Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Advent en Kerst Uit de Diocesane Mededelingen 2002-2007 Bellinda Staelens November 02

Dovnload 57.79 Kb.

Advent en Kerst Uit de Diocesane Mededelingen 2002-2007 Bellinda Staelens November 02



Datum31.10.2018
Grootte57.79 Kb.

Dovnload 57.79 Kb.

Advent en Kerst


Uit de Diocesane Mededelingen 2002-2007
Bellinda Staelens

November 02




Advent, een belofte van hoop in een grauwe werkelijkheid


Het kansarme meisje dat onmenselijke dingen moet doen om aan werk te geraken (Rosetta), de jongen die zijn vader moet verraden om menselijk te blijven (La promesse), de leraar die de moordenaar van zijn zoon een vak moet aanleren (Le fils): elke film opnieuw confronteren de broers Dardenne de toeschouwer met een grauwe werkelijkheid. Telkens brengen ze brandend actuele problemen zoals kansarmoede, mensenhandel of geweld en vergeving als urgente maatschappijproblemen ter sprake. ‘We verkopen geen theorieën over welke samenlevingsvormen nu de juiste zijn,’ zeggen ze in een interview, ‘maar we hopen wel dat onze films iets zeggen over de maatschappij waarin we leven. En in die harde realiteit willen we toch optimistisch blijven. Want ondanks alle ellende is er hoop. De mogelijkheid tot verandering is in feite wat wij proberen te filmen. Dat is volgens ons ook de essentie van het leven. De overtuiging dat mensen kunnen veranderen, dat er een uitweg kan zijn in een schijnbaar uitzichtloze situatie.‘ Misschien een interessante filmkeuze om in een 3 e

graad een gesprek op gang te brengen in het kader van de adventsactie van Welzijnszorg, die dit jaar vooral reflecteert over ‘Armoede en Onderwijs’?

Adventsdroom


Licht en duisternis worden heel betekenisvol in deze tijd van het jaar. In het congresverslag van het VVKSO van 1997 over de ‘Dialoog met de leerling’ wordt deze symboliek mooi vertaald naar onze onderwijsopdracht. Ik besluit met deze – licht gewijzigde – tekst als een ‘adventsdroom’ voor een schoolgemeenschap van christenen:

Wie leiding geeft,

moet zichzelf meedelen,

met het licht en de duisternis

die in hem zijn.

Vooral niet benauwd zijn

ook de duisternis mede te delen.
Hij moet wat lichtend is

goed onder woorden brengen,

en vooral goed onder woorden brengen

wat anderen eenzaam maakt en beangstigt,

zodat de duisternis in hen roept om licht.

Wie leiding geeft,

moet de eerste zijn

om het licht te zoeken.

De eerste zijn om het Beloofde Land,

het land dat Jezus ons beloofd heeft

als het ‘lichtende land’

binnen te treden.

Wie leiding heeft

en gezag,

zal in dat licht

veel zoekenden leiden

die hem vertrouwen.


November 03



Advent, een deur openen


Op zondag 30 november begint de advent. In de bijdrage van oktober werd al stilgestaan bij de campagne ‘Gevangen in Armoede’ van Welzijnszorg dit jaar.

In het bezinningsboekje dat opnieuw ter gelegenheid van de adventsactie is uitgegeven bij Chirojeugd Vlaanderen (Tel. 03 231 07 95 of SpoorZes@chiro.be) zijn eveneens zinvolle teksten opgenomen die kunnen inspireren ‘om de eigen deur tegen Kerstmis te openen’. Het is als volgt opgebouwd:
Hoe kijken wij buitenstaanders aan tegen de gesloten wereld van de gevangenis en haar bewoners?
Hoe ervaren gevangenen die wereld en hoe leven hun familieleden verder? Gesloten deuren, tijdens maar vooral na de gevangenis, zijn vaak oorzaak van armoede.
Het ‘raam’ van waaruit wij naar die wereld kijken, biedt ons maar een beperkte blik, misschien troebel door onze vooroordelen en de vele troosteloze verhalen van alle

betrokkenen.


Een ‘spiegel’ confronteert ons met diepere vragen: waar is onze verantwoordelijkheid en

betrokkenheid, wie zijn wij om te durven zeggen dat wij boven alle zwakheid zouden staan? De ‘deur’ biedt ons de mogelijkheid om elkaar te ontmoeten, om nieuwe kansen te geven, om te vergeven en te vertrouwen.

Waardoor mensen kunnen opstaan uit hun miserie. Heel de bijbel is trouwens doordesemd van deze heilsgedachte.

Ze kwamen een verlamde bij Hem brengen,



door vier mannen gedragen.

Bij het zien van hun vertrouwen, zei Jezus:

Vriend, uw zonden zijn u vergeven.’



Vertrouwen doet wonderen.

Vergeving doet wonderen.

Vriend, je bent groter dan je missers.

Ik zie achter je ellende.

Vertrouwen, onvoorwaardelijk,

je bent dat waard.

En hij stond op, kon wegwandelen, terug het leven in.’

(Naar Mc 2,1-12)

November 04




Bang in het donker?


‘Een moeder laat de deur op een kier, een hemelsbreed verschil als het licht op de gang blijft branden…’

zegt het gedicht. Eigenlijk is dit ook een mooie adventsgedachte waar een initiatief van onze bisschop en de diocesane jeugddienst bij aansluit. Elke donderdagavond vieren studenten en andere jongeren eucharistie in het seminariehuis aan de Gouvernementstraat in Gent. Tijdens de advent wil Mgr. Luc Van Looy hen en ook vele andere jongeren uitnodigen naar de crypte van de Sint-Baafskathedraal. Het thema van deze adventsontmoetingen luidt: ‘Bang in het donker?’ In de donkere dagen van de advent- en wintertijd beseffen we immers meer dan anders de waarde van het ‘licht’ in ons leven. Ons verlangen en hunkeren ernaar worden sterker en dieper. In de weken voor Kerstmis, wanneer de natuur haar meest duistere en doodse kant laat zien, zien christenen in de mens Jezus het Licht van de wereld, God zelf, dichterbij komen. Dan wordt heel herkenbaar wat de profeten van het oude Israël reeds voorzegden: ‘Je hoeft niet bang te zijn: wie in duisternis gaat, zal een groot licht aanschouwen.’ Er is hoop en vertrouwen dat de duisternis niet het laatste woord krijgt, maar dat Gods Liefde, Licht en Leven ons blijven toegezegd.

Tegen die gelovige achtergrond klinkt de vraag die jongeren tijdens de komende advent wil uitdagen. ‘Bang in het donker?’ en onze bisschop wil samen met hen antwoorden beluisteren. Eigenlijk zijn alle jongeren van het secundair onderwijs, dus vanaf 12 jaar, welkom. De bisschop zal zijn best doen om ook deze jongste aanwezigen aan te spreken. De bijbelse schrijver en pelgrim Paulus zal daarbij de gids zijn.

Adventsontmoetingen kunnen een unieke kans zijn om de schoolpastoraal met enkele leerlingen te verdiepen en er dus met een groepje aan deel te nemen.

Advent, uitkijken naar wie bij ons te gast wil zijn.


In de bijdrage van oktober werd al stilgestaan bij de campagne ‘Hoog tijd voor een beter woonbeleid’ van Welzijnszorg dit jaar. Authentiek geloven kan niet zonder een concreet engagement voor de zwakste en kwetsbare medemens. Het is essentieel dat we hiervan blijven getuigen bij leerlingen en collega’s, alleen dan wordt ons geloven ook geloofwaardig. Op heel wat scholen wordt hier concreet werk van gemaakt, we kunnen daarbij veel van elkaar leren, dat blijkt ook uit de pastorale ontmoetingen die plaatsvinden binnen de

scholengemeenschappen. Het is daarom ook van belang dat we interne initiatieven aan elkaar kenbaar maken.

Uitkijken naar wat te gebeuren staat

zonder voorbehoud

open en vol vertrouwen

uitzien naar een mens

die je gedachten bezielt

en je hart beroert

Op de uitkijk staan

tot je zijn ster ziet opgaan van achter de heuvel

en maken dat deze droom waar wordt.

(Uit de bijsluiter bij de adventsaffiche VSKO)

November 05




Licht en donker


Clair-obscur. Licht en donker in helrood. Het lijkt wel Pinksteren. Advent heeft iets van Pinksteren: de Geest die werkzaam is in de harten van mensen voor wie Kerstmis niet enkel winterkoude is, maar ook een warm verwachten. De affiche en bezinningskaarten van het vsko spelen dit jaar met licht en donker. De symboliek van clair-obscur uitgewerkt door Koen Lemmens sluit daarbij aan. Al dit materiaal, in woord en beeld, biedt vele inrijpoorten om advent en kersttijd ook op school te ‘belichten’ en tot leven te brengen. Voor alle

informatie en bestellingen kan je terecht op ond.vsko.be/pastoraal of www.muurkranten.be.

Smeulend vuur gaat weer branden,

vonken slaan gensters

weinig in aantal

klein in grootte

sterk in kracht

doen ze nieuw leven ontstaan.

Licht toelaten

licht aansteken

om hoop te geven

en leven te delen,

dat is advent

(Kathleen Boedt)


U wil ik ademen


Nog een zinvol geschenk om iemand te geven in deze kerst- en nieuwjaarstijd is het gebedenboekje dat de redactie van Kerkplein samenstelde naar aanleiding van het 150e

nummer en het ‘Jaar van het gebed’. De mooi uitgegeven, kleine bundel is te verkrijgen bij Pascali (pascali@kerknet.be) en bevat 55 gebeden voor verschillende gelegenheden. Ik sluit deze bijdrage af met ‘Een psalm’ van Nancy Lataire die er in opgenomen is, als een wens voor de komende advents- en kersttijd.



Heer,

wij willen het uitzingen:

Uw toekomst daagt,

Uw dageraad ontluikt,

Uw zegen breekt door

in deze verscheurde wereld.

Geen dal te diep,

geen weg te lang,

geen hemel te hoog.

Levend is uw Woord,

zichtbaar uw Naam,

tastbaar uw belofte

die puin opbouwt.

Steeds weer roept Gij

uw mensen bijeen,

zoekend als wij zijn naar waarheid.

Midden in een tijd van tegenspraak

zien wij dat Gij opnieuw begint.

Durf het aan in ons om nieuwe wegen te gaan.

Neem de kramp weg van uw volk,

leid het voorbij de angst.

Geef ons dat heldere inzicht

om te zien waar het op aankomt

en te kiezen wat echt leven geeft,

in solidariteit met de zwaksten.

Laat ons getuigen over de hoop die ons beweegt:

Uw Zoon Jezus Christus leeft.


November 06

Op weg naar een nieuwe morgen


Op de affiche die het VSKO in samenwerking met UM voor deze advent heeft ontworpen, zie je een jonge vrouw, met koffers in de hand. Hierbij enkele gedachten uit het Leeftochtnummer dat er als bijsluiter bij hoort: ‘We kijken een wegtrekkende vrouw als het ware na, hoe ze haar weg zoekt, onbekende horizonten tegemoet. Waarom vertrekt ze en hoe lang? Heeft iemand haar uitgenodigd of trekt ze op avontuur, alleen de wijde wereld in? Lacht de toekomst haar toe? Voelt ze zich goed in haar vel? Of is ze bang en onzeker? En haar bestemming? … Het zou Maria kunnen zijn op weg naar Elizabeth, twee vrouwen uit een eeuwenoud christelijk verhaal vol contrasten, ons verteld door Lucas. Elisabeth is gehuwd met de priester Zacharias. Het paar is al oud. Vergeefs hebben ze op een nakomeling gehoopt tot, wonder boven wonder, ‘God hen gedenkt’ zoals de priesternaam zelf zegt. Want voor God is niets onmogelijk. De reactie van Zacharias is erg menselijk, zoals Sarah ooit in het verhaal van Abraham twijfelt hij. Hij kan het niet geloven en wordt letterlijk ‘met stomheid geslagen’, negen maanden lang kan hij niet spreken. Elizabeth is zwanger van geluk, vol vertrouwen kijkt ze uit naar de geboorte van haar zoon. Ook Maria is zwanger, en het is al even wonderbaarlijk. Een stem zegt haar: ‘Je zal een zoon baren, Jezus genaamd. Dat betekent: ‘God bevrijdt’. Ook zij kan de twijfel vrij spel geven, maar vertrouwvol stelt ze zich open voor wat op haar toekomt. Haar jawoord is onvoorwaardelijk. De twee vrouwen kunnen hun zwangerschapservaringen delen. Maria zingt haar vreugde uit in het Magnificat, een hoopvol lied dat spreekt van protest en bevrijding. In de lijn van Mirjam en Hanna, spreekt de jonge vrouw haar geloof en vertrouwen uit in een God-Bevrijder, in een nieuwe morgen waarvan haar zoon een teken zal worden.’

Als ergens op deze aarde
een moeder toekomst droomt
voor haar kind,
als er gastvrijheid is
voor vreemdelingen en ontheemden,
als mensen kiezen om te delen
in plaats van te bezitten,
als tederheid het haalt
op hardheid in de wereld,
als trouw de vreugde
van het leven laat groeien,
als levenskracht
de pijn om de dood overwint,
als mensen het Woord van Leven
ontvangen en delen,
dan wordt God
opnieuw mens, vandaag,
een grote vreugde!


(Luc Maes)

‘Twee vrouwen staan in dit verhaal ontvankelijk in het leven, alert, met open ogen en oren. Beide vrouwen zijn boegbeeld voor een levenshouding die het mysterie binnenlaat in hun leven. Het kind is symbool voor hun geloof in een nieuwe morgen. Zo staan ze in contrast met mensen zoals Zacharias die blijven twijfelen. Ieder van ons balanceert in zijn hart tussen deze twee houdingen van vertrouwen en ongeloof. Soms komen er in je leven dingen voor die je draagkracht te boven gaan. Het duurt soms een hele tijd voor je je vertrouwen herwint. Meestal met de hulp van een begripvolle tochtgenoot. In het verhaal van Lucas haalt vertrouwen het op angst en twijfel. Een hoopvolle boodschap in deze donkere tijd rond Kerstmis. Advent wordt dan verwachtingsvol uitkijken naar de geboorte van een kind dat tot zo’n bijzonder mens zal uitgroeien dat christenen hem ‘Zoon van God’ noemen, in hem diegene herkennen waarin God mens is geworden. Elk verhaal houdt de lezer een spiegel voor. Lucas stelt ons ultieme vragen: Sta ik eerder angstig of vertrouwvol in het leven? Van welke toekomst droom ik? Durf ik het mysterie binnenlaten zonder alles duidelijk te weten?

De advent kan een tijd zijn om stil te staan bij die vragen en de ontvankelijkheid van het kind binnen te laten in ons leven.’


November 07

Bouwen aan een warm nest


De advent en de vastentijd zijn ‘sterke tijden’. Het zijn periodes die in onze grotendeels ontkerkelijkte cultuur toch overeind blijven, misschien wel dankzij de volkstraditie en de commerciële aandacht. Voor een christelijke school liggen daar kansen om naar de diepere kern te gaan. Elk jaar zoekt het VSKO een andere invalshoek om deze liturgische tijd te benaderen. Voor 2007 is dat ‘warm en koud’.

een venster op licht
een deur naar warmte
de warmte van een thuis


doorbreekt

de kilte van het zwijgen
de hardheid van uitsluiting
de bitterheid van mislukking
(Kathleen Boedt)

‘Warm en koud’ spelen uiteraard letterlijk in de wintermaanden. We voelen het aan den lijve. In de kale, doodse en ‘zonneloze’ maanden hunkeren westerse mensen dan ook naar licht, gezelligheid, warmte en een bloeiende natuur. Dat hebben ze altijd gedaan en zullen ze altijd doen. De begrippen ‘warm en koud’ dragen evenwel ook een sterke symbolische lading mee: warm staat voor openheid, nabijheid, gastvrijheid en verbondenheid. Koud voor uitsluiting, kilte, afwijzing. Hoe door deze bril de advent en het kerstgebeuren benaderd kunnen worden, is de uitdaging van dit jaar. De figuren uit het traditionele kerstverhaal inspireren daarbij en zijn een spiegel: Maria en Jozef, het kind, Herodes, de herders, de koningen, de herbergier…



De engel had het Maria voorzegd:
het kind dat in je groeit
zal koppig zijn als het ziet
dat mensen opzij worden gezet,
dat ze niet mogen meetellen
als ze afwijken van het gewenste,
het zal luisteren naar mensen wier hart
zwaar is van verdriet,
het zal zijn oren afwenden van de ondermijnende machten
die het leven van mensen proberen te beheersen,
het zal zacht zijn voor wie eronderdoor gaan
en het zal hen dragen
(Marinus van den Berg)

Deze spiegel stelt fundamentele vragen: aan welke kant bevind ik mij in dit kerstverhaal? Is onze school een ‘warm nest’ waarin iedereen gastvrij onthaald wordt, ook de minder kansrijke? Precies deze zorg om de kansarme is het hart van de campagne van Welzijnszorg die elk jaar de aandacht trekt op een ander facet van ‘armoede en uitsluiting’. In 2007 wordt opnieuw gefocust op het onderwijs:  was het in 2002 om het basisonderwijs te doen, dan gaat de aandacht nu ook nadrukkelijk naar het secundair onderwijs. En het VSKO is dit jaar ook écht partner in de campagne. De affiche van Welzijnszorg spreekt boekdelen: op een schoolbord schrijft ‘de jeugd van tegenwoordig’ de slogan ‘Wij tekenen voor de toekomst’. Binnen dit samenwerkingsverband verzorgt het VSKO ook een nascholingsproject: ‘Elke leerling telt! Kansarmoede en sociale uitsluiting aanpakken in het secundair onderwijs’. Tevens was er een actieve betrokkenheid bij de samenstelling van het jongeren-bezinningsboekje van Spoor Zes onder de titel ‘De toekomst is aan de dromers’.




December 07

Wij tekenen voor de toekomst …


Uit een vergelijkende Europese studie blijkt dat het Vlaamse onderwijs in wiskunde en wetenschappen tot het beste van de wereld behoort. Ook op het vlak van leesvaardigheid doet Vlaanderen het goed. En toch loopt er iets fout. Van bij de start is de rugzak van kinderen en jongeren in (kans)armoede anders gevuld. De diepe kenniskloof tussen sterke en zwakke leerlingen is (wereldwijd) nergens groter dan bij ons. De cijfers spreken boekdelen: één op acht leerlingen verlaat het onderwijs zonder diploma of getuigschrift en teveel 15-jarigen kunnen onvoldoende lezen en rekenen om zich in onze maatschappij te redden.

Met de adventscampagne van dit jaar wil Welzijnszorg, samen met verschillende


(onderwijs-)partners, werk maken van een kansrijke school voor iedereen. Want de cirkel van armoede kan alleen doorbroken worden waar er kansen zijn voor een goede opleiding en persoonlijke ontwikkeling, kortom door degelijk onderwijs dat voorbereidt op een goede integratie in de samenleving. Maar er is nog veel werk aan de winkel, zowel in concrete scholen als in de hele maatschappelijke context. Dat er gelukkig al heel wat positieve ontwikkelingen bezig zijn, proberen we elke keer opnieuw in de rubriek ‘Wie zoekt die vindt’ aan bod te laten komen. Ook de ‘In de kijker’ van deze maand brengt drie scholen in beeld die zich creatief inzetten voor ‘kans-rijk’ onderwijs. En zo zijn er vele kleine maar zinvolle initiatieven bezig.

Het tij had duizenden zeesterren op het strand achtergelaten.


Ze zouden onherroepelijk omkomen eer de vloed hen weer bereikte.
Een jongen pikte zeesterren op en gooide ze terug in het water.
‘Waarom doe je dat?’ vroeg iemand hem,
‘het strand is kilometers lang, de meeste komen toch om.
Wat voor verschil maakt het er een paar te redden?’
De jongen keek naar de spartelende zeester in zijn handen en zei:
‘Nee, voor de meeste maakt het niets uit. Maar voor déze zeester wel degelijk.’
En hij gooide hem terug in zee.
(Een verhaal uit Taiwan)

Een oud verhaal over ‘nieuwe kansen krijgen’


Victor Hugo (1802-1885) heeft ons naast bovenstaande uitspraak ook talloze gedichten, tekeningen, toneelstukken, politieke essays en negen romans nagelaten. Zijn werk was nooit puur ontspanning, het stond altijd ten dienste van een debat, een discussie over ideeën en opvattingen. Dat blijkt duidelijk in zijn jeugdwerken waarin hij een standpunt inneemt tegen de doodstraf, maar ook in zijn latere werk keert zijn strijdvaardigheid steeds terug. Heel vaak hebben zijn romans een sociale en maatschappijkritische inslag. In 1831 kwam zijn boek Notre-Dame-de-Paris uit, bij ons beter bekend als De klokkenluider van de Notre Dame. En op zestigjarige leeftijd schreef hij Les Misérables, een verhaal dat zich afspeelt in de eerste helft van de 19e eeuw, een tijd met veel armoede en sociale ongelijkheid waarbij men hard optrad tegen elke vorm van criminaliteit.

De typische maatschappijkritiek van Victor Hugo komt al direct tot uitdrukking in het voorwoord van Les Misérables : ‘Tant qu’il y aura sur la terre ignorance et misère, des livres de la nature de celui-ci pourront ne pas être inutiles.’ Het boek bevat dan ook meerdere uitweidingen over de materiële en sociale ellende van het Franse volk en vertelt tegen die achtergrond in vijf delen het levensverhaal van het hoofdpersonage Jean Valjean.



Jean is geboren in een arm plattelandsgezin en op jonge leeftijd wees geworden. Zijn oudere zuster, een weduwe met zeven kinderen heeft hem opgevoed. Hij werkt hard als houthakker, maar verdient niet genoeg. Door het stelen van een brood komt hij in de gevangenis terecht, waar hij uiteindelijk negentien jaar vastzit. Tijdens die periode heeft hij zijn vertrouwen in de mens verloren. Hij ervaart zijn straf als onterecht en die frustratie richt zich tegen de samenleving waaruit hij zich verstoten voelt. Wanneer hij vrij komt, is de argwaan wederzijds. Niemand wil nog iets met hem te maken hebben en overal wordt hij de deur gewezen. Door een vrouw die toch medelijden met hem heeft, wordt hij naar Myriel, de bisschop van Digne gestuurd. Monseigneur Bienvenu, zoals de bisschop genoemd wordt, geeft hem voedsel en onderdak. ‘s Nachts steelt Jean twee zilveren kandelaars bij de bisschop en gaat op de vlucht, maar wordt opgepakt door de politie. Dankzij de bisschop komt hij niet opnieuw in de gevangenis terecht, en krijgt zelfs de twee kandelaars cadeau. Deze ervaring van de goedheid en gulheid van Monseigneur Bienvenu laat Jean nooit meer los. Een deur van een andere wereld gaat voor hem op een kier open, en haalt stilaan het beste in hem naar boven. Dat gaat niet vanzelf, hij worstelt vaak met zijn wantrouwen en frustratie, maar doorheen al deze ervaringen ontwikkelt hij zich tot een sociaal en integer mens.
Victor Hugo heeft deze evolutie ook symbolisch ‘belicht’. Aan het begin van het verhaal verkeert Jean voortdurend in ‘duisternis’. De tegenstelling tussen licht en donker komt het sterkst tot zijn recht bij de diefstal in het begin van het boek, wanneer hij bij het bed van de bisschop staat: de bisschop ligt te slapen in het licht van de maan, Jean echter staat in de schaduw en de duisternis. Aan het eind van zijn leven, sterft Jean echter niet in het donker. Twee brandende kandelaars verlichten zijn gezicht, de twee zilveren kandelaars die hij van de bisschop heeft gekregen.

Een deur naar een kans-rijke toekomst…


Betekenisvol in het hele verhaal van Les Misérables is ook de worsteling van een ander personage, namelijk de getrouwe wetsdienaar Javert die het moeilijk heeft met het geloof in de ‘barmhartigheid’, en zich vastklampt aan de norm van de ‘rechtvaardigheid’. Zijn houding lijkt meer gemeengoed in onze samenleving dan de wat naïeve en evangelische instelling van Monseigneur Bienvenu. De 20e eeuw heeft ons wel degelijk ontnuchterd. Sinds de ervaring van de holocaust en met de dagelijkse portie ellende die via de massamedia onze huiskamers binnenstroomt, blijkt het moeilijk om te blijven geloven in de fundamentele goedheid van de mens waar Victor Hugo zo rotsvast van overtuigd was. Ook de mooie idealen van liberté, fraternité en égalité die alles zouden veranderen, lijken in deze geglobaliseerde wereld met zijn vele wanverhoudingen en de mondiale kloof tussen arm en rijk, niet echt gerealiseerd. Daardoor lijkt het of een ander literair meesterwerk ons nu meer op het lijf geschreven is, namelijk het markante ‘Lord of the Flies’ (1954) van William Golding. Hierin lees je de schrijnende onmacht van een groepje welopgevoede, beschaafde jongens die door een vliegtuigongeluk op een onbewoond eiland terechtkomen en er niet in slagen om samen in een goede verstandhouding te overleven. Geleid door dubieuze en duistere krachten die in henzelf tot leven komen in een omgeving zonder gevestigde waarden en maatschappelijke ordening, worden ze op barbaarse wijze een gevaar en bedreiging voor elkaar.
Zowel het werk van Victor Hugo als van William Golding zijn literaire klassiekers die op de schoolbanken jonge mensen in contact kunnen brengen met een diversiteit aan ervaringen en visies. Zo kunnen ze als het ware ‘een school of horizon openen’ die genuanceerd leert denken en kansen biedt tot persoonlijke ontwikkeling, die blijft inspireren. Via literatuur, poëzie, kunst, verbeeldingskracht en diverse expressie-mogelijkheden kan men in het (w)onderwijzen aldus een deur openen om altijd weer uit de duisternis te geraken …

Heilig zijn is zwijgend wonen
in de brandende bomen der waarheid,
is in de aarde zien langs de ogen der wortels
het moeilijke vliegen der vogels
of achter een berg het groter geheim van de bergen.
Ook denkt men na over het voedsel der vlammen,
de wufte dieveggen van het luchtig vuur,
of over de afgod, zijn aftocht historisch,
eens voltrokken de verbrokkeling der wolken.
En op de afgedreven drempel staande
ver zie ik het huis met luister,
waarin de mensen mij bewoonden
en kwamen om er lang te overnachten
en gingen om spoorloos mijn vrienden te zijn.
De grote zee gaat immers onder in de kleine zon.
(Paul Snoek)

In Les Misérables redt Monseigneur Bienvenu Valjean in twee opzichten: in de eerste plaats direct uit de handen van de politie en in de tweede plaats uit de handen van frustratie en uitzichtloosheid, die een mens in de vicieuze cirkel van duisternis vasthouden. Waar mensen nieuwe en onvermoede kansen krijgen, gaat een toekomst open waarin ze naar persoonlijke ontplooiing en kracht kunnen groeien. Zulke plaatsen zouden onze scholen kunnen zijn, en daarom is het van het grootste belang dat een samenleving hierin investeert.



Misschien is dit ook een kans en een weg om de vele gevangenissen van wanhoop en moedeloosheid - die het samenleven in onze welvaartsstaat uiteindelijk ondermijnen -te kunnen sluiten. Om de ‘gevangenis van uitzichtloze armoede’ waarin veel kinderen nog steeds geboren worden en opgroeien, te veranderen in ‘kansrijke leerplaatsen’ voor menswaardig leven.
Dergelijke opdracht is ook wezenlijk verbonden met de basisinspiratie van ons christelijk opvoedingsproject. ‘Wat gij aan de minsten van de Mijnen hebt gedaan, dat hebt gij aan Mij gedaan. (Mt 25,40)’ Het wordt hoogtijd dat we daar werk van maken.

Solidariteit is altijd ten bate van de minsten,
met hen die dagdagelijks uit de boot vallen,
of gewoon vergeten worden.
Solidariteit is bewust worden
dat wij slechts gelukkig kunnen zijn
als wij het allemààl zijn.
Zolang nog één mens tekort heeft aan wat dan ook,
kunnen wij niet stilzitten.
Daarom is solidariteit rusteloos.
Daarom was de man van Nazareth altijd onderweg,
en had Hij zelfs geen steen om zijn hoofd op te laten rusten.
(Uit de schaduw - WZZ)

  • November 03 Advent, een deur openen
  • Advent, uitkijken naar wie bij ons te gast wil zijn.
  • Op weg naar een nieuwe morgen
  • November 07 Bouwen aan een warm nest
  • December 07 Wij tekenen voor de toekomst …
  • Een oud verhaal over ‘nieuwe kansen krijgen’
  • Een deur naar een kans-rijke toekomst…

  • Dovnload 57.79 Kb.