Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Dovnload 147.25 Kb.

Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal



Pagina1/3
Datum05.12.2018
Grootte147.25 Kb.

Dovnload 147.25 Kb.
  1   2   3





















Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal










Postadres







Postbus 20001






2500 EA Den Haag









Bezoekadres







Binnenhof 19, Den Haag










Contactpersoon









R. van Zwol










E-mail










r.vanzwol@minaz.nl










Telefoon










070 356 45 18







Fax

Datum

Kenmerk

Onderwerp




070 365 41 74

18 september 2008

3069000

Antwoorden kamervragen












Bijgaand treft u aan de schriftelijke antwoorden op een aantal vragen gesteld door de leden van uw Kamer tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen van

17 september jl.


DE MINISTER-PRESIDENT,

Minister van Algemene Zaken,
Mr.dr. J.P. Balkenende

In afschrift aan: de fractievoorzitters

Schriftelijke beantwoording vragen leden van de Tweede Kamer tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen 2008
Vraag van de g.a. Kant (SP) en Pechtold (D66)
Hoe wil het kabinet verder met de Europese samenwerking en met de aanpak van de klimaat- en energieproblematiek?
Antwoord

Samenwerking in de EU is momenteel meer nodig dan ooit. De uitdagingen van nu vragen om een gezamenlijke aanpak, waaronder migratie, klimaat, veiligheid, rol in de wereld, economie en energievoorziening. De EU heeft de afgelopen jaren op die terreinen veel werk verricht. Ook dit najaar staan grote beslissingen voor de deur ten aanzien van het migratiepact, de relatie met Rusland, het klimaat- en energiepakket.

Nederland steunt de ambitie van het Franse EU-voorzitterschap ten aanzien van het klimaat- en energiepakket voor tijdige besluitvorming in de Raad zodat ook Europees Parlement reeds deze winter standpunt in eerste lezing kan bepalen. Het doel is om de besluitvorming in de EU op orde te hebben vóór de aanstaande klimaattop Kopenhagen. Europa kan en moet een voortrekkersrol spelen bij de totstandkoming van een mondiaal klimaatakkoord.

Een Europese aanpak is op dit gebied essentieel, als breekijzer voor een mondiaal akkoord. Slechts een gecoördineerde, internationale aanpak is zinvol om te voorkomen dat economische bedrijvigheid zich verplaatst en nationale resultaten verdampen als een druppel op een gloeiende plaat. Nationaal zal echter ook een stevige inzet dienen te worden gepleegd.


Ten aanzien van het verdrag van Lissabon zij opgemerkt dat de EU ook zonder nieuw verdrag zal voortgaan. Dat betekent niet dat we het Lissabonverdrag niet nodig hebben. Lissabon gaat over verhoging van het democratisch gehalte, de versterking van de rol van nationale parlementen, minder afstand tussen burgers en EU-bestuur, een scherpere afbakening van wat Europa wel en niet moet doen, en vlottere besluitvorming over de beleidsterreinen die er nu echt toe doen, een effectiever internationaal optreden.

Dat zijn verbeteringen waarover we graag zo spoedig mogelijk willen beschikken. Het Verdrag zal echter pas in werking treden als alle lidstaten het hebben geratificeerd. De regering spant zich, net als het voorzitterschap en een aantal Europese partners, actief in voor de totstandkoming van een oplossing. Er wordt volop denkwerk verricht en overleg gepleegd. Op dit moment valt echter nog niet te zeggen wanneer in een oplossing kan worden voorzien. Tijdens de Europese Raad van oktober a.s. zal de Ierse regering eerste een uiteenzetting geven van de voornemens.



Vraag van de g.a. Kant (SP)

Aan de pomp stijgen de prijzen, en tegelijk stijgen de winsten van oliemaatschappijen. Waarom in Nederland geen maximumprijsafspraken, zoals een maximum op het gemiddelde van de ons omringende landen?


Antwoord

De kale benzineprijzen - evenals de winsten van oliemaatschappijen - zijn afhankelijk van zeer veel factoren, zoals internationale grondstofprijzen, specifieke landelijke kostenfactoren en ontwikkelingen in de vraag. Het eenzijdig stellen van een maximumprijs ligt daarom niet voor de hand. Dit is voorts een ingrijpend maatregel die slechts in uiterste gevallen overwogen dient te worden.



Vraag van de g.a. Kant (SP)

Bent u bereid te eisen dat er openheid komt over hoeveel winstbelasting de multinationals, genoemd in het “Onderzoek Multinationale Ondernemingen 2006” worden genoemd, in Nederland betalen?


Antwoord

Ondernemingen worden bevraagd door het CBS; zij verlenen daar hun medewerking aan. Deze gegevens zijn de basis van het CBS-onderzoek dat erop gericht is de gewenste duidelijkheid over de betaling van vpb te kunnen geven. Het eindrapport van het CBS wordt in oktober 2008 verwacht.

Het Ministerie van Financiën zal de bevindingen van het CBS meenemen in een bredere notitie over de verdeling van de Vpb-druk. Naar verwachting zal deze notitie later in het najaar 2008 afkomen en zal voorzien van een oordeel aan de Tweede Kamer worden gezonden.

Vraag van de g.a. Kant (SP)

Betreft het streven van de overheid om in 2009 en 2010 in totaal 150 jonggehandicapten (Wajong) in dienst te nemen een typefout?


Antwoord

Het genoemde aantal van 150 Wajongers heeft alleen betrekking op de Rijksoverheid en niet op de overheid als geheel.


Het Rijk voert in 2009 en 2010 een rijksbreed project uit om in totaal 150 Wajongers en 100 Wsw-ers extra in dienst te nemen.

Met het rijksbrede project voor Wajongers en Wsw-ers wordt concrete invulling gegeven aan de begin juli jl. in de Kamer aangenomen motie Heijnen waarin het Rijk is verzocht om 100 extra Wsw-ers of Wajongers aan te stellen. Met het extra in dienst nemen van 250 (150 extra Wajongers en 100 extra Wsw-ers) voldoet het Rijk ruimschoots aan deze motie.

Het rijksbrede project voor Wajongers en Wsw-ers maakt onderdeel uit van het kabinetsplan om gedurende deze kabinetsperiode minimaal 1000 werkervaringsplaatsen bij het Rijk te realiseren voor mensen met een (grote) afstand tot de arbeidsmarkt.
Naast Wajongers en Wsw-ers richt het 1000 werkervaringsplaatsenplan Rijk zich nog op andere kansarme doelgroepen, zoals langdurig werklozen. 

Vraag van de g.a. Kant (SP)

Waarom wordt het probleem van de CO2 uitstoot niet net zo voortvarend aangepakt als bijvoorbeeld het deltaplan voor de veiligheid? Hoe denkt het kabinet het klimaat te helpen met het bouwen van kolencentrales?


Antwoord

Met het programma Schoon en Zuinig heeft dit kabinet grote ambities uitgesproken voor klimaat- en energiedoelen. Dit gaat gepaard met forse investeringen in duurzame energie, energiebesparing en innovatie. De komende jaren gaat bv. 438 miljoen Euro extra naar energie-innovatie.


De komende decennia hebben we naast duurzame energie ook fossiele energie nodig om aan de groeiende elektriciteitsvraag te voldoen.
Een verdere diversificatie van de brandstofmix is nodig uit een oogpunt van energievoorziening in de vorm van kolen- of kerncentrales. Bij kolencentrales is afvang en opslag van CO2 (CCS) essentieel om de doelstelling voor CO2-uitstootreductie te kunnen halen. Het kabinet zet daarom krachtig in op de ontwikkeling van CCS en wil de komst van twee grote demoprojecten voor opvang en opslag van CO2 voorbereiden.
De positie van kolencentrales kan bovendien niet los worden gezien van de systematiek die we internationaal hebben afgesproken voor emissiehandel. Met de keuze voor emissieplafonds die periodiek aangescherpt worden, borgen we dat ondanks de eventuele komst van kolencentrales de uitstoot van broeikasgas zal afnemen.

Vraag van de g.a. Kant (SP)

Waarom doet het kabinet niets aan de wanverhoudingen inzake de salarissen in de semi-publieke sector/ topinkomens?


Antwoord

Minister Ter Horst heeft hierover paar weken geleden uitvoerig gesproken met uw Kamer.


Het kabinet heeft nadrukkelijk en helder positie gekozen ten aanzien van de topinkomens in de semi-publieke sectoren. In navolging van het advies dat de commissie Dijkstal hierover uitbracht, kiest het kabinet ervoor om de topbeloningen in de semi-publieke sectoren te onderwerpen aan drie typen regimes: openbaarmaking, een wettelijke verankering van een sectorale code en een salarismaximum gelijk aan het ministerssalaris. Het kabinet volgt de commissie Dijkstal ook in grote mate waar het de indeling van sectoren naar regimes betreft.
Voor veel sectoren zal het strengste regime van een maximum aan het ministerssalaris gelden. Hierbij valt te denken aan het onderwijs en de cultuur en media. In het openbaar vervoer en in de zorg kiest het kabinet inderdaad voor een code. Een code dient een eind te maken aan de excessen. Over het uitbannen daarvan zijn mevrouw Kant en het kabinet het eens. De code moet ruimte bieden aan sectorspecifieke omstandigheden. Het kabinet heeft aangegeven de sectorale beloningscodes zo wettelijk te zullen verankeren dat er geen ontsnappingsmogelijkheden zijn. Interim-bestuurders zullen bij een ‘dienstverband’ van een zekere periode (gedacht wordt aan 1 jaar) ook onder het regime dat voor de sector geldt, worden geschaard.
Energiebedrijven, niet zijnde de netbeheerders, en zorgverzekeraars bevinden zich op een markt waarin vrije concurrentie plaatsvindt en waar op de arbeidsmarkt ook een ander referentiekader aan de orde is. Voor de zorgverzekeraars kiest het kabinet derhalve voor het regime van verplichte openbaarmaking. Het kabinet beschouwt de levering van energie als een private markt.

Vraag van de g.a. Kant (SP)

Is het kabinet het ermee eens dat ontwikkelingslanden hun landbouw goed moeten kunnen beschermen? Wat gaat het kabinet extra doen om de globalisering socialer te maken?


Antwoord

Ja, de EU heeft zich mede namens Nederland in WTO-verband ervoor uitgesproken dat ontwikkelingslanden door middel van het heffen van invoerrechten kwetsbare landbouwsectoren kunnen beschermen. De speciale producten en de speciale vrijwaringsclausule die de OS-landen ter bescherming van hun eigen landbouwsector in kunnen roepen waren belangrijke onderdelen in de onderhandelingen. Nederland en de EU hebben zich daar sterk voor gemaakt en staan positief tegenover de mogelijkheid voor ontwikkelingslanden van een tijdelijke bescherming van de eigen markt. De WTO-onderhandelingen in Genève zijn helaas vastgelopen. De EU heeft een offensieve en zeer constructieve rol in de onderhandelingen gespeeld. Het EU-streven naar een verbeterde markttoegang voor ontwikkelingslanden maakt deel uit van het beleid dat gericht is op verdere vrijmaking van mondiale markten door afbouw van invoerbelemmeringen, exportrestricties en subsidies.


Ook binnen de EPA's (Economic Partnership Agreements) die de EU afsluit met derde landen, zijn er mogelijkheden voor ontwikkelingslanden om hun landbouw zowel permanent als tijdelijk te beschermen.

Wat betreft de vraag over het socialer maken van de globalisering zijn de volgende elementen van het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid relevant:


In bilaterale en multilaterale programma’s wordt extra ingezet op voedselzekerheid en overdrachtmechanismen zoals ‘productive safety nets’ en ‘cash for work’ om de risico’s te verminderen dat mensen in een situatie van extreme armoede en honger terechtkomen.

In het huidige samenwerkingsprogramma met de ILO is gekozen voor ondersteuning van de zogenaamde Decent Work Agenda (2006-2010: €32 miljoen), die de nadruk legt op de kwaliteit van de werkomstandigheden met name gericht op de arbeid van vrouwen en kinderen.


Zoals u weet zet het Kabinet extra in op de versterking van de landbouw in ontwikkelingslanden via vijf sporen (brief van de ministers voor OS en van LNV van 8 mei 2008). Spoor 3 daarbinnen is de duurzame ketenontwikkelingbenadering, waarin de uitgangspunten van maatschappelijk verantwoord zijn terug te vinden. Hierbij gaat het om gecombineerde aandacht voor armoedebestrijding (people), economische groei (profit) en ecologische duurzaamheid (planet). Samen met het bedrijfsleven wordt €50 miljoen geïnvesteerd in tenminste 7 internationale marktketens via het Initiatief voor Duurzame Handel.
Ten aanzien van de Wereldbank bepleit Nederland dat bij de strategieverandering meer beleidsruimte voor ontwikkelingslanden wordt gecreëerd.
Tijdens de MDG top volgende week in New York zal ook nadrukkelijk aandacht worden besteed aan de gevolgen van de globalisering voor de allerarmsten. Zo wordt er besproken hoe financiële sectoren in ontwikkelingslanden kunnen worden ontwikkeld, zodat zij ook diensten aan de allerarmsten kunnen bieden.

Vraag van de g.a. Van Geel (CDA)

Wil het kabinet de mogelijkheden bezien om het signalering- en volgsysteem van de Radboud Universiteit landelijk uit te rollen en uit te breiden naar jongeren onder de achttien jaar?


Antwoord

Het signaleringsinstrument van de politie zal naar aanleiding van de uitkomsten van een evaluatie van de Radboud Universiteit worden aangepast. Vervolgens zal dit instrument in een viertal pilots worden getoetst. Afhankelijk van de uitkomsten zal worden overgegaan tot landelijke invoering.

Daarnaast zal worden onderzocht of het gewenst is om het signaleringsinstrument uit te breiden naar jongeren onder de 18 jaar. Bezien zal worden of dit instrument een zinvolle aanvulling kan zijn op andere, reeds bestaande en in ontwikkeling zijnde instrumenten.

Een koppeling tussen dit signaleringsinstrument en de Verwijsindex risicojongeren is een vereiste om te voorkomen dat jongeren tussen wal en schip terecht komen en niet de zorg krijgen die ze nodig hebben.



Vraag van de g.a. Van Geel (CDA)

Is het kabinet bereid de bewijslast bij het ontnemen van criminele vermogens om te draaien naar Brits model?


Antwoord

De Minister van Justitie heeft in voorbereiding een voorstel tot aanpassing van de ontnemingswetgeving.


Met de nieuwe wetgeving worden de bevoegdheden om onderzoek te doen en beslag te leggen al verruimd.
In oktober vindt over dit wetsvoorstel een expertmeeting plaats met vertegenwoordigers van de rechtspraktijk. De minister zal de suggestie van de CDA-fractie bij deze expertmeeting laten betrekken.
In dit verband wordt bezien hoe bij het ontnemen van criminele winsten het vermogen, waarvoor geen legale bron van herkomst blijkt, vaker als vertrekpunt kan worden genomen.

Vraag van de g.a. Van Geel (CDA)

Met de extra 500 mln. uit FES voor Kennis & Innovatie is dit kabinet goed op weg. Maar met geld alleen komen we er niet. We moeten een omgeving creëren waarin innovatie wordt gestimuleerd. Graag een reactie.


Antwoord

Bij het stimuleren van innovatie gaat het om meer dan alleen om geld. Het gaat om een vernieuwingsgerichte houding van overheid én bedrijfsleven, het gaat om randvoorwaarden zoals hoogopgeleide kenniswerkers, excellent wetenschappelijk onderzoek als basis voor innovaties, een goed octrooisysteem en innovatief ondernemerschap.


Op het versterken van deze randvoorwaarden zet het kabinet in, ook het Innovatieplatform speelt daarbij een belangrijke rol.
Dit kabinet heeft met het project Nederland Ondernemend Innovatieland de ambitie om maatschappelijke problemen aan te pakken met behulp van kennis en innovatie.
Daartoe zijn inmiddels maatschappelijke innovatieagenda's opgesteld. Deze agenda’s omvatten, tegelijk met een financiële impuls ook niet-financiële oplossingen zoals experimenteerruimte om met innovatieve oplossingen te komen en ruimte voor ondernemerschap.
Daarnaast bevat dit project acties als Launching Customer, het aanpakken van tekorten aan personeel via de Taskforce Onderwijs Arbeidsmarkt en het versterken van valorisatie van publiek ontwikkelde kennis.

Vraag van de g.a. Van Geel (CDA)

Spannen ook andere bewindspersonen dan de staatssecretaris van Justitie zich bij hun internationale contacten in om landen die niet meewerken aan het terugkeerbeleid, daarop aan te spreken?


Antwoord

Ja. Het instrumentarium voor een strategische benadering van herkomstlanden die niet of niet voldoende voortvarend aan terugkeer meewerken, wordt verbreed. In de brief “Naar een effectievere asielprocedure en een effectiever terugkeerbeleid” van 24 juni jl. heeft het kabinet dit weergegeven.


Na afweging van de verschillende belangen zal beter en meer gecoördineerd gebruik worden gemaakt van de beschikbare instrumenten binnen het geïntegreerde buitenlandse beleid. Dialoog, ondersteuning en druk kunnen worden ingezet. Afhankelijk van de bereidheid om mee te werken aan terugkeer, kunnen bijvoorbeeld maatregelen worden overwogen die zijn gericht op het bevorderen of beperken van het personenverkeer, op het bieden of beperken van ondersteuning of op het bevorderen of beperken van politieke, financieel-economische en culturele betrekkingen.

Dit is ook thans de praktijk. In de ministerraad en in overleggen van de bewindspersonen van Justitie met collega-bewindspersonen wordt regelmatig concreet gesproken over de problemen met terugkeer naar een aantal specifieke landen (waaronder Afghanistan) en over de inspanningen van de verschillende bewindspersonen. Zo heb ik zelf onlangs met premier Wen Jiabao gesproken.



Vraag van de g.a. Van Geel (CDA)

Wat doet het kabinet om te zorgen voor een betere dienstverlening en samenwerking van gemeenten en uitvoeringsinstanties.


Antwoord

Het Kabinet zet in op merkbaar betere dienstverlening van de overheid. Dat is één van de zes pijlers van het beleidsprogramma van dit kabinet.


Dat betekent dat mensen een meer dienstbare overheid krijgen.
Een overheid die mensen zo weinig mogelijk lastig valt met overbodige regels.
Een overheid die begrijpelijk taal spreekt, met duidelijke formulieren.
Een overheid die mensen op internet 24 uur per dag ter dienste is, maar ook voor iedereen gewoon via telefoon en aan de balie bereikbaar is.
Dat betekent dat er gebruik wordt gemaakt van de voorzieningen van de e-overheid, zoals basisregisters en het burgerservicenummer
Dat betekent ook dat overheidsorganisaties samenwerken in de dienstverlening en burgers en bedrijven niet van het kastje naar de muur sturen.
Burgers zijn minder tijd kwijt aan bureaucratie van de overheid. In 2002 waren burgers samen 100 miljoen uur en 1,25 miljard euro kwijt aan bureaucratie. Per 1 augustus 2008 zijn zij 80 miljoen uur en 1 miljard euro kwijt hieraan. Dit betekent een reductie van 20% in tijd en kosten. Per inwoner scheelt dat ongeveer een uur aan administratieve lasten en 16 euro aan kosten zoals kopieën, reisgeld en telefoonkosten. Eind 2011 zet de daling door met 2 uur en 20 euro. 
Als het gaat om de waardering van de overheidsdienstverlening (het kabinet streeft naar minimaal een 7) dan blijkt uit TNS NIPO onderzoek dat de dienstverlening door individuele organisaties al met gemiddeld een 7 wordt gewaardeerd. Er blijkt ook dat als organisaties moeten samenwerken het cijfer helaas nog lager ligt, gemiddeld een 6,7. Op deze terreinen wil het kabinet met uitvoeringsorganisaties en gemeenten om tafel om ook hier de gewenste 7 voor dienstverlening te scoren.
In het coalitieakkoord heeft het kabinet ook aangegeven dat CWI, UWV en gemeenten via prestatieafspraken worden aangespoord om hun werkzaamheden beter op elkaar af te stemmen en de kwaliteit van en effectiviteit van de dienstverlening beter op elkaar af te stemmen. Op lokaal niveau worden arbeidsmarktbeleid en re-integratie samengebracht in één loket. Inmiddels heeft het kabinet hierin concrete stappen gezet. Per 1 januari 2009 zullen UWV en CWI fuseren en samen met gemeenten zal de dienstverlening aan de klant, werkzoekenden én werkgevers, plaatsvinden uit de zogenaamde Locaties Werk en Inkomen. Daarmee zullen UWV/CWI en gemeenten vanaf 1 januari 2010 vanuit één loket geïntegreerde dienstverlening en maatwerk aan werkzoekenden en werkgevers bieden.
Ook tussen andere publieke dienstverleners wordt de samenwerking geïntensiveerd met het oog op een betere dienstverlening aan onder meer werkgevers. Zo wordt op dit moment hard gewerkt door de Belastingdienst en het UWV aan de verdere verbetering van de loonaangifteketen. Uiteindelijk dient er een robuuste loonaangifteketen te zijn die tot een efficiëntere dienstverlening aan onder meer werkgevers moet leiden.
Tot slot kan de nauwere samenwerking tussen alle verschillende publieke inspectiediensten worden genoemd. Gestreefd wordt om inspectiebezoeken aan bedrijven zo integraal mogelijk te laten plaatsvinden.

Vraag van de g.a. Van Geel (CDA)

Wat gaat het kabinet doen wanneer er een vergunningsaanvraag voor de bouw van een kerncentrale komt? Kan het kabinet bevestigen dat zo’n verzoek conform de wettelijke regels in behandeling wordt genomen?


Antwoord

Voor de volledigheid markeer ik dat er op dit moment geen enkele aanvraag voor de bouw van een kerncentrale ligt. Uiteraard heb ik uit de media kennis genomen van de kennelijke voornemens van energiebedrijf Delta. Een vergunning kan door elk bedrijf worden aangevraagd. Dat geldt ook voor Delta. Die aanvraag moet natuurlijk wel de voorgeschreven procedures volgen en aan de wettelijke vereisten voldoen. Als deze aanvraag wordt ingediend zal deze op de reguliere wijze in behandeling worden genomen.



Vraag van de g.a. Van Geel (CDA)

De heer Van Geel vraagt hoe het staat met de mogelijkheden privaat geld van pensioenfondsen te investeren in infrastructuur, zoals voorgesteld door de commissie Ruding.


Antwoord

Het Kabinet is geïnteresseerd in de mogelijkheden van de inzet van privaat geld van pensioenfondsen en wil dan ook binnen afzienbare termijn rond de tafel gaan zitten met de institutionele beleggers om mogelijke modellen verder te bezien. Voor een uitgebreidere reactie verwijs ik u naar de kabinetsreactie op het rapport Ruding die u in oktober zal ontvangen. Deze zal in het AO van 5 november worden besproken.



Vraag van de g.a. Van Geel (CDA)

In de Miljoenennota staat dat de taakstelling voor administratieve lasten nog moet worden verdeeld onder de ministeries. Hoe kan dat?

  1   2   3

  • Vraag van de g.a. Kant (SP) en Pechtold (D66)
  • Vraag van de g.a. Kant (SP)
  • Vraag van de g.a. Van Geel (CDA)

  • Dovnload 147.25 Kb.