Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


1 Korinthe 7, 35-40 VI. Trouwen is goed niet trouwen beter

Dovnload 39.61 Kb.

1 Korinthe 7, 35-40 VI. Trouwen is goed niet trouwen beter



Datum04.06.2018
Grootte39.61 Kb.

Dovnload 39.61 Kb.

1 Korinthe 7, 35-40
VI. Trouwen is goed - niet trouwen beter
35 En dit zeg ik tot uw eigen voordeel; niet opdat ik een .strik over u zou werpen, maar om u te leiden tot hetgeen wel voegt, en geschikt is, om de Heere wel aan te hangen, zonder herwaarts en derwaarts getrokken te worden.

36 Maar zo iemand acht, dat hij ongevoegelijk handelt met zijn maagd, indien zij over de jeugdige tijd gaat, en het alzo moet geschieden; die doe wat hij wil, hij zondigt niet; dat zij trouwen.

37 Doch die vast staat in zijn hart, geen noodzaak hebbende, maar macht heeft over zijn eigen wil, en dit in zijn hart besloten heeft, dat hij zijn maagd zal bewaren, die doet wèl.

38 Alzo dan, die baar ten huwelijk uitgeeft, die doet wel; èn die ze ten huwelijk niet uitgeeft, die doet beter.

39 Een vrouw is door de wet verbonden, zo lange tijd haar man leeft; maar indien haar man ontslapen is, zo is zij vrij, om te trouwen, wie zij wil, alleen in de Heere.

40 Maar zij is gelukkiger, indien zij alzo blijft, naar mijn gevoelen. En ik meen ook de Geest Gods te hebben.
Verklaring
In het voorgaande heeft Paulus over de maagden gesproken. Jonge meisjes die in Korinthe blijkbaar rondliepen met het (ascetische) ideaal van ongehuwd te willen blijven t.w.v. de dienst des Heeren. Paulus staat er bepaald niet negatief tegenover. Zie vs. 25vv. Hij acht het een pre vanwege de bestaande nood. Hij acht het een voorrecht als iemand als ongehuwde de Heere mag behagen. Maar hij wil er geen religieus of moreel programma van gemaakt hebben. Trouw gerust, waar nodig. Maar waak wel tegen de geest van bekommernis om alles wat slechts hoort bij deze wereld.
Het 'parthenos' ideaal, de Grieken bekend en in Korinthe tegen die achtergrond wellicht op de spits gedreven, wordt hier dus door de apostel in goede proporties gezet. Paulus' raad om als ongehuwde door het leven te gaan, is niet bedoeld als een strik die over iemand heen geworpen wordt en waaraan hij opgehangen wordt. Paulus doet niet aan vrijheidsberoving. lus doet niet aan vrijheidsberoving. Opmerkelijk is juist, hoe hij steeds alle wettische plichtplegerij de pas afsnijdt en de Korinthiërs de nodige gewetensvrijheid laat.

Geen strop om de hals

1 Kor. 6 : 12; 1 Kor. 9:13; 1 Thess. 4 : 12

Daarom vat hij het alles nog eens samen in vers 35 en geeft tevens een richtlijn van wat hij in het vervolg schrijft. 1. En dit zeg ik (bedoel ik) tot uw eigen voordeel; niet opdat ik een strik over u zou werpen (vs. 35a). Het is de Korinthiërs tot nut wat de apostel schrijft. 2. Hij is hun vijand niet, die probeert hen een lasso om de nek te werpen en neer te halen. 3. Men moet in Korinthe niet het gevoel hebben, dat men aan een standpunt als dat van Paulus wordt opgehangen. Het gaat juist om iets bevrijdends: de Heere toegewijd dienen, zonder dagelijks zich duizend zorgen te maken over de dingen van deze wereld; bezittende als niet bezittende. Dat is zowel voor ongehuwden als voor gehuwden de weg. Daarom schrijft Paulus: maar om u te leiden tot hetgeen wel voegt en geschikt is om de Heere wel aan te hangen zonder herwaarts en derwaarts getrokken te worden (vs. 35b). 4. Het gaat om een passende stijl en een staat van paraatheid om in onverdeelde toewijding aan de Heere te leven. 5. Zowel ongehuwden die zich niet behoeven te bekommeren om de velerhande beslommeringen van het huwelijks- en gezinsleven, alsook gehuwden die elkaar in de Heere bezitten als niet bezittende, kunnen met een onverdeeld hart voor de Heere leven. Een bestaan met het oog op de spoedig komende Heiland. Als iemand om die reden afziet van een huwelijk, laten we hem/haar niet wantrouwen. Alsof iemand die op zijn vijftigste nog alleen staat in het leven wel homo of lesbisch moet zijn.
Met dit alles in de gedachten, vanuit deze richtlijn wenden we ons thans tot de laatste verzen van 1 Kor. 7. In de verzen 36-38 gaat het dan nog een keer over maagden, ongehuwde/huwbare meisjes.

Wie is 'zijn maagd'?

Luk. 10 : 39v

Voordat we luisteren gaan naar wat de apostel over deze dingen schrijft, moeten we ons eerst een ogenblik afvragen, aan wie Paulus denkt, als hij spreekt over 'zijn maagd' (vs. 36). Wordt hiermee wellicht de vader van een huwbaar meisje bedoeld? Hoe moet hij handelen? Haar laten trouwen of niet? Stel: hij heeft een nog ongehuwde dochter in huis die hij graag bij zich houdt om haar voor de dienst van de Heere af te zonderen. Op zich een goede zaak.
Als we deze verklaring volgen, zou Paulus in vers 36, 37 tot een vader van een huwbaar meisje zeggen, dat hij er geen bezwaar tegen moet hebben, als zijn kind zich toch genoodzaakt voelt om te gaan trouwen. Hij moet haar huwelijk niet tegen haar wil en dank tegenhouden. Vers 37 wordt dan echter nagenoeg onverklaarbaar. 6.
Er zijn nog weer andere verklaarders van de verzen 36, 37 die menen, dat het hier gaat over iemand, een zeker man die een meisje in huis heeft, die als een 'huishoudster' voor hem zorgt en voor wie hij de zorg op zich genomen heeft. Het zou een weduwnaar kunnen zijn. Zij wonen samen. Maar zonder huwelijksgemeenschap. Hij zou echter kunnen overwegen om met haar in het huwelijk te treden. Als dat meisje daar in feite ook om zou vragen. Maar hij kan ook het besluit nemen om niet tot een huwelijk met haar te komen. Dan 'bewaart hij zijn maagd', zoals Paulus aan het slot van vers 37 schrijft. 7.

Tegen deze uitleg bestaat m.i. minder bezwaar. Toch kiezen we niet voor de twee genoemde opvattingen van de tekst. Het lijkt ons veelmeer voor de hand te liggen, dat het hier gaat om een jongeman ('iemand', vers 36) die met trouwplannen rondloopt, maar nog niet zeker is van zijn zaak. Zoals dat ook verondersteld mag worden van de maagden die in vs. 25vv worden genoemd. Paulus denkt hier dan aan haar `verloofden'. En weer gaat het over al of niet trouwen. Wanneer wel, wanneer niet?


De vragen zijn ook de jongeren van onze tijd niet onbekend. Er zijn ook bij hen vaak problemen en spanningen in hun verlovingstijd. Hoe hebben die twee naar een huwelijk toe te leven? De trouwdag kan te lang uitgesteld worden. Of is het soms beter om te besluiten de verloving te beëindigen? 8.

Aarzel niet om te trouwen

Laten we ons echter de situatie die Paulus schetst in de verzen 36, 37 van 1 Kor. 7 eerst goed inleven. Er is iemand, een jongeman die al enige tijd kennis heeft aan een meisje. Maar tot een trouwdag is het nog steeds niet gekomen. Hij aarzelt. Niet omdat hij het niet goed met haar kan vinden. Maar omdat hij de gevolgen van een huwelijk niet geheel kan overzien. En wellicht ook, omdat hij een beetje bevreesd is, dat zijn seksuele gevoelens straks zijn reine liefde voor zijn meisje zullen gaan overheersen. Misschien ook, omdat beiden hun leven beter als ongehuwden in de dienst des Heeren denken te kunnen besteden. Wel, is het daarom niet beter om elkaar maar los te laten, gewoon vriendschap met elkaar te blijven onderhouden. Meer niet. Dan houdt ieder verder de handen vrij om zijn eigen leven te leiden en de Heere op het plekje door God gegeven te dienen.En wat schrijft Paulus dan? Hij respecteert de overwegingen. Maar hij vindt het blijkbaar ook helemaal geen probleem, dat die jongeman tot een huwelijk komt.


Hij spoort zelfs aan de knoop maar eens door te hakken. Je kunt immers al te lang blijven aarzelen. Je kunt niet eindeloos op elkaar blijven wachten. Vooral niet, als je werkelijk met je meisje tijdens je verloving gepast wilt omgaan en niet vooruitgrijpen op een huwelijk. Welnu, dat wordt in de regel wel steeds moeilijker. Paulus schrijft: maar zo iemand acht, dat hij ongevoegelijk handelt met zijn maagd (vs. 36a). Het kan zijn, dat je bezig bent grenzen te overschrijden, door oneerbaar te handelen, alsof je reeds met haar getrouwd bent, hoewel je de vaste relatie van een huwelijk tot nu toe steeds voor je uit hebt geschoven. 9.
Dan weet je, dat je niet stijlvol leeft. Inmiddels is jouw verloofde wellicht bepaald ook toe aan een huwelijk. Indien zij over de jeugdige tijd gaat (vs. 36b). Als zij overrijp is, schrijft Paulus eigenlijk. 10. En een jongen zal er rekening mee moeten houden, dat een meisje eerder dan hijzelf rijp is. Redenen dus om het huwelijk niet langer uit te stellen. Paulus schrijft: en het alzo moet geschieden (vs. 36c). Het behoort derhalve tot een huwelijk te komen. 11. Die doe wat hij wil, hij zondigt niet; dat zij trouwen (vs. 36d). In zo'n geval is een huwelijk geen misstap. Denk dat niet. Ook geen sprong in het duister. Het is veeleer de hoogste tijd. Ook al zijn er niet direct zoveel financiën, dat je samen een vrijstaand huis kunt kopen.

Als we alles nog even overzien, constateren we dus, dat vers 36 van 1 Kor. 7 jonge mensen over de drempel helpen wil. Hier worden knopen doorgehakt. En dat bepaald op een andere manier dan dat in onze zgn. verlichte tijd gebeurt. Want daarin is amper meer sprake van verloving en huwelijk. Jongens hebben weinig respect meer voor een maagd. En meisjes zijn allerminst meer zuinig op zichzelf. Men heeft er ook geen enkele behoefte meer aan om door een apostel van Jezus Christus aangemoedigd te worden tot een huwelijk. Men gaat gewoon samenwonen. En als de financiën genoeg toereikend zijn, gaat men misschien nog eens trouwen en `neemt' men één of twee kinderen.



Laat haar vrijuit gaan


Nog een ander geval echter wordt door Paulus ter sprake gebracht in vers 38 van 1 Kor. 7. Ook dit vers uit 1 Kor. 7 is niet gemakkelijk te verklaren. Duidelijk is wel, dat het ook hier weer om een jongeman gaat die kennis heeft aan een maagd, een huwbaar meisje.
Over zo iemand gaat het immers ook in het voorgaande vers. Maar in dit geval hebben we van doen met een jongeman die tot een besluit komt om haar niet te trouwen. Doch die vast staat in zijn hart (vs. 37a). Anders gezegd: het ligt vast op de bodem van zijn ziel. 12. Deze jongen heeft de knoop eigenlijk al doorgehakt. Hij heeft niet direct zulke sterke innerlijke gevoelens die vragen om bevrediging. Geen noodzaak hebbende (vs. 37b). D.i. hij wordt niet door een onweerstaanbare drang naar lichamelijke contacten met haar gedreven. 13. Misschien is hij lichamelijk en geestelijk (nog) niet rijp voor een huwelijk. Misschien is hij impotent. In elk geval is er noch innerlijk noch uiterlijk iets dat hem prest tot een huwelijk.
Misschien vraagt deze jongeman zich ook af, of hij zijn meisje kan geven waar zij als zijn vrouw recht op heeft. En wellicht heeft ook zij aan niet meer behoefte dan aan vriendschap. Zij kan in haar omgang met hem hebben laten blijken, dat zij niet of althans nog niet innerlijk toe is aan een huwelijk en liever haar jonge leven anders besteedt dan met het zorgen voor man en kinderen.
Welnu, laat die jongeman dan in zo'n geval, als hij tenminste kan, haar die vrijheid geven. Het kan hem zwaar vallen om haar los te laten. Maar het is zeker ook hoogstaand, als hij de moed kan opbrengen om niet op een huwelijk aan te dringen. Aangenomen, dat hij macht heeft over zijn eigen wil (vs. 37c), d.w.z. dat hij zelf in vrijheid beslissen kan en dit in zijn hart besloten heeft, dat hij zijn maagd zal bewaren (vs. 37d). Dus innerlijk ervan overtuigd is, dat hij met haar niet moet doorgaan, maar haar als maagd zal respecteren. 14. Die doet wel (vs. 37). En dit laatste kan moeilijk iets anders betekenen (gelet op het slot van het voorgaande vers) dan: laat hij niet trouwen.

Nogmaals, er blijven bij deze verklaring van vers 37 genoeg vragen over, die niet te beantwoorden zijn. B.v. gaat het hier eenzijdig om een besluit van een jongeman om aan zijn verkering een eind te maken? Terwijl zijn verloofde misschien juist erg verlangt naar een huwelijk met hem?


Maar duidelijk is, dat Paulus het in bepaalde gevallen zeker aanbeveelt om niet tot een huwelijk te komen. En als alle omstandigheden ernaar zijn, is het dan niet juist ook heel fijn en zegenrijk om ongehuwd te zijn?
Maagd blijven, dat hoorden we eerder, is en blijft voor de apostel een hoog goed. Maar - dat is ook zonneklaar - men moet in Korinthe niets doen, waar het hart niet ten volle mee in kan stemmen. Niemand mag de gewetens dwingen. Alzo dan, die haar ten huwelijk uitgeeft (ook wel te vertalen als: hij die de maagd trouwt 15) die doet wel; en die ze ten huwelijk niet uitgeeft (niet trouwt) doet beter (vs. 38) . Wat is er schoner dan als de bruidsmeisjes uit de gelijkenis van Jezus over de tien maagden, naar de komst van de hemelse Bruidegom Christus toe te leven. 'Ziet, de Bruidegom komt, gaat uit Hem tegemoet' (Matth. 25:1vv).

Alles in de Heere

Rom. 7 : 2

Nadat dan nu uit het onmiddellijk voorafgaande (over de maagden) door de apostel de conclusie is getrokken, besluit hij zijn breedvoerig schrijven over de huwelijksaangelegenheden in Korinthe met een conclusie uit alles wat tevoren is gezegd. Een vrouw is door de wet verbonden, zo lange tijd haar man leeft; maar indien haar man ontslapen is, zo is zij vrij om te trouwen, indien zij wil, alleenlijk in de Heere. Maar zij is gelukkiger, indien zij alzo blijft, naar mijn gevoelen. En ik meen ook de Geest Gods te hebben (vs. 39, 40).
1 Kor. 7:10

Kort gezegd: een (gehuwde) vrouw is door de wet gebonden. 16. Zij kan niet elke willekeurige kant op. Het staat haar niet vrij om een punt achter haar huwelijk te zetten. Laat zij haar christen-zijn beleven en uitleven in haar huwelijks- en gezinsleven. Dat is legitiem. Zolang als haar man niet door de dood van haar zijde wordt weggenomen. 17. Zij en hij zijn aan elkaar verbonden, totdat de dood scheiding maakt. Zoek dat niet te onvluchten.


Maar als de man ontslapen is, mag zij opnieuw trouwen. Als zij wil. Geen probleem. Geen enkele vrouw in Korinthe zegge: 'Gelukkig, nu ben ik van een last verlost; ik trouw nooit weer'. Een tweede huwelijk kan. Het mag, als het maar in de Heere is.
Een huwelijk dat zijn draagvlak vindt in het geloof in de Heere Jezus, waarvan de energiebron ligt in de liefde van Gods Geest en dat uitzicht heeft in de hoop op de toekomst des Heeren, is een huwelijk in de Heere. Een tweede huwelijk zij daarom een huwelijk met een levenspartner die de Heere vreest. 18. En zo is het altijd goed.
2 Kor. 8:10

Maar ongehuwd blijven, is een gelukkiger staat. 19. Dat staat voor de apostel vast. Zo spreekt een man, van wie niemand in Korinthe kan denken, dat hij alles maar uit zijn grote duim zuigt. Hij is er één die de Geest van God heeft, naar zijn vaste overtuiging. En daarom is ook alles wat we naar ons toe kregen in 1 Kor. 7 het ten volle waard om vastgehouden te worden, ook in onze dagen. Op dit kompas is het veilig varen. Voor jong en oud.


Weet u, wanneer het in elk geval - gehuwd of ongehuwd - een drama in ons leven wordt? Als we doen wat een zekere Narcissus uit de Griekse mythologie deed. Onze narcisjes aan de oevers van de beken zijn naar hem genoemd. Iemand had ooit aan de moeder van deze jongen verteld, dat hij zeker een gelukkig leven zou krijgen, als hij maar nooit zijn eigen aangezicht zou aanschouwen. Maar wat gebeurde er? Op een snikhete zomerse dag liep hij langs een frisse bron met koel water. Hij bukte zich om zijn dorst te lessen. En opeens was daar in dat water de beeltenis van hemzelf. Hij strekte zijn beide armen uit om de schone gestalte die hij zag te omarmen, niet vermoedend, dat hij het zelf was. En hij verdronk jammerlijk.
Narcisme heet dat. Als iemand niets anders heeft om te omhelzen dan zichzelf. Een drama. Zo kan het: zonder een huwelijk en binnen het huwelijk. Gelukkig, dat het ook anders kan. Omhels Jezus. En wees gelukkig. Als u alleen door het leven gaat. Of met die éne man of éne vrouw die God u in het leven gaf.

Gespreksvragen

1. Wat kan worden verstaan onder 'ongevoegelijk handelen met zijn maagd' (vs. 36)?

2. Wanneer zouden we kunnen zeggen, dat een jongen/meisje rijp is voor een huwelijk? Is dat voor een jongen anders dan voor een meisje?

3. Door welke motieven kunnen jongeren vandaag gedreven worden, wanneer zij aarzelen om tot een huwelijk te komen?

4. Kunnen er goede redenen zijn voor een eenzijdig (door één van beiden) verbreken van een verloving?

5. Waarom is in de vroege christenheid het tweede huwelijk zo negatief beoordeeld? Om welke redenen - vindt u - kan het aan te bevelen zijn?

6. Wat betekent: trouwen in de Heere (vs. 39)?

NOTEN



1. Dit vers is zowel met het voorgaande verbonden als met wat erop volgt. De woorden 'dit zeg ik' herinneren aan 'maar dit zeg ik' van vs. 29. En tevens leidt dit vs. de erop volgende uitspraken in, waarin de nadruk valt op wat gevoeglijk is en de Heere welbehaaglijk.
2. Het Griekse woord 'sumforon' - nut, voordeel. Zie ook 1 Kor. 6 : 12; 10 : 23; 12:
3. Het Griekse woord 'brochon' = strik, lasso (een beeld uit de oorlog of de jacht).
4. De Griekse woorden 'euschèmoon' en 'euparedros' betekenen resp.: gepast, passend (zie het woord 'schèma' van vs. 31) en: paraat (letterlijk: er goed bij).
5. Gr. 'tooi Kuriooi aperispastoos' = onverdeeld (toegewijd) aan de Heere.
6. De opvatting dat het hier inderdaad om een vader-dochter verhouding gaat, wordt o.a. verdedigd door J. Calvijn, M. Luther, de Kanttekeningen van de Statenvertaling, F.W. Grosheide, A. Schlatter, Leon Moris. Al lijkt deze uitleg niet onmogelijk, toch zijn er belangrijke bezwaren, want:

a. de laatste woorden van vs. 36 'dat zij trouwen' kunnen niet op een vader en dochter slaan; zij hebben betrekking op de in het begin van het vs. genoemde 'iemand' (een aanstaande bruidegom) en 'zijn maagd' (zijn bruid);



b. vs. 37 lijkt de beslissing over het al of niet trouwen van 'zijn maagd' geheel voor rekening van de 'iemand' van vs. 36 te leggen. Maar mag van Paulus verwacht worden, dat hij meent, dat een vader - los van zijn dochter - beslist over haar al of niet trouwen?
7. O.i. zijn er minder bezwaren tegen deze uitleg van de vss. 36, 37 dan tegen de eerdergenoemde. De mening, dat Paulus in onze perikoop over verloofden spreekt, komen we o.a. ook tegen bij W.G. Kümmel (in Lietzmann), G. Schrenk (in Kittel, a.w. Bnd. III, S. 61) en H. D. Wendland (in NTD, a.w., S. 63f). Exegetisch zijn er geen wezenlijke bezwaren tegen. Als we dat wat Paulus schrijft in vs. 37 dan maar niet opvatten als het ideaal van de asceticus die er liever een geestelijk huwelijk op nahoudt. Dit ideaal is later in de christelijke kerk een rol gaan spelen. F. J. Pop, a.w., blz. 158, noot 53 verwijst hiervoor naar 'De Pastor van Hermas' (IX. 11), waarin de auteur van zich zelf vertelt, dat hij met een aantal maagden in het open veld de nacht doorbrengt en niets anders doet dan met haar bidden. Terecht merkt Pop op, dat zo'n ideaal van een geestelijke omgang ver verwijderd is van wat Paulus hier schrijft. Paulus zou zeker in zo'n geval, wel wetend wat in de mens is, gewaarschuwd hebben voor het gevaar van hoererij. Zie ook noot 1 van het vorige hoofdstuk.
8. Aldus ook de opvatting van Lietzmann. Hij meent, dat de onbevangen lezer de tekst niet anders kan verstaan dan van de bruidegom die aarzelt, of hij zijn bruid zal trouwen of niet. W. de Boor, a.w., S. 139 kiest voor een uitleg waarin de 'iemand' van vs. 36v een vader of voogd is, maar sluit de andere uitleg van de tekst die er 'een verloofde' in ziet, niet uit. Hij vindt ook, dat uitdrukkingen als 'geen noodzaak hebbende' en 'macht hebben over zijn eigen wil' moeilijker op een vader van een meisje toepasbaar zijn.
9. De uitdrukking 'ongevoeglijk handelen' betekent letterlijk: zich onordelijk, ongepast, onbetamelijk gedragen (Gr. 'a-schèmoneoo' = zich zonder 'schèma', niet in stijl opstellen, zie vs. 26).
10. In de Griekse oudheid werd voor een meisje de leeftijd van 17 tot 21 jaar als de geschiktste tijd tot trouwen gezien. Maar vaak trouwden de meisjes veel jonger. De mannen trouwen meestal eerst, als zij dertig jaar waren. Zie F. W. Grosheide, a.w., blz. 212 (noot 101).
11. De uitdrukking 'het moet alzo geschieden' kan het beste opgevat worden als: het behoort ervan te komen; u bezit niet het charisma van de onthouding. Dus: u bent verplicht te trouwen. Uiteraard is hier geen sprake van een `moeten trouwen' in de zin van ons 'gedwongen huwelijk'.
12. Het Griekse 'hedraios' = vast ontbreekt in een aantal handschriften. Dan kunnen we vertalen met: iemand die in zijn hart heeft om...
13. Hier hetzelfde woord als in vs. 26, maar met een andere inhoud. Het kan het tegenovergestelde zijn van 'huperakmos' (vs. 36): overrijp (over het hoogtepunt van zijn (lichamelijke) ontwikkeling heen). Dus: hij is innerlijk (nog) niet aan een huwelijk toe. Of: hij wordt niet van buitenaf, door bepaalde omstandigheden ertoe genoodzaakt (b.v. omdat hij nog tamelijk jong is).
14. Gordon D. Fee, a.w., p. 353 note 26 verwijst voor de verklaring van de uitdrukking 'zijn maagd bewaren' naar Achilles Tatius 8.17.3 en 8.18.2 waar Callisthenes Caligone, naar wier hand hij dingt, vooreerst belooft: 'tèrèsoo de se parthenon' (ik zal u als maagd respecteren). F. W. Grosheide a.w., blz. 214 (noot 103) ziet er een verkorte uitdrukking in: zijn maagd als maagd bewaren.
15. In vs. 38 wordt een Grieks werkwoord gebruikt 'gamidzoo' dat meestal vertaald wordt met: ten huwelijk uitgeven. Het zou ervoor pleiten, dat hier toch meer aan een vader dan aan een verloofde wordt gedacht. Gordon D. Fee echter meent, dat er in het Koinè-grieks tussen het werkwoord 'gameoo' (trouwen) en het werkwoord 'gamidzoo' (ten huwelijk uitgeven, zie o.a. Mark. 12 : 25) weinig verschil behoeft te worden gemaakt. 'Gamidzoo' kan dus ook vertaald worden met: trouwen. Leon Morris, a.w., p. 119, ontkent dit.
16. Het Griekse werkwoord dat Paulus hier gebruikt ('deoo'), gebruikt hij vaak voor de legale huwelijksband. Vg. Rom. 7 : 1-6.

17. Het Griekse werkwoord 'koimaomai' = ontslapen.
18. De woorden 'alleenlijk in de Heere' hebben betrekking op het trouwen, maar kunnen ook niet los gezien worden van het daaraan voorafgaande 'die zij wil', dus van de keuze van de huwelijkspartner.
19. In de vss. 1 en 8 schreef hij, dat het goed is om ongehuwd te zijn; nu: de ongehuwde is gelukkiger. H. D. Wendland a.w., S. 65 merkt o. i. terecht op, dat Paulus in 1 Kor. 7 niet tot zijn voorkeur voor de ongehuwde staat komt op basis van de wet van de gnosis (afwijzing van het huwelijk en verachting van de geslachtelijkheid van de mens), maar op basis van zijn `eschatologische dialectiek' die alles relativeert.

  • Geen strop om de hals
  • Wie is zijn maagd
  • Aarzel niet om te trouwen
  • Laat haar vrijuit gaan
  • Alles in de Heere
  • Gespreksvragen

  • Dovnload 39.61 Kb.