Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


1 in de ronde (cd) 3 2 kampvuur (canon) (cd) 3

Dovnload 72.57 Kb.

1 in de ronde (cd) 3 2 kampvuur (canon) (cd) 3



Datum12.03.2017
Grootte72.57 Kb.

Dovnload 72.57 Kb.

Sint Willibrordusscouts

Neerpelt


Zangboekje



1 in de ronde (cd) 3

2 kampvuur (canon) (cd) 3

3 woudloperslied (cd) 4

4 heimatland adee (cd) 4

5 en ‘s avonds (cd) 5

6 sta in de morgen (cd) 5

7 er is ham in de tent (cd) 6

8 de scout dat is een jongen (cd) 6

9 jubellied (cd) 6

10 zingen is een ding (cd) 7

11 lustig is het verkennersleven (cd) 7

12 zeeroverslied (cd) 8

13 zwartbruin is de hazelnoot (cd) 8

14 op terugkomst van de horde (cd) 9

15 beloftelied (cd) 9

16 patrouilleleiderslied (cd) 10

17 welkom broeders (cd) 10

18 ohé kameraad (cd) 10

19 heimwee doet ons hart verlangen (cd) 11

20 pak al je zorgen (cd) 11

21 avondlied (cd) 12

22 vaarwellied (cd) 12

23 van de Stiene Brug tot oan de Roeie Pier (tekst: Flor Claesen) 13

24 Nèrpelt ligt oan de Dommel (tekst: Joz Lehaen) 14

25 hoeg boven Nèrpelts daaken (tekst: Flor Claesen) 15

26 kempenland 16

27 Limburgs volkslied 17

28 denkt gij nog daaraan 17

29 kamperen 18

30 if you’re happy 18

31 tya ya tya ya 19

32 my bonny 19





1in de ronde (cd)

Vrienden, kom zit neder in de ronde

en genieten wij van deze stonde.

Al te samen opgewekt en blij,

schuif wat dichter, dichter, dichter, dichter bij. (2X)
Denk niet meer aan al die droeve dagen

met hun storm en wind en regenvlagen.

Want de winter is al lang voorbij,

schuif wat dichter, dichter, dichter, dichter bij. (2X)


Zie de zon is weer in ‘t land gekomen

en we mogen al te samen dromen.

Van de zomer en de blijde mei,

schuif wat dichter, dichter, dichter, dichter bij. (2X)


Waar gij later allen moge varen

blijf in ‘t harte trouw de eed bewaren.

Ga in ‘t leven altijd zij aan zij,

schuif wat dichter, dichter, dichter, dichter bij. (2X)




2kampvuur (canon) (cd)

Hoor je ‘t zingen van het vuur

in het vredig avonduur ?

‘t Zijn de vlammen die ons zeggen:

“wees verheugd en toon je vreugd.”


3woudloperslied (cd)

We voelen ons thuis in de wijde natuur

waar de heid’ en de spar heerlijk geurt.

Als ‘s morgens de zon door de nevelen scheurt

of ‘s avonds de wolkenrand kleurt.
Refr. Kom, kom naar het kamp waar het woudlopersleven u wacht.

Daar maakt gij u sterk voor het komende werk

dat de roep van het dienen u bracht.
We voelen ons thuis bij het laaiende vuur

als de nacht spreekt zijn wondere taal.

Dan voelt gij de band als een helpende hand

in de strijd voor eenzelfd’ ideaal.




4heimatland adee (cd)

Wij stappen lustig door het land, heimatland adee.

De lucht is blauw en met de hand wuiven wij adee.

De bomen staan in morgengloed

en krachtig stuwt ons jonge bloed.

Lalalala lalala mijn Vlaams geboortegrond. (2X)


Gegroet mijn stad, gegroet mijn land, heimatland adee.

Ge zijt mijn trots, geen mensenhand scheidt ons ooit adee.

Op vreemde bodem elken stond

draagt u mijn hart de wereld rond.

Lalalala lalala mijn Vlaams geboortegrond. (2X)


5en ‘s avonds (cd)



Refr. En ‘s avonds en ‘s avonds en ‘s avonds is het goed. (2X)
En ‘s avonds hebben we geld bij hopen

en ‘s morgens geen om brood te kopen.

En ‘s avonds en ‘s avonds en ‘s avonds is het goed.
En ‘s avonds zouden we geerne trouwen

en ‘s morgens nuchter vroeg berouwen.

En ‘s avonds en ‘s avonds en ‘s avonds is het goed.
En ‘s avonds zullen we koeken bakken

en ‘s morgens tegen uw oren plakken.

En ‘s avonds en ‘s avonds en ‘s avonds is het goed.


6sta in de morgen (cd)

Sta in de morgen, de lach op ‘t gelaat,

sterk voor uw volk, fris voor uw taak.

Draag in de morgen het lichtend gelaat,

over uw volk, over uw taak.
Refr. Groot zult gij zijn in het rijzend gebouw. (2X)

Rots in uw eer,

reus in uw trouw.
Sta in de dag, met de zon op ‘t gelaat,

sterk voor uw volk, fris voor uw taak.

Stel met uw broeders de dienende dood,

bouw voor uw volk, bouw voor uw taak.


Sta in de avond, de vree op ‘t gelaat,

zing voor uw volk, zing voor uw taak.

Voel dat ge weer in de wereld bestaat,

één met uw volk, één met uw taak.



7er is ham in de tent (cd)

Er is ham, ham voor op de boterham

in de tent (4X)

Er is ham, ham voor op de boterham

in de fouragemeesterstent.
Refr. Dat wist ik niet en bovendien

dat kon ik zonder bril niet zien. (2X)
Er is bier, bier, voor onze aalmoezenier...

Er is spek, spek, voor onze lekkerbek...

Er is kaas, kaas, zo oud als Sinterklaas...

Er is soep, soep, voor heel de hongertroep...

Er is cake, cake, althans wat er op leek...

Er is sap, sap, voor in de griesmeelpap...




8de scout dat is een jongen (cd)

De scout dat is een jongen, gezond en wel tevree,

die zingt uit volle longen, met al zijn makkers mee.
Refr. En onze leuze klinkt: “wees vaardig !”

want het leven is een strijd.

Ja, we vinden het leven aardig

en evenwel zijn wij bereid.
Natuur is onze woning, daar gaan we hand in hand.

Ten strijd van Kristus Koning, voor God en vaderland.




9jubellied (cd)

Laat uw felle vaandels zwaaien

spiespunt op het groene veld.

Laat het fiere lied weerklinken

dat uw idealen meldt.

Geboren uit droom van ‘t verleden

gegroeid tot de welige daad.

Zo staat in ‘t vaandel geweven. (2X)

De juichende leus: “Weest paraat” .(2X)

10zingen is een ding (cd)



Refr. Zingen is een ding, dat houdt de mensen flink.

Zingen is een ding dat ons bijeenhoudt.

Al zijn we nog zo oud en al zoveel jaren scout.

Zingen is een ding dat ons bijeenhoudt.
Bij ‘t kraaien van de haan, stappen we langs de baan.

De knapzak op de rug en blote knieën.

We zoeken in het bos naar het mooiste plekje mos.

Intussen zingen wij er lustig op los.


En rond het middaguur staan de pottekes op het vuur,

en liggen de kotelettekes te braaien.

Gebeurt het in passant staat de hele boel in brand.

Dan scheppen we ‘t diner maar onder ‘t zand.




11lustig is het verkennersleven (cd)

Lustig is het verkennersleven, faria.

Niemand kan ons iets beters geven, faria.

Lustig is het in Gods natuur,

waar wij gaan op avontuur, faria...
Lustig is het verkennersleven, faria.

Niemand kan ons iets beters geven, faria.

Met de glimlach staan wij zo klaar,

nooit bijna, om het even waar, faria...



12zeeroverslied (cd)

De machtigste koning van storm en van wind

is de arend geweldig en groot.

De vogels zij sidderen en beven van angst

voor zijn snavel en klauwende poot.

Als de leeuw verheft zijn gebrul des nachts

dan verschrikt hij de dieren ter wereld.

Ja, we zijn de heersers der aarde, de koningen van de zee.


Refr. Tiralala, tiralala, tiralala, tiralala, hoi hoi.

Ja, we zijn de heersers der aarde, de koningen van de zee.
Verschijnt er een schip op de oceaan

dan juichen wij luid en wild.

Ons trotse schip als een pijl uit een boog

vliegt terstond door de wateren zilt.

De koopman wordt bang en hij siddert van angst

de matrozen verwensen die dag.

Ja, we zijn de heersers der aarde, de koningen van de zee.
Wij werpen ons op het vijandelijk schip

als een weggeslingerde speer.

Kanonnen dreunen, het geweer knalt rondom

en de enterbijl hakt keer op keer.

En reeds zinkt de vlag van de vijand omlaag

overwinningsgeroep klinkt alom.

Ja, we zijn de heersers der aarde, de koningen van de zee.


13zwartbruin is de hazelnoot (cd)

Zwartbruin is de hazelnoot

zwartbruin ook ben ik, ja ik.

Zwartbruin moet eenieder zijn

ieder zijn als ik.

Falderieee joepi joepi jee tiralala

falderieee joepi joepi jee tiralala. (2X)

Joepi joepi jee tiralala...



14op terugkomst van de horde (cd)

Op terugkomst van de horde, djing boem tiralala.

Op terugkomst van de horde, was ik vermoeid voor twee, ohee, ohee.
Refr. Djing boem boem, tiralala, rikiki en raplapla. (2X)
Ik kwam voorbij een vijver, djing boem tiralala.

Ik kwam voorbij een vijver, en oh wat zag ik daar, ohee, ohee.


De vissen die nu riepen, djing boem tiralala.

De vissen die nu riepen, kom zwem toch met ons mee, ohee, ohee.




15beloftelied (cd)

Wij hebben U, o Jezus

plechtig beloofd

U altijd te erkennen

als opperhoofd.
Refr. Geef dat w’U minnen zouden

steeds meer en meer.

Help ons belofte houden

Jezus, onze Heer.
Wij hebben het gezworen

dat gij steeds zoudt

ons hoofd en leider wezen

als opperscout.


Wij zullen gans ons leven

lijk gij ‘t geboodt

U volgen en U dienen

tot aan ons dood.



16patrouilleleiderslied (cd)

Patrouilleleiders komen getreden

verbonden door eenzelfde wet.

Wij willen een spoorteken wezen

een spoor dat de anderen redt. (2X)

En daarom reik mij uw hand kameraden

zo gaan we tesamen vooraan.

Dan mag u de wereld verraden

ons vriendschap blijft eeuwig bestaan.


17welkom broeders (cd)

Welkom broeders, welkom broeders, welkom broeders,

gij allen hier vergaard.

Kom en laat ons zingen gaan, zingen gaan, zingen gaan.

Kom en laat ons zingen gaan, dra komt ‘t afscheid aan.


18ohé kameraad (cd)

Trek aan de riemen wij varen

flink op de maat van ons lied.

Klieft onze boot door de baren,

weg alle zorgen en verdriet !
Refr. Ohé kameraad (2X)

vaar mee kameraad. (2X)

De zeilen, haal op, haal op,

de vlag in de top, in de top !
Zijn wij niet jong en vol leven,

wij vrezen regen noch zon.

Stormen zij doen ons niet beven,

‘t druipende nat: “ ‘k lach erom! ”


Dreigen de stormen van ‘t leven,

vikings dan goed opgelet.

Volgt het parool u gegeven,

‘t klinkt: “sta ja man, sta je wet!”



19heimwee doet ons hart verlangen (cd)

Heimwee doet ons hart verlangen

naar de heimat onzer jeugd,

naar de bronzen klokkenzangen,

zwaar van rouw of hel van vreugd.

Zangen uit de oude toren,

hij die waakt en verre schouwt,

over ‘t dorpje droomverloren

kronk’lend aan zijn voet gebouwd.
Heimwee doet ons hart verlangen

naar de geur van brem en hei,

naar de weiden, mist-omhangen,

op een morgen in de mei.

Heimwee naar het blonde koren,

naar het dennenbos vol peis,

naar de vennen, stijf gevroren,

waar wij slierden op het ijs.


Heimwee doet ons hart verlangen

naar de ouderlijke haard,

met zijn rust, niet te vervangen,

met zijn vrede wel bewaard.

Heimwee naar de zomerwinden,

heimwee naar hun zoet geruis,

in de kruin der groene linden,

voor ons oude pannenhuis.




20pak al je zorgen (cd)

Pak al je zorgen in je plunjezak en fluit, fluit, fluit.

Aan al je moeilijkheden heb je lak, fluit maar en ‘t is uit.

Waarom zou je treuren, het helpt je niets vooruit, dus...

Pak al je zorgen in je plunjezak en fluit, fluit, fluit.

21avondlied (cd)

Oh Heer, d’avond is neergekomen,

de zonne zonk, het duister klom.

De winden doorruisen de bomen

en verre sterren staan alom.

Wij knielen neer om U te zingen,

in ‘t slapend woud, ons avondlied.

Wij danken U voor wat w’ontvingen

en vragen, Heer, verlaat ons niet.
Knielen, knielen, knielen wij neder,

door de stilte weerklinkt onze beê.

Luist’rend fluist’ren kruinen mee

en sterren staren teder.

Geef ons Heer, zegen en rust en vreê.


22vaarwellied (cd)

En moet nu toch vaarwel gezegd

en voor altijd vaarwel

aan vriend en spel vaarwel gezegd

en voor altijd vaarwel.
Refr. Wel neen, ‘t is geen vaarwel mijn broer,

wij zien elkander weer.

In vreugd en in jolijt, mijn broer,

zien wij elkander weer.
Legt allen trouw de vriendenhand

in vriendenband tegaar

en binden vast deze vriendenband

ons harten bij elkaar.


Want God die uit de hemel zendt

zijn zegen op ons neer

brengt ons in zijne hemeltent

weer bij elkander weer.




23van de Stiene Brug tot oan de Roeie Pier (tekst: Flor Claesen)

Van de Stiene Brug tot oan de Roeie Pier

doa ligt Nèrpelt, schonder deurp is nergens mier.

Kerrek zonder toren, doa den dommel bij

ligt het schoên verloren, tussen brem en hei. (2X)
As ‘t vuur wèr brandt, mè ‘t fest van Sinte Maarten

de kruusen trekken in de moand van mei.

Of ‘t hoeies is, ‘t is kermis of ‘t is slachtes

in Nèrpelt zien z’er allemoal gère bij.


As ne joeng verliefd is veur den urste kier

is ze plekske de Verkèrde Lieven Hier.

‘t Hageven veur ‘s winters, ‘s zomers het kenoal

huukskes veur te vrijen, ge kent ze allemoal. (2X)


Liek er in Nèrpelt dikkes iets te doen is

dan zien de miensen allemoal op de bien.

Achter gordijntjes moede ze nie zuuken

want jonk en oud, ‘t lupt allemoal onderien.


As ich iens moest doed goan, nie da’ch gère duu

want ich ben da lève hei nog lang nie muu.

Mèr as ‘t iens zoe vèr is, en hem ich gedoan

hoop ich da ‘t in Nèrpelt èven goed blieft goan. (2X)



24Nèrpelt ligt oan de Dommel (tekst: Joz Lehaen)



refrein 1

Nèrpelt ligt oan de Dommel,

jè doa dreit toch de spil.

Wa verderop ligt Lommel,

e stukske terug ligt Lil.

Hamet is hust in Holland,

Breugel is niet zoe vèr.

Achel wèr oan de grenskant

en Kawelil wèr her.
strofe 1

Ich hem ’s ien verzwegen,

’t hit oech mèr weinig nut.

Gin landkaart komde tegen

boe Overpelt op stut.
refrein 2

Nèrpelt ligt oan de Dommel,

jong doa werd lol gemakt.

Ze gun mèr op de bommel

umdè ’t geld nie opgerakt.

In Pelt achter gordijnen,

doa bloazen ze mèr gruun,

umdè in Nèrpelt altied

van alles is te duun !
strofe 2

In Nèrpelt ligt een stoatie,

um het kwartier een bus.

Mèr Pelt zonder relatie,

ge ziet er nog geen mus.
refrein 2
strofe 3

In Nèrpelt ben ‘ch geboren,

ich draag het op m’n han.

Rond dien beroemde toren,

Nèrpelt, doa haaw ich van.
refrein 1

25hoeg boven Nèrpelts daaken (tekst: Flor Claesen)

Miensen we komen och hoalen

veur ’n plezante reis.

Ge hoeft er nie veur te betoalen,

Nèrpelt is ’t aardsparadijs.

Dikke en dunne garnoalen,

zet nouw de zeurgen opzij.

En luustert wa we gun verhoalen, ) bis

want ’t is zoe gauw veurbij. )
Dagen en moanden en joaren

woen ich in ’t Dommeldal.

Ich hoef het nie te verkloaren,

hei woen ich ummers ’t liefst vanal.

‘ch Kan hei ne boterham smèren

mè wa krepoet of gelei.

En hem ich nouw lol of misère, ) bis

’t git toch zoe gauw veurbij. )


We goan langs de Dommel kuieren,

recht noa de Grotte Hei.

Of oan het kenoal zitten luieren,

mè oas rally oan oas zij.

Ander goan zich ameseren

bij de fanfaar of den doel.

Bij Lijsters of Merels of Heren, ) bis

mè wa muziek in de smoel. )


Hoeg boven Nèrpelts daaken

torent oas Dommelhof.

’t Helpt oas college kraaken

onder een wereldwijde lof.

Veur ’t festival en Imago,

n’n handbal die speult kampioen.

En scouten en turners en kano

die gèven oech van katoen.


Op ’t Boseind, in ’t Hent of de Kolis,

in Lil of de Dommeshei.

Veur bruiloft, plezier of begrafenis

marcheert er ’n knappe schutterij.

Zoerpruimen ende sjagrijners

schuuft het gordijntje opzij.

En dikken let nie op ow lijnen, ) bis

want ’t git zoe gauw veurbij. )



26kempenland

Kempenland, aan de Dietse kroon

wonderfrisse perel.

Kempenland, welig zoete woon

van de koene kerel.
Op de heide gloort de zon

ons zo stralend tegen

of uit koele hemelbron

ruist zo vro de regen.


refrein:
Op de heide waait de wind

vrij van haag en heg.

Op de heide waait de wind

alle zorgen weg.


Kempenland...
Kempisch volk, zo vroom en blij

schoon van ziel en lijve

harde tijden gaan voorbij

maar een volk moet blijven.


refrein
Kempenland...
Op de heide, zoete meid

hebt gij mij verkoren

bij de gagel voor altijd

mij uw trouw gezworen.


refrein
Kempenland...
Op de heide staat een huis

rondom in het lover

wolken blank of grauw als gruis

trekken traag daarover.


Refrein

27Limburgs volkslied

Waar in ‘t bronsgroen eikenhout ‘t nachtegaaltje zingt

over ‘t malse korenveld ‘t lied des leeuw’riks klinkt.

Waar de hoorn des herders schalt langs des beekjes boord.


Daar is mijn vaderland, Limburgs dierbaar oord. (2X)
Waar de brede stroom der Maas statig zeewaarts vloeit

weeld’rig sappig veldgewas kostlijk groeit en bloeit.

Bloemengaard en beemd en bos overheerlijk gloort.
Daar is mijn vaderland, Limburgs dierbaar oord. (2X)
Waar der vadern schone taal klinkt met held’re kracht

waar men kloek en flink van aard vreemde praal veracht.

Eigen zeden, eigen schoon ‘t hart des volks bekoort.
Daar is mijn vaderland, Limburgs dierbaar oord. (2X)


28denkt gij nog daaraan

Als vrienden hebben wij elkaar gevonden

des avonds bij het dromend stille vuur.

De trouw heeft onze harten vast verbonden

en sterkt ons in het moeilijke uur.

Denkt gij nog daaraan mijn oude vrienden

‘s avonds als het kampvuur dromend licht.

Weet gij nog hoe wij eens samen dienden

d’ogen op hetzelfde doel gericht.

Maar als de wereld plots haar schaduw zendt

hebt gij ook twijfel gekend ?

Brenge dan de gloed van ‘t dromend kampvuur

weder onze harten bij elkaar.


29kamperen

Kamperen is de mooiste zomersport,

waarvan je steeds maar jonger wordt.

Je trekt door heel het mooie Vlaamse land,

langs bos en hei en strand.
Lalalala lalalalala lalalalala lalalalalalalala

lalalala lalalalala lalalalala la la la la.


Het slapen gaan is altijd niet te best,

soms lig je in een mierennest.

Je doet van heel de nacht geen oog meer dicht,

tot aan het morgenlicht.


De boterham die eet je wel eens droog,

omdat de koffie smaakt naar look.

Het zand is dan een heerlijke toespijs,

je maag wordt er van grijs.


We eten soep, patatten en porei,

wat appelmoes en ei erbij.

We eten ons heel mollig, dik en rond,

dat is toch heel gezond.




30if you’re happy

If you’re happy and you know it, klap your hands. (2x)

If you’re happy and you know it and you really want to show it,

if you’re happy and you know it, klap your hands.


Singing hai hai joepi joepi jee. (2x)

Singing hai hai joepi, hai hai joepi, hai hai joepi joepi jee.


Stamp your feet.

Say hé man.

Give a kiss.

Do all four.



31tya ya tya ya

Tya ya tya ya tya ya hoo, (3x)

tya ya tya ya hoo, ya hoo.

Ya hoo, ya hoo,

tya ya tya ya tya ya hoo.

Ya hoo, ya hoo,

tya ya tya ya hoo, ya hoo.

32my bonny

My bonny is over the ocean,

my bonny is over the sea.

My bonny is over the ocean,

oh, bring back my bonny to me.
Bring back, bring back,

oh, bring back my bonny to me, to me. (2x)


Last night as I lay on my pillow,

last night as I lay on my bed.

Last night as I lay on my pillow,

I dreamed that my bonny was dead.


The winds have blown over the ocean,

the winds have blown over the sea.

The winds have blown over the ocean

and brought back my bonny to me.




S
int Willibrordusscouts Neerpelt



  • 7er is ham in de tent (cd)
  • 8de scout dat is een jongen (cd)
  • 10zingen is een ding (cd)
  • 11lustig is het verkennersleven (cd)
  • 13zwartbruin is de hazelnoot (cd)
  • 14op terugkomst van de horde (cd)
  • 16patrouilleleiderslied (cd)
  • 19heimwee doet ons hart verlangen (cd)
  • 20pak al je zorgen (cd)
  • 23van de Stiene Brug tot oan de Roeie Pier (tekst: Flor Claesen)
  • 24Nèrpelt ligt oan de Dommel (tekst: Joz Lehaen)
  • 25hoeg boven Nèrpelts daaken (tekst: Flor Claesen)
  • 28denkt gij nog daaraan

  • Dovnload 72.57 Kb.