Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


A zijn techniek zegt de manier hoe we tot kennis komen is abstractie. Hoe kijkt hij aan tegen de notie ruimte? Een kritiek op hetgeen Plato en bepaalde filosofen voor Plato beweerden over ruimte

Dovnload 14.21 Kb.

A zijn techniek zegt de manier hoe we tot kennis komen is abstractie. Hoe kijkt hij aan tegen de notie ruimte? Een kritiek op hetgeen Plato en bepaalde filosofen voor Plato beweerden over ruimte



Datum13.11.2017
Grootte14.21 Kb.

Dovnload 14.21 Kb.

Les 5
A zijn techniek zegt de manier hoe we tot kennis komen is abstractie. Hoe kijkt hij aan tegen de notie ruimte? Een kritiek op hetgeen Plato en bepaalde filosofen voor Plato beweerden over ruimte. Geometrie is de leer van de uitgebreidheid in abstracto. Onze notie van ruimte aan de kant zetten en vertrekken van de notie extensie. EXTENSIE: neutraler dan ruimte, uitgebreidheid. Het feit dat de dingen rondom ons een zekere uitgestrektheid hebben. In het domein van de extensie kan je ook figuren hebben. De studie van de extensie op zich is de geometrie in abstracto. Degene die geometrie doet, driehoek bv is bezig met de driehoek in abstracto. De driehoek los van concrete dingen = abstractie, weg getrokken van het concrete. A zegt er is nog een tweede manier om het over extensie te hebben. De fysica. De dingen uit de natuur, materiele wereld worden bestudeerd. Die dingen hebben ook een extensie. A zegt in de fysica gaat het over de materiele concrete dingen. Hij waarschuwt dat men niet de abstracte noties van ruimte die men ontwikkelt volgens de geometrie mag terug projecteren op de dingen van de materiele wereld.

Concrete ruimtelijkheid is de ruimtelijkheid hoe die voorkomt in de concrete wereld. A zijn definitie begint bij de ruimtelijkheid van het concrete ding. Het is de plaats van het ding (Grieks Topos). De gedachte van Topos tegenover van een abstracte ruimte, die spanning was in het begin van de 20ste eeuw heel sterk aanwezig. Bij de opkomst van het modernisme, claimen ze dat zij ruimte scheppen. Op die manier krijg je een soort van flirten met de gedachte dat architectuur zich kan onttrekken aan bepaalde dimensies, zwaarte, transparantie, ruimtelijke composities. Op die manier is ruimte gelinkt aan modernisme. Wanneer modernisme begint te falen begint men naar het tegenovergestelde te grijpen, de extensie, plaats. Plaats versus ruimte.

De geometrie komt tot resultaten, maar die resultaten zijn abstract. Hetgeen het denken produceert zijn denkproducten, geen dingen op zichzelf. In zijn kritiek, de gedachte dat het abstracte een soort van derivaat is van het concrete. Het concrete is eerst en primair, niet het abstracte. Plaats is niet iets dat zich bevindt in ruimte, maar ruimte is een afgeleid product van plaats! Een plaats kan niet bestaan zonder de dingen. Moesten er geen dingen zijn zouden er geen plaatsen zijn. Vervolgens kom je tot het begrip plaats via het begrip ding. Door een vorm van abstractie. Je moet het ding wegdenken.

Dus extensie bij A gaat over de ruimtelijkheid van de dingen die je niet los kan zien van de concrete dingen. A duid de studie van de ruimte aan als de studie van het onbeweeglijke. Hij heeft twee belangrijke claims. De eerste kennen we al. Volgende: ‘we zouden nooit tot de notie plaats zijn gekomen zonder plaatsverandering’. De studie van extensie is de studie van het onbeweeglijke, maar we zouden nooit tot geometrie zijn gekomen moesten we het vermogen om beweging te zien niet hebben. A begint met een soort van tegenvoorbeeld, beeld je in dat de wereld zodanig is dat de dingen niet kunnen bewegen. Een bewijs uit het ongerijmde. A zegt van beeld je een intellect in die kan nadenken en die bijvoorbeeld enkel besef heeft van een universum dat bestaat uit een continuüm van materie. Je zit in een blok materie en je hebt nooit iets anders gekend. Stel dat je nu wel in staat zou zijn om je een notie van extensie in te beelden, door in verbeelding in die blok kaas te snijden. Het intellect zou tot de notie van een volume kunnen komen. Dat intellect zou nooit verder komen dan een soort morfologie, vormenleer. Het zou een besef van extensie hebben, maar het zou op die manier een blok kaas kunnen opdelen in subblokken, en die zouden een vorm kunnen hebben. _______ De plaats is niet gwn de randen, volume van dat ding. Als ik het ding verplaats gaan de randen, volume mee. Alleen de plaats blijft achter. Denk aan een boekenrek, er blijft een plaats achter, je kan die aanduiden omdat daar ooit een concreet ding stond. Maar die wordt dus aangeduid door dat ding, maar hangt er niet aan vast! Wij komen pas tot de notie van plaats dankzij het wegnemen van concrete dingen. Zo kom je tot de concrete notie van plaats. Door het verplaatsen kan je komen tot een lege plaats. Dit levert ons een abstracte notie van plaats op. Je kan er alles op zetten. Vervolgens kunnen we alle dingen in de wereld weg denken en op die manier komen tot de gedachte van lege ruimte, wat ons leegte, ruimte geeft. We komen tot een concrete notie van plaats, door het feit dat we dingen kunnen verplaatsen kunnen we verwijzen naar de plaats waar iets was en in abstracto praten over de abstracte plaats en zo komen we tot de ruimte op zich. Je komt onvermijdelijk tot absurditeiten als men dit proces weglaat. Wat is ruimte op zichzelf? Is fout! Men vertrekt van een concept dat resultaat is van een lang proces. Wat men doet is vertrekken bij het eindproduct van een bepaald proces, waarbij men vervolgens vragen begint te stellen met betrekking tot concrete dingen.

A definieert plaats vanuit twee conceptuele opposities. Het vat en hetgeen er in gevat wordt. Containter en contained. BANANABOX. Zoiets voor specifiek alle bananen met dezelfde vorm. De box omsluit perfect de banaan. De gedachte van voor elk materieel object dat heeft een vorm kan je je inbeelden dat er een container kan gemaakt worden die dat precies omsluit. Exact dezelfde vorm, niet de rand van het ding zelf, maar er net rond zit. Object, er is CONTINUITY van de ene kant tot de andere, als je het krijtje breekt ontstaat er een andere verhouding, er is geen continuïteit meer van de ene naar de andere kant. Maar als je het terug tegen elkaar zet. De twee kanten hebben dezelfde vorm van elkaar, maar in spiegelbeeld. Er is nu een perfecte aansluiting zonder dat ze in elkaar overgaan, CONTIGUITY. A doet nu een poging om te definiëren wat Topos betekent. A zegt, de topos van een ding is da nauwst omsluitende rand rondom het ding. Het is iets dat niet meer tot het ding behoort. Bij contiguïteit gebruikt hij het ding in de zin van waar het is.

Je kan dit niet uitleggen zonder verwijzing naar het concrete ding. Het vertrekpunt om het over ruimte te hebben is het concrete ding. Bij Plato is er de suggestie dat Chora er eerst is, volgens A zijn analyse is dat gewoon fout omdat men nooit tot het concept ruimte kan komen moest men niet van de notie van concrete dingen vertrekken.

Het hangt samen met de gedachte dat het universum oneindig is. Je kan niet zeggen dat het op een bepaald punt stopt. Dat is eigen aan de notie ruimte, je kan je niet inbeelden dat het stopt. Je kan plaats niet anders definiëren dan via begrenzing. Het universum: je kan altijd een stap vooruit doen. Probleem, het vat niet echt oneindigheid, het is geen inzicht, het is iets heel eindigs niet laten stoppen. _______

Wij kunnen niet vatten dat ons universum stopt omdat wij in dat universum zitten. Het mannetje in de cirkel kan er niet buiten gaan. Iemand op de aardbol kan blijven rechtdoor gaan en denken dat de wereld oneindig lang en plat is, terwijl er eigenlijk veel meer is. A zijn boodschap is blijf weg van die speculaas… Hmmmm.


KWESTIE 2

_______


Water in emmer staat omhoog. En de emmer draait mee met het water. En toch reageert het water, het zet zich omhoog. Het reageert ten opzichte van iets. Newton. Water. Emmer. Ruimte. Ruimte zelf is iets dat bestaat. Jwz.

LEIBNIZ. Tijdgenoot Newton. Beweerde ruimte is niets anders dan de relatie tussen de dingen.

_______

De notie plaats verwijst naar ervaring. Plaats wordt gelinkt aan geschiedenis, geleefde ruimte. Genius Loci. Verwarring abstractie en realiteit. Bij A is daar een expliciete waarschijnlijkheid voor. Het tijdloze, absolute ruimte, los van de ervaring. Verwijt naar modernisme toe, te veel flirten met notie van een soort van onmenselijke ruimte. De gedachte van een absolute Newtoniaanse ruimte, heeft iets onmenselijk, inhumaan, mensvreemd, dat soort van vervreemding die voorkomt in modernistische architectuur heeft te maken met het feit dat men flirt met het abstracte. Aanleunen bij de notie van absolute ruimte.



_______

Fascinatie als zowel spielerei, het cafe, de ultieme plek voor menselijk leven.

Hotellobby. Dit soort architectuur wordt meestal niet gemaakt door architecten. Je ziet dat het niet de meest leuke plek is om je appartement te huren. Het is gemaakt door projectontwikkelaars. Een aversie naar het modernisme, alsof elke moderne architectuur dit soort architectuur bedenk. Deze gebouwen zijn een product van bepaalde evoluties die eigen zijn aan de moderniteit niet aan het modernisme! De accenten die het modernisme gelegd hebben is een wereld waar projectontwikkelaars konden bouwen zonder architecten. Het plaats discours gaat doorgaans niet veel verder dan een verwijt aan het modernisme. We moeten terug naar pre-moderne architectuur.

Japanse kernreactor. Waterplas waar een werknemer op een kleine kano zit. Er komt iets onmenselijk naar voor.


KANT boek over het schone. BURK brengt nieuwe categorie aan bij het esthetische.
SUPERSTUDIO! Architecten cliché, ze hebben geen voeling met het wonen. De moderne architectuur is mede verantwoordelijk. Tamelijk fout, vanaf de 20ste eeuw ontstaat er een soort probleem, het is niet meer mogelijk om gebouwen te maken die natuurlijk zijn. Hoeve stoort niet in het landschap, hedendaagse architect zou iets onnatuurlijk in het landschap zetten. Het bouwen heeft iets van zijn vanzelfsprekendheid verloren. De mensen hebben een tent, en zitten op een bodem die niets natuurlijk meer heeft. Een gevoeligheid van de conditie, dat wonen, de mensen zijn nog altijd hetzelfde. Je kan plaatsen kapot maken. Voorbeeld van Parijs. Kleine straatjes, al de rest werd afgebroken en heringericht door Hausmann. Zijn aanpak van Parijs is het werk van een soort militair. Parijs zodanig opkuisen dat het niet meer mogelijk was om een revolutie te ontketenen. Vroeger was het een stedelijk weefsel. Je kon gemakkelijk barricades opwerpen in de kleine steegjes. Nu gaat dat niet meer! Grote lanen, te breed voor barricades, het is een stad geworden waarin je geen revolutie kunt ontketenen. Gefrustreerd en afwijzend. Het is een quasi toeristisch romantisch Parijs geworden.

Project Corbusier, Torens. Doorsnee toerist zou dat afschuwelijk vinden! Dit is precies hoe Parijs ontstaan is, 1 persoon die besliste om alles af te breken. Mensen denken dat Parijs gegroeid is enz, maar dit is echt zo fout, jongens toch.



Wat plaats tot plaats maakt. Plaatsen zijn dingen waar iets gebeurd. Connotatie tijd en ruimte. Er is/kan iets gebeur-d/en

Men zet een brug en sticht een dorp. Mensen maken iets. Ruimte is er eerst en dan komt plaats. Probleem architectuur. Je kan niet een veld maken en dat gaat dan vanzelf een plaats worden. Er zit een denkfout dat mensen een plaats maken! Plaatsen maken mensen. Men is opgegroeid met bepaalde mensen, omgeving… Je appreciatie voor die omgeving komt voor uit de plaats. Discours plaats, nostalgie, je wilt terugkeren naar de plaats waar je dode grootmoeder leefde. Je kan niet meer vatten wat daar zo goed was aan die plaats, omdat jij verandert bent! De plaats doet niet meer wat je verwachtte, plaatsen maakte mensen namelijk. Plaatsen zelf zijn niet maakbaar.


Dovnload 14.21 Kb.