Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Abraham Verhaal, afgewisseld met liedjes

Dovnload 195.25 Kb.

Abraham Verhaal, afgewisseld met liedjes



Pagina1/2
Datum28.10.2017
Grootte195.25 Kb.

Dovnload 195.25 Kb.
  1   2

Abraham

Verhaal, afgewisseld met liedjes

Hallo allemaal! Ik ben de verhalenverteller. Ik ga jullie vandaag het verhaal vertellen van Abraham. Kennen jullie hem? Hij is al niet meer zo jong als dit verhaal begint. Maar toch gaat hij op reis.

De Heer zei tegen Abram: ‘Ga weg uit het land waar je geboren bent en weg bij je familie. Ga naar het land dat ik je zal wijzen. Ik zal een groot volk van je maken. Ik zal je zegenen en je beroemd maken. Jij zult een zegen zijn. Ik zal zegenen wie jou zegent. Maar ik zal vervloeken wie jou vervloekt. Alle volken op aarde zullen jou als voorbeeld noemen wanneer ze zegenen.

Abram ging weg uit Haran, zoals de Heer tegen hem had gezegd. Hij was toen 75 jaar. Abram nam zijn vrouw Sarai mee en zijn neef Lot. Verder nam hij alles mee wat ze hadden, ook hun slaven en slavinnen. Ze gingen op weg naar Kanaän. In dat land woonden de Kanaänieten. Toen ze in Kanaän waren, trokken ze het land door tot ze bij de eik van More kwamen. Dat is een heilige plaats in de buurt van Sichem. Daar liet de Heer zich aan Abram zien en hij zei: ‘Aan jouw nakomelingen zal ik dit land geven.’ Abram bouwde daar toen een altaar. Hierna trok Abram naar het bergland bij Betel en sloeg daar zijn tenten op. Ook hier bouwde hij een altaar en vereerde er de Heer. Abram trok steeds verder de Negebwoestijn in.
Hierover ken ik een liedje. Laten we dat gaan zingen:

Abraham! Abraham! Verlaat je land, verlaat je stam!

Abraham! Abraham! Verlaat je land, verlaat je stam!

Abraham, je moet gaan wonen in een land dat Ik zal tonen.

Tel de sterren in de nacht: zo groot wordt jouw nageslacht.µ
Abraham! Abraham! Verlaat je land, verlaat je stam!

Abraham! Abraham! Verlaat je land, verlaat je stam!

Ik zal jou mijn zegen geven, je geleiden allerwegen

en de volkeren tezaam vinden zegen in jouw naam.
Abraham! Abraham! Verlaat zijn land, verlaat zijn stam!

Abraham! Abraham! Verlaat zijn land, verlaat zijn stam!

Met een woord gaat hij het wagen. Zonder verder iets te vragen

staat hij op en gaat op reis, naar het land dat God hem wijst.
Er kwam hongersnood in Kanaän. Daarom ging Abram helemaal naar Egypte, waar genoeg te eten was. Na verloop van tijd zette de farao, de koning van Egypte, Abram het land uit.
Abram ging met zijn vrouw en alles wat hij had terug naar de Negebwoestijn. Ook Lot was erbij. Abram was heel rijk, want hij had vee, zilver en goud. Hij trok naar Betel, naar de plek waar hij al eerder zijn tent had opgezet. Op die plek, waar hij toen een altaar had gezet, vereerde hij de Heer. Ook Lot had veel vee en tenten. Omdat er niet genoeg land was voor allebei, kregen de herders van Abram en Lot ruzie met elkaar. Op een dag zei Abram tegen Lot: ‘Het moet uit zijn met dat geruzie tussen onze herders. We zijn toch familie! Kies maar waar je heen wilt. Als jij naar het zuiden wilt, ga ik naar het noorden, als jij naar het noorden gaat, ga ik naar het zuiden.’ Lot keek goed om zich heen en hij zag dat er overal in de Jordaanstreek water vloeide. Dus koos Lot voor die streek. Hij brak zijn tenten op en ging naar het oosten. Maar de burgers van Sodom, een stad in de Jordaanstreek, waren slecht en deden dingen die de heer heel erg vond.
Abraham vertrouwde op God. Daar is ook een mooi liedje over.

k Stel mijn vertrouwen op de Heer, mijn God.



Want in zijn hand ligt heel mijn levenslot.

Hem heb ik lief, zijn vrede woont in mij.

k Zie naar hem op en weet: ‘Hij is mij steeds nabij.


Het verhaal gaat verder:

Nadat Lot en Abram uit elkaar waren gegaan, zei de Heer tegen Abram: ‘Kijk eens goed om je heen vanaf de plek waar je nu staat. Kijk naar het noorden en het zuiden, het oosten en het westen. Want al het land dat je ziet, zal ik voor altijd aan jou en je nakomelingen geven. Ook zal ik je zoveel nakomelingen geven, dat ze niet te tellen zijn. Zoals niemand het stof van de aarde kan tellen, zo zullen ook jouw nakomelingen niet te tellen zijn. Ga op weg en trek het land in alle richtingen door, want aan jou zal ik het land geven.’ En Abram zwierf door het land en ging ten slotte wonen bij de eiken van Mamre bij de stad Hebron. Daar bouwde hij een altaar voor de Heer.


In een ander verhaal wordt verteld dat God Abram en Sarai een nieuwe naam geeft. Abram wordt Abraham en Sarai heet nu Sara. Abram en Sara zullen de vader en moeder van veel volken worde Op een dag liet de Heer zich aan Abraham zien bij de eiken van Mamre. Abraham zat op het heetst van de dag bij de ingang van zijn tent. Opeens zag hij drie mannen staan. Hij liep vlug naar hen toe, maakte een diepe buiging en zei: ‘U doet mij een groot plezier als U mijn gast wilt zijn. Ik zal wat water laten halen. Dan kunt u uw voeten wassen en daarna onder deze bomen uitrusten. U bent mijn gast. Daarom zal ik ook wat brood voor u halen. Zo kunt u op krachten komen voordat u weer verder gaat.’

‘Goed’, zeiden de mannen, ‘doe dat.’

Vlug ging Abraham de tent binnen en zei tegen Sara: ‘Pak gauw een zak met het beste meel, kneed het en bak er broodjes van.’

Daarna hij vlug de kudde en zocht een mals en vet kalf uit. Hij gaf dat aan een knecht, die het meteen ging klaarmaken. Toen het vlees klaar was, zette Abraham het met boter en melk voor de mannen

Terwijl zij aten, bleef Abraham bij hen onder de boom staan.

‘Waar is uw vrouw ?’ vroegen de mannen.

‘In de tent‘, antwoordde Abrhamam.

Toen zei een van de mannen: ‘Volgend jaar om deze tijd kom ik terug. Sarah zal dan een zoon hebben.’

Sarah stond te luisteren bij de ingang van de tent, vlak achter hem. Abraham en waren allebei al heel oud. Sarah kon al lang geen kinderen meer krijgen. Daarom begon ze in zichzelf te lachen. Ze dacht: ‘Een kind krijgen? Dat kan toch niet meer! We zijn al zo oud.’

Waarom lacht Sarah?’ zei de Heer tegen Abraham. ‘Waarom denkt ze, dat ze geen kinderen meer kan krijgen? Voor de Heer is niets te moeilijk! Volgend jaar om deze tijd kom ik terug en dan heeft Sarah een zoon. ‘Ik heb niet gelachen,’ loog Sara. Ze was bang.

Maar de Heer zei: ‘Je hebt wèl gelachen.’
De Heer dacht aan Sara en deed wat hij had beloofd. Sara raakte in verwachting en kreeg een zoon. Abraham noemde hem Isaak. Toen Isaak acht dagen oud was, besneed Abraham hem. God had gezegd dat hij dat moest doen. Sara zei: ‘God heeft gemaakt dat ik lach. Iedereen die het hoort zal net zo vrolijk lachen als ik. Wie had tegen Abraham durven zeggen, dat ik nog een kind zou voeden? We zijn al oud, maar toch hebben we een kind gekregen.’
Kleine Isaäk groeide op. Zijn vader en moeder hielden veel van hem. Als Abraham naar Isaäk keek, dacht hij aan de belofte van God.

In die tijd offerden veel mensen hun eerste zoon aan hun god.

Op een dag zei God: ‘Abraham, neem Isaäk mee naar de berg Moria. Daar zal ik hem van je aannemen.’

Abraham schrok. Hij dacht: Ik geef nog liever mijn eigen leven aan God. Hoe kan Isaäk kinderen krijgen als hij dood is?

Nee, de oude Abraham nog niet wat God bedoelde. Hij zou nog veel moeten leren. God wilde Abraham en alle mensen uit die tijd een goede les leren.

Abraham durfde er niet met Sara over te spreken. Wat zou zijn vrouw een verdriet hebben.

Op een morgen maakte hij Isaäk heel vroeg wakker.

‘Kom jongen‘, zei hij. ‘We gaan God een offer brengen.’

Hij nam ook twee knechten mee en een ezel. De twee knechten moesten onderweg brandhout zoeken en op de ezel laden.

Zo kwamen ze bij de berg Moria. Daar moesten de knechten en de ezel wachten.

Abraham en Isaäk beklommen de berg. Isaäk droeg het brandhout.

Abraham had een mes bij zich en een potje waar vuur in brandde.

‘We hebben hout en vuur,’ zei Isaäk. ‘Maar vader, waar is het offer?’

‘Daar zal God voor zorgen‘, antwoordde Abraham. O, wat had de oude man een verdriet!

Op de top van de berg bouwde hij een altaar van stenen. Daar legde hij het brandhout op. En toen… legde hij zijn zoon op het altaar. Nu begreep Isaäk hij dat het offer zou zijn.

Abraham trok zijn mes om Isaäk te doden maar God riep:

‘Doe dat niet, Abraham! Ik weet dat je je zoon aan mij geven. Je zoon van wie je zoveel houdt. Nee. Ik wil niet dat ouders hun kinderen aan mij offeren.’

Abraham kon zijn oren niet geloven. Na een poosje begreep hij het toch: God wilde zulke offers niet. God wilde dat vaders en moeders met hun kinderen gelukkig zouden zijn.

Maar wat moest hij dan aan God offeren?

Abraham keek om zich heen. Hij zag een ram, die met zijn horens vast zat in een struik. Hij stak de ram dood en offerde het dier in plaats van zijn zoon.



Blij en gelukkig gingen Abraham en Isaäk daarna naar huis.
Gesprekje met de kinderen:

Sara lacht omdat ze niet kan geloven dat God haar nog een zoon gaat geven, omdat zij al zo oud is Wordt jou wel eens iets verteld wat je niet kan geloven?

Waar word je blij van?

Wat maakt je verdrietig?

Praat je hierover met God?

Knutsel: Abraham – Ik wijs je de weg
Actief spel

Abraham en Sara waren nomaden, ze woonden dan eens hier, en dan eens daar. Daarom woonden ze in een tent. Jullie gaan op reis en onderweg vinden jullie gerief om een tent te bouwen. Aan het eind van de reis moeten jullie die tent bouwen.
Nodig: per team twee (klap)stoelen, een laken, wasknijpers, kussentjes (om op te zitten), kleed/mat, bordjes, bekertjes, fles water, koekjes en fruit.
Afsluiten met gezamenlijk eten van de ‘maaltijd’
Bij de attributen horen opdrachtjes, die het koppel moet oplossen om ze te verdienen. (zie bijlage)
Opdrachtjes tentenbouwen

  1. Hoelahoepen of touwtjespringen: draai de hoepel 10x rond je middel, of spring 20 x afwisselend op 1 been.



  1. Los de puzzel op

  2. Rijg een ketting van 20 kralen

  3. Versier een koekje

  4. Hinkelbaan: leg het parcours 2x af

  5. Balk als een ezel, stap op handen en voeten in het rond met een zakje op je rug.



  1. Estafetteketting: nummer 1 loopt heen en weer, geeft nummer 2 een hand en ze lopen nog een keer heen en weer. De derde keer lopen ze ‘kruiwagen’ heen en weer: nummer 1 zet de handen op de grond, en nummer 2 pakt zijn enkels en ‘rijdt’ de kruiwagen heen en weer.





  1   2

  • In een ander verhaal wordt verteld dat God Abram en Sarai een nieuwe naam geeft. Abram wordt Abraham en Sarai heet nu Sara. Abram en Sara zullen de vader en moeder van veel volken worde
  • Gesprekje met de kinderen
  • Knutsel: Abraham – Ik wijs je de weg Actief spel
  • Afsluiten met gezamenlijk eten van de ‘maaltijd’ Bij de attributen horen opdrachtjes, die het koppel moet oplossen om ze te verdienen. (zie bijlage) Opdrachtjes tentenbouwen

  • Dovnload 195.25 Kb.