Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Academische voorbereiding

Dovnload 235.05 Kb.

Academische voorbereiding



Pagina1/3
Datum27.11.2017
Grootte235.05 Kb.

Dovnload 235.05 Kb.
  1   2   3

Academische voorbereiding
De titel van deze vaksite is ‘Academische voorbereiding’. Wat is academisch voorbereiden? En waarom zou jij jezelf academisch moeten voorbereiden?

Met ‘academisch voorbereiden’ wordt bedoeld dat jij bepaalde academische vaardigheden moet leren, zoals ‘schrijven’ en ‘presenteren’. Deze vaardigheden zie je vooral terug wanneer je iets aan het onderzoeken bent. Academische vaardigheden zijn vaardigheden die jij nodig hebt om de havo of het vwo succesvol te kunnen doorlopen. Het is dan ook van belang dat jij in de brugklas al kennis hiermee moet maken.

Er zijn allerlei verschillende soorten onderzoeken. Toch vind je in ieder onderzoek vaak steeds dezelfde elementen terug. Dat komt omdat ieder onderzoek in grote lijnen op dezelfde manier verloopt. We noemen dat de ‘tien stappen van onderzoek’. Dit hoofdstuk maakt duidelijk welke tien stappen je moet zetten bij het uitvoeren van een onderzoek.

Hieronder worden de tien stappen beschreven. Lees ze goed door voordat je begint met een onderzoek.


Hoofdstuk 1: de tien stappen van een onderzoek
Stap 1: oriënteren op onderwerp en proces
ORIËNTEREN OP ONDERWERP

Voordat je een goede onderzoeksvraag (hoofdvraag) kunt bedenken, zal je eerst jezelf moeten oriënteren op het onderwerp. Waar gaat het over? Wat betekenen de begrippen? Wat is actueel over jouw onderwerp? Je zal je moeten verdiepen in het onderwerp door bijvoorbeeld internet af te struinen, boeken te lezen, mensen te bevragen en te kijken of er al eerder onderzoek is gedaan. Op deze manier weet je al veel over het onderwerp en kom jij tot een goede, doordachte onderzoeksvraag.

 

Een handig hulpmiddel om je te oriënteren op een onderwerp, is het maken van een mindmap. Zie onderstaande link voor een filmpje over hoe je een mindmap maakt.



https://www.youtube.com/watch?v=nU-4jxifD8E

ORIËNTEREN OP PROCES


Naast dat jij je oriënteert op het onderwerp is het ook van belang dat jij je oriënteert op het proces. Je zult van te voren na moeten denken wanneer je welke onderzoeksstap uit gaat voeren, wie en wat je daarvoor nodig hebt en hoe lang dit proces gaat duren. Zo kom je tijdens het uitvoeren van het onderzoek niet voor verrassingen te staan. Vaak moet je tijdens het doen van een onderzoek samenwerken. Het is dan ook van belang om goed de taken te verdelen en helder te hebben wie wat doet en wanneer. Maak dan ook altijd een planning/tijdspad en taakverdeling voordat je aan een onderzoek begint. Wanneer je de hulp van andere mensen nodig hebt, bijvoorbeeld wanneer je een interview moet afnemen, houd er dan rekening mee dat het niet altijd loopt zoals jij zou willen. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat diegene die jij wilt interviewen op de dag waarop jij het interview hebt gepland niet kan. Hou hier rekening mee wanneer je een planning/tijdspad maakt.
Stap 2: formuleren van onderzoeksvragen en hypothese
DE HOOFDVRAAG
De hoofdvraag is de vraag waarop het onderzoek antwoord gaat geven. Hoe je een concrete hoofdvraag maakt, is vaak een van de moeilijkste onderdelen van een werkstuk. Hoe weet je of je een goede hoofdvraag hebt? 



Een goede hoofdvraag...

1. Begrijpt iedereen

2. Is een open vraag

3. Is één vraag (enkelvoudig)

4. Is precies geformuleerd

5. Bevat geen vage bewoordingen

6. Is niet te breed

 
Een voorbeeld van een foute hoofdvraag is: "Waarom vinden veel mensen 'Titanic' een goede film?". Dit is geen goede hoofdvraag omdat het onduidelijk is over welke mensen het gaat. Ten tweede zit er een vooronderstelling onder deze vraag, te weten: de aanname dat veel mensen (wat is veel?) de film ‘Titanic’ wel weten te waarderen. Daarnaast is het onduidelijk wat 'goede' hier betekent. Beter is het de onderzoeksvraag zo te formuleren:"Welke filmtechnieken zorgen er voor dat de film ‘Titanic’ de kijker tot het einde van de film geboeid houdt?"


DE DEELVRAGEN
Bij een hoofdvraag horen deelvragen die helpen de hoofdvraag stap voor stap te beantwoorden. De antwoorden van de deelvragen beantwoorden delen van de hoofdvraag. Als je deze antwoorden combineert, kan jij de hoofdvraag beantwoorden.

 

Dit is makkelijker en logischer dan je denkt. Een voorbeeld van een hoofdvraag: "Hoe kan ik friet bakken met een frituurpan?" Om je vraag te kunnen beantwoorden zullen de volgende deelvragen eerst beantwoord moeten worden: wat is friet? Hoe kom ik aan friet? Wat is een frituurpan? Hoe kom ik aan een frituurpan? Hoe werkt een frituurpan? Als je deze deelvragen hebt beantwoord -en de antwoorden combineert- weet je hoe friet gebakken kan worden in een frituurpan.


HYPOTHESE
Soms moet je ook een hypothese formuleren. Dat wil zeggen dat je het antwoord dat je verwacht op de hoofdvraag al tevoren aangeeft. Een voorbeeld van een hypothese: er wordt verwacht dat iemand die veel sport minder rookt dan iemand die weinig sport. Je verwacht dit niet zomaar. Dit moet je uitleggen. De hypothese onderbouw je door je in te lezen over het onderwerp. Is er eerder onderzoek gedaan de samenhang tussen roken en sporters? De hypothese hoeft niet altijd uit te komen!

 

Bekijk het onderstaand filmpje. In het filmpje wordt nogmaals uitgelegd wat een goede onderzoeksvraag is en wat een hypothese is. Let op: in een onderzoek moet je soms de hypothese wél onderbouwen. 



https://www.youtube.com/watch?v=uNkzlghEjQQ
Stap 3: de onderzoeksmethode vaststellen
VERSCHILLENDE ONDERZOEKSMETHODEN
Bij je onderzoeksvragen hoort een passende onderzoeksmethode. Je kiest de beste onderzoeksmethode om de hoofdvraag te kunnen beantwoorden.

 

Er zijn verschillende soorten onderzoeksmethoden:



  • Observeren: je observeert bijvoorbeeld wat scholieren doen in de pauze.

  • Bronnenonderzoek: je leest/kijkt bronnen over wat scholieren twintig jaar geleden in de pauze deden.

  • Enquêteje neemt bij scholieren een enquête af met vragen over wat zij doen in de pauze.

  • Interview: je interviewt leerlingen over wat zij doen in de pauze.

  • Experiment: je legt een paar voetballen op het schoolplein en onderzoekt of leerlingen met de ballen gaan spelen.

  • Etc.

 

Dit jaar leer je meer over de volgende twee onderzoeksmethoden: bronnenonderzoek en de enquête. Het kan best zijn dat je bij andere schoolvakken uitleg krijgt over de andere onderzoeksmethoden of deze moet gaan gebruiken om een onderzoeksvraag te kunnen beantwoorden.

  1   2   3

  • Hoofdstuk 1: de tien stappen van een onderzoek Stap 1: oriënteren op onderwerp en proces
  • Stap 2: formuleren van onderzoeksvragen en hypothese
  • Een goede hoofdvraag...
  • Stap 3: de onderzoeksmethode vaststellen
  • Bronnenonderzoek

  • Dovnload 235.05 Kb.