Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


1. Tussen naam en identiteit 4 Mensen als naratieve wezens 4

Dovnload 226.65 Kb.

1. Tussen naam en identiteit 4 Mensen als naratieve wezens 4



Pagina1/4
Datum13.11.2017
Grootte226.65 Kb.

Dovnload 226.65 Kb.
  1   2   3   4


Samenvatting

1 RZ a

Jeroen D’Hondt


Inhoud


1.Tussen naam en identiteit 4

1.1.Mensen als naratieve wezens 4

1.1.1.De levensweg en het levensverhaal 4

1.1.2.De drie lijnen 4

1.1.3.De functie en zin van taal binnen het levensverhaal 5

1.2.Het levensverhaal uitgediept in zake mensbeeld, zin en proces 5

1.2.1.Het levensverhaal is mens zijn 5

1.2.2.Het levensverhaal is zoeken naar zin, richting , betekenis 6

1.2.3.Het levensverhaal is een proces 6

1.3.Identiteit 7

1.3.1.Identiteit bestaat uit krachtbronnen 7

1.3.2.Identiteit is een evenwicht zoeken tussen doen en zijn 7

1.4.Doel van en competentie in het levensverhaal 7

1.4.1.Autobiografische competentie 7

1.4.2.Contextuele competentie 8

1.4.3.Afhankelijkheidscompetentie 8

2.De mens als zinzoekend wezen 8

2.1.Stellen van zinvragen 8

2.1.1.Een (grens)ervaring als start 8

2.1.2.Wat zijn zinvragen 8

2.2.Hoe een mens zijn levensverhaal schrijft volgens Sören Kierkegaard (1813-1855) 9

2.2.1.Het stadium van de onmiddelijkheid 9

2.2.2.Het stadium van de ironie 10

2.2.3.Het stadium van de esthetiek 10

2.2.4.Het stadium van de ethiek 10

2.2.5.Het religieuze stadium 10

2.3.Wat te doen met de angst voor de dood, de schuld en de leegte? 10

2.3.1.De vlucht buiten zichzelf 10

2.3.2.De vlucht in zichzelf 11

2.3.3.Leven met de angst 11

2.4.De levensbeschouwelijke identiteit van een leraar in een katholieke school 11

3.Over “eeuwige vragen” en “voorbijgaande antwoorden” 12

Inleiding 12

3.1.Verkennen van een aantal zinantwoorden 12

3.1.1.Mythologische antwoorden 12

3.1.2.Filosofische antwoorden 12

3.1.3.Filosofie in Athene 13

3.1.4.Wetenschappelijke antwoorden 15

3.1.5.Religieuze antwoorden VS godsdienstige antwoorden 15

3.2.Hoe wereldbeeld, mensbeeld en godsbeeld samenhangen 16

3.3.Christenen als zinzoekers 16

3.3.1.Christenen in tijd en ruimte 16

3.3.2.Christenen en de Bijbel 17

3.4.Fundamentalisme 18

3.4.1.Een nieuw woord? 18

3.4.2.Hoofdkenmerk: verwerping 18

3.4.3.Fundamentalisme gedrevenheid 19

3.4.4.Besluit 19

3.5.De inter-levensbeschouwelijke dialoog 20



  1. Tussen naam en identiteit

    1. Mensen als naratieve wezens


Naratief wezen= eigen ervaringen onder woorden of beelden brengen (expressie) en met anderen delen
Levensverhaal= verschillende manieren van zelfexpressie waarmee de verteller zijn identiteit uitdrukt op de levensweg

Mensen kunnen verleden, heden en toekomst in 1 lijn zien en binnen die lijn hun levensverhaal te doen in een specifieke tijd en ruimte. Dit levensverhaal bestaat uit verschillende deelverhalen (gebeurtenissen/ervaringen alleen/met anderen) waar een mens een zekere samenhang en betekenis in vindt. Een bijzondere gebeurtenis kan een mens in staat stellen om zijn levensverhaal te herlezen in functie van het heden. Elke mens schrijft een levensverhaal en geeft zo zin, richting en betekenis aan zijn/haar leven.


      1. De levensweg en het levensverhaal


De levensweg en het levensverhaaDe levensweg
Geboorte= start nieuw levensverhaal, tijdstip, naam, ruimte
verhaal wordt eerst verteld door naaste familie en het eerste deelverhaal bepaalt de structuur van het komende levensverhaal
Dood= einde levensverhaal, tijdstip, naam, ruimte


Het levensverhaal

Naam groeit doorheen tijd en ruimte uit tot een eigen identiteit. Tussen naam en identiteit situeren we het volledige levensverhaal



      1. De drie lijnen


        De tijdslijn

        De ruimtelijn

        De transcendentielijn

        Levensweg en levensverhaal binnen een tijdsinterval gestructureerd

        Levensweg en levensverhaal in een ruimte gesitueerd

        Maar via concrete levensverhalen merken we dat enkel tijd en ruimte niet genoeg zijn

        Diachronische identiteit

        Synchrone identiteit

        Religieuze identiteit

        • Wanneer ben ik

        Uur, dag, jaar

        (Bv familienaam)



        • Waar ben ik

        (dorp, stad, land,…)

        • Met wieben ik

        Ruimte wordt gedeeld

        • Vanwaar en waartoe ben ik

        Existentiëmle vragen

        Zoeken naar binnenste v.h. levensverhaal

        Filosofie, Mythologie, Religie en Godsdienst geven antwoorden


        Verandering continuiteit

        Hype van het moment opsluiten in het verleden



        Participatieindividuatie

        Opgaan in groep zonder persoonlijke reflectie doof houden voor het leiden van een ander



        Autonomieheteronomie

        Te veel op zichzelfte behoeftig











      2. De functie en zin van taal binnen het levensverhaal


Hermeneutiek=interpretatiesleutels om een taal (in ruime context) te begrijpen
logostaal= eerste taal= taal van de wetenschap, het recht, de politiek, … (zakelijk)
de mythostaal=de tweede taal=dichter bij transcendentielijn, probeert dat wat overstijgend is uit te beeldem met woorden, taal van de dichters, de religies en godsdiensten, kunst,…

Tjeuconditio sine qua non

Vanistendael verbinding tss mens en leven

Taal geeft zin aan het leven omdat het de mogelijkheid bied om de werkelijkheid te ervaren


Taal is ook onderhevig aan tijd en ruimte
Taal zorgt ervoor dat het levensverhaal bestaat maar ook dat het geïnterpreteerd moet worden (via interpretatiesleutels of hermeneutiek)
  1   2   3   4

  • Inhoud
  • Tussen naam en identiteit Mensen als naratieve wezens
  • De levensweg en het levensverhaal
  • De drie lijnen
  • De functie en zin van taal binnen het levensverhaal

  • Dovnload 226.65 Kb.