Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Aeneas in de onderwereld Vergilius’ Aeneis boek 6

Dovnload 223.28 Kb.

Aeneas in de onderwereld Vergilius’ Aeneis boek 6



Pagina4/6
Datum12.03.2017
Grootte223.28 Kb.

Dovnload 223.28 Kb.
1   2   3   4   5   6

Het schema van de dactylische hexameter ziet er dus als volgt uit:

— v v l — v v l — v v l — v v l — v v l —v x

1 2 3 4 5 6




Een lettergreep is kort als hij een korte klinker bevat en deze klinker gevolg wordt door ten hoogste één medeklinker.

Een lettergreep is lang:

  • als hij een lange klinker of tweeklank (ae, au, ei, eu, oe) bevat

  • als hij een klinker bevat die gevolgd wordt door twee of meer medeklinkers

een uitzondering op deze regel doet zich voor wanneer de twee medeklinkers bestaan uit een muta cum liquida. In dat geval kan de voorafgaande klinker

zowel lang als kort zijn.

mutae zijn: c, g (gutturalen)

p,b (labialen)

t, d (dentalen)

liquidae zijn m, l, n, r (de medeklinkers uit het woord molenaar)

NB! - x en z gelden als twee medeklinkers

- qu geldt als één medeklinker


- h geldt niet als medeklinker

- een oorspronkelijk lange klinker vóór een klinker wordt meestal kort



lang van nature:

  • abl sg van de stammen op a, e, i, o en u

  • dat en abl pl op –is

  • acc pl op –as, -os, -us

  • nom en acc pl op -es

Elisie

Wanneer een woord eindigt op een klinker en het volgende woord begint met een klinker of h, spreken we van hiaat. In de hexameter worden hiaten bij voorkeur vermeden. Liever past men elisie toe: de slotlettergreep wordt metrisch tot nul gereduceerd. (Twee lettergrepen worden dus als één lettergreep gelezen.)

Zie ook de website www.superlatijn.nl.tp! Klik op downloads en je hebt de beschikking over een powerpoint over scanderen.

Hoofdstuk 5 teksten en aantekeningen

DE TOCHT NAAR DE ONDERWERELD



Aankomst in Cumae; de profetie van de Sibylle 6.1-124

Onder de bescherming van Neptunus bereikt de Trojaanse vloot veilig de kust bij Cumae. Aeneas gaat naar de tempel van Apollo, bovenop de burcht, en naar de lager gelegen grot van de Sibylle, de orakelpriesteres. Hij vraagt haar naar zijn toekomst. Bezeten van de god Apollo voorspelt zij wat hem en zijn Trojanen te wachten staat na hun aankomst in Lavinium: Er zal opnieuw oorlog zijn en wel tegen Turnus. De inzet van deze strijd is Lavinia, de dochter van de regerende koning Latinus en de verloofde van Turnus. Redding zal voor hen komen vanuit Pallenteum, gesticht op de plaat van het latere Rome, door de Griekse koning Euander, die een bondgenootschap met Aeneas zal sluiten.

De Sibylle komt weer tot zichzelf en vertelt Aeneas, op zijn dringende verzoek, wat hij moet doen om naar de onderwereld te kunnen afdalen om de schim van zijn vader te bezoeken.
De gouden tak 6.124-148

Talibus orabat dictis, arasque tenebat,

125 cum sic orsa loqui vates: “Sate sanguine divum,

Tros Anchisiade, facilis descensus Averno:

noctes atque dies patet atri ianua Ditis;

sed revocare gradum superasque evadere ad auras,

hoc opus, hic labor est. Pauci, quos aequus amavit

130 Iuppiter aut ardens evexit ad aethera virtus,

dis geniti potuere. Tenent media omnia silvae,

Cocytusque sinu labens circumvenit atro.

Quod si tantus amor menti, si tanta cupido est,

bis Stygios innare lacus, bis nigra videre

135 Tartara, et insano iuvat indulgere labori,

accipe, quae peragenda prius. Latet arbore opaca

aureus et foliis et lento vimine ramus,

Iunoni infernae dictus sacer; hunc tegit omnis

lucus et obscuris claudunt convallibus umbrae.

140 Sed non ante datur telluris operta subire

auricomos quam quis decerpserit arbore fetus.

Hoc sibi pulchra suum ferri Proserpina munus

instituit. Primo avulso non deficit alter

aureus, et simili frondescit virga metallo.

145 Ergo alte vestiga oculis, et rite repertum

carpe manu; namque ipse volens facilisque sequetur,

si te fata vocant; aliter non viribus ullis

vincere, nec duro poteris convellere ferro.


Aantekeningen bij 124-148


124 orabat subject is Aeneas

orabat, tenebat NB! aspect van het imperfectum

dictus ppp van dico hier zelfstandig gebruikt

vertaal: woord

125 vates, is f profetes

ordior, -iri, orsus sum beginnen

sate sanguine divum nakomeling van de goden (vocativus)

126 Tros Anchisiade zoon van de Trojaanse Anchises

Avernus, i m het meer van Avernus (dit meer zou toegang geven tot de onderwereld)

Averno, vertaal: via het meer Avernus

facilis ellips van est

127 Dis, Ditis m andere naam voor Pluto, de god van de

onderwereld

vertaal hier: de onderwereld

ater, atra, atrum donker, dofzwart

128 revocare gradum hier: terugkeren

superae aurae bovenwereld

129 opus, operis n moeilijkheid

pauci Met welk substantivum congrueert dit adiectivum?

aequus genadig (vertalen als adverbium)

130 evexit vul als object quos uit vers 129 aan

evexi, pf v eveho omhoogvoeren

aether, aetheris m hemel, bovenwereld

131 potuere = potuerunt

dis geniti godenzonen

teneo omvatten

media hier: weg

132 Cocytus, i m één van de rivieren van de onderwereld, ook

wel de tranenrivier genoemd

sinus, us m kromming

labens ppa van labor

labor, labi, lapsus sum stromen

sinu altro enallage



Met welk substantivum moet het adiectivum atro verbonden worden?

133 quod si als nu, maar indien

134 lacus, us m water

135 Tartarus het gedeelte van de onderwereld waar



misdadigers gestraft worden

iuvat +inf het doet genoegen te

indulgeo + dat zich wijden aan

136 accipio, ere hier: vernemen, horen

quae vul aan als antecedent ‘de dingen’ (als object bij accipe)

peragenda vul aan: est

lateo verborgen zijn

137 aureus … ramus hyperbaton

folium, i n blad

vimen, minis n (wilgen)twijg

lentus, a, um buigzaam

138 dictus sacer + dat vertaal: naar men zegt gewijd aan



Bij wel substantivum hoort het ppp dictus?

hunc Wat wordt hiermee bedoeld?

139 lucus, i m heilig woud

claudo, ere insluiten

convallis, is f dal, vallei

140 telluris operta subire naar de onderwereld afdalen

141 ante … quam voordat

quis = aliquis

auricomus, a, um met gouden loof, gouden

fetus,us m hier: tak

decerpo, ere afplukken, -trekken

-cerpsi, -cerptum

142 suum munus haar eigen speciale geschenk

143 instituo, ere bepalen

avello, -vulsi, avulsus afrukken

deficio, ere ontbreken

144 frondesco, ere uitlopen

virga, ae f twijg

simili metallo ablativus qualitatis

145 vestigo, are zoeken

reperio, ire vinden, ontdekken

repperi, reppertum

146 sequetur let op de tijd!

147 fata pl het lot

148 convello, ere lostrekken
Misenus 6. 149-82

Behalve het vinden van de gouden tak draagt de Sibylle Aeneas nog een andere taak op: Zonder dat hij het wist, is een van zijn metgezellen op zee omgekomen. Deze ligt nu onbegraven op de kust. Na het verlaten van de grot van de Sibylle vindt hij op het strand de trompetter Misenus, die zo overmoedig is geweest de goden uit te dagen tot een muziekwedstrijd en als straf door de zeegod Triton is gedood. Aeneas en zijn mannen beginnen direct bomen te kappen om voor hem een grote brandstapel op te bouwen.


Aeneas vindt de gouden tak 6. 183-211

Nec non Aeneas opera inter talia primus

hortatur socios paribusque accingitur armis.

185 Atque haec ipse suo tristi cum corde volutat

aspectans silvam inmensam, et sic forte precatur:

“Si nunc se nobis ille aureus arbore ramus

ostendat nemore in tanto! Quando omnia vere

heu nimium de te vates, Misene, locuta est.”

190 Vix ea fatus erat, geminae cum forte columbae

ipsa sub ora viri caelo venere volantes,

et viridi sedere solo. Tum maximus heros

maternas agnoscit aves, laetusque precatur:

“Este duces, O, si qua via est, cursumque per auras

195 dirigite in lucos, ubi pinguem dives opacat

ramus humum. Tuque, O, dubiis ne defice rebus,

diva parens.” Sic effatus vestigia pressit,

observans quae signa ferant, quo tendere pergant.

Pascentes illae tantum prodire volando,

200 quantum acie possent oculi servare sequentum.

Inde ubi venere ad fauces grave olentis Averni,

tollunt se celeres liquidumque per aëra lapsae

sedibus optatis gemina super arbore sidunt,

discolor unde auri per ramos aura refulsit.

205 Quale solet silvis brumali frigore viscum

fronde virere nova, quod non sua seminat arbos,

et croceo fetu teretis circumdare truncos,

talis erat species auri frondentis opaca

ilice, sic leni crepitabat brattea vento.

210 Corripit Aeneas extemplo avidusque refringit

cunctantem, et vatis portat sub tecta Sibyllae.


Aantekeningen bij 183-211

183 nec non litotes

184 accingo, ere omgorden

accingitur + abl vertaal: hij hanteert

185 voluto, are overdenken

cum vertaal: in

186 precor, ari bidden

188 ostendat Let op de modus!

nemus, oris n bos, woud

quando + ind aangezien

189 nimium adv zeer, erg

for, fari, fatus sum zeggen, spreken

190 columba, ze f duif (een aan Venus (de moeder van

Aeneas) gewijde vogel)

191 venere = venerunt

192 viridis, e adi groen

sedere = sederunt

sedeo hier: neerstrijken

194 qua adv ergens

195 dirigo, ere richten, sturen

pinguis, e adi vruchtbaar, rijk

dives, divitis adi kostbaar

opaco, are beschaduwen

196 deficio, ere afvallen, in de steek laten

dubius, a, um + res: hachelijke situatie

197 vestigia premo, ere stilstaan

198 ferant 3 pl coni pr A van ferre

pergo, ere zich begeven

tendo, ere gaan

199 pasco, ere weiden

prodire infinitivus historicus

200 tantum … quantum adv zo ver … als

acie adv scherp, duidelijk

servo, are observeren

201 venere = venerunt

fauces , ium f ingang

olens, ntis adi stinkend

202 liquidus, a, um helder

aera acc sg m van aer (aeris): lucht

203 sido, ere gaan zitten, zich neerzetten

sedes, is f pl: plaats, plek

geminus, a, um uit twee gestalten bestaand (bedoeld wordt:

met twee soorten bladeren)

204 discolor, eris adi bont, veelkleurig

aura, ae f glans, schittering

refulgeo, fulsi stralen, schitteren, glanzen

205 brumalis, e adi winters

viscum, I n mistel, maritak

206 vireo groen worden

arbos, oris f = arbor

semino, are voortbrengen

207 circumdare infinitivus afhankelijk van solet (205)

croceus, a, um saffraangeel

fetus, us m vrucht

truncus, i m (boom)stam

teres, etis adi rond

teretis truncos vertaal: de ronde stam

208 species, ei f glans

frondeo loof hebben (vertaal het PPA hier als znw:

loof)


opacus, a, um schaduw brengend

209 ilex, ilicis f steeneik

crepito, are ritselen, ruisen

brattea, ae f gouden blaadje

210 corripio, ere grijpen, grissen

extemplo adv onmiddellijk

refringo, ere losbreken

211 cunctens, ntis adv buigzaam (vul aan ramum)

tectum, i n grot
Op weg naar de onderwereld 6.212-63

Nadat Aeneas de gouden tak heeft geplukt en de as van Misenus heeft begraven, gaat hij samen met de Sibylle naar een grot bij het Avernus-meer, waar zich de toegang tot de onderwereld bevindt. Ze brengen een offer en gaan op weg. Bij dit moment in het verhaal aangekomen roept de verteller de goden van de onderwereld aan.


Aeneas’ tocht naar de onderwereld 6.264-294

Di, quibus imperium est animarum, umbraeque silentes

265 et Chaos et Phlegethon, loca nocte tacentia late,

sit mihi fas audita loqui, sit numine vestro

pandere res alta terra et caligine mersas.

Ibant obscuri sola sub nocte per umbram

perque domos Ditis vacuas et inania regna:

270 quale per incertam lunam sub luce maligna

est iter in silvis, ubi caelum condidit umbra

Iuppiter, et rebus nox abstulit atra colorem.

Vestibulum ante ipsum primisque in faucibus Orci

Luctus et ultrices posuere cubilia Curae,

275 pallentesque habitant Morbi tristisque Senectus,

et Metus et malesuada Fames ac turpis Egestas,

terribiles visu formae, Letumque, Labosque;

tum consanguineus Leti Sopor et mala mentis

Gaudia, mortiferumque adverso in limine Bellum,

280 ferreique Eumenidum thalami, et Discordia demens

vipereum crinem vittis innexa cruentis.

In medio ramos annosaque bracchia pandit

ulmus opaca, ingens, quam sedem Somnia volgo

vana tenere ferunt, foliisque sub omnibus haerent.

285 Multaque praeterea variarum monstra ferarum,

Centauri in foribus stabulant Scyllaeque biformes

et centumgeminus Briareus ac belua Lernae

horrendum stridens, flammisque armata Chimaera,

Gorgones Harpyiaeque et forma tricorporis umbrae.

290 corripit hic subita trepidus formidine ferrum

Aeneas strictamque aciem venientibus offert,

et ni docta comes tenues sine corpore vitas

admoneat volitare cava sub imagine formae,

inruat et frustra ferro diverberet umbras.



1   2   3   4   5   6

  • Zie ook de website www.superlatijn.nl.tp! Klik op downloads en je hebt de beschikking over een powerpoint over scanderen. Hoofdstuk 5 teksten en aantekeningen
  • Aantekeningen bij 124-148

  • Dovnload 223.28 Kb.