Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


1 Tickets voor een voetbalmatch Een firma, waar je geregeld mee samenwerkt, nodigt je uit voor de match Standard-Anderlecht. Wat doe je?

Dovnload 93.44 Kb.

1 Tickets voor een voetbalmatch Een firma, waar je geregeld mee samenwerkt, nodigt je uit voor de match Standard-Anderlecht. Wat doe je?



Datum31.07.2017
Grootte93.44 Kb.

Dovnload 93.44 Kb.

Algemene dilemma’s
1 Tickets voor een voetbalmatch
Een firma, waar je geregeld mee samenwerkt, nodigt je uit voor de match Standard-Anderlecht. Wat doe je?


  1. Ik ga naar de match.

  2. Ik weiger.

  3. Ik vraag of ik een kaartje voor mijn dochter kan krijgen.

  4. Ik leg uit dat ik dat kaartje niet kan aannemen en breng het probleem op het volgende teamoverleg ter sprake.


2 Overname benzinestation
Je zus en schoonbroer willen een benzinestation overnemen. Er is al lang sprake van dat de baan waarlangs dit benzinestation ligt heraangelegd zal worden. Zij vragen jou of je meer informatie hebt. De werkzaamheden zullen immers maanden duren en voor ernstige hinder en dus minder inkomsten zorgen. Je weet dat er nog één onteigening afgerond moet worden en dat de werkzaamheden zes maanden later zullen starten. Er is afgesproken dat niemand iets over de aanvang van de werken mag meedelen zolang niet alles geregeld is. Wat doe je?


  1. Ik zeg aan mijn zus dat ik niets kan en mag zeggen.

  2. Ik ga met mijn schoonbroer een pint drinken en waarschuw hem ervoor dat hij toch nog eens over zijn beslissing moet nadenken.

  3. Ik vertel wat ik weet maar vraagt hen dit aan niemand verder te vertellen.

  4. Ik leg het probleem voor aan mijn chef en vraag hem wat ik moet doen.



3 Vriendendienst
Tot jouw taken behoort het snoeien van struiken langs gewestwegen. Op een dag komt je vriend bij jou met het verzoek om de struiken in zijn tuin, langs de weg waar je aan het werk bent, ook te snoeien. Wat doe je?


  1. Ik doe het als een vriendendienst, tijdens de werkuren.

  2. Ik doe het, maar zeg dat ik het in de toekomst toch liever niet meer doe.

  3. Ik weiger het en leg uit dat dit tegen alle regels is.

  4. Ik licht mijn chef erover in.



4 Studiebezoek
Een leverancier vertelt je over nieuwe toestellen. Om die toestellen te leren kennen en enkele tests mee te maken, nodigt hij je uit naar het testlabo van het moederbedrijf. Het moederbedrijf bevindt zich in Spanje. Opdat je het onderzoek grondig zou kunnen doen - een bezoek aan het testlabo en enkele toesteltypes uittesten - stelt hij een bezoek van vijf dagen voor. Wat doe je?


  1. Ik bespreek dit met mijn partner, we later er dan meteen een weekje vakantie bij aansluiten.

  2. Ik vraag hem me documentatie op papier te bezorgen en gegevens van andere klanten die ervaring hebben met die toestellen.

  3. Ik leg het probleem voor aan mijn chef: de folders van de toestellen zien er echt veelbelovend uit.

  4. Ik aanvaard de uitnodiging, maar dring erop aan dat het bezoek ingekort wordt.


5 Boete?
Je chef vraag je om een aannemer een boete kwijt te schelden wegens het niet tijdig betalen van een borgsom. Daarvoor moet wel een verantwoordingsnota opgemaakt worden. Wat doe je?


  1. Ik vind het niet gerechtvaardigd. Ik weiger dat te doen.

  2. Ik doe wat mijn chef vraagt. Ik stel de nota op, maar weiger ze te verdedigen.

  3. Ik doe het gewoon: het is mijn werk en mijn chef heeft erom gevraagd.

  4. Ik vind dat mijn chef hier zijn boekje te buiten gaat. Ik stap naar zijn chef.



6. Mannenpraat
In je team zitten enkele ‘straffe mannen’. Ze zijn niet op hun mondje gevallen, kennen een reeks moppen en plagen elkaar geregeld. De laatste tijd merk je dat alleen nog racistische moppen verteld worden en dat de toon steeds ruwer wordt. Wat doe je?


      1. Niets, ik lach vrolijk mee. Anders word ik misschien zelf het mikpunt.

      2. Ik zeg duidelijk dat ik vind dat dit niet langer kan.

      3. Ik vraag aan de chef om hier iets aan te doen.

      4. Ik meld dit aan de vertrouwenspersoon Integriteit.



7 Kopiëren
Op jouw dienst ligt er naast de kopieermachine een lijst waarop je eventueel kunt noteren welke kopieën je voor privédoeleinden hebt gemaakt. Die worden dan op het einde van de maand afgerekend.

Je hebt al enkele keren gemerkt dat een van je collega’s geregeld kopieën maakt voor zijn sportvereniging, maar nog nooit heb je zijn naam op de lijst van de te betalen kopieën zien staan. Wat doe je?


  1. Niets. Dat zijn mijn zaken niet en ik wil onnodige discussies vermijden.

  2. Ik stap naar de betrokken collega en wijs hem terecht.

  3. Ik stap naar de chef en vertel hem wat er aan de hand is.

  4. Ik noteer zelf zijn naam op de lijst.



8 Een geleende machine
Het uitlenen van bepaalde werktuigen wordt op jouw dienst in bepaalde gevallen en voor beperkte tijd toegestaan. Je merkt dat een van je collega’s een bepaalde machine bijna als privébezit is gaan beschouwen.

Het gaat zelfs zo ver dat hij het toestel al twee keer teruggebracht heeft omdat het defect was en het, nadat het op kosten van de overheid is hersteld, weer heeft meegenomen. Wat doe je?


  1. Ik zeur hier alleen een beetje over tegen een paar bevriende collega’s.

  2. Ik stap naar de collega in kwestie en wijs hem erop dat hij niet goed bezig is.

  3. Ik stap naar de chef en vertel hem wat er gaande is.

  4. Ik doe niets.



9 Een aantrekkelijk bod
Ik heb zojuist voor mijn medewerkers zes nieuwe pc’s aangeschaft. Als ik de verkoper terloops advies vraag voor de privéaanschaf van een kleurenprinter, biedt hij mij 50 % korting aan. Bij de aanschaf van een aantal pc’s mag hij mij die korting geven, zo licht hij zijn voorstel toe. Wat staat mij te doen?


  1. Ik accepteer het aanbod. Voor mij is het een aantrekkelijk aanbod en niemand wordt erdoor geschaad.

  2. Ik koop de printer maar sta erop de volle prijs te betalen.

  3. Ik leg het aantrekkelijke aanbod aan mijn directeur voor en volg zijn advies.

  4. Ik dank de verkoper voor zijn aanbod maar besluit de printer bij een ander bedrijf te kopen.



10 Meerjarenbeleid
Ik werk vaak rechtstreeks voor de minister en zijn kabinet. Tijdens een werkbezoek aan het Nationaal Instituut voor de Statistiek zegt de minister toe voor een bepaalde zaak extra inspanningen te leveren. Ik ben de persoon die die toezeggingen moet uitvoeren. De minister komt niet graag terug op een gegeven woord. Ik sta er echter niet achter omdat het niet te rijmen valt met het eerder vastgestelde meerjarenbeleid. Wat doe ik?



  1. Ik ga met de minister praten en leg hem uit dat de maatregel niet overeenstemt met vroegere afspraken. Ik laat hem beslissen wat er uiteindelijk gebeurt.

  2. Ik voer mijn taak loyaal uit zonder vragen te stellen.

  3. Ik ga met de kabinetschef praten en maak hem duidelijk dat ik zo niet kan werken. Er is geen consistent beleid en ik vind dat hij zich aan afspraken moet houden.

  4. Ik stel de minister voor terug te komen op zijn toezegging. Ik heb vandaag een interview met een journalist en ik stel voor de minister uit de wind te zetten en de schuld op mij te nemen.



11 Beleidsadvies
Ik ben een beleidsmedewerker. De minister zegt over een uur informatie nodig te hebben over een bepaalde aangelegenheid. Ik ben al twee weken bezig met die opdracht en eigenlijk had ik al klaar moeten zijn. De informatie is echter nog niet compleet. Ik wacht nog op een bijdrage van een andere dienst om mijn gegevens te checken. Mijn chef eist van mij dat ik de informatie verstuur aangezien de kabinetschef al heeft gebeld. Wat doe ik?


  1. Ik stuur de informatie op en zeg niets over de onvolledigheid ervan.

  2. Ik stuur de informatie op, maar maak een notitie dat er absoluut geen beslissingen op mogen worden gebaseerd.

  3. Ik stuur de informatie niet op. Als er iemand navraag doet, wijs ik de verantwoordelijkheid af door de schuld bij de andere dienst te leggen.

  4. Ik stuur de informatie niet op en verzin een smoes met de belofte dat het morgen af is.



12 Ontbrekende bijdrage voor beleidsnota
Ik werk bij een beleidsondersteunende afdeling. Een contactpersoon van een andere dienst meldt dat hij niet kan voldoen aan de toezegging om volgende week zijn bijdrage aan een nota in te leveren. Ik ben verantwoordelijk voor het verzamelen van de bijdragen van de verschillende directies en kom in tijdsproblemen omdat mijn gegevens dan niet op tijd compleet zijn. De nota moet volgende week bij de minister liggen. Wat doe ik?


  1. Ik vraag mijn afdelingshoofd met het afdelingshoofd van de contactpersoon te praten.

  2. Ik zet druk op de contactpersoon.

  3. Ik schrijf een memo aan de directeur-generaal en meldt dat die andere afdeling in gebreke blijft.

  4. Ik lever de nota later dan afgesproken in en incasseer alle klappen.


13 De experte
In opdracht van de minister moet ik met mijn afdelingshoofd een beleidsnota voorbereiden. De minister vraagt mij om alle experts erover te horen en hun visie te verwerken in de beleidsnota. Ik bespreek dit met mijn afdelingshoofd. Al vlug komen we tot een consensus over welke experts gehoord of geciteerd moeten worden, behalve over één. Ik ben ervan overtuigd dat zij niet mag ontbreken, omdat haar ideeën heel innoverend en belangrijk zijn, maar mijn afdelingshoofd weet van geen wijken. Ik weet dat de enige echte reden hiervoor persoonlijk is: zij is ooit boven mijn afdelingshoofd verkozen voor een belangrijke job en hij heeft dat nooit echt kunnen aanvaarden. Wat staat mij te doen?


  1. Ik neem deze experte toch op omdat ik ervan overtuigd blijf dat haar bijdrage de kwaliteit van de nota sterk verhoogt.

  2. Ik citeer haar standpunten zonder naar haar te verwijzen. Dat de minister daardoor het risico loopt straks bij de presentatie van het rapport het verwijt te krijgen dat hij niet alle experts heeft gehoord, neem ik erbij.

  3. Ik respecteer de wensen van mijn afdelingshoofd en ik spreek niet meer over die experte.

  4. Ik licht de minister in over dit incident en vraag hem te beslissen.



14 De cadeaubons
Ik krijg als leidend ambtenaar van mijn minister de opdracht om een wetenschappelijk adviescomité op te richten voor de sector. Het is de bedoeling dat het comité een rapport opstelt. Het kabinet is erin geslaagd om alle wetenschappelijke topexperts van Vlaanderen ervan te overtuigen in het comité te zetelen. Ze krijgen hiervoor een conforme vergoeding maar die is uiteraard onderworpen aan de belastingen. Het kabinet vraagt mij nu als leidend ambtenaar een oplossing uit te werken om de leden een extra vergoeding te bezorgen en stelt zelf voor om hen aanvullend te vergoeden met cadeaubons die niet belastbaar zijn. Wat staat mij te doen?


  1. Ik wijs het kabinet erop dat dit geen gangbare praktijk is.

  2. Ik voer uit wat er gevraagd wordt.

  3. Ik laat mijn dienst een juridische nota uitwerken met de pro’s en contra’s en laat de minister zelf beslissen.

  4. Ik lek deze intentie naar de pers. Als dit in de krant komt, zullen de gevolgen zeer doeltreffend zijn.



15 Prik ik of prik jij?
Tussen de middag ben je met je collega ergens gaan lunchen. Als je op het punt staat om weer naar het werk te vertrekken, raakt je collega met iemand aan de praat. Hij zegt dat hij dadelijk ook komt en vraagt je alvast voor hem in te prikken. Wat is je reactie?


  1. Ik doe wat hij gevraagd heeft.

  2. Ik doe wat hij me vraagt, want in het bijzijn van anderen wil ik geen commentaar geven. Maar achteraf zeg ik hem dat dit eigenlijk niet door de beugel kon en dat hij dit geen tweede keer hoeft te vragen.

  3. Ik weiger.

  4. Ik licht zijn chef in.


16 In gesprek
Tijdens de werktijden word je regelmatig gebeld door familie, vrienden en vriendinnen om je van allerhande nieuwtjes op de hoogte te brengen. Wat doe je?


  1. Ik beantwoord de telefoon en vraag hen het beknopt te houden.

  2. Ik vertel familie en vrienden uitdrukkelijk dat ik alleen voor belangrijke zaken gebeld mag worden.

  3. Geen probleem, ik moet toch op de hoogte blijven.

  4. Ik laat hen afwimpelen door een collega.



17 Een vrije middag!?
Je hebt je ingeschreven voor een dagseminarie. Op de dag zelf blijkt dat het programma sterk werd afgeslankt omdat enkele sprekers ontbreken. Het seminarie duurt daardoor maar een halve dag in plaats van de geplande hele dag. Wat doe je?


  1. Ik keer nog terug naar het werk.

  2. Ik ga naar huis en doe thuiswerk of compenseer die uren later.

  3. Ik licht mijn chef in en vraag wat mij te doen staat.

  4. Leuk, ik heb een vrije middag.


18 Verhuizen
Peter is een goede collega. Van andere collega’s hoor je dat Peter afgelopen zondag een dienstbusje heeft gebruikt om de inboedel van zijn dochter te verhuizen. Wat doe je?

  1. In een gesprek onder vier ogen spreek ik Peter aan op de gevolgen van zijn gedrag.

  2. Ik negeer het en doe verder niets.

  3. Ik stel tijdens het teamoverleg voor om regels over het privégebruik van dienstvoertuigen op te stellen.

  4. Ik meld het voorval aan de chef van Peter.


19 Een kleine bijverdienste
Je merkt in de drukkerij dat een collega vaak geboortekaartjes, uitnodigingen, affiches enzovoort aan het maken is die helemaal niets met het werk te maken hebben. Wat doe je?


  1. Ik doe niets. Mijn chef moet daar maar tegen optreden.

  2. Ik zeg het tegen mijn chef, maar wil dat hij mijn naam geheim houdt.

  3. Ik zeur hier alleen wat over tegen een paar bevriende collega’s.

  4. Ik stap naar de collega en wijs hem erop dat hij niet goed bezig is.



20 De prikklok


Je merkt dat collega’s sjoemelen met de prikklok. Als je daar iets van zegt, krijg je de boodschap om niet flauw te doen, en gewoon mee te doen onder het motto ‘we doen dit al jaren zo’. Wat doe je?


  1. Ik leg me erbij neer.

  2. Als iedereen het doet, mag ik het ook doen.

  3. Ik signaleer het aan onze chef.

  4. Ik breng het ter sprake op de volgende teamvergadering.

21 De afvalberg


Overschotten in de keuken mogen niet mee naar huis. Sommige collega’s doen dat toch. Anders moet het toch maar weggegooid worden, zeggen ze. De instructies zijn echter zeer duidelijk. Wat doe je?


  1. Als ik vind dat het te ver gaat, spreek ik mijn collega erover aan.

  2. Ik doe niet mee, maar als anderen het doen is dat hun keuze.

  3. Ik meld het aan onze chef.

  4. Ik moet niet roomser zijn dan de paus. Ik doe mee zonder te overdrijven.



22 De (werkloze) chauffeur
Als chauffeur van topambtenaren bestaat mijn werk veelal uit wachten.

Sinds het aantreden van een nieuwe ambtenaar heb ik het idee dat ik bij hem heel vaak echt voor niets sta te wachten. Sterker nog, de topambtenaar laat mij soms een hele zaterdagavond bij een concertzaal staan terwijl hij op 200 meter afstand van die concertzaal woont. Ik voel me dan misbruikt. Erger nog vind ik het feit dat mijn volstrekt overbodige overuren door de gemeenschap moeten worden betaald. Mijn collega’s hoor ik steeds vaker over dezelfde ambtenaar klagen. De ambtenaar zelf erover aanspreken durf ik absoluut niet. Mijn chef weet er al van, maar vindt het gewoon bij ons werk horen. Wat staat mij te doen?


  1. Ik blijf zonder meer mijn werk doen. Af en toe doe ik mijn beklag thuis en bij mijn collega’s.

  2. Ik breng de minister op de hoogte van die praktijken.

  3. Als collega’s van de topambtenaar bij me in de auto zitten, zal ik eens vragen wat zij van de situatie vinden.

  4. Ik vraag mijn chef mij niet meer in te delen voor ritten met de betrokken topambtenaar.



23 Een statussymbool of een nieuwe wagen?
De leidend ambtenaar van jouw entiteit vraagt je een dossier te openen voor de vervanging van zijn voertuig. Bij het overlopen van de specificaties blijkt het gewenste type ver boven de technische en financiële grenzen te liggen, die in de omzendbrief rond voertuigen zijn opgenomen. Je wijst de leidend ambtenaar op de omzendbrief, maar hij bestrijdt het nut van die normen en vraagt je er soepel mee om te gaan. Wat doe je?


  1. Ik voer de aankoopprocedure uit zoals hij het wenst.

  2. Ik informeer bij de Inspectie van Financiën wat ik moet doen in een dergelijk geval.

  3. Ik maak het dossier technisch op, maar onderteken het niet zoals ik normaal binnen mijn delegaties zou doen. Ik vraag de leidend ambtenaar te ondertekenen.

  4. Ik zeg dat ik dit niet kan doen.


24 De gehandicapte sollicitant


In mijn agentschap moeten deadlines gehaald worden die veel teamwerk vereisen. De laatste tijd staan we onder druk omdat we een paar belangrijke deadlines niet hebben gehaald waardoor de minister in de problemen is gekomen. Ik kan gelukkig nu een extra personeelslid aanwerven. Op het einde van de procedure zijn er twee kandidaten die allebei voldoen. De ene kandidaat is een persoon met een handicap. Noch ik zelf noch mijn medewerkers hebben ervaring met het omgaan met personen met een handicap. Eigenlijk twijfel ik over de vlotte integratie van die kandidaat in de dienst. Anderzijds is er wel de vereiste om personeel met een handicap te werven in het kader van het streven naar evenredige arbeidsdeelname van de kansengroepen. Wat doe ik?


  1. Ik werf de persoon met een handicap aan om zo een bijdrage te leveren aan het kansenbeleid.

  2. Ik neem geen risico’s en trek de persoon met een handicap niet aan. Op het einde van de rit is het toch de productiviteit die telt voor de minister.

  3. Ik overleg met mijn medewerkers en maak op basis van hun reacties een keuze.

  4. Ik overleg met de persoon met een handicap. Misschien wil hij/zij niet werken in een dienst waar hij/zij mogelijk niet geïntegreerd zal worden.



25 Dronken collega
Je collega, met wie je vaak moet samenwerken voor bepaalde opdrachten, drinkt graag een pintje. Na de middagpauze is de invloed van de drank af en toe merkbaar. Hoe reageer je?


  1. Ik zeg hem dat dit niet langer kan, dat hij mij zo ook in de problemen zal brengen en dring erop aan dat hij niet drinkt op dagen dat wij samenwerken.

  2. Hij is een goede collega, die gewoonlijk hard werkt. Ik doe het werk dan wel alleen. Daar heeft niemand last van.

  3. Ik meld dit aan mijn chef.

  4. Ik doe niets, dat is zijn zaak.


26 Bouwovertreding
Ik werk als inspecteur bij de Vlaamse Bouwinspectie. Ik zie dat mijn buurman, met wie ik goed opschiet, een illegaal bouwwerk optrekt op een stukje land buiten de bebouwde kom. Wat staat mij te doen?


  1. Ik doe niets.

  2. Ik praat met de buurman en wijs hem op de overtreding en laat het verder aan hem over.

  3. Ik waarschuw mijn collega’s en vraag hen op te treden.

  4. Ik vraag een collega van de regiodirectie om het probleem op te lossen.



27 Interessante opdracht
Ik ben hoofd van een afdeling. Mijn leidend ambtenaar vraagt mij om een interessante opdracht uit te voeren waarmee mijn afdeling goed kan scoren. Dat hebben we ook wel nodig na de recente blunders van mijn afdeling. De inhoud van die opdracht behoort eigenlijk wel tot het terrein van een andere afdeling. Wat doe ik?



  1. Nadat ik de andere afdeling van de opdracht op de hoogte heb gebracht, voert mijn afdeling de klus uit.

  2. Ik deel de andere afdeling mee dat ik de opdracht gekregen heb en vraag hen om input.

  3. Ik weiger de opdracht omdat ik vind dat ik dat niet kan maken tegenover die andere afdeling.

  4. Ik voer de opdracht uit en breng zelf de andere afdeling daar niet van op de hoogte: dat is immers de taak van mijn leidend ambtenaar.



28 Een verdiende beloning?
Je geeft in opdracht van je chef tijdens de diensturen voor een privéorganisatie een uiteenzetting over jouw werkgebied binnen de Vlaamse overheid. Na afloop vraagt de organisator je adres om je een kistje wijn te bezorgen. Wat doe je?


  1. Ik geef mijn adres. Mijn partner is een wijnliefhebber en ik doe hem hiermee een geweldig plezier.

  2. Ik geef het adres van de dienst en deel de inhoud met mijn collega’s.

  3. Ik geef mijn adres niet: ze vinden het wel terug.

  4. Ik weiger de attentie.



29 Baas op de vlucht
Bij toeval zie ik dat mijn chef bij het wegrijden op de parking een andere auto beschadigt.

Het is duidelijk dat hij me niet heeft gezien. Na vluchtig de schade opgenomen te hebben, kijkt hij om zich heen en rijdt haastig weg. Volgende week wordt echter een beslissing genomen over mijn promotie. Wat staat mij te doen?


  1. Ik stop een anoniem briefje achter de ruitenwisser van de beschadigde auto waarop staat wie de schade heeft veroorzaakt.

  2. Ik doe alsof ik niets gezien heb.

  3. Ik vertel mijn chef dat ik gezien heb dat hij schade aan een andere auto heeft veroorzaakt.

  4. Ik meld het voorval bij de directie.



30 Een exclusieve maaltijd
Frans F. is een leverancier met wie je al lange tijd samenwerkt. Er lopen onderhandelingen om die samenwerking voort te zetten. Je ontmoet Frans F. tijdens een studiedag en hij stelt voor om tussen de middag samen te lunchen. Hij neemt je mee naar een chic restaurant en zegt: “Geen zorgen. De rekening is voor mij.” Wat doe je?


  1. We kennen elkaar al lang. Ik laat het me goed smaken.

  2. Ik sta erop mijn eigen rekening te betalen.

  3. Ik laat hem betalen, maar maak toch duidelijk dat dit mij een ongemakkelijk gevoel geeft, en dat het niet voor herhaling vatbaar is.

  4. Ik bestel het goedkoopste gerecht op de kaart, en meld het aan mijn chef.


31 Thuismatch
Sinds kort vertelt je chef regelmatig over de thuismatchen van zijn voetbalploeg, die hij bijwoont in de VIP-loge. Hij wordt daarvoor uitgenodigd door een bedrijf waarmee jullie dienst recent een contract heeft afgesloten. Wat doe je?


  1. Ik doe niets. Ik moet mijn chef niet controleren.

  2. Ik pols bij collega’s of zij er meer over weten.

  3. Al lachend, onder vier ogen, laat ik verstaan dat ik dit bedenkelijk vind.

  4. Ik signaleer dit aan zijn chef.



32 Afvalprobleempje
Jouw ploeg is bezig met wegenonderhoud. Een bewoner vraagt of hij enkele kruiwagens puin in jullie afvalcontainer mag gooien. Hij heeft geen aanhangwagen en kan het puin moeilijk zelf naar het containerpark voeren. Wat doe je?


  1. Ik weiger: dat kan niet!

  2. Ik sta het toe: die enkele kilo’s extra maken niets uit.

  3. Ik zeg dat hij het aan de ploegbaas moet vragen.

  4. Ik zeg hem dat het eigenlijk niet mag, maar dat ik natuurlijk niet kan controleren wat er ’s avonds gebeurt.



33 Tussentijds diner
Je werkt aan een project in samenwerking met een bedrijf. Na het afronden van de eerste fase, vraagt je baas je om mee te gaan naar een diner, betaald door het bedrijf. Hij wil dat jij erbij bent omdat jij toch de belangrijkste bijdrage had in deze fase. Wat zeg je tegen je chef?


  1. Ik ga graag op de uitnodiging in.

  2. Ik ga mee, maar vraag me toch hardop af of dit wel kan?

  3. Ik verontschuldig me en zeg dat ik die avond andere plannen heb.

  4. Ik stel voor het diner uit te stellen tot het hele project is afgelopen.



34 Facturen extra diensten
Tijdens de uitvoering van werkzaamheden blijkt dat een aantal extra diensten nodig zijn om het werk te kunnen voltooien. Die extra diensten zijn echter niet opgenomen in de offerte. De aannemer stelt voor om die diensten te factureren als een dienst die wel in de offerte opgenomen is. Voor hem betekent dit dat hij sneller betaald wordt. Voor jou betekent dit dat een heleboel administratieve rompslomp vermeden wordt. Wat doe je?


  1. Ik ga akkoord.

  2. Ik leg het probleem voor aan het afdelingshoofd.

  3. Ik ga akkoord, maar met het voornemen dat dit maar één keer kan.

  4. Ik ga niet akkoord.



35 Financiering van het onderzoek
Je leidt een onderzoeksproject dat wordt gefinancierd door een privébedrijf. Het onderzoek loopt over een periode van één jaar, maar kan een of meer keren worden verlengd als de resultaten voldoende nuttig zijn. Het project stelt één wetenschappelijk attaché en twee deskundigen tewerk. Op het einde van het eerste jaar zien de resultaten er niet echt veelbelovend uit. Wat doe je?


  1. Ik stel de resultaten heel eerlijk en objectief voor, maar pleit er toch voor om die mensen in dienst te houden.

  2. De meest tegenvallende resultaten vermeld ik voorlopig niet.

  3. Ik pas hier en daar de resultaten een beetje aan, want ik wil de werkzekerheid van drie mensen absoluut niet in gevaar brengen.

  4. Op basis van de resultaten stel ik voor het project te beëindigen.



36 De compromitterende foto
Je bent de eigenaar van een populair weekblad. Een van je redacteurs heeft een foto bemachtigd waarop een minister staat afgebeeld die juist een bordeel verlaat. Wat staat je te doen?


  1. Ik verkoop die foto aan een ander blad.

  2. Ik plaats de foto.

  3. Ik stuur de foto op naar de voorlichtingsdienst van de minister.

  4. Ik doe niets met de foto.



37. Dagje ziek?
Je staat in voor de verwerking van de afwezigheden wegens ziekte.

De dochter van je collega werkt op een andere dienst van dezelfde entiteit en is één dag ziek.

Je collega komt bij jou en vraagt om dat voor die ene keer maar zo te laten en de ziekte van zijn dochter niet door te geven, ze is de laatste tijd al zo vaak ziek geweest. Wat doe je?


  1. Ik doe wat hij vraagt, hij is tenslotte mijn collega.

  2. Ik doe wat hij vraagt, maar zeg duidelijk dat dit tegen de regels is en dat ik het liever niet zou doen.

  3. Ik weiger.

  4. Ik meld dit aan onze leidinggevende.



38. Maaltijdvergoeding

Je voert samen met een collega een opdracht buitenhuis uit. Je collega stelt voor de tijd wat te rekken zodat jullie aanspraak kunnen maken op een maaltijdvergoeding. Wat doe je?


  1. Ok, ik ga vrolijk mee een pintje pakken.

  2. Ik wijs hem erop dat dit niet correct is, maar laat me toch overhalen om niet saai over te komen.

  3. Ik weiger, maar laat hem zijn gang gaan.

  4. Ik keer terug naar kantoor en vertel het voorval aan alle collega's die het horen willen.




39. Met de fiets
Een collega vraagt voor het hele jaar een fietsvergoeding aan voor de verplaatsing van thuis naar het station. Je weet dat betrokkene enkel tijdens de zomermaanden met de fiets gaat en dat hij gedurende de wintermaanden door zijn partner met de wagen naar het station wordt gebracht. Wat doe je?


  1. Ik doe niets, dit is niet mijn verantwoordelijkheid.

  2. Ik signaleer dit aan de personeelsdienst; zij moeten dan maar zien wat zij ermee doen.

  3. Ik spreek hem hierover aan.

  4. Ik meld dit aan onze chef.



40. Thuiswerk/thuiszorg?
Je hebt een dag thuiswerk aangevraagd. Die ochtend blijkt dat je zoontje van 3 ziek is. Hij moet regelmatig overgeven en is erg lastig. Wat doe je?


  1. Ideaal, ik ben toch thuis.

  2. Met een ziek kind kan ik niet werken, ik vraag een dag spoedverlof.

  3. Ik bel mijn leidinggevende en overleg wat te doen.

  4. Ik zoek opvang, zodat ik kan werken.



41. Thuiswerk
Je gaat een buitenlandse reis maken, en hebt daarvoor een aantal inentingen nodig. Dit kan alleen in een ziekenhuis of gespecialiseerde dienst gebeuren. Het is er vrij druk, en je dreigt in tijdsnood te raken. Je afspraak is op dinsdag om 13.30u.

Wat doe je?


  1. Ik vraag thuiswerk aan en ga wel even tussendoor, dat merkt niemand.

  2. Ik neem een halve dag vakantie.

  3. Ik vraag mijn directe leidinggevende toestemming om naar het ziekenhuis te gaan.

  4. Ik werk thuis en boek een privéoverleg in van 2u, zo weten mijn collega’s dat ik niet te bereiken ben.



42. Pechverhelping
Vorig jaar werd een bedrag vastgelegd van 75 000 euro voor het organiseren van opleidingen. Door allerlei omstandigheden – ziekte trainer, onbeschikbaarheid lokaal, dringende opdrachten – zijn de opleidingen niet kunnen doorgaan zoals aanvankelijk gepland. Aan het einde van dit jaar blijft er nog een saldo van 25 000 euro. Er worden nog opleidingen gepland in januari en februari van het volgende jaar.

Het celhoofd vraagt of hier geen oplossing voor te vinden is. Wat doe je?


  1. Ik stel voor met de firma een afspraak te maken, zodat de factuur geantedateerd wordt.

  2. Ik zeg dat dit niet kan.

  3. Ik leg de vraag voor aan het afdelingshoofd.

  4. Ik dien bij de eerstvolgende budgetcontrole een voorstel voor bijkredieten vorige jaren in.


Financieel dilemma


43. Over tijd?
Je afdeling schrijft een offertevraag uit voor het drukken van een folder die op grote schaal zal verspreid worden. Jullie hebben wat achterstand opgelopen, waardoor er heel snel gewerkt zal moeten worden om de folder op tijd klaar te krijgen.

Er komen maar twee reacties binnen, van bedrijven waar je nog nooit mee samengewerkt hebt. Twee dagen na het verstrijken van de datum ontvang je nog een offerte van een drukker waar jullie al geregeld mee hebben samengewerkt en die jullie altijd een heel goede service geboden heeft. Wat doe je?


  1. Ik meld de firma dat ik deze offerte niet meer kan opnemen.

  2. Ik aanvaard de offerte toch, niemand hoeft dit te weten.

  3. Ik leg dit voor aan mijn afdelingshoofd.

  4. Ik zet de procedure stop en gun de opdracht bij hoogdringendheid aan deze firma.


Financieel dilemma

44. Geld teveel…
In september blijkt dat jouw afdeling te veel middelen op de begroting van dit jaar heeft uitgetrokken. Je weet dat een andere afdeling op zoek is naar extra middelen. Bij de budgettaire planning vraagt het kabinet hoe het staat met de besteding van de middelen. Wat doe je?


  1. Ik verzin gauw enkele initiatieven zodat het budget volledig opgebruikt wordt.

  2. Ik deel mee dat wij nog vrije ruimte hebben.

  3. Ik gebruik die middelen om facturen van een andere begrotingspost te betalen.

  4. Ik plan een overleg met de collega van de andere afdeling en laat hem garanderen dat hij mijn afdeling een volgende maal uit de nood helpt.

Financieel dilemma

45. Uitgelopen etentje
Je bent samen met een collega-inspecteur op inspectie in een zeer grote voorziening. ’s Middags kun je tijd besparen door daar de dagschotel te eten. Het middagmaal wordt door de directeur echter zeer lang gerekt. Uiteindelijk is het bijna 15 uur voor je nog enkele grote luiken kunt inspecteren. Als je een aantal gegevens opvraagt, antwoordt de directeur dat dit niet meer kan omdat het personeel op de diensten die over die gegevens beschikken, al naar huis is. Wat doe je?


  1. Mijn collega en ik maken een nieuwe afspraak en gaan naar huis.

  2. Ik vraag de directeur zelf de gegevens te gaan zoeken en doe de inspectie verder tot het afgelopen is.

  3. Ik stop de inspectie en schrijf in mijn verslag dat de voorziening de nodige gegevens niet aan me wilde bezorgen.

  4. Ik sluit de inspectie af en schrijf in mijn verslag bij de items die ik niet kon inspecteren, dat ze niet werden geïnspecteerd.

Inspectie
46. Gastdocent
Je wordt gevraagd om als gastdocent les te geven in een opleidingstraject dat door de werkgevers in de sector die jij controleert, wordt georganiseerd. Je wordt hier goed voor betaald, je kunt hier heel wat zinvolle contacten leggen en leren uit de praktijk.


  1. Ik accepteer de uitnodiging en besluit op de opleidingsdagen vakantie te nemen.

  2. Ik accepteer de uitnodiging en meld dat aan mijn chef.

  3. Ik weiger de uitnodiging en vertel dit de schijn van partijdigheid kan wekken tijdens inspecties.

  4. Ik weiger de uitnodiging en bespreek dat met mijn chef.

Inspectie


47. Klacht
Je gaat op inspectie in een instelling naar aanleiding van een klacht. Jij weet wie de klacht heeft ingediend, maar die persoon wil anoniem blijven. De klacht blijkt deels terecht te zijn en deels niet te inspecteren. Een tweetal maanden later moet je opnieuw naar die instelling voor een (erkennings)inspectie. Rond 12 uur begeleidt de directeur je naar de eetzaal voor het middagmaal. In de eetzaal zit de persoon die de klacht heeft ingediend bij het vorige inspectiebezoek. Wat doe je?
1. Ik weiger de maaltijd beleefd zonder verdere uitleg en ga buiten eten.

2. Ik blijf eten want ik heb die klacht toen objectief onderzocht.

3. Ik blijf eten maar vertel de directeur dat ik me wat ongemakkelijk voel.

4. Ik weiger te blijven eten en vertel de directeur waarom, zonder de persoon in kwestie te verraden.


Inspectie

48. Minimalistische collega
Bij de voorbereiding van inspecties lees je verslagen van voorgaande inspecties. Meer dan eens merk je dat het verslag positief was, terwijl bij het inspectiebezoek ter plaatse blijkt dat normtekorten, die er toen al waren, niet in het verslag zijn opgenomen. Wat doe je?


  1. Niets: het is niet mijn taak om collega’s te controleren.

  2. Ik praat erover met enkele collega’s om te checken of zij het ook opgemerkt hebben.

  3. Ik praat erover met mijn chef, want de sector staat negatief tegenover mij, omdat ik hen veel strenger, maar correct beoordeel.

  4. Ik spreek de betrokken collega erover aan en zoek samen met de collega naar een oplossing.


Inspectie

49. Gastdocent of inspecteur
De directeurs van een zestal voorzieningen hebben een samenwerkingsverband en organiseren opleidingen voor voorzieningen. Ze vragen jou, een inspecteur, om als gastdocent enkele dagen opleiding te komen geven in een opleidingstraject voor kaderpersoneel van voorzieningen. Je bereidt samen met de directeurs het traject voor en het wordt een boeiende ervaring. Enkele maanden later krijg je de opdracht om de voorziening waar een van die zes directeurs de leiding heeft, te inspecteren. Wat doe je?


  1. Ik voer de inspectie uit, zoals altijd op een correcte en objectieve wijze. Niemand heeft daar zaken mee.

  2. Ik bespreek het probleem met mijn chef.

  3. Ik geef de opdracht aan een andere collega en vertel hem waarom.

  4. Ik voer de opdracht uit en meldt de directeur dat ik me er wel wat ongemakkelijk bij voel.


Inspectie


50. Een goede vriend
Een van je beste vrienden heeft onlangs de leiding gekregen van een bedrijf. Door interne verschuivingen in jullie team, krijg je de opdracht om dit bedrijf te inspecteren. Wat doe je?


  1. Ik ga onmiddellijk bij mijn chef langs en leg uit dat ik de inspectie niet kan doen omdat het hier om een vriend gaat en ik elke schijn van partijdigheid wil vermijden.

  2. Ik doe gewoon mijn werk op een objectieve en eerlijke manier, zoals altijd.

  3. Ik doe gewoon mijn werk. Ik wijs mijn chef er achteraf toch wel even op dat het om een vriend gaat, maar dat ik eerlijk en objectief gehandeld heb, zoals altijd.

  4. Ik voer de inspectie gewoon uit. Niemand weet immers dat het om een vriend van mij gaat. Ik heb trouwens heel wat vrienden die in bedrijven werken die ik moet inspecteren.


Inspectie
51. Dienstbetoon
Een van je collega’s houdt om de twee weken vrijdagmiddag zijn spreekuur. Hij helpt dan ondernemers bij het invullen van formulieren, maakt hen wegwijs in de regelgeving en dient voor hen een dossier in via de webapplicatie. Iedereen op de dienst weet dat, behalve de leidinggevende. Je collega houdt er een nogal royale levensstijl op na en er wordt druk over hem geroddeld. Wat doe je?


  1. Ik meld dit aan de chef.

  2. Ik zeur erover tegen de andere collega’s, in de hoop dat een van hen het ter sprake brengt op het afdelingsoverleg.

  3. Ik spreek de collega aan en zeg dat ik me toch wat vragen stel.

  4. Ik doe niets.

Inspectie

52. Een klein geschenk
De controleopdracht op het bedrijf is goed verlopen. Na afloop van de controle en nadat de resultaten genoteerd zijn, biedt de eigenaar je een doos van zijn producten aan. Als je weigert, beledig je hem. De eigenaar zal dan veronderstellen dat jij hem ervan verdenkt dat hij je wilt omkopen. Anderzijds mag je geen geschenken aanvaarden. Wat doe je?


  1. Ik weiger met een flauw excuus, omdat ik het cadeau ‘toch niet kan gebruiken’.

  2. Ik aanvaard de doos.

  3. Ik aanvaard de doos en meld dat aan mijn chef.

  4. Ik weiger en vertel de eigenaar waarom ik het cadeau niet kan aanvaarden.


Inspectie

53. Een goede vriend
Jij bent belast met een bepaalde keuring.

Op een dag krijg je een toestel/staal/… binnen van een goede vriend van jou. Wat doe je?


  1. Ik ga onmiddellijk bij mijn chef langs en zeg dat ik de keuring/analyse niet kan uitvoeren omdat het om een vriend gaat en ik elke zweem van vooroordeel wil vermijden.

  2. Ik doe gewoon mijn werk op een objectieve en eerlijke manier, zoals altijd.

  3. Ik doe gewoon mijn werk. Ik wijs mijn chef er toch wel even op dat het om een vriend gaat, maar dat ik eerlijk en objectief gehandeld heb, zoals altijd.

  4. Ik behandel de aanvraag. Niemand weet immers dat het om een vriend van mij gaat.


Inspectie

54. Fraude?
Je ontdekt, puur toevallig, dat een van je collega's - met wie je buiten de werksfeer een zeer goede vriendschappelijke band hebt - op systematische wijze in dossiers fraudeert . Wat doe je?


  1. Ik meld dit onmiddellijk aan mijn hiërarchische chef.

  2. Ik zwijg en onderneem verder niets. Dat betekent dat ik met dit 'geheim' zal moeten leren leven.

  3. Ik zwijg en benader mijn collega/vriend met de bedoeling zelf een graantje mee te pikken.

  4. Ik spreek mijn vriend erover aan, zeg dat ik op de hoogte ben en dat ik het aan de chef zal melden.


Inspectie


55. Even iets drinken
Je hebt een dagje vrij. Samen met je zoon maak je een fietstocht, halverwege gaan jullie samen iets drinken. Op datzelfde moment komen enkele medewerkers binnen, die in de straat bezig zijn met onderhoudswerk. Wat doe je als chef?


  1. Niets, in m’n vrije tijd ben ik niet aan het werk.

  2. Ik verlaat snel het café en ga ergens anders iets drinken.

  3. Ik groet hen en neem de pint aan die ze me betalen.

  4. Ik ga naar hen toe en vraag hen discreet weer aan het werk te gaan.


Leidinggeven

56. Snoeien
Jouw ploeg snoeit de bomen langs de Grote Steenweg. Op nummer 363 woont een goede vriend van je chef. In de voortuin van de man staan enkele grote berken. Je chef vraagt om die bomen ook even terug te snoeien: je zou er zijn vriend een groot plezier mee doen. Wat doe je?


  1. Ik doe wat me gevraagd wordt.

  2. Ik doe wat me gevraagd wordt, maar zeg dat ik het liever niet meer doe.

  3. Ik weiger en leg uit dat dit tegen alle regels is.

  4. Ik licht zijn chef hierover in.


Leidinggeven

57. Dronken medewerker
Je weet dat een van de medewerkers van je ploeg graag een pintje drinkt en hoort geruchten dat hij af en toe dronken op het werk verschijnt. Wat doe je als chef?


  1. Ik spreek hem hierover aan: drank op het werk kan niet.

  2. Het is een goede werkman: zolang hij de verloren tijd weer inhaalt, treed ik niet op.

  3. Ik controleer die ploeg intensief, zonder te laten blijken dat ik zijn drankgebruik wil controleren.

  4. Dat is een privézaak. Zolang zijn collega’s niet klagen, onderneem ik niets.


Leidinggeven


58. Een zinvolle opleiding?
Je bent hoofd van een team. Een van je medewerkers komt vragen om een bepaalde opleiding te volgen. Die opleiding is wel nuttig, maar niet echt noodzakelijk voor het werk dat hij verricht. Bovendien is die opleiding moeilijk in te passen in het werkschema. Wat doe je?


  1. Ik neem zelf de beslissing, weiger de toestemming om de opleiding te volgen en leg uit dat dit in het belang van de dienst is.

  2. Ik laat de beslissing aan mijn medewerker over, maar maak duidelijk dat ik verwacht dat zijn werk tijdig klaar is.

  3. Ik neem nog geen beslissing en zeg dat ik er eens over wil nadenken, in de hoop dat de medewerker het geen tweede keer zal komen vragen.

  4. Ik zeg dat er geen budget voor vorming meer is, ook al is dat niet waar.


Leidinggeven

59. Je beste medewerker
Je organisatie bestaat uit een grote groep contractuelen die zijn aangeworven met een contract van bepaalde duur. Om budgettaire redenen kunnen maar een aantal onder hen worden geregulariseerd. In de directieraad is afgesproken met het nieuws te wachten tot de beslissing officieel is goedgekeurd. Door allerlei omstandigheden is de beslissing nu al een paar keer uitgesteld, wat voor veel onzekerheid en onrust zorgt. Je beste medewerker, die behoort tot de groep die geregulariseerd zal worden, vraagt naar de stand van zaken. Hij gaat een huis kopen maar hij krijgt van de bank geen lening omdat hij een contract heeft van bepaalde duur. Wat staat je te doen?


  1. Omdat ik de medewerker erg apprecieer en er zeker van ben dat zijn contract wordt verlengd, zeg ik hem hoe het zit en stel een verklaring op voor de bank.

  2. Ik breng alle betrokken medewerkers informeel op de hoogte: het is immers de schuld van de personeelsdienst dat er nog steeds geen beslissing is genomen.

  3. Ik leg de medewerker uit dat ik niets kan zeggen vanwege de gemaakte afspraken in de directieraad. Dat hij daardoor misschien voor een andere werkgever kiest, neem ik er dan maar bij.

  4. Ik zeg dat ik hem niets kan zeggen maar zeg terloops dat hij zich geen zorgen hoeft te maken.


Leidinggeven

60. Gevulde boekentassen
Bij het begin van het schooljaar moeten de potloden, kaften en ander schoolmateriaal weer aangevuld worden. Het economaat van je dienst is daarop voorzien: de stocks zijn tegen dan goed aangevuld.

Wat doe je als je als leidinggevende met deze praktijk geconfronteerd wordt?


  1. Dat is alleen een voordeel voor werknemers met kinderen. Dat kan niet meer, want dat is oneerlijk tegenover personeelsleden zonder kinderen.

  2. Ik bepaal een maximumbedrag voor kantoormateriaal dat meegenomen kan worden voor privégebruik.

  3. Ik doe niets. Deze gewoonte bestaat al lang, en ik heb wel belangrijker zaken te regelen.

  4. Ik laat aan de personeelsleden weten dat ik van het economaat voortaan maandelijks een overzicht wil van het gebruikte kantoormateriaal per personeelslid.


Leidinggeven


61. Nieuwjaarsgeschenk
Met Nieuwjaar bezorgt de firma die groenten levert, voor elke medewerker van de keuken een mandje delicatessen. De medewerkers kijken er nu al naar uit. Wat doe je als chef?


  1. Niets. Mijn medewerkers hebben dat echt wel verdiend.

  2. Ik laat aan de firma weten dat dit niet passend is.

  3. Ik maak mijn medewerkers duidelijk dat het ontvangen van geschenken niet kan.

  4. Ik breng het ter sprake, maar als de medewerkers verontwaardigd reageren, laat ik het zo.


Leidinggeven
62. Goedkope wijn
Je bent leidinggevende. Je komt te weten dat enkele medewerkers voor hun familiefeesten wijn kopen bij de leverancier die ook bij jullie levert. Dat gebeurt al een hele tijd, want de medewerkers krijgen die wijn echt voor een prijsje. Wat doe je?


  1. Ik doe niets. Het gaat ten slotte om een privéaangelegenheid.

  2. Dat kan niet. Ik zorg ervoor dat het contract met die leverancier niet verlengd wordt.

  3. Ik maak gebruik van dezelfde mogelijkheid. Want er is niets verkeerds aan.

  4. Ik verander de regels. Vanaf nu ben ik de enige die contacten onderhoudt met de leveranciers.


Leidinggeven


63. Pikante foto’s
Een van je medewerkers is voor enkele weken met vakantie. Als leidinggevende heb je haar account om, indien nodig, haar documenten te kunnen raadplegen. Jij krijgt een dringende vraag over een dossier dat in behandeling is bij dit personeelslid. Als je het dossier zoekt in haar documenten, bots je toevallig op een uitgebreide collectie beeldmateriaal waarvan de bestandsnamen duidelijk wijzen op een pikante inhoud. Hoe reageer je hierop?


  1. Daar was ik niet naar op zoek, ik zoek verder naar het juiste dossier.

  2. Als zij terugkomt uit verlof, spreek ik haar hierover aan. Ik leg uit dat dit volgens mij niet kan, maar onderneem geen verdere acties.

  3. Dergelijk beeldmateriaal hoort niet thuis op een werk PC. Ik neem het initiatief in eigen handen: ik wis al het beeldmateriaal.

  4. Dergelijk beeldmateriaal is ontoelaatbaar. Ik maak onmiddellijk een nota voor het personeelsdossier van betrokkene en zal dit opnemen in haar evaluatie.


Leidinggeven

  • 20 De prikklok
  • 21 De afvalberg
  • 24 De gehandicapte sollicitant

  • Dovnload 93.44 Kb.