Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


2499e zitting van de Raad vervoer, telecommunicatie en energie brussel, 27-28 maart 2003

Dovnload 121.62 Kb.

2499e zitting van de Raad vervoer, telecommunicatie en energie brussel, 27-28 maart 2003



Pagina1/2
Datum13.04.2019
Grootte121.62 Kb.

Dovnload 121.62 Kb.
  1   2

27-28.III.2003

C/03/90

Brussel, 27-28 maart 2003


7685/03 (Presse 90)

2499e zitting van de Raad
- VERVOER, TELECOMMUNICATIE en ENERGIE -
Brussel, 27-28 maart 2003

Voorzitters:


de heer Georgios ANOMERITIS, Minister van Koopvaardij
de heer Christos VERELIS, Minister van Verkeer
de heer Manolis STRATAKIS, Staatssecretaris van Verkeer van de Helleense Republiek
INHOUD 1

DEELNEMERS 5

BESPROKEN PUNTEN

TELECOMMUNICATIE

EUROPEES AGENTSCHAP VOOR NETWERK- EN INFORMATIEBEVEILIGING 7

HERGEBRUIK EN COMMERCIELE EXPLOITATIE VAN OVERHEIDSDOCUMENTEN 7

MODINIS 8

ELEKTRONISCHE COMMUNICATIE IN EUROPA 8

EINDVERSLAG e-europe 2002 9

WERELDTOP OVER DE INFORMATIEMAATSCHAPPIJ (WSIS) 9
VERVOER

ZEEVERVOER

MARITIEME VEILIGHEID 10

VERSNELD INVOEREN VAN DE VEREISTEN INZAKE EEN DUBBELWANDIGE UITVOERING OF EEN GELIJKWAARDIG ONTWERP VOOR ENKELWANDIGE OLIETANKSCHEPEN 10

VERONTREINIGING VANAF SCHEPEN 12

MINIMUMOPLEIDINGSNIVEAU VAN ZEEVARENDEN 12
INTERMODALE VRAAGSTUKKEN

GALILEO 13

– Stand van de onderhandelingen en contacten met derde landen 13

– Overeenkomst met China over de ontwikkeling van het GNSS 13

– Mededeling over de integratie van EGNOS 13

LUCHTVAART

GEVOLGEN VAN DE OORLOG IN IRAK VOOR DE LUCHTVAARTSECTOR 14

EXTERNE BETREKKINGEN IN DE LUCHTVAARTSECTOR 15

ONEERLIJKE TARIEFPRAKTIJKEN 16

VEILIGHEID VAN LUCHTVAARTUIGEN UIT DERDE LANDEN DIE GEBRUIK MAKEN VAN LUCHTHAVENS IN DE GEMEENSCHAP 16
LANDTRANSPORT

ECOPUNTENSYSTEEM 17

TWEEDE SPOORWEGPAKKET 18

VEILIGHEID VAN TUNNELS 19


DIVERSEN

– Regeling inzake burgerrechtelijke aansprakelijkheid en regeling inzake de vergoeding van schade door verontreiniging met koolwaterstoffen 20

– Bescherming van bijzonder gevoelige gebieden 20

– Liberalisering van de vervoerdiensten in verband met de onderhandelingen in het kader van de GATS 21

– 50e verjaardag van de ECMV (Europese Conferentie van Ministers van Verkeer) 21

ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN

EXTERNE BETREKKINGEN


  • Beperkende maatregelen tegen Al Qa‘ida en de Taliban - Uitzonderingen I

  • Betrekkingen met Polen - nieuwe wederzijdse landbouwconcessies I

  • Betrekkingen met Roemenië - regionale-steunkaart I

handelsbeleid

  • Antidumping - niet-gelegeerd magnesium uit China II

ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

  • Europees Ontwikkelingsfonds - Financieel reglement * II

  • Technisch Centrum voor landbouwsamenwerking en plattelandsontwikkeling - statuut * II

VOLKSGEZONDHEID

  • Reclame en sponsoring voor tabaksproducten * III

BENOEMINGEN

  • Comité van de Regio's III

BESLUITEN AANGENOMEN VIA DE SCHRIFTELIJKE PROCEDURE

interne markt

  • Procedures voor overheidsopdrachten * IV

ECOFIN

  • Richtlijn over prospectussen * IV


DEELNEMERS

De regeringen van de lidstaten en de Europese Commissie waren als volgt vertegenwoordigd:



België:




de heer Rik DAEMS

Minister van Telecommunicatie en Overheidsbedrijven en Participaties, belast met Middenstand

Mevrouw Isabelle DURANT

Vice-eerste minister en minister van Mobiliteit en Vervoer

Denemarken:




de heer Flemming HANSEN

Minister van Verkeer

de heer Claus GRUBE

Plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger

Duitsland:




de heer Manfred STOLPE

Minister van Verkeer en bouw- en Woonbeleid

de heer Ralf NAGEL

Staatssecretaris, ministerie van Verkeer en Bouw‑ en Woonbeleid

de heer Peter WITT

Plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger

Griekenland:




de heer Georgios ANOMERITIS

de heer Christos VERELIS



Minister van Koopvaardij

Minister van Verkeer



de heer Manolis STRATAKIS

Staatssecretaris van Verkeer

Spanje:




de heer Francisco ÁLVAREZ-CASCOS FERNÁNDEZ

Minister van Opbouw

de heer Carlos LOPEZ BLANCO

Staatssecretaris van Telecommunicatie en Informatiemaatschappij

Frankrijk:




de heer Gilles de ROBIEN

Minister van Infrastructuur, Verkeer, Huisvesting, Toerisme en Maritieme Zaken

de heer Dominique BUSSEREAU

Staatssecretaris, toegevoegd aan de minister van Infrastructuur, Verkeer, Huisvesting, Toerisme en Zeezaken, belast met Verkeer en Zeezaken

de heer Christian MASSET

Plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger

Ierland:




de heer Dermont AHERN

Minister van Communicatie, Marine en Natuurlijke Hulpbronnen

de heer Séamus BRENNAN

Minister van Vervoer

Italië:




de heer Pietro LUNARDI

Minister van Infrastructuurvoorzieningen en van Vervoer

de heer Maurizio GASPARRI

Minister van Verkeer

De heer Lucio STANCA

Minister zonder portefeuille, bevoegd voor Innovatie en Technologie

Luxemburg:




De heer François BILTGEN

Minister van Arbeid en Werkgelegenheid, minister van Parlementszaken, minister van Eredienst, gedelegeerd minister van Verkeer

de heer Henri GRETHEN

Minister van Vervoer

De heer Christian BRAUN

Plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger

Nederland:




de heer Roelf de BOER

Minister van Verkeer en Waterstaat

de heer Henne J.J. SCHUWER

Plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger




Oostenrijk:




de heer Herbert GORBACH

Minister van Vervoer, Innovatie en Technologie

Portugal:




de heer Luis VALENTE de OLIVEIRA

Minister van Openbare Werken, Verkeer en Woningbouw

mevrouw Dulce FRANCO

Staatssecretaris, toegevoegd aan de minister van Economische Zaken

Finland:




de heer Kimmo SASI

Minister van Verkeer en Communicatie

Zweden:




Mevrouw Ulrica MESSING

Minister bij het ministerie van Industrie, Werkgelegenheid en Verkeer, belast met infrastructuur

Verenigd Koninkrijk:




de heer John SPELLAR

Onderminister van Verkeer

de heer Stephen TIMMS


Onderminister van e-Handel en Concurrentiepositie

* * *

Commissie:




mevrouw Loyola DE PALACIO

Vice-voorzitter

De heer Erkki LIIKANEN

Lid

BESPROKEN PUNTEN
TELECOMMUNICATIE
EUROPEES AGENTSCHAP VOOR NETWERK- EN INFORMATIEBEVEILIGING

Openbare beraadslaging
De Raad heeft nota genomen van de presentatie door Commissielid Liikanen van het voorstel voor een verordening tot oprichting van het Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebe­veiliging.
Gememoreerd zij dat in antwoord op het groeiende probleem van de informatiebeveiliging en rekening houdend met het feit dat de huidige institutionele regelingen het niet mogelijk maken om het vraagstuk van de netwerk- en de informatiebeveiliging op Europees niveau aan te pakken, de Commissie heeft voorgesteld een Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging op te richten. Volgens het voorstel "zal de hulp die het Agentschap biedt, de interoperabiliteit van informatiebeveiligingsfuncties in netwerken en informatiesystemen helpen waarborgen en zodoende een bijdrage leveren aan de werking van de interne markt."
Het Agentschap zal hulp bieden aan de Commissie en aan de nationale regelgevingsinstanties. Omdat er ook behoefte bestaat aan internationale samenwerking, zal het Agentschap tevens onder­steuning bieden aan de relaties van de Gemeenschap met belanghebbende partijen in derde landen.

HERGEBRUIK EN COMMERCIELE EXPLOITATIE VAN OVERHEIDSDOCUMENTEN

Openbare beraadslaging
De Raad heeft overeenstemming bereikt over de tekst van het voorstel voor een richtlijn inzake het hergebruik en de commerciële exploitatie van overheidsdocumenten. Na een laatste toetsing zal de tekst op een volgende Raadszitting worden aangenomen als gemeenschappelijk standpunt van de Raad over de richtlijn.
Gememoreerd zij dat de Commissie bij de indiening van haar voorstel de aandacht heeft gevestigd op het aanzienlijke economische potentieel van overheidsinformatie, gezien de door informatie­technologie geboden mogelijkheden om gegevens uit uiteenlopende bronnen te combineren tot producten en diensten met toegevoegde waarde. Volgens de analyse van de Commissie werpen de rechtsonzekerheid en de uiteenlopende voorschriften in de lidstaten belemmeringen op voor de ontwikkeling van grensoverschrijdende informatieproducten en dragen zij aldus bij tot een versnip­perde en onderontwikkelde Europese markt voor digitale inhoud.
De voorgestelde richtlijn behelst een minimale reeks gemeenschappelijke regels om ervoor te zorgen dat, wat het hergebruik van overheidsinformatie betreft, voor alle deelnemers op de Euro­pese informatiemarkt dezelfde basisvoorwaarden gelden, dat meer doorzichtigheid wordt gecreëerd ten aanzien van de voorwaarden voor hergebruik en dat ongerechtvaardigde marktverstoringen worden opgeheven. De voorgestelde mate van harmonisatie is betrekkelijk beperkt en laat de nationale voorschriften voor toegang tot overheidsinformatie, alsook het in de lidstaten bestaande niveau van gegevensbescherming, ongemoeid.

MODINIS

Openbare beraadslaging
De Raad heeft een politiek akkoord bereikt over de tekst van het voorstel voor een beschikking van de Raad tot vaststelling van een meerjarenprogramma (2003-2005) voor de monitoring van e‑Europa, verspreiding van goede praktijken en de verbetering van de netwerk- en informatie­beveiliging. Na een laatste toetsing zal de tekst op een volgende Raadszitting worden aangenomen als gemeenschappelijk standpunt van de Raad over de beschikking.
Gememoreerd zij dat het MODINIS-programma, dat op 26 juli 2002 is aangenomen door de Commissie, voorziet in financiële steun die de nationale inspanningen tot omvorming van de EU in een kenniseconomie moet begeleiden. MODINIS is bedoeld als opvolger van het PROMISE-pro­gramma, dat eind vorig jaar is afgelopen. Het actieplan e-Europa is bedoeld als bijdrage tot de doel­stelling van de Europese Raad van Lissabon (maart 2000) om tegen 2010 van de EU de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie ter wereld te maken, in het bijzonder door de ontwikkeling van de on-line economie, en door de burgers de toegang en de vaardigheden te verschaffen die nodig zijn om in de informatiemaatschappij te leven en te werken.

ELEKTRONISCHE COMMUNICATIE IN EUROPA
De Raad heeft nota genomen van de informatie van de voorzitter en van Commissielid Liikanen over de situatie van de elektronische communicatie in Europa, en in het bijzonder zijn tevredenheid geuit over de mededeling van de Commissie "Elektronische communicatie: de weg naar de kennis­economie".
De Raad heeft tevens herinnerd aan de conclusies van de voorjaarsbijeenkomst van de Europese Raad over de informatiemaatschappij, die zijn gericht tot de lidstaten, de Raad en de Commissie.
Tijdens een uitvoerige gedachtewisseling brachten de ministers vooral de volgende vraagstukken ter sprake:
- de stand van de uitvoering van het nieuwe gemeenschappelijke regelgevend kader voor elektronische communicatie in de lidstaten;

- ruim opgezette breedbandstrategieën voor de toekomst in de lidstaten, met inbegrip van eventuele samenwerking tussen de lidstaten enerzijds, en de publieke en de particuliere sector op Europees, nationaal en regionaal niveau anderzijds;



- vraagstukken in verband met de introductie en het gebruik van mobiele communicatie van de derde generatie, zoals de samenwerking binnen de Europese Unie bij de ontwikkeling van toepassingen en diensten.

EINDVERSLAG e-europe 2002
De Raad heeft geluisterd naar een presentatie van het eindverslag e-Europe 2002 door Commissie­lid Liikanen.
Gememoreerd zij dat het actieplan e-Europe 2002 in juni 2000 is goedgekeurd door de Europese Raad van Feira, als onderdeel van de voor het volgende decennium vastgestelde strategie van Lissabon voor economische, sociale en ecologische vernieuwing. Het plan behelsde 11 gebieden voor actie waarvoor in totaal 64 doelstellingen waren geformuleerd die voor eind 2002 bereikt moesten worden.
Volgens het verslag van de Commissie zijn de doelstellingen van e-Europe op gezette tijden geëvalueerd door middel van benchmarking. Benchmarking maakt deel uit van de door de Europese Raad van Lissabon aanbevolen open coördinatiemethode, waarbij gebruik wordt gemaakt van monitoring, uitwisseling van beste praktijken en beoordeling door vakgenoten met het oog op de verbetering van de convergentie van de nationale prestaties ten aanzien van de in de strategie van Lissabon vastgelegde doelstellingen en streefcijfers voor de Unie.
In het gepresenteerde document worden de resultaten van e-Europe belicht en wordt een inventaris gemaakt van de resterende belemmeringen voor de volledige ontwikkeling van de informatiemaat­schappij in Europa. Gezien de mate waarin de doelstellingen van de Europese Raad van Feira zijn verwezenlijkt, is e-Europe een groot succes. De meeste van de 64 doelstellingen zijn gehaald.
Dat succes is te danken aan de bijdragen van talrijke betrokkenen in de Europese instellingen, de lidstaten, het bedrijfsleven en bij de sociale partners. De resultaten zijn opmerkelijk, aangezien zij zijn bereikt ondanks een sterke daling van de aandelenbeurzen, vooral wat ICT-aandelen betreft, grote schulden en de als gevolg daarvan teruglopende investeringen. Het doel van een concur­rerende kenniseconomie is nog niet bereikt, maar dank zij e-Europe bestaat er nu een solide grondslag voor verdere werkzaamheden.

WERELDTOP OVER DE INFORMATIEMAATSCHAPPIJ (WSIS)
De Raad heeft nota genomen van informatie van het voorzitterschap over de voorbereiding van de WSIS, en heeft tevens een korte gedachtewisseling gehouden, waarin werd gewezen op het belang van deze top. Het voorzitterschap stelde voor om tijdens de Raadszitting in juni a.s. een meer uit­voerig debat te houden op basis van een mededeling die door de Commissie in mei zal worden ingediend.
De WSIS is een formele VN-top op het niveau van de staatshoofden en regeringsleiders die in twee zittingen zal verlopen, eind 2003 in Genève en in 2005 in Tunis. Deze top vloeit voort uit een initiatief van de Internationale Unie voor Telecommunicatie (ITU) en wordt gesteund door een besluit van de Algemene Vergadering van de VN. De EU heeft een eigen zetel in het inter­gouvernementele proces van de top, naast de 15 lidstaten. Zowel in Brussel als in Genève is gezorgd voor mechanismen voor verregaande coördinatie.

VERVOER
ZEEVERVOER
MARITIEME VEILIGHEID

Openbare beraadslaging
De Raad nam nota van de presentatie door vice-voorzitter De Palacio van de belangrijkste aspecten van een komende mededeling en het voorstel voor een verordening betreffende maatregelen voor maritieme veiligheid.
De Raad gaf het Comité van permanente vertegenwoordigers opdracht om, zodra het Commissie­voorstel binnen is, aan de bespreking te beginnen, zodat de Raad in de zitting van juni een politiek besluit kan nemen.
In de nasleep van de aanslagen die op 11 september 2001 in New York en Washington gepleegd zijn, hebben de autoriteiten van de Verenigde Staten van Amerika de kwestie in internationale fora aan de orde gesteld, in casu de Internationale Maritieme Organisatie (IMO).
In december jl. heeft de diplomatieke conferentie inzake maritieme veiligheid van de IMO besluiten genomen over een aantal maatregelen ter verbetering van de maritieme veiligheid aan boord van schepen en in de havens. De meest verreikende maatregel is de nieuwe internationale code voor de veiligheid van schepen en haveninstallaties (ISPS-code).
Die maatregelen moeten nu in de Europese wetgeving opgenomen worden.

VERSNELD INVOEREN VAN DE VEREISTEN INZAKE EEN DUBBELWANDIGE UITVOERING OF EEN GELIJKWAARDIG ONTWERP VOOR ENKELWANDIGE OLIETANKSCHEPEN
Na een uitvoerig debat over de ontwerp-verordening betreffende het versneld invoeren van de vereisten inzake een dubbelwandige uitvoering of een gelijkwaardig ontwerp voor enkelwandige olietankschepen bereikte de Raad, in afwachting van het advies van het Europees Parlement over het voorstel, overeenstemming over de tekst voor een algemene aanpak. Het voorzitterschap zal contact opnemen met het Europees Parlement zodat er eind juni 2003 in de eerste lezing van de medebeslissingsprocedure overeenstemming bereikt kan worden.
De algemene aanpak behelst met name

▪ het tijdschema voor het versneld uit de vaart nemen van enkelwandige schepen die EU-havens aandoen en onder een EU-vlag varen:

1) voor olietankschepen van categorie 1:

2003 voor schepen die in 1980 of eerder zijn opgeleverd,

2004 voor schepen die in 1981 zijn opgeleverd,

2005 voor schepen die in 1982 of later zijn opgeleverd;

2) voor olietankschepen van categorie 2 en categorie 3:

2003 voor schepen die in 1975 of eerder zijn opgeleverd,

2004 voor schepen die in 1976 zijn opgeleverd,

2005 voor schepen die in 1977 zijn opgeleverd,

2006 voor schepen die in 1978 en 1979 zijn opgeleverd,

2007 voor schepen die in 1980 en 1981 zijn opgeleverd,

2008 voor schepen die in 1982 zijn opgeleverd,

2009 voor schepen die in 1983 zijn opgeleverd,

2010 voor schepen die in 1984 of later zijn opgeleverd.
▪ een uitzondering voor schepen van de categorieën 2 en 3 die voldoen aan de eisen van de wet op de olievervuiling (OPA-90), die hun activiteiten tot 2015 of tot wanneer zij 25 jaar oud zijn, mogen voortzetten, mits zij vanaf de ouderdom van 15 jaar voldoen aan de keurings­regeling scheepvaart;

▪ een verbod op het vervoer van zware oliesoorten in enkelwandige tankers van 600 dwt of meer; er is een overgangsperiode overeengekomen voor kleine schepen tussen 600 en 5000 dwt, die tot 2008 loopt;

▪ de omschrijving van zware oliesoorten: 1) zware ruwe olie: een dichtheid van meer dan 900 kg/m3 of API 25,7; 2) zware stookolie: dichtheid van meer dan 900 kg/m3 of een viscosi­teit van minimaal 180 mm2/S; 3) bitumen en teer of emulsies daarvan;

▪ de uitbreiding van de keuringsregeling scheepvaart tot alle enkelwandige schepen die ouder zijn dan 15 jaar.


Met betrekking tot de voorschriften inzake ijsversterking voor schepen in de Oostzee

● erkenden de Raad en de Commissie dat het mariene milieu, vooral in de winter, adequaat beschermd moet worden;

● zegde de Commissie toe hiervoor zo spoedig mogelijk een wetsvoorstel in te zullen dienen;

● is besloten tot een overgangsperiode van twee jaar voor het verbod op het vervoer van zware oliesoorten in enkelwandige tankers, om enkelwandige schepen nog toe te laten wanneer het gebruik van een vaartuig met ijsversterking voorgeschreven is, op voorwaarde dat die olie alleen in de middelste tank van het schip vervoerd wordt.


In samenhang daarmee nam de Raad een gemeenschappelijke aanpak aan voor de onderhandelingen in IMO-verband over hetzelfde onderwerp, en stemde hij ermee in dat aan de IMO een gezamen­lijke nota moet worden voorgelegd voor de vergadering in juli van de MEPC.
De Raad heeft op 6 december 2002, in reactie op het ongeval met de Prestige, conclusies aange­nomen waarin hij de Commissie verzocht een voorstel in te dienen over een versnelde afschaffing van enkelwandige tankers en ermee instemde dat zware oliesoorten alleen nog maar in dubbel­wandige tankers vervoerd mogen worden. De Raad verzocht de lidstaten en de Commissie tevens om alles in het werk te stellen om ervoor te zorgen dat een soortgelijke regel, door een wijziging van het MARPOL-Verdrag, wereldwijd kan worden toegepast.
In reactie daarop heeft de Commissie op 27 december 2002 een voorstel voorgelegd voor een versnelde invoering van dubbelwandige olietankers en een verbod op het vervoer van zware olie­soorten in enkelwandige tankers.
Bovendien heeft de Europese Raad naar aanleiding van het ongeval met de Prestige andermaal zijn solidariteit uitgesproken met de getroffen landen, regio's en mensen. In het verlengde van de maat­regelen die de Raad in december aangekondigd heeft, deed de Europese Raad een oproep aan de Raad Vervoer om op 27 maart tot overeenstemming te komen over het Commissievoorstel om het vervoeren van zware oliesoorten in enkelwandige tankers te beperken en dergelijke tankers sneller uit de vaart te nemen; ook verzocht hij alle lidstaten en de Commissie ervoor te zorgen dat een soortgelijke regeling door middel van een wijziging van het MARPOL-Verdrag wereldwijd kan worden toegepast.

VERONTREINIGING VANAF SCHEPEN
De Raad nam nota van de presentatie door vice-voorzitter De Palacio van de ontwerp-richtlijn inzake verontreiniging vanaf schepen en invoering van sancties, inclusief strafrechtelijke sancties, voor milieumisdrijven.
Het voorstel heeft twee hoofddoelen:
* de internationale voorschriften aangaande lozingen voor verontreiniging vanaf schepen inte­greren in het Gemeenschapsrecht, en de handhaving van de voorschriften gedetailleerd regelen;

* vaststellen dat overtreding van de lozingsvoorschriften een misdrijf is, en richtsnoeren geven voor de sancties daarop.


De Raad onderschreef de doelstellingen van het voorstel. Hij nam nota van de opmerkingen van enkele delegaties, met name over de passende rechtsgrondslag voor de strafrechtelijke sancties. Hij legde het voorstel voor een technische bespreking aan het Comité van permanente vertegen­woordigers voor.

MINIMUMOPLEIDINGSNIVEAU VAN ZEEVARENDEN
In afwachting van het advies van het Europees Parlement in eerste lezing bereikte de Raad een akkoord over een algemene aanpak van de ontwerp-richtlijn betreffende het minimumopleidings­niveau van zeevarenden.
De Raad en de Commissie zijn zich bewust van de omvang en het belang van de beoordelingstaken in verband met de erkenning van de bevoegdheidsbewijzen van derde landen.
De Raad nam er nota van dat de Commissie van oordeel is dat de middelen die thans worden uitge­trokken voor de beoordeling van de opleidingen en bevoegdheidsbewijzen van derde landen door de Commissiediensten, en voor het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid, niet toereikend zijn om de voorgestelde uitgebreide taken te vervullen.
De Raad was het erover eens dat, als de middelen onvoldoende blijken te zijn wanneer de richtlijn wordt toegepast, de lidstaten in de eerste fase van de toepassing een grotere rol zullen spelen bij het verzamelen van informatie.
Het voorstel strekt tot een wijziging van Richtlijn 2001/25/EG, met name in verband met enkele proce­durele problemen met de erkenning van de vaarbevoegdheidsbewijzen van zeevarenden uit niet-EU-landen. Doel is:

* de erkenning te vereenvoudigen met behulp van een centrale, geharmoniseerde procedure voor erkenning in de gehele EU van derde landen die voldoen aan het STCW-Verdrag (normen inzake opleiding, diplomering en wachtdienst);

* de richtlijn af te stemmen op de bepalingen van het STCW- en het SOLAS-Verdrag (bevei­liging van mensenlevens op zee) die betrekking hebben op de taalvoorschriften voor vaar­bevoegdheidsbewijzen en officiële verklaringen, alsmede voor de communicatie tussen brug en wal.

INTERMODALE VRAAGSTUKKEN
GALILEO


          1. Stand van de onderhandelingen en contacten met derde landen

          2. Overeenkomst met China over de ontwikkeling van het GNSS

De Raad werd door vice-voorzitter De Palacio ingelicht over de stand van de verschillende contacten en onderhandelingen met derde landen over het GALILEO-programma. De Raad nam de onderhandelingsrichtsnoeren aan waarmee de Commissie het overleg kan beginnen over de samen­werkingsovereenkomst met de Volksrepubliek China aangaande het civiele wereldwijde satelliet­navigatiesysteem (GNSS).



De Raad nam nota van de presentatie door de Commissie van haar mededeling over de integratie van het EGNOS Signal Augmentation System (European Geostationary Navigation Overlay System) in het GALILEO-programma.


Dit onderwerp zal voor een technische bespreking worden voorgelegd aan het Comité van per­manente vertegenwoordigers zodat in juni hierover conclusies van de Raad kunnen worden aange­nomen.
EGNOS is een gezamenlijk programma van de Europese Commissie, ESA (Europees Ruimte-Agentschap) en Eurocontrol, dat in april 2004 volledig operationeel zal zijn en bedoeld is om het GPS-signaal te versterken, met name voor de burgerluchtvaart. Dit systeem is alleen ontworpen voor civiel gebruik en biedt een systeem van hoge kwaliteit voor satellietradionavigatie en positie­bepaling dat beter is dan wat momenteel in Europa beschikbaar is.
EGNOS is de eerste fase van het beleid van de Europese Unie inzake een wereldwijd satelliet­navigatiesysteem (GNSS); de tweede fase, GNSS 2, is het GALILEO-programma. Tijdens het werken aan EGNOS heeft de Europese industrie kennis van de betrokken technologieën opgedaan, en de meeste deelnemers aan EGNOS zijn ook actief betrokken bij de ontwikkeling van GALILEO.
De Commissie beveelt derhalve in haar mededeling aan

* het EGNOS-programma, dat een voorloper is van het GALILEO-programma en een instrument om de markt snel te penetreren, voort te zetten;

* EGNOS, inclusief de supervisie van de werking en de aanbesteding voor de toekomstige werking van het systeem, onder controle van de gemeenschappelijke onderneming GALILEO te plaatsen;

* het beheer van EGNOS in het toekomstige concessiecontract voor GALILEO op te nemen;

* overheidssteun te reserveren voor de basis van het EGNOS-systeem;

* uitbreiding van EGNOS naar andere delen van de wereld te bevorderen;

* besluiten te nemen over de toekomst van het EGNOS- en het GALILEO-systeem als GALILEO eenmaal volledig operationeel is geworden.

LUCHTVAART
GEVOLGEN VAN DE OORLOG IN IRAK VOOR DE LUCHTVAARTSECTOR
De Raad heeft in het licht van de lunchbesprekingen van de ministers over de gevolgen van de oorlog in Irak op de luchtvaartsector nota genomen van de informatie van vice-voorzitter De Palacio.
De Commissie zei een reeks maatregelen te overwegen om de luchtvaartmaatschappijen te helpen hun kortetermijnproblemen op te lossen; het betreft met name de volgende maatregelen:
- monitoring van de situatie op de verzekeringsmarkt en het overwegen van onmiddellijke actie bij een eventueel falen van de verzekeringsmarkt of sterke premiestijgingen, zoals na 11 september 2001;
- welwillende overweging van bepaalde niet-discriminerende vormen van staatssteun ter compensatie van de extra beveiligingskosten;
- flexibeler regels voor de toewijzing van luchthavenslots, zoals bijvoorbeeld de tijdelijke opschorting van de "use it or lose it"-regel.
De Commissie verklaarde dat zij per geval de gevolgen van de oorlog in Irak wegens de sluiting van luchtruim zal beoordelen.

EXTERNE BETREKKINGEN IN DE LUCHTVAARTSECTOR
De Raad heeft nota genomen van de presentatie van vice-voorzitter De Palacio van
 het ontwerp-besluit van de Raad tot machtiging van de Commissie om onderhandelingen aan te knopen met de Verenigde Staten op het gebied van het luchtvervoer,

 de mededeling van de Commissie inzake de betrekkingen tussen de Gemeenschap en derde landen op het gebied van het luchtvervoer,

 het voorstel voor een verordening inzake onderhandelingen over en de tenuitvoerlegging van overeenkomsten inzake luchtdiensten tussen lidstaten en derde landen,

 de aanbeveling voor een besluit van de Raad waarbij de Commissie wordt gemachtigd om met derde landen te onderhandelen over de eigendom van en zeggenschap over luchtvaartmaat­schappijen en over andere aangelegenheden die tot de exclusieve bevoegdheid van de Gemeenschap behoren,


op basis waarvan de Raad een oriënterend debat heeft gehouden.
De ministers gingen in op zowel de voornaamste inhoudelijke aspecten van de vier onderdelen, als de gekozen procedurebenadering. Daarbij kwam met name het volgende aan bod:
- het is van belang dat over deze dossiers algemene overeenstemming wordt bereikt in de Raadszitting in juni;

- in afwachting van de inwerkingtreding van een horizontaal mandaat betreffende de communautaire luchtvaartmaatschappijen moeten de lidstaten parallel met derdelandenpartners kunnen onderhandelen om zoveel mogelijk te voorkomen dat bilaterale overeenkomsten juridisch aangevochten kunnen worden;

- derde landen moeten informatie en passende verzekeringen krijgen betreffende de wijze waarop het toezicht op de veiligheid van communautaire luchtvaartmaatschappijen in de Gemeen­schap gegarandeerd is.
In zijn samenvatting van het debat wees het voorzitterschap op de complexiteit van dit onderwerp; het nam niettemin nota van een algemene bereidheid bij de delegaties om tijdens de volgende Raadszitting in juni te streven naar een algemeen inhoudelijk akkoord over deze dossiers, waaronder het ontwerp-besluit tot machtiging tot onderhandelingen met de VS. De Raad verzocht het Comité van permanente vertegenwoordigers meer vaart te zetten achter de bespreking van de door de Commissie voorgestelde maatregelen met het oog op het bereiken van een dergelijk akkoord.
Zoals bekend, heeft het Europees Hof van Justitie op 5 november 2002 arresten gewezen in de zogenoemde "open skies"-zaken tegen acht lidstaten die bilaterale overeenkomsten over lucht­diensten met de VS hebben ondertekend. Krachtens deze arresten heeft de Commissie verlangd dat zo spoedig mogelijk het mandaat voor de besprekingen met de VS wordt vastgesteld, en heeft zij de drie bijkomende, hierboven vermelde initiatieven ingediend voor de behandeling van de verschillende aspecten van het gevolg dat aan deze arresten van het Hof gegeven moet worden.

ONEERLIJKE TARIEFPRAKTIJKEN
De Raad heeft op basis van een verslag van het voorzitterschap een oriënterend debat gehouden over het voorstel voor een verordening betreffende bescherming tegen subsidiëring en oneerlijke tariefpraktijken bij de levering van luchtdiensten vanuit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap.
Tijdens het debat
 steunden de lidstaten het hoofddoel, namelijk eerlijke mededinging op de internationale markt voor luchtvaartdiensten;

 wezen de lidstaten op het belang van een praktisch mechanisme met behulp waarvan snel maatregelen genomen kunnen worden, hetgeen aangewezen is in de aan snelle veranderingen onderhevige luchtvaartmarkt;



 onderstreepten de lidstaten dat er duidelijkheid moet komen over de wijze waarop zo'n communautair mechanisme zich verhoudt tot de bilaterale afspraken van de lidstaten met derde landen.
De Raad heeft het Comité van permanente vertegenwoordigers opgedragen de bespreking van het voorstel voort te zetten teneinde de Raad een ontwerptekst voor te leggen waarover deze dan zo spoedig mogelijk een gemeenschappelijk standpunt kan vaststellen.

VEILIGHEID VAN LUCHTVAARTUIGEN UIT DERDE LANDEN DIE GEBRUIK MAKEN VAN LUCHTHAVENS IN DE GEMEENSCHAP

Openbaar debat
De Raad heeft een politiek akkoord bereikt over de ontwerp-richtlijn inzake de veiligheid van luchtvaartuigen uit derde landen die gebruik maken van luchthavens in de Gemeenschap, met dien verstande dat het Comité van permanente vertegenwoordigers in de nabije toekomst de laatste hand aan deze tekst zal leggen.
De richtlijn strekt ertoe om door middel van harmonisering van de regels en procedures voor platforminspecties van luchtvaartuigen uit derde landen die op luchthavens in de lidstaten landen een geharmoniseerde aanpak in te voeren voor de doeltreffende handhaving van de internationale veiligheidsnormen binnen de Gemeenschap.
Zoals bekend, werd het eerste wetgevingsproces met betrekking tot dit dossier onderbroken vanwege de kwestie Gibraltar. De Commissie heeft in januari 2002 een nieuw voorstel ingediend dat grotendeels geïnspireerd was op het gemeenschappelijk standpunt van de Raad van 1998. De nu ter tafel liggende ontwerp-richtlijn bevat Gibraltarbepalingen die in de tekst zijn opgenomen nadat in de eerste helft van 2002 een akkoord over dit onderwerp werd bereikt.

LANDTRANSPORT
ECOPUNTENSYSTEEM

Openbaar debat
De Raad heeft met gekwalificeerde meerderheid van stemmen - met tegenstemmen van de dele­gaties van Oostenrijk, België, Italië en Nederland - zijn gemeenschappelijk standpunt vastgesteld over de voorgestelde verordening tot invoering van een ecopuntensysteem voor vrachtwagens in transito door Oostenrijk voor 2004.
De Raad heeft nota genomen van de opvattingen van de delegaties die hebben tegengestemd als­mede van de delegaties die erop hebben aangedrongen binnen de gestelde termijnen een oplossing in het licht van het tijdens de Raadszitting van 31 december 2002 bereikte compromis te vinden. De Raad heeft besloten dit gemeenschappelijk standpunt samen met de bijbehorende motivering aan het Europees Parlement toe te zenden.
De door de Commissie voorgestelde ontwerp-verordening heeft ten doel de belangrijkste onder­delen van het vigerende ecopuntensysteem - dat op 31 december 2003 verstrijkt - te verlengen tot en met 2004, eventueel tot en met 2005 en 2006. In het tijdelijke transitosysteem moet elke vracht­wagen een aantal ecopunten voor een transitorit door Oostenrijk "betalen", naar gelang van de cate­gorie waartoe het voertuig behoort (EURO 0, 1, 2, 3); de meest vervuilende vrachtwagens (EURO 0) betalen de meeste ecopunten.
Het Europees Parlement heeft op 12 februari jongstleden zijn advies in eerste lezing uitgebracht. De Raad heeft geen enkel van de voor de Commissie aanvaardbare EP-amendementen overgenomen.
In het gemeenschappelijk standpunt wordt ingestemd met de instelling van een "tijdelijk transito­systeem" voor 2004. De Raad stemt er tevens mee in dat dit systeem wordt verlengd tot en met 2005 en 2006 indien het Eurovignetvoorstel voor de tarifering van het infrastructuurgebruik niet uiterlijk op 31 december 2004, respectievelijk 31 december 2005, is aangenomen.
Toch heeft de Raad in zijn gemeenschappelijk standpunt een aantal wijzigingen in de ontwerp-verordening aangebracht. Om het gebruik van milieuvriendelijke vrachtwagens te bevorderen, heeft de Raad het transitoverkeer van EURO 0-voertuigen verboden, met uitzondering van in Griekenland of Portugal ingeschreven voertuigen (gezien de structuur van het vrachtwagenpark in die lidstaten) en van bepaalde zeer gespecialiseerde dure voertuigen met een lange economische levensduur.
Voorts komt het transitoverkeer van EURO 4-vrachtwagens (de schoonste voertuigen) niet onder het tijdelijk transitosysteem te vallen. Mocht het systeem echter tot en met 2005 en 2006 worden verlengd, dan stelt de Commissie een onderzoek in naar het transitoverkeer van EURO 4-voer­tuigen, en worden de beschikbare ecopunten verminderd binnen de respectieve marges van het gemeenschappelijk standpunt van de Raad. Is er geen transitoverkeer van EURO 4-voertuigen, dan wordt het aantal van de maximummarge gerespecteerd; is er wél sprake van transitoverkeer van EURO 4-voertuigen, dan wordt het aantal punten dat vanaf 2005 moet worden verdeeld, naar beneden bijgesteld overeenkomstig het resultaat van het onderzoek van de Commissie, en wel binnen de grenzen van de betrokken minimummarge.

TWEEDE SPOORWEGPAKKET
De Raad heeft, aan de hand van een algeheel compromisvoorstel van het voorzitterschap, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen (de delegaties van Frankrijk, België en Luxemburg stemden tegen) een politiek akkoord bereikt over zijn gemeenschappelijk standpunt inzake het "tweede spoorwegpakket", dat bestaat uit de volgende vier wetgevingsvoorstellen:


  • de richtlijn betreffende de interoperabiliteit van het trans-Europese spoorwegsysteem; (open­bare beraadslaging)

  • de richtlijn inzake de veiligheid op de communautaire spoorwegen; (openbare beraadslaging)

  • de richtlijn betreffende de ontwikkeling van de spoorwegen in de Gemeenschap ("markt­toegang"); (openbare beraadslaging)

  • de verordening tot oprichting van een Europees Spoorwegbureau; (openbare beraadslaging)

en


  • het besluit van de Raad tot machtiging van de Commissie om te onderhandelen over de voor­waarden voor toetreding van de Gemeenschap tot het Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer (COTIF) van 9 mei 1980, zoals gewijzigd bij het Protocol van Vilnius van 3 juni 1999.

De Raad zal zijn gemeenschappelijk standpunt, na bijwerking van de tekst door de juristen/vertalers en de nodige verdere bijstellingen waarover het Comité van permanente vertegenwoordigers moet besluiten, tijdens een van zijn volgende zittingen als A-punt op zijn agenda vaststellen, waarna het in het kader van de medebeslissingsprocedure aan het Europees Parlement kan worden gezonden.


Het compromis omvat de volgende punten met betrekking tot:


  • de richtlijn "markttoegang":

- uiterlijk op 1 januari 2006 krijgen de spoorwegondernemingen, met het oog op de exploitatie van internationaal goederenvervoer, onder billijke voorwaarden toegang tot het gehele netwerk.


- Voorts krijgen de spoorwegondernemingen uiterlijk op 1 januari 2008 onder billijke voorwaarden toegang tot de infrastructuur in alle lidstaten met het oog op de exploitatie van alle goederenvervoersdiensten per spoor.
- Uiterlijk 1 januari 2007 legt de Commissie een verslag voor over de uitvoering van de richtlijn "markttoegang". Voorts is de Commissie voornemens uiterlijk eind 2003 aan het Europees Parlement en de Raad een voorstel voor de invoering van een Europees rijbewijs voor treinbestuurders voor te leggen.


  • Met betrekking tot de ontwerp-richtlijn inzake de veiligheid en met name de kennisgevingsprocedure voor nieuwe nationale veiligheidsvoorschriften die een hoger veiligheidsniveau dan het gemeenschappelijk veiligheidsdoel vereisen:

- alvorens een dergelijk voorschrift aan te nemen, raadpleegt een lidstaat tijdig alle betrokken partijen en informeert hij de Commissie, die het ontwerp-veiligheidsvoor­schrift voor advies voorlegt aan een speciaal comité.


- Indien de Commissie het ontwerp-voorschrift onverenigbaar acht met de gemeenschappelijke veiligheidsmethoden of met het bereiken van ten minste het gemeenschappelijke veiligheidsdoel, of als een willekeurige discriminatie of een verkapte beperking van de spoorwegvervoersactiviteiten tussen de lidstaten beschouwt, wordt er ten aanzien van die lidstaat een besluit genomen.
Er zij aan herinnerd dat het tweede spoorwegpakket één geïntegreerd geheel vormt. De ontwerp-richtlijnen betreffende interoperabiliteit en veiligheid hebben ten doel vooruitgang te boeken met de compatibiliteit van de normen op dit gebied. Deze richtlijnen zullen, samen met de ontwerp-richtlijn betreffende de ontwikkeling van de spoorwegen in de Gemeenschap (het "markttoegang"-voorstel), de uiteindelijke voltooiing van de interne markt voor de Europese spoorwegsector mogelijk maken. Het Europees Spoorwegbureau wordt een technisch orgaan met ongeveer 100 medewerkers dat de Gemeenschap - op strikt adviserende basis - de nodige deskundigheid en middelen zal verschaffen om doeltreffende maatregelen te kunnen nemen, met name op het gebied van spoorwegveiligheid en interoperabiliteit. Het ontwerp-besluit van de Raad ten slotte voorziet in de toetreding van de Gemeenschap tot het COTIF - het Verdrag betreffende het Internationale Spoorwegvervoer - waar­door de EU verzekerd wordt van een sterkere rol in de ontwikkeling van het internationale spoor­wegvervoer.

VEILIGHEID VAN TUNNELS

(openbare beraadslaging)
De Raad heeft nota genomen van de door de Commissie verstrekte informatie over het voorstel voor een richtlijn inzake minimale veiligheidseisen voor tunnels in het trans-Europese wegennet.
De Raad heeft tevens nota genomen van de meningen van sommige delegaties, met name over het voorgestelde classificatieschema, het tijdschema voor de uitvoering, en de financiële gevolgen.
In het licht van de opmerkingen van de ministers heeft de Raad het Comité van permanente ver­tegenwoordigers opgedragen de ontwerp-richtlijn verder te behandelen.
De primaire doelstelling van dit voorstel is de preventie van ernstige ongevallen die het menselijk leven en het milieu in gevaar brengen en schade kunnen toebrengen aan tunnelinstallaties. De secundaire doelstelling is de beperking van mogelijke gevolgen van ongevallen in tunnels door onder meer het garanderen van efficiënte alarmdiensten. De doelstellingen zouden gelden voor nieuwe en bestaande tunnels in het trans-Europese wegennet met een lengte van meer dan 500 m. Om de doelstellingen te bereiken, stelt de Commissie via een classificatieschema een reeks mini­male veiligheidseisen voor, alsmede een bestuursorgaan op verschillende niveaus dat toezicht houdt op de veiligheid van tunnels.

DIVERSEN
MARITIEME VRAAGSTUKKEN


          1. Regeling inzake burgerrechtelijke aansprakelijkheid en regeling inzake de vergoeding van schade door verontreiniging met koolwaterstoffen

          2. Bescherming van bijzonder gevoelige gebieden

De Raad heeft nota genomen van de opvattingen van de delegaties over vraagstukken die nauw ver­band houden met de ramp met de Prestige, te weten ten eerste, op verzoek van de delegaties van België en Frankrijk, de regeling inzake wettelijke aansprakelijkheid en de vergoeding van schade door verontreiniging met koolwaterstoffen, en ten tweede, op verzoek van de Franse delegatie, de bescherming van bijzonder gevoelige maritieme gebieden (PSSA).


Wat het aansprakelijkheidsvraagstuk betreft, benadrukten de twee delegaties dat de internationale aansprakelijkheidsregeling voor de vergoeding van schade ten gevolge van olieverontreiniging door tankers moet worden gewijzigd om het beginsel "de vervuiler betaalt" beter tot uitdrukking te brengen. Zij kregen bijval van verscheidene delegaties.
Wat het PSSA-vraagstuk betreft was er brede steun voor het initiatief van vijf delegaties (Spanje, Frankrijk, Ierland, Portugal en het Verenigd Koninkrijk) om bij de IMO een document in te dienen betreffende de instelling van PSSA langs hun kusten.
Er zij herinnerd aan de conclusies van de Raad van 6 december 2002 hieromtrent:

"De Raad:

DRINGT ER bij de lidstaten die gemeenschappelijke belangen in gevoelige maritieme gebieden hebben, OP AAN dat zij gecoördineerde voorstellen uitwerken en opstellen voor de gebieden die als "bijzonder gevoelige maritieme gebieden" door de IMO beschermd moeten worden; DRINGT ER bij de IMO OP AAN dat zij het gebruik van het instrument van de aanwijzing van gevoelige maritieme gebieden (Sensitive Sea Areas - SSA) en bijzonder gevoelige maritieme gebieden (Particularly Sensitive Sea Areas - PSSA) ontwikkelt;
BEVESTIGT de steun van de lidstaten voor de instelling, in het kader van de IMO, van een aan­vullend vergoedingsfonds met een mechanisme voor snelle uitbetaling ten bate van de slachtoffers van olieverontreiniging, welk fonds de opruiming van eventuele olievlekken in de wateren van de lidstaten van de EU tot een bedrag van € 1000 miljoen zou moeten kunnen dekken, en dat voor eind 2003 operationeel zou zijn, alsmede het voornemen van de lidstaten die partij zijn bij de bestaande mondiale vergoedingsregelingen, om dit nieuwe aanvullende fonds te bekrachtigen. KOMT OVEREEN om, indien het aanvullende vergoedingsfonds niet zou worden ingesteld onmiddellijk een studie te verrichten naar de mogelijkheid van een fonds voor de vergoeding van schade door olieverontreiniging in de Europese wateren, zodat dit fonds nog voor eind 2003 kan worden inge­steld;".
Er wordt ook verwezen naar de conclusies van de Europese Raad van Brussel van 21 maart jongst­leden.

HORIZONTALE VRAAGSTUKKEN


          1. Liberalisering van de vervoerdiensten in verband met de onderhandelingen in het kader van de GATS

          2. 50e verjaardag van de ECMV (Europese Conferentie van Ministers van Verkeer)

De Raad heeft nota genomen van de door de Belgische delegatie verstrekte informatie over haar standpunt betreffende de sector vervoersdiensten bij de onderhandelingen in het kader van de Algemene Overeenkomst inzake de handel in diensten (GATS), en over de 87e zitting van de Raad van Ministers van de ECMV die op 22-24 april aanstaande te Brussel zal worden gehouden ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van die organisatie.



ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN

EXTERNE BETREKKINGEN
  1   2


Dovnload 121.62 Kb.