbij tot ieder mens persoonlijk. De bijbel is niet zomaar een boek. Het is een geschenk van een Vriend, specifiek voor jou alleen.
… geeft de bijbel een funderende betekenis voor de relatie tussen God en de jongeren. Een knipoog bestendigt een relatie. Als er niet af en toe een teken van liefde is, dan neemt de intensiteit van een liefdesrelatie af. Een man knipoogt niet zomaar naar zijn vrouw. Iedere knipoog bevestigt en bestendigt de wederzijdse liefde.
… veronderstelt dat de bijbel een betekenis heeft. De bijbel is niet louter een geschiedkundig boek uit een langverleden cultuur. Het is doelgericht aan de mensen gegeven. Doorheen het lezen en beleven van de bijbel komen mensen op het spoor van God, wordt het mogelijk God in je eigen leven te ontdekken.

2. Harry Potter en het Boek der Wijzen

Harry Potter, de - nu reeds tot puber uitgegroeide - toversnaak uit Engeland kent iedereen. De vijf boeken die J.K. Rowling totnogtoe schreef werden verslonden door jong en oud. Het is wonderlijk hoe de hele wereld gefascineerd wordt door de fantasiewereld van de Engelse schrijfster…

En hoewel de boeken zeer goed zijn, is het eigenlijk vreemd dat de hele wereld in de ban van Harry Potter is. Jongeren en jongvolwassenen lezen vandaag namelijk nog maar heel weinig. De boekdrukkunst werd ooit onthaald als de grootste uitvinding aller tijden. Maar vandaag lijkt het in een vergeten hoekje gedrongen te zijn. In de multimediale samenleving hinkt het boek achterop …
De snelheid waarmee mensen kunnen communiceren op het internet kan geen enkele drukpers volgen.
De statische letters in boeken steken schril af tegen de flitsende beelden op JIMtv, TMF en MTV.
Film heeft het mogelijk gemaakt om je gedurende twee uur onder te dompelen in een verhaal, terwijl dat bij een boek een inspanning van minimum enkele dagen vraagt en het bij elke onderbreking wordt verstoord.
Harry Potter heeft er niet voor gezorgd dat jongeren en jongvolwassenen wereldwijd opnieuw zijn beginnen lezen. Dat maakt het er niet gemakkelijker op om met jongeren rond de bijbel te werken. De bijbel - het Boek der Wijze - is een boek en zou er dus baat bij hebben indien jongeren vandaag zouden lezen.
Wil dit zeggen dat jongeren de bijbel zouden lezen indien ze minder op beelden gericht waren? Met zekerheid kan je die vraag niet positief beantwoorden en toch … Als er een film uitkomt over een bijbels verhaal slaat hij steeds weer aan. ‘The prince of Egypt’ was een kaskraker en de film ‘The Passion’ van Mel Gibson is nog niet in de zalen en nu reeds berucht en/of beroemd. Bijbelse verhalen lijken mensen ook vandaag nog te inspireren op momenten dat ze ermee in contact komen...
Als begeleiders moeten we dus op zoek gaan naar wegen om jongeren in contact te brengen met bijbelse verhalen. Het is noodzakelijk om jonge christenen en zoekende jongeren in contact te brengen met de Schrift. Daarin en daardoor wordt het mogelijk God te ontdekken in het leven van elke dag.


3. Bijbels-balanceren: tussen voorzichtigheid en creativiteit

Als begeleider moet je steeds weer creatief zijn om jongeren en jongvolwassenen elke bijeenkomst weer te boeien en uit te dagen dieper te graven. Als je met de bijbel werkt, is het niet altijd gemakkelijk om een werkvorm of activiteit te bedenken. Het is altijd een balanceren, een evenwicht vinden tussen voorzichtigheid en creativiteit:





  • Voorzichtigheid:
    Het lijkt soms nodig om de bijbelse verhalen te actualiseren, hier en daar aan te passen, een woordje weg te laten, het slot meer tot een “happy-end” om te vormen … Toch is voorzichtigheid hierbij belangrijk. Gooi het oude niet zomaar helemaal weg, doe het samen en in overleg met anderen: een woord dat voor jou irrelevant lijkt, kan op anderen een diepe indruk maken. Kijk en luister ook naar wat er gebeurt, naar wat er wordt verteld, … Vaak zit er meer in een verhaal dan jij alleen kan zien of horen. Dit wil natuurlijk niet zeggen dat je moet vasthangen aan de letter van de Schrift, maar het betekent ook dat je niet moet dwepen met eigen interpretaties.




  • Creativiteit: wat je doet moet vanuit de groep komen en vanuit je eigen binnenste. Je kan slechts vertellen, getuigen en doen waarin je zelf gelooft. ‘Als er hier (verticaal, tussen God en mij) niets gebeurt, dan gebeurt er hier (horizontaal, tussen de voorganger en de gemeenschap) ook niets.’, zegt Nico Ter Linden. Daarenboven mag en kan je als begeleider heel creatief met de bijbel omgaan en hem toch zijn volle waarde laten behouden. Je kan er spelen mee bedenken, weekends mee uitwerken, …


4. Lasagne: een verhaal met drie lagen

Heb je ooit lasagne gegeten die bestond uit maar één laagje? Wellicht niet. En moest het toch zo zijn dan hou je er waarschijnlijk geen al te positieve herinneringen aan over. Een goede lasagne bestaat uit drie lagen: een laagje pasta, een laagje tomatensaus en een laagje kaassaus. Slechts die combinatie van de drie ingrediënten maken het geheel zo lekker dat je al de rest vergeet.


Als je met de bijbel werkt in een groep, dan is de bijbel als lasagne: opgebouwd uit drie laagjes.


  • Het eerste laagje: de bijbel is een verhaal over God, over Gods unieke komst doorheen menselijke ervaringen. De bijbel is de getuigenis van een volk en een groep mensen die de levende aanwezigheid van God in hun leven ervoeren en dit neerschreven opdat de ervaring vrucht zou kunnen dragen. Het Oude Testament is één lange getuigenis van mensen die God als reisgezel in hun leven aanwezig voelden. Het Nieuw Testament getuigt over het leven van Jezus en over zijn blijvende aanwezigheid onder en in de mensen na zijn verrijzenis. Die wezenlijk levende ervaring van Gods komst onder de mensen is het eerst laagje in onze bijbelse lasagne.

  • Het tweede laagje waaruit de bijbel is opgebouwd is het verhaal van de kerk, de catechist en de jongerenbegeleider. Het verhaal van de catechist, de begeleider en de kerk is een wezenlijk verhaal om thuis te komen in de bijbel. Dit laagje is eigenlijk een bindlaagje. Het helpt jongeren om hun persoonlijk levensverhaal te laten verbinden met het bijbelse verhaal. Het eerste laagje ‘Gods verhaal’ sluit niet automatisch aan bij het laagje ‘levensverhaal’. De bijbelse verhalen zijn niet alleen geschreven in een andere cultuur maar ook met een andere Godservaring en een andere theologie. De mensen die de bijbel schreven vertrekken vanuit de ervaring van een levende God die mensen voortdurend nabij is. Zo’n persoonlijke God is voor vele kinderen, jongeren en jongvolwassenen een vreemde ervaring. Dat kennen ze niet. Het getuigenis van de kerk, de begeleider en de catechist, die wel een dergelijke ervaring hebben, is dus van wezenlijk belang.

  • Het derde laagje dat een wezenlijk deel uitmaakt van de Schrift, is het levensverhaal van de kinderen, jongeren en jongvolwassenen uit de groep waarmee we op weg gaan. Natuurlijk is het niet zo dat iedereen een vijfde of een zesde evangelie moet schrijven. Wel is het zo dat het bijbelse verhaal vandaag verdergaat. ‘De bijbel groeit doorheen de lezer’, zei Gregorius de Grote ooit. Het eigen levensverhaal geeft medebetekenis aan de bijbelse verhalen.

Enkel door deze drie laagjes samen te voegen, wanneer je als begeleider met een groep op weg gaat doorheen bijbelse teksten, krijg je een geheel. Slechts door Gods verhaal en het levensverhaal samen te laten klinken, gaat God spreken voor jonge mensen vandaag. Laat je een laagje weg, dan ontbreekt er iets. Dan ervaar je een te kort. De bijbel is dus net als lasagne …




5. Drie klippen voor bijbelse pastoraal

Alsof het nog niet moeilijk genoeg is om met jongeren en de bijbel aan de slag te gaan, heeft elke bijbelse pastoraal op zichzelf al enkele struikelblokken. Tijdens de eerste vormingsavond maakten we al kennis met het moraliseren, historiseren, idealiseren en het letterlijk toepassen van bijbelverhalen. Nu willen we drie klippen aanhalen die in het bijzonder belangrijk zijn wanneer je de bijbel gebruikt in de begeleiding van groepen kinderen, jongeren en jongvolwassenen:


1. De bijbel aan flarden
Een eerste gevaar is dat we de bijbel lezen in flarden. Via de liturgie zijn we gewend aan de verbrokkeling van de bijbel in perikopen. Maar bij themavieringen is het nog erger. Men selecteert één bepaald onderdeeltje dat bij het thema past. Geen wonder dat steeds dezelfde teksten de revue passeren:

  • In elke bezinning over de vriendschap klinkt het hooglied van de liefde.

  • Voor wereldvrede is er Jezus’ reactie op het machtsmisbruik van de groten der aarde.

  • Op het vlak van migrantenzorg breekt de barmhartige Samaritaan alle records.

Echt bijbels kan je die benadering niet noemen, want je weet al op voorhand wat een bijbeltekst

‘moet’ zeggen. Echte lezing vergt een minimale context. Om God aan het woord te laten, kan men best een groter stuk aanhoren. Zo komt men ook beter de rode draad van de bijbel op het spoor. De eenheid doorheen alle meanders van Israëls grillige geschiedenis, is dat het steeds gaat over Gods verbond.

Je zou zelfs nog verder kunnen gaan en een heel bijbelboek als leidraad gebruiken tijdens een driedaagse, een kamp of een werkingsjaar. Waarom geen drie dagen op pad gaan met Jona? Waarom het verhaal van Ruth niet een jaar lang in je eigen werking exploreren? Je kan zowel je inhoudelijke als ontspannende activiteiten een plaats geven in het geheel …
2. De bijbel als versiering
Nauw verwant met de perikopenselectie is de functionele lezing van de Schrift. Men wil bijbelteksten laten functioneren in zijn eigen gedachten. De bijbel wordt dan een receptenboek. Men spreekt dan over God in functie van de mens. Een voorbeeld is de wijze waarop men vaak het Emmaüsverhaal leest: men keert zich ontmoedigd af. Jezus gaat dan incognito met die mensen mee. Hij weet te luisteren, hij heeft zoveel geduld, Hij laat hen helemaal uitspreken en Hij zegt niet wie Hij is. Als ze maar hun verdriet kunnen uiten, en ja hoor, gaandeweg vatten de leerlingen weer moed en ze keren vol vreugde naar hun vrienden in Jeruzalem terug.

Een dergelijke parafrase is vlot maar niet onschuldig. Ze is duidelijk functioneel: ze staat in functie van een bepaalde visie: je moet je inleven in de wereld van de mensen en dus mag je niet te snel met geloof afkomen. Die lezing is niet fout in wat ze zegt. Ze is wel fout in wat ze verzwijgt: Lucas zegt nog veel meer: Jezus onthult zich in het breken van het brood; bovendien vertelt Hij hen over de Schriften. Jezus leert ons iets over echte gastvrijheid: mensen verwelkomen zoals ze zijn en luisteren. Maar de kamer waar je ontvangen wordt, zegt ook veel over wie de gast is en je leert hem/haar kennen.




3. De bijbel in wetenschappelijke handen
Wat is verliefdheid? Je kan op deze vraag twee verschillende antwoorden geven. Ten eerste: je bent verliefd wanneer je vlinders in je buik voelt. Ten tweede: verliefdheid is het aanmaken van fenylketonerie door de hersenen, een chemische stof die je een gevoel van gelukzaligheid bezorgt. Beide zijn waar, maar welk spreekt jou het meest aan?
Ook een al te academische aanpak kan je belemmeren de bijbel te zien als Gods Woord. Men overdondert je dan met allerlei exegetische, psychologische, historische en filologische wetenswaardigheden, waardoor geen ruimte meer overblijft voor de levende boodschap van de tekst zelf. Die weetjes zijn ongetwijfeld een hulp, maar nooit een doel op zich. Het doel blijft dat je de band tussen bijbel en leven ziet: een levensbetrokken lezing dus. De eerste vormingsavond moet je dus nooit zomaar herhalen in de groep die je begeleidt. Hij is interessant voor hen die meer interesse tonen. De tweede vormingsavond was centraal, namelijk de betekenis van de bijbel in het leven van christenen.
Naar: L. AERTS. Nieuwkomers bij de bron. 2003
6. Met de bijbel aan de slag …

In wat volgt vind je verschillende werkvormen die je in een groep kan gebruiken om rond bijbelverhalen te werken. Ieder werkvorm heeft zowel zijn sterktes als zijn zwaktes. Toch kan er een globaal onderscheid gemaakt worden tussen:




  1. Spel-werkvormen: op eenvoudige speelse manier de diepte van de tekst ontdekken. Dit soort werkvormen maakt jongeren vertrouwd met het - voor hun vaak vreemde – boek.

  2. Diepere lezing: de 3X3-methode, bibliodrama, … gaan een stuk verder dan de spel-werkvormen. Tijdens de eerste twee vormingsavonden werden deze twee methoden reeds proefondervindelijk op de som genomen. Ze veronderstellen dat er reeds een vertrouwdheid is met de bijbel, dat de eerste angst om ermee te werken al overboord gegooid is. De werkvormen varen dieper, ze willen Gods Woord op het spoor komen in de tekst en in de deelnemers hun eigen leven. Er kunnen in het algemeen drie stappen worden onderscheiden in een dergelijke werkvorm:

    1. Lezen > wat zegt de tekst?

    2. Op allerlei manieren overwegen > Wat zegt God doorheen de tekst?

    3. Gebed > Wat is mijn antwoord?



2. BIJBELEN met WERKVORMEN

uitleg iconen



Algemene informatie



Variatie op de werkvorm



Uitleg van de werkvorm



verwijzing naar een bijbeltekst



Hoe lang duurt het



Benodigdheden



Geschikte groepsgrootte








  1. Verhalen vertellen


Mensen vertellen elkaar verhalen. Verhalen willen verteld worden, telkens opnieuw voor mensen in andere situaties. Wat maar één keer verteld wordt, is nooit waar geweest, was nooit een werkelijk

en werkzaam gebeuren. Het is een anekdote, een nieuwtje, een aardigheidje, maar geen verhaal.

Elk echt gebeuren draagt zaad van toekomst in zich, het ontkiemt en groeit, vestigt zijn wortels

dieper in de grond van het verleden en strekt zijn takken hoger in de lucht van de toekomst. Geen

mens en geen verhaal blijven een dag lang hetzelfde. Verhalen leven, veranderen, groeien mee met

de mensen en hun lotgevallen. Het oude verhaal wordt nieuw, telkens verrijkt met wat wij geworden zijn. Een oud verhaal kan mijn levenservaring uitspreken.


De echte luisteraar begrijpt het verhaal niet als informatie over een gebeuren, maar neemt het over als een gebeuren, op zo’n manier dat hij het als een eigen gebeuren kan reproduceren. Het is het verhaal op je eigen leven leggen.
Nico Ter Linden werd de jongste jaren beroemd met zijn boekenreeks ‘Het verhaal gaat…’. In zijn boeken tracht hij bijbelse teksten opnieuw hun verhaalkarakter te geven. Het lijkt alsof we vergeten zijn dat de bijbel een groot verhalenboek is: verhalen die getuigen over God en spreken over het leven van mensen. Nico Ter Linden wil die ervaring opnieuw naar boven halen want de verhalen van de bijbel zijn verhalen die niet sterven. Ze verliezen hun geladenheid niet. Hun

figuren en gestalten zijn van alle tijden. De ruimte waarin deze mensen omgaan, zoeken, worstelen

en uiteindelijk zegen vinden, dat is de ruimte waarin ook wij ademen en bewegen. Bovendien staan

zo’n verhalen open naar alle kanten, er is meer dan één interpretatie denkbaar, er zijn vele

inlevingsmogelijkheden. Het lijkt erop dat juist zulke open verhalen het langst leven: het samengaan van herkenbaarheid en geheimzinnigheid maakt dat ze blijven boeien. Ze slaan aan, de vonk slaat over naar de hoorders die op hun beurt vertellers worden. Altijd weer iemand die zegt: ‘Ja, dat is het. Dat ben ik.’ En hij neemt de draad op en begint: ‘Abraham, mijn vader…’

Het verhaal is geen omweg om ons een zedenles te geven, al doet het dit ook. Het verhaal horen betekent ook het verhaal in praktijk brengen. Van hoorders, daders van het woord worden. Verhalen vertellen is niet vrijblijvend. Vertellen is praktijk.


De kracht van een verhaal: ‘Waarom bezit een verhaal zo’n kracht en weet het mensen zo aan te pakken?’ Dat vroeg men aan rabbi Jacob ben Wolf Kranz (1741-1804), de vermaarde verhalenverteller van Doebno. Hij antwoordde daarop met een verhaal:
Eens trok de Waarheid door de wereld. Geheel naakt. Niemand wilde hem in zijn huis toelaten. Wie

hem tegenkwam, vluchtte verschrikt weg. De Waarheid ging gebukt onder zijn verdriet. Op een

dag liep hij het Verhaal tegen het lijf. Het Verhaal zag er prachtig uit in zijn schitterende bonte

gewaad. Het Verhaal zag de Waarheid en vroeg: ‘Zeg mij, meester, waarom loop je zo gebogen?’

‘Het gaat slecht met mij, broeder’, antwoordde de Waarheid, ‘ik ben oud, zeer oud, en niemand wil

iets met mij te maken hebben.’ ‘Ik ben ook oud’, zei het Verhaal, ‘zeer oud, maar hoe ouder ik word,

des te meer gaan de mensen van mij houden. Dus daar kan het niet aan liggen. Ik zal u een geheim

vertellen, meester, een geheim over de mensen. Zij houden alleen van dingen die versierd en

vermomd zijn. Ik zal u kleren als de mijne lenen en dan zult u zien dat de mensen evenveel van u als

van mij houden.’ Vanaf die tijd gaan de Waarheid en het Verhaal hand in hand en de mensen houden

van hen allebei.

Uit J.ZEVIN. The parables and the Teacher of Doubno. 1995, 25 (geciteerd in JOTA, oktober 1997, 9.)






Leeftijd

  • Van O tot 100 jaar






Benodigdheden

  • Papier en pen

  • Kleurpotloden, verf, …






Uitleg van de werkvorm


1. Eindredacteur…

Vertel aan de jongeren een verhaal uit de bijbel. Zeg vervolgens aan de jongeren en jongvolwassenen dat zij eindredacteurs zijn van een grote uitgeverij. Het verhaal dat ze zonet hoorden gaat uitgegeven worden in boekvorm. Als eindredacteur moet iedere jongere een titel bedenken voor het boek en een kaft ontwerpen. Belangrijk daarbij is dat zowel de titel als de kaft iets moeten prijsgeven van de inhoud van het verhaal.


Wanneer alle jongeren het verhaal op deze manier hebben verwerkt, zet iedereen zich in een kring en verklaart de gekozen titel en het ontwerp van de kaft. Van hieruit kan er een gesprek worden gevoerd over het bijbelverhaal.
2. Schrijf een biografie…

Lees aan de jongeren een bijbelverhaal voor waarin er duidelijk een bepaald persoon naar voren komt. Laat de jongeren na het voorlezen van het verhaal zelf de rest van het leven van een bepaald personage neerschrijven. In het groepsgesprek achteraf zal blijken dat iedereen een verschillende levensloop heeft uitgetekend. Waarom werden bepaalde keuzes gemaakt? Wat zegt dat over onszelf?

Mogelijke verhalen en personages: - Zacheüs Lc. 19,1-10

- Bartimeüs Mc. 10, 46-52


- De gestenigde vrouw Joh. 8, 1-11
- Lazarus Joh. 11, 1-46
- De jongen met de vijf broden en de twee vissen Mt. 14, 13-21
- De jongeling die bedroefd naar huis gaat Mt. 19, 16-30




Literatuur-tips

Nico Ter Linden, Het verhaal gaat …(6 delen), Uitgeverij Balans, 2003.



Bart Moeyaert, De Schepping, Querido, 2003.

  1. Spelen met Woorden






Leeftijd

  • vanaf 12 jaar






Benodigdheden

  • doeken in verschillende kleuren blauw (van licht naar donker)

  • klei






Uitleg van de werkvorm

Verhaal: vb. “De lamme van Betsaïda” : Joh.5, 1-9

Eerst lezen we het verhaal. Daarna verkennen we enkele woorden.
water

Voorzie allerlei doeken van verschillende soorten en kleuren, gaande van blauw over groen, tot

wit en zwart… We zullen met alle deelnemers het (water)bad maken. Ieder neemt een doek, gaat

op het speelvlak staan en zegt iets als water. Door op het speelvlak te komen, neemt men de rol

op zich.

Bvb: “Ik ben het zwarte water, heel diep ben ik. Pas als dit diepe in beroering komt, kom ik tot

genezing.” of “Ik ben het schuim op het water, ik verzacht de aanraking, de pijn.” en “ Ik ben het

bewegende water. Met mijn beweging zet ik steeds andere mensen in beweging. Ik werk aanste-kelijk.” Bij het verlaten van het speelveld, leg je je rol af en word je terug Bart, Hilde, Ilse … jezelf

dus.
sta op … en loop

Heb je ooit al eens gezien hoe een klein kind komt tot opstaan en lopen? Het duurt een jaar of

soms nog meer. Heb je al eens geprobeerd om dit in een begeleidende oefening te verkennen?

Liggen - iets willen nemen - spartelen met armen en benen - wiegen - draaien - terugdraaien -grijpen,

al bewegend - kruipen - zich optrekken - rechtstaan - vallen - rechtop al schuivend -stappen

terwijl je iets vasthoudt - gaan.


lam … gebrekkig

Met heel de groep staan we stil bij deze twee woorden. Wat roepen ze allemaal op? We brainstormen

en de begeleider noteert alle woorden. Ieder kiest een woord uit heel het gamma. Elke deelnemer

krijgt een stuk klei en maakt dit woord visueel. Ieder geeft zijn werk een naam. In stilte worden

alle kleiwerkjes bekeken. De deelnemers vertellen wat ze zien. Dan vertelt de maker wat hij erin

gelegd heeft. Vervolgens zegt iemand van de groep tot de maker en zijn werkje: “ Wil je gezond

worden? Sta op, neem je bed op en loop.” De maker krijgt dan de kans om iets aan zijn werkstuk

te veranderen. En zo krijgen heel vaak de werkjes perspectief. Ze komen open, ze krijgen leven.



  1   2   3   4   5   6

  • 2. Harry Potter en het Boek der Wijzen
  • 3. Bijbels-balanceren: tussen voorzichtigheid en creativiteit
  • 4. Lasagne: een verhaal met drie lagen
  • 5. Drie klippen voor bijbelse pastoraal
  • 6. Met de bijbel aan de slag …

  • Dovnload 296.67 Kb.