Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


1. Vrouwensporten in het licht van de Nederlandse vrouwenemancipatie

Dovnload 0.74 Mb.

1. Vrouwensporten in het licht van de Nederlandse vrouwenemancipatie



Pagina4/10
Datum04.04.2017
Grootte0.74 Mb.

Dovnload 0.74 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

2.3.2. Vrouwenvoetbal in Nederland: De ontwikkeling na de Tweede Wereldoorlog


Tien jaar na de Tweede Wereldoorlog plaatst Willy van Bruggen, zomaar een persoon die vrouwenvoetbal van de grond wil hebben, een advertentie in de krant waarin ze een oproep doet aan vrouwen die er iets voor voelen om te gaan voetballen. Kort daarna wordt de vrouwenvoetbalclub Heribo opgericht (1997:18). De 61 leden trainen op een parkeerplaats en ontvangen uit verschillende hoeken kritiek: niet alleen mannen komen kijken om de vrouwen uit te lachen, ook de NVB weigert Heribo te steunen. Daarnaast zijn ook de media niet subtiel in hun afkeer; volgens enkele Nederlandse kranten zijn voetballende vrouwen zelfs ‘onetisch’ (1997:18). Het einde van Heribo in 1961 laat zien hoe cultureel bepaald de kwestie is in die tijd. Willy van Bruggen herinnert zich hoe alle kritiek wordt doorstaan, maar de club toch uiteindelijk moet stoppen om andere redenen:


Waarom we toen zijn gestopt? Kijk, er waren er die verkering kregen en die mochten van hun vrijer niet voetballen. (1997:18).
In 1955 starten er steeds meer vrouwenvoetbalteams. De Algemene Damesvoetbalbond – een bond los van de nationale voetbalbond - zorgt ervoor dat er op 16 april 1955 voor het eerst een landelijke competitie begint. Er doen 14 teams uit zowel het oosten als het westen mee. De NVB reageert met aversie en bestempelt de damescompetitie als ‘wild voetbal wat niet verder ontwikkeld mag worden’ (1997:18). Ook noemt de NVB de inmenging van vrouwen in voetbal ‘een grote inbreuk op de mannencultuur’ en ‘een nutteloze bijdrage aan de vooruitgang van het voetbal’ (1997:18).

Ondanks de achterdochtigheid van de KNVB28, wordt voor het eerst in 1962 een vrouwelijke scheidsrechter bij een jeugdwedstrijd toegestaan. Deze stap voorwaarts betekende echter niet dat een vrouwelijke scheidsrechter van de KNVB de mogelijkheid kreeg om een volwassen voetbalwedstrijd te fluiten.

Wat betreft het aantal voetbalclubs ontstaat er in de jaren ‘60 weer een kleine groei. Eerst wordt in Limburg de damesvoetbalvereniging D.V.S.N.E. opgericht (1964). Binnen drie jaar speelt D.V.S.N.E. competitiewedstrijden tegen zeven tot tien andere teams. Rond dezelfde tijd start in Zeeland de damesvereniging E.Z.D.V.V. In 1970/1971 spelen de vrouwen in Zeeland voor het eerst competitief voetbal. Ook in Brabant begint in de jaren ’60 de eerste vrouwelijke competitie. Opmerkelijk is dat het toch voornamelijk mannen zijn die het fundament leggen voor de organisatie van het vrouwenvoetbal in de jaren ’60. Zo speelt in Zeeland Gerard Korzuise een grote rol en is in Noord-Brabant de hulp van de heer Van Forest doorslaggevend (1997:19).

Begin jaren ‘70 beginnen ook in de rest van het land vrouwenteams te voetballen. Aanvankelijk zijn het vooral echtgenotes, vriendinnen en familieleden van mannelijke voetballers die zich op het veld gingen begeven. Op 9 september 1971 gaat de KNVB in op het internationale verzoek van de UEFA: zij nemen de verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het vrouwenvoetbal (Lopez, 1997:141). In januari 1971 spelen er minstens 130 vrouwenvoetbalteams (Derks, 1999:12). Een kwart daarvan is georganiseerd in specifieke vrouwenvoetbalclubs. Het grootste deel was echter ondergebracht in reeds bestaande, algemene voetbalverenigingen. Uit een enquête van de Commissie Damesvoetbal (november 1971) blijkt dat er inmiddels 385 vrouwelijke elftallen regelmatig speelden (Jaarverslag KNVB, 1971/1972: 31). Binnen een klein jaar is het aantal vrouwenteams dus meer dan verdubbeld. In 1972 worden er reeds 550 elftallen geteld en ruim 8000 speelsters (Derks, 1999:12).

Tijdens de jaren ’80 komt het vrouwenvoetbal centraal te staan bij de KNVB. Bert van Lingen wordt in 1981 de eerste bondscoach van het vrouwelijk Nederlands Elftal. Van Lingen begint in 1984 het eerste officiële ‘meisjesproject’ van de KNVB. De slogan van het project luidde als volgt: ‘Voetballen een jongenssport… ? We leven niet in het stenen tijdperk!’ (1997:50). Tijdens het project staat promotie voorop. Speelsters van de nationale vrouwenselectie houden demonstratietrainingen om de sport meer bekendheid te geven. Na verloop van jaren worden de demonstratietrainingen ook scholingsactiviteiten: er gaat steeds meer aandacht besteed worden aan trainers- en spelersontwikkeling. Aan het einde van de jaren ’80 en het begin van de jaren ’90 behoort de voetbalontwikkeling voor meisjes en vrouwen tot het takenpakket van professionals van de KNVB. Het jaar 1988 wordt zelfs uitgeroepen tot het themajaar ‘Vrouw in het voetballen’ (1997:50).

Het grootste probleem in de jaren ’90 is de manier waarop de vrouwenteams gestructureerd zijn. Volgens de KNVB is Nederland nu wel gewend aan het feit dat ook vrouwen willen voetballen, maar aan de organisatie kan nog wel het één en ander verbeterd worden. Zo is het aantal meisjes en vrouwen nog te ruim verdeeld over verschillende verenigingen. In de jaren die volgen staat dan ook de aanpak van de clubstructuur hoog in het vaandel bij de KNVB.

Vanaf 1995 richt het project zich niet meer alleen op promotie en scholing, maar ook op behoud van voetbalsters en kwaliteit. Het stokje van het project wordt in 1996 overgedragen door Van Lingen aan Gea Schaap. Net als de huidige bondscoach Vera Pauw, die in die tijd al als hulpje van Van Lingen fungeert, symboliseert Schaap de ontwikkeling van het vrouwenvoetbal. Terwijl het vroeger ondenkbaar was dat er vrouwen in de voetbalwereld aanwezig waren - laat staan in de organisatie - nemen nu twee vrouwen het voortouw in het vrouwenvoetbal.

In 1997 viert de KNVB het 25-jarig bestaan van het vrouwenvoetbal (Elling, 1999:26). Tot 2007 is de hoofdklasse het hoogst haalbare voor voetbalvrouwen. In die klasse hebben zij echter niet dezelfde mogelijkheden als hun mannelijke opponenten.29 Op 10 november 2006 komen de KNVB en de Landelijke Organisatie Vrouwenvoetbal (LOVV) bij elkaar om te spreken over de oprichting van de eerste vrouwelijke profcompetitie. Het thema is ‘Topsport: tijd en kwaliteit’. Er wordt een symposium gehouden onder leiding van (sport)journalist Henk Spaan waaraan 120 personen deelnemen (Jaarverslag KNVB, 2006/2007:9).


1   2   3   4   5   6   7   8   9   10


Dovnload 0.74 Mb.