Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


4. Sociale relaties 1 Petrus 2: 11-23 en 3: 1-7

Dovnload 59.76 Kb.

4. Sociale relaties 1 Petrus 2: 11-23 en 3: 1-7



Datum24.09.2018
Grootte59.76 Kb.

Dovnload 59.76 Kb.

4. Sociale relaties – 1 Petrus 2:11-23 en 3:1-7
Voor de auteur van 1 Petrus leidt bekering tot een ‘nieuw leven’ (“opnieuw geboren worden” – 1:3,23 / “de genade van het nieuwe leven” – 3:7). Hij vult dit heel concreet in met toepassingen in het dage­lijkse leven. Hierbij richt hij zich tot mensen in diverse situaties voor wie het niet altijd makkelijk was om hun geloof stand­vastig en consequent uit te leven.

Laten we eerlijk zijn: er zitten heikele thema’s bij, waar we het vandaag fraai lastig mee zouden heb­ben, of die zelfs in de loop der tijd danig geëvolueerd zijn! Heel veel commentaar of uitleg is niet echt nodig; tijd om van gedachten te wisselen des te meer! Maar dan wel in respect voor elkaar als we van mening verschillen! Waarschijnlijk zal de tijd ontbreken om alle aangehaalde punten diep­gaand te bespreken. Kies er dan die uit, die de groep het meest interpellerend vindt…


Leven als gelovige in een ‘vijandige’ omgeving

“Geliefde broeders en zusters, u bent als vreemdelingen die ver van huis zijn; ik vraag u dringend niet toe te geven aan zelfzuchtige verlangens, die uw ziel in gevaar brengen. 12Leid te midden van de ongelo­vigen een goed leven, opdat zij die u nu voor misdadigers uitmaken, door uw goede daden tot inzicht komen en God eer bewijzen op de dag waarop hij komt rechtspreken.” (2:11-12)


Vreemdeling: (NBG: bijwoners en vreemdelingen); iemand die ergens leeft zonder burgerrecht

Zelfzuchtige verlangens: lett. = vleselijke begeerten

Die uw ziel in gevaar brengen: lett. = die strijd voeren tegen uw ziel

Belasteren als misdadigers: lett. = slecht spreken alsof jullie kwaaddoeners zouden zijn
Samen overleggen

  1. Als gelovige leven in een heidense omgeving… Zijn er parallellen met onze maatschappij vandaag?

  2. Hoe groot is in onze tijd en maatschappij de verleiding om ‘toe te geven aan zelfzuchtige verlangens’ (of: vleselijke begeerten? Kunt u concrete voorbeelden geven. Wat kan helpen om hiertegen bestand te zijn?

  3. Denkt u dat door ‘een goed leven’ mensen ‘tot inzicht kunnen komen’ en God eer bewijzen? Hebt u dit zelf al ervaren?


Relatie tot de overheid

“Erken omwille van de Heer het gezag van de bestuurders die door de mensen zijn aangesteld: van de keizer, de hoogste autoriteit, 14en van de gouverneurs, die hij heeft afgevaardigd om misdadigers te straf­fen en om te belonen wie het goede doen. 15God wil namelijk dat u door het goede te doen onwe­ten­de dwazen de mond snoert. 16Leef als vrije mensen, en verschuil u niet achter uw vrijheid om u te misdragen, maar handel als dienaren van God. 17Houd iedereen in ere, heb uw broeders en zusters lief, heb ontzag voor God en eerbiedig de keizer.”



Erken: lett. = wees onderdanig, onderwerp u

Daar waar Paulus heel stellig schrijft dat het overheidsgezag door God is ingesteld (Rom 13:1-6 / dit houdt o.a. gehoorzaamheid in, eerbied hebben en ook belasting betalen…), stelt Petrus dat de be­stuurders ‘door mensen zijn aangesteld’, zowel de keizer als de gouverneurs.



Samen overleggen

  1. Door mensen aangesteld…’ of toch door God… Hoe zie jij dit? Je zult maar in een land leven waar de mensenrechten op grove wijze met de voeten worden getreden…

  2. En wat als de autoriteiten hun taak (misdadigers straffen en belonen wie het goede doen) niet vervul­len? Hoe kan er ooit iets veranderen als iedereen zich gewoon ‘onderwerpt’

  3. Vandaag zien we dat sommige heersers door en door slecht en wreed zijn voor hun onderdanen. Moet je als christen dan je mond houden? Wat betekent het dan om ‘onze broeders hoeder’ te zijn?

  4. Voor de Joodse Raad zei Petrus: ‘we moeten God eerder gehoorzamen dan mensen…’(Hand 5:29) Daar zijn wij, adventisten, het volmondig mee eens als het bv. gaat om ‘onze’ sabbat. Is sabbat dan belangrijker dan het welzijn van medemensen?

  5. Wat betekent het als gelovige een ‘goede burger te zijn’? Moeten wij (of: hoe kunnen wij) als christen concreet interesse tonen voor de gang van zaken in de wereld en maatschappij? Hebt u zelf al ervaren of meegemaakt dat een goede christelijke houding positieve veranderingen teweegbrengt in de maatschappij (in de stad, in het dorp, in de wijk)?

Slaven en meesters
Slaven, erken het gezag van uw meesters en heb ontzag voor hen, niet alleen voor de goede en recht­vaardige, maar ook voor de onrechtvaardige. 19Het is een blijk van genade als iemand, doordat zijn aandacht op God gericht is, in staat is onverdiend leed te verdragen.”  (2: 18,19)
Slaaf: het Griekse woord betekent huisslaaf Erken het gezag: lett. = wees onderdanig, onderwerp u

In de Romeinse samenleving was het hebben van slaven de normaalste zaak. Ze werden beschouwd als bezit van de meester. Slaven konden uiteenlopende taken toegewezen krijgen. De meester(es) had volledig beschikkingsrecht, en er was absolute gehoorzaamheid vereist. Slaven met een goede mees­ter hadden geluk. Anderen konden onderworpen worden aan allerlei straffen en mishandelingen.

Ook het oude Israël kende slavernij. In Exodus 21 kun je allerlei bepalingen lezen hieromtrent. Heel wat bepalingen waren bestemd om mensen die in armoede waren vervallen een zekere bescherming te geven. Toch zitten er heel wat elementen bij die schokkend zijn voor ons vandaag. (Zie ook Deut. 24:7 en Lev 25:44-46 => een Israëliet mocht geen Joodse slaaf kopen, wel slaven uit omringende volken).


Ellen White vertelde de mensen dat ze niet openlijk en over­duidelijk ongehoorzaam moesten zijn aan de plaatselijke zondagswetten. De sabbat moest wel geheiligd worden, zoals God dat gebiedt, maar ze moesten niet opzettelijk de wetten van de zondag overtreden. Toch zegt ze dat adven­tisten op één punt de wet niet moeten gehoorzamen. Als een slaaf aan zijn meester was ontsnapt, dan eiste de wet dat de slaaf teruggebracht moest worden naar zijn meester. Ellen White ging tegen deze wet in en ze vertelde de adven­tisten deze niet te gehoorzamen, wat de consequenties ook waren. (dialoog p. 47)
Ook in het vroege christendom waren er nog slaven. Denk maar aan Onesimus, de slaaf die was weg­ge­lopen van zijn meester Filemon, en die door Paulus wordt teruggestuurd (wel met de min of meer versluierde maar toch niet mis te verstane aanbeveling om als broeders in het geloof anders met elkaar om te gaan!).
In de Bijbel wordt God heel vaak voor­gesteld als de Bevrijder. Denk maar aan het Exodus verhaal en de inleiding op de Tien Woorden. Of aan Jesaja 65:21,22 waar het messiaanse rijk (Gods ideaal­beeld) beschreven wordt in het teken van vrijheid voor iedereen.
Samen overleggen

  1. Ga eens door Exodus 21… Wat spreekt je aan, wat stoot je tegen de borst? Is het mogelijk om een en ander door te trekken naar menselijke relaties vandaag (ook relatie werkgever / werknemer)? Had Petrus ook niet enkele aanbevelingen moeten geven voor de meesters?

  2. Hoe komt het dat het zo lang heeft geduurd voor zelfs christenen begrepen dat slavernij niet kan (denk maar aan de Kongopolitiek van onze Leopold II en aan Amerika in de 19de eeuw…)? Vaak beriep men zich hierbij dan nog op de Bijbel… Hoe reageert u hierop?

  3. Bespreek samen de houding van Ellen White m.b.t. slavernij en de houding tot de overheid.

  4. In onze samenleving komt slavernij in principe niet meer voor… Hoe zit dat in de werkelijkheid? En wat met allerlei vormen van uitbuiting? Moeten wij als christen dit aanvaarden en zwijgen?


Vrouwen en mannen
Voor u, vrouwen, geldt hetzelfde: erken het gezag van uw man. Dan zullen mannen die weigeren Gods boodschap te aanvaarden daarvoor gewonnen worden door het gedrag van hun vrouw, zonder dat zij iets hoeft te zeggen, 2omdat ze zien hoe zuiver u leeft uit ontzag voor God. 3Uw schoonheid moet niet gelegen zijn in uiterlijkheden, zoals kunstig gevlochten haar, gouden sieraden of elegante kleding, 4maar in wat verborgen ligt in uw hart, in een zacht en stil gemoed. Dat is een onvergankelijk sieraad dat God kostbaar acht. 5Daarmee tooiden zich vroeger ook de heilige vrouwen die hun hoop op God vestigden en het gezag van hun man erkenden, 6zoals Sara; zij gehoorzaamde Abraham en noemde hem ‘heer’. U bent haar dochters wanneer u het goede doet en u zich geen angst laat aanjagen. (3:1-6)
U, mannen, moet verstandig omgaan met uw vrouw, die brozer is dan u. Behandel haar met respect, want zij deelt samen met u in de genade van het nieuwe leven. Dan staat niets uw gebeden in de weg. (3:7)
Dit thema is vandaag nog, ook in onze middens, heel actueel. In bepaalde culturen wordt de vrouw beschouwd als minderwaardig en is ze totaal afhankelijk van de willekeur van de man(nen). In bepaal­de christelijke middens (ook in sommige van onze kringen) wordt de ondergeschiktheid van de vrouw (zij het in minder extreme zin) bijbels onderbouwd. Heel vaak wordt hierbij verwezen naar het scheppings­verhaal in Genesis. Eigenlijk is dit vreemd… Het Genesisverhaal bevat immers enkele opmerkelijke elementen:
Laten we mensen maken… (Gen 1:26)

In de grondtekst staat er: Laten we Ha’ADAM (de mens / mensheid) maken. Adam is oorspronkelijk geen mannelijke eigennaam, maar betekent ‘mens’, ‘aardling’ (geschapen uit de aarde, ‘adamah’ – de rode Mesopotamische klei). Mannelijk én vrouwelijk (en niet ‘man en vrouw’). En het is deze ‘mens’, mannelijk en vrouwelijk, die geschapen wordt naar Gods beeld en die Gods zegen krijgt (Gen 1:27,28)
Merk op dat het begrip ‘vrouw’ in Genesis 1 niet wordt voorgesteld als ondergeschikt!
Een hulp die bij hem (ha’ADAM – de mens) past… (Gen 2:18-22)

  • Het woord ‘hulp’ is helemaal niet denigrerend in het Hebreeuws. Ook God zelf wordt ‘EZER’ – hulp/helper genoemd (vb. Psalm 121:1). Als je hier toch de idee van ondergeschiktheid wilt invoeren, dan is het eerder degene die hulp nodig heeft en niet hij (of zij) die te hulp komt die ondergeschikt is!

  • Een mooie en gepaste vertaling van het Hebreeuwse woord ‘NEGED’ (‘die bij hem past’) is het Franse ‘vis-à-vis’. Het geeft nabijheid
en communicatie aan, maar ook het ‘anders zijn’. Twee mensen staan naar elkaar toe gekeerd en kunnen elkaar in de ogen kijken, kunnen diepgaand communiceren, mogen zichzelf blijven (‘tegenover elkaar’ houdt ook in dat niemand ooit volledig opgaat in de ander,en dat een bepaalde mate van confrontatie normaal en zelfs goed is!), kunnen elkaar steunen, aanmoe­digen, corrigeren...





  • Genomen uit een rib (Genesis 2:22) 


Het Hebreeuwse woord ‘tsela’ (35x) wordt elders in de Bijbel eigenlijk nooit vertaald als rib, wel als kant, component (Eng. = side; Fr. = côté) en geeft eerder het belang aan van complementariteit in een relatie. Het 'anders zijn' betekent dat je elkaar zinvol kunt aanvullen.
Merk op dat de vrouw niet gemaakt wordt uit de man (ISH), wel uit de HA’ADAM, de mens. Pas wanneer a.h.w. de mannelijke en vrouwelijke component in de mens van elkaar gescheiden worden, is er in de tekst sprake van ‘man’ en ‘vrouw’ (in 1:27 stond er ‘mannelijk en vrouwelijk’).



  • Man en vrouw

  • In 2:23 is er voor het eerst sprake zowel van man als van vrouw: ISH en ISHSHA. Deze twee
woorden komen niet van dezelfde stam, maar voor het oor is er een duidelijke
overeenkomst en woord­spel. In het Hebreeuws komt er bij de vrouw een letter hé (H) bij. Dit wordt ook wel de ‘godsletter genoemd’, aangezien hij twee keer voorkomt in de naam JHWH. Ook
in eigennamen wordt vaak een H toegevoegd om God aan te duiden. De betekenis van het
woord ‘hé’ is venster. Een open venster op God en op de omgeving. Rabbijnen geven aan dat
vrouwen van nature meer gevoelig lijken te zijn zowel voor de anderen als voor God. Ook de beginverzen van 1 Petrus 3 lijken er op te wijzen dat er meer vrouwen waren in de vroege kerk… 


  • Naakt en zonder schaamte (Gen 2.25)

  • Het Hebreeuwse woord ‘naakt’ heeft als bijklank: kwetsbaar zijn, zonder bescherming, broos, breek­baar. In onze taal heb je nog de uitdrukking ‘in je blootje komen te staan’ of ook ‘iemand in zijn blootje zetten’. Wanneer echter de relatie open en eerlijk is, met wederzijds respect, dan kun je jezelf zijn. Pas in Genesis 3:16 is er sprake van mannelijke overheersing, en wel als gevolg van de zonde.

  • => Is het niet net Gods streven om zijn oorspronkelijke bedoeling te herstellen? En riep Jezus niet op om ook in deze beweging (verlossing; het Koninkrijk) te stappen?



  • Samen overleggen

  1. Vrouwen onderwerp u aan uw man’. In de Griekse tekst wordt letterlijk hetzelfde werkwoord gebruikt (7 x in 1 Petrus: 2:13; 2:18; 3:1; 3:5; 3:22; 5:5) als voor gehoorzaamheid van de burger aan de overheid, en de van de slaaf aan de meester… Hoe reageert u hierop?

  2. Overloop samen de verschillende elementen uit het scheppingsverhaal in Genesis 1-3. Bespreek samen de draagwijdte en de concrete implicaties i.v.m. de relatie tussen mannen en vrouwen.

  3. Hoewel slavernij in de Bijbel was toegestaan en zelfs geregeld, hebben wij (ook door de woorden van E. White) al een hele tijd begrepen dat dit (deze culturele verworvenheid) moest veranderen. Waarom is het zo moeilijk om die verandering ook door te voeren m.b.t. de vrouw?

  4. Ook in onze kerken zijn er vaak meer vrouwen / meisjes dan mannen… Hoe zou dit komen? Hoe kan daarin verandering gebracht worden?

  5. Bij het thema ‘slaven’ had Petrus geen speciale boodschap voor de meesters. Voor de mannen heeft hij dit wel (3:7). Bespreek samen wat zijn raad concreet inhoudt.

Tot slot…
“Is er enige reden om trots te zijn wanneer u de slagen verdraagt die u als straf voor uw wangedrag krijgt? Het is echter een blijk van Gods genade wanneer u verdraagt wat u moet lijden voor uw goede daden. Dat is uw roeping; ook Christus heeft geleden, om uwentwil, en u daarmee een voorbeeld gegeven. Treed dus in de voetsporen van hem…” (2: 20,21)
Ofwel: een houding die genade vindt in Gods ogen; of: een houding die voortkomt uit Gods genade

In de verzen 20-24 van hoofdstuk 2 geeft de schrijver aan dat Jezus volgen soms inhoudt dat je onte­recht lijden verdraagt. Ook Jezus deed dat. En hij preekte het ook. Denk maar wat hij zei in de Berg­rede (Mat 5:38-42). Soms is dat de enige manier om erger te voorkomen of om een en ander ten goede te keren.


 Tot slot vraag ik u:

  • Wees allen eensgezind, leef met elkaar mee, heb elkaar lief als broeders en zusters, wees barm­har­tig en bereid de minste te zijn. 

  • 9Vergeld geen kwaad met kwaad, en als u wordt uitgescholden, scheld dan niet terug; zegen juist, opdat u ook zelf zegen ontvangt, want daartoe bent u geroepen. 

  • 10Immers: ‘Wie het leven liefheeft en gelukkig wil zijn, moet geen laster of leugens over zijn lippen laten komen, 11hij moet het kwaad uit de weg gaan en het goede doen, en voortdurend vrede nastreven.

12Want de Heer verliest de rechtvaardigen niet uit het oog en luistert naar hun hun gebeden, maar hij keert zich tegen wie kwaad doen.’ (3:8-12)

Samen overleggen

  1. Onterecht lijden verdragen’… Kunnen er zich nu nog situaties voordoen waar dit een goede raad is? Voorbeelden? Betekent dit dat je alles over je heen moet laten gaan of zijn hier ook grenzen aan? Wat is hierbij de norm?

  2. Overloop samen de toch wel heel concrete slotraadgevingen (3:8-12). Hoe moeilijk / makkelijk zijn ze op te volgen? Maar ook: hoe belangrijk zijn ze? Wat kan de positieve uitwerking zijn als we er (met vallen en opstaan) in slagen?



2de kwartaal 2017 – De brieven van Petrus – studie 4 J.D.

  • Leven als gelovige in een ‘vijandige’ omgeving
  • Relatie tot de overheid
  • Samen overleggen ‘Door mensen aangesteld
  • Slaven en meesters “Slaven
  • In de Romeinse samenleving
  • Ook in het vroege christendom
  • Samen overleggen Ga eens door Exodus 21
  • Een hulp die bij hem (ha’ADAM – de mens) past…
  • Genomen uit een rib
  • Naakt en zonder schaamte
  • Samen overleggen ‘Vrouwen onderwerp u aan uw man’
  • Samen overleggen ‘Onterecht lijden verdragen’

  • Dovnload 59.76 Kb.