Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


1. Vrouwensporten in het licht van de Nederlandse vrouwenemancipatie

Dovnload 0.74 Mb.

1. Vrouwensporten in het licht van de Nederlandse vrouwenemancipatie



Pagina6/10
Datum04.04.2017
Grootte0.74 Mb.

Dovnload 0.74 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

3 - Vrouwenvoetbal in de geschreven en digitale media

“De Betaald Voetbal Organisaties waarvoor werk wordt verricht zouden dus normaal gesproken een salaris moeten betalen maar doen dit niet. Vergelijk het maar met een normale arbeidsovereenkomst bij een werkgever. De dames zijn dus amateurs met een profstatus en dat zou bij de mannen een ondenkbare situatie zijn. De aandacht van de media moet op gang komen en meer clubs moeten mee gaan doen…dat zou de structuur van het damesvoetbal ten goede komen.”



  • Interview Denise van Vliet, speelster FC Utrecht (ladiessoccer.nl).

Uit bovenstaand citaat blijkt dat profvoetbalster Denise van Vliet beseft dat het vrouwenvoetbal meer aandacht van de media nodig heeft om populairder te worden. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de grote belangstelling voor het vrouwenvoetbal in landen als Duitsland en Engeland. Maar ook in Nederland zouden andere vrouwensporten, zoals het vrouwentennis, minder populair zijn (geweest) zonder de belangstelling van de pers.

In eerdere hoofdstukken is reeds gezegd dat de populariteit van vrouwenvoetbal sterk afhangt van mediale factoren. Een kernfunctie van de media is het verslag doen van een gebeurtenis, het liefst zo objectief mogelijk. Toch wordt objectiviteit, mede door selectieprocessen, moeilijk bereikt. De media tonen wat belangrijk en interessant voor het publiek wordt geacht (Knoppers&Elling, 2001:5). Deze subjectiviteit komt sterk naar voren in de sportjournalistiek: doordat een verslaggever zich moet inleven in de sfeer van een wedstrijd en zijn betrokkenheid moet laten zien, is het haast onmogelijk om objectief verslag te doen (Stokvis, 2003:171).

De selectieprocessen van de journalisten worden op hun beurt beïnvloed door bronnen vanuit de maatschappij: sporters, sportbonden, sportclubs, persbureaus en andere persoonlijke contacten bepalen wat de media te horen krijgen en wat niet. Sponsoren stoppen geld in een sportprogramma en hebben de macht te bepalen om ermee door te gaan, of om de stekker eruit te trekken. Wanneer een sport meer aandacht krijgt in de media, zal het sneller genormaliseerd worden in de maatschappij.35 Critici vinden dat het toenemende belang van sponsoren en lees- en kijkcijfers (geld) de kritische nieuwsfunctie van de sportmedia doet veranderen in een verkapte amusementsfunctie (Knoppers&Elling, 2001:6; Stokvis, 2003:172).36

Het belangrijkste sportmedium is televisie (Stokvis, 2003:147). In dit onderzoek staat dan ook een analyse van sportprogramma’s centraal. Televisie maakt echter deel uit van een mediasysteem (Stokvis, 2003:142,143): de geschreven, de audiovisuele en de digitale pers kunnen niet los van elkaar gezien worden. Ze zijn in een constante concurrentiestrijd verwikkeld om de aandacht van het publiek en de adverteerders voor zich te winnen (Stokvis, 2003:142). Terwijl in het volgende hoofdstuk de nadruk op de audiovisuele media zal liggen, wordt in dit hoofdstuk op een globale manier aandacht besteed aan de geschreven en de digitale media. Eerst wordt kort aandacht aan de buitenlandse media besteed.

3.1. De aandacht voor vrouwenvoetbal in de buitenlandse media

In verschillende landen is er in grote mate belangstelling voor het vrouwenvoetbal. In bijvoorbeeld Engeland, de VS en Zweden is de sport net zoals de mannelijke variant uitgegroeid tot een mediasport. Duitsland is één van de weinige landen waarin het vrouwenvoetbal een eigen goedgelezen tijdschrift heeft, namelijk Dieda – Das Frauenfussball Magazin (Lopez, 1997:131). Het tijdschrift is al een succes sinds het seizoen 1993 – 1994.

De regionale en landelijke televisie in Duitsland besteden veel aandacht aan competitiewedstrijden en interlands. Dit is mogelijk omdat sponsors graag het vrouwenvoetbal steunen. Tijdens het WK van 1995 werden de samenvattingen van de groepswedstrijden tussen 22:00 en 23:00 uitgezonden. Vanaf de kwartfinales werden de wedstrijden live getoond. Hoewel de ontwikkeling van de media-aandacht van het Duitse vrouwenvoetbal niet alleen maar positief verlopen is, is de populariteit zo gevorderd dat tegenwoordig alle interlands van het vrouwenvoetbalteam live worden uitgezonden (Lopez, 1997: 132, 133).

In Zweden kende de sport al snel positieve media-aandacht. Reeds in 1984 kwamen meer dan 30 sportjournalisten af op de interland tussen Engeland en Zweden. De thuiswedstrijd in Stockholm was al live uitgezonden in Zweden. Daarnaast pikten de dagbladen de sport vanaf begin af aan op. Tijdens het wereldkampioenschap van 1995 in eigen land was de belangstelling in de media te vergelijken met de mannelijke tak van de sport (Lopez, 1997: 165).

Hoewel het vrouwenvoetbal populair is in Engeland, hebben de media lange tijd moeten wennen aan de sport. Het duurde even voor de door mannen gedomineerde sportjournalistiek aandacht aan de sport ging besteden (Lopez, 1997:210,211). Engelse voetbalvrouwen werden tot diep in de jaren ’70 door velen bekritiseerd, terwijl in het land 10 jaar eerder dan in Duitsland een nationaal team was opricht (Lopez, 1997:212). Het waren, ironisch genoeg, de mannelijke sportbladen die de sport als eerste oppikten (Lopez, 1997:215,216).

In de jaren ’80 begonnen steeds meer mannelijke journalisten positief aandacht aan de sport te besteden. Wel bleven ze de nadruk op de privélevens van de Engelse voetbalsters leggen. Naast positievere aandacht, begonnen er vanaf de jaren ’80 ook steeds meer vrouwen in de sportjournalistiek te werken. Het aantal tijdschriften en televisiekanalen dat informatie over het Engelse vrouwenvoetbal ging verschaffen, is de laatste jaren flink toegenomen (Lopez, 1997:220-222). Ook de nationale bond zelf besteedt in de FA News tegenwoordig 2 á 3 pagina’s aan de sport (Lopez, 1997:222).

De Nederlandse problematiek omtrent de acceptatie van het vrouwenvoetbal is vergelijkbaar met de problematiek die Engeland kende. Zelfs in 1995 ontstond er nog commotie rondom een documentaire over de Doncester Belles, een Engels meidenteam. Een journalist van de BBC, Pat Gregory, verafschuwt de reportage om het gedrag en de taal van de vrouwen:
The BBC might have concentrated a bit more on the football rather than the celebration. But that doesn’t take away the fact that Doncester were extremely naive in the way they behaved, knowing that the camera’s were there… There was an opportunity to portray the club as a serious football club and you come away after months of filming with an impression that is embarrassing – it’s really very said and disappointing (Lopez, 1997:221).

Ten slotte kan gezegd worden dat de media-aandacht in de VS beter is dan in de meeste Europese landen. Er bestaat een groot aantal tijdschriften die informeren over het vrouwenvoetbal en één van de grootste kranten, de USA Today, bericht normaal gesproken over alle nieuwe ontwikkelingen binnen de sport. Toch is de aandacht op televisie niet zo groot als men zou verwachten: ook hier heeft het vrouwenvoetbal te kampen met concurrentie van mannensporten (American football, baseball en basketbal). Bovendien werden de wedstrijden van het vrouwenvoetbal aanvankelijk uitgezonden op ESPN1, een sportzender die niet in heel Amerika te ontvangen was (Lopez, 1997:182).

3.2. De aandacht voor vrouwenvoetbal vanuit een kwantitatieve invalshoek bekeken

3.2.1. Geschreven media: dagbladen

Ondanks de digitalisering van de maatschappij maakt aan het begin van de 21e eeuw nog 62% van de Nederlandse bevolking gebruik van een dagblad (Reader Seminar ICT Cultuur en Samenleving, 2007/2008:118). In 2006 maken meer dan vier miljoen mensen gebruik van een regionaal of landelijk dagblad als informatiebron. Uit de hoge cijfers blijkt dat de geschreven media nog steeds veel invloed hebben in Nederland.37

Nederland kent veel landelijke en regionale kranten. De landelijke dagbladen kunnen op hun beurt gecategoriseerd worden in kwaliteitskranten en populaire kranten. De dagbladen met de meeste oplage in 2006 waren De Telegraaf (714.563), het Algemeen Dagblad (542.794), De Volkskrant (284.801) en het NRC Handelsblad (239.211).38 Omdat er geen ruimte is om aandacht aan alle goedgelezen dagbladen te besteden, worden in dit hoofdstuk slechts de artikelen uit De Telegraaf (populaire krant) en het NRC Handelsblad (kwaliteitskrant) behandeld.

Hoeveel aandacht besteden deze kranten nu aan vrouwenvoetbal? Van de kwaliteitskranten besteedt NRC Handelsblad relatief veel aandacht aan de Eredivisie Vrouwen.39 Al in 2001 plaatste de krant een groot interview met Sarina Wiegman, aanvoerster van het Nederlands vrouwenelftal (NRC, 2001:12). Hierin werd reeds geconcludeerd dat het vrouwenvoetbal uitgegroeid was tot volwassen sport die serieus genomen moest worden. Hoewel dit interview nog afkomstig is van een andere journalist, worden de laatste artikelen die het vrouwenvoetbal betreffen geschreven door één journaliste, Danielle Pinedo. Sinds het begin van de profcompetitie heeft zij zeker vier grote artikelen aan het vrouwenvoetbal besteed. Deze zullen in de volgende paragraaf inhoudelijk besproken worden.

Het dagblad met veruit de meeste lezers is de populaire krant De Telegraaf. Het is opmerkelijk dat een krant met zo’n grote oplage maar weinig aandacht aan het vrouwenvoetbal besteed. Sinds er sprake is van een vrouwelijke profcompetitie, zijn er slechts vier aan het vrouwenvoetbal gerelateerde artikelen geplaatst. Ironisch genoeg zijn drie van de vier artikelen niet geplaatst in de sportrubriek, maar in de aparte Telegraafbijlage Vrouw. Het enige bericht dat niet in de bijlage Vrouw stond, betrof informatie over de uitzendrechten van de Eredivisie Vrouwen. Ook dit artikel was niet tussen de andere sportberichten te vinden, maar in de sectie Binnenland.

Twee van de vier berichten uit De Telegraaf zijn kort van formaat en beslaan nog geen halve krantenpagina. Het eerste bericht van enig formaat is een reactie van een vrouwelijke journaliste op een negatieve column van een mannelijke collega jegens het vrouwenvoetbal. Op de internetsite van De Telegraaf heeft een groot aantal lezers commentaar op het artikel geleverd. Aan de inhoud van het artikel en de reacties die erop gekomen zijn, wordt in de volgende paragraaf aandacht besteed. Het tweede, redelijk grote artikel is de dag na de kampioenswedstrijd geplaatst.

Naast landelijke en regionale dagbladen kent Nederland ook vier gratis kranten, te weten Metro, Spits, Dag en De Pers. Laatstgenoemde kranten zijn belangrijk omdat zij door veel Nederlanders gelezen worden. In 2006 was de oplage van Metro al opgelopen tot 465.224 en die van Spits 401.553.40 Met dit hoge aantal zijn zij hoogstwaarschijnlijk van invloed op het aantal lezers van de betaalde kranten. In deze paragraaf passeren enkele artikelen uit alle vier de gratis dagbladen de revue.

De aandacht voor het vrouwenvoetbal was in de gratis dagbladen het grootst vóór de Eredivisie Vrouwen van start ging, tot en met de eerste competitiewedstrijd (FC Twente – SC Heerenveen). De artikelen die gingen over de start van de Eredivisie Vrouwen waren voornamelijk klein van formaat. Slechts één artikel in Metro besloeg ongeveer de helft van de krantenpagina. Dit artikel was een dag na de eerste competitiewedstrijd geplaatst. Het artikel in De Pers was ongeveer een vierde van een krantenpagina. De nadruk in het laatstgenoemde artikel ligt op de foto; de tekst die erbij staat is meer een onderschrift dan extra informatie (zie bijlage, illustratie 3 - 6).


3.2.2. Geschreven media: tijdschriften
Nederland is een echt tijdschriftenland. Het aanbod van ongeveer 1200 consumentenbladen en het lezen van gemiddeld vijf tijdschriften per persoon zorgen ervoor dat Nederland in de Top 5 van Europese landen staat (Van Dijk, 2006: 8). In totaal kenden de Nederlandse tijdschriften in 2007 een oplage van meer dan 26 miljoen. De meest gelezen tijdschriften zijn vrouwen- en gezinsbladen (deze kennen respectievelijk een oplage van 3.338.367 en 5.671.532).41

Naast vrouwen- en gezinsbladen, zijn ook sportbladen populair in ons land. Voornamelijk jongens en mannen lezen tijdschriften die over voetbal, golf of een andere sport informeren. In 2007 hadden sportbladen een totale oplage van 1.161.722.42 In dit hoofdstuk wordt het meest vooraanstaande voetbaltijdschrift Voetbal International (VI) gebruikt. Met een oplage van 171.543 is de Voetbal International het populairste sportblad van Nederland.

De hoofdredacteur van de VI, Johan Derksen, vervult ook een rol als analyticus bij RTL. In de sportprogramma’s van RTL en in verschillende interviews heeft Derksen laten weten dat hij geen hoge pet op heeft van het vrouwenvoetbal. Sterker nog, hij denkt dat een verdere ontwikkeling van het vrouwenvoetbal ervoor zal zorgen dat het gehele Nederlandse voetbal niet meer serieus zal worden genomen.43

De negatieve mening van Derksen komt terug in de beperkte belangstelling voor het vrouwenvoetbal in zijn tijdschrift. Sinds het begin van de Eredivisie Vrouwen zijn er maar weinig nieuwsberichten te vinden en slechts twee grote interviews. De stand van de vrouwelijke profcompetitie wordt wel weergegeven, maar staat in klein formaat tussen de overige standen van de amateurs, de jeugd, de beloftes en de KNVB beker (zie bijlage, illustratie 9). Dit betekent niet alleen dat de Eredivisie Vrouwen niet op hetzelfde niveau als de professionele mannencompetitie staat, maar ook dat het niet veel ruimte in het tijdschrift krijgt.


3.2.3. Digitale media: het internet
Het gebruik van internet is sinds de jaren ’90 sterk toegenomen in Nederland. De informatieve rol van het internet wordt met het jaar groter. Vooral de jeugd haalt steeds meer informatie van internetsites in plaats van uit dagbladen of van de televisie. We leven tegenwoordig in een digitale maatschappij: het aantal Nederlanders dat thuis toegang heeft tot internet groeide van 3% in 1995 naar 21% in 1998 naar 74% in 2004 (Reader Seminar ICT Cultuur en Samenleving, 2007/2008:228).

Het internet wordt al met al een steeds grotere informatiebron. Voor het vrouwenvoetbal is het daarom belangrijk dat er genoeg informatie te vinden is op het steeds populairder wordende medium. In totaal zijn er zes internetsites die aandacht aan het vrouwenvoetbal besteden – al dan niet als hoofdthema. Ter vergelijking: bij het mannenvoetbal is het aantal internetsites niet meer te tellen. Vooraf moet gezegd worden dat de meest complete site over het vrouwenvoetbal, http://www.ladiessoccer.nl, niet makkelijk te traceren was.44

De eerste internetsite waarop informatie over vrouwenvoetbal te vinden is, is de officiële site van de KNVB (http://www.knvb.nl/eredivisievrouwen). Het vrouwenvoetbal is hier maar een onderdeel van een overkoepelende site, maar is wel duidelijk te vinden in de menubalk. Het gedeelte van de site dat vrouwenvoetbal beslaat, wordt regelmatig geupdate met informatie over de Eredivisie Vrouwen en het nationale team.

De officiële site waar bijvoorbeeld ook Danielle Pinedo in haar artikelen in het NRC naar verwijst, is http://www.vrouwenvoetbal.nl. Maar wanneer dit internetadres ingetypt wordt, komt de bezoeker op de site van de KNVB uit. Dankzij een andere site die later aan bod zal komen, wordt duidelijk dat de domeinnaam van http://www.vrouwenvoetbal.nl veranderd is in http://www.vrouwenvoetbalnederland.nl. Reden hiervoor is de overname van de site door de KNVB. De webmasters stellen dat het voor hen onmogelijk was om aan de hoge commerciële eisen van de KNVB te voldoen.45 Met de nieuwe domeinnaam hebben zij ervoor gezorgd dat de onafhankelijkheid van de internetsite wordt gewaarborgd.

Op vrouwenvoetbalnederland.nl wordt verwezen naar de site http://www.vrouwenvoetbalcompetitie.nl/. Hoewel de domeinnaam veelbelovend klinkt, is de site een onoverzichtelijke weergave van nieuws dat meer dan alleen maar vrouwenvoetbal bevat. Informatie over het vrouwenvoetbal, al dan niet over de profcompetitie, is moeilijk te vinden. Bovendien bevat de website niet de meest recente informatie.

Naast bovengenoemde sites bestaat er ook een site die informatie geeft over een tijdschrift gericht op vrouwenvoetbal: Vrouw en Voetbal. Het is een tijdschrift dat nog niet in de winkels ligt en misschien ook wel nooit in de winkels komt. De internetsite, http://www.tijdschrift-vrouwenvoetbal.nl/, geeft informatie over het tijdschrift, maar een e-mailadres van contactpersonen is onvindbaar.

Ook is er nog vóór de oprichting van de Eredivisie Vrouwen een officiële site in het leven geroepen voor de competitie: www.eredivisievrouwen.nl. De site begon veelbelovend. Manager van de Stichting Eredivisie Vrouwen, Priscilla Janssens, stuurde zelfs aan op een samenwerking met de internetsite. Helaas is het allemaal op niets uitgedraaid en is bovendien te zien dat de site sinds oktober 2007 stil staat.46

Op eredivisievrouwen.nl staat nog een interessant bericht in het gastenboek: een felicitatie van de oprichters van de site http://www.ladiessoccer.nl. Deze site is de meest complete site wat betreft informatie over het vrouwenvoetbal. De site bevat de meest recente informatie over de verschillende competities van het Nederlandse damesvoetbal. In de volgende paragraaf wordt dieper ingegaan op de inhoud van de site.



3.3. De aandacht voor vrouwenvoetbal vanuit een kwalitatieve invalshoek
3.3.1. Geschreven media: dagbladen
Een voorbeeld van een Nederlandse kwaliteitskrant is NRC Handelsblad. Hoewel meer kranten in de winterstop aandacht hebben besteed aan de Eredivisie Vrouwen, wordt hier als voorbeeld het artikel uit nrc.next van Danielle Pinedo gebruikt.47 Het artikel beslaat een hele pagina van de krant, waarvan een derde deel afbeelding is. Belangrijk detail is dat onder de actiefoto van een speelster van FC Twente en een speelster van SC Heerenveen de naam van de vrouwelijke topscorer genoemd wordt: Sylvia Smit.

De kop van het artikel is veelzeggend: ‘Een sport zonder geld en vedettes. Tussenbalans eredivisie vrouwenvoetbal’ (nrc.next, 2007: 22). Daaronder vat Pinedo het artikel samen door twee punten te benadrukken: ‘Drie maanden geleden is de eredivisie voetbal voor vrouwen van start gegaan’ en ‘het niveau is hoog, maar er is maar één landelijke sponsor en de kijkcijfers zijn slecht’ (nrc.next, 2007: 22) (zie bijlage, illustratie 7).

In het artikel komt als eerste Sylvia Smit (21) aan het woord. Zij zegt dat niemand buiten de vrouwenvoetbalwereld haar nog kent en dat ze de status van Klaas-Jan Huntelaar, de topscorer van de mannelijke eredivisie, nog lang niet heeft bereikt. Vervolgens wordt aandacht besteed aan de manier waarop de KNVB te werk gaat. De nadruk ligt op het feit dat de KNVB in de gaten houdt dat er niet teveel kwaliteitsverschillen ontstaan tussen de deelnemende teams. Zo noemt Pinedo nogmaals de problematiek die zich rondom de speelster Sanne Pluim heeft gevormd.

Ook Priscilla Janssens, manager van de Stichting Eredivisie Vrouwen, geeft haar mening in het artikel. Zij vertelt de harde waarheid: de sponsors lopen nog niet warm voor de ‘te kleine eredivisie’. Bovendien laten geldschieters zich ook leiden door de slechte kijkcijfers van het programma RTL Voetbal: Eredivisie Vrouwen. Pinedo schrijft dat de geringe aandacht de sport niet populairder maakt. Volgens haar heeft iedere sport vedettes nodig om aan populariteit te winnen. En populariteit is weer nodig om sponsors te kunnen werven.

Interessant is dat Danielle Pinedo op deze problematiek terugkomt in NRC Handelsblad van 3 februari 2008. Daarin heeft ze een interview met de bondscoach van het vrouwenvoetbalelftal, Vera Pauw. In het artikel vertelt Pauw niet alleen over de zware strijd die zij al jaren voert, ook wordt er teruggeblikt op de eerste maanden van de vrouwelijke profcompetitie. Pauw legt uit dat de toekomst van het Nederlandse vrouwenvoetbal niet vanzelfsprekend is, maar dat er constant gevochten moet worden voor verbetering van de situatie (NRC Handelsblad, 2008:8) (zie bijlage, illustratie 8).


Box 4: NRC journaliste Danielle Pinedo

De journaliste die zich op de NRC redactie inzet voor het vrouwenvoetbal, is Danielle Pinedo. Zij is van mening dat, hoewel de aandacht in haar ogen nog steeds tekort schiet, NRC Handelsblad en nrc.next het niet slecht doen wat betreft de berichtgeving. Pinedo weet te melden dat zij bijvoorbeeld de tweede week van mei verslag doet van een oefenwedstrijd van het Nederlands vrouwenelftal - een voetbalwedstrijd waar andere kranten hoogstwaarschijnlijk geen aandacht aan zullen besteden (e-mail 6 mei 2008).

Pinedo is waarschijnlijk niet de enige journaliste die zich bij een krant inspant voor het vrouwenvoetbal. Wel geeft ze toe dat op de redactie van de NRC het initiatief om aandacht te besteden aan de sport vaak bij haar ligt. Ook zegt Pinedo geluk te hebben met het feit dat de redactiechef, Ward op den Brouw, redelijk geïnteresseerd is en haar in haar interesse steunt (e-mail 6 mei 2008).

Pinedo steunt de KNVB en de SEV in hun manier van werken. Tijdens het eerste jaar van de Eredivisie Vrouwen bracht de organisatie veel kritiek met zich mee: zo voelde Cambuur Leeuwarden zich achtergesteld en stopte profvoetbalster Sanne Pluim tijdelijk omdat zij niet tevreden was met de gang van zaken. Pauw legt in een artikel van Pinedo uit dat het ‘technisch gezien beter zou zijn’ als ze nog een jaar wachten met het verhogen van het aantal deelnemers (nrc.next, 2007:22). Pinedo vraagt zich af of het vrouwenvoetbal daarvoor de tijd krijgt.

Verder pleit Pinedo voor positievere media-aandacht. De journaliste zegt dat het vrouwenvoetbal idolen nodig heeft. Een sport kan pas aan populariteit winnen als het publiek eraan gewend raakt. Dit hangt volgens haar samen met media-aandacht. De NRC redactrice stelt dat zolang de situatie dit niet toelaat, de toekomst van het vrouwenvoetbal nog in een lastig parket kan komen.


De aandacht voor het vrouwenvoetbal is in populaire krant De Telegraaf niet groot. Toch begon het dagblad goed: aan het begin van de competitie plaatste het zelfs een positief artikel over de Eredivisie Vrouwen.48 Nu wordt echter een artikel dat relevant nieuws bevat – een mogelijke bijdrage van Ajax aan de vrouwelijke eredivisie -in de bijlage Vrouw geplaatst. Tekenend is dat het nieuws klakkeloos overgenomen en blijkbaar niet gecontroleerd wordt. Uit vorig hoofdstuk blijkt namelijk dat Ajax nog niet bezig is met een deelname aan de Eredivisie Vrouwen. De toonzetting van dit artikel is vrij neutraal, al wordt er wel vermeld dat ‘de Eredivisie Vrouwen een succes is’.49



Ondanks de geringe aandacht besteedt De Telegraaf wel als één van de weinige kranten aandacht aan de eerste kampioen van de Eredivisie Vrouwen, AZ. Van de betaalde dagbladen staat er slechts in De Telegraaf en in het AD een artikel over de ontknoping van de vrouwelijke eredivisie. De Telegraaf bevat een positief verslag van de kampioenswedstrijd en noemt een paar uitblinkende speelsters bij naam. Bovendien wordt het dameselftal vergeleken met het mannenteam; onder de foto staat het volgende onderschrift:
Wat de mannen bij lange na niet lukte, lukte de vrouwen wel.50
Het onderschrift verwijst naar het falen van het mannenelftal van AZ: zij verloren het seizoen ervoor op 1 punt het kampioensschap. Tevens wordt de commerciële mannensport als concurrent voor de aandacht van de vrouwelijke kampioenswedstrijd neergezet:
Ondanks de aanwezige concurrentie van de Champions Leaguefinale, hadden toch nog tweeënhalfduizend toeschouwers de moeite genomen naar de kaasstad af te reizen.51
Het laatste artikel in De Telegraaf is een reactie op een column van Telegraafmedewerker Bert Dijkstra. ‘Bert’, zoals de schrijfster van het stuk haar collega noemt, kraakte in zijn column het vrouwenvoetbal compleet af. De reactie op de column is op 24 november 2007 geplaatst in de bijlage Vrouw, een half jaar na het begin van de Eredivisie Vrouwen. De vrouwelijke journaliste van het bericht voelt zich door de column in haar hemd gezet. Ze begint haar artikel op een aanvallende toon:
Elke week lezen wij met veel plezier de column van onze Bert. Echter wat hij deze week schrijft raakt toch een gevoelig snaartje. Vooral bij de niet onverdienstelijke voetbalbeoefenaars onder ons (…) Zien wij er in voetbalbroeken net zo erg uit als meneren in strakke maillots? En matchen voetbalschoenen nou eenmaal niet met naaldhakken? Of is Bert een tikkeltje seksistisch bezig en voelt hij zich bedreigd in zijn mannenterritorium?52
Onder de introducerende tekst wordt de column van Dijkstra geplaatst. De toon van de column is negatief en aanvallend. ‘Bert’ is pertinent tegen meisjes en vrouwen die zich op het voetbalveld begeven. Zo haalt hij in een alinea uit naar een vrouwelijke scheidsrechter die eens een wedstrijd van zijn team heeft gefloten:
Ik sluit niet uit dat er voetballende dames bestaan die gelaarsd en gerokt op een dansvloer tot esthetisch verantwoorde pasjes in staat zijn, maar op een veld met een rollende bal doet het geren pijn aan de ogen.
Dijkstra is ook niet te spreken over de Eredivisie Vrouwen. Hij is van mening dat de zes vrouwenteams die zich nu ‘profteams’ kunnen noemen, geen niveau hebben. Zo legt hij uit:
Tikkeltje sneu dus van de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond om het volk met veel bombarie een eredivisie voor vrouwen door de strot te duwen. Zes bij elkaar geraapte elftalletjes en we hebben een topklasse. Hosanna, stop de persen!
De schrijfster van het artikel vraagt onder de geplaatste column naar de mening van het publiek. Meer dan 50 positieve en negatieve reacties zorgen voor een kleine discussie op de website van De Telegraaf. Hieruit blijkt dat de beleving van het publiek jegens het vrouwenvoetbal nog immer controversieel is. Bovendien laat het bericht op een indirecte manier zien dat positieve aandacht de populariteit van de sport zou kunnen vergroten.
Ook in de gratis kranten zijn berichten over het vrouwenvoetbal geplaatst. De twee voorbeelden uit Metro en De Pers die in dit hoofdstuk gebruikt worden, gaan over hetzelfde onderwerp: het begin van de Eredivisie Vrouwen. Ze verschillen niet alleen van formaat, maar ook van inhoud en toon.

In De Pers wordt de nadruk gelegd op de foto (actiefoto van een speelster van Heerenveen en een speelster van Twente). De tekst die erbij staat is meer een onderschrift dan extra informatie. In dat onderschrift komen kort en op een objectieve manier de openingsceremonie en het wedstrijdverloop aan bod. Het enige bijvoeglijke naamwoord in het stuk is positief van toon: ‘De Friese dames waren gisteren na een spannende wedstrijd met 3-2 te sterk voor de Twentse vrouwen’ (De Pers, 2007:13).

De inhoud van Metro is een stuk minder objectief dan die van De Pers. Het artikel is groot en heeft een actiefoto van twee strijdende voetbalsters (van SC Heerenveen en SC Twente) in het midden. De kop luidt: ‘Duitsland en VS achterna. Eredivisie moet Nederlands vrouwenvoetbal kwaliteitsinjectie geven’ (Metro, 2007: 26). Vervolgens begint journalist Jeroen Haverkort meteen met een vergelijking tussen de wedstrijd van Ajax tegen Slavia Praag en de wedstrijd van de vrouwen van FC Twente en SC Heerenveen. Daarbij zet Haverkort Jaap Stam af tegen de centrale verdediger van vrouwelijk SC Heerenveen:
Ter vergelijking: Ajax verdediger Jaap Stam is multimiljonair en heeft onder voor Manchester United en AC Milan gespeeld. Mariska Kogelman is de centrale verdediger van Heerenveen: twintig jaar en studente aan de sportacademie (Metro, 2007:26).
Haverkort laat met zijn woordgebruik zien dat er met enige ironie naar het begin van de Eredivisie Vrouwen gekeken wordt: ‘Toch is het treffen tussen Twente en Heerenveen voetbalhistorie (…)’. Hieruit valt te lezen dat, hoewel voor sommigen misschien niet zo van belang, het hoe dan ook om een historisch moment gaat. Een alinea verderop wordt afgevraagd of de 5500 toeschouwers vooral aanwezig waren uit nieuwsgierigheid of uit echte betrokkenheid. Het artikel eindigt met een kort wedstrijdverslag, dat alles behalve objectief is:
En het moet gezegd worden, sommige van die meiden hebben een goede basistechniek (…) Maar al snel zakt het niveau. Vooral tactisch ontbreekt er nog al wat aan. Van een normale veldbezetting is vaak geen sprake (Metro, 2007:26).
Ondanks de aandacht die er aan de sport wordt besteed, zal de ironische toonzetting van Metro waarschijnlijk niet bijdragen aan de populariteit van de sport.

Verdere aandacht voor vrouwenvoetbal is in de gratis kranten ver te zoeken. Verslagen en uitslagen van competitiewedstrijden worden niet wekelijks vermeld. Alleen uitzonderlijke gebeurtenissen krijgen nog aandacht. Zo wordt de wedstrijd FC Utrecht - ADO Den Haag afgelast door verwachte supportersrellen. Wederom is het bericht in De Pers - niet groter dan 100 woorden - het meest objectief. De enige mening die verkondigd wordt is die van de voorzitter van FC Utrecht Jan Willem van Dop: hij vindt het belachelijk dat de wedstrijd om die reden is afgelast (De Pers, 2007:4).

Het artikel in Dag over hetzelfde onderwerp is een stuk subjectiever. De kop luidt: ‘Hé? Vrouwen en voetbal ook oorlog’ (Dag, 2007:3). De inhoud is vanaf begin tot eind ironisch. De schrijver van het stuk, Hans Pieter van Stein Callenfels, opent met: ‘Een lekker potje supportersgeweld is tegenwoordig niet meer voorbehouden aan het mannenvoetbal’ (Dag, 2007:3). Op een lacherige toon wordt uitgelegd wat er aan de hand is:

Want: de politie had vernomen dat supporters van ADO en FC Utrecht aanstuurden op ‘een treffen’. Politietaal voor een niet mis te verstane knokpartij zoals alleen voetbalsupporters dat kunnen. Zelfs als ze naar voetballende vrouwen komen kijken (Dag, 2007:3).


Verder laat de journalist het bestuur van beide clubs aan het woord. Door de cynische toon worden de voorzitters, die het met elkaar oneens zijn, nagenoeg belachelijk gemaakt: terwijl de één vindt dat de hele situatie overdreven wordt, klaagt de ander dat het belachelijk is dat een dergelijke situatie ook al in het vrouwenvoetbal voorkomt.
3.3.2. Geschreven media: tijdschriften
Het vooraanstaande voetbalmagazine in Nederland is Voetbal International. Het eerste interview sinds er sprake is van vrouwelijk profvoetbal is geplaatst in april 2007. Hierin krijgt bondscoach Vera Pauw de ruimte om uit te leggen wat de toekomstplannen voor het vrouwenvoetbal zijn. Het is een groot interview van drie pagina’s, waarin Pauw probeert te vertellen waarom Nederland achterloopt ten opzichte van andere landen en wat er moet gebeuren om dit te veranderen. Zo zegt zij:
Een belangrijke factor is of we tv-exposure krijgen. Onze eerste prioriteit is het ontwikkelen van een topsportcultuur en niet het krijgen van zoveel mogelijk tv-minuten. Maar áls we op tv komen, wordt vrouwenvoetbal aantrekkelijker voor sponsors, komt er meer geld en kunnen we op termijn misschien toe naar een betaalde competitie (VI, 2007:22).

In het interview licht Pauw toe wat het verschil is tussen Nederland en landen als Duitsland en Amerika. De inhoud van het interview is objectief, al zet journalist Peter Wekking met de eerste vraag wel de toon: ‘Vindt u het erg dat ik niets van vrouwenvoetbal weet?’ (VI, 2007:21). Met deze vraag laat Wekking aan Vera Pauw merken dat hij representatief is voor de hele maatschappij: het publiek is volgens hem nog niet bekend met het fenomeen vrouwenvoetbal.

Het tweede interview is tekenend: een aantrekkelijke voetbalster van de Eredivisie Vrouwen, Anouk Hoogendijk, wordt geïnterviewd in het decembernummer (VI, 2007). Op de foto naast het interview lijkt Hoogendijk op een model. Op deze wijze is het alsof een vrouw nog steeds wordt beoordeeld op haar uiterlijk in plaats van op haar (voetballende) kwaliteit(en) (zie bijlage, illustratie 10).

Hoogendijk blikt terug op de eerste maanden van de Eredivisie Vrouwen en op de aandacht die de sport krijgt in de media. Ze vertelt over hoe moeilijk het was om in jongensteams te voetballen en hoe groot de kloof is tussen de vrouwen en de mannen van FC Utrecht. Toch is Hoogendijk tevreden en ziet ze de toekomst van het vrouwenvoetbal rooskleurig in. Ze probeert zelfs uit te leggen dat de verscheidenheid van voetbalvrouwen interessanter is dan de eentonigheid van hockeyvrouwen:


Het is een compliment met Fatima (Moreira de Melo, LM) vergeleken te worden, maar van mij hoeft dat niet. Er wordt altijd gedacht dat voetbalsters alleen maar lelijke en dikke vrouwen zijn. Wat denk je zelf? (…) We zouden ook allemaal lesbisch zijn. Ook zo’n onzinnige opmerking. We zijn gewoon voetbalsters. De diversiteit van meiden in het voetbal vind ik juist leuk (…) Laatst waren we met de meiden van FC Utrecht naar de documentaire Goud over de hockeyvrouwen, ik was echt een beetje verbaasd. Al die meiden lijken qua uiterlijk op elkaar, ze praten allemaal hetzelfde en hebben allemaal dezelfde, hoogopgeleide achtergrond (VI, 2007:69).
Johan Derksen denkt anders over het vrouwenvoetbal dan Hoogendijk. Tijdens het veertigjarig jubileum van het blad wordt de redactie geïnterviewd en geeft Derksen antwoord op de vraag of professionele vrouwenvoetbal in zijn opinie toekomst heeft. Hij is van mening dat die toekomst er voorlopig niet is omdat de kwaliteit te laag is. Nederland telt nog niet mee in de wereld wat betreft vrouwenvoetbal. Over de rol die zijn eigen blad speelt in het verhaal, zegt hij het volgende: ‘In VI besteden we alleen aandacht aan topvoetbal. Mocht het Nederlandse vrouwenvoetbal daarin gaan meedoen, dan zullen wij er zeker aandacht aan besteden’ (VI, 2007:31).

De berichtgeving van vrouwenvoetbal in dagbladen en kranten niets vergeleken met de berichtgeving over het (Nederlandse) mannenvoetbal en vrouwenvoetbal in het buitenland. Dit verschil kan echter alleen veranderd worden door de pers zelf, maar dat zal moeilijk worden als vooraanstaande personen als Johan Derksen dit blijven weigeren.


3.3.3. Digitale media: het internet
De websites die informatie over het vrouwenvoetbal bevatten, zijn bijna op één hand te tellen. Bovendien zijn de sites die het vrouwenvoetbal als hoofdthema hebben, vaak niet up to date.

Vier van de zes sites zijn inhoudelijk niet interessant om te bespreken, te weten http://www.vrouwenvoetbalnederland.nl, http://www.vrouwenvoetbalcompetitie.nl/, http://www.tijdschrift-vrouwenvoetbal.nl/ en de officiële site van de KNVB. Deze laatste internetsite is niet het bespreken waard omdat het enkel statistieken en nieuwsfeiten over de hoogste divisies geeft; de andere sites bevatten te weinig relevante (en recente) informatie.

De internetsite http://www.eredivisievrouwen.nl is tegelijkertijd met de Eredivisie Vrouwen van de grond gekomen. De website begon veelbelovend. Zo staat er onder anderen een interview met de (toen nog) bondscoach van het Nederlands Elftal Marco van Basten op (afkomstig van de site van de KNVB), waarop hij zijn mening geeft over het zich ontwikkelende vrouwenvoetbal:

Ik vind het een prima zaak dat er vrouwenvoetbal bestaat, net als vrouwentennis en allerlei andere takken van sport die door vrouwen met plezier en overtuiging op professioneel niveau gespeeld worden (…) We hebben inmiddels ook vrouwelijke scheidsrechters en assistent-scheidsrechters, terwijl je dat ook niet zo snel zou verwachten. Neem Vera Pauw, dat is ook een begenadigd trainer, die het diploma Coach Betaald Voetbal heeft (www.eredivisievrouwen.nl).


Ondanks de belangstelling in het begin, staat de website inmiddels alweer enkele maanden stil.

De meest complete website over het vrouwenvoetbal is http://www.ladiessoccer.nl. De site geeft informatie over teampresentaties en doet verslag van competitie-, beker- en oefenwedstrijden in Nederland. De nadruk ligt op de hogere klassen van het vrouwenvoetbal: er wordt veel bericht over de eerste klasse, de hoofdklasse, de eredivisie en de oranje-elftallen. De wedstrijdverslagen zijn gedetailleerd en voorzien van foto’s en filmpjes. Ook wordt iedere competitieronde een “Lady of the Match” gekozen.

Op de site staat eigen verworven informatie; één van de reporters voor ladiessoccer.nl is een speelster uit de Eredivisie Vrouwen, Dominique Vugts. De speelster van Willem II bezoekt voor de internetsite verschillende wedstrijden om verslag te doen. Ook herbergt ladiessoccer.nl berichten die overgenomen zijn van andere bronnen: wedstrijdverslagen komen bijvoorbeeld van clubsites, de knvbsite of (landelijke of regionale) dagbladen en tijdschriften. De wedstrijd tussen AZ – ADO Den Haag kent bijvoorbeeld drie verschillende berichten: één van de reporter van de site zelf, één van de site van AZ en één van de site van ADO Den Haag.

Naast gedetailleerde informatie over het Nederlandse vrouwenvoetbal, komt ook incidenteel buitenlands vrouwenvoetbal aan bod. Zo worden sommige wedstrijden van het meidenteam van Arsenal besproken. Voornamelijk opmerkelijke nieuwsfeiten bereiken de site: zo maakt de site bekend dat de Braziliaanse Marta is gekozen tot beste voetbalster van de wereld en dat de Duitse vrouwen, die wereldkampioen zijn geworden, allen 50.000 euro winstpremie krijgen uitgekeerd – het hoogste bedrag in de geschiedenis van het vrouwenvoetbal ooit.

De profcompetitie heeft een belangrijke boost gegeven aan de website. Ladiessoccer.nl volgt de Eredivisie Vrouwen vanaf het prille begin. De site informeert over (internationale) voetbalkampen/talentendagen, maakt de selecties bekend en legt uit hoe de organisatie in elkaar zit. Zo wordt bijvoorbeeld gemeld dat de deelnemende profclubs in mei 2007 verschillende talentendagen organiseren om hun selectie kunnen samenstellen. In mei 2008 worden opnieuw diverse talentendagen aangekondigd. Na de eerste competitiehelft, waarna de vrouwen van AZ bovenaan staan, wordt een statistische en inhoudelijke terugblik gegeven. Ook wordt er met verschillende betrokkenen vooruitgeblikt op de tweede seizoenshelft.

Goed nieuws betreffende de Eredivisie Vrouwen wordt meteen gemeld door ladiessoccer.nl. Nieuw verweven sponsors, bijvoorbeeld de samenwerking tussen FC Twente en Persoonality en tussen Willem II en Audax, worden groots aangekondigd. Tevens kondigt ladiessoccer.nl aan als er sprake is van eventuele uitbreiding van de Eredivisie. De toetreding van de Limburgse club Roda JC voor het seizoen 2008–2009 is uitgebreid op de site te volgen. Ook de speculaties rondom Cambuur Leeuwarden, Feyenoord en PSV blijven niet ongemoeid.

Ladiessoccer.nl laat personen van verschillende betrokken partijen aan het woord. Zo laat de site zich niet alleen door de KNVB of de SEV informeren, maar ook door bijvoorbeeld Ton Strooband, voorzitter van de werkgroep vrouwenvoetbal van Feyenoord. Ook de perschef van PSV, Perdo Salazar, wordt aan het woord gelaten. Hij zegt een hoge pet op de hebben van de vrouwelijke eredivisie. Hij ziet graag PSV een steentje bijdragen aan de vrouwencompetitie, maar zegt wel dat dit geleidelijk moet gebeuren:
Denk alleen al aan de komst van speelsters, trainers, begeleiders, het aanpassen van de accommodatie en de kosten. Dat is niet één, twee, drie te organiseren. En als we de stap maken, willen we het goed doen (www.ladiessoccer.nl).53
De afwijzing van Cambuur Leeuwarden komt ook aan de orde op ladiessoccer.nl. De site haalt een artikel uit het Algemeen Dagblad aan. Hierin uit de algemeen directeur van Cambuur, Alex Pama, zijn onvrede. Het verbaast hem dat SC Heerenveen, waar het vrouwenvoetbal in zijn opinie geen prioriteit heeft, eerder is toegelaten dan Cambuur Leeuwarden. Nu er sprake is van toetreding van Feyenoord, voelt Pama dit helemaal als een steek in zijn rug:
Ik heb begrepen dat de Stichting Eredivisie Vrouwen nu bezig is met Feyenoord. Dat bevreemdt mij zeer. Wij hebben zwart op wit staan dat wij gesprekspartner zijn als er over uitbreiding van de eredivisie zou worden gesproken (www.ladiessoccer.nl).
Uit bovenstaand nieuwsbericht blijkt dat ladiessoccer.nl niet bang is voor negatieve berichtgeving rondom het vrouwenvoetbal. De ontwikkeling van het vrouwenvoetbal is niet alleen maar hosanna, maar brengt ook veel kritiek en problematiek met zich mee. Goed voorbeeld van is de situatie rondom Sanne Pluim. Ladiessoccer.nl volgt het verhaal van de twintigjarige Pluim op de voet. De beheerders vinden de situatie belachelijk en steken hun mening niet onder stoelen of banken. De kop van één van de nieuwsberichten luidt dan ook als volgt: ‘Gezond verstand heeft gewonnen!’.

Kritisch zijn de beheerders van de site ook als in augustus Johan Derksen het vrouwenvoetbal neerhaalt in een RTL4 programma. Wanneer de site terugblikt op het programma - waarin Derksen over de Eredivisie Vrouwen zou praten – stellen zij het volgende vast:


Buiten het afkraken door Johan Derksen viel er helaas niets over het vrouwenvoetbal te zien of te beluisteren bij RTL 4. Johan Derksen houdt mogelijk niet van vrouwen, maar… hij is wel dol op zichzelf!
Als reactie op de kritiek laat een woordvoerder van RTL4 weten dat het programma over de Eredivisie Vrouwen verplaatst zal worden naar RTL7. Even later staat er een aankondiging op de site dat niet RTL7, maar RTL8 een uitzending voor de vrouwelijke eredivisie krijgt. In de volgende paragraaf zal dieper ingegaan worden op wat voor manier het vrouwenvoetbal aandacht krijgt op de Nederlandse televisie, en in welke mate.

Wat ladiessoccer.nl compleet maakt, is dat zij ook een bericht plaatsen wanneer er nieuws, gerelateerd aan vrouwenvoetbal, te vinden is in andere media. Een interview met de zes coaches in maandblad ELF en de aandacht van de openingswedstrijd in de VI worden groots medegedeeld. Aan het begin van de Eredivisie Vrouwen wordt trots bericht over een artikel in De Telegraaf: ‘De Telegraaf zet het vrouwenvoetbal vandaag op de voorpagina volop in de etalage! (…) Een betere reclame voor het vrouwenvoetbal met Louis van Gaal als middelpunt is niet denkbaar!’. Dat ladiessoccer.nl beseft dat de opkomst van het vrouwenvoetbal een strijd is, wordt duidelijk aan het commentaar onder het artikel: ‘Zulke berichten brengen licht in de duisternis, waar of niet?’.




Box 5: Onderzoek van de internetsite Ladiessoccer.nl

De beheerders van de site Ladiessoccer.nl proberen niet alleen nieuwsberichten uit andere media te plaatsten, ook zelf proberen zij een steentje bij te dragen aan de ontwikkeling van het vrouwenvoetbal in Nederland. Zo hebben zij een Willem II en Oranjespeelster – Dominique Vugts – weten te strikken om verslagen van wedstrijden te doen, foto’s te nemen en voetbalsters te interviewen.

Ladiessoccer.nl heeft ook zelf een significant onderzoek gedaan. Aan het begin van de Eredivisie Vrouwen, op 2 augustus 2007, hebben zij gepoogd erachter te komen in hoeverre het vrouwenvoetbal nou leeft binnen de deelnemende clubs. Ladiessoccer.nl beoordeelde de clubs als volgt:


AZ: Men gaf netjes antwoord op de vragen die gesteld werden. Op de AZ-site staat veel informatie, en staan de vrouwen al in de nieuwsbalk. Het oefenprogramma is allang rond en gepubliceerd. Een dikke voldoende: 7.

Willem II: Ook op hun site is veel informatie te vinden. Ook staan de vrouwen al vermeld in de bekende nieuwsbalk bovenaan de site. De open dag is volgende week zaterdag samen met de heren. De club scoort een voldoende: 7.

ADO Den Haag: Magertjes. Alleen nieuws over de 3 ADO speelsters die meededen bij Oranje. Telefonisch niet bereikbaar, en dat vlak voor hun Europese avontuur: 6.

Heerenveen: Geeft een leuk interview weg over Cynthia Beekhuis. De club stond ons netjes te woord, en gaf telefoon en emailadressen door van en over de betrokkenen inzake de vrouwafdeling: 6.

FC Twente: Zeer veel nieuws op de FC Twente-site! Deze club verkoopt zijn P.R. op een prima manier, een nadeel is het eigenheimerssyndroom waarvoor we een punt aftrekken, blijft over: 7,5.

FC Utrecht: Telefonisch wist niemand iets over de vrouwenafdeling. Na doorverbonden te zijn merkte de aangesprokene op: ‘Oh, heeft Utrecht dan een vrouwenafdeling?’. Op de site geen letter over de vrouwen te lezen, de beoordeling is eigenlijk niet in een cijfer weer te geven: 2.’
Het is een interessant onderzoekje van de beheerders van de site, immers, zo stellen zij: het einde is zoek als de deelnemende BVO’s hun taak binnen het vrouwenvoetbal niet serieus nemen.

Verder kan de site geroemd worden omdat de webmasters hoor en wederhoor plegen. De site mag dan wel amateuristisch ogen, de aanpak is professioneel. Zo wordt een bericht van het ANP geplaatst waarin vermeld wordt dat FC Volendam in het seizoen 2009 – 2010 ook deel uit wil gaan maken van de Eredivisie Vrouwen. De Noord-Hollandse club beweert een ‘bloeiende meisjesafdeling’ te hebben en verwacht een samenwerking met RKAV Volendam. Het commentaar van Ladiessoccer.nl is tekenend:


FC Volendam een bloeiende meisjesafdeling??? Wat leuk zeg, volgens ons hebben ze maar 1 team dat in de…… 5e klasse speelt! (www.ladiessoccer.nl).

Conclusie

De media spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling van het vrouwenvoetbal. Volledige acceptatie door de media kan de doorbraak van het vrouwenvoetbal tot gevolg hebben. In Nederland besteedt de journalistiek echter nog geen systematische aandacht aan de sport, in tegenstelling tot veel andere Europese landen. Dit heeft, naast het hier en daar nog steeds bestaande negatieve beeld in de maatschappij, tevens te maken met de (persoonlijke) voorkeur van de redacties en/of de journalisten: in de door mannen gedomineerde sportmedia heeft het vrouwenvoetbal nog geen prioriteit.

Kranten, tijdschriften en internetsites zijn belangrijke media. Alle dagbladen kennen een sportsectie. De berichtgeving in deze sportrubrieken over het vaderlandse vrouwenvoetbal is betrekkelijk gering. Ook in omvang is de aandacht beperkt. Aan het begin van de Eredivisie Vrouwen en vlak na de openingswedstrijd werd er wat aandacht aan de sport besteed, maar gedurende de rest van de competitie is er weinig relevant nieuws meer te vinden. Aan de gewonnen kampioenswedstrijd van AZ werd zelfs alleen maar in het AD en in De Telegraaf aandacht besteed. Ook bijvoorbeeld interviews en reportages die aan het vrouwenvoetbal gerelateerd zijn, komen niet vaak voor.

Op het internet bestaan er enkele websites betreffende vrouwenvoetbal, maar de meerderheid is onoverzichtelijk en incompleet. De site van de KNVB bericht vooral over het Nederlands Elftal en de teams uit de Eredivisie. De meest complete internetsite over het vrouwenvoetbal is de site ladiessoccer.nl. Hier wordt informatie bijgehouden over het Nederlandse vrouwenvoetbal, van de Eerste klasse tot en met de Eredivisie en Oranje. Door de plaatsing van ieder nieuwsbericht, of het nu een wedstrijdverslag, interview of een verwijzing naar andere media is, kan ladiessoccer.nl gezien worden als de belangrijkste internetsite voor geïnteresseerden in het vrouwenvoetbal.

De publieke interesse voor het vrouwenvoetbal loopt nog steeds achter op de groei van het aantal actieve deelnemers van de sport. Dit kan de maken hebben met de minieme aandacht op de televisie. De televisie is het belangrijkste sportmedium. In het volgende hoofdstuk wordt een analyse van de sportprogramma’s op de publieke en commerciële zenders van de Nederlandse televisie gegeven. Op die manier wordt nagegaan of de journalistieke belangstelling op de televisie sinds de start van de Eredivisie Vrouwen is toegenomen.


1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

  • 3.1. De aandacht voor vrouwenvoetbal in de buitenlandse media
  • 3.2. De aandacht voor vrouwenvoetbal vanuit een kwantitatieve invalshoek bekeken
  • Conclusie

  • Dovnload 0.74 Mb.