Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


2° zondag door het jaar – a wat gedachten bij het evangelie Johannes 1, 29-34 opgeschreven tijdens de viering in de gevangenis van Brugge op zondag 15 januari 2016

Dovnload 14.63 Kb.

2° zondag door het jaar – a wat gedachten bij het evangelie Johannes 1, 29-34 opgeschreven tijdens de viering in de gevangenis van Brugge op zondag 15 januari 2016



Datum21.09.2017
Grootte14.63 Kb.

Dovnload 14.63 Kb.

2° ZONDAG DOOR HET JAAR – A

Wat gedachten bij het evangelie - Johannes 1, 29-34

opgeschreven tijdens de viering in de gevangenis van Brugge

op zondag 15 januari 2016

  • Jezus komt uit de woestijn. Dat is op vandaag: de JUNGLE van deze wereld. En daar heeft hij als jonge gast gehoord en gezien wat de geldende wet is in die woestenij/jungle van deze samenleving. Daar heerst maar één wet: de wet van de sterkste. ‘Homo homini lupus’, de ene mens een wolf voor de andere…

  • Hij heeft er ook de ‘wolven in schapenvacht’ leren kennen – en dat zijn nog de gevaarlijkste, want ze houden zich schuil binnen de kudde, en je kent en herkent ze niet…

  • Na veel nadenken en observeren van de heersende feiten (zien – oordelen – handelen!), na veel ‘bidden’ dus, en na intense confrontatie van die feiten met het bijbelse visioen dat hij als twaalfjarige bar-mitshwa-jongen in de tempel van Jeruzalem voor het eerst had leren kennen, en dat hem sindsdien niet meer had losgelaten, heeft hij in die woestijnperiode, in zijn ‘roepingsretraite’ (in de Schriften is de woestijn ook altijd een leerschool in leven en leren samen-leven) nu zijn keuze definitief gemaakt (zijn roeping gevonden, zeggen wij).

  • De Geest is over hem gekomen, zegt het evangelie. Hij heeft horen vertellen over Johannes de Doper, is misschien een hele tijd bij hem in de leerschool geweest, heeft daar het ambt en de rol van een ‘Profeet’ leren kennen – dat heeft hem voorgoed weggehaald van het ‘priesterlijke’ van de religiebeleving die in de tempel van Jeruzalem werd beoefend en gepropageerd – en nu gaat hij midden in de realiteit staan van alledag, midden tussen de ‘gewone’ mensen, aanschuivend achteraan in de lange rij, in de file van hen die zich wilden omkeren en bekeren…

  • Waar gaat die keuze over die hij moest maken – die wij met zijn allen en telkens weer moeten maken, willen wij onszelf als gedoopten en geroepenen in zijn Geest beschouwen? Wat houdt die roeping in?

  • Om dit duidelijk te maken, een kleine variant op een oud verhaal dat je misschien kent – het oorspronkelijke verhaal gaat over twee wolven – van die tweede (‘goede’) wolf heb ik van vandaag maar eventjes voor het gemak van de betere uitleg een ‘lam’ gemaakt…

GOED EN KWAAD IN GEVECHT MET ELKAAR…

Er was eens een oude indiaan die zijn kleinzoon wilde binnenleiden in het leven. ‘In onze ziel is een hevige strijd gaande’, zei hij tegen zijn kleinkind. ‘Een wolf en een lam zijn er verwikkeld in een fel gevecht. De wolf is het kwaad - hij bestaat uit verdriet,  woede, jaloezie, schuld en vooral blinde angst. Het lam daarentegen is de goedheid zelf - het is vrede, mededogen, liefde, hoop en geloof. De strijd tussen die twee woedt een leven lang in ieder mens. Ook in jou!’ De kleinzoon dacht hierover na en vroeg toen: ‘En wie van die twee zal het winnen?’ De oude indiaan antwoordde: ‘Winnen zal degene... die je te eten geeft!’ Het leven is een strijd tussen goed en kwaad. Degene die wij voeden, wint.

  • Dat is de vraag die vanuit het evangelie van vandaag op ons afkomt, zomaar bij het begin van een nieuw jaar: Wie haalt het in mij: de ‘wolf’ of het ‘lam (Gods)’? Het antwoord is simpel en duidelijk: het hangt er van af wie je te eten geeft…

  • Wie wil ik zijn? Hoe wil ik in het leven en in het samenleven staan? Wie voed ik, wie laat ik door mijn omgeving, door de media, door de feiten die om mij heen gebeuren…groeien en sterker worden? Bij welke ‘voedselbank’ schuif ik aan, in welk ‘grootwarenhuis’ sla ik de voorraad op en het proviand om verder te gaan op mijn levenslange tocht naar menswording en heel-making? (Straks slaan we hier zoals elke zondag wat van die proviand op: een ‘beetje’ gezegend en gebroken brood, een scheutje wijn van vriendschap en verbondenheid…)

  • Het evangelie van vandaag, over het doopsel van Jezus in de Jordaan, laat ons horen dat die Man van Nazareth voorgoed besloten heeft om vanaf nu enkel het ‘lam’ in zich en om hem heen te laten voeden – ja om te proberen zelf zo’n ‘Lam Gods’ te worden en te zijn…

  • En op het moment dat hij gedoopt wordt daalt er een duif op hem neer – geen havik, geen aasgier, geen roofvogel of lijkenpikker – maar een duif: het zachtste van alle dieren…

Duif

Het had geonweerd en de straat was nat,
het asfalt lag als water aan de oever
van het trottoir, waar plechtig trad
een duif en koerde als een kind, maar droever.

De hemel boven 't park werd licht,


de bomen stonden groen, afzonderlijk
en ieder leek een bos, zo bol zo wonderlijk
en in zichzelf gekeerd, prevelend opgericht.

Ik liep te kijken in de korte stille straat


en zag de duif, de kleur van onweer op zijn vleugels
en poten roze als de dageraad.


  • Tussen haakjes: van de dieren kunnen we het dus leren, hoe we ons kunnen handhaven in die ‘beestenboel’, die woestijn, die jungle die de werkelijkheid meestal is. Lang geleden beschreef de profeet Jesaja de Messias, de persoon naar wie het joodse volk reikhalzend uitkeek, en hij gaf ons daarbij het visioen mee van de wolf en het lam die in vrede bij elkaar zouden wonen:

Zoals uit de stronk van een omgehakte boom
een scheut groeit,
zo zal uit de oude familie van koning David
een nieuwe koning komen.
Hij zal leven brengen waar er 'dood' is.
God zal met hem zijn.
Hij zal wijs zijn en verstandig.
Hij zal aanmoedigen en hulp bieden.
Hij zal vol eerbied voor God zijn.
Hij zal rechtvaardig zijn.
Hij zal de mensen niet beoordelen naar hun buitenkant
en ook niet naar 'horen zeggen'
Hij zal aan de minsten hun recht geven
en wie arm is zal een eerlijk oordeel krijgen.


Als die koning komt,
zal er vrede zijn.
De wolf en het lam zullen samen wonen,
De panter zal naast het geitje liggen,
Het kalf en het welpje van de leeuw
zullen samen in de wei staan:
een kind zal ervoor kunnen zorgen.
De koe en de beer zullen vrienden zijn,
hun jongen zullen bijeen liggen.
De leeuw zal hooi eten met de koe,
de baby zal spelen bij het hol van de adder,
het kind zal zijn hand steken in het nest van de slang.


Niemand zal nog ruzie maken,
niemand zal nog kwaad doen.
Want zoals het water de bodem van de zee bedekt,
zo zal God een plaats hebben
in het hart van iedere mens. (Jesaja 11, 1-9)



  • Zo spreekt Jesaja over de vrede die de Messias zal komen brengen. Het gaat om vrede tussen alle soorten mensen en volkeren: mensen met de meest verschillende karakters en opvattingen, uit de meest verschillende culturen en levensbeschouwingen. Mensen en volkeren die in vrede naast en met elkaar leven als ze zich laten besturen door die nieuwe koning. Dat zijn profetische woorden die we ons misschien nog herinneren uit de advent. Toen ging het om de verwachting van het Kerstekind. In het evangelie van vandaag is dat Kind ondertussen groot geworden, volwassen en dus ver-antwoord-elijk gemaakt.

  • Roeping is: dat je kiest voor het ‘lam’ en niet voor de wolf – in jou en om je heen. Dat je de duif op jouw hoofd laat neerdalen en niet de roofvogel of lijkenpikker, om daar zijn nest te maken in je gedachten en je dromen, in je verlangens en in dat wat jou drijft (je ‘driften’ zeggen we dan).

  • Je laten dopen door de profeet, gedoopt willen worden is dan: leren kiezen aan welke kant je gaat staan – de kant van de wolven of de kant van het lam. Waaraan je wil mee-werken: aan de jungle of aan het Rijk Gods.

  • Dat betekent ook: dat je bereid bent om gewoon achteraan in de rij te gaan staan bij Johannes de Doper. Dat je in die ‘wacht-rij’ wilt gaan staan, die file van de gewone mensen. Dat je daarenboven ook nog bereid bent om af te dalen in het water van de Jordaan (dat is letterlijk: de ‘Afdaler’). Dat je je wilt laten onderdompelen in de stroom van het alledaagse leven. Dat je bereid bent om kleiner te worden – niet alsmaar groter te willen zijn. Dat je van het water wilt leren wat het is: ‘(Lijdende) Dienaar van de mensen’ te zijn. Het water is nederig, zei de Poverello Franciscus ooit. Want het zoekt altijd de laagste plaats op…

  • Franciscus heeft “zuster water” dan ook tot symbool gemaakt van de nederigheid en noemt haar “nuttig, nederig, kostbaar en kuis”. Inderdaad, water verheft zich nooit, stijgt nooit op, maar daalt neer, altijd, tot het zijn laagste punt bereikt. Stoom stijgt en daarom is zij het traditionele symbool van hoogmoed en ijdelheid; water daalt neer en is dus symbool van nederigheid.

Geert Dedecker


  • De wolf en het lam zullen samen wonen

  • Dovnload 14.63 Kb.