Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Aaltje ( =Nematodes ) Klein meercellig diertje dat overal in de bodem voorkomt en planten kan parasiteren aardappelmoeheid

Dovnload 278.2 Kb.

Aaltje ( =Nematodes ) Klein meercellig diertje dat overal in de bodem voorkomt en planten kan parasiteren aardappelmoeheid



Pagina1/5
Datum19.04.2017
Grootte278.2 Kb.

Dovnload 278.2 Kb.
  1   2   3   4   5

blog entry

NOTES A





  • AALTJE ( =Nematodes )
    Klein meercellig diertje dat overal in de bodem voorkomt en planten kan parasiteren.



  • aardappelmoeheid  Zeer schadelijke plantenziekte die over bijna de hele wereld voorkomt en wordt veroorzaakt door het aardappelcysteaaltje.



  • Abiogenesis  ….is het (hypothetische) ontstaan van leven uit niet-levende materie. De term moet niet verward worden met Spontane generatie zoals men dat in de oudheid meende waar te nemen ("muizen ontstaan in graan", "maden ontstaan in rottend vlees" etc).
    Vanaf de 19e eeuw is een belangrijk principe in de biologie dat leven alleen ontstaat uit ander leven: Omne vivum ex ovo (al het leven komt uit een ei). De klassieke opvatting van spontane generatie is volgens moderne inzichten een onmogelijkheid. Maden verschijnen in rottend vlees omdat vliegen daar hun eieren hebben gelegd, muizen duiken op in graanschuren, omdat ze van elders komen, en zich in een dergelijk voedselparadijs snel voortplanten.
    De vraag is echter hoe het eerste leven ooit begonnen is, het leven waar al het andere leven uit is voortgekomen. Abiogenese is de materialistische verklaring voor de oorsprong van het leven: het eerste leven is ooit ontstaan als gevolg van chemische en fysische processen.
    De evolutietheorie SLUIT AAN op abiogenese, en geeft een verklaring hoe de verschillende soorten zijn ontstaan uit de eerste levensvormen.
    De evolutietheorie is echter zelf GEEN verklaring voor het onstaan van de eerste levensvormen
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Abiogenesis

    (engels ) The study of how life originally arose on the planet, encompasses the ancient belief in the spontaneous generation of life from non living matter.


    http://www.madsci.org/posts/archives/aug2000/965332850.Ev.r.html

    Abiogenesis :
    The formation of the first life from chemical precursors.
    Often confused with evolution, but is not part of evolution.



  • Acetyl-CoA /co -enzyme A  Acetyl-CoA (CH3COSCoA) is een Co-enzym dat een rol speelt in de citroenzuurcyclus.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Acetyl-CoA

De Citroenzuurcyclus schematisch




Het bovenste gedeelte waarbij pyrodruivezuur samen met coënzym A wordt omgezet in acetyl-coënzym A (acetyl-CoA) en CO2 hoort eigenlijk niet bij de citroenzuurcyclus, maar is het vervolg op de glycolyse.

http://www.natuurlijkerwijs.com/1d488a00.gif
De reacties waarbij NAD+ wordt omgezet in NADH en GDP naar GTP en FAD naar FADH2 betekend dat er energie is vrijgekomen en dat deze energie is gaan zitten in deze gevormde verbindingen. Deze energie kan voor talloze doeleinde gebruikt worden.

http://www.natuurlijkerwijs.com/citroenzuurcyclus.htm

http://3.bp.blogspot.com/_dzh2cmcoois/sg2ajfm7g-i/aaaaaaaajqm/ckav8l91dlm/s400/tmp.jpg

Almost all of the common molecules of life are synthesized from acetate or the molecules of the citric acid cycle. The simple amino acids, for example, are formed in one step. More complex amino acids are derived from the simple amino acids, etc. Similarly, simple fatty acids can be formed from acetate and more complex ones come later; once the simple ones accumulate. The central role of citric acid cycle metabolism in biochemistry has been known for decades. It's involvement in biosynthesis pathways is often ignored in introductory biochemistry courses because they are heavily focused on fuel metabolism in mammals and biosynthetic pathways get short shrift in such courses. http://sandwalk.blogspot.com/2009/05/metabolism-first-and-origin-of-life.html


(Actin)/actine  Actine is een eiwit dat onderdeel is van het cytoskelet in de eukaryote cel.
http://nl.wikipedia.org/wiki/Actine
(Action Potential) Actiepotentiaal Een actiepotentiaal is een golf van elektrische ontlading over het membraan van een neuron. Actiepotentialen vormen een essentiële eigenschap van dierlijk leven, maar komen ook voor in sommige planten. Ze maken het mogelijk om snel informatie te verzenden tussen verschillende weefsels. Met name het zenuwstelsel maakt uitvoerig gebruikt van actiepotentialen, om informatie tussen zenuwcellen onderling uit te wisselen, maar ook tussen zenuwcellen en andere delen van het lichaam, zoals spieren of klieren.
http://nl.wikipedia.org/wiki/Actiepotentiaal

http://www.youtube.com/watch?feature=player_embedded&v=70DyJwwFnkU

  • Active site The active site of an enzyme contains the catalytic and binding sites. The structure and chemical properties of the active site allow the recognition and binding of the substrate. http://en.wikipedia.org/wiki/Active_site



  • (Active transport )Actief transport Actief transport is het gemediëerde transport van biochemische en andere atomaire/moleculaire substanties door celmembranen. In tegenstelling tot bij passief transport is er voor dit proces chemische energie nodig http://nl.wikipedia.org/wiki/Actief_transport

http://www.youtube.com/watch?v=STzOiRqzzL4&feature=player_embedded

  • adaptatie(s) 

Adaptatie

Een erfelijke eigenschap van een organisme dat zijn vermogen om te overleven en zich voort te planten binnen zijn omgeving, verbetert. De term 'adaptatie' wordt ook gebruikt om het proces van genetische verandering te beschrijvenbinnen een populatie onder invloed van natuurlijke selectie.



Zie ook:


  • Wat is een adaptatie?

  • Wat is een evolutionaire aanpassing (adaptatie)?

  • Hoe kunnen we evolutionaire psychologische adaptaties identificeren?

ADAPTATIE


(Menno Schilthuizen )
” ...De evolutie van een eigenschap die een organisme meer geschikt maakt voor het milieu waarin het leeft.
Soms wordt de term ook gebruikt voor de eigenschap zelf, in plaats van het proces….”

ADAPTATIES


(Raoul van Damme )
http://evodisku.multiply.com/journal/item/38/adaptaties

ADAPTATIE


http://www.darwinjaar.nl/nnm.dossiers/natuurdatabase.nl/i001014.html
Adaptatie of aanpassing is één van de kernpunten van Darwins evolutietheorie.
Dat planten en dieren zijn aangepast aan de omstandigheden waaronder ze leven, zien we overal om ons heen. Aanpassingen treden op verschillende niveaus op, bij individuen, populaties en soorten.

Aangepaste individuen
Een individu kan zijn eigen erfelijke eigenschappen niet veranderen. Binnen de grenzen van zijn genen kan hij echter wel degelijk keuzen maken. Deze keuzen kunnen van directe invloed zijn op het voortbestaan. Hoe nauwer de grenzen zijn die de erfelijkheid stelt, des te beperkter zijn de mogelijke keuzen. Heeft het individu weinig keuzemogelijkheden, dan kan hij zich moeilijk aan veranderende omstandigheden aanpassen. Dit is van directe invloed op zijn voortbestaan. Zijn de door de genen bepaalde grenzen van mogelijke aanpassing erg nauw, dan is de overlevingskans van het individu gering. Dergelijke aanpassingen zijn zo gewoon dat ze ons nauwelijks opvallen. We zijn er zelf constant mee bezig. We zien het bijvoorbeeld ook in de manier waarop veel vogels zich hebben aangepast aan de omgeving van de mens, zoals zwaluwen die onder de dakgoot nestelen.

Populaties en soorten

Darwin had het bij adaptatie niet over individuen, maar over soorten. Het gaat immers niet om het overleven van het individu, maar om het overleven van de soort. Het gaat uiteindelijk om de aanpassing van de genen zelf. Dat gebeurt door uit de bestaande variatie in erfelijke eigenschappen die varianten te selecteren die het beste zijn aangepast. Eigenlijk gebeurt het net andersom: de varianten (lees: individuen) die niet goed zijn aangepast, zullen zich minder goed voortplanten. Darwin noemde dit natuurlijke selectie. Omdat omstandigheden nogal eens veranderen, is het voor een populatie van belang steeds voldoende variatie te hebben om uit te kunnen selecteren. Evenzo is het voor een soort van belang een zekere variatie in populaties te hebben. Vallen er een paar uit, dan blijft de soort toch nog voortbestaan.

Wij zijn één brok aanpassing


Sommige adaptaties zijn zeer in het oog springend, vooral als ze met een bepaalde leefwijze te maken hebben. Voorbeelden zijn vleugels, graafpoten en kieuwen. Maar in feite zit elk organisme boordevol aanpassingen. Je zou zelfs kunnen zeggen, dat elk gen een aanpassing is. De genen moeten immers op elkaar zijn afgestemd om het organisme goed te laten functioneren. Een aanpassing moeten we altijd zien tegen de achtergrond van de functie. Vleugels zijn een mooie aanpassing, maar als je ze niet meer nodig hebt, zijn ze een last. Dan kan reductie of verlies van vleugels, zoals bij sommige vogels op eilanden, een betere aanpassing zijn.


_ADAPTATIONS
http://encarta.msn.com/encyclopedia_761567783/Adaptation.html

http://www.evcforum.net/WebPages/Glossary.html#A


This notion derived from the typical relationship between structure and function: that an organism's structures seem suitable ("adapted") for their tasks. Until Darwin, the cause for adaptation was commonly ascribed to intelligent (divine) guidance. Darwinians replaced this view by proposing that an adaptation is any trait that replaces other variants because of selection for greater reproductive success (See Fitness). An adaptation is a trait whose presence enhances survival or fertility. It is selection rather than intelligent design that produces and/or maintains the correlation between structure and function. The complexities of evolution, however, shroud the Darwinian concept with many qualifications. For example, should selection cease or reverse its direction, as occurs for traits that become vestigial, then the trait is no longer an adaptation, although it may have been in the past. Traits that are not maintained by selection (that is, not related to reproductive success) are generally considered "nonadaptive." Such traits may be introduced or persist in a population through mutation, random genetic drift, the accidental extinction of adaptive varieties, developmental constraints that now impede their elimination, close linkage with genes selected for other functions (See Hitchhiking), or as one of the multiple phenotypic effects of a selected gene (See Pleiotropy). Also, not all selected traits are necessarily beneficial to a population, since some may increase the reproductive success of genes or individuals but not benefit (or even decrease) population fitness (See Segregation distortion, Sexual selection). Even when selected traits are unquestionably adaptive, they often involve "trade-offs" in other traits that can lose adaptive advantages. (For example, trees that grow competitively taller put more resources into wood production than seed production.) In addition, earlier selected stages of an adaptation may have been for a function different from that of a later stage (See Preadaptation). In general, since it is quite difficult to examine historical circumstances leading to a particular trait, it can be difficult to determine how or to what extent it is an adaptation. Mostly, such determinations depend on evaluating functional utility ("optimality") for reproductive success, based on the reasonable assumption that a useful trait generally replaces or has replaced less useful variants. Unfortunately, since it can also be challenging to establish functional utility�to uncover a trait's many possible variations, and to compare their relative reproductive success�identifying adaptations can be controversial. Although selection may not be obvious, it is difficult to accept that any prominent nonadaptive trait can long persist without being affected by selection in some way and to some degree. The term is also frequently used for the process that produces adaptations (natural selection). However adaptations are defined, it is the genetic transmission of traits whose structure and function let their carriers interact successfully with the environment that drives evolution and makes biology unique and historical.

Adaptation:


Change in a organism resulting from natural selection; a structure which is the result of such selection.
SOURCE: UCMP Glossary http://www.ucmp.berkeley.edu/glossary/gloss1phylo.html

Adaptation:


Any heritable characteristic of an organism that improves its ability to survive and reproduce in its environment. Also used to describe the process of genetic change within a population, as influenced by natural selection.
http://www.pbs.org/wgbh/evolution/library/01/6/l_016_02.html

Adaptation :( M. Ridley )

Adaptation is the condition of organisms being well designed for life in their environments.
Adaptation refers to all the structural, functional and behavioral characteristics that enhance the organism's reproductive success in its natural environment.

Classic examples include:

• The beak of the woodpecker and the Galapagos finches.

• The almost faultless camouflage of organisms such as stick insects.

http://www.youtube.com/watch?v=DSxRaz79ZEE&feature=player_embedded

http://conservationreport.com/2008/11/08/can-you-see-me-animal-camouflage-leaf-mimics/


Not all evolutionary changes are the result of adaptation. Some are caused by non-adaptive processes such as genetic drift.


However, all changes that are the result of adaptation can be explained by natural selection, and the stages in the evolution of the eye provide a good example of this. Adaptations in nature are subject to various constraints.

http://images.tsjok45.multiply.com/image/5/photos/143/600x600/7/geospizacamarhynchus.jpg?et=foh1iljachbyxrmabksqng&nmid=132771004

The image opposite is of the Galapagos finch Geospiza magnirostris,


made famous by Darwin; its beak is a classic case of an adaptation.

The exact definition of an adaptation is a very contentious issue in evolutionary biology:


John Maynard Smith offers his own view.

How do we recognize adaptations?


How do we find out why natural selection favors particular characters of an organism?

http://www.youtube.com/watch?feature=player_embedded&v=MGM3sPCZl94




SPECHT
Creationisten beweren dat
" De evolutietheorie kan de " specht" niet verklaren!
Deze vogel bezit teveel instrumentele uitrustingsstukken die het dier onmogelijk staps-gewijs één na één na elkaar zou kunnen verkregen hebben.”

( Het gaat hier o.a; om een variant van het bekende en belegen creationistische stock argument (= Irreducible Complexity argument bij de ID-ots ) " what good is half a wing ( or an eye ) argument "


http://www.uwgb.edu/dutchs/PSEUDOSC/HalfaWing.HTM
Slecht en half oog =
http://anticreato.multiply.com/journal/item/205/Slecht_en_half_oog_
ZIE OOK
Debunking creationist claims and misrepresentations about
woodpecker evolution :
:
http://omega.med.yale.edu/~rjr38/Woodpecker.htm
http://toarchive.org/indexcc/CB/CB326.html

Als wij aan de specht denken, dan denken we aan een vogel die met zijn snavel tegen een boom of telefoonpaal bonkt.


Hoe kan hij zo blijven hameren zonder er hoofdpijn van te krijgen?
Hoe kan hij gaten maken in droog en hard hout?
Hij moet een heel sterke snavel bezitten.
Hij moet ook een erg dikke schedel hebben.
En tussen de snavel en de schedel is er een stuk sponsachtig bindweefsel dat opereert als een stootkussen. "
zie http://users.skynet.be/fa390968/_Specht_en_evolutie.doc

In de loop van de evolutie hebben spechten-soorten zich gespecialiseerd in het losbeitelen van insecten vanonder de boomschors.

http://www.youtube.com/watch?feature=player_embedded&v=Q9lwU7rpjhk http://www.youtube.com/watch?feature=player_embedded&v=SpYsdZ8gUU8

Het uithollen van een nest in een boom is dus NIET oorspronkelijk de leverancier van evolutiedruk , Het ging om het bemachtigen en localiseren van insecten onder ( en op -->mieren staan nog steeds op het menu )de boomschors

De evolutie knutselt altijd met wat al bestaat, en gebruikt varianten daarvan voor de nieuwe taak.
Dat leidt tot bruikbare, maar lang niet altijd ideale oplossingen. (Vaak zijn het ook " rude goldberg" oplossingen ....)

Wij mensen zijn tweevoeters, maar het is nog duidelijk te zien dat we afgeleid zijn van een viervoetig ontwerp.


Onze ruggengraat is ontworpen als de roe in een kleerkast, maar nu trekken onze ingewanden er op een heel andere manier aan.
Het gevolg is dat veel mensen last hebben van lage rugpijn.
( zie Neil Shubin --->our inner fish )
Andere neveneffecten van het rechtop kantelen van een viervoeter: platvoeten, aambeien en verdrinken.
Het zou dus best kunnen dat spechten ook met een paar neveneffecten opgezadeld zitten, en dat ze meer hoofdpijn hebben dan de gemiddelde vogel.
Wie zal het zeggen?
http://images.tsjok45.multiply.com/image/3/photos/327/500x500/1/bonte-specht.jpg?et=lxe%2c0k1u9bv%2btzupz2hjxa&nmid=155107725

Maar wat de nadelen van het gebonk ook zijn, ze zijn kleiner dan de voordelen, anders waren de voorouders van de huidige spechten wel weggeconcurreerd door niet-bonkende exemplaren.


Eind van de jaren zeventig hebben onderzoekers met een hogesnelheidscamera hamerende spechten gefilmd.


Dat onderzoek is nog steeds de basis van wat we van dit gedrag weten.
Er bleek onder andere uit dat elke ‘tok’ een fenomenale klap is, met een vertraging van wel 1200 g, 1200 maal de zwaartekrachtversnelling.
Mensen bezwijmen al bij pakweg 8 g.

Net voor de klap spannen zich spieren die een deel ervan helpen opvangen, en sluit de specht de ogen.


Gewoon om te vermijden dat zijn oogballen uit hun kassen zouden floepen.

Uit de film bleek ook dat de bewegingen van een specht perfect gelijnd zijn, zodat hij de boom precies loodrecht treft. Daarom doet hij trouwens eerst een paar proeftikjes. Door te zorgen voor een perfect frontale botsing vermijdt de specht alle wringings- en rotatiekrachten. Als de hersenen gaan ronddraaien in hun pan, zorgt dat immers al snel voor fikse schade, zoals geregeld blijkt bij boksers en in auto-ongevallen.

De middeleeuwers wisten dat trouwens ook al.
Ridderharnassen waren erop gebouwd om te verhinderen dat het hoofd van hun eigenaar een zwiep kon gaan maken. Misschien moeten de ontwerpers van valhelmen maar eens bij Godfried van Bouillon te rade gaan.
Blijft nog de schade in de bewegingsrichting. Ten eerste is er erg weinig vocht omheen spechtenhersenen. Menselijke hersenen drijven in hersenvocht. Dat dempt kleine schokjes, maar bij grotere klappen zorgt het ervoor dat de hersenen in aanvaring komen met hun eigen pan. Waarna ze de andere kant op stuiteren en aan de overzijde nog eens botsen met de hersenpan. Artsen weten dat ze na een botsing ook altijd de overkant van de hersenen in de gaten moeten houden.
Geen gezwalp bij de specht: de hersenen zitten goed vast, zonder speling. Net zoals wij in onze auto veiliger zijn als we goed vastzitten aan de carrosserie (via onze gordel), en niet kunnen gaan rondstuiteren. Bovendien bestaat een spechtenschedel uit sponsachtig bot, dat het merendeel van de krachten opvangt.
Een ingebouwde fietshelm, als het ware.
Maar dan wel een die niet na elke klap vervangen moet worden.
Spechten hebben een verrassend lange tong met een gestekelde punt, waarmee ze de losgebikte sappige brokjes spietsen.
De basis van die tong lijkt ook te dienen als schokdemper voor de hersenen.

Spechten hebben verder het geluk dat ze slechts een vogelbrein hebben: heel klein, met andere woorden.


Hoe kleiner iets is, hoe meer oppervlak per volume het heeft.
De botsingskrachten worden daardoor over een relatief groot oppervlak gespreid, waardoor de druk (druk is kracht per oppervlakte) kleiner blijft dan in bijvoorbeeld menselijke hersenen die dezelfde klap te verduren krijgen.

Er is trouwens ook één soort specht die nooit in hout beitelt!


Ze komt zelfs nooit hout tegen!
De GILASPECHT leeft in de woestijn in het zuidwesten van de Verenigde Staten. Wat daar het meest op een boom gelijkt is de reuze Saguarocactus, die tot wel vijf meter hoog kan worden.
De vogel beitelt doorheen de eerder taaie buitenste laag naar de zachtere pulp en haalt er een hol uit voor zijn nest.
De cactus verzegelt de uitgekapte holte, om zich te beschermen tegen ‘doodbloeden’, door verlies aan sap, en de vogel heeft een mooie geïsoleerde holte. Het volgende jaar vertrekt de specht en hakt een hol uit in een andere cactus.
Maar het achtergelaten hol is niet verloren, omdat de Elf-uil erin trekt.

http://www.youtube.com/watch?feature=player_embedded&v=b3LVZhBRiA8 http://www.youtube.com/watch?feature=player_embedded&v=Oz0ZchvKc2A









tsjok45

tsjok45 wrote on Jan 5, '09, edited on Jan 6, '09

GLOSSARY ( verwante onderwerpen en relevante terminologie )


*Adaptive evolution model
http://www.blackwellpublishing.com/ridley/a-z/Adaptive_evolution_model.asp

*adaptive landscape:


http://www.pbs.org/wgbh/evolution/library/index.html
A graph of the average fitness of a population in relation to the frequencies of genotypes in it.
Peaks on the landscape correspond to genotypic frequencies at which the average fitness is high, valleys to genotypic frequencies at which the average fitness is low.
Also called a fitness surface.
http://www.evcforum.net/WebPages/Glossary.html#A
A model originally devised by Sewall Wright that describes a topography in which high fitnesses correspond to peaks and low fitnesses to valleys; each position potentially occupied by a population bearing a unique and frequent genotype.

* adaptive logic:


http://www.pbs.org/wgbh/evolution/library/index.html
A behavior has adaptive logic if it tends to increase the number of offspring that an individual contributes to the next and following generations. If such a behavior is even partly genetically determined, it will tend to become widespread in the population. Then, even if circumstances change such that it no longer provides any survival or reproductive advantage, the behavior will still tend to be exhibited -- unless it becomes positively disadvantageous in the new environment.

*adaptive strategies:


http://www.pbs.org/wgbh/evolution/library/index.html
A mode of coping with competition or environmental conditions on an evolutionary time scale. Species adapt when succeeding generations emphasize beneficial characteristics.

*Mechanism of adaptation


http://encarta.msn.com/media_461555056_761567783_-1_1/Mechanisms_of_Adaptations.html

NATUURLIJKE SELECTIE & ADAPTATIE http://sandwalk.blogspot.com/2012/05/next-generation-science-standards.html#comment-form
  1   2   3   4   5

  • AALTJE
  • Acetyl-CoA /co -enzyme A Acetyl-CoA
  • (Actin)/actine
  • (Active transport )Actief transport
  • Populaties en soorten
  • " what good is half a wing ( or an eye ) argument "
  • NATUURLIJKE SELECTIE ADAPTATIE

  • Dovnload 278.2 Kb.