Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


7. De kosmische wet van aantrekking: contingentie is een illusie

Dovnload 44.59 Kb.

7. De kosmische wet van aantrekking: contingentie is een illusie



Datum01.08.2017
Grootte44.59 Kb.

Dovnload 44.59 Kb.

7. De kosmische wet van aantrekking: contingentie is een illusie

Contingent betekent ‘toevallig, niet noodzakelijk’. Wie gelooft in de contingentie van het bestaan is van mening dat het leven op aarde een samenloop van omstandigheden is. Het is toevallig ontstaan en het had er dus net zo goed niet kunnen zijn. En de gebeurtenissen in het mensenleven zijn, volgens wie in contingentie gelooft, net zo toevallig als die in de mensengeschiedenis.

De Duitse taal kent het prachtige begrip ‘Kontingenzbewältigung’ om uit te drukken dat godsdiensten en andere spirituele geloven de contingentie van het bestaan buiten de deur proberen te houden. Wie spiritueel geloven voor ‘Kontingenzbewältigung’ houdt, zegt dus dat de bestaanscontingentie voor de gelovige dermate ondraaglijk is dat deze zich koestert in magische voorstellingen van de werkelijkheid. Op deze wijze wordt de feitelijke toevalligheid van alles domweg ontkend. Het kan bij dergelijke magische voorstellingen gaan om het geloof in God als Heerser van het universum, of in een leven na de dood, of in persoonlijke groei door verschillende levens op aarde en dergelijke. Wie spiritueel geloven voor ‘Kontingenzbewältigung’ houdt, beschouwt willekeurig welke vorm van spiritueel geloof dus als illusie dat er achter het leven een bedoeling en sturende kracht zit.

‘Bestaanscontingentie’ is uitgegroeid tot een belangrijk uitgangspunt in de recente filosofie. Ook godsdienstfilosofen en theologen geven er zich rekenschap van dat het leven contingent is. En dat godsdienstige mensen maar al te vaak de neiging hebben om het heil beheersbaar te willen maken met behulp van hun geloofsovertuigingen. Volwassen religieus leven is, volgens deze auteurs, juist een kwestie van het erkennen van de contingentie van het heil.

De opvatting van de bestaanscontingentie staat lijnrecht tegenover de overtuiging van de lotsbestemming die leeft in verschillende wereldreligies. De christelijke traditie kent het begrip ‘goddelijke voorzienigheid’: God heeft een bestemmingsplan met zijn Schepping in het algemeen en ieder individu in het bijzonder. Sommige christenen zien iedere gebeurtenis in hun leven als een vorm van goddelijke voorzienigheid. Volgens deze gelovigen ‘stuurt’ God hun leven in de richting van de bedoeling ervan.

Het is nu in onze tegenwoordige tijd fascinerend om te zien dat het boek ‘The Secret’ zo immens populair is. In dit boek wordt beweerd dat niets toevallig gebeurt omdat onze gedachten als een magneet bepaalde levenssituaties aantrekken. Men spreekt van ‘de wet van aantrekking’. Vanuit deze visie gezien, is geloof in contingentie dus juist een illusie! Men redeneert: we kunnen onszelf wel wijsmaken dat heil of onheil ons toevallig overkomt, maar dan weigeren we in feite om verantwoordelijkheid te nemen voor ons leven. Als onheil me ‘overkomt’, dan is dat het gevolg van het feit dat ik deze situatie heb aangetrokken en wel door mijn eigen negatieve gedachten. Als ik het onheil afdoe als ‘toeval’ leg ik de verantwoordelijkheid van mijn leven buiten me. Wil ik een heilzaam leven, dan zal ik positieve denkbeelden over mijzelf en mijn leven moeten ontwikkelen. Deze denkbeelden zullen dan als een magneet heilzame situaties aantrekken.

We zien: zowel degenen die in contingentie geloven als degenen die geloven in de wet van aantrekking doen een beroep op volwassenheid en verantwoordelijkheid. Wie volwassen en verantwoordelijk is, laat de illusie achter zich. Maar wat is nou werkelijk de illusie? Is het een illusie, een vorm van magisch bijgeloof, dat er geen toeval bestaat, dat God (het universum) ons welgezind is en een heilsplan met ons heeft? Of is het geloof in bestaanscontingentie nu juist de illusie? Uiteraard is het bestek van dit artikel veel te kort om deze vragen afdoende te beantwoorden. Het enige doel van dit artikel is om de natuurkundige plausibiliteit aan te tonen van deze wet van aantrekking, ook in verband met wat christenen ‘voorzienigheid’ noemen, moslims ‘kismet’ en oosterlingen ‘karma’.

Daartoe zal ik in de eerste paragraaf ingaan op ‘contingentiedenken’ en vervolgens, in de tweede paragraaf, op ‘voorzienigheidsdenken’. In de derde paragraaf plaats ik de vraag naar ‘contingentie of goddelijke voorzienigheid?’ dan binnen het kader van de wet van aantrekking. Het zal blijken dat deze wet past binnen de monistisch idealistische denkwijze die werd geschetst in het tweede, derde en vierde artikel.


1. Contingentie en noodlot in de recente filosofie
De grote 19de eeuwse Duitse filosoof Nietzsche pleitte voor het amor fati: het liefhebben van het noodlot. Dit noodlot was in zijn visie geen kwestie van noodzakelijkheid of voorzienigheid. De zaken zijn nu eenmaal gelopen zoals ze gelopen zijn. De kunst van het leven is het manmoedig omarmen van het onvermijdelijke. Ook de grote 20ste eeuwse Franse existentialisten Sartre en Camus huldigden een dergelijke heroïsche visie op de contingentie van het leven. Er is volgens hen geen hogere macht die het leven stuurt, er zit geen bedoeling achter de kosmos. Wie verantwoordelijkheid draagt voor zijn leven, kijkt deze intrinsieke zinloosheid en absurditeit recht in het gezicht. Ook al heeft het bestaan geen intrinsieke zin, we kunnen er als mens wél zin aan geven. Dit is, nog steeds volgens deze existentialisten, de ultieme vrijheid. In zijn beruchte essay ‘de mythe van Sisyphus’ gebruikt Camus een beeld uit de Griekse mythologie: Sisyphus die een steen de berg oprolt. Als het hoogste punt is bereikt, rolt de steen weer naar beneden en begint Sisyphus opnieuw. Hoewel hij weet dat deze handeling in zichzelf zinloos is omdat ze geen doel heeft, verkiest Sisyphus om door te gaan met rollen. Zo geeft hij zin aan zijn intrinsiek zinloze bestaan.

Deze filosofische visie op keuzevrijheid en de mens als zingever is vervolgens van grote invloed geweest op humanistische psychologen als Fromm, Rogers en Maslow. Doordat deze denkers afscheid namen van de opvatting dat er een hogere macht is die ons leven stuurt, kwam de mens zelf in het centrum van zijn bestaan te staan. In hun humanistische mensvisie stond ‘zelfverwerkelijking’ centraal. In het werk van Maslow is zelfverwerkelijking een kwestie van aan je basisbehoeften voldoen en vervolgens steeds hoger klimmen in de ‘behoeftenpyramide’, totdat de top wordt bereikt: het transcendente.1

Vanaf de jaren 1980 werd dit haast grenzenloze geloof in de vrije wil van de mens steeds meer door filosofen gerelativeerd. Zo constateerde de Amerikaanse filosoof Dennett dat vrije wil in absolute zin een illusie is omdat we sterk zijn bepaald door de (on)mogelijkheden die de evolutie de mens toevalligerwijze heeft opgeleverd. Er bestaat volgens Dennett wél vrije wil in de relatieve zin van de keuze uit verschillende opties.2 Dennett’s collega Rorty roept ertoe op om de contingentie van onze keuzes te erkennen. Alleen ‘metafysici’ volharden volgens hem nog in de illusie dat er een intrinsieke bedoeling ten grondslag ligt aan het bestaan. Net als bij Nietzsche en Camus zien we dat Rorty niet pessimistisch wordt van deze overtuiging. Hij erkent de ‘ironie’ van het feit dat hij zich toevalligerwijze tot een liberaal denker heeft ontwikkeld. Was hij ergens anders opgegroeid, dan zou hij zich immers andere ideeën eigen hebben gemaakt. Maar deze ironie belet het hem niet om volmondig ‘ja’ te zeggen tegen zijn levensovertuiging waarin ‘solidariteit’ (toevalligerwijze) een grote rol speelt waardoor hij keuzes maakt waarin deze waarde tot uitdrukking komt.3

Kortom: al deze denkers roepen de mens ertoe op om de verantwoordelijkheid voor diens leven op zich te nemen en te stoppen met het geloven in de illusie dat het bestaan een intrinsieke samenhang en bedoeling heeft.


2. Lotsbestemming en voorzienigheid in wereldgodsdiensten
Dat het bestaan een intrinsieke samenhang en bedoeling heeft, is volgens de wereldgodsdiensten geen illusie, maar een feit. De verschillende godsdiensten kijken verschillend tegen deze samenhang en bedoeling aan. Zelfs binnen één en dezelfde godsdienst kunnen er zeer verschillende inzichten tegenover elkaar staan.

Zo gaan strikt calvinistische protestanten uit van de zogenoemde ‘predestinatieleer’. Het verloop van de geschiedenis, inclusief de levensloop van ieder individu, is vooraf door God bepaald. Alleen degenen die door God vooraf zijn uitverkoren zullen gered worden aan het Einde der Tijden. Vrije wil bestaat dus niet: de mens heeft geen enkele mogelijkheid om het eigen lot te veranderen. Bij God is al bekend hoe elk individu in diens leven zal handelen. God weet dus al wie uitverkoren is en wie niet. Maar aangezien het individu dit zelf nog niet weet, blijft er de hoop op de verlossing.

Katholieken hebben altijd al meer waarde toegekend aan de vrije wil van de mens. God doet, volgens de katholieke leer, voortdurend een genadeaanbod aan de mens en het is diens keuze of hij dit aanbod aanneemt of niet. Dit genadeaanbod vloeit voort uit de goddelijke voorzienigheid: de zorgzame wijze waarop God de Schepping en ieder individu naar de ‘bestemming’ leidt. De catechismus van de katholieke kerk verwoordt dit als volgt:
De schepping heeft haar eigen goedheid en volmaaktheid, maar ze is niet geheel voltooid uit de handen van de Schepper gekomen. Ze is geschapen in een staat van op-weg-zijn ('in statu viae') naar een nog te verwachten, uiteindelijke voltooiing, waartoe God haar bestemd heeft. Wij noemen de beschikkingen waarmee God zijn schepping naar deze volmaaktheid leidt, goddelijke voorzienigheid. (par. 302). De goddelijke voorzienigheid bestaat uit de beschikkingen waardoor God met wijsheid en liefde al de schepselen naar hun uiteindelijk doel leidt (par. 321).
In de officiële katholieke leer zal de Schepping pas voltooid zijn als God aan het Einde der Tijden, bij de terugkeer van Christus, ‘alles in allen’ is geworden. Ieder schepsel wordt door God en zijn hemelse helpers op weg daarheen begeleid. Het christelijke geloof dat de goddelijke voorzienigheid geldt voor ieder individu vinden we ook terug in uitdrukkingen als: ‘God geeft je het kruis dat je kunt dragen’. God geeft je niet meer leed op je pad dan je aankunt. En als dat gebeurt, dan heeft het een doel. De catechismus citeert de heilige Thomas More die, vlak voor zijn marteldood, tegen zijn dochter zei: ‘ik ben er vast van overtuigd dat dit, ook al lijkt het nog zo erg, in feite het beste zal zijn’ (par. 313). Ieder mens is bestemd om in de gelukzalige eenheid met God te delen, maar Gods wegen daar naartoe zijn ondoorgrondelijk. En in de katholieke visie staat het de mens dus vrij om zich aan deze bestemming te onttrekken. Net als bij de protestantse predestinatieleer wordt er in de catechismus gezegd dat God alles weet ‘zelfs wat door het vrije handelen van de schepselen zal gebeuren’ (par. 302). Soms openbaart God de toekomst aan zijn profeten of heiligen. Van de gelovigen wordt gevraagd om elke ‘ongezonde nieuwsgierigheid’ met betrekking tot de toekomst te laten varen en volledig te vertrouwen op de goddelijke voorzienigheid (par. 2115).

De Islam kent het begrip kismet voor lotsbestemming. God heeft vooraf bepaald hoe de geschiedenis zal verlopen. De toekomst van ieder individu ligt vast. Er zal precies gebeuren wat er moet gebeuren. Volgens sommige moslims is het een illusie om te denken dat de mens de vrije keuze heeft om het anders te doen. De enige werkelijkheid is de Wil van Allah: Zijn vooraf bepaalde heilsplan. Menselijke keuzen hebben daar geen invloed op. Deze keuzen zijn vooraf door Allah gekend en maken al onderdeel uit van Zijn plan.

Het begrip ‘karma’ is in het boek en de eerdere artikels al vaak ter sprake gekomen. Hindoes, boeddhisten en ook steeds meer westerlingen zijn ervan overtuigd dat er een kosmische wet van oorzaak en gevolg bestaat. Ieder mens is op weg naar de uiteindelijke bestemming van het nivana (zie artikel 6). De vraag is alleen hoeveel incarnaties er nodig zullen zijn om deze eindbestemming te bereiken. Wie tijdens het aardse leven nog niet volledig bewust is geworden, zal opnieuw op aarde belanden. De leefomstandigheden en de gebeurtenissen tijdens het aardse leven zijn niet toevallig maar een voortbrengsel van karma. Sommige hindoes en boeddhisten spreken over karma in termen van straf of beloning. Theosofen halen dit moralisme van het karmabegrip af door te stellen dat karma puur een kwestie is van oorzaak en gevolg. Karma is een natuurwet te vergelijken met de zwaartekracht. Denk aan het voorbeeld van de ballon (in het derde hoofdstuk): hoe meer gewichtjes ik van de ballon afhaal, hoe hoger hij stijgt. Karma is gericht op stijging in trilling: hoe meer bewustzijn, licht en liefde, hoe hoger de trilling, hoe lichter en liefdevoller de levenssituaties die, in dit of een volgend leven, worden aangetrokken.

Deze opsomming van hoe er in wereldgodsdiensten tegen lotsbestemming wordt aangekeken, is uiteraard verre van compleet. Binnen het korte bestek van dit artikel ging het mij louter erom het spectrum te laten zien.

- Aan de ene kant de calvinistische predestinatieleer en het islamitische geloof in ‘kismet’ waarin de menselijke vrije wil als illusie wordt gezien. Alles is door God voorbestemd, tot en met de leefomstandigheden en gebeurtenissen in het mensenleven. Niemand kan zich aan dit goddelijke Bestemmingsplan onttrekken. God weet zelfs al wie voor eeuwig verdoemd is.

- Aan de andere kant de katholieke visie die voorzienigheid en vrije wil combineert. Ieder mens is geroepen tot de goddelijke eenheid. Maar niet iedereen zegt ‘ja’ op deze oproep. Het geloof in karma verschilt in veel opzichten van het katholieke geloof in voorzienigheid. Maar er zijn ook twee grote overeenkomsten die betrekking hebben op de combinatie van ‘bestemming’ en ‘vrije wil’. De concrete gebeurtenissen in het leven zijn niet toevallig, maar ‘gestuurd’. En ieder mens is bestemd voor de Eenheid, maar is ook vrij om te kiezen.


3. Contingentie of goddelijke voorzienigheid?
Geloof in bestaanscontingentie is een illusie

Ik heb zelf lang geloofd in bestaanscontingentie: het leven is toevallig ontstaan; er zit geen zin of betekenis achter en het is eindig. Eigenlijk vond ik dat ook wel een troostende gedachte als ik mijn bestaan wel eens als een lijdensweg ervoer. Het zou immers een keer afgelopen zijn. En het gaf me bovendien een gevoel van vrijheid om te denken dat ik aan niets of niemand verantwoording hoefde af te leggen voor mijn keuzen, behalve aan mezelf.

We zagen het al in het boek: ook het geloof in contingentie bevredigt bepaalde behoeften. Bijvoorbeeld dergelijke behoeften aan troost of een vrijheidsgevoel. Eerder vertelde ik al dat ik lang heb geloofd het definitieve einde van mijn leven in eigen hand te hebben. In die tijd dacht ik dan ook zeer liberaal over suïcide en euthanasie omdat ik toen nog geloofde dat dergelijke daden geen enkel gevolg hebben voor de persoon zelf. Volgens het geloof in materialisme en contingentie stopt bij de dood immers het bewustzijn een ‘ik’ te zijn. Wie in karma gelooft, zal zeggen: ‘onzin, je kunt je niet aan je verantwoordelijkheid en dus de gevolgen van je handelen onttrekken. Suïcide lost niets op. Je begint in een volgend leven gewoon weer daar waar je in een eerder leven gestopt bent’! Geloven in contingentie is volgens wie in karma gelooft dus niet alleen een illusie, maar ook een manier om mijn kop in het zand te steken voor de eigenlijke bedoeling van mijn leven. Ook de katholiek die in voorzienigheid gelooft, zal zeggen dat het leven een bedoeling en een bestemming heeft en dat contingentiegeloof een manier is om je aan die bedoeling en bestemming te onttrekken. En iemand die in predestinatie of kismet gelooft, zal dit zelfs als illusie bestempelen: ‘onzin, vrije wil bestaat niet; je kunt je niet eens aan je bestemming onttrekken’.

Ik ben er inmiddels van overtuigd dat niet het voorzienigheidsdenken, maar het contingentiedenken een illusie is. Mijn huidige leven vormt een onderdeel van een goddelijk heilsplan: de weg naar bevrijding van alle levende wezens. En het woord bevrijding slaat dan op het vrijkomen van de verslaving van grijpen en knijpen waarover ik sprak in het derde hoofdstuk. Dit is de bestemming waaraan ik me niet kan onttrekken. Toch denk ik dat er wel degelijk ook zoiets bestaat als vrije wil, zij het niet in absolute zin. Dit wordt mooi verwoord in de inleiding op een Cursus in Wonderen:


Het is een verplichte cursus. Alleen de tijd waarop je hem doet, staat jou vrij. Vrije wil betekent niet dat jij het leerplan kunt vaststellen. Het betekent alleen dat je kunt kiezen wat je op een bepaald moment wilt doen.4
Voorzienigheid en vrije wil lijken elkaar uit te sluiten, maar in deze visie is dit dus niet het geval. Hierover meer in het nu volgende.
Voorzienigheid of vrije wil?

Zoals ik dat al vele keren eerder heb gedaan, sluit ik me ook qua denken over ‘vrije wil’ en ‘voorzienigheid’ graag aan bij de oude Alexandrijnen Plotinus en Origenes. ‘Vrije wil’ is volgens Plotinus weliswaar een illusie in absolute zin: de voorzienigheid zorgt immers onvermijdelijk voor de terugkeer van alles in de Ene. Maar in de concrete aardse situatie staat het de mens vrij om zich al dan niet tot de voorzienigheid te richten.5 Ook Origenes houdt de vrije wil in deze zin overeind. Het staat vast dat God ‘alles in allen’ zal zijn. Gods voorzienigheid is erop gericht dat ieder schepsel uiteindelijk aan God gelijk zal worden. En zelfs het verloop van het individuele leven ligt vast. Zo kon het leven van Esau niet anders lopen dan het verliep.6 Toch zijn we tegelijkertijd, nog steeds volgens Origenes, ‘als mensen van vrije wil zelf verantwoordelijk’.7

Deze uitspraken lijken zeer tegenstrijdig. Ligt alles nou vast of niet? Bestaat de vrije wil nou wel of niet? Vanuit ons verstandelijke denken is ofwel het ene waar of het andere. Beide kunnen niet tegelijkertijd waar zijn. Opmerkelijk in dit verband is een gesprek tussen een boeddhistische priester en een oude man in de eerste aflevering van de TV-serie Kung Fu (0.25):
- Priester: Wat er in een mensenleven gebeurt, staat al geschreven. De mens moet door het leven bewegen zoals zijn lotsbestemming het wil.

- Oude man: Ja, en ieder mens is vrij om te leven zoals hij verkiest. Hoewel ze tegengesteld lijken, beide zijn waar. (lacht….) Ik begrijp het niet…


De oude man kan het verstandelijk niet be-grijpen, maar er is een innerlijk weten in hem dat zegt dat beide opvattingen waar zijn.

We zagen het eerder: het klassieke, materialistische denken ligt vastgeklonken aan de dimensies van lineaire tijd, ruimte en tijd. Denkend binnen de beperktheid van deze dimensies is ofwel de ene uitspraak waar, ofwel de andere. Maar, zoals we zagen in het derde artikel: als we denken dat er niet meer is dan deze dimensies, dan lijken we op de platlanders die de dimensie ‘hoogte’ ontkennen. Einstein wist 100 jaar geleden als dat de lineaire tijd, zoals wij die waarnemen, een illusie is. In werkelijkheid is alles er al, bij wijze van spreken, ‘tegelijkertijd’. Voor(uit)zien is dus eigenlijk een koud kunstje voor iemand die vanuit hogere dimensies kijkt. Denk aan het voorbeeld van de man bovenop de wolkenkrabber die mij via de GSM kan vertellen wie er, bij mij beneden, om de hoek aankomt. Vanuit dit perspectief in de hoogte kan hij immers probleemloos om de hoek kijken. Of denk aan de ruimtelander die probleemloos in de kastjes van de platlander kan kijken. Op eenzelfde wijze is het natuurkundig zeer aannemelijk dat de toekomst van mijn leven en de kosmos er al is en dus ook te voor-zien is.

In feite is dit precies wat we de verschillende wereldreligies hebben horen zeggen. Bij God is alles bekend, tot en met alle keuzes van alle individuele mensen. En toch is het ook zo dat het voor de mens aanvoelt alsof het alle kanten op kan in zijn leven, dat het aan hem is welke keuzes hij maakt. Denk maar aan een opname van een voetbalwedstrijd die al gespeeld is. Als ik het scoreverloop en de uitslag wil kennen, hoef ik alleen maar vooruit te spoelen. Zowel het scoreverloop als de uitslag liggen vast. Maar als ik de opname bijvoorbeeld laat spelen vanaf de 85ste minuut bij een stand van 0 – 0, dan kan ik nog zeer spannende 5 minuten beleven. Het spel kan, in mijn beleving, immers nog alle kanten op!
Voorzienigheid of creëren van een betere toekomst?

Als mijn bestemming al vastligt en mijn vrije wil slechts in relatieve zin bestaat, volgt daar dan niet logisch uit dat het onzin is om te geloven dat ik een betere toekomst voor mezelf kan creëren? Maken mensen die bezig zijn met ‘The Secret’ van de aantrekkingswet zich niet alleen maar wijs dat ze hun levensloop positief kunnen beïnvloeden?

Ook hierbij geldt: voor wie een klassieke, materialistische denkwijze heeft, is ofwel het ene waar ofwel het andere. Anders gezegd: ofwel mijn bestemming ligt niet vast en ik heb de vrije wil om mijn toekomst te verbeteren. Ofwel: mijn bestemming ligt vast en dan is het onzin om in het creëren van een betere toekomst te geloven. Vanuit een klassieke, materialistische denkwijze is het onmogelijk dat mijn bestemming al vastligt terwijl ik toch ook mijn eigen toekomst kan creëren. Dit wordt anders als we een eigentijdse natuurkundige denkwijze aanhouden.

Er bestaat namelijk een natuurkundige theorie waarbinnen wordt beweerd dat in de tiende dimensie in feite alle gevolgen van iedere individuele keuze vervat liggen. Iedere mogelijke keuze wordt ook gekozen en zo ontstaan een onmetelijk aantal parallelle universa. Dit lijkt science fiction, maar het is een theorie die volgens sommige natuurkundigen logisch voortvloeit uit de bevindingen van de snarentheorie en de kwantumfysica.8 We zagen in het tweede en derde artikel dat waarneming (bewustzijn) een waarschijnlijkheidsgolf van trilling verlaagt en zo omzet in een deeltje. Welnu, deze theoretici beweren dat alle mogelijke mogelijkheden ook feitelijk gerealiseerd worden. Vanuit deze eigentijdse natuurkundige denkwijze is het zo dat alle mogelijke gevolgen van alle mogelijke keuzen en ‘toevalligheden’ al in de tiende dimensie aanwezig zijn. Binnen onze lagere dimensies betekent dit dat ons bewustzijn, vooral onze denkbeelden, van moment tot moment kiest uit een eindeloos scala aan mogelijkheden. Een bepaalde keuze ‘realiseert’ een bepaalde mogelijkheid. Kortom: vanuit de tiende dimensie gezien worden alle mogelijkheden gerealiseerd; vanuit onze lagere dimensies gezien telkens maar één van de talloze mogelijkheden.

Zo gezien, is het niet langer onlogisch dat alles er al is en dat het toch ook mogelijk is, zoals The Secret beweert, om een betere toekomst te creëren. Hoe positiever onze denkbeelden, hoe positiever de mogelijkheden die we creëren.9 En dit werkt via de kosmische wet van aantrekking. Deze werkt in wezen niet anders dan het magnetisme. Onze ziel is een soort magneet die tijdens het leven op aarde bepaalde leersituaties aantrekt. Meestal gebeurt dit zeer onbewust, tenminste zolang we dit type magnetisme niet doorgronden. Denk bijvoorbeeld aan de vrouw die keer op keer te maken krijgt met gewelddadige liefdespartners. Of de man die keer op keer ruzie krijgt op zijn werk. Of de vrouw die keer op keer door mannen wordt afgewezen. Het is frappant om te ontdekken dat mensen dit soort situaties dan pas niet meer tegenkomen als ze zelf innerlijk een knop omgezet hebben. Anders gezegd: iemands innerlijke houding werkt als een magneet die zolang dit soort leersituaties blijft aantrekken totdat de innerlijke houding verandert. Hoe bewuster de mensenziel is geworden, hoe transparanter voor liefde, hoe liefdevoller de levenssituaties waar ze naartoe wordt getrokken. De Amerikaanse schrijfster Katie zegt het zo: ‘het Universum vergist zich niet’: je krijgt precies de situatie op je pad die op dit moment nodig is om te groeien in liefde.

Voor menig lezer is dit waarschijnlijk een absurde uitspraak omdat elk oorzakelijk verband lijkt te ontbreken. We willen best aannemen dat bijvoorbeeld het gebruik van spuitbussen de poolkappen doen smelten omdat we deze causaliteit binnen ons denken kunnen plaatsen. Uitstoot van CO2 verdunt immers de ozonlaag, waardoor er meer warmte van de zon op aarde komt, waardoor de poolkappen smelten. Toch ligt er in wezen eenzelfde oorzakelijkheid (causaliteit) ten grondslag aan de levenssituaties die we aantrekken. Je zou de kosmos kunnen zien als een ecosysteem dat gericht is op zoveel mogelijk bewustwording, liefde, licht. Onbewustheid en liefdeloosheid trekken daarom levenssituaties aan die nopen tot bewustwording en groeien in liefde.

Jung was één van de eersten die verbanden aantrof die niet konden worden verklaard met het klassieke begrip van causaliteit, maar ook niet konden worden ontkend. Hij noemde dit verschijnsel ‘synchroniciteit’:
Synchroniciteit is niet raadselachtiger of geheimzinniger dan de discontinuïteiten in de fysica. Het is slechts de vastgeroeste overtuiging van de almacht van de causaliteit die het verstand moeilijkheden bereidt en die het ondenkbaar doet schijnen dat er oorzaakloze gebeurtenissen zouden kunnen voorkomen of bestaan... Zinvolle coïncidenties zijn denkbaar als zuivere toevalligheden. Maar naarmate hun aantal toeneemt en de overeenkomst groter en nauwkeuriger is, wordt het steeds minder waarschijnlijk en meer ondenkbaar dat hier sprake van toeval is. Dat wil zeggen: ze kunnen niet meer voor zuiver toeval doorgaan, maar moeten bij gebrek aan causale verklaringen als ordeningen volgens een bepaald plan opgevat worden... Hun 'gebrek aan verklaarbaarheid' bestaat niet alleen uit het feit dat de oorzaak onbekend is, maar ook uit het feit dat zo'n oorzaak met onze verstandelijke capaciteiten niet denkbaar is.10
Jung spreekt van ‘acausale verbondenheid’. Het woord a-causaal is in dit verband verwarrend. Synchroniciteit is immers weliswaar niet causaal in de zin van de klassieke natuurkundige wetten die gelden binnen de ons bekende dimensies. Maar ‘synchroniciteit’ is wel degelijk causaal als we dit beperkte begrip van causaliteit laten vallen. Denk aan het voorbeeld in het derde artikel van de twee elektronen die, hoewel duizenden kilometers van elkaar gescheiden, direct op elkaar bleken te reageren als op elkaar afgestemde dansers. Dit is het verschijnsel dat kwantumfysici ‘nonlocaliteit’ noemen: onmiddellijke beïnvloeding buiten ruimte en tijd. Als we het universum zien als een gelaagd energieveld dan zijn dergelijke causale verbanden ineens eigenlijk helemaal niet vreemd meer. Denk aan het gegeven voorbeeld van de rozen op een tapijt. Als ik een ruk geef aan het tapijt bewegen alle rozen onmiddellijk. Logisch: de rozen lijken immers alleen van elkaar gescheiden; in werkelijkheid zijn ze onderdeel van het tapijt en dus onmiddellijk met elkaar verbonden.

Vanuit hoe ikzelf geneigd ben om tegen de aantrekkingswet aan te kijken, denk ik dat hier in feite gaat om de kosmische werkzaamheid die de oosterlingen al millennia ‘karma’ noemen en die de oude Grieken ‘Logos’ noemden. Deze ‘Logos’ kwamen we in het derde artikel tegen bij de oude Alexandrijn Philo die dit begrip had ontleend aan de Stoa. Ook Ammonius Saccas en Plotinus namen dit begrip over. We zagen dat Plotinus de Logos beschreef als de ‘werkzaamheid’ van de Ene die de verschillende hypostasen en de materie schept. En deze schepping is nog steeds aan de gang. In de mens uit deze Logos zich ook als liefde (‘eros’) voor de Ene en het verlangen om weer met de Ene te versmelten. Het boeiende is nu dat zowel de Stoa, als Philo, als Plotinus deze Logos, deze goddelijke werkzaamheid, ook beschouwden als de sturende kracht achter de voorzienigheid. Eigenlijk komt deze visie dus overeen met hoe we eerder de katholieke catechismus over ‘voorzienigheid’ hebben horen praten. Gods Schepping is nog steeds aan de gang en Zijn liefdevolle voorzienigheid is erop gericht om elk schepsel naar Hem terug te leiden. De voorzienigheid stuurt het leven van ieder individu.


Slotbeschouwing

Binnen het korte bestek van dit artikel was het zeker de bedoeling om onderwerpen als ‘contingentie’, ‘voorzienigheid’, ‘karma’, ‘aantrekkingswet’ en ‘synchroniciteit’ afdoende te behandelen. Menig lezer gaat het wellicht ook te ver om Gods voorzienigheid op één hoop te gooien met karma en de aantrekkingswet van The Secret.

Het was zeker niet de bedoeling van dit artikel om kritiekloos The Secret te volgen. In tegendeel: ik deel in de kritiek op hoe in The Secret een kant-en-klaar recept wordt aangedragen om een positieve toekomst te creëren. De kans is namelijk groot dat ik dan niet mijn geluk zit te bevorderen, maar mijn verslaving. Of zoals Postma het zegt: ‘Het universum is geen Tel Sell voor geluk, gemoedsrust en succes’. Volgens haar kunnen we het ‘universum niet onze wil opleggen’, maar wél met het Universum ‘samenwerken’.11 In christelijke termen zou je hetzelfde kunnen zeggen met de woorden: ik kan God niet mijn eigenwilligheid opleggen, maar wél mijn eigenwilligheid omvormen tot Gods wil. En wat God in Zijn Voorzienigheid voor mij wil is altijd datgene wat mij het meest ten goede komt’ (denk aan het voorbeeld in de catechismus van Thomas More en zie ook hoofdstuk 3).

De enige bedoeling van dit artikel was om te laten zien dat de schijnbare rationele plausibiliteit van contingentiedenken stoelt op achterhaalde natuurkundige opvattingen. De nieuwe natuurkundige opvattingen laten de beperktheid zien van ons denken binnen lineaire tijd en drie ruimtelijke dimensies. Vanuit de klassieke fysica gezien lijkt er geen enkele causaliteit ten grondslag te liggen aan wat religieuze tradities benoemen met termen als ‘voorzienigheid’, ‘kismet’ en ‘karma’. Vanuit de nieuwe fysica gezien, is het in elk geval duidelijk dat ons idee van lineaire tijd een illusie is. Dit houdt in dat de toekomst er in feite al is en dus ook te voor-zien valt. Verder is het heel goed denkbaar dat we ons levenssituaties voortkomen uit vormen van causaliteit, waaronder de aantrekkingswet, waar me nog maar sinds zeer kort enig natuurkundig benul van hebben. Om met Origenes te spreken: ‘de voorzienigheid wordt niet afgeschaft door onze onwetendheid’.12




1 A.H. Maslow, Religie en topervaring, Rotterdam 1972.

2 D. Dennett, De evolutie van de vrije wil, Amsterdam 2004.

3 R. Rorty, Contingency, irony and solidarity, Cambridge 1989.

4 Een Cursus in Wonderen, Deventer 1999, pag. 1.

5 Plotinus, De Enneaden III.2.9.5.

6 Origenes, De Principiis, resp. III.4.1 en II.4.5.

7 A.w. III,1.6.

8 Zie: http://www.youtube.com/watch?v=JkxieS-6WuA&feature=related en http://www.youtube.com/watch?v=ySBaYMESb8o&NR=1.

9 R. Byrne, The Secret, het geheim van voorspoed en geluk, Utrecht 2007.

10 C.G. Jung, Synchroniciteit, Rotterdam 1989, 135-136.

11 A. Postma, The Deeper Secret, Deventer 2006.

12 Origenes, a.w., IV.1.7.

  • 1. Contingentie en noodlot in de recente filosofie
  • 2. Lotsbestemming en voorzienigheid in wereldgodsdiensten
  • 3. Contingentie of goddelijke voorzienigheid

  • Dovnload 44.59 Kb.