Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


1. Inleiding 1 De Nederlandse missie

Dovnload 2.35 Mb.

1. Inleiding 1 De Nederlandse missie



Pagina1/6
Datum05.12.2018
Grootte2.35 Mb.

Dovnload 2.35 Mb.
  1   2   3   4   5   6


1. Inleiding

1.1 De Nederlandse missie
De eerste groep Nederlandse militairen voor de Nederlandse missie in Uruzgan vertrok 14 maart 2006 naar Zuid-Afghanistan. Deze Deployment Task Force (DTF) maakte daar kwartier voor de Nederlandse ISAF-operatie Task Force Uruzgan (TFU) die op 1 augustus aanving. De ISAF staat voor de International Security Assistance Force. De TFU telde ongeveer 1200 militairen, die verspreid waren over twee locaties, namelijk Tarin Kowt en Deh Rawod in de provincie Uruzgan.1 Het voornaamste doel van de missie was om de wederopbouw in Afghanistan te ondersteunen. De Nederlandse missie moest zorgen voor veiligheid en stabiliteit. De reden om militairen naar Afghanistan te sturen kwam voort uit de aanslagen van 11 september 2001 in Amerika. De wereld was in rep en roer en een groot deel van de bevolking van de wereld was het erover eens dat de Taliban in Afghanistan gestopt moest worden. Volgens het ministerie van Defensie was het doel van de missie ‘meer veiligheid, samenhang binnen het Afghaanse bestuur en ontplooiing van duurzame ontwikkelingsprojecten’.2 De missie verliep niet geheel zonder gevaar. Het Nederlandse leger kwam meerdere keren in contact met gevechten. Volgens de journalist Edith van Zalinge kan “de NAVO operatie dan ook gezien worden als de meest risicovolle Nederlandse missie sinds de Korea Oorlog in 1950”.3
In Den Haag was afgesproken dat de missie in augustus 2010 zou aflopen. In eerste instantie was afgesproken dat de missie tot 2008 zou duren. In de eerste helft van 2010 was het de vraag of Nederland zich compleet terug moet trekken uit Uruzgan. De ministers Verhagen (CDA) en Van Middelkoop (Christenunie) waren van mening dat het nodig was om een nieuwe kleinere missie te starten in Afghanistan. Echter niet meer op dezelfde plek in Uruzgan. Enkele militaire vakbonden waren hierop tegen. Het verplaatsen zou teveel geld en energie kostten.4

Op 20 februari 2010 is het vierde kabinet-Balkenende gevallen over de kwestie Uruzgan. De coalitiepartijen konden het niet eens worden over het wel of niet doorgaan van de Nederlandse missie in Uruzgan.

De vraag is of men kan spreken van een geslaagde missie of van een misère. In de afgelopen periode zijn namelijk 24 Nederlandse militairen in Afghanistan om het leven gekomen. Arnold Karskens is zelf van mening dat Afghanistan Vietnamiseert. In een artikel in De Pers schreef hij dat “de provincie Uruzgan niet ontkomt aan de strijdmethoden die tijdens de Vietnamoorlog van 1957 tot 1975 gemeengoed waren”. 5 Velen waren dan ook van mening dat Nederland zich moest richten op een exitstrategie.
Vandaag de dag speelt de vraag of Nederland toch een steentje dient bij te dragen aan de toestand in Afghanistan. Onder druk van de NAVO is het kabinet Rutte van mening dat Nederland een politiemissie zou moeten starten in Afghanistan. Op deze manier zou Nederland toch betrokken zijn bij het land en serieus worden genomen in de rest van de politieke wereld. Of dit plan doorgaat is nog maar de vraag.

1.2 Het onderzoek
In de Nederlandse dag- en weekbladen is veel aandacht geschonken aan de missie in Uruzgan. Dit bleek onder andere uit mijn eerdere onderzoek naar Uruzgan in De Telegraaf: januari-mei 2008. In deze periode werden 23 foto’s over de Nederlandse missie in Uruzgan gepubliceerd. Uit dit onderzoek bleek dat de foto’s van De Telegraaf voornamelijk een neutrale inslag hadden. Het onderwerp dat in deze periode het meest aan bod kwam was de politiek met op de tweede plaats militair en politioneel optreden (zie ook onderzoekopzet). Interessant is om te kijken hoe de landelijke dagbladen verschillende kanten van de Nederlandse missie in Uruzgan laten zien door middel van foto’s. Waar ligt de nadruk op in de beelden, op de wederopbouw kant of de vechtmissie?

Voor de masterthesis onderzoek ik de foto’s over de Nederlandse missie in Uruzgan in de periode 1 januari tot en met 31 juli 2009 in De Telegraaf, het NRC Handelsblad, de Volkskrant en de Defensiekrant.

De Telegraaf, NRC Handelsblad en de Volkskrant zijn geselecteerd naar politieke voorkeur. Voor de Defensiekrant is gekozen, omdat deze ‘krant’ de missie via de visie en door de ‘ogen’ van de Defensie laat zien.

De Telegraaf is de grootste Nederlandse ochtendkrant met een oplage van rond de 719.000 exemplaren. De krant verschijnt nog elke dag van de week en bevat binnenlands, buitenlands en show- en sportnieuws. Nu heeft De Telegraaf geen zondageditie meer. De Telegraaf wordt gezien als een rechts conservatieve populaire krant.6 Vanwege de rechtse inslag van deze krant en het vooronderzoek is de verwachting dat de foto’s over Uruzgan vooral de onderwerpen politiek en militair/politioneel optreden laten zien. Daarnaast is de verwachting dat er ook foto’s getoond zullen worden van thuisfront & recreatie. De Telegraaf staat bekend om het uitbrengen van sensatienieuws en entertainment.

Het NRC Handelsblad had rond de onderzoeksperiode een oplage van 211.000 kranten per dag en verscheen zes dagen per week. Het is de vierde grootste betaalde krant van Nederland. Het NRC Handelsblad heeft een liberale inslag. Het motto van de krant is dan ook Lux et Libertas (Licht en Vrijheid). Hiermee wil de krant zich profileren als verlicht en liberaal. In december 2006 vertelde de hoofdredacteur Birgit Donker in een interview door een journalist van de krant Trouw:

We willen gewoon een kwaliteitskrant blijven waar je als lezer wijzer van wordt. We willen met nog veel meer primeurs komen en nog meer agenda-bepalend worden. Het NRC is nog steeds een neutrale, liberale krant die de vrijheid van het individu voorstaat, tegen teveel ingrijpen door de overheid is en erg internationaal gericht is.7

In de krant zijn verschillende katernen als buitenland, politiek, economie, opinie, kunst en literatuur te vinden.8 Vanwege de liberale inslag is de verwachting voor de foto’s uit deze krant dat zij vooral beelden van het politieke proces en de wederopbouw van het land laten zien.

De Volkskrant is van oorsprong een rooms-katholieke Nederlandse krant. De krant richt zich al meer dan veertig jaar op de linkse hoger opgeleide lezer. Op de netwerk-website Linkedin.nl zegt de Volkskrant over zichzelf:

De Volkskrant onderscheidt zich van andere media door de eigenzinnige nieuwskeuze van de redactie, de originele invalshoeken en de aandacht voor opiniërende stukken. De positionering verwoordt vóór alles de ambitie van de krant om haar eigen agenda te stellen, ongehinderd door heilige huisjes of de waan van de dag. De slogan "niets is vanzelfsprekend" past hierbij. Bovendien dagen deze woorden de lezer uit zich in het nieuws te verdiepen, de wereld op een onbevangen, kritische manier te bekijken en zichzelf te blijven ontwikkelen.9

De oplage bestond in de onderzoekperiode uit ongeveer 259.000 exemplaren per dag. De krant verschijnt zes dagen per week.10 Voor de Volkskrant is de verwachting, vanwege de linkse inslag, dat de onderwerpen van de foto voornamelijk gericht zullen zijn op politiek, Afghaanse bevolking en humanitair optreden.

De Defensiekrant is het wekelijkse voorlichtingsblad van het ministerie van Defensie. Hoewel in de naam van het blad het woord ‘krant’ voorkomt is het blad geen krant, zoals De Telegraaf, het NRC Handelsblad en de Volkskrant dat wel zijn. Deze kranten verschijnen dagelijks van de pers. Ze hebben een bepaalde redactieformule gemeen. Zo wordt er bijvoorbeeld gebruikt gemaakt van katernen. De onderwerpen in deze kranten gaan niet alleen over het militaire optreden in Uruzgan, maar ook over het binnenland, buitenland, economie, cultuur en sport. Het Ministerie van Defensie heeft eigen fotografen en journalisten in dienst (de AVDD). De Audiovisuele Dienst Defensie richt zich op audiovisuele media als fotografie en video. Deze dienst ondersteunt de journalistieke verslaglegging bij missies als Uruzgan in Afghanistan.11 In de Defensiekrant komen de verschillende takken van Defensie als de luchtmacht, de landmacht, de marine en de Koninklijke Marechaussee bijeen. De onderwerpen in de krant zullen vooral gespitst zijn op militair/politioneel optreden en thuisfront & recreatie. Het onderwerp thuisfront & recreatie zal op foto’s te zien zijn, omdat de Defensie niet een al te beladen beeld wil scheppen van de missie.

Bij deze thesis wordt rekening gehouden met de verschillen tussen de Defensiekrant en de andere kranten. De Defensiekrant zal apart geanalyseerd worden ten opzichte van De Telegraaf, het NRC Handelsblad en de Volkskrant.



1.3 Hoofdstukkenindeling

In hoofdstuk 2 zal de literatuur betreffende foto-onderzoek en fotojournalistiek uitvoerig aan bod komen. In hoofdstuk 3 worden de probleemstelling en de deelvragen helder geformuleerd. In hoofdstuk 4 zullen de gebruikte kwantitatieve en kwalitatieve onderzoeksmethoden beschreven worden. Hoofdstuk 5 behelst het kwantitatieve onderzoek van De Telegraaf, het NRC Handelsblad en de Volkskrant. De deelvragen 1 en 2 zullen met behulp van het kwantitatieve onderzoek beantwoord worden. Hoofdstuk 6 bevat het kwantitatieve onderzoek van de Defensiekrant. In dit hoofdstuk wordt een antwoord gegeven op deelvraag 3. In hoofdstuk 7 zijn vijf foto’s per krant van De Telegraaf, het NRC Handelsblad en de Volkskrant kwalitatief geanalyseerd. Ook hier wordt een antwoord gegeven op deelvraag 2. In hoofdstuk 8 zijn vijf foto’s van de Defensiekrant kwalitatief onder de loep genomen. Aan het einde van het hoofdstuk wordt deelvraag 4 beantwoord. In hoofdstuk 9 bevinden zich de interviews met ervaringsdeskundigen van de Nederlandse missie in Uruzgan. In dit laatste hoofdstuk wordt een antwoord gegeven op deelvraag 5. Ten slotte zal in hoofdstuk 10, de conclusie, een antwoord worden gegeven op de hoofdvraag van dit onderzoek.



2. Theorie

2.1 Agendasetting & framing

Twee begrippen spelen een belangrijke rol bij de foto-analyse van de Nederlandse missie in Uruzgan. Het zijn agendasetting en framing. Aanhangers van de agendasettingtheorie, opgekomen in de jaren zeventig, zijn van mening dat “de invloed van de media zich niet zozeer uit in de directe beïnvloeding van meningen, attitudes en gedrag van mensen, maar meer in de beïnvloeding van de onderwerpen die ze belangrijk achten en waarover ze een mening vormen”. Birgit Donker, hoofdredacteur van NRC Handelsblad, vertelde in het Trouw-interview dat NRC Handelsblad met nog meer primeurs wil komen en nog meer agenda-bepalend zal worden.12 De politieke ideologie van de kranten zal een belangrijke factor zijn voor de onderwerpen (zie onderzoeksopzet) die aan het licht worden gebracht. De aandacht die fotografen en fotoredacteuren aan bepaalde onderwerpen geven, bepaalt wat de hot items zijn. De media-agenda wordt bepaald door te onderzoeken hoeveel ruimte aan bepaalde onderwerpen wordt besteed. Door middel van de kwantitatieve foto-analyse kan deze ruimte worden onderzocht. In het kwantitatieve onderzoek zal de foto-intensiteit geanalyseerd worden.



Framing (inkadering) heeft betrekking op de productie, inhoud en de effecten van mediaboodschappen. Framing is de manier waarop een onderwerp, in het geval van dit onderzoek in de krant, wordt gepresenteerd en geïnterpreteerd in de media-berichtgeving. Ook hier is de selectie van de fotograaf en de fotoredacteur van essentieel belang. Zij bepalen de inkadering van het onderwerp. In het geval van foto’s bepalen de fotograaf en de fotoredacteur het frame. Zij vestigen de aandacht op bepaalde onderwerpen. De lezers van de kranten kunnen het frame bewust of onbewust overnemen.

Voor de thesis is gekozen om geen receptie-onderzoek te doen naar het publiek, maar om de fotografen en journalisten (embedded en unembedded) onder de loep te nemen. De fotograaf kan bij het maken van foto’s beïnvloed worden door zowel interne als externe factoren. Dit proces wordt framebuilding genoemd.

Onder de interne factoren vallen de normen en de waarden van de fotograaf, de agenda van de fotograaf en zijn of haar dagelijks handelen. De externe factoren hebben betrekking op de politiek, stakeholders en voorlichters. Ghanem, voorzitter van de afdeling communicatie aan de Universiteit Texas-Pan American, heeft in haar onderzoek naar framing de mediaframes op vier verschillende dimensies onderverdeeld:


  1. De aspecten van een onderwerp die belicht worden.

  2. Presentatie en prominentie, oftewel de omvang en plaatsing van het bericht.

  3. Cognitieve attributies, oftewel details en verbanden die benadrukt worden.

  4. Affectieve attributies, oftewel de toonzetting in de berichtgeving.13

In de thesis kunnen deze vier dimensies in zowel de kwantitatieve als kwalitatieve analyse nader onderzocht worden. Bij dimensie 1 zal er gekeken worden naar de onderwerpen van de foto’s in de kranten. Bij dimensie 2 worden de omvang en de plaatsing van de foto’s via het codeerschema (zie onderzoeksopzet) in kaart gebracht. Onderzoek naar dimensie 3 zal in de thesis verlopen volgens de kwalitatieve foto-analyse. Ten slotte zal dimensie 4 in de codeerschema’s verwerkt worden onder teneur van de foto, teneur van de tekst of een combinatie hiervan. Deze dimensie zal tevens in de kwalitatieve analyse terugkomen.

2.2 Iconische clichés

Fotojournalistieke iconen zijn volgens Hariman en Lucaites gedefinieerd als “photographic images appearing in print, electronic, or digital media that are widely recognized and remembered, are understood to be representations of historically significant events, activate strong emotional identification or response, and are reproduced across a range of media, genres or topics”. Iconische beelden worden door deze auteurs gezien als modellen voor visuele overtuiging, als ankers voor de collectieve herinnering, als middelen voor overtuiging in de politiek en als belangrijke bron voor kritische reflectie. De auteurs zijn van mening dat de iconische beelden van grote waarde zijn in een liberaal-democratische samenleving. Zij gaan in tegen het conventionele geloof dat beelden een onbedoeld verband leggen tussen rationele overweging en radicale kritiek.14



David Perlmutter is ook van mening dat iconische beelden van politiek belang zijn. Een foto kan tot een icoon gerekend worden als het aan de volgende voorwaarden voldoet: Prominentie, frequentie, de snelheid van het verschijnen in de media, replicatie, herkenbaarheid, het belang van de gebeurtenis op de foto, culturele resonantie en de compositie van de foto. In zijn boek onderscheidt hij twee soorten iconen; het unieke en het algemene icoon. Een uniek icoon is een enkel beeld van een gebeurtenis en wanneer mensen het over dit beeld hebben, kan iedereen meteen hetzelfde beeld voor zich halen. Voorbeelden zijn het napalm-meisje uit Vietnam en de foto van de doodgestoken Theo van Gogh.

Bij een algemeen icoon gaat het juist om het constant beelden en herhalen van bepaalde elementen, ongeacht de tijd en plaats. Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld foto’s van deportaties van joden uit de Tweede Wereldoorlog en foto’s van hongerige kinderen in Afrika. Iedereen kan zich hier een voorstelling van maken, maar niet iedereen zal exact hetzelfde beeld voor zich hebben.15

  1   2   3   4   5   6

  • 1.2 Het onderzoek
  • 1.3 Hoofdstukkenindeling
  • 2. Theorie 2.1 Agendasetting framing
  • 2.2 Iconische clichés

  • Dovnload 2.35 Mb.