Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Aan : Bestuur nmt van : Peter Zoeteman

Dovnload 13.46 Kb.

Aan : Bestuur nmt van : Peter Zoeteman



Datum26.06.2017
Grootte13.46 Kb.

Dovnload 13.46 Kb.

nmt logo-lr
NOTITIE

Aan : Bestuur NMT


Van : Peter Zoeteman
Datum : 18 mei 2016

__________________________________________________________________________________

Betreft : Position Paper Spanish Tax Lease

__________________________________________________________________________________




Introductie
In juli 2010 heeft NMT (v/h Scheepsbouw Nederland) samen met Noorwegen, Italië, Finland, Frankrijk, Denemarken en Portugal de Europese Commissie (EC) verzocht de toenmalige Spaanse Tax Lease (STL1) te onderzoeken op verboden staatssteun. De reden was dat werven uit deze Europese landen orders in grote getalen zagen verdwijnen richting Spanje tegen onwaarschijnlijk lage prijzen. Marges bij scheepswerven zijn door wereldwijde concurrentie al dun, terwijl orders in Spanje werden geboekt met prijzen tot wel 30% lager dan in Nederland. Materiaal en equipment voor de bouw van een schip ontlopen elkaar niet veel en de loonniveaus in Spanje en Nederland zijn bekend, maar deze konden de verschillen niet verklaren.

Dit document gaat niet in op de STL1 constructie maar de afbeelding hieronder geeft wel de complexiteit aan van deze regeling. In feite is STL1 een netwerk van moeilijk te doorgronden contracten tussen verschillende partijen en combineert de structuur verschillende Spaanse belastingfaciliteiten.





Het besluit van de EC
In juni 2011 heeft de Europese Commissie (EC) de regeling al gedurende het onderzoek ‘on hold’ gezet. In juli 2013 heeft de EC deze regeling als illegaal bestempeld en de Spaanse overheid gesommeerd de daarmee gemoeide gelden terug te vorderen van de partijen die onterecht voordeel hadden genoten. Een belangrijke overweging was dat deze regeling niet openstond voor buitenlandse (niet-Spaanse) werven (selectiviteit). Vreemd genoeg besloot de EC dat de investeerders die deze deals financierden, de onterecht verkregen staatssteun moesten terugbetalen en niet de Spaanse werven en reders, terwijl die juist ook profijt hadden van de regeling. Spaanse werven hebben 273 schepen gebouwd met behulp van STL1. Het toepassen van deze structuur resulteerde in een aanzienlijk voordeel dat kon oplopen tot wel 30% van de bruto aanschafprijs van het zeeschip. Die korting staat gelijk aan minder belastinginkomsten voor de Spaanse fiscus. Zonder deze regeling hadden de Spaanse werven de opdrachten waarschijnlijk niet gekregen.

Het vervolg
Vervolgens gebeurde het volgende:

  1. Vrijwel tegelijkertijd (november 2012) werd een nieuwe Spaanse Tax Lease (STL2) geïntroduceerd, ontworpen door de Spaanse minister van Financiën en achter gesloten deuren goedgekeurd door de Spaanse commissaris van mededinging, dhr. Almunia. Alhoewel deze regeling erg lijkt op STL1, schijnt deze wel te voldoen aan de Europese staatssteun regels. Echter tot op de dag van vandaag is het voor NMT nog steeds onduidelijk hoe deze regeling werkt en de toegang (wederom) vrijwel ontoegankelijk.

  2. De investeerders die de onterechte staatssteun van de EC moesten terugbetalen spanden eind 2013 zo’n 60 rechtszaken aan tegen dit besluit, nota bene samen met de Spaanse staat.

  3. NMT spande een rechtszaak aan tegen de EC over de goedkeuring van STL2. NMT vond het onbegrijpelijk dat de Spaanse eurocommissaris achter gesloten deuren een beslissing nam over een nieuw Tax Lease systeem na alle ellende en controverse rondom STL1. NMT vond dat een volwaardige consultatieronde plaats had moeten vinden. Ook had de EC volledige transparantie moeten betrachten. NMT heeft deze rechtszaak tegen de EC in december 2014 verloren alsmede het hoger beroep (april 2016).

De uitspraak van het Europese Gerecht d.d. 17 december 2015 inzake STL1
In december 2015 volgde een arrest van het gerecht over een beroep van de Spaanse Staat en van twee investeerders. De rechter bepaalde dat er bij de investeerders geen sprake was van selectiviteit en bepaalde tevens dat de onderbouwing dat de investeerders voordeel hadden genoten, onvoldoende onderbouwd was. Op zich een logische redenering, aangezien STL1 immers niet beperkt was tot enkel Spaanse financiers en aangezien de werven en de reders juist ook voordeel hadden genoten. De uitspraak van de EC uit juli 2013 werd om bovengenoemde redenen door het Gerecht nietig verklaard.

In Spanje werd verheugd gereageerd op de uitspraak met de stelling dat STL1 dus niet illegaal was en men kondigde terstond aan om gemiste inkomsten te gaan claimen. Daarmee ook expliciet aangevende dat de regeling financieel voordeel bood.

Analyse van het arrest van het Gerecht geeft echter een ander, genuanceerder inzicht. Op vragen van Europarlementariër Bas Belder antwoordt Commissaris Ms Vestager van Mededinging op 1 april jl.:

In its judgement, the General Court found that the Commission had not established that the tax measures used in the Spanish Tax Lease conferred aid to the intermediaries (Economic Interest Groupings and their members), or that it had not provided adequate reasoning in this respect. The assessment made by the Court resulted in the annulment of the Commission final decision, not in the clearance of the measure. The General Court did not find that the Spanish Tax Lease system would be ‘lawful'. The Commission appealed the General Court's judgement on 29 February 2016.



When a final decision is annulled, the situation reverts to the point in time before the annulled decision. Therefore, the investigation is open again.

Whether the Commission will need to adopt a new final decision shall depend on the outcome of the Court proceedings”.

Kortom, de Commissie is ten eerste in hoger beroep gegaan. Ten tweede, nu het besluit over STL1 geannuleerd is, ligt het onderzoek STL1 weer open. En ten derde zal bij verlies van het hoger beroep de EC haar motivering opnieuw moeten onderbouwen. STL1 is dus zeker niet legaal na deze uitspraak.

Hoe nu verder?
Omdat niet zozeer de illegaliteit van STL1 betwist wordt, maar de motivering welke partijen tot terugbetaling worden gedwongen van deze illegale staatssteun, is het zeer wel mogelijk dat de Spaanse werven en/of reders betrokken worden in een nieuw besluit van de EC.

Ook STL2 blijft ons zorgen baren. Hoe werkt dit systeem nu eigenlijk? Kunnen niet-Spaanse partijen er ook gebruik van maken? Is de klant betrokken bij het systeem of alleen de werf? Hoe zit het met de lokale steun aan Spaanse werven waar wel aanwijzingen voor zijn maar geen bewijs? Weer worden we geconfronteerd met onverklaarbare prijsverschillen. Tot nu toe zijn 18 schepen geboekt bij alleen Spaanse werven gebruikmakend van STL2.



Waarom maakt NMT zich hier zo druk over?

  1. De scheepsbouw is wereldwijd zeer concurrerend, marges zijn dun.

  2. De Nederlandse scheepsbouw heeft het al tientallen jaren zonder subsidies moeten doen, is daardoor ook sterk en concurrerend geworden en loopt voor met innovatie.

  3. Wij kunnen het echter nooit winnen van werven die wel ondersteund worden door hun lokale overheid. Daardoor dreigen gezonde werven het af te leggen. Maar op termijn redden de gesubsidieerde werven het ook niet als hun steun uiteindelijk wegvalt.

  4. Naast de verloren orders aan Spanje heeft het een negatief effect in de vorm van margebederf op de wel geboekte orders in Nederland (prijzen worden toch vergeleken).

  5. Spanje en Nederland zijn directe concurrenten met dezelfde scheepstypen.

  6. Niet alleen de werven zijn de dupe, ook de Nederlandse maritieme toeleveranciers. Hun marktaandeel in toeleveringen aan werven in Nederland is beduidend hoger dan in Spanje.

Kortom: creëer een level playing field waardoor iedere marktpartij zijn eigen concurrentie- en innovatiekracht kan bewijzen! NMT is ervan overtuigd dat het Nederlandse scheepsbouw- en toeleverancierscluster zich dan overtuigend kan bewijzen en zich krachtig zal onderscheiden in de internationale concurrentiestrijd!

Ook speelt er nog een bredere internationale economische context. Doordat Europese landen hun scheepsbouw op verschillende manieren ondersteunen, ontstaat er wrevel en wordt informatie niet gedeeld. Daardoor komt de Europese scheepsbouw niet tot één gezamenlijk beleid en visie tegen de subsidies en ondersteuning in alle andere delen van de wereld, waar scheepsbouw ook lokaal beschermd word zoals in de VS, Brazilië, China en Korea. Dit is een zeer serieuze bedreiging die in Europees verband eensgezind moet worden aangepakt.



Conclusie
De NMT-achterban heeft grote nadelen ondervonden van STL1 in de vorm van verloren orders en prijsbederf.
Ook STL2 geeft oneerlijke concurrentie. Het is zeer moeilijk hier toegang toe te krijgen, bovendien lijken er lokale subsidies in Spanje in het spel te zijn. Ontegenzeggelijk geeft ook deze regeling een prijsvoordeel tot zo’n 18%. Het blijft een schimmig spel waartegen NMT zich zal blijven verweren.
Alleen een eenduidige Europese aanpak voor ondersteuning aan de Europese scheepsbouw en het gezamenlijk optrekken tegen concurrerende regio’s in Azië kan hier verandering in brengen. Om die reden is het hoopvol dat de EC, mede op advies van SEA Europe (de Europese branche-organisatie waar NMT lid van is), een studie heeft geïnitieerd met de volgende titel:
‘Study on New Trends in Globalisation in Shipbuilding and Marine Supplies – Consequences for European and trade Policy (EASME/COSME/2015/005)’.

De resultaten daarvan worden in april 2017 verwacht.



Verder blijft NMT de ontwikkelingen in Spanje nauw volgen en waar mogelijk aanvechten.



Dovnload 13.46 Kb.