Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Abraham de vader van het geloof Voorbemerkingen

Dovnload 16.6 Kb.

Abraham de vader van het geloof Voorbemerkingen



Datum28.10.2017
Grootte16.6 Kb.

Dovnload 16.6 Kb.

Abraham de vader van het geloof

Voorbemerkingen

Na het lezen van de tekst krijg je de indruk: “was dit de grote Abraham, want hij komt zo kleinmenselijk over”.

Het Evangelie van gisteren eindigde met de woorden: “wees volmaakt zoals uw Vader volmaakt is”. Als je dit ‘leest’ in de Griekse filosofie, dan kan niemand dat ‘volmaakt zijn’ aan. Maar de Hebreeuwse taal biedt meer mogelijkheden: ‘vol’ betekent: een volle mens waaruit juist gedeeld kan worden. Een lege mens kan niks delen. Je moet je glas eerst laten vullen om er nadien van te kunnen delen. Laat je dus vullen tot je een volle mens bent. In Genesis vallen de lijnen samen: een gevulde mens is volmaakt gelijkend naar het beeld en de gelijkenis van God. Als je Abraham op z’n Grieks leest, dan loop je vast. Maar de Hebreeuwse blik biedt meer mogelijkheden …

Stef Bos heeft een lied: “Ik heb alleen een hart dat klopt, voor de rest klopt er weinig tot niets. Maar als dat genoeg is, blijf dan hier.” In het Abrahamverhaal klopt er weinig tot niets. Maar het hart van Abraham klopt!



Opvallende thema’s die we al sporen aangrijpen:

Sporen naar geloof

Zien en niet zien

Huis en tent

Vruchtbaarheid: komt doorheen heel de Bijbel naar voor. Als vruchtbaarheid betekent: ‘ik kan het wel maken’, dan is onvruchtbaarheid teken van het besef: ‘wij kunnen het niet zelf maken’

p.34


70: getal van de reeks is ten einde

Abram: ‘av ram’: de vader van een volk

Sarai: vorstin

Er is iets met de getallen aan de hand.

Trek weg uit uw land: [ga dan toch weg uit je land]; zoals bij Samuël: hij wordt 2 keer geroepen, bij Abram is het ook een sterke oproep. Hij moet weggaan uit z’n land, z’n stam en z’n eigen familie. Eigenlijk moet hij alles achterlaten. ‘Naar een land dat Ik u zal wijzen.’ Hier begint de grote trektocht van de Bijbel.

Beth heeft een puntje in het midden: het wordt pas schepping als er een puntje, de mens, in geplaatst wordt. Dan wordt de Veth pas een Beth. Het lijkt erop dat God opnieuw met een schepping begint; hier eigenlijk de liefdevolle schepping begint. Het trekkend scheppende spoor begint eigenlijk hier.

Puur historisch is het moeilijk te achterhalen wie Abram was. Toch lijkt er een soort oude traditie in te zitten die het beeld wekt dat pas met Abram de historische geschiedenis van het Godsvolk is begonnen.

‘Ik zal een groot volk van je maken’: is letterlijk: [je zal av-ram zijn]. [Wees een zegen] Het werkwoord is een imperatief. [In u zullen alle geslachten op aarde gezegd worden] Dus niet alleen z’n eigen nakomelingen, maar alle volkeren.

Abram gaat op weg zoals de Heer hem had opgedragen. Lot ‘loopt mee’. Voor Abram is het echt een act van geloof: het is echt een waagstuk op kompas op God gericht vertrouwen. Abram is 75 toen hij Haran verliet. Letterlijk staat er: [hij was vijf jaren en zeventig jaar].

Sichem. Eik betekent: cultusplaats, dus heilig. Kanaan is een oud volk, daar bestaan historische verwijzingen naar. Daar verscheen de Heer aan Abram. ‘Aan uw nakomelingen zal ik dit land in bezit geven’. Daar richt hij een altaar op.

Hij trekt verder naar Betel; huis van God. Trekt naar Negev (betekent zuiden). Hij raakt een beetje het Noorden kwijt. Doolt wat rond.

Hongersnood; dus hij gaat naar Egypte. Blijkbaar is dat een aanlokkelijke plek om op krachten te geraken om nadien gesterkt terug te keren. Maar nu ziet hij het niet meer zitten. Hij ziet alleen nog zichzelf, het redden van zijn eigen hachje. Hij ziet dat, Sarai, een mooie vrouw is, en de Egyptenaren zien dat ook: ‘zeg maar dat je mijn zuster bent’. En ja, de Egyptenaren zagen hoe mooi ze was. Abram wordt overladen met gaven. Hij heeft het goed ‘gezien’. Maar eigenlijk ziet hij het niet. De Heer brengt het hof van farao zware slagen toen. Farao ‘doorziet’ het spelletje meteen. Wat Sarai er eigenlijk van vindt, komen we niet te weten. Abram wordt het land uitgezet, maar hij krijgt alles nog mee. Even verderop komt dit nog eens terug; wellicht getuigt dit van diverse ontstaanstradities.

Bij z’n terugkeer zie je hem de draad terug oppikken. Bekeren is terugkeer naar het punt vanwaar het was misgelopen en vanop dat punt terug vertrekken. Lot en Abram moeten een splitsing afspreken. Maar hij ziet: ‘wij zijn toch broeders van elkaar’. Ze gaan eigenlijk met hun gezicht naar de Jordaan staan: dan verwijzen ze naar de stukken rechts en links. Lot begint rond te kijken. Maar hij kijkt naar voor. Hij ziet hoe vruchtbaar het goeie stuk land is. Z’n oogjes twinkelen. Als je het land nu ziet, vraag je je af: hoe is dit ooit zo verschrikkelijk kunnen worden. Sodom en Gomorra verklaart het.

Nu moet Abram ook goed rondkijken. Al het goede land met water is al weg. Zand en stenen. Weer de belofte van nageslacht. Maar er zijn nog altijd geen nakomelingen. En toch blijft de voorspelling onverkort overeind: je nakomelingen zo talrijk zijn als het zand. Dan slaat Abram z’n tent op en bouwt intussen al het derde altaar voor de Heer.

p.39

Lot wordt gedeporteerd. Voor de eerste keer wordt Abram “Hebreeër” genoemd. Hij engageert ‘geoefende mannen’. In wat zouden ze eigenlijk geoefend zijn? Het waren er 318. Dat is een kleine groep, maar met een groot geloof, met een grote motivatie voor zijn broer, … moet het lukken. Abram verslaat hen ook. Lot wordt gered en hij is niks kwijt.



En nu plots duikt er een tiende koning op: Melchisedek; melek sadik: rechtvaardige koning, de koning van de gerechtigheid. Koning van Salem, van de vrede. Hij brengt brood en wijn. Dat lijkt bijna de messiaanse koning. Hij is bovendien priester van de Allerhoogste God. Abram is op het goede pad gebleven, heeft het gezien, kijkt met de juiste ogen naar z’n broer, brengt licht in het duister, … En dan komt precies als voorafspiegeling van wat duizenden jaren later zal gebeuren: de messiaanse koning van de vrede. Abram geeft hem van alles een tiende deel.

p.42: Het verbond

‘Na deze gebeurtenissen’, of ‘en het geschiede’: onze godsdienst is er een van de geschiedenis. Het is zien en horen tegelijk. Abrams blik staat na het voorgaande in de juiste richting. ‘Wees niet bang, Ik zal uw schild zijn…’ Maar Abram reageert nu: ‘wat heb ik daaraan zonder nakomelingen?’’Kijk naar de hemel en tel de sterren’; zo talrijk zullen uw nakomelingen zijn. Abram gelooft en dat wordt hem aangerekend als gerechtigheid. Een oud verbond bestond erin een dier in twee stukken te snijden, het bloed samen laten lopen en dan doorheen de bloed te stappen om zo de bloedband te smeden. ‘Uw nakomelingen zullen als vreemdelingen wonen in een land dat niet van hen is’. Hier zie je een joods grondbesef in doorklinken. Vierhonderd jaar lang: 40: tijd nodig om iets te verstaan, dat maal 10: da’s heel lang dus voor je het kan verstaan. God is de standvastige kant van het verbond.

p.44: Ismaël en Hagar

De Moslims pikken hier aan: zij beschouwen Ismaël als kind dat geofferd moest worden. De Egyptische slavin Hagar moet optreden als draagmoeder. Sarai geeft Hagar aan haar man als vrouw. Daar begint het fout te lopen. Hagar wordt hooghartig. Sarai verwijt Abram dit onrecht. De pot verwijt de ketel. Abram laat Sarai doen met Hagar wat ze wil. Dus vlucht Hagar. Het kind wordt minder belangrijk. Het zien, bekeken worden, uit de hoogte zien, … speelt hier sterk mee. De engel van de Heer vindt Hagar in de woestijn. ‘Waar kom je vandaan en waar ga je heen’: ‘ik ben weggevlucht’, maar ze zegt niet waar naartoe ze kan. Ze weet het ook niet. De engel zegt: ga terug en dien je meesteres. Er is geen toekomst buiten haar afkomst. Ismaël: el: God, isjma: luisteren: God luistert. [De Heer heeft u verhoord] is de betekenis van de naam Ismaël. God heeft u gehoord in uw ellende. El Roi: [God, gezien]. Abram was zes jaar en tachtig jaren.

Toen Abram 99 jaar was verschijnt de Heer terug. Hij zal in heel de Abrahamcyclus zeven keer verschijnen. 99 3x33: zo af als het maar af kan zijn. Belofte van God wordt nog maar eens herhaald: hier zie je doublures van tradities. Hier verandert hij van naam

Abraham: vader, raham: betekent volkeren. Van vader van een volk, wordt hij nu vader vele volkeren. Alle mannelijke personen moeten besneden worden op de 8ste dag: er zijn maar 7 dagen, 8 is dus buiten de tijd. Ook Jezus verrijst op de 8ste dag: dan is God aan het werk. God grijpt terug in en zet alles op het juiste spoor. De besnijdenis is hier hét symbool van het verbond.

Sarai wordt: Sarah: de He is de vijfde letter van het alfabet. Vier is de wereld, er is 1 God, als je de windstreken met God combineert, heb je ’t land van God: vijf. Sarai betekent koningin. Uit Sarah zullen ook volkeren voortkomen. Abraham lacht, maar ’t is niet de goeie lach. De zoon zal Isaac heten, [God lacht]. Hij zegt bij zichzelf: zou een man van 100 jaar en een vrouw van 90 nog een kind verwekken? Nu wordt de belofte concreter: een zoon met een naam.

13 is de leeftijd om volwassen te worden.

De drie mannen op bezoek bij Abraham … Wordt christelijk gelezen als een voorafbeelding van de triniteit. Een Jood spreekt over God met twee engelen. ‘Als jij genadig naar mij kijkt, ga dan niet aan uw dienaar voorbij’. Het voorbijgaan is een belangrijke indicatie. Het ging Sarah niet meer naar de wijze van de vrouwen: ze was al onvruchtbaar. Dus: nu dit: nu is het – vanuit het kunnen van de mens bekeken – helemaal gedaan. ‘Zal ik nog liefde genieten?’. ‘Waarom lacht Sarah; is er voor God dan iets te moeilijk?’ De echte kinderen komen van God.

Sodom en Gomorra

De Heer denkt: “zou ik voor Abraham verborgen houden wat Ik van plan ben?” Hier krijg je een heel vertrouwd beeld van Abrahams relatie met God.

Abraham vraagt: wilt ge werkelijk met de boosdoeners ook de rechtvaardigen verdelgen? Misschien zijn er 50; … en de Heer geeft toe. Maar Abraham pingelt af: 45, … tot 10. Dat is de minjan: het minste aantal op basis waarvan een synagoge samenkomt.

Lot woont er nog, maar hij zit aan de stadspoort. Hij beoefent de gastvrijheid. Wie dat doet is goed bezig. Zijn wij gastvrij, kunnen wij mensen in ons huis ontvangen? Een maaltijd met ongezuurde broden: verwijzing naar Pasen. Maar heel Sodom groept samen rond het huis van de gasten. Eigenlijk treden zij de gastvrijheid met de voeten. Lot komt naar buiten en probeert de mannen te beschermen. Hij biedt zijn dochters aan in de plaats. Hoe onwaarschijnlijk belangrijk blijkt de gastvrijheid te zijn! Het idee van homoseksualiteit dat hier later in werd gezien, zat er misschien oorspronkelijk niet in. Het gaat over (bescherming van) gastvrijheid. Wie het opneemt voor iemand, moet zelf ook goed oppassen. “Dat is hier als vreemdeling komen wonen.” De aanvallers worden geslagen met blindheid: dit is het tegenovergestelde van zien. Ze zullen niks meer zien.

Aan de 10 rechtvaardigen gaan ze blijkbaar ook niet meer komen. Als de dageraad aanbreekt wordt Lot nog gered; maar hij kan onmogelijk naar de bergen vluchten. ‘Zie daar, een stadje; laat me daarheen ontsnappen’. De vrouw van Lot kijkt om, kijkt naar wat ze achterlaat, en verandert in een zoutpaal.

Lot gaat toch de bergen in. De dochters willen hun vader dronken voeren, zoals bij Noach. Zo slapen ze beiden bij hun vader. Dat worden de Moabieten, en de Amorieten.



We lezen tegen volgende keer p 60 tot 77

  • Opvallende thema’s die we al sporen aangrijpen
  • We lezen tegen volgende keer p 60 tot 77

  • Dovnload 16.6 Kb.