Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


1. Vrouwensporten in het licht van de Nederlandse vrouwenemancipatie

Dovnload 0.74 Mb.

1. Vrouwensporten in het licht van de Nederlandse vrouwenemancipatie



Pagina1/10
Datum04.04.2017
Grootte0.74 Mb.

Dovnload 0.74 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

Inhoudsopgave
Voorwoord 4

Inleiding 5

1. Vrouwensporten in het licht van de Nederlandse vrouwenemancipatie 9

1.1 De invloed van de rooms-katholieke en de protestantse kerk 10

1.2.1 De ontwikkeling van de eerste vrouwensporten in Nederland tijdens

de vrouwenemancipatie 11

1.2.2 De heersende beeldvorming over voetbalvrouwen 16

1.3 Het belang van media-aandacht voor (vrouwen)sport 17

Conclusie 20

2. De ontwikkeling van het Nederlandse vrouwenvoetbal 21

2.1 Het ontstaan van mannenvoetbal in Nederland 22


2.2 Vrouwenvoetbal in het buitenland 22


2.3.1 Vrouwenvoetbal in Nederland – De ontwikkeling vóór de Tweede

Wereldoorlog 25


2.3.2 Vrouwenvoetbal in Nederland: De ontwikkeling na de Tweede Wereldoorlog 26

2.3.3 Het seizoen 2007 – 2008: Eredivisie Vrouwen 28


Conclusie 33

3. Vrouwenvoetbal in de geschreven en digitale media 35

3.1 De aandacht voor vrouwenvoetbal in de buitenlandse media 36




3.2 De aandacht voor vrouwenvoetbal vanuit een kwantitatieve invalshoek bekeken 37




3.2.1 Geschreven media: dagbladen 37


3.2.2 Geschreven media: tijdschriften 39

3.2.3 Digitale media: het internet 39

3.3 De aandacht voor vrouwenvoetbal vanuit een kwalitatieve invalshoek 41

3.3.1 Geschreven media: dagbladen 41

3.3.2 Geschreven media: tijdschriften 46

3.3.3 Digitale media: het internet 47

Conclusie 51

4. Analyse van sportprogramma’s op de Nederlandse televisie 53

4.1 Methodologische verantwoording 54

4.2 Sport op de Nederlandse televisie: een kwantitatief overzicht 55

4.3.1 Het aandeel van vrouwensporten op de Nederlandse televisie 61

4.3.2 Mannenvoetbal versus vrouwenvoetbal 63

Conclusie 64



5. De case RTL: resultaten van het onderzoek 65

Conclusie 68

Eindconclusie 70

Literatuurlijst 73

Bijlagen 78

Voorwoord
Sinds mijn negende voetbal ik bij dezelfde club. Vanaf aankomend seizoen komt daar verandering in. Niet omdat ik daarvoor gekozen heb, maar omdat het bestuur van mijn oude club het niet meer nodig vond om een damesteam op de zaterdagmiddag te hebben. Een capaciteitsprobleem, zo stellen zij. Het zou onmogelijk zijn geworden om seniorenelftallen op een zaterdagmiddag te herbergen. Vreemd genoeg mag het seniorenelftal van de mannen aankomend seizoen wel op zaterdag blijven voetballen.

Bovenstaand verhaal is maar één van de vele voorbeelden waaruit blijkt dat het vrouwenvoetbal nog niet op dezelfde manier gewaardeerd wordt als het mannenvoetbal. Dit heeft me altijd geboeid. Ik kom uit een gezin waarin voetbal centraal stond: mijn vader en broer trainden twee keer per week en voetbalden op de zaterdag, mijn moeder hielp in het clubhuis. De zondagavonden zaten wij met bord op schoot voor de televisie. Ondanks dit fanatisme mocht ik niet voetballen van mijn moeder. Na lang zeuren stemde ze in, maar drukte me op het hart: ’Als ik je ook maar één keer zie huilen, haal ik je van het veld af en voetbal je nooit meer’.

Vijftien seizoenen later is voetbal nog steeds een mannenbolwerk. De genderstrijd is nog steeds niet gestreden. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de rol die vrouwen speelden tijdens het afgelopen EK (juni 2008): de nadruk lag op de schoonheid van de spelersvrouwen, de mooie toeschouwers op de tribune en on top of it zond de commerciële zender Veronica in de rust van de wedstrijden het EK Lingerie schieten uit. Hierin werden de genderstereotypen duidelijk: een stel bij elkaar geraapte, goed uitziende vrouwen hielden wedstrijdjes penalty schieten – sommigen haalden het doel niet eens.

Hoe kan het dat iets dat zo maatschappelijk relevant was geworden - het vrouwenvoetbal is de snelst groeiende sport in ons land - nog steeds ondergewaardeerd wordt? Hoewel in onze cultuur voetbal volkssport nummer één is, is er nog maar weinig wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de verhouding tussen gender en sport. In deze masterthesis heb ik geprobeerd de ontwikkeling van het vrouwenvoetbal te beschrijven. De nadruk ligt op het belang van de media-aandacht.

Voor mijn onderzoek heb ik uit verschillende hoeken hulp gekregen. Ik wil dan ook enkele mensen in het bijzonder bedanken. Ten eerste de manager van de Stichting Eredivisie Vrouwen, Pricscilla Janssens. De afdeling Publieksvoorlichting van de KNVB, met name Ronald de Snoo. Hoogleraar aan de UVA en oud topsporter Ruud Stokvis, die mij bruikbare tips heeft gegeven gedurende mijn onderzoek. Ook wil ik de redactie van Zappsport, vooral Paul Wessels, bedanken voor het mogen gebruiken van de reportage. Danielle Pinedo van NRC Handelsblad, die bij bruikbare tips gaf en mij zelfs noemde in één van haar artikelen. Verder wil ik de steun die ik van mijn familie gehad heb, genoemd hebben. Ten slotte wil ik mijn begeleider, Warna Oosterbaan, bedanken. Hij heeft de gehele periode de tijd genomen (en het geduld gehad) om mij de nodige hulp te bieden.
Laura Metiary


Tiel, juli 2008

Inleiding

“Daar ga ik geregeld kijken. Ik heb de meeste thuiswedstrijden gezien, het is een aardig niveau.”



  • FC Twente speler Romano Denneboom over het vrouwenteam van zijn club in Sportweek.

Iedere zondagavond om 21:30 zendt RTL7 het voetbalprogramma RTL Voetbal Insite uit. In dit programma bespreekt presentator Wilfred Genee, samen met analytici Willem van Hanegem, Jan van Halst (beiden oud-profvoetballers) en Johan Derksen (hoofdredacteur Voetbal International), de gebeurtenissen van de afgelopen voetbalweek. Aan het begin van het seizoen 2007 – 2008 biedt Jan van Halst, huidig technisch directeur van FC Twente, in de uitzending aan Genee, Van Hanegem en Derksen kaarten aan voor de eerste wedstrijd van de Eredivisie Vrouwen. Hij legt trots uit dat FC Twente één van de initiatiefnemers is van de Eredivisie Vrouwen en hoopt dat de mannen de tijd nemen om eens een wedstrijd te komen bezoeken. Johan Derksen weigert dit echter en brandt het vrouwenvoetbal tot de grond af:


Het is niveauloos en het zal nooit het niveau van het mannenvoetbal bereiken. Ik vind het ronduit belachelijk. Denk maar niet dat ik naar die vertoning kom kijken.1
Vrouwenvoetbal is de snelst groeiende sport in ons land. De maatschappelijke relevantie blijkt uit het feit dat de sport heden ten dage sterk aanwezig is in onze samenleving en daarom gepaste aandacht verdient. Dit gebeurt echter nog niet. Wanneer bijvoorbeeld gelet wordt op reacties in de media – onder andere op die van Johan Derksen – is het nog maar de vraag in hoeverre de sport genormaliseerd is. Het is opmerkelijk dat een gerenommeerd sportjournalist als Derksen geen goed woord over heeft voor het vrouwenvoetbal. De vraag is of de mening van de hoofdredacteur van het meest vooraanstaande voetbalblad van Nederland representatief is voor de hele maatschappij, of dat de sport over het algemeen geaccepteerd is in ons land.

In januari 2008 telde ons land 100.000 vrouwelijke voetbalsters. Daarmee is het vrouwenvoetbal, naast het hockey, één van de grootste teamsporten voor vrouwen in Nederland. Ook spelen sinds dit seizoen ongeveer 136 meisjes bij zes Nederlandse profclubs. De sterke groei heeft te maken met de toenemende populariteit van de sport onder meisjes, de stijgende acceptatie van meisjesvoetbal bij verenigingen en de start van de profcompetitie voor vrouwen.2

Wereldwijd kent het vrouwenvoetbal 45 miljoen spelers, bijna twee maal zoveel als tennis (VI, 2007:21). Het Nederlands vrouwenelftal staat momenteel 18e op de wereldranglijst en loopt kwalitatief achter op landen als Duitsland, Engeland en de VS. Ook de populariteit van de sport is in deze landen vele malen groter. De wedstrijden van het Engelse vrouwenelftal trokken in hun land bijvoorbeeld meer televisiekijkers dan het tennis op Wimbledon. In Duitsland werden de wedstrijden van het dameselftal tijdens het WK van 2005 in eigen land beter bekeken op televisie dan de prestaties van Jan Ullrich in de Tour de France (VI, 2007:22). Toen de Duitse vrouwen de finale van het WK 2007 speelden, zaten meer dan 9 miljoen Duitsers voor de televisie.3

In Nederland is het nog niet zover dat het vrouwenvoetbal zoveel toeschouwers of televisiekijkers trekt. Terwijl de sport in veel Westerse landen reeds genormaliseerd is, is de acceptatie van vrouwenvoetbal hier nog niet voltooid. In dit onderzoek wordt geanalyseerd in hoeverre de ontwikkeling van het vrouwenvoetbal gezien kan worden als een vorm van emancipatie. De Nederlandse vrouwenemancipatie kwam, in vergelijking met andere landen, traag op gang. De late vrouwenemancipatie zou een reden kunnen zijn voor de moeizame ontwikkeling van het vrouwenvoetbal.

Tegenwoordig hebben Nederlandse vrouwen voor de wet dezelfde rechten als mannen. Vrouwen sporten, werken en zorgen heden ten dage samen met de man voor het gezin en het huishouden. Een eeuw geleden was het nog niet gepast voor een vrouw om zich in de publieke sfeer te begeven, laat staan om te sporten. De sportwereld was een mannelijk domein dat vrouwen niet konden betreden; het (verbale en lichamelijke) geweld en het competitieve, mannelijke karakter van veel sporten botsten met de traditionele rol van de vrouw (McCrone, 1988:13). Toch voetballen tegenwoordig bijna meer meisjes en vrouwen in Nederland dan dat er hockeyen of tennissen. Deze ontwikkeling heeft geleid tot de volgende hoofdvraag:
In hoeverre kan de ontwikkeling van vrouwenvoetbal en de aandacht die de sport in de media krijgt gezien worden als een emancipatieproces?”
De moeizame ontwikkeling van het Nederlandse vrouwenvoetbal kan te maken hebben met het traditionele beeld dat heerst omtrent voetbalvrouwen. Vrouwen hebben veel traditionele concessies moeten overwinnen en het vrouwenvoetbal zou ook in het licht van zo een emancipatieproces geplaatst kunnen worden. Om de probleemstelling te kunnen beoordelen, is het wetenschappelijk relevant om inzicht te krijgen in het Nederlandse vrouwenemancipatieproces. Tevens is het interessant om te kijken welke invloed de media hebben op de emancipatieproces en in het bijzonder het proces dat het vrouwenvoetbal doormaakt. Om de hoofdvraag te kunnen beantwoorden, heb ik twee hypothesen opgesteld:
Hypothese 1: De ontwikkeling van het Nederlandse vrouwenvoetbal kan gezien worden als een aspect van het emancipatieproces.
De afgelopen eeuw is er veel veranderd in de positie van de Nederlandse vrouw. Terwijl zij aan het begin van de vorige eeuw nog niet geaccepteerd werd op de werkvloer of in de sportwereld, is het vandaag de dag een normale zaak. Maar de acceptatie van vrouwenvoetbal verloopt moeizamer dan bijvoorbeeld de acceptatie van het vrouwentennis. Een reden hiervoor zou kunnen zijn dat in de ogen van veel mensen voetballen veel minder vrouwelijk oogt dan tennis. Voetbal is in Europa van oudsher hét mannenwereldje bij uitstek en vrouwen die voetbalden, werden van begin af aan sterk bekritiseerd en zelfs gediscrimineerd.

Tegenwoordig is het vrouwenemancipatieproces zo goed als voltooid. Dit geldt ook voor het vrouwenvoetbal wanneer gekeken wordt naar het grote aantal deelnemers. Maar bestaat er ook publiek voor de sport? Wie kijkt er eigenlijk naar het vrouwenvoetbal? Volgens de manager van de Stichting Eredivisie Vrouwen, Priscilla Janssens, trekken de wedstrijden van de vrouwelijke Eredivisie tussen de 500 en 1500 toeschouwers.4 Bij de mannen is dat gemiddeld 14.880.5

De Eredivisie Vrouwen kent tevens een eigen televisieprogramma , namelijk RTL Voetbal: Eredivisie Vrouwen. De kijkcijfers tijdens het eerste seizoen vallen echter tegen. Dat is niet onbelangrijk, want het beeld van vrouwenvoetbalsters wordt voornamelijk gecreëerd, tegengesproken of bevestigd door de media. Voor de ontwikkeling van het vrouwenvoetbal is de aandacht in de media van groot belang. Hieruit vloeit de volgende hypothese voort:

Hypothese 2: Een belangrijk deel van het emancipatieproces is de acceptatie van het vrouwenvoetbal door de media. Pas als de media de sport geaccepteerd hebben, is het vrouwenvoetbal genormaliseerd in ons land.
Volgens sportsocioloog Ruud Stokvis (2003: 44) is er een verband tussen de actieve beoefening van een sport en de ontwikkeling van de publieke belangstelling. Doet deelnemen kijken? In de meeste Westerse landen, zo ook in Nederland, is het aantal mannelijke en vrouwelijke sporters ongeveer aan elkaar gelijk. Toch blijkt uit recent onderzoek dat vrouwensporten slechts 10% van de aandacht in de media krijgen (Knoppers&Elling, 2001, 100). Als dit al het geval is bij gevestigde vrouwensporten als hockey en tennis, hoe zal dat dan bij het vrouwenvoetbal zijn?

De acceptatie van de sport vindt al met al in twee fasen plaats: ten eerste het feit dat vrouwen zich op mannelijk territorium, het voetbalveld, mochten begeven en ten tweede het creëren van voldoende media-aandacht. In dit onderzoek wordt de ontwikkeling van het vrouwenvoetbal als een emancipatieproces beschreven. In het eerste hoofdstuk wordt de vrouwenemancipatie in Nederland behandeld. Tevens wordt het belang van de media in dit emancipatieproces aangestipt.

Het ontstaan en de ontwikkeling van het vrouwenvoetbal wordt in het tweede hoofdstuk uitgebreid behandeld. Er wordt kort stilgestaan bij het begin van de (mannelijke) voetbalsport in Nederland. Daarna passeren een aantal Westerse landen de revue waar het vrouwenvoetbal reeds een gevestigde sport is. Uit deze verhalen zal blijken dat ook in landen als Engeland en Duitsland de ontwikkeling van het vrouwenvoetbal niet zonder slag of stoot is verlopen. Daarna zal uitgebreid de geschiedenis van het Nederlandse vrouwenvoetbal beschreven worden. Belangrijk is de professionele stap die de sport in het seizoen 2007 – 2008 is genomen.

Het derde hoofdstuk is een tour d’horizon langs de verschillende Nederlandse media. Gekeken wordt hoe de belangstelling voor het vrouwenvoetbal is in de geschreven pers en de digitale pers. De geschreven pers wordt opgedeeld in kranten en tijdschriften. Allereerst worden de gratis kranten (Metro, Spits, Pers en Dag), een kwaliteitskrant (NRC Handelsblad/nrc.next) en een populaire krant (De Telegraaf) geanalyseerd. Daarna wordt het meest belangrijke voetbalmagazine van Nederland, Voetbal International, bestudeerd. Ten slotte zullen een aantal internetsites waarop aandacht wordt besteed aan het vrouwenvoetbal worden besproken.

In het vierde hoofdstuk zal de nadruk liggen op de televisie. De televisie is het belangrijkste sportmedium. In de maand april zijn alle sportprogramma’s van de Nederlandse televisie geanalyseerd. Zowel de publieke als de commerciële omroepen zenden veel sport uit – de vraag is hoeveel tijd aan het vrouwenvoetbal is besteed.

In de laatste hoofdstukken zullen de resultaten van het onderzoek besproken worden. Uit deze resultaten zal een conclusie getrokken worden die antwoord geeft op de hoofdvraag. Het onderzoek zal afgesloten worden met een korte discussie over het verdere verloop van de ontwikkeling van het vrouwenvoetbal.









  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

  • 2.2 Vrouwenvoetbal in het buitenland 22
  • 3.1 De aandacht voor vrouwenvoetbal in de buitenlandse media 36
  • Inleiding

  • Dovnload 0.74 Mb.