Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Dovnload 147.25 Kb.

Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal



Pagina3/3
Datum05.12.2018
Grootte147.25 Kb.

Dovnload 147.25 Kb.
1   2   3

Vraag van de g.a. Slob (ChristenUnie)

De heer Slob verzoekt het kabinet de SER om een advies te vragen over de relatie tussen betaalde en onbetaalde arbeid.


Antwoord

Het kabinet zet in op arbeidsparticipatie en maatschappelijke participatie. In de beleidsbrief  'Voor elkaar'  voor vrijwilligerswerk en mantelzorg staan de maatregelen die het kabinet op dit terrein uitvoert. Daarin staan ook enkele activiteiten op het terrein van het combineren van arbeid met mantelzorg en vrijwilligerswerk. Daarnaast kijkt de Taskforce deeltijdplus ook naar de combinatie betaald en onbetaald werk. In aanvulling op deze lopende beleidstrajecten ziet het kabinet vooralsnog geen toegevoegde waarde van een SER-advies.



Vraag van de g.a. Slob (ChristenUnie)

De ChristenUnie wil de ecologische voetafdruk van Nederland kleiner maken en vraagt de regering om in aanloop naar Kopenhagen de mogelijkheden na te gaan voor een specifiek fonds voor herbebossing.


Antwoord

In VN-kader wordt op dit moment onderhandeld. Dit gebeurt zowel in het kader van het Klimaatverdrag als in het kader van het VN-Bossenforum. Het gaat in beide kaders om extra middelen voor ontwikkelingslanden om ontbossing tegen te gaan, bescherming van bestaande bossen en herbebossing

Binnen de Wereldbank is een speciale financiële faciliteit in oprichting om al op korte termijn extra financiële middelen te genereren voor duurzaam bosbeheer. Het gaat daarbij niet alleen om publieke middelen, maar ook om middelen van de private sector en charitatieve instellingen. Minister Koenders heeft in Bali voor een onderdeel van deze faciliteit, de zgn Forest Carbon Partnership Facility, al 15 mln Euro toegezegd, waardoor het in stand houden van bossen beloond wordt.

Daarnaast was Nederland (Minister van LNV) onlangs medeorganisator van een internationale conferentie over Suriname over financiering van duurzaam bosbeheer.




Vraag van de g.a. Slob (ChristenUnie)

Hoe gaat de regering ervoor zorgen dat het proces van staatkundige vernieuwing van het koninkrijk succesvol kan verlopen, in wederzijds vertrouwen en gericht op de concrete oplossing van maatschappelijke problemen, mede in het licht van de opneming van etniciteit van jongeren in de Verwijsindex Antillianen.


Antwoord

In het proces van staatkundige herstructurering van de Nederlandse Antillen zijn alle partijen zich bewust van het belang van wederzijds vertrouwen. Concentratie op de concrete oplossing van maatschappelijke problemen behoort tot de voortdurende inzet van het kabinet. Vanaf het begin heeft het kabinet duidelijk gemaakt dat het doel van het proces is gelegen in verbetering van de positie van burgers op de eilanden van de Nederlandse Antillen.

Binnenkort zal het kabinet de Kamer een reactie op de voorlichtingen van de Raad van State zenden die ingaat op de genoemde punten.

De Raad van State heeft vastgesteld dat de Verwijsindex Antillianen aanvaardbaar is gezien de ernst en urgentie van de problemen waarin een deel van de jongeren zich bevindt, ter ondersteuning van het beleid van gemeenten om de jongeren hulp te bieden waardoor zij hun leven weer op orde krijgen. De Verwijsindex Antillianen is bedoeld als een tijdelijke voorziening, vooruitlopend op een bredere regeling in de Verwijsindex Risicojongeren. Het kabinet geeft er ook de voorkeur aan dat uiteindelijk alle risicojongeren, dus ook groepen van een andere herkomst dan alleen Antilliaanse Nederlanders, in de Verwijsindex Risicojongeren worden opgenomen op een zodanige manier dat hun problematiek effectief kan worden opgepakt.


Vraag van de g.a. Slob (ChristenUnie)

Toelichting op de doorwerkbonus en de houdbaarheidsbijdrage


Antwoord

Ik verwijs de heer Slob graag naar het Belastingplan 2009, waarin de maatregelen uitgebreid worden toegelicht. Deze combinatie van maatregelen levert een serieuze bijdrage aan de houdbaarheid van de overheidsfinanciën.

De heer Slob vraagt ook naar de positie van mensen met zware beroepen. Het kabinet wil dat werkgevers en werknemers afspraken maken om het mogelijk te maken dat ook mensen in zware beroepen tot hun 65e door kunnen werken.

Vraag van de g.a. Slob (CU)

Wat wordt op het punt van de mensenrechten de inzet van de minister-president, als hij in oktober naar China afreist? Wil hij ook aandacht vragen voor Hu Jia, de tot 3,5 jaar celstraf veroordeelde mensenrechtenactivist? En voor al die gevangen genomen kerkleiders - in maart alleen al waren het er weer tachtig?


Antwoord

Nederland is een voorvechter van mensenrechten - niet alleen in China, maar wereldwijd. Het is een speerpunt in het buitenlands beleid van het Kabinet. Zoals al eerder gesteld is het van belang dat wij kritisch, constructief en betrokken omgaan met de mensenrechtensituatie in China. Dat deed ik, zoals bekend, reeds tijdens de Olympische Spelen. Ik zal dat ook tijdens mijn bezoek in oktober doen. Daarbij zal ik ook aandacht besteden aan de positie van mensenrechtenverdedigers en religieuze voormannen. De minister van Buitenlandse Zaken  zal de positie van Hu Jia aan de orde stellen in het gesprek dat hij komende week in New York zal hebben. Daarna zal het kabinet zich beraden wat de beste volgende stap (bilateraal danwel in EU-verband) is en een en ander zal in de door de Kamer gevraagde brief over de situatie in China worden medegedeeld.


Vraag van de g.a. Pechtold (D66)

Waar is uw ambitie voor Europese energieonafhankelijkheid in 10 jaar?


Antwoord

Er zijn drie sporen waarlangs we energievoorzieningszekerheid bevorderen:



  1. Nationaal: De regering heeft de doelstelling om 2% energiebesparing per jaar te realiseren. De regering heeft de doelstelling om, in 2020, 20% van de energie uit hernieuwbare bronnen van energie te winnen. Daarnaast zal in 2020 in Nederland geproduceerd gas nog steeds een grote rol in de energiemix hebben. We zetten daarom nu op maximale winning van gas uit de zogenaamde kleine velden. Ook zal Nederland zich positioneren als gasrotonde van Europa.

  2. Europees: Op Europees niveau is de totstandkoming van een geïntegreerde Europese energiemarkt voor zowel elektriciteit en gas van belang. Nederland zet daarom in op unbundling en het ontstaan van een Noordwest-Europese energiemarkt. Ook zal een Europees extern energiebeleid de voorzieningszekerheid bevorderen. Nederland zal hier actief bij betrokken zijn.

  3. Internationaal/ bilateraal: Nederland zal net als nu goede banden onderhouden met energieproducerende landen. Nederland intensiveert nu de relaties met energieproducerende landen (met name Algerije, Saoedi-Arabië, Rusland en Kazachstan) en door wederzijdse afhankelijkheid te creëren, werken we hard om over 10 jaar nog zeker te zijn van de benodigde energie. Ook houdt Nederland de actieve inzet in internationale energieorganisaties als de IEA en het IEF.

Vraag van de g.a. Pechtold (D66)

De heer Pechtold stelt dat het kabinet niets doet aan de woningmarkt.


Antwoord

De rijksoverheid richt zich primair op het bevorderen van voldoende

woningen, betaalbare woningen en kwalitatief goede woningen. Daar

heeft iedereen immers behoefte aan. Hiermee wil de overheid mensen

een goede uitgangspositie bieden van waaruit zij zich kunnen ontplooien

en hun leven kunnen vormgeven. Een goede woning in een buurt die

schoon en veilig is, vergroot de kansen op maatschappelijke ontwikkeling. Daar werkt dit kabinet aan. Het zwaartepunt ligt daarbij op aanbodverruiming, zowel in de huur als in de koop. De woningbouw is de afgelopen jaren toegenomen en ook voor 2008 zijn de vooruitzichten goed. Voor de periode na 2010 worden nieuwe verstedelijkingsafspraken gemaakt. Uiteraard kan een verslechterende economische situatie hierop van invloed zijn en dit kabinet houdt dit nadrukkelijk in de gaten. Meer aanbod verbetert de doorstroming waardoor starters beter aan bod komen op de woningmarkt. Omdat de woningmarkt nog niet in evenwicht is ondersteunt dit kabinet mensen die voor het eerst een huis willen kopen met een verhoging van het budget ter Bevordering van het Eigen Woning budget, de BEW-regeling. 

Er is op dit moment geen breed maatschappelijk draagvlak voor of consensus over specifieke richtingen voor een hervorming van het overheidsingrijpen in de woningmarkt. Daarom vindt in deze kabinetsperiode geen fundamentele herijking van dit overheidsingrijpen plaats: geen hervorming van de fiscale behandeling van de eigen woning en geen liberalisatie van de huren.



Vraag van de g.a. Thieme (PvdD)

Minister Verburg spant zich in voor export van vlees naar Rusland. Hoe zit dat? Hoe verhoudt zich dat tot de discussies over sancties ivm met Georgië?


Antwoord

De minister van LNV heeft begin september Rusland bezocht. Zij heeft daar onder meer met minister Gordeev van Landbouw onder andere over de import van agrarische producten uit Nederland gesproken.

Er is op dit moment geen sprake van internationale of bilaterale sancties jegens Rusland. Wel is in NAVO en EU-verband een aantal duidelijke boodschappen aan Rusland afgegeven. De NAVO heeft besloten voorlopig bijeenkomsten van de NAVO-Rusland Raad op ambassadeursniveau op te schorten. De EU heeft aangegeven de besprekingen over de nieuwe samenwerkingsovereenkomst eerst te hervatten wanneer Rusland zich heeft teruggetrokken tot de posities van voor 7 augustus jongstleden. In mijn mondelinge antwoorden in eerste termijn ga ik nader in op de benadering ten aanzien van Rusland.

Vraag van de g.a. Van der Vlies (SGP)

Niet alles in de zorg zou gecontroleerd moeten worden met alle contraproductieve rompslomp van dien. Een thuiszorg- of verpleeghuismedewerker wil iets voor de medemens betekenen, niet per handeling de minuten klokken. Wat is de reactie van het kabinet hierop?


Antwoord

Op dit moment is er in de thuiszorg nog sprake van het bijhouden van de tijd die is ingezet in de zorgverlening. Dit betekent overigens niet dat alle handelingen in minuten moeten worden geklokt. In de intramurale zorg hoeft geen tijd te worden bijgehouden.

De oorzaak is gelegen in de wijze waarop de financiering van de thuiszorg is vormgegeven. Alléén de feitelijke tijd die ‘achter de voordeur van de cliënt’ wordt doorgebracht wordt betaald. Het kabinet heeft, zoals aangekondigd in de brief ‘Zeker van zorg’ dd 13 juni jl., het voornemen om nog dit najaar te starten met de ontwikkeling van zorgzwaartepakketten voor de zorg die thuis wordt geleverd. Op deze wijze kan de praktijk van ‘uurtje factuurtje’ verdwijnen.

Vraag van de g.a. Van der Vlies (SGP)

Sommige bewindslieden stralen uit dat deze islamisering over ons zal komen, dat de consequenties daarvan moeten worden aanvaard (feestdagen, huwelijksrecht, polygamie e.d.).

Ook in internationaal verband zien we de invloedsferen van de radicale islam snel groter worden, bijvoorbeeld in delen van Afrika. Heeft deze trend voldoende aandacht van de EU? Wat doet zij hiermee? Legt onze regering hierbij in internationaal verband vaak genoeg de vinger? Met welk resultaat en met welke consequenties?

 

Antwoord

Het kabinet heeft in de kabinetsreactie over het WRR-rapport "Identificatie met Nederland" helder aangegeven waar wij staan.  

 

Centraal staan in de visie van het kabinet de kernwaarden en de vrijheden waarop de Nederlandse rechtsstaat is gebaseerd. Het kabinet verdedigt die kernwaarden tegen aantasting en voert een beleid dat ertoe moet leiden dat mensen zich met deze waarden identificeren.



 

De commissie Uitdragen Kernwaarden van de Rechtsstaat benoemt drie kernwaarden: vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit. Vrijheid omvat ook godsdienstvrijheid  en vrijheid van levensovertuiging. De vrijheid wordt echter begrensd, dáár waar in breuk wordt gemaakt op de vrijheid van anderen. Gelijkwaardigheid betekent dat er ruimte is voor verschillen tussen mensen en verschillen in opvattingen en levensovertuiging.

 

Dit zijn belangrijke noties. Actieve tolerantie en respect voor elkaars levensovertuiging beschouwt het kabinet als een wezenskenmerk van de Nederlandse samenleving.  Dat geldt voor iedereen die in Nederland woont. Daarmee is echter onlosmakelijk verbonden het respect voor onze rechtsstaat. Het kabinet staat voor een compromisloze afwijzing van ondemocratische middelen en van geweld om doelen te bereiken. De bestaande wetten en regels gelden voor iedereen die in Nederland verblijft.  



 

Wat uw opmerkingen over de "uitstraling" van bewindspersonen betreft, verwijs ik u naar antwoorden op Kamervragen en op kabinetsreacties op WRR rapporten die de Kamer reeds ontving.  Er is geen sprake geweest van concrete voorstellen en het kabinet heeft daartoe evenmin enig voornemen. 

 

Wat de internationale context betreft: De heer van der Vlies vroeg naar de radicale islam. In beperkte delen van Afrika, met name in delen van de Magreb en in Somalië, is de invloedssfeer van de 'radicale islam' significant. De EU, maar ook de VN, hebben nauwlettende aandacht voor deze ontwikkelingen en ontplooien diverse initiatieven ter bevordering van stabiliteit, democratie, rule of law en eerbiediging van de mensenrechten, die er mede toe moeten bijdragen dat verspreiding van radicaal gedachtegoed wordt tegengegaan.


Vraag van de g.a. Van der Vlies (SGP)

inzake verbetering van de positie van starters op de woningmarkt door gefaseerde afschaffing van de overdrachtsbelasting.


Antwoord

Het kabinet plaatst de vraag van de heer Van der Vlies tegen de achtergrond van de wens om starters een betere toegang tot de woningmarkt te verschaffen.

In dat perspectief zal een verlaging van de overdrachtsbelasting op een krappe woningmarkt waarschijnlijk leiden tot een eenmalige extra stijging van de prijs van koopwoningen. Het langere termijn effect op de prijzen van koopwoningen is materieel nihil. De ‘oude’ overdrachtsbelasting wordt in de nieuwe woningprijs geïncorporeerd door de krappe markt.

Vraag van de g.a. Van der Vlies (SGP)

Welke beleidsconclusies worden aan de uitkomsten van het onderzoek van de Universiteit Leiden ‘welbevinden en stress van kinderen in de kinderopvang’ verbonden?


Antwoord

De heer Van der Vlies stelt dat consequenties moeten worden verbonden de conclusie dat jonge kinderen zich meer op hun gemak voelen bij gastouders dan kinderdagverblijven.


Kenmerkend voor gastouderopvang is kleinschaligheid, flexibiliteit en een huiselijke omgeving. Het kabinet wil deze waardevolle elementen behouden. Uit het onderzoek van de Universiteit Leiden blijkt dat het welbevinden van kinderen hoger kan zijn bij gastouderopvang. Daarom laat het kabinet de keuzevrijheid ook bestaan. Tegelijkertijd willen we de mogelijkheden voor misbruik en oneigenlijk gebruik tegengaan. Daarom komt er een aantal wijzigingen, zodanig dat de voordelen van de gastouderopvang in stand blijven en tegelijkertijd de nadelen worden ingeperkt.
Dat betekent dat voor de langere termijn de Wet kinderopvang wordt gewijzigd waarbij de vormen van opvang een professionele vorm van gastouderopvang, maar ook een vorm van “informele” opvang kunnen blijven bestaan. Graag verwijs ik hiervoor naar de brief van de staatssecretaris van OCW van 20 juni 2007 (31322 VII nr. 25) waarin vijf uitgangspunten zijn opgenomen:

  1. Alle vormen van opvang zijn gelieerd aan kinderdagverblijven, dan wel buitenschoolse opvang;

  2. Dat heeft als voordeel dat ook de registratie van informele opvang niet langer via gastouderbureaus hoeft plaats te vinden. Gastouderbureaus verdwijnen uit het stelsel;

  3. Voor de verschillende vormen van opvang gelden verschillende kwaliteitsnormen die bij of krachtens de wet worden vastgesteld;

  4. Voor de verschillende vormen van opvang gelden verschillende maximumuurtarieven: €6,10 voor kinderdagverblijven, €4 voor thuiscrèches en € 2,50 voor de “informele” opvang;

  5. Om te voorkomen dat de “informele” opvang ongecontroleerd en onbeheerst groeit, wordt bij deze vorm van opvang naast het maximumuurtarief tevens het aantal uren kinderopvangtoeslag per kind waar ouders recht op hebben gemaximeerd.

Vraag van de g.a. Van der Vlies (SGP)

Het voorstel van de SGP is om een status te geven aan het samenwerkingsverband van plattelandsgemeenten (P10) als overlegpartner, vergelijkbaar met die van de grote steden (G4) en de middelgrote steden (G31). Ook het behoud van het voorzieningenniveau van kleine kernen verdient blijvend aandacht.


Antwoord

Het Rijk staat positief tegenover samenwerkingsverbanden van gemeenten. In het Groene Hart bestaat al een samenwerkingsverband van plattelandsgemeenten: het Woerdens Beraad fungeert als volwaardige gesprekspartner waarin 59 Groene Hart gemeenten zijn verenigd.

Recent hebben ook de 10 grootste plattelandsgemeenten zich verenigd (P10). Die zouden verder kunnen uitgroeien tot een representatief overlegorgaan.

Het kabinet heeft oog voor de leefbaarheid van kleine kernen. Vorig jaar heeft uw Kamer het mogelijk gemaakt 10 mln euro extra aan het Investeringsbudget Landelijk gebied toe te voegen, zodat provincies middelen hebben (innovatieve) oplossingen te vinden voor verdwijnende voorzieningen. Bij de midterm review van het ILG in 2010 zal op basis van de motie Van der Vlies bekeken worden of het Rijk nog meer betrokkenheid moet hebben bij de sociaal-economische vraagstukken op het platteland.



Vraag van de g.a. Van der Vlies (SGP)

De SGP roept op tot krachtige houding van de regering ten opzichte van islamitische regimes die oproepen tot vernietiging van de staat Israël of aanzetten tot demonisering van VS en ten aanzien van het antisemitisme dat steeds weer de kop opsteekt. Graag reactie.


Antwoord

De Nederlandse regering deelt de zorgen over de anti-Israël en anti-VS uitspraken door bijvoorbeeld Iraanse hoogwaardigheidsbekleders, waaronder president Ahmadinejad. De geuite dreigementen zijn onaanvaardbaar, dragen niet bij aan de stabiliteit en veiligheid in de regio en zijn diverse malen door Nederland en de EU expliciet veroordeeld. We zullen dat blijven doen. Ook het antisemitisme zullen wij fel blijven bestrijden.



Vraag van g.a. van der Vlies (SGP)

Is de regering voldoende alert ten aanzien van de bemoeienis van de EU ten aanzien van ‘gelijke behandeling’ en non-discriminatie, gedachtig het subsidiariteitsbeginsel?


Antwoord

De Regering volgt de dossiers op dit terrein zorgvuldig, met oog voor het subsidiariteitsbeginsel. Op 5 september is de Tweede Kamer via een BNC-fiche (Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen) geïnformeerd over het initiële standpunt van Nederland bij het voorstel van de Europese Commissie voor een ontwerprichtlijn over de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid.

Hoofdpunten uit dit BNC-fiche zijn:

Nederland staat positief tegenover een Europees kader voor het verbod van discriminatie op grond van godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd en seksuele geaardheid.

In Nederland is discriminatie op tal van gronden en terreinen al verboden bij wet, zoals de Algemene wet gelijke behandeling. Bij de Tweede Kamer is op dit moment het wetsvoorstel gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen aanhangig.

Een communautaire aanpak kan, bij toepassing van het subsidiariteitsbeginsel, aangewezen zijn, aangezien zo rechtszekerheid kan worden geboden voor alle marktdeelnemers en burgers binnen de Gemeenschap.

Het richtlijnvoorstel sluit over het algemeen aan bij de bestaande Nederlandse wetgeving op dit terrein, al moet nog worden afgewacht hoe de terminologie en de reikwijdte zich gedurende de onderhandelingen zullen ontwikkelen. De Regering is van oordeel dat deze in de pas dienen te lopen met de bestaande gelijkebehandelingsrichtlijnen. De verplichtingen in het huidige voorstel zijn nog niet op alle punten voldoende duidelijk omschreven.

Een definitief oordeel over subsidiariteit en proportionaliteit kan pas worden geveld als meer duidelijkheid is verkregen over het voorstel, ook ten aanzien van de daaruit voortvloeiende consequenties voor financiële en administratieve lasten. Mochten de terminologie en de reikwijdte van het richtlijnvoorstel onvoldoende worden ingekaderd gedurende de onderhandelingen, dan kan het subsidiariteitsoordeel alsnog negatief uitvallen.


Vraag van de g.a. Verdonk

Wat zijn de kosten van de pardonregeling?


Antwoord

De uitvoeringskosten van de pardonregeling bedragen in de jaren 2007-2009 eenmalig €214 mln (COA €204 mln, IND €10 mln). De gemeenten worden extra gecompenseerd voor een snelle en adequate huisvesting van de doelgroep. Hiermee is eenmalig een bedrag van €55 mln gemoeid, te verdelen over 2007, 2008 en 2009. Ten behoeve van de inburgering van de personen die een verblijfsvergunning ontvangen, is een eenmalig bedrag van €60 mln geraamd, te verdelen over de jaren 2008 en 2009. De budgettaire gevolgen van het beroep op algemene bijstand in het kader van de Wwb en huur- en zorgtoeslag zijn onderdeel van het reguliere, wettelijke ramings- en aanpassingsproces.



Pagina

/
1   2   3

  • Vraag van de g.a. Slob (ChristenUnie)
  • Vraag van de g.a. Slob (CU)
  • Vraag van de g.a. Pechtold (D66)
  • Vraag van de g.a. Thieme (PvdD)
  • Vraag van de g.a. Van der Vlies (SGP)
  • Vraag van g.a. van der Vlies (SGP)
  • Vraag van de g.a. Verdonk

  • Dovnload 147.25 Kb.