Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Aeneas in de onderwereld Vergilius’ Aeneis boek 6

Dovnload 223.28 Kb.

Aeneas in de onderwereld Vergilius’ Aeneis boek 6



Pagina6/6
Datum12.03.2017
Grootte223.28 Kb.

Dovnload 223.28 Kb.
1   2   3   4   5   6

Aantekeningen bij 450-476

NB! deze tekst vind je ook in DIDASKO

450 quas De in het voorafgaande genoemde vrouwen,



allemaal slachtoffer van een ongelukkige liefde

Phoenissa de Phoenicische vrouw, Dido

recens a vulnere ‘vers door haar wond’ (alsof Dido net

gestorven is, terwijl het enkele weken of maanden geleden moet zijn gebeurd)

451-3 quam …t/m … obscuram lees: ut primum Troianus heros iuxta eam

stetit agnovitque obscuram per umbras

Troius Trojaans

Heros, ois m held

452 iuxta + acc naast, vlakbij; hier is de accusativus quam in



451

agnoscere, agnovi herkennen

obscuram predicatief: duister; vertaal: vaag

453-4 qualem … t/m… lunam lees: qualem (is) qui primo mense lunam per

nubila surgere aut videt aut vidisse putat

primo mense vertaal: in het begin van de maand (De



opkomst van de maan is dan zelden waarneembaar)

qui relativum met ingesloten antecedent



vertaal: iemand die

454 nubilum wolk

455 adfari, adfatus sum toespreken

456 infelix ongelukkig

457 exstingui, exstinctus sum uitdoven; hier: sterven

exstinctam … secutam vul aan: te esse; a.c.i. afhankelijk van nuntius

extrema sequi het laatste nastreven, de dood zoeken

Vergilius vertelt nergens over een bericht dat

Aeneas bereikt zou hebben; alleen aan het begin van boek 5 zien de Trojanen wanneer zij wegvaren uit Carthago vuur oplaaien

459 qua Welke woordsoort?

461 me object bij egere (463)

461-2 quae subject bij het gezegde ire cogunt (nl. me)

462 sentus ruig, verwilderd

situs, us m vuil, schimmel

profundus diep

quire (queo), quivi kunnen

464 me subjectsaccusativus bij ferre

discessus, us m het weggaan, vertrek

465 sistere gradum zijn stap tot stilstand brengen, stil blijven

staan


aspectus, us m blik

subtrahere + dat onttrekken aan

466 fato ablativus te vertalen als: door de beschikking

van …


quod antecedent: extremum

adloqui spreken tot

467 ardens, entis brandend, laaiend (van woede)

torvus nors

torva bijwoordelijk

ardentem et torva tuentem te verbinden met animum

tueri kijken

468 lenire verzachten, milder stemmen

lenibat = leniebat; vertaal: hij deed zijn best te

verzachten

ciere opwekken, in beweging brengen

lacrimasque ciebat bij Dido of bij zichzelf (vergelijk 455: demisit

lacrimas)

469 solum grond, bodem

aversus afgewend, afgekeerd

470 vultum accusativus bij movetur ; vertaal: wat betreft..

471 silex, icis f steen

stet Verklaar het gebruik van de modus

Marpesius adi van de Marpessus

berg op het eiland Paros, met

Marmergroeven

Cautes, tis f rots

472 se corripere (io) wegsnellen

sese = se

refugere (io), refugi wegvluchten

473 nemus, nemoris n bos, woud

umbrifer, feri schaduwrijk

ubi T11


pristinus vorig, vroeger

473-4 respondere curis + dat iemands liefde beantwoorden

aequare evenaren

percutere (io), -cussi, -cussum hier metaforisch: hevig schokken

prosequi begeleiden; hier: met zijn blik volgen

476 miserari medelijden hebben met, beklagen


Aeneas vervolgt zijn weg 6.477-678

Na zijn ontmoeting met Dido komt Aeneas bij de helden die in de oorlog zijn gesneuveld. De Trojanen onder hen komen hem begroeten, de Grieken vluchten angstig voor hem weg. Ook de zoon van Priamus, Deiphobus, is daar, gruwelijk verminkt. Hij vertelt hoe hij tijdens de val van Troje verraden is door Helena, met wie hij, na de dood van zijn broer Paris, was getrouwd.

De Sibylle onderbreekt hun gesprek,want ze zijn aangekomen bij het punt, waar de weg zich splitst tussen de Tartarus en het Elysium. Aeneas is verbijsterd door de aanblik van de Tartarus en de geluiden die eruit opklinken: het is een enorme stad met driedubbele muren, waaromheen een brandende rivier stroomt die stukken rots meesleurt.
De Tartarus 6.548-607

Aeneas kijkt op en ziet plotseling links onder een steile wand

een geweldige stad, door driedubbele muren omgeven,

550 waar een razende stroom met verzengende vlammen omheenloopt,

de Phlegethon van de Tartarus, donderend rotsen voortrollend.

Vóór hem staat een machtige poort met massieve zuilen van staal

die geen menselijke kracht, zelfs geen hemelbewoner

in de oorlog zou kunnen verwoesten, een ijzeren toren

555 rijst op naar de lucht. In haar bloedige mantel

hoog opgeschort, zit daar Tisiphone, die dag en nacht wakend

de hal in het oog houdt. Gekreun was te horen

en wrede zweepslagen klonken en daarna het knarsen

van ijzer en slepende ketens. Aeneas bleef staan,

door het angstwekkend lawaai aan de grond vastgenageld.

560 ‘Wat is de aard van hun misdaad, vertel het mij, maagd.

Welke straffen kwellen hen hier? Vanwaar zo’n misbaar

in de lucht?’ Daarop ving de zieneres aan te spreken:

‘Beroemde leider van Troje, nooit mogen mensen die rein zijn

deze misdadige drempel betreden, maar eens toen Hecate

aan mij de leiding van het Hellewoud gaf, zette zij zelf

565 de goddelijke straffen uiteen en voerde me overal langs.

Rhadamathus van Cnossus beheerst dit meedogenloos rijk,

hij tuchtigt en hoort het bedrog en dwingt te bekennen

welke gepleegde vergrijpen men boven, verheugd

over loze misleiding, verschoof naar een latere dood.

570 Onmiddellijk springt wrekend, omgord met een gesel,

Tisiphone op de schuldigen los en ranselt hen af

en terwijl haar linkerhand dreigt met toornige slangen

roept ze de grimmige troep van haar zusters.

Dan pas, met huiveringwekkend gekras van de deurpen,

zwaait de vervloekte poort open. U ziet welk soort

575 wacht in de hal zit, welke gestalte de drempel bewaakt.

Met vijftig donkere, gapende muilen heeft binnen, nog woester,

de ontzettende Hydra haar plaats en daarna toont Tartarus zelf

zijn afgrond die tweemaal zover naar de schaduwen reikt

als men hoog in de lucht naar de hemelse Olympus opkijkt.

580 Daar kronkelen diep op de bodem de oeroude kinderen

van Aarde, het krachtige volk der Titanen, door bliksem geveld.

Daar zag ik ook beide zoons van Aloeus, reusachtige lichamen,

die met hun handen de machtige hemel probeerden te slopen

en Iuppiter zo uit zijn goddelijke rijk wilden stoten.

585 Ik zag ook Salmoneus zijn wrede straf ondergaan

waar hij Iuppiters vuur en het geluid van de Olympus nabootst.

Op een vierspan gezeten, een fakkel zwaaiend reed hij

in triomf door Griekse volken, dwars door de stad Elis,

en eiste hij goddelijke eer voor zich op, de dwaas

590 die donderwolken en de onnavolgbare bliksem

met brons en het hoefgetrappel van paarden verbeeldde

totdat de almachtige Vader door dichte wolken zijn wapen

wierp – bij hem geen spaanders of rokend toortslicht -

en hem met een razende rukwind tegen de grond sloeg.

595 Ook Tityos was daar te zien, het kind van Almoeder Aarde.

Drie hele hectaren beslaat zijn lijf en met kromme snavel

snoeit een reusachtige gier zijn onsterfelijke lever,

hij woelt voor zijn maal door een ingewand, rijk aan straf,

600 en huist daar diep in zijn borst, geen enkele rust wordt

de herlevende weefsels gegund. Waarom de Lapithen vermelden,

Ixion en Pirithous, van boven bedreigd door de donkere klei

die bijna, bijna gaat glijden en ogenschijnlijk al valt?

Gouden schragen schitteren aan hoge, feestelijke divans,

waar voor hun ogen een vorstelijk maal aangericht is,

605 de machtigste Wraakgeest ligt vlak naast de tafel,

belet dat een hand de gerechten aanraakt en komt

dreigend omhoog met haar fakkel en donderende stem.’


Ze vervolgen hun tocht naar het Elysium. Nadat Aeneas bij de ingang de gouden tak heeft geofferd aan Proserpina, betreden zij de groene streken, waarin zich allerlei personen bevinden die zich tijdens hun leven verdienstelijk hebben gemaakt. De ziener Musaeus wijst hun waar ze Anchises kunnen vinden.
Anchises 6.679-702

Vader Anchises was bezig de zielen te inspecteren

680 die in een diepe, groene vallei waren opgesteld

om vroeg of laat naar het levenslicht te vertrekken. Hij noteerde

nauwkeurig het aantal van al zijn dierbare nakomelingen,

hun toekomst en levenslot, hun karakter en hun prestaties.

Toen hij Aeneas over het gras naar zich toe zag rennen,

685 begon hij te stralen van blijdschap, strekte zijn beide armen,

tranen stroomden over zijn wangen, en hij zei vol ontroering:

‘Eindelijk ben je gekomen! Heeft de liefde die je vader verwachtte,

de moeizame tocht getrotseerd? Mijn zoon ik mag je gezicht

weer zien, een vertrouwde stem weer horen en laten horen?

690 Ik heb altijd gehoopt dat dit nog eens zou gebeuren,

ik heb de dagen geteld en ben niet in mijn liefde bedrogen.

Zoveel landen en zoveel zeeën als jij, naar ik hoorde,

hebt moeten bereizen! Zoveel gevaren als jij hebt doorstaan!

Wat ben ik bang geweest dat het Lybische rijk je zou schaden.’

695 ‘Vader,’ zei hij, ‘de droeve gedachte aan U, die dikwijls

mijn geest beheerste, heeft mij naar deze verblijfplaats gedreven.

De vloot ligt voor anker in de zee van Etrurië. Vader, reik mij,

reik mij Uw handen, onttrek U niet aan onze omhelzing.’

Bij deze woorden vloeiden de tranen over zijn wangen.

700 Driemaal heeft hij getracht hem in zijn armen te sluiten,

driemaal vergeefs; de schim gleed weg uit de greep van zijn handen

als een gevleugeld droombeeld of lichte zucht van een windvlaag.

Zielsverhuizing 6.703-751


Interea videt Aeneas in valle reducta

seclusum nemus et virgulta sonantia silvae,

705 Lethaeumque domos placidas qui praenatat amnem.

Hunc circum innumerae gentes populique volabant:

Ac veluti in pratis ubi apes aestate serena

floribus insidunt variis et candida circum

lilia funduntur strepit omnis murmure campus.

710 Horrescit visu subito causasque requirit

inscius Aeneas, quae sint ea flumina porro,

quive viri tanto complerint agmine ripas.

Tum pater Anchises: “Animae, quibus altera fato

corpora debentur, Lethaei ad fluminis undam

715 securos latices et longa oblivia potant.

Has equidem memorare tibi atque ostendere coram,

iampridem hanc prolem cupio enumerare meorum,

quo magis Italia mecum laetere reperta.”

“O pater, anne aliquas ad caelum hinc ire putandum est

720 sublimes animas, iterumque ad tarda reverti

corpora? Quae lucis miseris tam dira cupido?”

“Dicam equidem nec te suspensum, nate, tenebo”

suscipit Anchises atque ordine singula pandit.

Aantekeningen bij 703-723

NB! deze tekst vind je ook in DIDASKO

703 interea hier: dan

reductus afgelegen

704 secludere (o), seclusi, seclusum afzonderen

virgultum struik, geboomte

sonare ruisen

705 Lethaeus amnis de Lethe-rivier: rivier waaruit de schimmen

dronken om hun vorige bestaan te vergeten

praenatare + acc voorbijzwemmen, stromen langs

706 innumerus ontelbaar

volare vliegen, zweven

707 ac kan hier onvertaald blijven

veluti … ubi zoals wanneer

pratum weide

apis, apis f bij

serenus helder, stralend

708 insidere (o) + dat gaan zitten op

varius hier: veelkleurig, bont

709 lilium lelie

funduntur reflexief, vertaal: zich uitstorten

strepere (o) gonzen

murmur, murmuris n gezoem

710 horrescere (o) huiveren

visus, visus m aanblik

711-2 quae … quive = qualia … qualesve

711 ea flumine verwijst naar amnem (705)

porro in de verte

714 deberi (debeor) hier: verschuldigd zijn, bestemd zijn

715 latex, laticis m vocht, water

oblivium het vergeten

potare drinken

716 has vul aan: animas

memerare … ostendere afhankelijk van cupio (717)

coram adv met eigen ogen

717 iampridem al lang

proles, prolis f nageslacht

enumerare opsommen

718 laetere = laeteris

Italia … reperta ablativus absolutus

719 anne = an

caelum hier: bovenwereld

putandum est onpersoonlijk

720 sublimes proleptisch, vertaal: omhoog

721 dirus onzalig

722 suspensus gespannen, in spanning

723 suscipere (io) hier: hernemen
Loutering en wedergeboorte 6.724-751

‘Sinds het begin worden aarde en hemel, de vloeiende vlakte,

725 de glanzende bol van de maan en de reusachtige sterren

van binnen gevoed door een geestkracht die als bewustzijn de hele

wereld in al haar leden beweegt en zich mengt met haar lichaam.

Daaruit ontstond het geslacht van mensen, dieren en vogels

en van de monsters die onder de marmeren zeespiegel wonen.

730 Allen bezitten een vurige kracht – hun zaad heeft een hemelse

oorsprong – die door de kwalijke last van het lichaam vertraagd wordt

en door de stoffelijkheid en de sterfelijke leden verstompt raakt.

Daardoor voelen zij vrees en verlangen, droefheid en vreugde,

en zien niet de lucht vanuit hun blinde en duistere kerker.

735 Als op hun laatste dag het leven hen heeft verlaten,

verdwijnt evenwel niet iedere kwaal, niet iedere aardse

besmetting; het is immers niet te vermijden dat al wat langdurig

vergroeid is, op wonderbaarlijke wijze zich vast blijft hechten.

Zij worden daarom gestraft en boeten voor hun vergrijpen

740 uit het verleden. Sommige zielen hangen wijduit

in de wind te wapperen, bij anderen worden in snel stromend water

vuile vlekken verwijderd of weggebrand met een vuurstraal.

Zo ondergaat een ieder zijn lot, dan mogen wij

naar het wijde Elysium – een enkeling blijft in dit zalig domein –

745 totdat de lange duur van de tijd zijn kringloop voltooid heeft,

al het vergroeide vuil heeft verwijderd, ons hemels bewustzijn

heeft gelouterd tot zuivere, onbezoedelde vuurgloed.

Als zij de kringloop van duizend jaren hebben voltooid,

Dan worden al deze zielen door God naar de Lethe geroepen

750 om zonder herinnering terug te gaan naar het aardse domein

en wederom vol verlangen in een lichaam terug te keren.’
Toekomstige helden 6.752-87

Anchises wijst Aeneas verschillende zielen aan van Romeinen die nog geboren zullen worden; in de eerste plaats zijn eigen nakomelingen: de koningen van Alba Longa tot aan Romulus.


Augustus 6.788-807

“Huc geminas nunc flecte acies, hanc aspice gentem

Romanosque tuos. Hic Caesar et omnis Iuli

790 progenies magnum caeli ventura sub axem.

Hic vir, hic est, tibi quem promitti saepius audis,

Augustus Caesar, divi genus, aurea condet

saecula qui rursus Latio regnata per arva

Saturno quondam, super et Garamantas et Indos

795 proferet imperium; iacet extra sidera tellus,

extra anni solisque vias, ubi caelifer Atlas

axem umero torquet stellis ardentibus aptum.

Huius in adventum iam nunc et Caspia regna

responsis horrent divum et Maeotia tellus,

800 et septemgemini turbant trepida ostia Nili.

Nec vero Alcides tantum telluris obivit,

fixerit aeripedem cervam licet, aut Erymanthi

pacarit nemora et Lernam tremefecerit arcu;

nec qui pampineis victor iuga flectit habenis

805 Liber, agens celso Nysae de vertice tigres.

Et dubitamus adhuc virtutem extendere factis,

aut metus Ausonia prohibet consistere terra?

Aantekeningen bij 788 – 807

NB! deze tekst vind je ook in DIDASKO

788 geminus dubbel, tweevoudig, beide

acies, ei f (scherpe) blik, oog

789 Caesar Caesar Augustus niet Julius Caesar

Romanosque -que explicatief: namelijk

790 progenies, ei f nageslacht

ventura determineer deze vorm volledig

axis, is m (hemel)as, gewelf van de hemel

792 divus Na zijn dood was Caesar, de adoptiefvader

van Augustus, tot god verklaard.

genus, eris n hier: nakomeling, kind

793 qui Wat is het effect van de plaats van qui in

deze relatieve bijzin?

Wat is het antecendent?

Latio Welke naamval?

794 Saturno = a Saturno Tijdens het Gouden Tijdperk

heerste Saturnus in Latium, waarheen hij was gevlucht, nadat hij door Jupiter van de troon was gestoten.

super + acc over … heen, verder dan

Garamantes volk in het binnenland van Noord-Afrika,

onderworpen in 20 v. Chr.; hier Griekse accusativus

Indus Indiër

795 proferre uitbreiden, vergroten

796 caelifer de hemel dragend

797 umerus schouder

torquere laten draaien

stella ster

aptus + abl versierd, bezaaid met

798 in hier: in afwachting van

Caspius Caspisch

Caspia regna misschien een toespeling op een gezantschap uit Scythië naar Augustus in 25 v. Chr.

799 responsum orakel

Maeotia tellus de Krim

800 septemgeminus zevenvoudig

turbare onrustig zijn

trepidus verward, angstig

Nilus de Nijl

801 Alcides m de Alcide

nakomeling van Alcaseus = Hercules

obire, obii gaan naar, bezoeken, bereizen



hier: pf obivi

802 aripes, pedis bronsvoetig

cerva hinde

verwijzing naar het vangen van de Arcadische hinde

licet + coni ook al, hoewel

Erymanthus gebergte in het noordwesten van Arcadië;

Hercules doodde een vervaarlijk wild zwijn dat daar huishield

803 pacare, pacavi tot rust brengen

pacarit = pacaverit; welke modus?

nemus, oris n bos, woud

Lerna moeras in Argolis, waar de Hydra (enorme

waterslang) woonde, die door Hercules gedood werd

tremefacere (io) laten sidderen

arcus, us boog (als wapen)

804 qui antecedent: Liber

pampineus van wijnranken

iugum juk; hier pluralis: tweespan

habena teugel

805 Liber Romeinse naam voor Bacchus



Vóór zijn komst naar Griekenland trok hij

rond in India en andere oosterse landen, vandaar de tijgers voor zijn wagen.

celsus hoog

Nysa berg in India;

Vergelijk Bacchus’ andere naam Dionysos


tigris, is m/f tijger

806 extendere verspreiden

807 Ausonius Ausonisch, Italisch

consistere zich vestigen


Beroemde Romeinen 6.808-46

Anchises wijst Aeneas op de toekomstige koningen van Rome en een aantal belangrijke figuren uit de tijd van de republiek; tenslotte geeft hij zijn visie op de roeping van de Romeinen.


De roeping van Rome 6.847-53

Excudent alii spirantia mollius aera

(credo equidem), vivos ducent de marmore vultus,

orabunt causas melius, caelique meatus

850 describent radio et surgentia sidera dicent:

tu regere imperio populos, Romane, memento

(hae tibi erunt artes), pacique imponere morem,

parcere subiectis et debellare superbos.”



Aantekeningen bij 847-753

NB! deze tekst vind je ook in DIDASKO

847 excudere smeden, bewerken

alii bedoeld worden de Grieken

spirare blazen, ademen, leven

spirantia congrueert met …

vertaal: zodat het leeft

mollis hier: gevoelig

aes, aeris n brons

848 ducere de + abl hier: halen uit

marmor, is n marmer

vultus, us hier: gelaatstrekken

849 orare causam een pleidooi houden

meatus us beweging

850 describere tekenen

radius staafje

(waarmee men geometrische figuren in zand

tekende)

surgere hier : rijzen (van sterren)

dicere hier: beschrijven

851 memento imperativus van memini

852 ars, artis f vaardigheid

artes kwaliteiten

mos, moris m hier: wet

853 debellare temmen, op de knieën dwingen;



hier gebruikt in eufemistische zin; S13
Marcellus; vertrek uit de onderwereld 6.854-892

Anchises wijst nu op M. Claudius Marcellus, de generaal uit de tweede Punische Oorlog. Hij is in het gezelschap van een treurig kijkende jongeman en Aeneas vraagt wie dat is. Ook hij is een Marcellus, Augustus’ schoonzoon en beoogd opvolger, die zeer onlangs, in 23 v. Chr. is gestorven.


De poorten van de slaap 6. 893-901

Sunt geminae Somni portae, quarum altera fertur

cornea, qua veris facilis datur exitus umbris,

895 altera candenti perfecta nitens elephanto,

sed falsa ad caelum mittunt insomnia Manes.

His ubi tum natum Anchises unaque Sibyllam

prosequitur dictis portaque emittit eburna,

ille viam secat ad naves sociosque revisit.

900 Tum se ad Caietae recto fert litore portum.

Ancora de prora iacitur, stant litore puppes.


Aantekeningen bij 6.893-901

NB! deze tekst vind je ook in DIDASKO

893 fertur vul aan: esse

894 corneus hoornen, van hoorn

umbra hier: geestverschijning, droombeeld

895 cadere (blinkend) wit zijn

perficere (io), perfeci,

perfectum + abl hier: vervaardigen van

nitere glanzen

elephantus ivoor

896 sed vul aan: qua

caelum hier: bovenwereld

insomnium droom

Manes, Manium m pl (goden van) het dodenrijk

897 his bij: dictis (898): de instructies die Anchises


Aeneas in het voorafgaande heeft gegeven


898 emittere uitlaten

eburnus ivoren

899 secare hier: klieven, afleggen

revisere weer opzoeken

900 Caieta haven in Midden-Italië, genoemd naar

Aeneas’ voedster, die daar gestorven en begraven was

se ferre zich begeven

limes, limitis m pad, lijn

901 prora voorsteven

stare hier : liggen

puppis, puppis f achtersteven



--
1   2   3   4   5   6

  • Zielsverhuizing 6.703-751
  • Aantekeningen bij 703-723 NB! deze tekst vind je ook in DIDASKO
  • Aantekeningen bij 788 – 807 NB! deze tekst vind je ook in DIDASKO
  • Vergelijk Bacchus’ andere naam Dionysos
  • Aantekeningen bij 847-753 NB! deze tekst vind je ook in DIDASKO
  • NB! deze tekst vind je ook in DIDASKO
  • Aeneas in het voorafgaande heeft gegeven

  • Dovnload 223.28 Kb.