Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


1. Geschiedenis Korte inhoud

Dovnload 267.58 Kb.

1. Geschiedenis Korte inhoud



Datum02.01.2019
Grootte267.58 Kb.

Dovnload 267.58 Kb.

1. Geschiedenis

Korte inhoud

Na een periode van trans- en regressies van de Noordzee (opstapeling sediment) en tijdens de ijstijden (uitschuring sediment) ontstond het Vlaamse riviernetwerk, genaamd de Vlaamse Vallei. Tijdens de laatste ijstijd werd de monding van het riviernetwerk in de Noordzee afgedamd, de afwatering in de Vlaamse Vallei verandert. De loop van de rivier gaat zich naar het noordwesten richten en stroomt voorbij Antwerpen naar het noorden om uit te monden in de gemeenschappelijke valei van Rijn en Maas. Van Ooster- en Westerschelde was nog geen sprake.



De voorloper van de huidige Oosterschelde ontstond ongeveer 7000 jaar geleden. Oorspronkelijk waterde de Schelde af via de Oosterschelde. Deze bleef de voornaamste toegangsgeul naar Antwerpen tot de 15de eeuw. Vanaf enkele eeuwen voor onze tijdsrekening ontstonden er zeegaten, ondermeer een klein getijdenzeegat dat zich later ontwikkelde tot de Westerschelde. De volgende eeuwen zal de getijdenwerking toenemen en de Westerschelde verbreden en verdiepen. De Oosterschelde verloor nadien in belang. De verbinding tussen beide gaat verzanden.

De voorbije twee eeuwen werden er steeds meer infrastructuurwerken uitgevoerd. Ze wijzigen het uitzicht en de eigenheid van de Schelde drastisch.




    1. Zeer lang geleden stroomden Leie, Schelde, Dender, Rupel, Nete en Demer via Gent naar de Noordzee.

    2. De loopverlegging van Rupel en Schelde in oostelijke richting

    3. Ontstaan van de Oosterschelde en Westerschelde

    4. Invening en inpolderingen door de mens

    5. Vanaf 1850: rechttrekking, kanalisering en verdieping (baggerwerken) door de mens


1.1 Zeer lang geleden stroomden Leie, Schelde, Dender, Rupel, Nete en Demer via Gent naar de Noordzee (zie figuur)

In het tertiair tijdperk (65 tot 1,7 miljoen jaar geleden) vonden er langs de West-Europese kust voortdurend trans- en regressies (overstroming en terugtrekking) van de zee plaats. Dikke pakketten van klei en zand werden afgezet en stapelden zich op. Na het terugtrekken van de laatste tertiare zee werden deze afzettingen door de rivieren uitgeschuurd.

Tijdens de ijstijden in het kwartair (minder dan 1,7 miljoen jaar geleden) waren de uitschuringen nog dieper (het waterpeil was toen veel lager dan nu) en ontstond er een rivierennet, dat men de Vlaamse vallei (400.000-800.000 jaar geleden) heeft genoemd.

Al het water van onze streken stroomde via een trechter (30 km breed) rechtstreeks in de Noordzee. Deze trechter werd gevormd door twee heuvelruggen. Ten zuiden de heuvelrug Zomergem/Oedelem/ Brugge. Ten noorden de heuvelrug (cuesta) van Boom en het Land van Waas. De Rupel was de hoofdrivier en werd vervoegd door de Schelde ter hoogte van Gent. Samen stroomden ze naar de Noordzee.



1.2 De loopverlegging van Rupel en Schelde in oostelijke richting (zie figuur)

Tijdens de laatste ijstijd (42.000-15.000 jaar geleden) werd het noordelijk gedeelte van de Vlaamse Vallei geleidelijk afgedamd door 3 tot 4m hoge opgewaaide zandruggen en krijgen de rivieren het moeilijk de Noordzee te bereiken.

Op het einde van de laatste ijstijd brak de Rupel door de cuesta van Boom en via Hoboken bereikte de rivier Antwerpen. Durme, Schelde en Leie voegden zich bij de Rupel. De afwatering in de Vlaamse vallei verandert. De loop van de rivier gaat zich hierdoor naar het noordwesten richten en de Schelde evolueert van een verwilderde naar een meanderende rivier die duidelijk sporen achterlaat in het landschap.

De rivier stroomde voorbij Antwerpen naar het noorden om uit te monden in de gemeenschappelijk valei van Rijn en Maas. Van Ooster- en Westerschelde was nog geen sprake.

Als gevolg van een klimaatswijziging veranderde het open landschap in gesloten bos. In de Benedenschelde werd de getijdenwerking licht.

1.3 Ontstaan van de Oosterschelde en Westerschelde

De voorloper van de huidige Oosterschelde ontstond ongeveer 7000 jaar geleden. Een getijdengeul maakte contact met de noordwaarts stromende Schelde, een kleine kronkelende veenrivier, slechts 100m breed en 7m diep. Tijdens de laatste steentijd, 5800 jaar geleden, begon de mens met de ontginning van het bos. Met bodemerosie en veenvorming als gevolg. In de Romeinse periode was Zeeland een groot veengebied, afgeschermd door strandwallen.

In de metaaltijden (Brons- en Ijzertijd; resp. 3000 tot 800 v.C. en 800 v.C. tot jaar 0) krijgt de Schelde ook een religieuze functie: er ontstaat een ritus waarbij kostbare voorwerpen in de rivier worden geworpen als teken van status en macht.



Oorspronkelijk waterde de Schelde af via de Oosterschelde. Deze bleef de voornaamste toegangsgeul naar Antwerpen tot de 15de eeuw. Een sterke getijslag in De Honte1 zorgde via enkele bressen voor een verbinding tussen de De Honte en Schelde. Er ontstaan zeegaten, ondermeer een klein getijdenzeegat dat zich later ontwikkelde tot de Westerschelde.

De volgende eeuwen zal de getijdenwerking toenemen en de Westerschelde wordt verbreed en verdiept. De Oosterschelde verloor nadien in belang. De verbinding tussen beide gaat verzanden.

1.4 Invening en inpolderingen door de mens

Bij het begin van onze tijdrekening zoekt de Schelde een nieuwe bedding. In de Romeinse tijd wordt ze een verkeersader. In de vroege Middeleeuwen gebeurt de kerstening vanuit het zuiden, via de rivier. Vanaf de 6de eeuw ontstaan de grote middeleeuwse ontginningen. Enkele eeuwen later leggen de Noormannen hetzelfde traject af, maar dan in omgekeerde richting.



Vanaf 843 – het verdrag van Verdun – vormt de Schelde de grens tussen Frankrijk en het Duitse rijk. Ename, Valenciennes en Antwerpen ontstaan als grensversterkingen. Na 1100 begint de mens de rivier in te dijken en het land in te polderen. De natuur zelf door het uitschuren en de mens door de bedijking veroorzaken een toenemende getijdenwerking. In de 12de en 13de eeuw zijn er, door de sterke getijdenwerking én het ingrijpen van de mens, dijkdoorbraken en overstromingen. Dit zorgde voor een verandering van de rivierloop. Goed gekend voorbeeld is de doorbraak van de Schelde ter hoogte van Weert in de 13de eeuw.

Heel dikwijls moesten ontveende gebieden die daarna in weiland-akkergronden (zelfs bebouwd) werden omgezet, teruggeven worden aan het water. De verdronken landen in Ooster- en Westerschelde zijn talrijk. Daarenboven werden in de 16de eeuw, om militaire redenen (Spaanse oorlogen), de dijken soms doorbroken. Het overstroomde ingepolderde gebied bij Saeftinghe zou niet meer hersteld worden.

1.5 Vanaf 1850: rechttrekking, kanalisering en verdieping (baggerwerken) door de mens

De voorbije twee eeuwen worden er steeds meer infrastructuurwerken uitgevoerd. Ze wijzigen het uitzicht en de eigenheid van de Schelde drastisch.

In 1877 werd gestart met de rechttrekking van de kaaimuren in Antwerpen. Veel meanders werden kunstmatig afgesneden. De bedding van de Schelde werd verdiept zodat de getijdenwerking stroomopwaarts verschuift. Tot 1930 lag de hoogste waterstand nog tot Antwerpen, nu ter hoogte van Rupelmonde. Na de stormvloeden van 1953 en 1976 werden het Deltaplan (Nederland) en het Sigmaplan (België) uitgevoerd.

Tegen het midden van de 20ste eeuw lijkt de rivier biologisch dood, maar gelukkig begint de natuur zich te herstellen… .



Figuur.1: Broothaers, L., Geologie van Vlaanderen. Een schets., Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, p.10



www.lne.be/themas/natuurlijke-rijkdommen/pdf/geologieSchets.pdf

1 De Honte: een deel van het estuarium dat overeenkomt met de huidige Westerschelde ter hoogte van Terneuzen


Fiche Zeeschelde voorjaar 2009

  • Oosterschelde
  • Westerschelde.

  • Dovnload 267.58 Kb.