Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


2482e zitting van de Raad externe betrekkingen brussel, 27 januari 2003

Dovnload 91.82 Kb.

2482e zitting van de Raad externe betrekkingen brussel, 27 januari 2003



Datum08.12.2018
Grootte91.82 Kb.

Dovnload 91.82 Kb.

27.I.2003

C/03/8

Brussel, 27 januari 2003


5396/02 (Presse 8)


2482e zitting van de Raad
- EXTERNE BETREKKINGEN -
Brussel, 27 januari 2003

Voorzitter:


de heer Giorgos PAPANDREOU,
Minister van Buitenlandse Zaken van de Helleense Republiek


INHOUD 1
DEELNEMERS 4

BESPROKEN PUNTEN

WESTELIJKE BALKAN - Conclusies van de Raad 5

EUROPESE VEILIGHEIDS- EN DEFENSIEBELEID 7

– Operatie in de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië 7

– Politiemissie van de Europese Unie in Bosnië en Herzegovina (EUPM) - Conclusies van de Raad 8

Betrekkingen EU-Afrika 9

Zimbabwe 9

Centraal-Afrika - Conclusies van de Raad 10

IVOORKUST - Verklaring van de Raad 11

Conflictpreventie - Conclusies van de Raad 12

Midden-Oosten (met inbegrip van irak) 13

Noord-Korea 15

EG-benadering van de landbouwonderhandelingen in het kader van de ontwikkelingsagenda van Doha 15

Diversen 15



– Betrekkingen EU-OVSE 15
ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN

Externe betrekkingen

  • Betrekkingen met Rusland I

  • Betrekkingen met Oekraïne I

  • Betrekkingen met het Middellandse-Zeegebied - uitvoering van de gemeenschappelijke strategie II

  • Angola II

  • Somalië II

  • Producten en technologie voor tweeërlei gebruik II

EVDB

  • Financiering van operaties die gevolgen hebben op militair of defensiegebied III

ONTWIKKELING

  • Bestrijding van plattelandsarmoede – Conclusies van de Raad III

HANDEL

  • Antidumpingmaatregelen IV

  • Elektroplaten met georiënteerde korrel uit Rusland IV

JUSTITIE EN BINNENLANDSE ZAKEN

  • Asiel V

  • Toegang tot de rechter bij grensoverschrijdende geschillen V

  • Bescherming van het milieu door middel van het strafrecht VI

INTERNE MARKT

  • Slovenië - Overeenstemmingsbeoordeling van industrieproducten VI


DEELNEMERS
De regeringen van de lidstaten en de Europese Commissie waren als volgt vertegenwoordigd:

België:




de heer Louis MICHEL

vice-eerste-minister en minister van Buitenlandse Zaken

mevrouw Annemie NEYTS

minister, toegevoegd aan de minister van Buitenlandse Zaken

Denemarken:




de heer Per Stig MØLLER

minister van Buitenlandse Zaken

de heer Friis Arne PETERSEN

staatssecretaris van Buitenlandse Zaken

Duitsland:




de heer Joschka FISCHER

minister van Buitenlandse Zaken en plaatsvervanger van de bondskanselier

de heer Hans Martin BURY

staatsminister van Buitenlandse Zaken

Griekenland:




de heer Giorgos PAPANDREOU

minister van Buitenlandse Zaken

de heer Anastasios GIANNITSIS

onderminister van Buitenlandse Zaken

Spanje:




mevrouw Ana PALACIO VALLELERSUNDI

minister van Buitenlandse Zaken

Frankrijk:




de heer Dominique de VILLEPIN

minister van Buitenlandse Zaken

Ierland:




de heer Brian COWEN

minister van Buitenlandse Zaken

Italië:




de heer Franco FRATTINI

minister van Buitenlandse Zaken

Luxemburg:




mevrouw Lydie POLFER

minister van Buitenlandse Zaken en van Buitenlandse Handel

Nederland:




de heer Jaap de HOOP SCHEFFER

minister van Buitenlandse Zaken

Oostenrijk:




mevrouw Benita FERRERO-WALDNER

minister van Buitenlandse Zaken

Portugal:




de heer António MARTINS da CRUZ

minister van Buitenlandse Zaken en van de Portugese Gemeenschappen

de heer Carlos COSTA NEVES

staatssecretaris van Europese Zaken

Finland:




de heer Erkki TUOMIOJA

minister van Buitenlandse Zaken

Zweden:




mevrouw Anna LINDH

minister van Buitenlandse Zaken

Verenigd Koninkrijk:




de heer Jack STRAW

minister van Buitenlandse Zaken en Gemenebestzaken

* * *

Commissie:




de heer Franz FISCHLER

lid

de heer Christopher PATTEN

lid

de heer Pascal LAMY

lid

* * *

Secretariaat-generaal van de Raad:




de heer Javier SOLANA

secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger voor het GBVB


BESPROKEN PUNTEN
WESTELIJKE BALKAN - Conclusies van de Raad
De Raad hoorde een toelichting van de voorzitter en de hoge vertegenwoordiger over hun recente bezoek aan de Westelijke Balkan, en naar een presentatie van Commissielid Patten, die nader inging op de ontwikkelingen in verband met het SAP (stabilisatie- en associatieproces). De delegaties toonden zich ingenomen met het beleidsdocument voor de Westelijke Balkan dat het voorzitterschap met het oog op de Top EU-Westelijke Balkan in juni in Thessaloniki heeft opgesteld. Na de bespreking van dit document heeft Raad de volgende conclusies aangenomen:
"FEDERALE REPUBLIEK JOEGOSLAVIË (FRJ)
De Raad toonde zich ingenomen met de recente vorderingen inzake het constitutioneel handvest en de uitvoeringswet van Servië en Montenegro en drong aan op de spoedige parlementaire goedkeuring en de onverkorte toepassing ervan. De Raad riep op tot snelle afronding van de actieplannen met betrekking tot de interne markt, handel en douane, die verdere toenadering tot de EU mogelijk zal maken.
BOSNIË EN HERZEGOVINA
De Raad toonde zich ingenomen met de vorming van de regering op het niveau van de staat en van de Republika Srpska, en kijkt uit naar de spoedige vorming van de regering van de Federatie.
De Raad spoorde de autoriteiten van BiH ertoe aan de voor de voortgang van het stabilisatie- en associatieproces (SAP) vereiste hervormingen, met inbegrip van de instelling van één douane- en BTW-regeling op staatsniveau, snel door te voeren.
SAMENWERKING MET HET INTERNATIONAAL OORLOGSTRIBUNAAL VOOR HET VOORMALIGE JOEGOSLAVIË (ICTY)
De Raad sprak er zijn voldoening over uit dat de voormalige president van Servië Milan Milutinovic voor het ICTY zal verschijnen. Hij nam er evenwel met bezorgdheid nota van dat de FRJ nog onvoldoende samenwerkt met het ICTY.
De Raad herhaalde dat alle landen en partijen in de regio ten volle moeten samenwerken met het ICTY, onder andere door de snelle overdracht van alle van oorlogsmisdaden beschuldigde personen die nog op hun grondgebied verblijven. De Raad herinnerde eraan dat eerbiediging van het internationale recht een essentieel aspect van het SAP is en herhaalde dat verdere toenadering tot de EU bij gebrek aan volledige samenwerking met het ICTY ernstig in het gedrang zou komen."
EUROPESE VEILIGHEIDS- EN DEFENSIEBELEID


          1. Operatie in de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië

"In antwoord op de brief van president Trajkovski, waarin deze de EU verzoekt de op Resolutie 1371 van VN-Veiligheidsraad gebaseerde operatie in de FYROM over te nemen, en in het licht van de conclusies van de Europese Raad van Kopenhagen, heeft de Raad een gemeenschappelijk optreden aangenomen, opdat de missie spoedig kan worden overgenomen op basis van de met de NAVO gemaakte afspraken. Met dit doel voor ogen heeft de EU zich intensiever toegelegd op de planning en de voorbereiding, in overleg met de autoriteiten van de FYROM en de NAVO.


Door de missie over te nemen onderstreept de EU haar toezegging zich in te zullen zetten voor een stabiele en veilige FYROM, die de kaderovereenkomst volledig wil uitvoeren en die in de context van het stabilisatie-en associatieproces vastbesloten is vooruitgang te boeken op weg naar Europese integratie."
In het gemeenschappelijk optreden is bepaald dat de Unie, op basis van afspraken met de NAVO en onder voorbehoud van een nader besluit door de Raad, op verzoek van de regering van de FYROM een militaire operatie van de EU zal uitvoeren in de Voormalige Joegosla­vische Republiek Macedonië, teneinde het vervolg op de NAVO-operatie "Allied Harmony" te verzekeren. De operatie wordt uitgevoerd met gebruikmaking van NAVO-middelen en ‑vermogens, op de met de NAVO overeengekomen basis. De Raad benoemt een operationeel commandant van de EU. De NAVO zal verzocht worden ermee in te stemmen dat admiraal R. FEIST (Duitsland), plaatsvervangend geallieerd opperbevelhebber Europa (DSACEUR), wordt benoemd tot EU-operationeel commandant van de EU, en dat het operationele hoofd­kwartier van de EU wordt gevestigd in het hoofdkwartier van de geallieerde opperbevel­hebber in Europa (SHAPE).
De Raad heeft voorts zonder debat een besluit aangenomen betreffende de instelling van een opera­tioneel financieringsmechanisme met het oog op de financiering van de gemeenschappelijke kosten van de EU-operatie in de FYROM. Krachtens het Verdrag betreffende de Europese Unie komen beleidsuitgaven die voortvloeien uit besluiten over operaties die gevolgen hebben op militair of defensiegebied ten laste van de lidstaten. Het ingestelde mechanisme moet het gemeenschappelijk te financieren gedeelte van de beleidsuitgaven dekken. Het resterende gedeelte van die uitgaven blijft voor rekening van elke deelnemende staat afzonderlijk.



          1. Politiemissie van de Europese Unie in Bosnië en Herzegovina (EUPM) - Conclusies van de Raad

"De Raad gaf uiting aan zijn tevredenheid over de succesvolle start op 1 januari 2003 van de Politiemissie van de Europese Unie in Bosnië en Herzegovina (EUPM), de eerste operatie uit hoofde van het Europees Veiligheids- en Defensiebeleid (EVDB). De EUPM, die de opvolger is van de Internationale Politiemacht van de VN, is nu volledig ingezet in heel Bosnië en Herzegovina. Ter gelegenheid van de officiële inhuldiging van de EUPM op 15 januari 2003 felici­teerde de Raad de 500 politiemannen en ‑vrouwen uit 33 landen die deelnemen aan deze door de EU geleide missie. Hij wees met name op de reeds bestaande nauwe samenwerking tussen de EUPM en de internationale organisaties in Bosnië en Herzegovina, in het bijzonder het OHR waar­van de hoge vertegenwoordiger tevens de speciale vertegenwoordiger van de EU is.


De Raad was ermee ingenomen dat de nieuwe regering van Bosnië en Herzegovina publiekelijk heeft toegezegd met de EUPM samen te werken teneinde te komen tot een duurzame politie­structuur onder gezag van Bosnië en Herzegovina die aan de hoogste Europese en internationale normen voldoet. De Raad benadrukte dat de totstandbrenging van de rechtsstaat een noodzakelijke voorwaarde is voor de verdere toenadering van Bosnië en Herzegovina tot Europa."

Betrekkingen EU-Afrika
Tijdens de lunch hebben de ministers de betrekkingen tussen de EU en Afrika besproken in de con­text van de voorbereiding van de tweede Top EU-Afrika, die op 5 april plaatsvindt in Lissabon.

Zimbabwe
Tijdens de lunch bespraken de ministers de situatie in Zimbabwe en de verlenging van de gerichte sancties (inclusief een reisverbod) tegen de Zimbabwaanse autoriteiten, die op 18 februari 2003 verstrijken. In die context werd ook de kwestie van de uitzonderingen op het reis­verbod aangesneden, meer bepaald in verband met de mededeling die Frankrijk zijn partners met het oog op de Frans-Afrikaanse Top van 20 en 21 februari in Parijs heeft toegestuurd.
De ministers hebben het Comité van permanente vertegenwoordigers opdracht gegeven de bespre­king van het ontwerp van gemeenschappelijk standpunt houden de verlenging van de gerichte sanc­ties voortvarend aan te pakken, en daarbij bijzondere aandacht te besteden aan de procedure voor het toekennen van uitzonderingen op de sanctieregeling.
De bestaande maatregelen voorzien in een embargo op de verkoop, de levering of de over­dracht van wapentuig en het verstrekken van technisch advies, opleiding of bijstand in verband met militaire activiteiten, en in een embargo op de verkoop of levering van uitrusting die voor binnenlandse repressie kan worden gebruikt; voorts is een reisverbod ingesteld en zijn de tegoeden, financiële vermogensbestanddelen en economische middelen van bepaalde leden van de regering van Zimbabwe en van personen die een bijzondere verantwoor­delijkheid dragen voor de geconstateerde gewelddaden bevroren.

Centraal-Afrika - Conclusies van de Raad
De Raad luisterde naar een toelichting van de Belgische minister, die onlangs een bezoek heeft gebracht aan Centraal-Afrika, en naar een presentatie van de heer Ajello, speciaal vertegenwoor­diger van de EU, over de overeenkomst van Pretoria. Aansluitend op de bespreking nam de Raad de volgende conclusies aan:
"De Raad verklaart dat er, wil men de vrede en de stabiliteit in Congo herstellen, geen alternatief bestaat voor de algemene en alomvattende overeenkomst inzake de overgang in de Democratische Republiek Congo die op 17 december 2002 in Pretoria is ondertekend. Hij verzoekt alle partijen met aandrang de onderhandelingen over de nog op te lossen vraagstukken te goeder trouw af te ronden en zo spoedig mogelijk de overgangsinstellingen tot stand te brengen. Daartoe moet er onverwijld een draaiboek worden opgesteld met een precieze agenda en duidelijke termijnen.
De Raad is ingenomen met het besluit van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties om het mandaat van de speciale vertegenwoordiger, de heer Niasse, te verlengen en verzekert hem van zijn volledige steun. Tevens wijst hij er nogmaals op dat hij volledig achter de MONUC staat.
De Raad doet een oproep om onmiddellijk een einde te maken aan het gewapende conflict en het geweld. Hij veroordeelt ten stelligste de wreedheden die recent zijn begaan in het oosten van het land, met name in de Ituri-regio. Zij die hiervoor verantwoordelijk zijn moeten voor de rechter worden gebracht.
De Raad zal het vredesproces in Congo van nabij volgen en verklaart zich bereid de overgang te begeleiden naar vrije en transparante verkiezingen binnen de in de overeenkomst van Pretoria afge­sproken termijnen. Hij verzoekt de speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie, de heer Ajello, het Politiek en Veiligheidscomité op gezette tijden te informeren over de ontwikkeling van de situatie, en concrete maatregelen voor te stellen om de overgang te begeleiden. In dit verband herhaalt de Raad dat hij bereid is, zodra de overgangsinstellingen opgericht zijn, de overgang te steunen door middel van projecten van de Europese Unie en van haar lidstaten, die onder andere zijn gericht op hulp aan de bevolking, versterking van de staatsstructuren, economische heropbouw van het land en DDRRR-projecten, projecten inzake ontwapening, demobilisatie, reïntegratie, repa­triëring en hervestiging)."

IVOORKUST - Verklaring van de Raad
Tijdens de lunch stelde de Franse minister zijn collega's op de hoogte van de situatie in Ivoorkust nadat de politieke krachten een akkoord hebben bereikt. De Raad nam de volgende conclusies aan:
"De Europese Unie is zeer verheugd over het akkoord dat de vertegenwoordigende politieke krach­ten van Ivoorkust op 24 januari hebben bereikt aan het slot van de Rondetafelbijeenkomst die van 15 tot en met 23 januari op uitnodiging van de president van de Franse Republiek te Linas‑Marcoussis is gehouden.
De Europese Unie spoort de Ivoriaanse partijen aan de geest van eendracht en nationale eenheid te bewaren die zij op 24 januari hebben uitgedragen en het akkoord dat zij hebben ondertekend te goeder trouw en in alle aspecten uit te voeren.
De Europese Unie is verheugd over het feit dat dit akkoord de steun heeft gekregen van de confe­rentie over Ivoorkust die op 25 en 26 januari te Parijs heeft plaatsgevonden, waar staatshoofden onder voorzitterschap van de president van de Franse Republiek, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties en de voorzitter van de Afrikaanse Unie de Ivoriaanse kwestie bespraken. De Europese Unie roept op tot volledige uitvoering van de regionale vertrouwenwekkende maatregelen in het kader van de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten.
De Europese Unie, wier aanwezigheid in het toezichtcomité naast met name de Verenigde Naties, de Afrikaanse Unie en de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten door de Ivoriaanse Ronde Tafel wenselijk werd geacht, is bereid in dit verband verantwoordelijkheid op zich te nemen. Met de gehele internationale gemeenschap zal zij erop toezien dat het akkoord van 24 januari volledig wordt toegepast.
De Europese Unie zal de uitvoering van het akkoord van Linas-Marcoussis vastberaden steunen met de passende instrumenten die zij tot haar beschikking heeft."

Conflictpreventie - Conclusies van de Raad
"De Raad heeft tijdens zijn continue werkzaamheden met het oog op de uitvoering van het door de Europese Raad in Göteborg bekrachtigde EU-programma voor de preventie van gewelddadige con­flicten, de inventaris opgemaakt van de uitdagingen die in het verschiet liggen.
De Raad droeg het Politiek en Veiligheidscomité op de situaties die de komende maanden bijzon­dere aandacht zouden kunnen vergen, van nabij te volgen en aanbevelingen voor eventuele versterkte actie van de EU te doen. De bevoegde vroegtijdige waarschuwingsorganen van het Raadssecretariaat en de Commissie zullen het PVC in deze taak blijven bijstaan.
De Raad benadrukte dat de lidstaten hun vroegtijdige waarschuwingsrol dienen te spelen door het doorspelen van de noodzakelijke informatie naar de bevoegde organen van het Raadssecretariaat."

Midden-Oosten
Na afloop van het ministeriële overleg legde het voorzitterschap de volgende verklaring af:
"De EU-lidstaten hebben een uitvoerige bespreking gevoerd over het vredesproces in het Midden-Oosten, in het licht van de verslechterende situatie ter plaatse en de komende verkiezingen in Israël. Er heerst grote bezorgdheid over de grootscheepse militaire operaties van Israël in de Gazastrook gisteren, die helaas een groot aantal slachtoffers hebben gemaakt. Er moet een einde komen aan de terreur en het geweld. Beklemtoond werd dat het Israëlisch-Palestijnse conflict alleen kan worden opgelost als beide partijen het vredesproces op gang houden en de inzet van het Kwartet op dit gebied steunen. De EU-lidstaten blijven het standpunt steunen dat het draaiboek dat door alle vier partijen van het Kwartet is goedgekeurd, spoedig moet worden uitgevoerd. Ook de Palestijnse hervormingen moeten, aansluitend op de bijeenkomst in Londen, worden versneld, onder meer door spoedig een bijeenkomst te organiseren van de task force voor hervormingen van het Kwartet. Het verheugt de EU-lidstaten dat Egypte zich inzet om vooruitgang te boeken inzake veiligheidsvraagstukken en een duurzaam bestand te bereiken. Het voorzitterschap is voornemens begin februari een bezoek te brengen aan de regio."
De ministers wijdden ook een bespreking aan Irak. De Raad nam de volgende conclusies aan over Irak:
"De Raad, die ernstig bezorgd is over de situatie in Irak, bevestigt nogmaals dat hij ernaar blijft streven dat Irak daadwerkelijk en volledig afstand doet van zijn massavernietigingswapens. De Raad steunt ten volle de inspanningen van de VN om te waarborgen dat Irak zich volledig en onmiddellijk houdt aan de desbetreffende resoluties van de Veiligheidsraad, met name UNSCR 1441 van 8 november 2002. Deze resolutie geeft klaar en duidelijk weer dat de regering van Irak een laatste kans heeft om de crisis vreedzaam op te lossen.
De Raad doet daarom een dringend beroep op de Iraakse autoriteiten om volledig en actief samen te werken met UNMOVIC en het IAEA. Het is voor de Iraakse autoriteiten een absolute noodzaak om de inspecteurs onverwijld alle bijkomende, volledige informatie te verschaffen over vraagstukken die de internationale gemeenschap aan de orde heeft gesteld. De Raad spreekt zijn waardering uit voor het werk dat de inspecteurs tot op heden hebben verricht en geeft opnieuw uiting aan zijn vertrouwen in en volledige steun voor Dr. Blix en Dr. El Baradei bij de uitvoering van hun missie over­eenkomstig UNSCR 1441. De Raad is verheugd dat zij voornemens zijn hun werkzaamheden voort te zetten en te intensiveren.

De Raad memoreert dat hij bereid is alle noodzakelijke inspanningen te doen om in te spelen op de behoeften van UNMOVIC en de IAEA aan personele en praktische middelen.


De Raad onderstreept dat het van fundamenteel belang is de proliferatie van massavernietings­wapens te voorkomen overeenkomstig de desbetreffende internationale instru­menten. Bij dit streven heeft de Veiligheidsraad een sleutelrol te spelen.
De Raad bevestigt opnieuw de rol van de VN-Veiligheidsraad bij de uitvoering van UNSCR 1441. De verantwoordelijkheid van deze Raad bij het handhaven van de internationale vrede en veiligheid moet worden gerespecteerd.".

Noord-Korea
De Raad verwelkomde de geplande bijeenkomst tussen de permanente leden van de Veiligheids­raad, enerzijds, en de EU, Japan en de beide Korea's, anderzijds. De Raad is overeengekomen een EU-missie op hoog niveau naar Pyongyang te sturen, mits de missie op het hoogste niveau wordt ontvangen en er voortdurend een nauwe coördinatie blijft bestaan met de VS en de overige hoofdpartners in de missie.
De voorbereidingen voor een dergelijke missie zullen worden getroffen door het voorzitterschap en de hoge vertegenwoordiger.

EG-benadering van de landbouwonderhandelingen in het kader van de ontwikkelingsagenda van Doha
Na een uitvoerige gedachtewisseling zegde de Raad zijn steun toe aan het voorstel van de Commissie over de manier waarop de landbouwonderhandelingen in de WTO kunnen worden gevoerd. De Commissie kan nu in Genève het standpunt van de EG presenteren en op basis hiervan de onderhandelingen voortzetten.
Diversen


          1. Betrekkingen EU-OVSE

Op verzoek van Nederland, dat voorzitter van de OVSE is geworden, wisselden de ministers tijdens de lunch van gedachten over de betrekkingen tussen de EU en de OVSE.



ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN

Externe betrekkingen

Betrekkingen met Rusland
De Raad nam nota van het werkplan van het voorzitterschap voor de uitvoering van de gemeen­schappelijke strategie van de EU ten aanzien van Rusland.
Het voorzitterschap stelt voor de eerste helft van 2003 voor het werkplan de volgende specifieke prioriteiten voor:
- consolidering van de democratie, de rechtsstaat en de overheidsinstellingen in Rusland;

- integratie van Rusland in een gemeenschappelijke Europese economische en sociale ruimte;

- samenwerking om de stabiliteit en de veiligheid in Europa en daarbuiten te versterken;

- aanpak van de gemeenschappelijke uitdagingen op het Europese continent.



Betrekkingen met Oekraïne
De Raad nam nota van het werkplan van het voorzitterschap voor de uitvoering van de gemeen­schappelijke strategie van de EU ten aanzien van Oekraïne.
Conform de gemeenschappelijke strategie stelt elk voorzitterschap een werkplan voor met specifieke prioriteiten voor de uitvoering van de gemeenschappelijke strategie. Voor de eerste helft van 2003 stelt het Griekse voorzitterschap de volgende prioriteiten voor:
- consolidering van de democratie, de rechtsstaat en de overheidsinstellingen in Oekraïne;

- steun voor de versterkte samenwerking tussen de EU en Oekraïne in de context van de uit­breiding van de EU;

- steun voor het economische overgangsproces in Oekraïne, met inbegrip van de integratie van Oekraïne in de Europese en de wereldeconomie;

- samenwerking om de stabiliteit en de veiligheid in Europa te versterken;

- samenwerking op het gebied van milieu, energie en nucleaire veiligheid;

- samenwerking op het gebied van justitie en binnenlandse zaken.



Betrekkingen met het Middellandse-Zeegebied - uitvoering van de gemeenschappelijke strategie
De Raad nam nota van de prioriteiten die het voorzitterschap voor de uitvoering van de gemeen­schappelijke strategie van de EU voor het Middellandse-Zeegebied van juni 2000 heeft voorgesteld onder de drie hoofdstukken politiek en veiligheid, economische en financiële aspecten, en sociale, culturele en menselijke aspecten. Het Griekse voorzitterschap wil met name vooruitgang boeken in het proces van Barcelona door uit te gaan van het universaliteitsbeginsel en door het gevoel van wederzijdse betrokkenheid bij het Europees-mediterrane partnerschap te versterken. Voorts wil het voorzitterschap bijzondere voorrang geven aan de uitvoering van het actieplan van Valencia dat tijdens de vijfde Europees-mediterrane conferentie van 22 en 23 april 2002 in Valencia is aange­nomen.

Angola
De Raad heeft een verordening aangenomen tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1705/98 inzake de onderbreking van bepaalde economische betrekkingen met Angola in verband met de activiteiten van UNITA (doc. 5273/03). Dit besluit, dat noodzakelijk is vanwege de bestaande bevoegdheid van de Gemeenschap op dit gebied, vloeit voort uit Gemeenschappelijk Standpunt 2002/991/GBVB van 19 december 2002 tot intrekking van de beperkende maatregelen tegen de UNITA en van diverse gemeenschappelijke standpunten betreffende sancties tegen Angola.
Somalië
De Raad heeft een verordening aangenomen betreffende een aantal beperkende maatregelen ten aanzien van Somalië (doc. 15464/02). Dit besluit, dat noodzakelijk is vanwege de bestaande bevoegdheid van de Gemeenschap op dit gebied, vloeit voort uit Gemeenschappelijk Standpunt 2002/960/GBVB van 10 december 2002 betreffende beperkende maatregelen tegen Somalië. Deze verordening verbiedt het direct of indirect financieren van de verkoop van wapentuig en van het verstrekken van advies, steun of opleiding voor militaire activiteiten aan personen, entiteiten of lichamen in Somalië.
Producten en technologie voor tweeërlei gebruik
De Raad heeft een verordening aangenomen tot wijziging en bijwerking van Verordening (EG) nr. 1334/2000 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer van producten en technologie voor tweeërlei gebruik. Krachtens laatstgenoemde verordening wordt een inter­nationaal overeengekomen vergunningsregeling voor goederen voor tweeërlei gebruik toegepast (waaronder de Regeling van Wassenaar, de Missile Technology Control Regime, de Groep van Nucleaire Exportlanden, de Australiëgroep en het Verdrag inzake chemische wapens) en dienen producten voor tweeërlei gebruik (inclusief software en technologie) bij uitvoer uit de Gemeen­schap aan doeltreffende controle te worden onderworpen.
De nieuwe verordening bevat een bijgewerkte en geconsolideerde versie van de bijlagen, in het bijzonder van bijlage I, II en IV, zulks teneinde de wijzigingen die door de Regeling van Wassenaar, de Australiëgroep en de Missile Technology Control Regime in de jaren 2001 en 2002 zijn vastgesteld, te kunnen opnemen.

EVDB
Financiering van operaties die gevolgen hebben op militair of defensiegebied
De Raad heeft zijn goedkeuring gehecht aan een document over de bijdragen van derde staten aan de financiering van operaties die gevolgen hebben op militair of defensiegebied en aan modellen voor een Raadsbesluit over:

- de instelling van een operationeel financieringsmechanisme met het oog op de financiering van een operatie van de EU die gevolgen heeft op militair of defensiegebied;



  • de instelling van voorfinancieringsprocedures voor de financiering van een operatie van de EU die gevolgen heeft op militair of defensiegebied.


ONTWIKKELING
Bestrijding van plattelandsarmoede – Conclusies van de Raad
"DE RAAD
1. IS INGENOMEN MET de mededeling van de Commissie betreffende bestrijding van platte­landsarmoede, en herinnert aan de gezamenlijke verklaring van de Raad en de Commissie van november 2000 over het ontwikkelingsbeleid van de Europese Gemeenschap, waarin wordt gewezen op het belang van voedselzekerheid en duurzame plattelandsontwikkeling als een van de zes prioritaire gebieden voor de activiteiten van de Gemeenschap op het gebied van ontwikkelings­bijstand;
2. WIJST EROP dat het van belang is plattelandsontwikkelingsdoelstellingen na te streven in het kader van de verklaringen van de Wereldvoedseltop (WFS) en de Wereldtop inzake duurzame ont­wikkeling (WSSD) en in het kader van de nationale en regionale ontwikkelingsstrategieën en van de Poverty Reduction Strategy Papers, alsook in samenwerking met de leidinggevende internationale instellingen, waaronder de organen van de Verenigde Naties die ijveren voor de bestrijding van de plattelandsarmoede;
3. MERKT OP dat deze mededeling het product is van intensief overleg tussen deskundigen bij de Commissie en in de lidstaten over het beleid en de aanpak van plattelandsontwikkeling en duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen in de ontwikkelingslanden. Hij roept de lidstaten en de Commissie op om te blijven samenwerken op het gebied van deze vraagstukken, indachtig het belang van de versterking van goed bestuur op alle niveaus door consolidatie van de democratie en de rechtsstaat, de primaire rol van vrouwen in de armoedebestrijding en de plattelandsontwikkeling en het duurzame gebruik en het behoud van de landbouwdiversiteit.
4. VERZOEKT de Commissie in het Jaarverslag inzake het communautaire ontwikkelingsbeleid en de tenuitvoerlegging van de buitenlandse hulp verslag uit te brengen over de vorderingen met de uitvoering, met name over de maatregelen die de Commissie heeft genomen om bij te dragen tot de coördinatie, de samenhang en de complementariteit, zoals in bovengenoemde gezamenlijke verklaring staat."

HANDEL
Antidumpingmaatregelen
De Raad heeft vier besluiten aangenomen tot wijziging van een aantal antidumpingmaatregelen om te voorkomen dat een te hoog bedrag aan antidumpingrechten wordt geheven wanneer ingevoerde goederen beschadigd zijn voordat zij in het vrije verkeer worden gebracht. In dat geval moet het specifieke recht verminderd worden met een percentage dat overeenstemt met de vermindering van de werkelijk betaalde of te betalen prijs.
Het gaat over de volgende besluiten:

- Verordening tot wijziging van de bij Verordening (EG) nr. 495/98 van de Raad en Veror­dening (EG) nr. 2413/95 van de Raad vastgestelde antidumpingmaatregelen betreffende de invoer van ferrosilicomangaan van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Oekraïne;



(doc. 5126/03)
- Verordening tot wijziging van de bij Verordening (EG) nr. 299/2001 van de Raad vastge­stelde antidumpingmaatregelen betreffende de invoer van kaliumpermanganaat van oorsprong uit de Volksrepubliek China;

(doc. 5151/03)
- Verordening tot wijziging van de bij Verordening (EG) nr. 1603/2000 van de Raad vastge­stelde antidumpingmaatregelen betreffende de invoer van ethanolamine uit de Verenigde Staten van Amerika;

(doc. 5159/03)
- Verordening tot wijziging van de bij Verordening (EG) nr. 1824/2001 van de Raad vastge­stelde antidumpingmaatregelen betreffende de invoer van niet-navulbare zakgasaanstekers met vuursteentje van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Taiwan;

(doc. 5169/03)
Elektroplaten met georiënteerde korrel uit Rusland
De Raad heeft een verordening aangenomen tot instelling van een definitief antidumpingrecht op bepaalde elektroplaten met georiënteerde korrel uit Rusland (doc. 5202/03). Naar aanleiding van een onderzoek door de Commissie wordt een definitief antidumpingrecht ingesteld op koudgewalste platen en banden met georiënteerde korrel van siliciumstaal (transformatorstaal), met een breedte van meer dan 500 mm. Het definitieve antidumpingrecht bedraagt 40,1% van de nettoprijs, franco grens Gemeenschap, vóór inklaring.

JUSTITIE EN BINNENLANDSE ZAKEN
Asiel
Ten vervolge op het politiek akkoord van 28 november 2002 heeft de Raad een richtlijn aange­nomen tot vaststelling van minimumnormen voor de opvang van asielzoekers in de lidstaten (doc. 15398/02).
De richtlijn behelst minimumnormen voor de opvang van asielzoekers in de Europese Unie, die geacht worden voldoende te zijn om de asielzoekers een menswaardige levensstandaard te geven. De richtlijn bevat specifieke bepalingen inzake verblijf, bewegingsvrijheid, eenheid van het gezin, onderwijs aan minderjarigen, werkgelegenheid en beroepsopleiding.
Zij heeft betrekking op alle onderdanen van derde landen en staatlozen die aan de grens of op het grondgebied van een lidstaat om asiel verzoeken, voorzover zij op het grondgebied mogen ver­blijven, alsmede op bepaalde gezinsleden.
Toegang tot de rechter bij grensoverschrijdende geschillen
De Raad heeft een richtlijn aangenomen tot verbetering van de toegang tot de rechter bij grensover­schrijdende geschillen, door middel van gemeenschappelijke minimumvoorschriften betreffende rechtsbijstand in dergelijke geschillen (doc. 13885/02).
Deze richtlijn is gericht op een betere toepassing van de rechtsbijstand in grensoverschrijdende geschillen ten behoeve van personen die niet over toereikende financiële middelen beschikken, indien bijstand noodzakelijk is om de daadwerkelijke toegang tot de rechter te waarborgen. Eenieder die betrokken is bij een burgerrechtelijk of handelsgeschil binnen het toepassingsgebied van deze richtlijn moet zijn rechten in rechte kunnen doen gelden, ook indien zijn persoonlijke financiële positie hem niet in staat stelt de proceskosten te dragen. De rechtsbijstand wordt adequaat geacht wanneer deze bijstand de begunstigde onder de in deze richtlijn bepaalde voorwaarden daadwerkelijk toegang tot de rechter biedt.
De rechtsbijstand dient zich uit te strekken tot advies in de precontentieuze fase met het oog op het vinden van een oplossing voordat er gerechtelijke procedures worden ingeleid, juridische bijstand om een zaak bij de rechter aanhangig te maken en vertegenwoordiging in rechte, en een tegemoet­koming in of vrijstelling van de proceskosten.
Het Verenigd Koninkrijk en Ierland hebben laten weten dat zij wensen deel te nemen aan de aan­neming en de toepassing van deze richtlijn. Denemarken neemt niet deel aan de aanneming van de onderhavige richtlijn, die derhalve niet bindend is voor, noch van toepassing is in Denemarken.
Bescherming van het milieu door middel van het strafrecht
De Raad heeft het kaderbesluit aangenomen inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht (doc. 13421/02)
Dit houdt in dat iedere lidstaat de nodige maatregelen neemt om ervoor te zorgen dat op de in het kaderbesluit bedoelde handelingen doeltreffende, evenredige en afschrikkende strafrechtelijke sancties staan, waaronder, ten minste in ernstige gevallen, vrijheidsstraffen waarvoor uitlevering kan plaatsvinden.
Deze strafrechtelijke sancties kunnen gepaard gaan met andere sancties of maatregelen, in het bijzonder het niet in aanmerking komen van een natuurlijke persoon voor het verrichten van activi­teiten waarvoor officiële toestemming of goedkeuring vereist is, dan wel het oprichten, beheren of leiden van een firma of stichting, wanneer de feiten die tot de veroordeling van die persoon hebben geleid een duidelijk gevaar voor herhaling van soortgelijke strafbare activiteiten in de toekomst inhouden.
INTERNE MARKT
Slovenië - Overeenstemmingsbeoordeling van industrieproducten
De Raad heeft een besluit aangenomen tot goedkeuring van de overeenkomst tussen de Gemeen­schap en de lidstaten, enerzijds, en de Republiek Slovenië, anderzijds, betreffende een aanvullend Protocol, inzake overeenstemmingsbeoordeling en de aanvaarding van industrieproducten, bij de Europaovereenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de partijen (doc. 15383/02 en 11467/02).
Dit protocol, dat op 26 november 2002 in Brussel is ondertekend, heeft ten doel, technische belem­meringen voor de handel in industrieproducten op te heffen; Slovenië zal hiertoe geleidelijk de vereiste, met het Gemeenschapsrecht overeenstemmende nationale wetgeving uitvoeren. Dit protocol voorziet in wederzijdse aanvaarding van industrieproducten en wederzijdse erkenning van de resultaten van overeenstemmingsbeoordeling van die producten.

____________________



1 ▪ Wanneer de Raad verklaringen, conclusies of resoluties heeft aangenomen, wordt dat in de titel van het betrokken punt vermeld. De aangenomen teksten staan tussen aanhalingstekens.

De documenten waarvan het nummer in de tekst wordt genoemd, staan op de internetsite van de Raad http://ue.eu.int.

Besluiten ten aanzien waarvan verklaringen voor de Raadsnotulen zijn afgelegd die beschikbaar zijn voor het publiek, zijn aangegeven met een asterisk; de tekst van de verklaringen staat op de bovengenoemde internetsite van de Raad en is ook verkrijgbaar bij de Persdienst.

15182/02 (Presse 382)



NL


Dovnload 91.82 Kb.