Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


1] science wars: mens- versus natuur-wetenschappen

Dovnload 136.78 Kb.

1] science wars: mens- versus natuur-wetenschappen



Datum17.09.2018
Grootte136.78 Kb.

Dovnload 136.78 Kb.

1] science wars: mens- versus natuur-wetenschappen
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
we leven in een kennismaatschappij: kennis (wetenschap) drukt een steeds groter stempel op ons leven

onze samenleving verwetenschappelijkt: cijfers en statistieken, spelen een steeds grotere rol in ons leven

steeds meer aspecten van het leven worden gedomineerd door de wetenschap; want meten = weten

politiek, marketing, onderwijs, lichamelijke en geestelijke gezondheidszorg: voor alles is een expertise

 dagelijks leven (computers, tele-communicatie, transport, huishoudelijke apparatuur)

 gezondheidszorg: medische technologie is steeds meer in staat om ons leven te verlengen

 psychiatrie: psychische diagnostiek (DSM 4 & 5) zorgt voor steeds meer ADHD, PDD-nos, dyslexie etc.

 educatie: leerlingen worden steeds meer onderworpen aan IQ-tests, toetsscores, leerlingvolgsysteem, etc.

 politiek: beleids-beslissingen worden steeds meer bepaald door cijfers van het CPB & CBS (technocratie)

 marketing: maakt steeds meer gebruik van psychologische kennis over beïnvloeding en consumenten-gedrag

 branding: producten worden aangeprezen als 'wetenschappelijk bewezen', 'klinisch aangetoond', 'x% beter'

 publieke perceptie: wetenschap krijgt steeds meer de exclusieve status van 'bewezen en dus waar'


dat is niet altijd zo geweest: lange tijd namen de geestelijken de positie in van 'hoeders van de waarheid'

ware kennis beruste op geloof en inzicht, voorbehouden aan een elite van geleerden (theologen)


tijdens de Verlichting (16e tot 19e eeuw) ontstond het idee van emancipatie door kennis ("kennis is macht")

 kennis stelt de mensheid in staat om het lot / de natuur naar zijn hand te zetten (maakbare samenleving)

 kennis stelt de burger in staat om voor zichzelf te denken, en zelf tot (bijv. politieke) keuzes te komen:

"Verlichting betekent bevrijding van de mens uit zijn door hemzelf veroorzaakte onmondigheid. Onmondigheid is het onvermogen je verstand te gebruiken zonder de leiding van een ander. Aan jezelf te wijten is deze onmondigheid wanneer de oorzaak ervan niet een gebrek aan verstand is, maar een gebrek aan vastberadenheid en moed. 'Heb de moed je van je eigen verstand te bedienen!' is dan ook het motto van de Verlichting."

(Immanuel Kant: Beantwortung der Frage: Was ist Aufklärung? - 1784)


in 19e eeuw transformeerde de industriële revolutie de samenleving ingrijpend

de wetenschap stond aan de wieg van vele technologische innovaties

ook waren natuurkundige theorieën zo complex geworden dat er een kloof was ontstaan tussen leek en expert

gedurende de 19e eeuw maakten vele disciplines zich als 'sciences' zich los van de (voorheen natuur-)filosofie

hierdoor ontstond er een kloof tussen de (natuur)wetenschap en de cultuur(wetenschap), expert en leek
sindsdien heeft de moderne westerse cultuur een ambivalente houding jegens wetenschap & technologie

science fiction is een uitdrukking van deze houding: belofte / utopie versus gevaar / dystopie (Frankenstein, 1984)

wetenschap & technologie hebben vooruitgang gebracht, maar evenzeer vernietiging en verval


het succes van de wetenschap is te danken aan haar demonstratieve kracht en technologische toepassing

daardoor heeft de wetenschap ook invloed op ons wereldbeeld, zelfbeeld, en beeld van de werkelijkheid

dit heeft geleid tot wat socioloog Max Weber het onttoverings-proces noemde (Entzauberung / disenchantment)

ons vertrouwde beeld van de werkelijkheid / waarheid blijkt gebaseerd op illusies; de alledaagse waan

de 1e mijlpaal was Copernicus' helio-centrisch model van de kosmos, een volgende Darwin's evolutie-theorie,

een volgende Einstein's relativiteits-theorie, Freud's onderbewustzijn, Skinner's behaviorisme, etc.

de wetenschappelijke werkelijkheid lijkt iets dat geen aansluiting lijkt te hebben bij onze belevings-wereld,

en wetenschappelijke waarheid lijkt per definitie ons voorstellings-vermogen te boven te gaan


anderzijds passen we begrippen en ideeën uit de (m.n. medische) wetenschap steeds meer toe in ons leven

we hebben het over genetische aanleg, stofjes in de hersenen, ADHD, PDD-NOS etc.

is dit de verwerkelijking van het verlichtings-ideaal: bevrijding van de mens door gebruik van het eigen verstand?

of juist een onderwerping aan een nieuw dogmatisch geloof: dat van de wetenschappelijke waarheid?



biologisch determinisme en het 'nieuwe denken'
kritiek op de toenemende invloed van wetenschap op ons leven bestaat als sinds de 19e eeuw, maar:

de laatste jaren is er specifiek kritiek op de invloed van de bio-wetenschappen (m.n. genetica en neurologie)

 Hans Achterhuis: De gezondheidsutopie (2004)

 Sieneke Goorhuis-Brouwer & Bas Levering: Dolgedraaid (2006) - over de ontwikkeling van jonge kinderen

 Laura Batstra: Hoe voorkom je ADHD? door de diagnose niet te stellen (2012) - over over-diagnostisering

 Jan Bransen: Laat je niets wijsmaken; over de macht van experts en de kracht van gezond verstand (2013)

 Coen Simon: En toen wisten we alles (2011) - kritiek op het beeld dat wetenschap 'alles in kaart brengt'

deze kritiek betreft de dominantie van de bio-wetenschappen op diverse aspecten van ons leven:

gezondheidszorg, psychiatrie, pedagogiek / educatie, verzekeringswezen, voeding, justitie, etc.
de bio-wetenschappen hebben de afgelopen decennia enorme vooruitgang geboekt,

vooral door het gebruik van computers bij het verwerken van enorme hoeveelheden data

 genetica: rond de eeuw-wisseling was het menselijk genoom grotendeels in kaart gebracht

 neurologie: scan-technologie (PET, CT, MRI) levert grote bijdragen aan medische wetenschappen

nieuwe inzichten hebben geleid tot nieuwe technologieën, farmaceutica, therapieën, etc.

maar deze technologieën hebben consequenties ver buiten de kliniek: in het klaslokaal, de politiek, etc.

hierdoor oefenen ze grote invloed uit op ons wereldbeeld, mensbeeld en zelfbeeld
sinds WO2 en de jaren '60 stond men argwanend tegenover biologische theorieën over de mens

er bestond een taboe op (eu)genetica, (sociaal)-darwinisme, en natuurwetenschappelijk determinisme



nature/nurture-debat was gepolitiseerd en werd beheerst door cultuur-determinisme en -relativisme

de mens is een sociaal-cultureel wezen, en mag niet gereduceerd worden tot biologische factoren

menselijke vrijheid, gelijkheid en de maakbare samenleving stonden hoog in het vaandel
eind jaren '70 doorbrak Wouter Buikhuisen dit taboe met Kriminologie in biosociaal perspectief (1979)

hierin pleitte hij voor aandacht voor en onderzoek naar biologische facoren in deviant gedrag

prompt werd hij vergeleken met Cesare Lombroso (frenologie) en Josef Mengele

in 1993 verschijnt het onderzoek van Han Brunner naar de genetische oorsprong van agressie 1

in 1994 publiceert Hans Galjaard: Alle mensen zijn ongelijk: verschillen en overeenkomsten tussen mensen

ook toen viel de boodschap van de bio-wetenschappen niet bij iedereen in goede aarde


toch maken het biologisch determinisme en wetenschappelijk reductionisme sindsdien een come-back

sinds de Reagan/Thatcher en de val van de muur is de politieke / sociaal-maatschappelijke wind gaan draaien

dat de wind gedraaid was werd duidelijk in de tijd van en na Fortuyn (en Van Gogh en 9/11)

de jaren '60 / '70, de tijd van cultuur-relativisme en politieke correctheid, waren definitief voorbij

in 2005 werd affaire Buikhuisen in KRO Reporter "karaktermoord van links" genoemd

(Chris Buskes bekritiseert het 'linkse' paradigma in zijn boek Evolutionair denken: p.148-163)


het nieuwe millennium lijkt in het teken van een nieuw denken over de mens te staan

 Dick Swaab: Wij zijn ons brein; van baarmoeder tot alzheimer (2010)

 Victor Lamme: De vrije wil bestaat niet; over wie er de echt baas is in het brein (2010)

idealen die gekoesterd werden vanaf de Verlichting t/m de jaren '70 worden geofferd aan de wetenschap:

menselijke rationaliteit en autonomie zijn een fabel, en de invloed van nurture is overschat

het 'nieuwe denken' stelt dat de natuur (het DNA, het brein) ons leven bepaalt (determineert);

niet 'wij', maar 'een stofje in de hersenen' en ons 'genetisch bouwplan' maken ons tot wat / wie we zijn 2
"Weg met de Psychologie" (Vroon, Lamme) en het sociaal werk, leve de harde wetenschap, lijkt het motto

hieraan kleven echter enkele fundamentele problemen:

 in hoeverre zijn mensen te reduceren tot / begrijpen vanuit het perspectief van de natuur- of bio-wetenschap?

spelen ideeën, intenties, motivatie, persoonlijkheid, etc. geen rol in ons zelfbegrip?

 in hoeverre kan deze harde (bio)-wetenschap worden vertaald naar dagelijkse begrippen / omgangstaal?

is het niet misleidend om neurologie en genetica te populariseren door alledaagse termen te gebruiken?


Dick Swaab is actief in een stichting die pleit voor vrijwillige euthanasie: Uit Vrije Wil

"Ik neem graag mijn eigen beslissingen, ik wil 'baas in eigen brein' zijn. Bij mijn conceptie

en geboorte is me dat niet gelukt. Bij het einde van mijn leven eis ik dat recht onverkort op."

bezien vanuit het perspectief van Wij zijn ons brein slaat deze redenering nergens op!

en "zoals de nier urine produceert, zo produceert het brein de geest" (Wij zijn ons brein, p.24)

suggereert dat de geest niet hetzelfde is als het brein; urine is immers ook niet hetzelfde als de nieren

de geest zou dan een overtollig rest-product zijn dat het lichaam kwijt moet en wil uitscheiden
het vertalen van begrippen uit onze omgangstaal naar wetenschap is vaak vruchteloos:

de geest en de vrije wil treffen we evenmin in de hersenen aan als de regenboog aan de horizon

andersom is het ongenuanceerd vertalen van wetenschappelijke inzichten naar onze leefwereld gevaarlijk

Darwin's concept van natuurlijke selectie is door politieke ideologen vertaald als recht van de sterkste

zo heeft oneigenlijk gebruik van het darwinisme bijgedragen tot het sociaal-darwinisme en de eugenetica



wetenschap en filosofie
een consequentie van de invloed van wetenschap op ons leven is dat het ons wereldbeeld bepaald

vanwege de complexiteit en abstractie van moderne wetenschap is de kloof tussen expert en leek enorm

dit leidt ertoe dat wetenschap een dogma wordt: "het schijnt dat...", "ze hebben ontdekt dat...", etc.

we geloven in atomen, zwarte gaten, quarks, de big bang, UV-straling, evolutie, neuronen en genen

maar we begrijpen niet half waar het over gaat; wij geloven in de waarheden die de wetenschap formuleert

we vergeten dat wetenschappelijk kennis altijd een vraag (context) veronderstelt: zonder vraag geen antwoord


rond 600 v.Chr. is de filosofie ontstaan uit een kritisch bevragen van traditionele en religieuze dogma's

filosofische verwondering en nieuwsgierigheid leidden tot vele theorieën over kosmos, mens en wereld

filosofie heet dan ook moeder aller wetenschappen, al hebben veel kinderen het ouderlijk huis verlaten

steeds meer vakgebieden van de filosofie zich ontwikkelden tot zelfstandige wetenschaps-disciplines

filosofie bleef achter met wat zich niet of slecht leent voor strikt wetenschappelijke beoefening:

ethiek, esthetica, hermeneutiek, levensfilosofie, metafysica, ken-theorie, logica, grondslagen, geschiedenis

door de leek wordt filosofie vooral geassocieerd met de vraag naar de zin van het bestaan
Stephen Hawking (The Grand Design, 2010) stelt dat de filosofie dood is: ze kan de wetenschap niet bijbenen

ze kan zodoende ook geen antwoord geven op vragen als "waarom zijn we hier", "waar komen we vandaan", etc.

Hawking veronderstelt (ten onrechte) dat filosofie in het verlengde van de natuur-wetenschappen ligt
een verschil is echter dat de filosofie vooral vragen stelt, en de wetenschap op zoek is naar antwoorden

daarbij bestaat filosofie vooral uit die vakgebieden die zich niet afgesplitst hebben tot aparte wetenschappen

zodoende heeft (zeker de continentale) filosofie meer raakvlakken met alfa (en gamma), dan met bèta
waarheid en kennis zijn zo het domein geworden van de wetenschap; m.n. de exacte (natuur)wetenschappen

deze exclusieve aanspraak op waarheid, dit monopolie op kennis, verraad een diep geworteld dualisme

hetzelfde dualisme dat de filosofie beheerst heeft vanaf Plato tot de 19e / 20e eeuw; namelijk:

tussen waarheid & dwaling, inzicht & dogma, kennis & geloof, wetenschap & pseudo-wetenschap


pseudo-wetenschap bestaat pas sinds (erkende) wetenschap de status kreeg van vertolker van de waarheid

net zoals er pas sprake is van ketterij als er één religie of God wordt uitgeroepen tot de enige ware

alternatieve geneeswijzen hebben de status van ketterij; los van de vraag naar de werkzaamheid ervan

zij worden gediskwalificeerd omdat zij zich beroepen op een andere theorie (acupunctuur, homeopathie)

vraag: wat maakt (wetenschappelijke) kennis tot ware kennis? overeenstemming met de werkelijkheid?

kennis, representatie en dualisme
wetenschap dankt haar succes deels aan demonstratie (zien = geloven) en aan toepassing (technologie)

maar ook aan de verklaringen die zij biedt waarom iets zus of zo is; een theorie over de werkelijkheid

wetenschap maakt de werkelijkheid begrijpbaar en beheersbaar, en vervult mede een psychologische functie
deze cursus gaat niet zozeer over de rol van wetenschap in onze maatschappij, maar wel over kennis

drie klassiek filosofische thema's die met wetenschap te maken hebben zijn: taal, kennis en werkelijkheid

deze thema's corresponderen met filosofische vakgebieden als ontologie (zijnsleer) en epistemologie (kenleer)
filosofie is sinds Parmenides / Plato een zoeken naar universeel geldige, noodzakelijk ware en zekere kennis

kennis en waarheid hebben alles met elkaar te maken: een ware theorie representeert de werkelijkheid

kennis kan zo opgevat worden als een gerechtvaardigde ware veronderstelling (justified true belief: JTB)

d.w.z: een idee over de werkelijkheid dat niet toevallig klopt, maar gebaseerd is op inzicht in het waarom

de relatie tussen kennis en werkelijkheid gaat uit van het idee 'kennis als representatie'

we veronderstellen dat beweringen en theorieën gaan over de objectief gegeven werkelijkheid,

en dat er een relatie is tussen onze beweringen / theorieën / ideeën en die natuurlijke werkelijkheid


denken over taal, kennis en werkelijkheid wordt zo al 2500 jaar gekenmerkt door dualisme;

in zekere zin (en op verschillende manieren) is ons denken inherent dualistisch:

 door onze taal: we delen onze wereld in in tegenstellingen: waar-onwaar, goed-kwaad, donker-licht, wij-zij

 door ons bewustzijn: we geloven / ervaren dat ons bewustzijn niet samenvalt met het lichamelijke / materiële

 door de verwijzende functie van naamwoorden, beweringen, theorieën, modellen, etc. (representatie)

dualismen die al eeuwen (sommige al 2500 jaar) een belangrijke rol spelen in de filosofie:



denken / kennis

werkelijkheid

geest

lichaam

subject(ief)

object(ief)

ideëel

materieel

vorm

inhoud

abstract

concreet

theorie

praktijk / empirie / werkelijkheid

ratio

gevoel / sensatie / zintuiglijke waarneming

deductie

inductie

waarheid

schijn / illusie / leugen

kennis

speculatie / mening / geloof / dogma

permanentie

vergankelijkheid

perfect / ideaal

imperfect / gebrekkig

noodzakelijk

contingent / toevallig

universeel

particulier / lokaal / perspectivisch

deze dualismen illustreren de bovengenoemde oorzaken ervan (punt 1 t/m 3)

het representationalisme (3e punt) is een vruchtbaar gereedschap gebleken (wetenschap: kennis = macht)

maar het vormt ook een mal / eenzijdig kader, en daarmee een beperking voor het denken


dualisme en representationalisme hebben veel met elkaar te maken 3

representatie veronderstelt een relatie tussen taal, teken, bewering, theorie of model enerzijds,

en dat waarnaar het verwijst (de gegeven werkelijkheid / de objectieve feiten) anderzijds

deze relatie wordt door verschillende stromingen resp. correspondentie, afbeelding of representatie genoemd


sinds de 19e eeuw eist de wetenschap steeds meer het monopolie op waarheid en kennis op

dit wordt wel wetenschappelijk fundamentalisme of sciëntisme genoemd


sinds eind 19e eeuw is er vanuit de filosofie kritiek op het representationalisme / objectivisme

tegelijkertijd, en daardoor, voltrekt zich een dualisme binnen de wetenschappen:

dat tussen science (exacte wetenschap) en de humanities (mens- en cultuur-wetenschapen)
zodoende komen er eind 19e / begin 20e eeuw een aantal dualismen bij:


sciences

humanities

natuur

cultuur

verklaren (erklären)

begrijpen (verstehen)

ervaring als empirie

ervaring als beleving (erleben)

3e-persoons perspectief

1e-persoons perspectief

positivisme / naturalisme

(inter)-subjectivisme

kwantitatief (wiskunde)

kwalitatief (taal)

nature (erfelijke aanleg)

nurture (opvoeding / culturele vorming)

hersenen / brein

bewustzijn

dit 1e college gaat over de twee academische 'culturen', die sinds hun ontstaan een koude oorlog voeren 4

deze culturen zijn symptomatisch voor ons dualistische denken; ook in de 20e en 21e eeuw

natuur-wetenschappen (exact / bèta) enerzijds, en cultuur-wetenschappen (alfa / gamma) anderzijds



de emancipatie van de positieve wetenschappen uit de natuur-filosofie
gedurende de middeleeuwen stond filosofie in het teken van het begrijpen van de heilige openbaring

universeel geldige, noodzakelijk ware en zekere kennis kwam vooral voort uit het geloof

filosofie was dan ook de dienstmaagd van de theologie: "philosophia ancilla theologiae"

het trivium en quadrivium (samen de zeven vrije kunsten) hadden taal resp. de natuur als studie-object,

maar er bestond geen spanning tussen de twee: beide leidden tot een bevestiging van het geloof
in de Renaissance maakten de 7 vrije kunsten plaats voor de studia humanitatis en philosophia naturalis

philosophia naturalis (natuur-filosofie) is de voorloper van de natuur-wetenschappen 5

kenmerken: kwantitatief (mathematisch), empirisch (waarneming / experiment), mechanistisch, materialistisch

(veel filosofen hielden zich echter bezig met zowel natural philosophy als moral philosophy)
sinds de Verlichting (18e / 19e eeuw) wordt wetenschap geassocieerd met vooruitgang en emancipatie

in de 19e eeuw was wetenschap geen intellectuele hobby meer, maar maakte inherent deel uit van de moderniteit

door de industriële revolutie was technologie steeds prominenter aanwezig in het dagelijks leven

Bacon's idee 'kennis = macht' gold meer dan ooit tevoren, o.a. in de vorm van technologie (industrialisatie)



experimentele wetenschap werd meer en meer gezien als enige ware vorm van kennis 6
natural philosophy was zo uitgegroeid tot een professionele beroepsgroep die erkenning opeiste

diverse disciplines hadden zich verzelfstandigd en er was behoefte aan een onderscheid t.a.v. de filosofie

William Whewell introduceerde de termen scientist (bèta-wetenschapper) en physicist (natuurkundige) 7

dit onderscheid moest bovenal een verschil in methode betekenen: science = positivistisch

waar de filosofie (sinds de Romantiek en het Idealisme) geassocieerd werd met speculatie,

baseren de sciences zich uitsluitend op waarneming (empirie) en mathematische (rationele) principes



filosofie werd geassocieerd met metafysica; experimentele wetenschap was gebaseerd op positief bewijs

kern-begrippen: positivisme (empirisme) / naturalisme / materialisme / fysicalisme / objectivisme


de wetenschappelijke methode werd meer en meer toegepast op mens en maatschappij

het verlichtings-denken werd ideologie (sciëntisme): "rationalisme maakt wetenschap mogelijk,



wat leidt tot technologische innovatie, wat weer leidt tot maatschappelijke vooruitgang en emancipatie"

vele nieuwe disciplines proberen te voldoen aan de eisen van de exacte wetenschappen (science envy)

de natuur-wetenschappelijke methode vond ook ingang in nieuwe disciplines als psychologie en sociologie

Auguste Comte (1798-1857): grondlegger van de sociologie & wetenschapsfilosofie

introduceert de term positivisme: alleen het positief waarneembare is relevant voor de wetenschap 8

de rest is metafysische speculatie, en behoort tot de filosofie, niet tot de wetenschap

als kind van de Verlichting gelooft hij in vooruitgang en emancipatie door rationele kennis

hij zag de ontwikkeling van een maatschappij in 3 stadia:

theologisch (religieus), waarin men gelooft in een absolute ordening der dingen

metafysisch (abstract/filosofisch), waarin men kritische vragen stelt aangaande deze ordening

positivistisch (wetenschappelijk), basis voor een nieuwe ordening

hiërarchie van de wetenschappen: natuurkunde - scheikunde - biologie - sociologie (N.B: geen psychologie!)
om het positivisme te bekrachtigen ontstonden er mythes over donkere middeleeuwen en achterlijke volkeren

bijv. dat men in de middeleeuwen geloofd zou hebben dat de aarde plat was werd bedacht in de 19e eeuw 9



de mens- en geestes-wetenschappen vs. het positivistische model
met het succes van de (natuur)-wetenschappen groeide ook de weerstand ertegen; ook in academische kringen

de angst bestond dat de natuur-wetenschappelijke methode ons hele wereldbeeld zou gaan bepalen;

dat de mens, zijn geestesleven, kunst en cultuur gekoloniseerd zouden worden door positivisme & naturalisme

het behaviorisme is één voorbeeld, maar ook de algehele invloed van wetenschap op de maatschappij

dit leidde tot verzet tegen de oprukkende natuur-wetenschappen en de objectivering van mens en maatschappij
gebaseerd op het angelsaksische moral science (Hume, Mill), ontstaan eind 19e eeuw in Duitsland de:

Geisteswissenschaften (Dilthey) en Kulturwissenschaften (Weber, Windelband, Rickert)

met de opkomst van deze mens-wetenschappen komt er een reactie op het positivisme / naturalisme


disciplines als geschiedenis, letteren, sociologie, psychologie en antropologie gaan over mensen

daardoor lenen ze zich niet voor de objectiverende, kwantificerende methode (zo was de redenering)

de mens is geen ding, noch een rationeel cartesiaans subject, en volgt geen universele (natuur)wetten

subjectiviteit, intenties, motivaties, overtuigingen, denkbeelden, bedoelingen, gevoel zijn niet objectiveerbaar

het positivisme neemt een 3e-persoons-perspectief in, en is daarmee blind voor het 1e-persoons-perspectief

objectiviteit is daarom niet hetgeen waarnaar de mens- en geestes-wetenschappen moeten streven;

subjectiviteit en inter-subjectiviteit bepalen het mens-zijn van de mens, dus dat is het object van studie

de mens- en geestes-wetenschappen moeten zich daarom emanciperen, en een eigen methode hanteren


angst voor het positivistisch reductionisme was ook maatschappelijk: de mens wordt een variabele in statistieken,

een radertje in een machinerie (lopende band), een consument met koopkracht, een manipuleerbare burger

de mens mag niet gereduceerd worden tot een individu, een atoom: hij maakt deel uit van een gemeenschap

geschiedenis, traditie, religie, waarden en (culturele) identiteit zijn geen fictie, maar een sociale realiteit

deze realiteit is niet reduceerbaar tot het naturalisme van de positivistische wetenschappen

de positivistische (zelf)overschatting van de rol van wetenschap krijgt zodoende de scheldnaam sciëntisme

de objectiverende methode moest plaats maken voor inter-subjectivisme, fenomenologie en hermeneutiek
deze stromingen leidden tot nieuwe visies op de aard en maatschappelijke rol van wetenschappelijke kennis

bijv: de kennis-sociologie (Karl Mannheim, Ludwig Fleck), existentialisme (Sartre, Heidegger, Merleau-Ponty)

en de kritische theorie van de Frankfurter Schule (Marcuse, Horkheimer, Adorno, Habermas)
de veronderstelde 'waardevrijheid' en objectiviteit van de wetenschappen kwamen ter discussie te staan

objectiviteit bestaat niet: onze kennis is inter-subjectief, historisch bepaald, context- en perspectief-gebonden

wetenschap / technologie en de samenleving zijn afhankelijk van elkaar: belangen spelen daarin ook een rol

m.a.w: wetenschap is mensenwerk, een zoeken naar antwoorden op theoretische of praktische vragen;

geen representatie van 'de werkelijkheid', geen universeel geldige, noodzakelijk ware en zekere kennis

twee academische 'culturen'
zo ontstonden er twee academische culturen: enerzijds de (natural) sciences, anderzijds de humanities

in Nederland kennen we dit onderscheid als bèta (exact) en alfa (letteren)

gamma beslaat de social sciences (psychologie / sociologie / antropologie / economie / politicologie),

maar deze zijn intern verdeeld naar methode: kwalitatief (verstehend / alfa) en kwantitatief (erklärend / bèta)

(deze onderscheidingen zijn kunstmatig / ad hoc, afhankelijk van de gehanteerde methode van sub-discipline)
deze twee academische culturen bleken steeds minder in staat met elkaar te communiceren

binnen wetenschappelijke disciplines was er natuurlijk altijd sprake van verschillende, concurrerende theorieën

maar de kloof tussen science en de humanities betrof geen verschillende 'teams', maar 'different ballgames'

een kloof tussen verschillende takken van sport waar geheel andere aannames en methodes gelden:


 de sciences / exacte natuur-wetenschappen baseren zich op 4 uitgangspunten:

- ontologie: naturalisme; de werkelijkheid is objectief gegeven, en bestaat onafhankelijk van interpretatie



psychologisme: cultuur, geest en ideële 'dingen' zijn reduceerbaar tot natuur (neurologie)

- epistemologie: systematische waarneming van causale wetmatigheden leidt tot objectieve kennis

wetenschap ont-dekt de wereld, en theorieën en modellen representeren deze

- methodologie: positivisme; empirische toetsing van hypothesen aan kwantitatief meetbare feiten

- sociale filosofie: wetenschappelijke vooruitgang leidt tot maatschappelijke vooruitgang (Verlichting)

wetenschappelijke kennis is daarmee een adequate representatie van de objectief gegeven werkelijkheid

kern-begrippen: beschrijven, verklaren, experimenteren, objectiviteit, waarheid, neutraliteit
 de humanities (alfa) en 'verstehende' gamma-wetenschappen verhouden zich kritisch tot die uitgangspunten:

- ontologie: de werkelijkheid die onafhankelijk van interpretatie bestaat is onkenbaar: de leefwereld is cultureel

cultuur, geest en ideële 'dingen' zijn niet reduceerbaar tot natuur-wetenschap

- epistemologie: kennis is niet objectief, maar (inter)-subjectief, perspectivisch, historisch en gesitueerd

wetenschap ontdekt en representeert de wereld niet, maar construeert de (een) wereld

- methodologie: fenomenologie; ervaring als beleving is iets anders dan empirie in de wetenschap



hermeneutiek; interpretatie als verstehen is iets anders dan representatie van de werkelijkheid

- sociale filosofie: wetenschap leidt niet (perse) tot vooruitgang, maar (ook) tot vervreemding (Romantiek)


tot de jaren '60 leek hun verhouding op een koude oorlog tussen twee ideologieën, maar zonder wapenfeiten

het waren gescheiden werelden, met elk een eigen taal en cultuur, die naast elkaar bestonden

in 1959 stelt C.P. Snow de kloof tussen beide culturen aan de kaak in The Two Cultures 10

hij was van mening dat deze kloof contra-productief is voor mens, wetenschap, en wereld


vanaf de jaren '60 zijn er echter 3 ontwikkelingen die zorgen voor verhitte confrontaties in deze koude oorlog

 de linguistic turn: aandacht voor de bepalende rol van taal in ons denken en ons wereldbeeld

 de cultural turn: aandacht voor culturele verschillen en culturele determinanten in ons wereldbeeld

 de historical turn: aandacht voor de historische dimensie van kennis, wetenschap, cultuur, etc.


deze wendingen hebben zich vooral voorgedaan in de sociale wetenschappen 11, de filosofie en de letteren,

en hebben bijgedragen tot stromingen als het constructivisme, (post)-structuralisme en post-modernisme

het idee dat wetenschap mensenwerk is, heeft geleid tot nieuwe (post-moderne) benaderingen:

wetenschaps-sociologie, wetenschaps-antropologie, wetenschaps-geschiedenis, etc.

vanuit deze stromingen kwam er (opnieuw) kritiek op het positivistische (objectieve) beeld van wetenschap

ditmaal niet alleen op de invloed van het positivisme op disciplines buiten de natuur-wetenschappen,

maar ook op het kennis-ideaal en de waarheids-claims van het positivisme en de natuur-wetenschappen
wetenschaps-filosofen (t/m Popper) hadden zich bezig gehouden met het legitimatie-vraagstuk van kennis:

middels een demarcatie-criterium werd onderscheid gemaakt tussen wetenschap en pseudo-wetenschap

een nieuwe generatie wetenschaps-historici en -sociologen keken liever naar hoe kennis tot stand komt 12

sindsdien wordt de houding t.a.v. wetenschappelijke kennis vanuit deze stromingen gekarakteriseerd door:

- instrumentalisme: theorieën representeren niet een objectief bestaande werkelijkheid,

maar zijn instrumenten ter ordening en voorspelling van waarnemings-gegevens

- constructivisme: wat wij feiten noemen zijn geen objectief, los van waarneming bestaande dingen,

maar theoretische en/of sociale constructies

- relativisme: er zijn geen universele maatstaven voor waarheid; waarheid stoelt niet op

universele onafhankelijke criteria, maar is historisch en maatschappelijk bepaald


zo zien we een ontwikkeling van het beeld van wetenschappelijke kennis als representatie van de werkelijkheid,

naar het beeld van het wetenschappelijk bedrijf als een sociale werkelijkheid op zich; een (bedrijfs)-cultuur

biologisch bezien: wetenschappelijke disciplines creëren een niche in het wetenschappelijk ecosysteem,

waarbinnen individuele onderzoekers hun omgeving interpreteren conform hun overlevings-strategieën



science wars
deze karakterisering van wetenschap leidt in de jaren '70 tot '90 tot (een nieuwe ronde in) de science wars
in de jaren '70 en '80 spelde er op linguïstische vlak een strijd tussen continentale en analytische filosofie

zo waren de Franse post-structuralist Jacques Derrida en de Amerikaan John Searle jaren op voet van oorlog


Paul R. Gross & Norman Levitt (Higher superstition: the academic left and its quarrels with science - 1994)

willen met hun boek 'academisch links' behoeden voor misbruik van wetenschap voor politieke doeleinden


dit boek inspireerde Alan Sokal in 1996 tot een practical joke, bekend geworden als de Sokal-affaire (-hoax)

hij schreef een post-modern aandoend artikel met aperte nonsense, suggererend dat de realiteit niet bestaat:



"Transgressing the Boundaries: Towards a Transformative Hermeneutics of Quantum Gravity"

Sokal stuurde het stuk naar een post-modern tijdschrift: Social Text , dat het stuk publiceerde

toen hij onthulde dat het hele artikel een hoax was, zorgde dit voor een schandaal

dit was voor wetenschappers en analytisch filosofen een bewijs dat post-moderne literatuur gebakken lucht is

met Jean Bricmont schreef Sokal: Fashionable Nonsense: Postmodern Intellectuals' Abuse of Science (1997)
het omgekeerde deed zich voor in 2002 met de Bogdanov-affaire: artikelen van Igor en Grichka Bogdanov

verschenen in natuur-wetenschappelijke bladen, maar bleken niet te voldoen aan wetenschappelijke criteria


een andere strijd, maar met deels dezelfde opponenten, is het atheïsme-debat (religie versus wetenschap)

terwijl fundamentalistische christenen onderwijs in evolutie-theorie op scholen willen verbieden,

voeren Richard Dawkins, Daniel Dennett, Sam Harris en Christopher Hitchens een kruistocht tegen het gelooof

ook zijn ze niet gecharmeerd van het relativisme van de continentale filosofie; Dawkins stelt dat:

post-modernisten academische posities bezet houden die door wetenschappers zouden kunnen worden bekleed
het atheïsme-debat gaat in de V.S. over creationisme, maar wordt op andere wijze ook in Nederland gevoerd:

Herman Philipse: Atheïstisch manifest & De onredelijkheid van religie (1995)

Klaas Hendrikse: Geloven in een God die niet bestaat; Manifest van een atheistische dominee (2007)

Gert van den Brink: Er is geen God en Philipse is zijn profeet; de onredelijkheid van een atheist (2010)



twee culturen... of drie?
zo is het debat tussen de natuur-wetenschappen en de sociale wetenschappen / letteren in een impasse beland

twee culturen, met een verschillend wereld-beeld, die een andere taal spreken, en andere methodes hanteren

alfa / gamma ↔ bèta ... continentale filosofie ↔ analytische (angel-saksische) filosofie ... nurture ↔ nature

toch zijn er afgelopen decennia nieuwe disciplines ontstaan op het grensvlak tussen beide 'culturen'

in 1995 publiceert John Brockman: "The Third Culture: Beyond the Scientific Revolution"; een bundel van

artikelen van 23 wetenschappers die de grenzen tussen de natuur- en de menswetenschappen overschrijden

hierin gaat veel aandacht uit naar biologie en evolutie-theorie, en overeenkomsten met post-moderne ideeën

conclusie
in de 19e eeuw is er een groeiende kloof ontstaan tussen de science en de humanities

deze kloof verraad een diepgeworteld dualisme dat de filosofie parten speelt sinds Parmenides / Plato

diezelfde eeuw heeft Darwin aanzet gegeven tot een revolutie in de biologie, die pas in de 20e eeuw begon

buiten de biologie (in de filosofie, en ons denken in algemene zin) is die (r)evolutie nog maar net begonnen


wat kunnen biologie & evolutie-theorie bijdragen aan filosofische thema's als taal, kennis en werkelijkheid?

is evolutie-theorie alleen interessant als exacte wetenschap, of kan ze inspireren tot filosofische verwondering?

kan filosofie van de biologie ons inspireren tot een niet-dualistisch, niet-reductionistisch manier van kijken?

de insteek van deze cursus is dat kruisbestuiving leidt tot nieuw inzicht: alfa, noch bèta, maar 'bridging the gap'




1


 Genetic Studies in Myotonic Dystrophy & Abnormal behavior associated with a point mutation in the structural gene for monoamine oxidase A.

2


 determinisme is geen fatalisme, maar maakbaarheid: als je weet wat de determinanten zijn kun je ingrijpen

- cultuur-determinisme wijst op de sociaal-maatschappelijke factoren die de mens vormen;

en pleit voor ingrijpen op sociaal en persoonlijk (psychologisch) vlak

- biologisch determinisme wijst op genetische en neurologische factoren;

en pleit voor ingrijpen in de fysiologische en chemische opmaak van de hersenen en het DNA


3 waarschijnlijk vallen beide samen met het ontstaan van taal (en denken) 50.000 tot 10.000 jaar geleden

maar terwijl de oosterse filosofie er altijd op gericht is geweest het dualisme te overstijgen,

heeft de westerse filosofie het dualisme gecultiveerd (vanaf Pythagoras, Parmenides en Plato; 5e-4e eeuw v.Chr.)


4 zie ook: Stephen Jay Gould: The Hedgehog, the Fox, and the Magister's Pox; Mending the Gap Between Science and the Humanities


5 Isaac Newton: Philosophiae Naturalis Principia Mathematica (de wiskundige beginselen van de natuurfilosofie; 1687)


6 sinds de Verlichting is wetenschappelijke kennis gebaseerd op aannames over methodiek en werkelijkheid

- empirisch testen van hypothesen volgens gestandaardiseerde en kwantitatieve methode

- theorieën moeten de werkelijkheid beschrijven volgens mechanische / causale wetten (reductionisme)

dit demarcatie-criterium onderscheid wetenschap van pseudo-wetenschap

eeuwenlang hebben theorieën praktijken gelegitimeerd a.h.v. ideeën die niet passen in het huidige paradigma, maar ze functioneerden wel

acupunctuur zou op het placebo-effect kunnen berusten, maar het placebo-effect is wetenschappelijk aangetoond

vraag is: hoe en waarom werkt het? het Chinese concept qi (chi) wordt niet erkend, maar er zou een andere verklaring kunnen zijn


7 William Whewell: The Philosophy of the Inductive Sciences (1840)


8 positief = aanwezig, direct aantoonbaar, verifieerbaar, bewijsbaar, niet absoluut, maar maximale zekerheid

negatief = afwezig, indirect aantoonbaar, aannemelijk, circumstantial evidence = dus speculatief


9 John W. Draper (1811-1882): The History of Conflict Between Religion and Science (1874)


10 Charles Percy Snow: The Two Cultures and the Scientific Revolution (1959)


11 Immanuel Wallerstein (et al.): Open the Social Sciences; Report of the Gulbenkian commission (1996)


12 Thomas Kuhn: The Structure of Scientific Revolutions (1962), Michel Foucault: L'archéologie du savoir (1969)

Peter L. Berger & Thomas Luckmann: The Social Construction of Reality (1966), Paul Feyerabend: Against Method (1975)







Dovnload 136.78 Kb.