Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


3 Discrete kansverdelingen Inhoudsopgave

Dovnload 0.88 Mb.

3 Discrete kansverdelingen Inhoudsopgave



Pagina7/8
Datum25.10.2017
Grootte0.88 Mb.

Dovnload 0.88 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8
a. Toon dit aan.
Op een gegeven moment heeft K 2 fiches, L 1 fiche en de pot 1 fiche. Op dit moment is L aan de beurt.

b. Bereken de kans dat, na deze beurt van L, K nog één beurt krijgt en het spel daarna afgelopen is.
Een toeschouwer heeft het spel met de computer heel vaak gesimuleerd. Op grond van het resultaat beweert hij dat de speler die begint, 43% kans heeft om het spel te winnen en de andere speler 57%.

De spelers K en L spelen het spel tien keer, waarbij speler K steeds begint.

Veronderstel dat de toeschouwer gelijk heeft.

c. Bereken de kans dat een van beide spelers minstens zeven keer wint.
examen wiskunde B1, 2008, 2de tijdvak

93 Controle op spieken bij multiple choice

Een toets bestaat uit tien meerkeuzevragen. Elke vraag heeft drie alternatieven, waarvan er precies één het juiste antwoord op de vraag is.

Elke leerling maakt een lijstje met antwoorden. Bij het nakijken wordt er een controle op spieken uitgevoerd.

We werken in deze opgave met het volgende model voor leerlingen die goed voorbereid meedoen aan de toets:



  • de kans dat ze bij een vraag het juiste antwoord kiezen is 0,8 ,

  • de kans dat ze bij een vraag het ene onjuiste alternatief kiezen is 0,1 ,

  • de kans dat ze bij een vraag het andere onjuiste alternatief kiezen is ook 0,1 .

Een leerling die zich goed voorbereid heeft, en dus aan bovenstaand model voldoet, maakt de toets.



a. Bereken de kans dat ten minste één van de tien vragen door hem fout wordt beantwoord.
Twee leerlingen die zich beiden goed voorbereid hebben, en dus aan bovenstaand model voldoen, maken de toets. De kans dat zij bij een willekeurige vraag hetzelfde antwoord geven is 0,66.
b. Toon dit aan.
De twee leerlingen blijken precies hetzelfde antwoordenlijstje ingeleverd te hebben. Ze hebben dus dezelfde vragen goed beantwoord en bij de fout beantwoorde vragen hebben ze hetzelfde foute alternatief gekozen. De docent vraagt zich af of er gespiekt is. Hij berekent de kans dat twee leerlingen die zich beiden goed op de toets hebben voorbereid en die niet gespiekt hebben, toch precies dezelfde antwoordenlijstjes inleveren. Als deze kans kleiner is dan 1%, zal de docent concluderen dat er gespiekt is en een strafmaatregel treffen. Als deze kans 1% of groter is, zal hij geen strafmaatregel treffen.

c. Zal de docent een strafmaatregel treffen? Licht je antwoord toe.
examen wiskunde B1 2007, 2de tijdvak

94 Rijexamen

Door het CBR (Centraal Bureau Rijvaardigheids-bewijzen) worden jaarlijks ruim 400 000 examens voor een rijbewijs voor personenauto’s afgenomen. Dit examen bestaat uit twee delen: een theorie-examen en een praktijkexamen. Je moet eerst geslaagd zijn voor het theorie-examen voordat je mag deelnemen aan het praktijkexamen.



Vóór 1 oktober 2002 bestond het theorie-examen uit 50 ja/nee-vragen. Een kandidaat was geslaagd voor het theorie-examen als ten minste 45 ja/nee-vragen goed werden beantwoord.

Hannie Samson wist, tijdens haar theorie-examen, van 41 ja/nee-vragen het goede antwoord. Door de overige 9 ja/nee-vragen te gokken, had Hannie Samson toch een kans om te slagen.

1   2   3   4   5   6   7   8


Dovnload 0.88 Mb.