Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Abraham vader van alle gelovigen

Dovnload 32.48 Kb.

Abraham vader van alle gelovigen



Datum31.10.2017
Grootte32.48 Kb.

Dovnload 32.48 Kb.
GENESIS 12-25 VRAGEN BIJ STUDIE 4



ABRAHAM VADER VAN ALLE GELOVIGEN

GOD SPREEKT DOOR DE STILTE EN VAN AANGEZICHT TOT AANGE­ZICHT


EERSTE DAG Genesis 16:15-17:1.

Hoe lang duurde het voordat God opnieuw regelrecht tot

Abraham sprak?

Hoe zou Abraham deze lange stilte ervaren hebben?

Waarom, denkt u, dat God benadrukte, dat Hij “God, de

Almachtige” was?


Het duurde dertien jaar voordat God weer met Abraham sprak.

Hij heeft misschien gedacht dat God hem in de steek gelaten had, in verband met de gebeurtenissen rond Ismaël. Of misschien heeft hij gedacht, dat alles in orde was en dat Ismaël zijn erfgenaam zou worden. Ongetwijfeld was hij in verwarring en teleurgesteld.

Omdat God niet alleen de beschermer en de voorziener was (Genesis 15:1) maar ook de Almachtige in alle omstandighe­den van Abrahams leven.
Gen 15

1 ¶ Hierna kwam het woord des Heren tot Abram in een gezicht: Vrees niet, Abram Ik ben uw schild; uw loon zal zeer groot zijn.



TWEEDE DAG Genesis 17:1-3.

Wat moet Abraham doen?

Wat betekent dit?

Hoe reageert hij?


Hij moet zo leven dat hij God in alles behaagt.

Dit betekent, dat hij zich door God in iedere keuze en beslissing laat leiden.

Hij erkent de almachtige God en werpt zich nederig voor Hem neer.

DERDE DAG Genesis 17:2-8.

Wat zegt God, dat Hij zal doen?

Hoe belangrijk was de naamsverandering?

Noteer alles wat God Abraham beloofde.

Is alles vervuld?
God staat op het punt het verbond, gesloten in hoofdstuk 15, te bevestigen.

Abram, hetgeen betekent:”Vader is hoog” - wordt nu: Abraham:“Vader der Volken”.

God beloofde Abraham toename van nageslacht en voor­spoed.

Uit hem zouden koningen, volkeren en het verbond voortko­men. Het land (Kanaän) zal voor hem en navolgende geslach­ten een eeuwig bezit zijn.



Heel Gods Woord is vervuld.

VIERDE DAG Genesis 17: 9-14.

In Genesis 15:12-18 sloot God een verbond met Abraham. Nu schetst Hij Abrahams aandeel in dit verbond. Wat is dat? Wat zou er gebeuren met hen, die zich niet bij het verbond wilden aansluiten?


Abraham en al zijn (mannelijke) nakomelingen en knechten moesten besneden worden.

Zij zouden niet opgenomen worden in de familie van Gods volk.

Gen 15


12 ¶ Toen de zon op het punt stond onder te gaan, viel een diepe slaap op Abram. En zie, hem overviel een angstwekkende, dikke duisternis.

13 En Hij zeide tot Abram: Weet voorzeker, dat uw nakomelingen vreemdelingen zullen zijn in een land, dat het hunne niet is, en dat zij hen dienen zullen, en dat die hen zullen verdrukken, vierhonderd jaar.

14 Doch ook het volk, dat zij zullen dienen, zal Ik richten, en daarna zullen zij met grote have uittrekken.

15 Maar gij zult in vrede tot uw vaderen gaan; gij zult in hoge ouderdom begraven worden.

16 Het vierde geslacht echter zal hierheen wederkeren, want eerder is de maat van de ongerechtigheid der Amorieten niet vol.



17 ¶ Toen de zon was ondergegaan, en er dikke duisternis was, zie, een rokende oven met een vurige fakkel, welke tussen die stukken doorging.

18 Te dien dage sloot de Here een verbond met Abram, zeggende: Aan uw nageslacht zal Ik dit land geven, van de rivier van Egypte tot de grote rivier, de rivier de Eufraat:


VIJFDE DAG Genesis 17:15-18.

Wat wordt er over Sara gezegd? Hoe zal zij gezegend wor­den?

Vergroot dit uw begrip van Gods karakter? (Jeremia 29:11).
Sarai, hetgeen betekent: “Mijn prinses” - wordt nu: Sara, “vorstin”.

Zij zal de moeder van deze beloofde zoon worden en de moeder van volken en koningen.

Gods plannen en trouw zijn veel groter dan Sara’s fouten!
Jer 29

11 Want Ik weet, welke gedachten Ik over u koester, luidt het woord des Heren, gedachten van vrede en niet van onheil, om u een hoopvolle toekomst te geven.

ZESDE DAG Genesis 17: 17-20.

Denkt u dat Abraham nog steeds een geloofsstrijd heeft te

voeren?

Hoe antwoordt God op Abrahams hartenkreet betreffende



Ismaël?
Hij kan het haast niet geloven! Lacht hij vanwege zijn ongeloof of van vreugde?

God belooft een zoon aan een 100-jarige man en zijn 90-jange vrouw.

Ismaël zal gezegend worden, hij zal de vader van twaalf vorsten en een groot volk worden.

ZEVENDE DAG Genesis 17: 2 1-27.

Met wie zal God zijn verbond oprichten?

Hoe zou u Abrahams handelen hier willen omschrijven?
Gods verbond zal opgericht worden met Isaäk, de beloofde zoon.

Abraham zet Gods instructies onmiddellijk en met onvoor­waardelijke gehoorzaamheid om in daden. Al wat mannelijk en acht dagen of ouder was, werd besneden.

Bijbelgedeelte bij deze studie

Genesis 16

15 ¶ En Hagar baarde Abram een zoon en Abram noemde de zoon, die Hagar gebaard had, Ismaël.

En Abram was zesentachtig jaar oud, toen Hagar Ismaël aan Abram baarde.


Genesis 17

1 ¶ Toen Abram negenennegentig jaar oud was, verscheen de Here aan Abram en zeide tot hem: Ik ben God, de Almachtige, wandel voor mijn aangezicht, en wees onberispelijk;

2 Ik zal mijn verbond tussen Mij en u stellen, en u uitermate talrijk maken.

3 Toen wierp Abram zich op zijn aangezicht en God sprak tot hem:

4 ¶ Wat Mij aangaat, zie, mijn verbond is met u, en gij zult de vader van een menigte volken worden;

5 en gij zult niet meer Abram genoemd worden, maar uw naam zal zijn Abraham, omdat Ik u tot een vader van een menigte volken gesteld heb.

6 Ik zal u uitermate vruchtbaar maken en u tot volken stellen, en koningen zullen uit u voortkomen.

7 ¶ Ik zal mijn verbond oprichten tussen Mij en u en uw nageslacht in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u en uw nageslacht tot een God te zijn.

8 Ik zal aan u en uw nageslacht het land, waarin gij als vreemdeling vertoeft het ganse land Kanaän, tot een altoosdurende bezitting geven, en Ik zal hun tot een God zijn.

9 Voorts zeide God tot Abraham: En wat u aangaat, gij zult mijn verbond houden, gij en uw nageslacht, in hun geslachten.

10 Dit is mijn verbond, dat gij zult houden tussen Mij en u en uw nageslacht: dat bij u al wat mannelijk is besneden worde;

11 gij zult het vlees van uw voorhuid laten besnijden, en dat zal tot een teken van het verbond zijn tussen Mij en u.

12 Wie acht dagen oud is, zal bij u besneden worden, al wat mannelijk is in uw geslachten: zowel wie in uw huis geboren is, als wie van enige vreemdeling voor geld is gekocht, doch niet van uw nageslacht is.

13 Wie in uw huis geboren is en wie door u voor geld gekocht is, moet voorzeker besneden worden; zo zal mijn verbond in uw vlees zijn tot een eeuwig verbond.

14 En de onbesnedene, de man namelijk, die het vlees van zijn voorhuid niet laat besnijden, die mens zal uitgeroeid worden uit zijn volksgenoten: hij heeft mijn verbond verbroken.

15 ¶ Verder zeide God tot Abraham: Wat uw vrouw Sarai betreft, gij zult haar niet Sarai noemen, maar Sara zal haar naam zijn.

16 En Ik zal haar zegenen, en ook zal Ik u uit haar een zoon schenken, ja, Ik zal haar zegenen, zodat zij tot volken worden zal; koningen van volken zullen uit haar voortkomen.

17 Toen wierp Abraham zich op zijn aangezicht, lachte en zeide bij zichzelf: Zal dan aan een honderdjarige een kind geboren worden, en zal Sara, een negentigjarige, baren?

18 En Abraham zeide tot God: Och, mocht Ismaël voor uw aangezicht leven!

19 Maar God zeide: Neen, maar uw vrouw Sara zal u een zoon baren, en gij zult hem Isaäk noemen, en Ik zal mijn verbond met hem oprichten tot een eeuwig verbond, voor zijn nageslacht.

20 En wat Ismaël betreft, Ik heb u verhoord; zie, Ik zal hem zegenen, hem vruchtbaar doen zijn en uitermate talrijk maken; twaalf vorsten zal hij verwekken, en Ik zal hem tot een groot volk stellen.

21 Maar mijn verbond zal Ik oprichten met Isaäk, die Sara u op deze zelfde tijd in het volgend jaar baren zal.

22 Toen God geëindigd had met hem te spreken, voer Hij van Abraham op.

23 ¶ Daarop nam Abraham zijn zoon Ismaël en allen die in zijn huis geboren waren, ook allen die door hem voor geld gekocht waren, al wat mannelijk was onder Abrahams huisgenoten, en hij besneed het vlees van hun voorhuid op diezelfde dag, zoals God tot hem gesproken had.

24 En Abraham was negenennegentig jaar oud, toen hij het vlees van zijn voorhuid liet besnijden.

25 En zijn zoon Ismaël was dertien jaar oud, toen hij het vlees van zijn voorhuid liet besnijden.



26 Op diezelfde dag werden Abraham en zijn zoon Ismaël besneden.

27 En al zijn huisgenoten, zowel die in zijn huis geboren, als die van een vreemdeling voor geld gekocht waren, werden met hem besneden.

  • Genesis 16

  • Dovnload 32.48 Kb.