Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


1. opening de voorzitter heet de aanwezigen welkom. Ze meldt dat bericht van verhindering is ontvangen van mevrouw Van Otterloo en de heer De Raad. De heer Van Olst komt iets later. Op de tafels is een brief uitgereikt van de Kopersvereniging

Dovnload 345.8 Kb.

1. opening de voorzitter heet de aanwezigen welkom. Ze meldt dat bericht van verhindering is ontvangen van mevrouw Van Otterloo en de heer De Raad. De heer Van Olst komt iets later. Op de tafels is een brief uitgereikt van de Kopersvereniging



Pagina1/3
Datum14.02.2019
Grootte345.8 Kb.

Dovnload 345.8 Kb.
  1   2   3


1. OPENING

De voorzitter heet de aanwezigen welkom.

Ze meldt dat bericht van verhindering is ontvangen van mevrouw Van Otterloo en de heer De Raad. De heer Van Olst komt iets later.

Op de tafels is een brief uitgereikt van de Kopersvereniging Schokkerhaven. De AV-leden hebben de inbreng van de kopersvereniging bij agendapunt 6.c ook via de mail ontvangen en kunnen die eventueel meenemen in hun reacties.


2. GELEGENHEID TOT INSPREKEN

Er hebben zich geen insprekers aangemeld.


3. VASTSTELLING AGENDA

De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.


4. VASTSTELLEN VERSLAG VAN DE VERGADERINGEN VAN DE ALGEMENE VERGADERING D.D. 30 september 2014

tekstueel

De heer Van den Noort heeft enkele wijzigingen:

- blz. 2, 3e regel van boven: “Voor het personeel was er per 1 januari 2014 geen cao.” Bedoeld is: “… geen nieuwe cao.”;

- blz. 2, regel 14 van onder: “Boorgesteld” moet zijn “Voorgesteld”;

- blz. 3, regel 7: “vergadering” moet zijn “vergaderingen”;

- blz. 16, 3e alinea regel 6: “Bedrijvfsgebouwd” wijzigen in “Bedrijfsgebouwd”.

Met inachtneming van deze wijzigingen wordt het verslag vastgesteld.
5. MONDELINGE MEDEDELiNGEN

Heemraad de heer Naaktgeboren heeft een mededeling over nr. 2013-03 op de actiepuntenlijst. De stand van zaken GLB en POP3 zou vandaag op de agenda staan. Niet aankopen, maar een kwalitatieve verplichting op de ondergrond afspreken is niet mogelijk bij de watergangen, wel bij de inliggende sloten. De sloot moet in eigendom zijn. Mettertijd krijgt de Algemene Vergadering hierover een schriftelijke mededeling.

De heer Veenink vraagt wat wordt verstaan onder inliggende sloten.

Heemraad de heer Naaktgeboren antwoordt dat als iemand twee kavels heeft er een inliggende sloot is, een sloot die volledig in eigendom is van de agrariër.


6. Besluitvormend, ter bespreking

6.a  Bestuursrapportage 2014

Heemraad de heer Maenhout geeft aan dat de opzet van de Bestuursrapportage (Berap) anders is dan in vorige jaren. De Berap is nu per programma ingedeeld en dubbelingen zijn eruit gehaald. Het tijdstip van voorleggen is ook anders dan voorgaande jaren, namelijk een maand later. Wel heeft het college met enige regelmaat begrotingswijzigingen voorgelegd en bij elke AV-agenda is een totaaloverzicht van de begrotingwijzigingen gevoegd. Verschillende keren is ook de prognose van het jaarresultaat gedeeld met de Algemene Vergadering.

De Berap 2014 geeft de actuele situatie rond de strategieën en projecten weer. Bijna alles verloopt volgens de planning. Alleen bij de herprofilering kavelsloten staat nog een rode smiley.

In de Berap 2014 staat ook een opsomming van de begrotingswijzigingen, culminerend in totaal € 130.000,-- verlaging van de begroting. De in de vorige vergadering gedeelde prognose van het jaarresultaat is ook opgenomen, te weten tussen de € 0,1 miljoen en € 3,2 miljoen positief.

In de Berap wordt ingegaan op het investeringsplan. Vorig jaar heeft de Algemene Vergadering uitgebreid gesproken over hoe actueel en realistisch het investeringsplan is. Op dit moment zit het percentage uitputting van de investeringen niet op honderd procent, maar het verwachte percentage is wel behoorlijk.

De toegezegde personele kengetallen zijn in de Berap opgenomen en er wordt ook iets gezegd over inhuur.

In de risicoparagraaf worden de risico’s benoemd. Heemraad de heer Maenhout kan de Algemene Vergadering melden dat één daarvan afgestreept kan worden, namelijk het risico bij de wandelende insteken. Onlangs heeft de rechter uitspraak gedaan in deze zaak en die luidde dat er geen sprake is van verjaring. Dat betekent dat deze stroken grond eigendom zijn van Zuiderzeeland en dat het waterschap bij de aanleg van duurzame oevers die grond niet hoeft te kopen. In het blad Nieuwe Oogst is hieraan een artikel gewijd. Dat kan wellicht meegestuurd worden met de vrijdagpost.

De heer De Graaf merkt op dat de Berap 2014 er goed uitziet. Het overzicht over de eerste acht maanden van dit jaar is helder en geeft een goed beeld. De schriftelijke beantwoording op de gestelde vragen, voegt op de betreffende delen nog wel iets toe. De methode werkt, zo stelt de fractie ChristenUnie vast.

De fractie deelt de conclusie van het college dat we aan het oogsten zijn niet geheel. De Algemene Vergadering plukt nu de eerstelingen, maar de volle oogst is er nog niet. De verwachte vruchten beginnen zich langzamerhand aan te dienen, maar het is laaghangend fruit. De echte inspanningen is de organisatie nog aan het leveren.

De fractie kijkt uit naar en verwacht dus ook een positief jaarresultaat over 2014. De bandbreedte is weer de goede kant opgeschoven. Dat is een opsteker voor het bestuur voor de komende meerjarenbegroting. Er hoeven geen tekorten worden goedgemaakt en de overschotten kunnen worden ingezet om de lasten voor onze burgers zo veel als mogelijk op hetzelfde niveau te houden. De afwijkingen ten opzichte van de primitieve begroting zijn niet al te fors en worden door het college duidelijk verklaard. Ook het doorschuiven van de investeringen in Almere is een logische keuze. De in de Berap besproken risico’s zijn voldoende afgedekt en, zoals heemraad Maenhout vertelde, zelfs met één verminderd.

De fractie ChristenUnie gaat akkoord met alle vijf de voorstellen.

De heer Koster stelt dat volgens het college het jaar 2014 een oogstjaar is en dat het bestuur in control is. Mooie termen in dit laatste jaar van deze Algemene Vergadering. Een mooi verkiezingsthema.

Het verwachte jaarresultaat zal richting de € 3,2 miljoen kunnen oplopen. Waarschijnlijk zal dat niet helemaal gehaald worden, maar ligt het daar ergens wel bij in de buurt. Desondanks er scherp begroot is, kan gezegd worden dat het goed gedaan is. Anderzijds, als wij scherp begroot hebben en we houden desondanks weer over, kun je je afvragen: Hoe scherp kan daadwerkelijk begroot worden? Kan er nog een tandje bij?

In het stuk staat een heldere analyse van de mee- en tegenvallers tot op heden. De VVD kan instemmen met de voorgestelde begrotingswijzigingen die een logisch gevolg zijn van eerdere besluiten. De VVD kan ook instemmen met de gewijzigde/aangepaste strategieën. In veel gevallen is er een goede uitleg waarom een bepaalde afspraak (bijvoorbeeld een jaar) niet wordt gehaald. Zoals bij de kavelsloten.

De Berap geeft een goed overzicht en inzicht in de uitvoering van het gevoerde beleid. De aangepaste opzet conform hoofdstukindeling van de begroting spreekt de VVD aan. Het is goed dat voor de "uitdagende projecten" de vinger goed aan de pols gehouden gaat worden. Immers hier kunnen onverwachte risico’s zitten die eventueel kunnen leiden tot tegenvallers.

Op een aantal programma’s wil de VVD nog een nadere toelichting geven en aanvullende opmerkingen plaatsen.



Programma veiligheid: Het is terecht dat er aandacht wordt gegeven aan de vervolgstappen op het Deltaprogramma zoals dat is vastgesteld. Begrijpelijk dat de Knardijk even in de wachtkamer is gezet in afwachting van de eisen die de provincie nu gaat stellen.

Verheugend is het te lezen dat de Zwartemeerdijk door de nieuwe berekeningssystematiek nu waarschijnlijk ruimschoots voldoet aan de veiligheidsnormen.



Programma voldoende water: De VVD onderschrijft het voornemen om met de provincie en de gemeente het voortouw te nemen om een studie te doen naar de relatie haalbaarheid droogleggingsnorm, in relatie tot het bestaande grondgebruik.

De VVD is tevreden met de inzet op het stedelijk waterbeheer. Het maakt nu steeds meer onderdeel uit van de werkzaamheden van het waterschap. Ook voor de stedeling is het waterschap steeds meer zichtbaar.

Het nieuwe inzicht naar aanleiding van de pilot herprofilering kavelsloten onderstreept het belang van een zorgvuldige voorbereiding. Het stuk ligt in november opiniërend voor en begin 2015 besluitvormend.

Muskusratten: de norm afdoende is wederom bereikt, terwijl ook de VVD-motie uit 2010 is uitgevoerd (dus minder fte's). Een mooi resultaat.

Voor de VVD fractie is niet helemaal helder wat het verschil is tussen duurzame oevers en natuurvriendelijke oevers. In het stuk wordt namelijk alleen over duurzame oevers gesproken. Graag een toelichting.

Programma schoon water: De VVD vindt het goed dat er aandacht gegeven gaat worden aan medicijnresten en resistente bacteriën. De afvalwaterketen krijgt ook meer aandacht om, vooral in het belang van het Bestuursakkoord Water, meer inzicht te krijgen in de terugverdieneffecten in de keten.

Positief staat de VVD tegenover het project Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW), waarin overheden en sector projectmatig inspanningen gaan leveren.



Bedrijfsvoering: Het is goed te zien dat de risicobenadering bij projecten verder invulling krijgt. Risico’s gaan eraf, maar komen er net zo makkelijk weer bij.

De VVD vindt internationale samenwerking primair een zaak van de rijksoverheid, maar aangezien het waterschap hiervoor geen of weinig kosten maakt, gaat de fractie akkoord.

Personeel: de inhuur gaat van € 3,3 naar € 2,0 miljoen. Dat gaat de goede kant op. Water werkt, in dit geval! Er is wel een stijging van het aantal fte’s te zien sinds het opheffen van de vacaturestop (2014: +19 fte’s, verloop -7 komend van 2012 met +6 en uitstroom -2,3). Het waterschap huurt minder personeel in, maar stelt wel meer eigen personeel aan.

De daling van het ziekteverzuim is belangrijk, van 7% naar iets boven de 4%. Een mooi resultaat.

De VVD heeft nog een laatste opmerking over de investeringen. In het overzicht staat dat wij op 42% van de investeringen zitten. Dat vraagt nog extra aandacht en inzet voor de tweede helft van het jaar. Gaat dit dan wel gehaald worden?

De heer Leijten geeft aan dat de nieuwe opzet van de Berap het CDA zeer aanspreekt. Volgende maand, bij de vaststelling van de begroting 2015, spreekt de Algemene Vergadering over veel onderwerpen die ook in de Berap genoemd worden. Daarom gaat het CDA nu niet op alle onderwerpen in.

De opmerking over het oogstjaar heeft de fractie wat getriggerd. De fractie realiseert zich dat de Algemene Vergadering in het verleden bestuurlijke besluiten genomen heeft waarvan de revenuen nu zichtbaar worden. Dat plukken van revenuen is ook te merken aan de financiële opstelling binnen een aantal programma’s. Het CDA is ook blij te kunnen constateren dat er nog tal van ontwikkelingen zijn en dat de Algemene Vergadering de komende jaren nog tal van besluiten moet nemen om te zorgen dat de taken van het waterschap zo optimaal mogelijk worden uitgevoerd. Oogsten zou ook kunnen betekenen dat je wat afsluit. De agenda geeft integendeel voldoende uitdaging voor het CDA om dit bestuurswerk te blijven doen.

De fractie kan instemmen met het aanpassen van een aantal strategieën. Ze beoordeelt dat als een actualisatie van onderwerpen, van de stand van zaken op dit moment. Anders ligt het met de herprofilering, maar de heemraad heeft gezegd dat daarvoor binnen afzienbare tijd een separaat voorstel wordt voorgelegd.

Het CDA neemt op dit moment kennis van de prognose van het jaarresultaat. De fractie stelt wel vast dat, wanneer een aantal incidentele zaken eruit wordt gehaald, de begroting 2014 realistisch is opgesteld. Dat heeft de Algemene Vergadering ook altijd gewild.

Ook het CDA constateert dat het lastig is om de investeringsplanning te realiseren binnen het bedoelde jaar. Dat is ook wel begrijpelijk, in een investering die richting de uitvoering gaat zitten altijd nogal wat onzekerheden. Als er, doordat de uitvoering op een wat later tijdstip is, maar niets misgaat, is dat ook niet zo erg. De investeringsomvang is ongeveer € 13 miljoen en de verwachting is dat € 1,8 miljoen daarvan niet gerealiseerd wordt. Dat valt dus nog wel mee.

De risicoparagraaf wordt korter, zoals heemraad Maenhout vertelde. Dat er een risico wegvalt, kan de Algemene Vergadering alleen maar geruststellen.

Het CDA neemt kennis van de stukken en stemt in met de vaststelling van de Berap 2014 en de overige voorstellen.

De heer Zwaaf spreekt namens de Algemene Waterschapspartij waardering uit voor deze Berap 2014. Het is weer een stapje verder in het proces. De Algemene Vergadering kan nader lezen wat de bedoelingen zijn geweest en wat de resultaten daarvan zijn.

De Algemene Waterschapspartij heeft de Berap met zeer veel aandacht gelezen en ook schriftelijke vragen gesteld. De fractie waardeert het dat de organisatie de vragen zo snel kon beantwoorden. Nadeel is dat de fractie daarna de antwoorden nog moest verteren. Misschien is het mogelijk in de toekomst tussen de beantwoording en de vergadering wat ruimte te creëren.

Als het gaat om de vormgeving van de Berap viel op dat waar strategie staat soms doel en soms ambitie bedoeld wordt. De heer Zwaaf heeft geleerd dat strategie de wijze is waarop middelen worden ingezet om een doel te bereiken. Soms is het verwoord als: dit doel willen we bereiken of hebben we bereikt. Wellicht kan de formulering wat meer SMART zijn.

Uiteraard is de Algemene Waterschapspartij heel geïnteresseerd in de resultaten wat betreft de personele cijfers. De Algemene Vergadering heeft informatie gekregen over het traject Water Werkt. Vanuit de organisatie zijn er geen negatieve berichten ontvangen, dus de fractie hoopt dat het goed gaat, ze denkt dat dit proces waardering verdient en ze volgt het proces constructief.

De fractie heeft een vraag gesteld over het ziekteverzuimpercentage. Dat percentage is in Nederland behoorlijk laag; in 2013 3,9%. Daarbij moet worden aangetekend, dat dit differentieert naar grootte van bedrijven. Bij bedrijven met minder dan 10 fte bedroeg het ziektepercentage 1,6% en bij grote bedrijven 4,7%. Bedrijfstakken als openbaar bestuur kwamen echter niet onder de 5%. Zuiderzeeland had in 2013 5,8%: dat viel een beetje tegen. Volgens de Berap is het percentage in 2014, althans na twee kwartalen, echter gedaald naar 4,2%. De vergelijking met 2013 kan nog niet definitief worden gemaakt, want er zijn nog twee kwartalen te gaan. De heer Zwaaf kan wel zeggen dat in het tweede kwartaal 2014 het landelijk percentage is gedaald naar 3,7%. Er is dus nog werk te doen.

Maar deze cijfers zeggen nog niets van de aard van het verzuim. In de onderhavige Berap is dat ook het geval. De heer Zwaaf hoopt dat de Algemene Vergadering dit met de Algemene Waterschapspartij eens is. Als het college stelt, dat de ingezette daling van het percentage is veroorzaakt door een betere, gerichte individuele aanpak, met name bij medewerkers die langdurig dreigen uit te vallen, dan moest ook de vraag worden beantwoord, hoe het dan zit met het kortdurend verzuim en de frequentie daarvan. Overigens moest dit al vanaf 2002 want toen ging de Wet verbetering poortwachter in. Deze vraag heeft de fractie schriftelijk gesteld omdat als onderbouwing is gesteld dat het ziekteverzuimpercentage aanzienlijk lager ligt vanwege de individueel gerichte aanpak bij medewerkers die langdurig (dreigen) uit te vallen. In de schriftelijke beantwoording staat dat het gaat om kortdurend verzuim. Dat is tegenstrijdig. Zoals al aangegeven wil de fractie meer informatie, voornamelijk om de controlerende rol van de Algemene Vergadering te versterken. Hoe het zit bijvoorbeeld met de verschillen tussen mannelijk en vrouwelijk personeel bij het ziekteverzuim? Treft het vooral jongeren of ouderen? Wellicht kan dan ook de vraag worden beantwoord hoe groot de verzuimduur is in dagen per jaar. De heer Zwaaf hoopt dat deze cijfers bekend zijn. Als dat niet zo is, doet hij de aanbeveling deze cijfers bij volgende rapportages op te nemen.

Landelijk gezien is er wel een verschil. Tot 24 jaar is het 2,4%, tussen 25 en 34 is dit 3,9%, bij 35 tot 44 al 4,1%, daarna 4,6% en boven de 55 jaar 5,9%. De fractie is heel benieuwd hoe dit bij Zuiderzeeland ligt en wat daaraan gedaan wordt. Landelijk neemt de verzuimfrequentie af met het stijgen der jaren, men is minder vaak ziek, maar het langdurige verzuim neemt in de hogere leeftijdsgroep wel toe. Is dat bij Zuiderzeeland ook het geval?

Dan de kosten. De fractie neemt aan dat een vergelijkend overzicht van de kosten in relatie tot het ziekteverzuim wel zo relevant is. Temeer omdat terecht het zwangerschapsverlof niet wordt meegerekend, is het natuurlijk wel belangrijk om te weten wat het ziekteverzuim kost vanwege noodzakelijke inhuur van personeel.

Het is voor de fractie moeilijk in te schatten wat de crisis doet met het ziekteverzuim bij Zuiderzeeland. Over het algemeen is te zien dat, ook zonder beleid, het ziekteverzuim daalt. Dat heeft onder andere te maken met de angst de baan te verliezen. Landelijk is 23% van het ziekteverzuim werkgerelateerd. Hoe zit dit bij Zuiderzeeland?

De Algemene Waterschapspartij maakt wellicht te veel opmerkingen en stelt te veel vragen, maar het college stelt in deze paragraaf dat wordt gekeken naar een nieuwe ziekteverzuimnorm. De zojuist gestelde vragen en opmerkingen staan het college derhalve geheel ten dienste bij het kijken naar die ziekteverzuimnorm. Ten minste als het college net als de fractie nieuwsgierig is naar de resultaten.

De heer Okkerse merkt op dat het waterschap bekendstaat als een orgaan dat degelijke besluiten neemt. De Algemene Vergadering is een nieuwe weg opgegaan, een weg van meer dialoog. Wat alle partijen ongetwijfeld heeft beziggehouden, is de vraag: Leidt dit nu tot meer of minder risicovolle besluiten? In zijn boekenkast staat een boek met de titel Dit verklaart alles. Daarin leest hij dat 45 jaar geleden al een sociaalpsychologisch experiment is gedaan met betrekking tot de vraag of interactie binnen groepen nu leidt tot het nemen van meer of minder risico. Hij kan mensen die in onzekerheid verkeren over de vraag of dit waterschap nu minder degelijk gaat worden geruststellen. Uit dat experiment is een even eenvoudige als fraaie conclusie gekomen, namelijk dat groepsinteractie ertoe neigt de reeds aanwezige voorkeuren van mensen te versterken. Dus geen vrees, het komt allemaal goed.

De Berap 2014 oogst ook bij Water, Wonen en Natuur waardering. Hij is inzichtelijk. Er blijkt uit dat het waterschap redelijk goed op schema zit en dat er geen reden tot zorg is. Belangrijk is dat er blijkbaar steeds reëler wordt begroot. De begrotingsdiscipline neemt dus ook toe. Wel stelt de fractie vast dat de investeringen achterblijven. Is daarin een versnelling voorzien in het laatste kwartaal van 2014?

De out-of-pocketkosten laten een forse overschrijding zien van circa € 1,2 miljoen. Te lezen is dat het bedrag kan variëren. De fractie heeft geen toelichting gevonden waar te lezen is waarin dit nu zit. Wellicht kan de Algemene Vergadering daar lering uit trekken voor het laatste kwartaal 2014.

De heer Okkerse loopt de hoofdstukken door.

Bekend is dat er net overleg heeft plaatsgevonden over Flevokust. De fractie vindt het plezierig als het college de Algemene Vergadering, in de marge van dit agendapunt, kan vertellen waar het waterschap op dit moment staat in dit project.

Het ecologisch dijkbeheer riep een vraag op bij de fractie die misschien niet direct te beantwoorden is. De fractie meent begrepen te hebben dat de pilots met name plaatsvinden op de noordzijde van dijken. Is dat juist? Waarom is gekozen voor die kant? Mensen die hiervan verstand hebben, hebben de fractie verteld dat dit kan worden gezien als een serieuze poging om het niet te laten lukken en dat op de zuidzijde de kans op succes veel groter is.

Te lezen is dat het dynamisch peilbeheer in gebruik is genomen, maar dat daarvoor nog geen peilbesluiten zijn genomen. Graag een toelichting.

Wat de herprofilering kavelsloten betreft, sluit de fractie aan bij de vorige sprekers. De fractie ziet reikhalzend uit naar het uitgewerkte voorstel dat de Algemene Vergadering krijgt voor de volgende vergadering.

Al eerder heeft Water, Wonen en Natuur gesteld dat, daar waar wordt gesproken over het informatiebeleidsplan, de fractie wil dat het college temporiseert in relatie tot het RKC-onderzoek.

Het percentage ziekteverzuim is nog wat aan de hoge kant, al gaat het de goede kant op. De fractie is getriggerd door de tekst dat het college de ziekteverzuimnorm wil aanpassen. Kan het college daar iets meer over zeggen?

De fractie stelt met tevredenheid vast dat de rechtszaak over de wandelende insteken met “succes” voor ons waterschap is afgesloten. De heer Okkerse vindt de reactie van LTO op de uitspraak van de rechter die van een sportieve verliezer en dat waardeert hij zeer. Als hij goed is geïnformeerd, heeft dit geen budgettaire consequenties omdat er geen reservering voor opgenomen was. Kan het college dat bevestigen?

Er is naar de mening van de heer Okkerse ook een minder goede verliezer. De heer Pechtold van D66 heeft, kort nadat de discussie gesloten was, nadat er lang en in zeer breed verband en in allerlei geledingen over gepraat was, de discussie over het bestaansrecht van het waterschap weer heropend. De heer Okkerse weet dat D66 graag de bestuurlijke drukte vermijdt en niet voor verspilling van energie is, dat het een groene partij is, maar dan getuigt het van slecht verliezerschap als je onmiddellijk opnieuw die discussie begint. Dat gaat weer geweldig veel energie vragen van mensen, zorgt voor een verkeerde focus, zal leiden tot een vorm van bestuurlijke drukte in hoofden en vergaderkamers. De heer Okkerse meent dat de discussie genoegzaam is gevoerd. Natuurlijk voer je die niet voor de eeuwigheid, maar het mag wel iets langer standhouden dan de paar maanden die de heer Pechtold ervoor genomen heeft.

De voorzitter reageert dat ze denkt dat de heer Okkerse wat dat laatste statement betreft de volledige steun krijgt van de hele Algemene Vergadering.

De heer Van den Noort merkt op dat de fractie Bedrijfsgebouwd met genoegen haar reactie in eerste termijn geeft op de voorliggende Berap 2014.

Allereerst een compliment aan college en organisatie voor deze Berap. Het is in brede zin een mooi compleet, overzichtelijk en ook prettig leesbaar geheel. Het geeft een goed overzicht van de status van de vele projecten die lopen, zowel als het gaat om de inhoudelijke kant als ook de strategische en financiële aspecten ten opzichte van doelen en budgetten.

In de toelichting wordt gesproken over een aantal complexe uitdagende projecten die lopen en een groot beslag leggen op de capaciteit van het waterschap. Een opvatting die de fractie zeker kan onderschrijven. Juist in dat licht is de fractie geneigd om de opmerking dat 2014 al getypeerd kan worden als ‘het jaar van het oogsten’, iets te willen nuanceren. Inmiddels is duidelijk dat Bedrijfsgebouwd niet de enige fractie is die dit meent.

Veel van de grotere projecten, te denken is aan Water Werkt, Waterkracht, de buitendijkse keringen, de verbouwing en diverse andere projecten zullen pas in de komende jaren hun meer tastbare en aantoonbare resultaat moeten opleveren. Naar het inzicht van Bedrijfsgebouwd is de verdienste van de organisatie nu vooral dat al deze projecten actief opgestart en geagendeerd zijn. Ze zijn belangrijk om ons waterschap in de meest brede zin ‘up & running’ te houden. Zo kijkt de fractie met belangstelling uit naar de aangekondigde 1e bestuurlijke Waterkrachtrapportage, eind 2014, mede aan de hand van het opgezette dashboard.

De fractie wil 2014 kwalificeren als een jaar waarin de organisatie zich nadrukkelijk gefocust en gepositioneerd heeft om in de komende nieuwe bestuursperiode echt structureel te kunnen gaan oogsten.

In wezen sluit deze stellingname aan bij het prima jaarresultaat van ca. € 1,5 - € 2,0 miljoen, wat naar verwachting gerealiseerd zal gaan worden. De positieve beïnvloeders van dit resultaat zitten immers vooral in de incidentele meevallers, hogere belastinginkomsten, lage rente, lage inflatie, alsmede enige verschuivingen, met name in de hoek van de duurzame oevers. Dat geeft aan dat de echte bedrijfsmatige effecten van projecten als Water Werkt en Waterkracht grotendeels nog moeten komen. Laten we daar blij mee zijn! Niettemin is Bedrijfsgebouwd oprecht verheugd over het positieve verwachte jaarresultaat en over de uitspraak die in de toelichting is te lezen, dat er sprake is van een financieel gezond waterschap, waarin er ‘grip op zaken’ is en wordt geconcludeerd dat de organisatie in hoge mate ‘in control’ is.

Omdat de fractie tijdens de behandeling van de begroting 2015 meer in detail zal ingaan op de financiële cijfers, beperkt de heer Van den Noort zich nu tot het aantippen van slechts enkele facetten.

De nadere toelichting over de opbouw van de geactualiseerde prognose is helder en roept op dit moment geen vragen op.

Kijkend naar de investeringen valt op dat de uitputtingen tot en met augustus op vrijwel alle programma’s ruim onder de 50% liggen en dat de verwachting is dat € 1,8 miljoen gebudgetteerde ruimte niet gebruikt zal worden. De relativering van de heer Leijten, dat als je het in verhouding ziet, het gaat over iets meer dan 10%, is heel terecht. Toch hoort de fractie graag van de portefeuillehouder wat de duiding kan zijn van het feit dat het nu nog onder die 50% zit.

Met betrekking tot de risicoparagraaf en de beantwoording van vraag 3 van de Algemene Waterschapspartij heeft de fractie een aanvullende vraag over de opgelegde aanslagen voor de Maxima-centrale. De procedure en de getroffen voorziening van € 0,5 miljoen betreffen uitsluitend de aanslag over 2011. De beantwoording en de toelichting daarop is helder. Is het echter juist dat in 2014 nieuwe aanslagen van gelijke omvang zijn opgelegd voor de jaren 2012, 2013 en 2014? En zo ja, is het dan juist te veronderstellen dat daarvoor (en we spreken dan over circa € 1,5 miljoen) een gelijk risicoprofiel van toepassing is, waarvoor op dit moment nog geen voorziening is getroffen? Graag een nadere duiding.

Met betrekking tot de financiering is het prettig te lezen dat, door middel van kasgeldleningen, binnen de normen actief is ingespeeld op de extreem lage rentestand. Compliment daarvoor.

De heer Van den Noort bedankt het college voor de toegezegde overzichten met betrekking tot inzicht in de inhuur. Een mooie eerste aanzet om structureel meer zicht te krijgen op dit belangrijke onderdeel van de bedrijfsvoering. De uitsplitsingen tussen vaste formatie, externe (tijdelijke) inhuur en uitbesteed werk en de toelichtingen daarop zijn helder.

Met betrekking tot externe inhuur wordt de opmerking gemaakt dat de uitgaven hiervoor in 2014, met name door beëindiging van de vacaturestop, weliswaar substantieel zullen dalen (€ 3,3 naar € 2 miljoen), maar dat de begrote cijfers voor externe inhuur nochtans ‘aanmerkelijk’ lager liggen. De oorzaak die daarvoor wordt aangegeven, ligt bij het feit dat er budgettair geen rekening wordt gehouden met inhuur op basis van vacatures en inhuur op basis van ziekte en/of zwangerschap.

Het komt de fractie Bedrijfsgebouwd voor dat bij een organisatie met ruim 250 fte’s het heel gebruikelijk zou zijn om daarvoor wel te budgetteren op basis van voorhanden zijnde ervaringscijfers. De fractie hoort graag of het college dit ook zo ziet.

Tot slot nog een opmerking over de rapportage van de strategieën. Het systeem met de smileys maakt de Berap zeker aantrekkelijker en leesbaarder. Bovendien geeft het de mogelijkheid om relatief snel te zien waar de kwetsbare onderdelen binnen de strategieën zitten. Als je dan specifiek inzoomt op het overzicht, valt wel op dat de formulering van de strategieën (ambitie, strategie, doelen) in de Berap in een aantal gevallen nog wel heel vrijblijvend is en niet echt voldoet aan de normen op basis van SMART (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdsgebonden).

De heer Van den Noort geeft twee voorbeelden. In de categorie Bedrijfsvoering staat: “In 2015 is het waterschap in staat om in samenwerking innoverend te zijn.” Tja? Hij keek dat zo aan en de groene smiley keek terug. Hij keek hem nog een keer aan en toen leek de groene smiley terug te zeggen: beste vriend, ik blijf lachen, jij kunt ervan vinden wat je vindt, ik zal niet van kleur verschieten, ik blijf groen, ik heb het mooi voor elkaar.

Het tweede voorbeeld betreft Discrepantie op blz. 65; voorwaar een materieel thema. Het wijzigingsvoorstel spreekt over ‘een eventueel te grote discrepantie terugbrengen naar acceptabel niveau’. Ook dat is niet echt SMART geformuleerd.

Het voert de fractie veel te ver om er wijzigingsvoorstellen voor in te dienen, maar ze doet wel graag een oproep aan de organisatie om op dit punt in algemene zin aan te scherpen. De waarde van de smileys en de rapportage zal dan verder kunnen toenemen.

In beginsel is de fractie Bedrijfsgebouwd voornemens in te stemmen met alle punten van het voorstel, maar ze betrekt bij haar definitieve houding graag nog de reactie van de andere fracties en de nadere beantwoording door het college.

De heer Bos noemt de Berap één van de meest belangrijke documenten in het jaar, maar tegelijkertijd ook één van de minst spannende. Dat laatste is geen verwijt, maar een compliment.

Met het doornemen van het document weten we weer precies waar we staan. Vaak op de juiste plek, maar ook weleens voor op het peloton of juist een beetje achterop. Maar achterop kan soms ook de perfecte plek zijn!

Hoewel niet alles even verrassend, willen de fracties Werk aan Water Flevoland en Ongebouwd, synchroon aan de rapportage, een aantal zaken naar voren halen.

Op blz. 6 staat: “Het college streeft ernaar om de huidige bestuursperiode, die veel langer heeft geduurd dan gepland was, netjes af te afronden.” Wat is hier vermeldenswaard aan?

Binnen het programma Veiligheid gaat het op blz. 11 over dijkvakken die op piping zijn afgekeurd. Maar niet getreurd, er komt gewoon weer een geavanceerde toets. De fracties zijn benieuwd of deze geavanceerde toets net zo uitpakt als onlangs de geavanceerde toets op het talud van de Zwartemeerdijk.

Bij het programma Schoon Water meldt blz. 28 een bijzondere situatie in Zeewolde op de AWZI. Er waren signalen dat de zuivering overbelast was geraakt. Zekerheid is er nog niet over. Het project discrepantie moet daarin helderheid verschaffen en dat geeft wellicht helderheid over de signalen. Rekenkundige signalen dus. De heer Bos is bang dat de praktijk hier zwaar onderschat wordt of werd. De metingen aan de effluenten waren immers goed. Dan is er dus geen overbelasting. De moraal van dit verhaal: Niet alleen bureauwijsheid, maar ook veldkennis benutten.

Het Oosterwold komt ter sprake in de paragraaf Bedrijfsvoering. Zuiderzeeland is een interne pilot gestart rondom de waterhuishoudkundige inrichting Oosterwold. Wat houdt deze pilot precies in? Is het niet mogelijk om eerder dan eind 2016 de benodigde inzichten op tafel te krijgen? De eerste intentieovereenkomsten in het gebied zijn immers al getekend.

Op blz. 33 wordt de afkorting NGO in volledige bewoording uitgelegd. Misschien is het een beetje flauw om te zeggen, maar de G staat voor Gouvernementeel, en niet voor Gouvermenteel.

Het ziekteverzuim, onder HRM en Organisatie, laat een mooie daling zien. Maar ziekteverzuim is meer dan alleen maar een cijfertje op papier. Er schuilen mensen achter die hun gezondheid voor kortere of langere tijd moeten missen. Terecht dat het college investeert in deze doelgroep om preventie meer kansen te geven. Het college stelt zich de vraag over de juistheid van de huidige norm. Volgens het CBS was het ziektecijfer in 2013 bij overheidsdiensten 5,0. Het gemiddelde van alle economische activiteiten was in 2013 3,9. Het zou mooi zijn als de eventuele nieuwe norm niet boven dat laatste cijfer uitkomt.

Op blz. 43 eindelijk een verrassing. In het hoofdstuk Financiën en Risico’s vraagt het college € 32.500 voor het project van Z naar Z. De afspraak was dat het budgetneutraal zou uitpakken. Met de overige begrotingswijzigingen gaan beide fracties akkoord.

Blz. 50 brengt ons weer bij de iba’s. De laatste keer dat de Algemene Vergadering hierover sprak, was ten tijde van de AV-vergadering op 24 juni 2014. Toen stond onder andere het zakelijk recht van de iba ’s geagendeerd. Maar dat stond daar foutief en overbodig stelde Heemraad Schelwald op een vraag van de heer Riemens. Nu blijkt dat er toch nog problemen zijn bij de vestiging van het zakelijk recht. Wat is er precies aan de hand? Is er sprake van onenigheid of onwil? Wat te doen als ook het laatste bezoek geen resultaat oplevert?

Dan de wandelende insteken. De heer Okkerse citeerde de uitspraak van LTO weergegeven in het blad Nieuwe Oogst en noemde de boeren goede verliezers. De heer Bos merkt op dat, als partijen met elkaar een proefproces opstarten, die partijen niet zoeken naar winnaars en verliezers, maar naar een uitspraak van de rechter. Daar doen ze het dan mee. Hij stelt voor de termen verliezers en winnaars niet te hanteren. Iedereen moet omgaan met de uitspraak van de rechter en dat is het. Beide fracties zijn blij met de uitspraak van de rechter. Wat bij de een gebracht moet worden, moet bij de ander gehaald worden.

De heer Bos wil ook nog even de vinger leggen op Bijlage 1. Inhuur. De scheidslijn tussen inhuur en uitbesteding lijkt heel helder door de definiëring van beide. Maar …, pas op dat je niet door de tijd wordt ingehaald. Het ‘Nieuwe Werken’ schetst vervagende scheidslijnen tussen de werkwijze van eigen medewerkers, inhuur en uitbesteding. Binnen het ‘Nieuwe Werken’, waarbij minder gestuurd wordt op werkwijze, maar waar resultaten leidend worden, zou op basis van de definitie van uitbesteden, een inhuurder onder uitbesteding ingeboekt kunnen worden. Om die reden, en vanwege de discussie rondom adviesdiensten zoals verwoord in paragraaf 3.2, blijft het voor de toekomst wenselijk om zowel inhuur als uitbesteding inzake adviesdiensten te allen tijde naast elkaar te verantwoorden.

De Berap sluit af met een rapportage van de strategieën voor de komende jaren. Daar zitten een aantal wijzigingen aan te komen. In de regel zijn het kleine aanpassingen, waarmee beide fracties geen moeite hebben. Er zit er één bij met een bijzonder grote aanpassing, de strategie op de Knardijk. Dat vinden ze de mooiste.

Heemraad de heer Naaktgeboren gaat in op het verschil tussen duurzame en natuurvriendelijke oevers. Duurzame oevers worden over het algemeen aangelegd in het agrarisch gebied en natuurvriendelijke oevers bij natuur. De kosten per strekkende meter zijn gelijk. Bij natuur wordt nooit grond aangekocht, maar wordt bijvoorbeeld soms wel een poel gegraven.

Zuiderzeeland werkt al een tijd met dynamisch peilbeheer. Dat heeft vooral te maken met het grote verhang in het gebied (circa 3 tot 4 meter). Met dit peilbeheer kunnen de stuwen goed op afstand bediend worden en kan het waterschap anticiperen op het weer dat voorspeld wordt. Dat gebeurt binnen de peilbesluiten. Het betekent voormalen, water vasthouden, de wateraanvoer soms iets eerder stilzetten als er veel regen voorspeld is. Totnogtoe zijn de ervaringen hiermee heel goed. De kans dat Zuiderzeeland hiermee doorgaat, het dynamisch peilbeheer definitief maakt, is heel groot.

Heemraad de heer Nieuwenhuis gaat in op Flevokust. De heer Okkerse dacht dat er onlangs overleg was geweest, maar dat is niet zo, op 5 november 2014 is weer een bestuurlijk overleg.

De afgelopen maanden waren er twee soorten overleggen. De gedeputeerden Appelman en Gijsberts, mevrouw Klavers en heemraad Nieuwenhuis hebben vooral gesproken over de consequenties van de “deuk” in de dijk, de nieuwe normen en de uitwerking daarvan. En verder over een bestuursovereenkomst die tussen partijen afgesloten zal worden. Het college heeft de Algemene Vergadering daarover geïnformeerd. Daarnaast is er de reguliere stuurgroep Flevokust, waarin ook Rijkswaterstaat en de verantwoordelijk wethouder van Lelystad zijn vertegenwoordigd. De stuurgroep praat over de planontwikkeling in het geheel. De bedoeling is dat het tijdelijk overleg met de twee gedeputeerden teruggebracht wordt en opgaat in de reguliere stuurgroep.

Gezegd is dat de pilot ecologisch dijkbeheer vooral op de binnentaluds van de dijken moet plaatsvinden. Toen de Algemene Vergadering de notitie met de uitgangspunten besprak, is ervoor gekozen de pilot vooral te doen langs de randmeerdijken en niet langs de IJsselmeerdijken, de primaire keringen. Op een van de pilotplekken (bij gemaal Lovink langs de Harderdijk), ligt het binnentalud inderdaad op het noorden. Er ligt overigens ook een deel langs de Knardijk, bij het natuurgebied Harderbroek van Natuurmonumenten. Dat ligt gunstiger, meer op het noordoosten. Samen met Natuurmonumenten is het waterschap ook bezig met het ecologisch beheer van de Kadoelermeerdijken. Het college verwacht dat met wisselende invalshoeken en liggingen er toch een goed beeld komt over de effecten van het ecologisch dijkbeheer. De pilot wordt gemonitord en het college zal de Algemene Vergadering in kennis stellen van de bevindingen.

De heer Bos vroeg naar het onderzoek naar piping. Heemraad de heer Nieuwenhuis antwoordt dat het onderzoek naar de stabiliteit van de Zwartemeerdijk en de effecten van de oude steenbekleding op de dijken het waterschap geen windeieren heeft gelegd. Het programmabureau HWBP heeft de uitkomsten van dat onderzoek in dank aanvaard. Door aanvullend onderzoek en een goed beheerdersoordeel is aangetoond dat de keringen toch nog effectief zijn en aan de norm voldoen. Of dat ook zo zal uitpakken met het pipingonderzoek moet nog blijken. Dat betreft met name oudere kunstwerken in de Noordoostpolder. Of daar iets moet gebeuren, zal nader onderzoek leren. In het kader van het Deltaprogramma vindt op landelijk niveau ook generiek onderzoek plaats naar de effecten van piping en wat daaraan preventief te doen is. Wellicht kan Zuiderzeeland die ervaringen delen en mogelijk leidt dat tot bijstelling van de taakstelling.

De eerste intentieovereenkomsten voor Oosterwold zijn getekend. De medewerker die hierover overleg heeft met de gebiedsregisseur komt terug met informatie over initiatieven. Op dit moment vinden die initiatieven nog vrij geconcentreerd plaats op gronden van met name het Rijksvastgoedbedrijf. De projectgroep Oosterwold spreekt dit soort casussen door, weegt af wat het effect is van standalone-initiatieven in relatie tot de al aanwezige, voornamelijk landbouwkundige, functies en bekijkt hoe het waterschap daarmee om moet gaan. Het is een leertraject voor Zuiderzeeland. Naarmate de concentratie van initiatieven en de interacties tussen die initiatieven en de bestaande functie intensiever wordt, wordt het spannender. Het waterschap probeert daarop geprepareerd te zijn voor de tijd dat dit aan de orde is.

De opmerking over de Knardijk onderschrijft het college van harte.

Heemraad mevrouw Schelwald bedankt de heer Koster voor zijn waardering op een aantal thema’s, zoals medicijnresten, resistente bacteriën, afvalwaterketen en het DAW.

Het extra budget voor het rioleringsbeheer Van Z naar Z heeft te maken met ziektevervanging van een projectleider.

Er is een opmerking gemaakt over het zakelijk recht van iba’s. Het voorstel dat op 24 juni 2014 op de agenda stond, had daar geen betrekking op, vandaar haar opmerking dat het daar niet thuishoorde. Er zijn inderdaad problemen bij de vestiging van het zakelijk recht. Het gaat erom dat het waterschap bij ingelanden op het terrein mag komen voor het oplossen van storingen en voor beheer en onderhoud van de iba. Ongeveer honderd ingelanden hadden nog niet getekend voor dat zakelijk recht terwijl het waterschap op hun terrein wel een iba geplaatst had. Bij dertig daarvan ging het erom dat ze al een tijd lang niet wilden tekenen en de andere ingelanden moesten in het kader van nette afhechting van het iba-beleid nog een handtekening zetten. Het college was van mening dat die ingelanden nog een laatste kans moesten krijgen om te tekenen. Gezegd is dat, als ze nu niet tekenden, het waterschap ervan uitging dat ze via natrekking eigenaar worden van de iba en dat daarmee ook het beheer en onderhoud voor die ingelanden is. Dat leidde ertoe dat, zoals het er nu uitziet, alle handtekeningen worden gezet.

In de Berap wordt gesproken over de overbelasting van de zuivering in Zeewolde, terwijl de effluentkwaliteit goed is. Heemraad mevrouw Schelwald geeft aan dat hier de theorie inderdaad niet strookt met de praktijk. Aan binnenkomende biologisch vuilbelasting is 50.000 v.e.’s gemeten, terwijl de zuivering volgens de ontwerpcriteria maar 42.000 v.e.’s aankan. De zuivering zou dus niet goed moeten functioneren, maar in de praktijk functioneert ze wel goed, is de effluentkwaliteit goed. Er was dit jaar dus geen urgentie om maatregelen te treffen. Toch wordt de komende tijd uitgezocht waarin dit precies zit en wordt toch gekeken of de capaciteit met kleine maatregelen vergroot kan worden.

Heemraad de heer Maenhout bedankt voor de vele positieve reacties op de voorliggende Berap 2014. Gezegd kan worden dat college en organisatie deze Berap, ook qua redactie en lay-out, onder controle hebben.

Verschillende fracties hebben een opmerking gemaakt over het woord “oogsten”. Bij de behandeling van de meerjarenbegroting in november gaan college en Algemene Vergadering terugkijken naar de afgelopen periode en kan vastgesteld worden dat een aantal zaken bereikt is. Natuurlijk is een aantal grote projecten nog in uitvoering. De resultaten daarvan zullen in de komende jaren naar voren komen. Oogsten gebeurt aan het eind. Bij overheden is het gebruikelijk aan het eind van een bestuursperiode terug te kijken op hoe het in die periode is gegaan. Het college heeft hier echter bedoeld een voortdurend zaaien en oogsten. In 2014 wordt geoogst, maar in dat jaar is ook gezaaid.

Over de prognose van het jaarrekeningresultaat zijn ook opmerkingen gemaakt. Volgens het college ziet het resultaat er positief uit, maar het is moeilijk te voorspellen wat het precies zal worden. Een aantal zaken moet nog zijn beslag krijgen en er zijn nog risico’s die wellicht effect hebben op dit jaarresultaat. Gevraagd is of er wel scherp genoeg begroot is als zo’n hoog positief resultaat wordt behaald. Heemraad de heer Maenhout reageert dat een aantal effecten een incidenteel karakter had. In de loop van 2014 werd het college geconfronteerd met de hogere belastingopbrengst.

Zoals opgemerkt, gaat Zuiderzeeland goed om met kasgeldleningen. Als de rente op een kasgeldlening zich beweegt in de richting van 0% moet maximaal geprofiteerd worden van die mogelijkheid, dan moet het waterschap dus eerder kortlopende kredieten dan langlopende aangaan.

Op de vragen en opmerkingen over het ziekteverzuim wil hij wat dieper ingaan. De heer Zwaaf sprak over een discrepantie in de reactie van het college over kortdurend en langdurend ziekteverzuim. Hij wees op het woord “dreigen” bij langdurig ziekteverzuim”. Heemraad de heer Maenhout geeft aan dat dreigend langdurig ziekteverzuim op dat moment nog kortdurend ziekteverzuim is. In de Berap is bedoeld dat, als er een dreiging is dat het ziekteverzuim langdurig zal worden, er alles aan gedaan wordt dat te voorkomen.

De Algemene Waterschapspartij vroeg of een vergelijking gemaakt kan worden tussen kortdurend en langdurig ziekteverzuim, tussen man en vrouw, jong en oud. Bij een formatie van ongeveer 250 fte’s gaat 4% ziekteverzuim, waarvan 2% kortdurend en 2% langdurig, echter over slechts tien tot vijftien mensen. Het is heel moeilijk statistieken te maken bij een dergelijk aantal. Het college zal zijn voordeel doen met de opmerkingen van de fractie en proberen dat onderscheid nader te duiden.

Het percentage is teruggegaan van 7,05 in 2012 naar 4,23 in 2014. Daarmee voegt Zuiderzeeland zich bij de landelijke middenmoot. Op basis van het gevoerde beleid wil het college voor 2015 naar een norm van 5% en in 2016 naar 4,5% voor kortdurend en langdurig ziekteverzuim.

Opgemerkt is dat bij het ‘Nieuwe Werken’ inhuur en uitbesteden dichter bij elkaar komen te liggen. Het college zal er scherp op letten dat er geen fouten gemaakt worden bij de gegevens over deze formatie.

Door lagere inhuur neemt het aantal fte’s in de organisatie toe, is gezegd. In feite is het zo dat meer vacatures zijn ingevuld. Het college gaat niet uit boven de norm van 256 fte’s. De hogere inhuur van de afgelopen jaren was het gevolg van Water Werkt. Door de doorgevoerde vacaturestop en de reorganisatie zat het aantal fte’s op circa 233 en moest dus ingehuurd worden.

Inhuur wordt niet begroot. Het college hoopt dat de kosten van inhuur opgevangen kunnen worden binnen het totale personeelsbudget. In de Berap is te zien dat dit op enkele posten niet gelukt is. Als iemand ziek wordt, wordt echter niet onmiddellijk vervanging ingehuurd.

De heer Okkerse noemde de out-of-pocketkosten op blz. 45. Heemraad de heer Maenhout antwoordt dat hierop minder wordt uitgegeven dan begroot is; het is geen overschrijding maar een onderschrijding.

Dan het informatiebeleidsplan. Waar dat kan zal het college het RKC-rapport afwachten. Voor sommige projecten/activiteiten zullen echter maatregelen genomen moeten worden.

Het investeringsbudget is altijd een zorgpunt. Medio augustus zat het aantal investeringen onder de 50%. Het college verwacht eind 2014 op 85% uit te komen. Dan doet het waterschap het al heel goed, het is heel moeilijk 100% te halen. Een investering past niet altijd precies binnen een jaar, soms loopt het uit. Aanbestedingen kunnen ook lager uitvallen.

GBLT heeft de Maxima-centrale één jaar aangeslagen. Om geen grote risico’s te lopen, wordt voor alle jaren waarin de centrale aangeslagen wordt ook een voorziening getroffen. Of 2012 en 2013 al aangeslagen zijn, weet de heer Maenhout niet, misschien heeft GBLT dat aangehouden tot de uitspraak op het bezwaar.

Een ander risico waren de wandelende insteken. Het college wil niet spreken over winnaars en verliezers. Zuiderzeeland heeft met LTO de afspraak gemaakt samen een proefproces te starten waarbij beide zich binden aan de uitspraak. Het college is blij met de uitspraak van de rechter en LTO heeft bekendgemaakt zich daaraan te houden. Een individuele agrariër kan ondanks die uitspraak echter nog een zaak beginnen.

2e termijn

De heer Okkerse merkt op dat hij gelezen had dat Algemene Vergadering op 28 oktober 2014 zou worden geïnformeerd over de bestuursovereenkomst Flevokust. Hij begrijpt dat het sluiten van die overeenkomst wat langer duurt.

De fractie Water, Wonen en Natuur stelt het op prijs een kaartje te krijgen van waar pilots ecologisch dijkbeheer plaatsvinden.

Hij geeft de heer Bos gelijk waar het gaat over spreken van verliezers en winnaars bij de wandelende insteken. Het was inderdaad een gezamenlijk initiatief dit geschil voor te leggen aan de rechter en dan is het beter niet in die termen te spreken. De heer Bos zal begrepen hebben dat de heer Okkerse het positief bedoeld heeft.

Hij hoorde de VVD zeggen dat de fractie de projecten in het buitenland goed vindt, dat er weinig geld mee gemoeid is. Volgens de heer Okkerse kan dat positiever en hij daagt de VVD daartoe uit. Ondanks de bescheiden schaal waarin Zuiderzeeland buitenlandbeleid uitvoert, is wat het waterschap doet wel belangrijk. Als alle waterschappen dat doen, ieder voor zich en in onderlinge samenwerking, doen ze in termen van sanitatie toch iets wat voor de mensen daar buitengewoon belangrijk is. Volgens de fractie Water, Wonen en Natuur misstaat een wat ruimhartiger accordering hier niet.

De heer Okkerse hoorde bij de fracties Ongebouwd en Werk aan Water Flevoland een gereserveerde houding bij het bedrag van € 32.500 voor het project Van Z naar Z omdat het project budgettair neutraal uitgevoerd zou worden. Gezegd is dat voor ze voor het overige akkoord zijn met de Berap. Uit de toelichting blijkt dat budgettair neutraal niet kan. Hij is benieuwd naar de inhoudelijke motivering van de fracties.

In eerste termijn heeft de heer Okkerse verzuimd iets te zeggen over inhuur en uitbesteding. Water, Wonen en Natuur is blij met de toelichting van het college ten aanzien van de inhuur en de definitie die daarbij gehanteerd wordt. Dat geeft wat meer inzicht. Als de heer Okkerse als jurist een klus van 1,5 jaar heeft, kan hij iemand inhuren, maar hij kan die klus ook uitbesteden. In het ene geval heeft hij wat meer problemen met de formatieafspraken dan in het andere geval. De fractie stelt het op prijs als het college bij de stukken voor de begroting een nadere toelichting geeft op wat de post uitbesteed werk omvat. In 2009 was die € 23,5 miljoen groot en nu € 37 miljoen.

De heer Bos hoort dat de AWZI Zeewolde het beter doet dan ze het volgens de berekeningen had moeten doen. Misschien zijn dat effecten van Cannibal.

Op blz. 44 staat bij het project Van Z naar Z waarom er € 32.500 meer nodig is: “Extra lasten flexibele capaciteit, vervanging ziekte deelprojectleider.” Is de ziekte de verklaring van de extra flexibele capaciteit? Of zijn het twee aparte dingen? Inhuur voor ziekte kan hij zich voorstellen, als dat extra kost, is dat logisch, ziektevervanging wordt niet begroot. Komen die extra lasten flexibiliteit bij Zuiderzeeland vandaan? Hadden die gedeeld kunnen worden met de gemeente Zeewolde? Op de hele begroting is het een klein bedrag. De fracties Ongebouwd en Werk aan Water Flevoland willen daarvoor de Berap niet tegenhouden, maar voordat ze ermee instemmen willen ze graag duidelijkheid.

De voorzitter zegt toe dat bij de stukken ter kennisname de volgende keer een kaart komt met de proefvakken van het ecologisch dijkbeheer.

Heemraad mevrouw Schelwald antwoordt de heer Bos dat het en-en is. Er was extra capaciteit nodig en vervanging van iemand die ziek was. Hoe de verhouding precies is, weet het college niet.

Heemraad de heer Maenhout wil een omissie uit de eerste termijn rechtzetten. Hij is niet ingegaan op het SMART zijn van de smileys. Het is goed te bedenken dat in de Berap een samenvatting wordt gegeven van de stand van zaken van de projecten. Er is niet in details op ingegaan. Het college zal bij enkele teksten nog even kijken of de formulering voor de Berap 2015 wat duidelijker kan zijn, maar de Algemene Vergadering mag uit de tekst van deze Berap 2014 niet afleiden dat de projecten en de aanpak niet SMART zouden zijn.

In het stuk over inhuur gaat het over drie zaken. 1. Er is een definitie gegeven van inhuur. 2. Adviesdiensten vallen onder uitbesteding. 3. Overige uitbestedingen. In die laatste zitten ook de investeringsuitgaven. In een bepaald jaar, bijvoorbeeld toen de renovatie van de AWZI Dronten aan de orde was, kunnen die uitgaven behoorlijk omhooggaan. Of het college over een maand, bij de behandeling van de begroting, dat nadere inzicht al kan geven, kan hij niet toezeggen. Bij de jaarrekening 2014 zal het college wel duidelijker duiden wat aan welke post is besteed.

De heer Okkerse reageert dat de Algemene Vergadering bij de behandeling van de begroting meer zal hebben aan dat nadere inzicht dan bij de jaarrekening. Hij verzoekt het college zich tot het uiterste in te spannen die toelichting te kunnen geven.

Heemraad de heer Maenhout geeft aan dat het college zijn best zal doen, maar dat hij geen toezegging kan doen.

De voorzitter constateert dat de Algemene Vergadering kan instemmen met alle voorstellen van het college.

De heer Okkerse komt terug op het antwoord van heemraad Maenhout. Het lijkt hem dat die nadere toelichting met één druk op de knop beschikbaar moet zijn. Water, Wonen en Natuur is verrast dat de heemraad dit niet kan toezeggen en zal er bij de begroting op terugkomen.

Heemraad de heer Maenhout antwoordt dat met één druk op de knop een overzicht op hoofdlijnen te geven is. Hij dacht dat Water, Wonen en Natuur iets meer verder in details vraagt. De Meerjarenbegroting 2015-2018 is klaar, die krijgt de Algemene Vergadering op heel korte termijn al toegestuurd. Daarin kan dat niet meer opgenomen worden.

De heer Okkerse reageert dat die toelichting niet in de begroting opgenomen hoeft te worden, maar dat het goed is als de Algemene Vergadering wel die gegevens krijgt.

Heemraad de heer Maenhout antwoordt dat het geen integraal verhaal kan zijn. Daarvoor moet de nota Inhuur nog verder uitgebouwd worden met de nota Uitbestedingen en dat is een verdergaande activiteit dan alleen een paar gegevens aanleveren.

De voorzitter vat samen dat het college, bij de toelichting die wordt gegeven bij de meerjarenbegroting in november, zo veel als mogelijk is zal proberen inzicht te geven in de gevraagde cijfers.

Ze constateert dat de Algemene Vergadering de Berap 2014 vaststelt en kennis heeft genomen van de in de Berap opgenomen prognose jaarresultaat en de in bijlage 1 opgenomen toelichting op inhuur personeel.

De Algemene Vergadering stelt de gewijzigde en vervallen strategieën (hoofdstuk 2 tot en met 6) en de begrotingswijzigingen (hoofdstuk 7) vast.

De Algemene Vergadering gaat akkoord met het verwerken van de voorziene afwijkingen op investeringen in de kapitaallasten van de concept Meerjarenbegroting 2015-2018.

  1   2   3

  • 2. GELEGENHEID TOT INSPREKEN
  • 5. MONDELINGE MEDEDELiNGEN
  • 6. Besluitvormend, ter bespreking 6. a Bestuursrapportage 2014

  • Dovnload 345.8 Kb.