Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


1. Vrouwensporten in het licht van de Nederlandse vrouwenemancipatie

Dovnload 0.74 Mb.

1. Vrouwensporten in het licht van de Nederlandse vrouwenemancipatie



Pagina5/10
Datum04.04.2017
Grootte0.74 Mb.

Dovnload 0.74 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

2.3.3. Het seizoen 2007 – 2008: Eredivisie Vrouwen

Op 20 maart 2007 wordt in Zeist de Eredivisie Vrouwen in het leven geroepen. Zes profclubs nemen deel aan de competitie, te weten ADO Den Haag, AZ, Sc Heerenveen, FC Twente, FC Utrecht en Willem II. De KNVB, de Coöperatie Eerste Divisie (CED) en de Eredivisie Commanditaire Vennootschap (ECV) ondertekenen die dag een driejarige verbintenis. In het jaarverslag noemt de KNVB de ondertekening een ‘historisch moment’ (Jaarverslag KNVB, 2006/2007:9). Met de oprichting van de Eredivisie Vrouwen wil de KNVB pogen de sport op hetzelfde professionele niveau te krijgen als de mannelijke variant. Voetbalster Anouk Hoogendijk vindt dat het verschil tussen de hoofdklasse en de Eredivisie Vrouwen duidelijk is:


We hebben onze eigen accommodatie, we zitten op Klein Galgenwaard (…) We hebben zelfs onze eigen materiaalman, Henny. We trainen nu veel vaker en op een hoger niveau. Kortom, alles is aanwezig om professioneel met voetbal bezig te zijn. (VI, 2007:69).
De competitie valt niet alleen onder de besluitvorming van de KNVB, maar kent tevens een eigen organisatie: de Stichting Eredivisie Vrouwen (SEV). Voorzitter van de stichting is oud-staatssecretaris Clemence Ross – Van Dorp. Zij wordt bijgestaan door manager en Priscilla Janssens. Per september 2007 is mede door de oprichting van de SEV de voormalige, overkoepelende organisatie van het Nederlandse vrouwenvoetbal - de LOVV - opgeheven.

Belangrijk voor de ontwikkeling van het professionele vrouwenvoetbal is de samenwerking met satellietclubs: vijf van de zes deelnemende clubs zijn verbonden aan een club uit de Hoofdklasse. Hierdoor wordt doorstroming en handhaving van talentvolle voetbalsters vergemakkelijkt. In totaal zijn 97 speelsters geselecteerd door de zes betaald voetbalorganisaties (BVO’s), waarvan 63 uit de Hoofdklasse. Ongeveer 20 geselecteerde speelsters zijn afkomstig uit de diverse Eerste Klassen en Duitsland. Verder komen er nog 13 speelsters van lagere klassen en jongenselftallen. Van de BVO speelsters mogen er 6 uitkomen bij hun zaterdagclub in de Hoofdklasse. Wel vertelt het reglement dat, zodra een speelster 15 keer is uitgekomen voor het BVO team, zij niet meer speelgerechtigd is voor de satellietclub.30

Veel hoofdklassenteams hebben te lijden onder deze regelgeving. Zo klaagt coach Pennin van hoofdklasser CSW dat door deze besluitvorming de motivatie bij zijn dames wegebt. Doordat de tegenstander van CSW, Ter Leede, niet kon beschikken over genoeg speelsters, zijn de twee competitiewedstrijden tussen de clubs afgelast. Pennin vindt dat de KNVB op deze manier een oneerlijke competitieve situatie voor de rest van het vrouwenvoetbal creëert (ladiessoccer.nl).

Ook de voorzitter van v.v. Reuver, Geert Teunissen, is ontevreden over de gang van zaken. Nu ook Roda JC onderdeel van de Eredivisie Vrouwen wordt, weet Teunissen dat dit niet ten goede gaat komen van v.v. Reuver. Teunissen zegt dat de Limburgse club tonnen in het vrouwenvoetbal heeft geïnvesteerd en nu slachtoffer van het eigen enthousiasme wordt. Teunissen beseft dat sportief gezien de oprichting van de profcompetitie een stap vooruit is, maar dat er organisatorisch nog veel moet gebeuren. Volgens hem kenmerkt de organisatie van de Eredivisie Vrouwen zich door onjuistheden, miscommunicatie en een gebrek aan goede voorstudie (ladiessoccer.nl).

De kritiek op organisatie rondom de Eredivisie komt niet alleen uit de amateurhoek. Voorzitter Pama van profclub Cambuur Leeuwarden is het ook niet eens met besluitvorming van de KNVB. Cambuur viel het eerste seizoen af voor deelname aan de Eredivisie omdat SC Heerenveen werd toegelaten (ladiessoccer.nl). Pama vraagt zich af welke clubs wegvallen als na drie jaar de subsidies wegvallen. Het gesprek dat de SEV en de KNVB met Feyenoord hebben gevoerd, valt bij de voorzitter helemaal in het verkeerde keelgat. ‘Cambuur staat ook nog steeds open voor damesvoetbal, als we maar serieus worden genomen vanuit de KNVB is onze deelname misschien een gesloten boek’ (ladiessoccer.nl). Manager Janssens legt uit dat juist het niet toelaten van Cambuur te maken heeft met een structureel probleem: omdat Leeuwarden in dezelfde regio ligt als Heerenveen, zullen de speelsters er niet meer voor het oprapen zijn. De deelname van Cambuur Leeuwarden zou volgens Janssens leiden tot kwaliteitsverschillen – iets waar streng op toegezien wordt.

Box 3: Operatie ‘Roda JC’ vs. de soap Sanne Pluim


Dat de organisatie van het vrouwenvoetbal nog in de kinderschoenen staat, blijkt uit de soap rondom voetbalster Sanne Pluim. De wens van de jonge voetbalster was uitkomen voor ‘haar’ club FC Twente, maar dit werd tegengehouden door de SEV. Pluim zou de club uit Enschede te sterk maken en moest voor SC Heerenveen gaan spelen. Dit was zo’n grote teleurstelling, dat ze besloot te stoppen met de sport.

In het Limburgs Dagblad verschijnt op 14 januari 2008 een interview met Vera Pauw. Zij beweert daarin stellig dat pas in het seizoen 2009 – 2010 uitbreiding van de Eredivisie Vrouwen mogelijk zal worden, omdat er anders een gebrek aan capabele speelsters zou zijn. Het is volgens haar onmogelijk om gewillige clubs als Feyenoord en Roda JC al het tweede seizoen toe te laten. Zij legt uit: ‘We hebben er op dit moment de speelsters niet voor om de eredivisie uit te breiden, daar zijn 60 nieuwe speelsters voor nodig, kwalitatief zijn die momenteel niet voor handen. Alleen al het niveauverschil tussen de eredivisie en de hoofdklasse is enorm!’.

Een dikke maand later is er in de kranten te lezen dat Roda JC zich alsnog voegt bij het rijtje betaalde voetbalorganisaties in de Eredivisie Vrouwen. Roda gaat een samenwerking aan met satellietclub RKTSV uit Terwinselen en zal proberen speelsters in België en Duitsland gaan werven. Verder ontvangt de club steun van de Stichting Promotie Damesvoetbal Parkstad en de komende drie jaar een subsidie van 50.000 euro van de provincie zelf.

Kritiek op de plotselinge toelating komt er van FC Twente, mede-initiator van de Eredivisie Vrouwen. Lange tijd streden zij – de nummerlaatst van de Eredivisie - om speelster Sanne Pluim. Zij zou echter FC Twente te sterk maken en werd vriendelijk verzocht bij SC Heerenveen mee te trainen. En nu mocht Roda JC in één keer wel toetreden. Pas na een dreigement van FC Twente om zichzelf terug te trekken uit de Eredivisie, is er democratisch door de clubcoaches besloten Pluim toe te laten.

Problematiek rondom toelating en kwaliteitsgelijkheid zullen voorlopig blijven bestaan binnen de organisatie van het Nederlandse vrouwenvoetbal. Voor deze operatie geldt ‘eind goed, al goed’: Pluim mag per direct de laatste seizoenshelft meepikken bij FC Twente en de Limburgse club Roda JC zal volgend seizoen officieel deel uitmaken van de Eredivisie Vrouwen.

Pauw onderkent de problematiek en snapt de kritiek van de clubs, maar acht het noodzakelijk om niet meteen te hard van stapel te lopen. Volgens de bondscoach is het van belang niet meteen teveel clubs toe te laten. Zo legt zij uit:


Als je kwaliteit uitsmeert over te veel clubs, krijg je verwatering. Wij willen de kwaliteit juist concentreren (…) Het eerste jaar gaat het ons ook vooral om het neerzetten van een stabiele competitie, continuïteit en kwaliteit van trainen. Verder moeten we ervoor zorgen dat we de jonge speelsters komend jaar zodanig ontwikkelen dat zij ook kunnen doorstromen. Zo moet je tot een uitbreiding naar acht of tien en uiteindelijk twaalf clubs in de Eredivisie komen. (VI, 2007:22).
Het is met andere woorden belangrijker dat er eerst meer aandacht wordt besteed aan de vorming van kwaliteitsgelijkheid. Door een sterke en aantrekkelijke competitie zal de populariteit van het vrouwenvoetbal toenemen en geleidelijk zal de tevredenheid groeien. Wanneer dit bereikt zal zijn, is de laatste stap die gezet moet worden het laten toenemen van sponsoring en media-aandacht.

Vrouwelijke voetballers, zowel in Nederland als in het buitenland, worden vooral gewaardeerd om de positieve bijdrage die zij leveren aan de sfeer in de voetbalwereld. Verschillende profvoetbalsters in Nederland geven in interviews aan dat hun wedstrijden ook meteen familie-uitjes zijn (ladiessoccer.nl). AZ speelster Dionne Demarteau vertelt bijvoorbeeld dat haar ouders en haar oma altijd komen kijken, of het nu een thuiswedstrijd is in Alkmaar is of een uitwedstrijd in Heerenveen. Zij wonen allen in Limburg en zijn vaak om 2:00 ’s nachts thuis, maar ze doen het graag en ‘maken er een gezellig uitstapje van’ (ladiessoccer.nl). Vera Pauw zegt dat dit een positieve ontwikkeling voor het voetbal is:


Clubs met vrouwenteams trekken meer vrouwelijke supporters en kinderen. Topclubs als Arsenal en Barcelona geven openlijk toe dat zij daardoor meer family minded zijn geworden. En het aantal relletjes na afloop van wedstrijden is fors afgenomen. (NRC, 2007:4).
In 2007 voetbalden er in totaal 57.246 meisjes en 39.651 vrouwen in Nederland. Bij de meisjes betekende dit een groei van bijna 15% in vergelijking met 2006 en bij de vrouwen een groei van 4% (Jaarverslag KNVB, 2006/2007:54). Dit jaar heeft de KNVB het 100.000e vrouwelijke lid mogen inschrijven. Ondanks de sterke groei steekt het aantal voetbalsters schril af tegen het aantal mannelijke voetballers, wat in onderstaand tabel te zien is (tabel 1). De mannelijke jeugd blijft met grote cijfers toenemen. Wel kan gesteld worden dat, ondanks het hoge aantal, de groei van het aantal mannelijke senioren afneemt.
Tabel 1: Groei en aantal mannelijke en vrouwelijke voetballers 2006 – 2007 (cijfers verkregen uit Jaarverslag 2006/2007).





Groei sinds 2006

2007

Mannelijke junioren

32,4%

512155

Vrouwelijke junioren

14, 5 %

57246

Mannelijke senioren

- 0,44 %

511915

Vrouwelijke senioren

4,41 %

39651

Bron: KNVB Jaarverslag 2006/2007.
De 100.000 vrouwelijke leden zijn ondergebracht in 3000 clubs, waarvan 2100 aparte meisjesteams hebben (NRC, 2007:4). De handhaving van dit grote aantal en de kwaliteit van de sport zijn afhankelijk van de aandacht die het krijgt. Ten eerste moet er aandacht zijn binnen de maatschappij. Uit bovenstaand verhaal blijkt dat deze aanwezig is; genoeg meisjes zijn tegenwoordig geïnteresseerd in de voetbalsport. Daarnaast moeten omringende organisaties (bijvoorbeeld de KNVB) de sport (blijven) steunen. Het grote verschil met een vroeger is dat de KNVB heden ten dage het vrouwenvoetbal wel steunt; dit blijkt ook uit de ontwikkeling van de laatste decennia.

De steun van verschillende organisaties begint bij de voetbalclubs zelf. Als zij niet bereid zijn om een steentje bij te dragen aan de ontwikkeling van het vrouwenvoetbal, zal er elders niet veel meer enthousiasme ontstaan. De Eredivisie Vrouwen telt nu zes profclubs, waaraan volgend seizoen een zevende club toegevoegd zal worden (Roda JC). Critici houden vol dat de competitie pas (internationaal) serieus genomen zal worden als de top 3 van Nederland, Ajax, PSV en Feyenoord, toetreden. Feyenoord is inmiddels bezig met de organisatie van een vrouwenafdeling en hoopt in 2009 – 2010 toe te treden (ladiessoccer.nl). Hetzelfde geldt voor PSV, al lijken de plannen van de Brabantse club meer geruchten dan feiten. Hoewel er ook geruchten zijn vanuit Amsterdam, is Ajax heel kort over een mogelijke toetreding: ‘Op dit moment hebben wij geen vrouwenvoetbal, wat de plannen voor de eventuele toekomst zijn is nog niet bekend en kunnen wij ook nog niets over zeggen’.31

Ook de andere BVO’s zijn nog niet overtuigd. NEC uit Nijmegen zegt zich op dit moment te richten op het jeugdvoetbal en de jeugdopleiding, al gooien zij de deur niet helemaal dicht voor de Eredivisie Vrouwen.32 NAC Breda en Vitesse uit Arnhem zeggen dat ze wel interesse hebben, maar dat het budget een vrouwenafdeling op het moment niet toelaat. NAC geeft bijvoorbeeld eerlijk toe dat de prioriteit absoluut niet op het vrouwenvoetbal ligt:
NAC doet momenteel niet mee aan de Eredivisie Vrouwen en wij zijn dit ook niet van plan. De reden daarvoor is dat wij al ons budget in het eerste elftal en onze Jeugdopleiding steken en daarvoor voor vrouwenvoetbal geen ruimte meer is.33
Een beperkt budget is voor de meeste Nederlandse profclubs de belangrijkste reden om geen deel te worden van de Eredivisie Vrouwen. Bij veel clubs ligt de prioriteit niet bij de ontwikkeling van een vrouwenafdeling. De enige clubs die, samen met Roda JC en Feyenoord, interesse hebben getoond zijn momenteel Top Oss, Volendam en Cambuur Leeuwarden (ladiessoccer.nl). De zes profclubs die al onderdeel zijn van de Eredivisie zijn echter allemaal positief. Marleen Wissink van SC Heerenveen legt uit:
Als er ooit een kans is voor het vrouwenvoetbal om definitief door te stoten, dan is het nu wel. De deelnemende BVO’s staan honderd procent achter het vrouwenvoetbal. Dat was vijf jaar geleden nog ondenkbaar. De Eredivisie moet slagen, deze kans mogen we niet uit handen laten glippen. De speelsters en clubs moeten hun verantwoording nemen en er een succes van maken. (ladiessoccer.nl).
Ook de media oefenen invloed uit op het vrouwenvoetbal. Natuurlijk hangen deze drie maatschappelijke factoren samen: wanneer er weinig interesse is onder meisjes en vrouwen of vanuit de organisaties, zullen de media ook minder aandacht besteden aan de sport. In Duitsland vallen deze drie factoren goed samen met als gevolg een hoge mate van populariteit en aandacht voor de sport. Janssens legt uit dat de ontwikkeling van het Duitse vrouwenvoetbal sowieso makkelijker was dan in ons land. Duitsland is qua omvang veel groter en herbergt vanaf het begin meer kwalitatief goede voetbalsters dan Nederland, waardoor de het succes snel plaats kon vinden. Het succes bracht de nodige media-aandacht met zich mee.34
Conclusie
De ontwikkeling van het Nederlandse vrouwenvoetbal verloopt moeizaam. Toch is de sport zich rond dezelfde tijd gaan ontwikkelen als in bijvoorbeeld Engeland en Duitsland. Daar worden vrouwelijke voetbalsters al als idolen gezien. In de Verenigde Staten is het voetbal ontstaan als een vrouwensport en zijn de professionele speelsters rolmodellen in de maatschappij. Een vrouwelijk idool is exact wat er ontbreekt in het Nederlandse vrouwenvoetbal: niemand ziet een speelster als Anouk Hoogendijk als een rolmodel.

De animo voor voetbal is tegenwoordig groot onder Nederlandse meisjes en vrouwen. Bovendien beginnen steeds meer mannen open te staan voor voetballende vrouwen. Hoewel de KNVB de sport na lange tijd heden ten dage steunt, zijn er nog veel financiële problemen te overbruggen. De Eredivisie Vrouwen kende in het eerste seizoen bijvoorbeeld maar één sponsor: Plusmarkt supermarkten. Wat zijn de gevolgen als deze sponsor besluit zich terug te trekken?

Daarnaast ondervindt het vrouwenvoetbal ook hinder van structurele problemen. Een voorbeeld hiervan is de afwijzing van Cambuur Leeuwarden voor het eerste seizoen van de Eredivisie Vrouwen. De Stichting Eredivisie Vrouwen moest Cambuur Leeuwarden teleurstellen en weigerde hun toetreding omdat zij in dezelfde regio als SC Heerenveen spelen. Door een tekort aan goede speelsters zou Cambuur kwalitatief niet sterk genoeg zijn voor de competitie.

De media kunnen naar alle waarschijnlijkheid een grote bijdrage leveren aan de populariteit van de sport. Tot nu toe zit deze ontwikkeling in een stijgende lijn: vrouwenvoetbal krijgt sinds de start van de Eredivisie Vrouwen meer aandacht in de media (de sport heeft zelfs een eigen programma op RTL8). In het volgende hoofdstuk staat beschreven op welke manier de media – dagbladen, tijdschriften, internet en televisie – omgaan met vrouwenvoetbal sinds de opkomst van de Eredivisie Vrouwen.


1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

  • Box 3: Operatie ‘Roda JC’ vs. de soap Sanne Pluim

  • Dovnload 0.74 Mb.