Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Achttien honderd acht

Dovnload 203.19 Kb.

Achttien honderd acht



Datum07.06.2018
Grootte203.19 Kb.

Dovnload 203.19 Kb.

In den Jare achttien honderd acht en veertig, den vieren twintigsten Oclober, ten verzoeke van CARL WILHELMSCHWEDER, Koninklijk Regeringsraad wonende te, Berlijn, in zijne betrekking als, vermits het op den twaalfden Februarij achttien honderd zeven en dertig voorgevallen overlijden van Vrouwe CHRISTIANE ELEÓNORE KRUGER , in leven eerst echtgenoote en daarna Weduwe van den op den acht en, twintigsten, April achttien honderdeen en dertig overledene Heer WILHELM CHRISTIAN AUGUST GRUNOW, eenige erfgenaam van dezelve ouderen kinderloos overledene Echtelieden , krachtens derzelver Testament op den vijf en twintigsten Februarij 1800 vijf

en twintig te Berlijn geteekend, van hetwelk een gelegaliseerd afschrift op den negenden September 1800 drie en dertig door den Ontvanger BUNDTEN te Amsterdam is geviseerd voor zegel en in deel 2B folio 167 verso vak 2 voor het Regt van Zeven Gulden Drie en zeventig cents geregistreerd zijnde de genoemde WILHELM CHRISTIAN AUGUST GRUNOW en CHRISTIANE ELEÓNORE KRUGER,

in der tijd echtelieden te zamen geweest de eenige en algeheele erfgenamen van wijlen den op den twee en twintigsten Februarij des Jaars 1800 twee en twintig ouderen kinderloos overledene Vrouwe CHARLOTTE FRIEDERIKE BRANDES, in leven Weduwe van den Heer CARL LUDWIG SPROEGEL, naar luid en ingevolge haar Testament op den dertienden September des Jaars 1800 negentien

le Berlijn geteekend, op den negenden September 1800 drie en dertig door den Ontvanger BUNDTEN te Amsterdam.
voor zegel geviseerd en in deel 23 folio 108 verso vak 1 voor hel regt van Vijftien Gulden Zes en Veerlig cents geregistreerd en welke Vrouwe CHARLOTTE FRIÉDERIKE BRANDES Weduwe van den Heer CARL LUDWIG SPROEGEL , vermits het vóór overlijden zoowél van hunnen zoon en eenig kind CARL FRIEDERICH THEODOR SPROEGEL, die bij gelegenheid van zijn vertrek naar de Oost-Indien den naam van zijne Grootmoeder SMIELH had aangenomen en zich van dien tijd af had doen noemen CARL WILHELM Baron von SMIEHL, als van deszelfs tweeeenige nagelatene dochters, beiden ongehuwd en zonder testament overleden, was gebleven de eenige en algeheele erfgename vau haren op den achttienden Februarij des Jaars 1800 dertien overleden Echtgenoot CARL LUDWIG SPROEGEL, naar luidt en ingevolge het testament door hem op den acbtlenden Mei des Jaars 1700 zes en negentig le Berlijn geteekend, op den vierden September 1800 drie en dertig door den Ontvanger BUNDTEN te Amsterdam voor zegélgcviseerd en in deel 28 folio SU verso vak 7 voor het regt van Vijftien Gulden Zes en Veerlig cents geregistreerd, ten deze woonplaats kiezende ten Kantore van den na te melden in dezen occuperenden Procureur, heb ik ondergeteekende EVERT NEUTEBOOM, deurwaarder bij de Arondissements Regtbank te Zwolle,wonende te Zwolle, met overgave van afschrift beteekend aam ANTON CORNELIUS ADRIAAN JOHANN WILHELM SCHILLING, vroeger gewoond hebbende te Groningen, zijnde thans zijne woonplaats onbekend , en mitsdien mijn exploit doende te Zwolle bij aanplakking aan de Hoofddeur van de Gehoorzaal der Arrondissemenls Regtbank te Zwolle op het Paleis van Justitie aldaar, en insertie in de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant, mitsgaders aan den Heer Officier van Justitie, Ambtenaar van het Openbaar Ministerie bij de Arrondissements Regtbank te Zwolle , en aldaar sprekende met ZEd. Achtb. in persoon, die het oorspronkelijke met gezien heeft geteekend.
Een behoorlijk geregistreerd proces verbaal van Arrest op den zestienden Oclober jongstleden door den Deurwaarder JOSEPH GOLDSMIT te Amsterdam, ten verzoeke van mijnen requirant, gelegd onder handen, bewind en directie van den Heer Mr. J. W. TUUEMAN, Advocaat te Amsterdam, op alle gelden, goederen, effecten of andere

geldswaarden , die zich onder hem bereids bevinden, of in het vervolg, zuilen komen, toebehoorende. of uitgekeerd moetende worden aan Vrouwe
MARIA ANNA SUSANNA ELISABETH SARA SCHILLING, echtgenoote van den

Wel Eerwaarden Heer CLAUDIUS HENRICUS van HERWERDEN HENRICUS. Zoon , en verdere bij dat proces verbaal vermelde regthebbenden , geschiedende deze insinuatie ten fine en effecte :als naar de wet

En heb ik Deurwaarder voornoemd , ter requisitie en met domicilie stelling als boven., en met procureurstelling als hierna te vermelden, immer exploiterende en sprekende als boven, den beteekende
ANTON CORNELIUS ADRIAAN JOHANN WILHELM SCHILLING voornoemd,

vroeger gewoond hebbende te Groningen , zijn de thans zijn woonplaats onbekend , Gedagvaard' om met en benevens
a. Vrouwe MARIA ANNA SUSANNA ELISABETH SARA SCHILLING en Echtgenoot CLAUDIUS HENRICUS van HERWERDEN HENRICUS Zoon, de man

ter aulhorisatie en adsistentie van de vrouw, beide wonende te Beesterzwaag ;

b. Vrouwe ANNA FRIEDERIKA JOHANNA SCUILLING en derzeïler echtgenoot HENDRIK BERNHARD MEINDERMANN, de man ter authorisatie

en adsistentié van de vrouw, beide wonende Ie Uenthcim;
c. LUDWIG LANGSCIIMIDT en Mr. CHRISTIAN lIOCKEL, in quaiiteit als curatoren over den afwezigen HEINRICH JOACHIM WILHELM SCHILLING, beide wonende te Lingen ;
d. Vrouwe MILENE ANTONIE HENRIETTE SARA JOHANNA SCHILLING en derzeïver

echtgenoot den Heer PIETER ELISA KAREL van NES, de man ter aiilhorisatie en adsistenlie van de vrouw, beide wonende té Rouveen;
e. Vrouwe BERNARDINE WILHELMINE SCHILLING en derzelver Echtgenoot PIETER

de GOEJE , de man ter authorisatie en adsistentié van de vrouw, beide wonende te Heerenveen;
f. GUSTAAF EDUARD SCHILLING, Koopman wonende te Leeuwarden,
(welke alle reeds zijn of nog zullen worden gedagvaard): zijnde de genoemde Vrouwe

MARIA ANNA SUSANNA ELISABETH SARA SCHILLING ; Vrouwe

ANNA FRIEDERIKA JOHANNA SCHILLING; de bij dezen gedagvaarde

ANTON CORNELIUS ADRIAAN JOHANN WILHELM SCHILLING; de afwezige

HEINRICH JOACHIM WILHELM SCHILLING; Vrouwe

MILENE ANTONIE HENRIETTE SARA JOHANNA SCHILLING; Vrouwe

BERNARDINE WILHELMINE SCHILLING en

GUSTAAF EDUARD SCHILLING,
de zeven eenige nagelatene kinderen en erfgenamen van wijlen

den Heer Mr. BERNARD ELIAS SCHILLING , den derden Maart 1800 zestien te Nienhuis overleden, door denzelven in huwelijk verwekt bij zijne op den drie en twintigsten, Maart 1800 dertien te Nienhuis vóór overledene echtgenoote, Vrouwe ELISABETH WILHELMINA ANNA ADELEIDA BREKHAUS; en voorts met en benevens
g. FRIEDERICH WILHELM BEEKHAUS, en CARL WEBER,

beide wonende te Bielefeld , (en welke beide ook reeds zijn of nog zullen worden gedagvaard,) als voogden over

JULIETA MARIE,

BERTA JULIE ELEONORE LUCIE,

OTTILIE FRIEDERIKE ANTOINETTE en

WILHELMINE CONSTANCE JULIE SCHMID,
de vier eenige nagelatene, alle nog minderjarige kinderen van wijlen den op den zeventienden Julij achttien honderd vijf en veertig overledenen Heer CHRISTIAN FREIDERICH JOHANN HEIDEREICH JOSEPH SCHMID, in leven eenige en algeheele

erfgenaam van wijlen zijne op den een en dertigsten December 1800 vier en twintig te Paderborn in den jeugdigen leeftijd van ruim veertien maanden overledene dochter

BARTHA CHRISTINE MARIE JULIANE LISETTE GEORGINE SCHMID, eenig kind door hem in huwelijk verwekt bij zijne vóór hare genoemde dochier en wel op den, zevenden Februarij 1800 vier en twintig te Bielefeld overledene echtgenoote, Vrouwe JACOBA MARIA GUSTAVA CONSTANTIA SCHILLING; zijnde de genoemde Vrouwe

JACOBA MARIA GUSTAVA CONSTANTIA SCHILLING, geweest het eenig nagelaten kind van wijlen den op de zevenden Januarij 1800 twee, in de kolonie Demerarij overleden Heer Mr.
JACOB ADAM SCHILLING, door denzelven in huwelijk verwekt bij zijne echtgenoote Vrouwe MARIA MAGDALENA CRUIJPENNING , en zijnde de genoemde

Heeren BERNARD ELIAS SCHILLING en JACOB ADAM SCHILLING, met en benevens den op den achtsten December 1800 zeven en twintig le Amsterdam, ongehuwd en

zonder Testament overleden Heer

VALENTIJN MATTHIAS SCHILLING, wiens erfgenamen zijnde voormelde zeven

kinderen van meergemelde BERNARD ELIAS SCHILLING,

geweest de drie eenige broeders van wijlen Vrouwe MARIA ADRIANA JACOBA' SCHILLING , in leven echtgenoote van den Heer CARL WILHELM Baron von SMIEHL, genaamd SPROEGEL zijnde en representerende alzoo alle de Gedaagden in privé en quaiiteit voorschreven respectievelijk de erfgenamen van wijlen de Heeren Mr. BERNARD ELIAS SCHILLING, Mr. JACOB ADAM SCHILLING en VALENTIJN MATTHIAS SCHILLING: te compareren voor de Arrondissements Regtbank le Zwolle, zitting houdendende op het Paleis van Justitie te Zwolle, ter plaatse van derzelver gewone teregtzittingen aldaar op Woensdag den èen en Iwinligslen Maart 1800 negen en veertig, des voormiddags ten tien uren, ten einde als dan aldaar te hooren eischen en concluderen, dat:

Aangezien in den Jare 1800 negentien door den curator van den persoon en goederen van VALENTIJN MATTHIAS SCHILLING, alsmede door den Gemagtigde van de voogdesse van de destijds minderjarige JACOBA GUSTAVA MARIE SCHILLING , en van de voogden van de toenmalig minderjarige kinderen van wijlen den Heer Mr. BERNARD ELIAS SCHILLING, in echte verwekt bij zijne vooroverledene huisvrouw ELISABETH WILHELMINA ANNA ADELEIDA BEEKHAUS, in ontvang is genomen

eene som van Tien Duizend Gulden . voortgesproten uit de Boedels van wijlen den Heer CARL WILHELM Baron von SMIEHL en van zijne Weduwe Vrouwe MARIA ADRIANA JACOBA SCHILLING, welke ontvangst bestemd geweest is tot het doen van zekere betalingen, welke niet hebben plaatsgehad, en ook, vermits die op eene andere

wijze zijn gedekt geworden, niet hebben behoeven plaats te hebben.

Aangezien mitsdien gemelde som van Tien Duizend Guldens, door hen, die thans zijn of representeren degenen door wier curator en gemagtigde respectievelijk

dezelve som van Tien Duizend Gulden des tijds is in ontvang genomen, aan de regthebbenden weder moet worden verantwoord, onder welke regthebbenden zich ook

bevindt de Eischer, welke dus ter dier zake ten lasle der meergemelde personen eene vordering bezit, die hij ook wenscht te doen gelden.

Aangezien de Eischer geregtigd is op twintig ten hónderd van meergemelde Tien Duizend Guldens, zijnde een bedrag van Twee Duizend Gulden, waarin hem door de

Gedaagden Vrouwe
MARIA ANNA SUSANNA ELISABETH SARA SCHILLING en haren man

CLAUDIUS HENRICUS van HERWERDEN HENRICUS Zoon, Vrouwe

ANNA FRIEDERIKA JOHANNA SCHILLING en haren man

HENDRIK BERNARD MEINDERMANN,

ANTON CORNELIUS ADRIAAN JOHANN WILHELM SCHILLING,

LUDWIG LANGSCHMIDT en Mr.

CHRISTIAN HOCKEL in qualiteiten als voormeld, Vrouwe

MILENE ANTONIE HENRIETTE SARA JOHANNA SCHILLING en haren man

PIETER ELISA KAREL van NES, Vrouwe

BERNARDINE WILHELMINE SCHILLING en haar man

PIETER de GOEJE en

GUSTAAF EDUARD SCHILLING, alle in hunne respectieve relatien en de mannen ter authorisatie en assistentie van derzelver respectieve vrouwen, behoort te

worden betaald Dertien Honderd Twee en Dertig Guldens Vier en Dertig Cents, en door de Gedaagden
FRIEDERICH WILHELM BEEKHAUS en

CARL WEBER, in derzelver voormelde qualiieit, Zes Honderd Zes en Zestig Gulden Zes en Zesltg Cents ;

Aangezien de Eischer tot gedeeltelijke securiteil zijner opgemelde vordering, na daartoe van den Hoog Edelgestrengen, Edel Achtbaren Heer Staatsraad, President der Arrondissements Regtbank le Amsterdam, verlof le hebben bekomen, bij behoorlijk geregistreerd exploit van den Deurwaarder ' JOSEPH 'GOLDSMIT, van den zestienden

October 1800 achten veertig, ten verzoeke van den Eischer uit. krachte van voormeld behoorlijk geregistreerd verkil van den President der Arrondissements Regtbank le Amsterdam, onder handen bewind co directie van den WelEdel Gestrenge Heer Mr. J. W. TIJDEMAN, Advocaat wonende te Amsterdam , arrest heeft doen leggen op alle

gelden , goederen, effecten of andere geldswaaiden, die zich bereids onder denzelven bevinden, of in het vervolg zullen komen, toebehoorende of uitgekeerd moeiende worden aan Vrouwe

MARIA ANNA SUSANNA ELISABETH SARA SCHILLING, echtgenoote van

CLAUDlUS HENRICUS van HERWERDEN HENRICUS Zoon, en

verder bij het voormelde en bij dezen beteekend exploit van arrest, opgenoemde geregligdert. Mitsdien bij vonnis van de Arrondissements Regtbank voornoemd, in het eerste ressort, uitvoerbaar bij voorraad niettegenstaande verzet of hooger beroep , mel. of zonder boriitoot. de Gedaagden Vrouwe

MARIA ANNA SÜSANNA ELISABETH SARA'SCHILLING en haar man

CLAÜDlUS HENRICUS van HERWERDEN HENRICUS Zoon, Vrouwe

ANNA FRIEDERIKA JOHANNA SCHILLING en haar man

HENDRIK BERNARD MEINDERMANN,ANTON CORNELIUS

ADRIAAN JOHANN WILHELM SCHILLING, LUDW1G

LANGSCHMIDT en Mr. CHRISTIAN HOCKEL in

(ierzelver voorschrevene qualiteiten, Vrouwe

MILÈNE ANTONIE HENRIETTE SARA JOHANNA SCHILLING en haar man

PIETER ELISA KAREL van NES, Vrouwe

BERNARDINE WILHELMINE SCHILLING en haar man

PIETER de GOEJE en

GUSTAAF EDUARD SCHILLING

alle in hunne respective relatien en de mannen ter autlhorisatie en adsistentie van

derzelver respective vrouwen, zullen worden veroordeeld om aan den Eischer tegen behoorlijke kwijting te betalen de invoege voormeld verschuldigde Som van Dertien honderd Drie en dertig Gulden Vier en dertig cent, en de Gedaagden

FRIEDERICH WILHELM BEEKHAUS en

CARL WEBER, in derzelver voorschreven qualiteiten, de Som van Zes honderd Zes en Zestig Gulden Zes en Zeslig cent en zulks met de renten van dien ad vijf procent in het jaar van af den dag der dagvaarding tot de volle en algeheele voldoening toe, en

dat voorts bij hetzelfde vonnis, uitvoerbaar als voren,het op den zestienden October 1800 acht en veertig len verzoeke van den Eischer gelegd arrest onder handen bewind en directie van den Heer Mr. J. W. TIJDEMAN, Advocaat te Amsterdam op alle gelden, goederen, effecten of andere geldswaarden , die zich bereids onder denzelven bevinden

of in het vervolg zullen komen, toebehoorende of uitgekeerd moetende worden aan Vrouwe

MARIA ANNA SUSANNA ELISABETH SARA SCHILLING

echtgenoote van den Wel Eerwaarden Heer

CLAUDlUS HENRICUS van HERWERDEN HENRICUS Zoon

en verdere bij het exploit van arrest vermelde geregtigden zal worden verklaard goed

van waarde met alle gevolgen van dien , alles met veroordeeling van de Gedaagden in de kosten. En heb ik Deurwaarder voornoemd , exploiterende en sprekende als is gerelateerd , den Gedaagde aangezegd dat Mr. WILLEM PETER HUBERT Procureur bij de Arrondissernenls Regtbank te Zwolle wonende te Zwolle aan de Sassenpoort zich voor den Eischer als Procureur stelt, met te kennengeving dat men zich ten deze zal bedienen van het boven vermelde verlof van den President der Arrondissements Regtbank te Amsterdam en het request waarop hetzelve is gegeven, alsmede van voormeld proces-verbaal van arrest, van welke stukken de mededeeling wordt aangeboden ingevolge de Wet, terwijl ik aan den Ambtenaar vau het Openbaar Ministerie voornoemd voor den Gedaagde een afschrift van meer gemeld proces-verbaal

van arrest heb overgegeten en selaten alsmede van dit mijn exploit, waarvan de kosten ziju buiten de zegelgelden Tien Gulden vijf en twintig en een halve cents,
(get.) E. NEUTEBOOM, deurw.

Gezien 24 October 1848. Voor copie conform :

De Officier van Justitie E. N E U T E B O O M ,

te Zwolle. deurw.

(get.) N E P VE U.

  • Twee Duizend Gulden
  • Zes Honderd Zes en Zestig Gulden Zes en Zesltg Cents ;

  • Dovnload 203.19 Kb.