Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Absorberende middelen inhoud

Dovnload 0.61 Mb.

Absorberende middelen inhoud



Pagina4/10
Datum22.05.2018
Grootte0.61 Mb.

Dovnload 0.61 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

Scope Absorberende middelen


De volgende eisen zijn van toepassing op vast absorptiemateriaal2 voor vloeistoffen om gemorst vocht van industriële bodems of wegbodems op te ruimen.

Het absorptiemateriaal wordt in grote hoeveelheden aangeleverd en over de gemorste vloeistof heen gesprenkeld voorafgaand aan het borstelen of bijeenzamelen. Het maakt het mogelijk de gemorste vloeistof gemakkelijker te verwijderen en het oppervlak waarover gemorst Is gemakkelijker te drogen, doordat de vloeistof wordt opgevangen en vastgehouden.

Ze zijn ontworpen voor alle soorten vloeistoffen:


  • polair (water, zuren, basen …) oplosmiddelen/vloeistoffen

  • niet-polair (oliën, koolwaterstoffen…) oplosmiddelen/vloeistoffen

Typische voorbeelden zijn:

  • Minerale absorbeermiddelen

  • Absorbeermiddelen op houtbasis

  • Synthetische absorbeermiddelen

  • Absorbeermiddelen voor koolwaterstoffen

  • Absorbeermiddelen voor weggebruik

  • Absorbeermiddelen die na gebruik composteerbaar zijn

Van dit toepassingsgebied zijn uitgezonderd:

  • Producten die een chemische of biochemische remediatie (bederf) van gemorst koolwaterstof vereisen.

  • Producten die geen losgestorte bulk zijn, niet vormloos zijn of waarbij er geen verbindingen zijn tussen de constituerende deeltjes.

  • Producten die worden gebruikt om in een natuurlijke omgeving te interveniëren




    1. Duurzaamheidstoets


Wat zijn de belangrijkste duurzaamheidsimpacten binnen de productgroep van absorberende middelen?

Een duurzame overheidsopdracht houdt rekening met verschillende beleidsdoelstellingen. Voor de federale overheid worden ze opgesomd in de omzendbrief van 16 mei 2014 of in de meest recente regelgeving. Deze beleidsdoelstellingen zijn heel ruim en kunnen u als aankoper inspireren bij het zoeken naar de specifieke doelstellingen die u wenst te bereiken met uw aankoopdossier.

Elk product, dienst of werk heeft eigen duurzaamheidsaspecten, dit zijn die aspecten waar je écht impact kan realiseren. Bijv. het is logisch dat u bij de aankoop van koffie impact hebt op eerlijke handel en biologische landbouw, maar geen impact hebt op vlak van sociale economie en kansengroepen. Om heel goed te kiezen uit alle mogelijke duurzaamheidscriteria is het als aankoper belangrijk te weten welke hefbomen tot duurzaamheid je kan activeren door je aankoop. Dit geeft focus en zorgt ervoor dat u niet afgeleid wordt om minder relevante duurzaamheidsaspecten te integreren in een bestek.

Naast relevante duurzaamheidsaspecten die gelinkt zijn aan een product, dienst of werk kan het ook zijn dat de aankoopdienst vanuit haar organisatie eigen accenten legt en die meeneemt in het aankoopproces. Bijv. als kostreductie een belangrijke doelstelling is van de aankoopdienst kan het zijn dat dit primeert doorheen het volledige aankoopproces. Duurzaam aankopen is net het evenwicht zoeken tussen het realiseren van de duurzame beleidsdoelstellingen en de prioriteiten en ambities binnen de aankoopdienst.



U vindt alle informatie over deze duurzaamheidstoets in het aankoopproces op http://gidsvoorduurzameaankopen.be/nl/duurzame-aspecten-nl

deel C

  1. Criteriadocument


C Criteriadocument 11

1 Nieuw in de wetgeving! 12

2 Voorwerp van de opdracht 14

3 Selectie- & Uitsluitingscriteria 15

4 Gunningscriteria 16

5 Technische specificaties 18

6 Bijzondere uitvoeringsvoorwaarden 19

7 Sociale aspecten in overheidsopdrachten 20

Bijlage 1: Criteria 21

Bijlage 2: Gevarensymbolen 26

Bijlage 3: Gevarenaanduidingen (H-zinnen): 27

Bijlage 4: Translation between classification in accordance with Directive 67/548/EEC and Directive 1272/2008/EEC 31

BIJLAGE 5 34

BIJLAGE 6: Heat of combustion, calorific values, etc 35


    1. Nieuw in de wetgeving!


De Belgische regelgeving overheidsopdrachten is van toepassing op alle overheden in België en gebaseerd op Europese regelgeving. Op 17 juni 2016 werd een nieuwe wet inzake overheidsopdrachten (Wet OO 2016) goedgekeurd. Deze wetgeving zal de wet OO 2006 vervangen van zodra de uitvoeringsbesluiten voorhanden zijn. Dit wordt verwacht in de loop van 2017. Momenteel (november 2016) is de overheidsopdrachtenwet 2006 nog van toepassing! Hieronder krijgt u een overzicht van de meest relevante wijzigingen met oog op het duurzaam aankopen van goederen, diensten en werken. Voor nieuws inzake de uitvoeringsbesluiten en de details in de wet verwijzen wij naar http://www.publicprocurement.be/nl

Het naleven van milieu-, sociaal en arbeidsrecht (art. 7 Wet OO 2016)

Ondernemers moeten het milieu-, sociaal en arbeidsrecht naleven volgens het Europees Unierecht, nationale recht of collectieve arbeidsovereenkomsten. Nu wordt ook heel expliciet gemaakt dat zij deze wetgeving ook moeten doen naleven door elke persoon die handelt als onderaannemer in welke fase ook, en door elke persoon die personeel tewerkstelt voor de uitvoering van de opdracht. Hierbij wordt rechtstreeks verwezen naar internationale conventies zoals de ILO-conventie. Indien de aanbestedende overheid inbreuken vaststelt kan zij desgevallend maatregelen treffen of een inschrijver uitsluiten. Zie ook verplichte en facultatieve uitsluitingsgronden in de nieuwe wet OO 2016.

Het voorbehouden van opdrachten (art.15 Wet OO 2016)

De nieuwe wet stelt dat de toegang tot de opdracht voorbehouden kan worden aan sociale werkplaatsen en aan ondernemers die de maatschappelijke en professionele integratie van gehandicapten of kansarmen tot doel hebben, of dat de uitvoering van opdrachten voorbehouden kan worden in het kader van programma’s voor beschermde arbeid, mits ten minste dertig procent van de werknemers van deze werkplaatsen, ondernemingen of programma’s gehandicapte of kansarme werknemers zijn.

Het grote verschil t.a.v. de vorige wetgeving is dat de verschillende vormen van sociale economie niet langer gedefinieerd zijn maar dat er hoofdzakelijk met het 30%-criterium wordt gewerkt.

Het gebruik van keurmerken en labels (art. 54 Wet OO 2016)

Labels en keurmerken kunnen een efficiënt instrument zijn om overheidsopdrachten te verduurzamen. Het gebruik van labels zal zich in de toekomst niet langer beperken tot de bewijsfase want de nieuwe wet bepaalt dat overheden keurmerken kunnen voorschrijven om bestekeisen te definiëren. Dit betekent concreet dat de aanbestedende overheid een specifiek label of keurmerk voorschrijft ter definitie van de eisen, op voorwaarde dat andere gelijkwaardige keurmerken en andere geschikte bewijsmiddelen ook worden aanvaard. Belangrijk is dat dit zowel toegelaten is in de technische specificaties als in de gunningscriteria en de uitvoeringsvoorwaarden en dat er hiermee nu ook ingezet zal kunnen worden op sociale of andere kenmerken (momenteel ligt de focus vooral op milieukenmerken). Belangrijke randvoorwaarde is dat het moet gaan om betrouwbare labels en dat de onderliggende keurmerkeisen van het opgelegde keurmerk alleen betrekking moeten hebben op criteria die verband houden met het voorwerp van de opdracht.

Sociale en ecologische gunningscriteria (art. 81 Wet OO 2016)

Ook in de nieuwe wet overheidsopdrachten kunnen sociale aspecten en milieuaspecten via gunningscriteria beoordeeld worden. Daarnaast kan de aanbestedende overheid in de gunningscriteria ook inzetten op een methodologie m.b.t. de bepaling van de levenscycluskosten. Bijzonder belangrijk m.b.t. sociale overwegingen bij overheidsopdrachten is art. 81, §3 die stelt dat het specifieke productieproces en het specifiek proces voor een andere fase van de levenscyclus kunnen beoordeeld worden op basis van een gunningscriterium. Dit biedt veel kansen met oog op het streven naar eerlijke en duurzame handel en het respect van de arbeidsvoorwaarden en mensenrechten in de keten.

Methodologie voor levenscycluskosten (art. 82 Wet OO 2016)

De nieuwe wet stimuleert het gebruik van een methodologie voor het berekenen van de levenscycluskosten. Het basisuitgangspunt is dat het criterium ‘prijs’ niet enkel verband houdt met de kost van de verwerving, maar met alle kosten die gepaard gaan met het gebruik van het verworven werk/product/dienst, zowel de verwervingskosten als de gebruikskosten, zoals kosten voor verbruik van energie, kosten voor onderhoud en kosten verbonden aan het einde van de levenscyclus, zoals kosten voor ophaling, ontmanteling of recyclage. De wet laat mogelijks ook toe om ‘externaliteiten’ mee te nemen in de opdracht (CO2-uitstoot, watervervuilingskosten) voor zoverre deze objectief meetbaar en te monetariseren zijn.

De nieuwe wetgeving stuurt aan op de ontwikkeling van gemeenschappelijke berekeningsmethoden voor levenscycluskosten, bijvoorbeeld op Europees, nationaal of regionaal niveau.

Innovatie en Innovatiepartnerschap (art. 40 Wet OO 2016)

In enkele gevallen wenst de overheid specifieke innovatieve oplossingen die nog niet op de markt beschikbaar zijn. In de nieuwe wet is een mogelijkheid opgenomen van ‘innovatiepartnerschap’ waarbij de aanbestedende overheid aangeeft in de opdrachtdocumenten dat er behoefte is aan innovatieve producten, diensten of werken, en dat met de aanschaf van reeds op de markt beschikbare producten, diensten of werken niet in die behoefte kan worden voorzien. Een innovatiepartnerschap dient te zijn gericht op de ontwikkeling van innovatieve producten, diensten of werken en dient gevolgd te worden door de aankoop van de daaruit resulterende innovaties, mits deze voldoen aan de prestatieniveaus die tussen de aanbestedende overheid en de deelnemers zijn afgesproken. Let op: het is geen evidentie om prestatieniveau’s en maximum prijzen te bepalen voor oplossingen die nog niet bestaan!

Losstaand van het innovatiepartnerschap is het mogelijk om innovatie reeds met meer courante methoden in overweging te nemen. Het marktverkennend onderzoek is wel het meest voor de hand liggend, maar ook onderhandelingsprocedures of het werken met varianten bieden mogelijkheden om innovatie te stimuleren.

Energie-efficiëntieprestaties (art. 168. Wet OO 2016)

Via de nieuwe wetgeving overheidsopdrachten wordt het verwerven van producten, diensten en gebouwen met hoge energie-efficiëntieprestaties aangemoedigd en in sommige gevallen verplicht. Belangrijke randvoorwaarde is dat de hoge eisen op vlak van energie-efficiëntie in overeenstemming moeten zijn met de principes van voldoende concurrentie, kosteneffectiviteit, de economische haalbaarheid, de duurzaamheid en de technische geschiktheid. Ook worden aanbestedende overheden gestuurd naar het overwegen van energieprestatiecontracten bij het plaatsen van opdrachten voor diensten met oog op het realiseren van energiebesparingen op de lange termijn. Het KB van 13 juli 2014 breidt de energie-efficiëntie verplichtingen bij overheidsopdrachten van gebouwen uit naar een hele lijst van bijkomende producten en diensten.

Voor meer informatieve over de huidige en nieuwe wet overheidsopdrachten ga naar http://gidsvoorduurzameaankopen.be/nl/juridische-achtergrond




1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

  • Duurzaamheidstoets
  • Nieuw in de wetgeving!

  • Dovnload 0.61 Mb.