Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Aardrijkskunde hoofdstuk 1 §1: Regio in beeld: Zuid-Afrika Klimaat

Dovnload 1.11 Mb.

Aardrijkskunde hoofdstuk 1 §1: Regio in beeld: Zuid-Afrika Klimaat



Datum14.03.2019
Grootte1.11 Mb.

Dovnload 1.11 Mb.

Aardrijkskunde hoofdstuk 1
§1: Regio in beeld: Zuid-Afrika

Klimaat

Heeft een zonnig klimaat. Het verschil is: oostkust warm en vochtige zomers en aanlandige wind (= wind van zee naar het land) vanaf Indische Oceaan. Er zijn korte hevige buien, daarna komt er weer zon. Op de hoogvlakte (Hogeveld) is het droger en koeler. ’s Zomers is het niet heel warm en ’s winters kan het vriezen. Nog verder naar westen is er geen regen. Daar zijn steppes en (half)woestijnen.


Koude en warme zeestroom

Twee zeestromen beïnvloeden het klimaat van Zuid-Afrika: Agulhasstroom in het oosten met warm zeewater (21-25°C) gaat vanaf de evenaar naar het zuiden. Boven de warme zee zijn er veel wolken door verdamping, dus veel buien. Benguelastroom vanuit Antarctica (max. 16°C) is langs de westkust. Er is droge lucht boven zee omdat er weinig verdamping is, dus er is woestijn langs de westkust.


Hoogteligging

Binnenland van Zuid-Afrika ligt op een hoogvlakte (=een vlak gebied op een hoogte van meer dan 500 meter) van 1000-2000 meter, Johannesburg ligt op bijna 1700 meter. In het oosten is de hoogvlakte begrensd door het gebergte (Drakenberg) met toppen boven de 3000 meter. De kuststreek en het westen van het land liggen lager.


Bevolking van Zuid-Afrika

De eerste Europese immigranten (=Iemand die aankomt in een land om er te gaan wonen) waren Nederlanders die 1651 Kaap de Goede Hoop stichtten als bevoorradingsstation voor schepen in de richting van Indië.

Rond 1800 werd de macht overgenomen door de Britten, dus de Nederlandse kolonisten trokken verder naar het noorden (dat was het leefgebied van zwarte stammen). Later werden Indiërs gehaald voor werk op plantages (= landbouwonderneming waar op grote schaal 1 bepaald gewas wordt verbouwd). Samen met mensen van een gemengd ras (kleurlingen) vormen de blanken, zwarten en de Indiërs de bevolkingsgroepen in Zuid-Afrika.
Segregatie

Tijdens de apartheid (=het gescheiden wonen en leven van mensen op basis van hun huidskleur) in1948-1990 was Zuid-Afrika verdeeld in blanke en zwarte gebieden. Dat zijn de thuislanden (=landen van de zwarten). De zwarte woonwijken (townships) waren strikt gescheiden van blanken wijken. Er was segregatie (=segregatie betekend: scheiding. Er zijn 2 vormen: ruimtelijke en maatschappelijke segregatie).


Een land van contrasten

In 1994 kwam er een zwarte regering in Zuid-Afrika. Daar was veel apartheid. Nergens op de wereld waren de verschillen tussen arm en rijk zo groot. De meeste mensen waren arm (vooral de zwarten). De 9% van alle blanken in Zuid-Afrika verdient de helft van alle inkomen.

Inkomens en levensomstandigheden

Zuid-Afrika lijkt goed, als je kijkt naar het inkomen, vooral door goud, diamanten enz. Er liggen veel mijnen in Johannesburg. BNP (=Bruto Nationaal Product, enorm groot geld bedrag dat alle inwoners van een land samen verdienen) per inwoner = 11.000 dollar. Maar komt vooral door de blanken, de zwarten zijn erg arm. Als je kijkt naar de leefomstandigheden: schoon drinkwater, analfabetisme (=dat je niet kan lezen en schrijven), artsendichtheid (=het aantal inwoners per arts) en levensverwachting (=hoe oud mensen in een land gemiddeld worden) zie je dat het slechter is. Gemiddeld 30% is werkloos, maar onder zwarten is het nog veel hoger.


B30: Temperatuurfactoren

Er zijn 3 temperatuurfactoren (=hebben invloed op de temperatuur)



  • Breedteligging: hoe verder van de evenaar, hoe kouder.

  • Hoogteligging: hoe hoger, hoe kouder.

  • Land-zee verdeling: hoe verder van de zee, hoe warmer in de zomer en hoe kouder in de winter.


B38: Zeestromen

Zeestromen (=het stromen van zeewater doordat de wind langdurig uit 1 richting waait). Ze kunnen warm water naar de poolstreken voeren en andersom. De zeestroom heeft invloed op de temperatuur van een land. De oorzaak van de hoge temperatuur is de warme zeestroom voor de kust. Elke zeestroom heeft een naam.
B41: Neerslag in een gebergte

Loefzijde = de windkant van een berg. Het is ook wel de ‘natte’ kant van de berg. Aan de loefzijde vallen veel stuwingsregen (=regen die ontstaat door stijgende lucht tegen een gebergte).
Lijzijde = de kant van een gebergte die uit de wind ligt. Het is ook wel de ‘droge’ kant van de berg. De lucht daalt daar en wordt warmer, en bij warme lucht heb je geen of weinig neerslag. Je kunt ook zeggen: het gebied achter de berg ligt in de regenschaduw (=ligging achter een gebergte, waardoor weinig regen valt).
B173: Basiskenmerk: Inkomen

Een belangrijke aanwijzing(indicator) van ontwikkeling in een land is het inkomen van de inwoners van dat land. Economen hebben het liever over het BNP (Bruto Nationaal Product) van een land. Het gemiddelde per persoon heet officieel het BNP per hoofd van de bevolking, ook wel BNP per inwoner.



Een andere manier om het inkomen te berekenen is het BBP (=Bruto Binnenlands Product, het totale geldbedrag van een land). Het verschil met het BNP is dat het BNP ook geld berekent van mensen die in het buitenland werken. En het BBP doet dat niet. Het BNP is het gemiddelde per persoon dat heeft 2 nadelen:

  • in sommige landen is een deel rijk en een deel arm, het gemiddelde inkomen zegt dan niet veel over de ontwikkeling in een land.

  • Niet alle regio’s zijn even rijk of arm.

B51: Klimaatsysteem van Köppen

A Tropisch regenklimaat

B Droog klimaat


  • W (zeer droog woestijnklimaat)

  • S (iets minder droog steppeklimaat)

C Zeeklimaat (maritiem klimaat)

D Landklimaat (continentaal klimaat)

E Koud klimaat


  • F (eeuwige sneeuw in poolgebieden)

  • H (eeuwige sneeuw in hooggebergte)

  • T (toendra)

f= fehlt


s= sommer

w= winter


Johannesburg = Cw

Kaapstad = Cs

Durban = Cf

Upington = BW


B194: Kolonisatie en dekolonisatie

Kolonie (= een overzees gebiedsdeel van een Europees land). Rond 1850 werden de koloniën leveranciers van het land waar het bijhoorde. Ook waren de koloniën een afzetmarkt voor de industrieproducten. De inheemse bevolking was niet in staat om voldoende producten te leveren, daardoor veroverde Europese landen: Afrika, Azië en Amerika. Daar legde ze plantages en mijnen aan. Als een bedrijf maar 1 gewas verbouwd noem je dit: monocultuur. De koloniën maakten zich op een gegeven moment los van de Europese landen en werden zelfstandig. Dat zelfstandig worden van koloniën heet: dekolonisatie.
B195: Soorten koloniën

De ontwikkeling van de koloniën liep heel verschillend, er waren 2 soorten:



  • Exploitatiekoloniën werden gebruikt om grondstoffen te leveren voor de opkomende industrie in Europa.

  • Vestegingskoloniën waren koloniën waar Europeanen zich blijvend gingen vestigen.

  • Er waren ook nog plekken op de wereld waar bijna niemand woonde. Dus daar kwamen veel immigranten wonen, en die jaagden de inheemse bevolking weg. Ook in Zuid-Afrika gebeurde dit alleen de inheemse bevolking bleef hier in de meerderheid.



§2: Tweedeling in Kaapstad

In Kaapstad wonen meer kleurlingen dan zwarten, doordat de zwarten meer in het noorden van Zuid-Afrika wonen.
Stad tijdens de apartheid

De opbouw van een Zuid-Afrikaanse stad: een centrum, met daaromheen blanke wijken, en op kilometers afstand townships ( die lagen geïsoleerd) met daaromheen krottenwijken. De zwarten waren te gast in blank Zuid-Afrika. Ze kwamen er alleen met een pasje voor bijv. werk in huishouding of als tuinman. ’s Avonds gingen ze weer naar het township. De krottenwijken(= Een zelfbouwwijk met slechte huizen, weinig voorzieningen en onzekerheid voor de bowoners of ze er mogen blijven wonen) ontstonden rond de townships door de mensen uit de thuislanden die werk zochten in de stad.


Kaapstad: segregatie of integratie?

De nieuwe regering wil meer rassenmenging: integratie(= Samengaan van verschillende groepen in een samenleving), maar in de 15 jaar is het nog nooit helemaal gelukt om geen segregatie(=segregatie betekend: scheiding. Er zijn 2 vormen: ruimtelijke en maatschappelijke segregatie) meer te hebben. De blanken leven in mooie huizen met grote tuinen en vaak met een zwembad: de suburbs. Deze wijken liggen rond de Tafelberg en langs de kust. Het contrast met de Kaapse vlaktes in het oosten van Kaapstad is enorm. Veel wijken zijn bijna 100% zwart, en in andere wijken leven bijna 100% kleurlingen. ¾ van de bevolking in de townships heeft maar 5 euro per dag, ze hebben geen baan en kunnen nauwelijks overleven.


Black Diamonds

Er is een groep zwarten die het beter heeft: de black diamonds. Het zijn ong. 3 miljoen mensen over heel Zuid-Afrika, dus 10% van de zwarten. Ze zorgen op 2 manieren voor verandering in Kaapstad:



  • Naar de blanke wijken trekken, zo zorgen ze voor meer integratie.

  • In townships blijven, zo zorgen ze voor verbetering in de zwarte wijken: betere wegen, winkels, de wijken woerden opgeknapt enz.


Gated communities

Gated communities zijn buurten met een groot hek eromheen, vaak met bewaking. Ze zijn ontstaan voor de veiligheid van de mensen en doordat er veel inbraken en autodiefstallen plaatsvonden.

Voordelen: ze kunnen de dieven oppakken, er wordt niet meer ingebroken.

Nadelen: Mensen kunnen niet bij de wegen, te veel segregatie, bewakers worden de baas.


B124: Multiculturele samenleving

Je noemt een land multicultureel(=veel) als er mensen van verschillende culturen samenleven. Meestal overheerst 1 cultuur. De groepen met andere culturen noem je dan culturele minderheden(= etnische minderheden). Als groepen weinig of geen contact hebben met elkaar noem je dat: maatschappelijke segratie. Integratie(=samengaan van verschillende groepen in een samenleving) Integreren betekent dat allochtonen actief meedoen aan de samenleving: dus naar school gaan, een baan krijgen enz. Meedoen mag alleen als ze de taal goed spreken, weten hoe de samenleving in elkaar zit en als ze de regels en wetten van het land accepteren. Maar ze mogen wel hun eigen cultuur houden. Assimileren(= Als migranten wel steeds meer van de cultuur van een land overnemen).


B155: Etnische wijken

Ruimtelijke segregatie= het apart wonen van bevolkingsgroepen met bepaalde kenmerken in bepaalde wijken(bijv. huidskleur, inkomen).

Maatschappelijke segregatie= Als groepen mensen weinig of geen contact hebben met elkaar. Een etnische wijk is een woonwijk waar vooral mensen uit een bepaalde etnische groep wonen. Het voortbestaan van etnische wijken heeft te maken met drie factoren:

  • Ze kennen de taal en de manier van leven.

  • Veel mensen zijn te arm om ergens anders te gaan wonen.

  • Discriminatie



§3. Leven in Khayelitsha

Leven in Khayelitsha

Khayelitsha ligt op 35 km van het centrum van Kaapstad, het is gebouwd na 1983. Er wonen 500.000 -1.000.000 mensen (bijna alleen zwarten). Het is de een na grootste township van Zuid-Afrika. Khayelitsha betekent ‘nieuw huis’, want veel illegale ‘shacks’ zijn door de overheid gesloopt. En vervangen door nieuwe stenen huisjes met tuintjes, kamers en voorzieningen als elektriciteit en leidingwater. Maar er zijn ook nog steeds tienduizenden shacks(zelf-gebouwde: hutten, krotten) van hout en golfplaten. Ze staan heel dicht op elkaar. Ze hebben een paar openbare toiletten, maar meer dan de helft van de shacks heeft geen water of licht. Maar niet alleen de slechte huizen is een probleem er zijn ook andere problemen: geweld, verkrachting, drugs en besmettelijke ziektes.


Verbeteringen in Khayelitsha

Alle slechte levensomstandigheden komen door armoede. 70% van de mensen is werkloos, maar er zijn ook verbeteringen:



  • De nieuwe Zuid-Afrikaanse regering wil armoede aanpakken door mensen aan werk te helpen, spoorlijnen doortrekken zodat de mensen niet zover hoeven te lopen en meer winkels en kantoren in de buurt.

  • De shacks vervangen voor stenen huizen.

  • Projecten in onderwijs.

  • Strijd tegen aids.