Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


1. Vrouwensporten in het licht van de Nederlandse vrouwenemancipatie

Dovnload 0.74 Mb.

1. Vrouwensporten in het licht van de Nederlandse vrouwenemancipatie



Pagina3/10
Datum04.04.2017
Grootte0.74 Mb.

Dovnload 0.74 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

2 - De ontwikkeling van het Nederlandse vrouwenvoetbal

“Eén of twee droegen een korte rok over hun broek heen en dat verstoorde het aangename beeld, want de rok waaide steeds door de wind steeds heen en weer en dat maakte de bewegingen er niet mooier op.”

– The Manchester Guardian, 1895 (Jubileumboek Vrouwenvoetbal KNVB, 1997:5).
Anouk Hoogendijk, sterspeelster van FC Utrecht, is volgens Voetbal International de ‘Fatima Moreira de Melo22 van het vrouwenvoetbal’ (VI, 2007:68,69). In een interview met het voetbalblad zegt zij tevreden te zijn met de aandacht die het vrouwenvoetbal in Nederland krijgt. Toch is de voetbalster, in tegenstelling tot de beroemde hockeyspeelster Moreira de Melo, bij bijna niemand bekend. Moreira de Melo is niet enkel een succesvol hockeyster, ook is zij in verschillende televisieprogramma’s en reclamespotjes te zien. Hoewel Hoogendijk sinds mei dit jaar een deal met Nike heeft gesloten, heeft de profvoetbalster nog lang niet de status van Moreira de Melo bereikt.

De vraag rijst of de tevredenheid van Hoogendijk misschien wat voorbarig is. In verschillende Westerse landen heeft het vrouwenvoetbal reeds meer aanzien dan in Nederland. Hoogendijk is al tevreden met het feit dat nu ‘hun kleding centraal gewassen wordt en ze zelfs in dezelfde kleding trainen’ (VI, 2007:68,69), terwijl haar Amerikaanse collega Mia Hamm tijdens haar voetbalcarrière al grote prijzen en persoonlijke awards heeft gewonnen. Bovendien weet Hamm wat het is om fans te hebben; in 1999 zaten er tijdens de finale van de Women’s World Cup meer dan 90.000 supporters ‘hun’ Amerikaanse vrouwenteam aan te moedigen (Derks, 1999:5).

In Nederland is het vrouwenvoetbal traag van de grond gekomen. Buurlanden Engeland en Duitsland kennen bijvoorbeeld al enkele jaren een vrouwelijke profcompetitie, terwijl de Eredivisie Vrouwen pas dit voetbalseizoen (2007 – 2008) is gestart. Vrouwen die wilden voetballen zijn – overigens niet alleen in Nederland – lange tijd tegengewerkt (Derks,1999:8). De sport heeft de steun nodig van machtige organisaties eromheen. In Duitsland bijvoorbeeld wordt het vrouwenvoetbal gesteund door het System der Deutsche Sporthilfe. In Nederland blijkt de vroegere aversie en de tegenwoordige steun van de KNVB een grote rol te spelen.

In dit hoofdstuk zal achtereenvolgens de historie van het (mannen)voetbal in Nederland, de ontwikkeling van vrouwenvoetbal in verschillende buitenlandse landen en de ontwikkeling van vrouwenvoetbal in Nederland de revue passeren. Ten slotte zal er afgesloten worden met een korte conclusie.


2.1. Het ontstaan van mannenvoetbal in Nederland
Voetbal, de populairste sport in Europa, is ontstaan als een mannensport. Antropoloog Tony Mason (1995) definieerde voetbal als ‘twenty-two men kicking the ball around’. De sport, geboren in Engeland, wordt van begin af aan tijdens gymlessen onderwezen aan jongens om hun mannelijkheid te ontwikkelen. Ook in Nederland was voetbal alleen toegankelijk voor jongens en mannen. De eerste georganiseerde voetbalwedstrijden in ons land vonden plaats in de 19e eeuw. De eerste voetbalclub in Nederland is de Haarlemse Football Club, opgericht in 1879. Aanvankelijk wordt voetbal gezien als een sport voor jongens uit de elite, voornamelijk HBS scholieren. Jongens en mannen uit de middenklasse volgen snel. De aanwezigheid van jongens en mannen uit de lagere klassen wordt in het begin niet op prijs gesteld, maar na verloop van tijd worden ook zij geaccepteerd op het veld (Jubileumboek Vrouwenvoetbal KNVB, 1997:18).

In 1889 wordt de Nederlandse Voetbal en Atletiekbond opgericht, ofwel de voorloper van de huidige Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB). Wanneer in 1937 de eerste Nederlandse voetballer de kans krijgt om naar het buitenland te vertrekken, wordt de roep om een profcompetitie steeds groter. Pas na de oorlog, in 1954, gaat de NBVB overstag en geeft de organisatie toe aan de opkomst van het betaald voetbal. Inmiddels kent Nederland meer dan een miljoen mannelijke amateurvoetballers.


2.2. Vrouwenvoetbal in het buitenland

Wanneer zijn vrouwen zich gaan begeven op het mannelijke territorium dat voetbal is? In het geboorteland van de voetbalsport ging het vrouwenvoetbal aanvankelijk positief van start: al uit de 19e eeuw stammen verhalen over voetballende vrouwen in Engeland (Jubileumboek Vrouwenvoetbal KNVB, 1997:7). De eerste officiële voetbalwedstrijd tussen vrouwen vindt plaats in 1895.23 Op 16 december 1920 speelt een Engels team (Kerr’s Ladies) voor het eerst een internationale wedstrijd tegen een Frans team (Jubileumboek Vrouwenvoetbal KNVB, 1997:7). De opbrengst van de wedstrijd is bedoeld voor een goed doel. Er komen ongeveer 12.000 toeschouwers op de wedstrijd af. Ondanks dit grote bezoekersaantal wordt de wedstrijd vooral gezien als een liefdadigheidsactie. Een jaar later verbiedt de Football Association (FA) het georganiseerde vrouwenvoetbal. De FA verklaart de beslissing als volgt:


Complaints have been made as to football being played by women, the council feel impelled to express their strong opinion that the game of football is quite unsuitable for females and ought not be encouraged.
Door het verbod daalt de interesse van de sport snel. Pas in 1962 wordt de Women’s Football Association opgericht. Terwijl 44 clubs onmiddellijk deelnemen, duurt het nog twee jaar voordat de FA het officiële verbod opheft. In de september 1991 start de WFA de eerste landelijke competitie (24 clubs). De FA neemt langzaam maar zeker de verantwoordelijkheid voor het vrouwenvoetbal en vanaf 1994 wordt de vrouwelijke competitie officieel de Women’s Premier League. Van belang is hier dat het vrouwenvoetbal dankzij deze naamswijzing op gelijke voet komt te staan met de mannelijke tegenhanger, de Premier League.

Ook de media reageren op de (opnieuw) populair wordende sport. In 1997 wordt het eerste tijdschrift over het vrouwenvoetbal, On the ball, geïntroduceerd. In 2002 wordt de ontwikkeling van vrouwenvoetbal een succesverhaal als de FA de sport benoemt tot ‘de topsport voor vrouwen in Engeland van de laatste vijf jaar’. Tijdens de European Championship in Engeland (2005) bezoeken gemiddeld 16.000 toeschouwers de wedstrijden van het nationale vrouwenelftal. Ook kijken er nog eens zo’n 2.9 miljoen mensen via de televisie naar de openingswedstrijd.



Box 2: Vrouwelijke voetbalsterren over de wereld


De populariteit van een sport wordt mede bepaald door de aanwezigheid van tot de verbeelding sprekende sterren. Zo kent het Amerikaanse basketbal Michael Jordan en het Nederlandse voetbal Johan Cruijff. Marleen Wissink, assistent-trainer van het damesteam van SC Heerenveen, deelt deze mening: ‘We moeten onze eigen vedettes hebben, zoals bijvoorbeeld Duitsland Birgit Prinz heeft (…) Jonge meiden moeten zich met toppers kunnen identificeren, want op die manier wordt de animo voor vrouwenvoetbal groter’.

In een aantal landen is een vrouwelijke voetbalidool geen onbekend fenomeen meer. Zo heeft de Verenigde Staten Mia Hamm als een grote ster. Hamm won alle prijzen die een profvoetbalser maar kan winnen. Haar populariteit is zo groot dat sponsor Nike in 1999 één van de grootste gebouwen van hun campus naar haar vernoemt. Ze wordt niet alleen een aantal keren Sportvrouw van het Jaar, ook vergaart ze een plaats in de Top 50 van ’s werelds mooiste personen volgens People Magazine.

De Duitse voetbalster Birgit Prinz is afgelopen het Wereldkampioenschap de smaakmaakster geweest van het winnende team. Op haar prijslijst zal menig Nederlands profvoetballer jaloers zijn. De Duitse voetbalster gebruikt haar status door zich in te zetten voor goede doelen; zo werkte ze in 2005 mee aan een voetbalproject voor kinderen in Afghanistan. In 2007 maakte ze op het WK in China de meeste doelpunten ooit en ontving ze van de FIFA de zilveren schoen als beloning.

De Braziliaanse Marta heeft niet alleen haar Zweedse club Umea IK kampioen gemaakt, ook kwam het nationale team mede dankzij haar fabuleuze acties in de finale van het WK in China. Marta wordt door vele voetballiefhebbers benijd. Het filmpje van haar mooiste doelpunt van het afgelopen WK is al meer dan een half miljoen keer bekeken op http://www.youtube.com/watch?v=Iba7RiOuvEQ. De pas 21 jarige Marta werd boven concurrente Birgit Prinz gekozen tot FIFA Women’s World Player 2007.


Noorwegen, Zweden en Duitsland zijn andere Europese landen waarin het vrouwenvoetbal sterk ontwikkeld is. Het Duitse verhaal doet denken aan het Engelse. Al in de jaren ’30 beginnen Duitse vrouwen voetbalwedstrijden te spelen, maar het duurt tot de jaren ’50 voor zij zich gaan aansluiten bij verengingen. In 1955 is dit voor de Duitse Voetbalbond (DFB) een teken om de aansluiting van vrouwen bij voetbalclubs te verbieden, met dezelfde reden als de Engelse FA: het is ongepast en gevaarlijk (Jubileumboek Vrouwenvoetbal KNVB, 1997:18). Net als de Engelse vrouwen trekken de Duitse voetbalsters zich weinig aan van het verbod van de DFB. In de jaren ’50 en ‘60 vindt er enkel ongeorganiseerd vrouwenvoetbal plaatst bij de Oosterburen.

In 1970 heft de DFB het verbod op en nog geen jaar later start de eerste competitie. Het Duitse vrouwenvoetbal zit vanaf dat moment in de lift: er worden voetbalscholen opgericht waarin meisjes en vrouwen getraind worden, vrouwen gaan trainersdiploma’s halen (de eerste in 1985) en in verenigingen wordt uitbreiding van het vrouwenvoetbal gestimuleerd. De laatste decennia is er veel nadruk gelegd op de ontwikkeling van het vrouwenvoetbal in Duitsland. De teller van het aantal damesteams stond in 2005 op 7690. De wedstrijden van de vrouwelijke Bundesliga zijn te volgen op de televisie.24 Ook op nationaal niveau gaat het de Duitse voetbalvrouwen voor de wind: verschillende prijzen zijn inmiddels behaald met als klap op de vuurpijl het wereldkampioenschap van 2007.

Belangrijk aan het succes van het Duitse vrouwenvoetbal is de steun die het krijgt uit verschillende hoeken. Ten eerste valt het vrouwenvoetbal onder het System der Deutsche Sporthilfe. Deze organisatie ondersteunt amateursporters op financieel gebied. Daarnaast worden een aantal voetbalsters gesteund door een sponsor. Ten derde ontwikkelt er zich binnen de DFB een steeds grotere tak waarin geld vrijkomt voor het steunen van talenten. Ten slotte spelen de media een grote rol. Televisie en tijdschriften besteden steeds meer aandacht aan het. De sport is zo interessant geworden dat zelfs Bundeskanzlerin Angela Merkel in haar Nieuwjaarsspeech van 2006 de sport als ‘een uithangbord voor Duitsland’ bestempelde. Zo wordt het langzamerhand steeds makkelijker voor Duitse vrouwen om op een professionele wijze met voetbal bezig te zijn.

Een laatste land – misschien wel het land waar vrouwenvoetbal het meest populair is – zijn de Verenigde Staten. In tegenstelling tot de Europese landen ontwikkelt de sport zich in de VS van begin af aan tot een vrouwensport. Zo wordt het op scholen gedoceerd aan meisjes in plaats van aan jongens; zij moeten zich vooral richten op een carrière in American Football, baseball of basketbal. De sport wordt op een professionele manier georganiseerd door de Women’s United Soccer Association en wordt al snel interessant voor sponsors en media.25 Lange tijd staat het nationale team van de VS eenzaam aan de top met Mia Hamm als sterspeelster. Marjet Derks beweert dat het succes van de Amerikaanse voetbalvrouwen ook te maken heeft met hun vrouwelijke uitstraling; iets waar de Europese voetbalsters nog aan moeten werken (1999:13).
2.3.1. Vrouwenvoetbal in Nederland – De ontwikkeling vóór de Tweede Wereldoorlog
Een betrouwbare, wetenschappelijke bron over de geschiedenis van het Nederlandse vrouwenvoetbal bestaat niet, maar de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB) heeft een Jubileumboek waarin de ontwikkeling van het Nederlandse vrouwenvoetbal beschreven staat.26 Hierin staat dat er al in 1896 voetbalwedstrijden gespeeld worden door vrouwen in Rotterdam (1997:12). Rotterdam kent in die tijd de voetbal- en cricketclub Sparta die zich als één van de weinige clubs inzet voor het vrouwenvoetbal (Derks, 1999:10). De mannen van voetbalclub Sparta spelen in datzelfde jaar zelfs een oefenwedstrijd tegen een Engels vrouwenteam.

De Nederlandse Voetbalbond (de NVB, voorloper van de KNVB) is niet blij met de oefenwedstrijd van de mannen van Sparta en wil ze zelfs hun lidmaatschap afnemen. Voetballen tegen vrouwen is volgens de bond in strijd met de goede naam.27 Bovendien is de sport niets voor vrouwen: het is volgens de directie van de NVB te ruw en te gevaarlijk (1997:12). Een laatste belangrijke factor van de impopulariteit van het vrouwenvoetbal is dat de wil om te voetballen tot 1924 ook niet groots aanwezig is onder de vrouwen zelf.

De eerste officiële vrouwenvoetbalclub, de Oostzaanse Vrouwenvoetbal Vereeniging (O.V.V.), komt in 1924 van de grond. Door onder andere de afwezigheid van hun mannen tijdens de Eerste wereldoorlog, zijn vrouwen in de jaren ’20 meer arbeidsgerichte taken gaan verrichten. De aanwezigheid op het voetbalveld kan gezien worden als een gevolg van de maatschappelijke ontwikkelingen: de vrouw is niet meer alleen in huis te vinden, maar begeeft zich ook in de publieke sfeer. De eerste vrouwen die zich aansluiten bij O.V.V. zijn dan ook vrouwen die reeds werkten in de industriële sector (Derks, 1999:11).

O.V.V. wordt van begin af aan niet serieus genomen door de NVB. Nederland is van oudsher een christelijk land en vrouwen zijn voor de bond vooralsnog ‘echtgenote, moeder of geliefde van voetbalspelers’ (1997:13). Het jubileumnummer van de NVB (1929) wordt zelfs provocerend opgedragen aan ‘de vrouwen die het stille leed der eenzaamheid droegen om haar man zijn voetbalvreugd te gunnen als speler, bestuurder of scheidsrechter’ (1997:13).

In de jaren ’30 zakt het vrouwenvoetbal, mede door de economische crisis in Nederland, in elkaar als een kaartenhuis. Door het ontbreken van een wil om te voetballen onder de vrouwen zelf en het negatieve beeld ontwikkelt de sport zich niet verder. In de vooroorlogse jaren en tijdens WOII is het door de onrust onmogelijk voor vrouwen om de sport te beoefenen. Tijdens de wederopbouw staat de feministische strijdlust op een laag pitje: vrouwen schikken zich weer in hun verzorgende rol in de privésfeer. De rechten zijn weer beperkter en aan voetbal wordt niet gedacht. De terugkeer van traditionele vrouwenrollen in de jaren ’30 kan geïllustreerd worden aan de hand van een citaat uit een verslag van de Eerste Amsterdamsche Dames-Voetbalvereniging (E.A.D.V.):
Dan die gehuwde dames: het einde van langdurige bespreking was, dat gehuwde dames lid kunnen worden, doch dat op haar een strenge selectie zal worden toegepast, onder andere om te voorkomen dat het gezin onder de voetballerij zal lijden of dat de E.A.D.V. tot vermageringsinstituut gepromoveerd zal worden. (1997:16).
De ontwikkeling van het vrouwenvoetbal is in de jaren ’30 sterk gerelateerd aan de teruggekeerde traditionele maatschappij. Een uitzondering is de oprichting van de Haagse club Chelcea in 1933. Aanvankelijk begint de club met een gemengd team, maar al snel spelen de vrouwen alleen. Trainer van het team is Henk van der Naaten. Oprichter en linksbinnen van het team is zijn moeder (1997:17). Vijf jaar lang spelen de vrouwen van Chelcea tegen mannelijke A-junioren en in het buitenland. Na een paar maanden verbiedt de bond jongens en mannen te spelen tegen Chelcea. Volgens trainer van der Naat komt dit door de invloed van de kerk: de ‘korte’ broekjes zouden aanstootgevend zijn. Hoewel er nog enkele andere vrouwenvoetbalteams ontstaan in die tijd, is Chelcea de trendsetter van het gemengde voetbal en voorloper van het georganiseerde vrouwenvoetbal in Nederland (1997:17).

1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

  • 2.2. Vrouwenvoetbal in het buitenland
  • Box 2: Vrouwelijke voetbalsterren over de wereld

  • Dovnload 0.74 Mb.