Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Algemeen handelsblad

Dovnload 405.37 Kb.

Algemeen handelsblad



Pagina6/7
Datum25.10.2017
Grootte405.37 Kb.

Dovnload 405.37 Kb.
1   2   3   4   5   6   7


8.3 Experts


The New York Times was sinds de oprichting een krant waarin ruimte was voor verschillende meningen. Ochs gaf in zijn tijd de brieven van lezers die het oneens waren met het standpunt van de krant vaak een opvallende plek in The New York Times. Vanaf 1970 werd de Op-ed pagina (‘Opposite the Editorial page’) opgenomen in The New York Times. Op de Op-ed pagina kregen experts de ruimte om hun mening over een bepaalde kwestie te geven. In het geval van de Pentagon Papers kwamen zowel voor- als tegenstanders van de publicatie aan het woord. In de maand na de eerste publicatie van de Pentagon Papers plaatste The New York Times 27 Op-eds van experts. Een aantal experts steunde The New York Times in haar beslissing de Pentagon Papers te publiceren. Zo schreef Rudolf Augstein, hoofdredacteur van het Duitse magazine Der Spiegel: “It seems to me the Government saw its own credibility in peril when it was disclosed how sneakily President Johnson had lied to the American nation. […] The war in Vietnam, which was planned so consequentially and craftily, does not allow itself to be continued any more. […] I wish The New York Times luck in its fight.”214 Ook Kurt Vonnegut Jr., schrijver van de beroemde oorlogsroman ‘Slaughterhouse-Five’, was het met The New York Times eens en had in zijn Op-ed geen goed woord over voor de Amerikaanse beleidsmakers. “Simply: we are torturers, and we once hoped to win in Indochina and anywhere because we had the most expensive torture instruments yet devised. […] Children talk about tortures a lot. They often make up what they hope are new ones. […] But children believe that pain is an effective way of controlling people, which it isn’t – except in a localized, short-term sense. They believe that pain can change minds, which it can’t. Now the secret Pentagon history reveals that plenty of high-powered American adults think so, too, some of the college professors. Shame on them for their ignorance.”215 Verschillende experts lieten in een Op-ed echter een tegengeluid horen. Generaal Maxwell D. Taylor, ambassadeur in Vietnam in 1964-1965 en ‘special consultant’ van President Johnson maakte op 23 juni gebruik van de mogelijkheid om zijn visie op de publicatie van de Pentagon Papers - die haaks stond op de visie van The New York Times - te verduidelijken. “I am grateful to The Times for affording me this opportunity to explain why I think the action of the paper in publishing selected portions of the highly classified Gelb study was contrary to the national interest”, begon Taylor. Daarna vatte hij zijn mening over de publicatie van de Pentagon Papers samen: “In brief, my position is that this action contributes to further misunderstanding and confusion regarding the events portrayed, tends to impair the working of the foreign policy process and adds to the disunity which is already undermining our strength as a nation”.216 Ook Barry Goldwater, senator van Arizona en Republikeinse Presidentskandidaat in 1964, kreeg de ruimte om zijn mening over het handelen van The New York Times te spuien: “The laws governing classification of Government papers were enacted to protect the majority of our people. They were not designed, as we have been led to believe in some cases, to thwart the journalistic enterprise of The New York Times, The Washington Post or anyone else who deals in the publication of information for public consumption”.217

Naast de experts van de Op-eds maakte The New York Times een keer gebruik van de Amerikaanse columnist Joseph Kraft, een voormalig speechschrijver van John F. Kennedy die Ellsberg goed kende. Kraft schetste het karakter van Ellsberg in een artikel in The Week in Review van 4 juli.218 Hij legde uit dat Ellsberg een steeds grotere drang voelde zich te verzetten tegen de Vietnamoorlog. Uiteindelijk leidde die drang volgens Kraft tot het lekken van de Pentagon Papers aan de pers. Ook NRC Handelsblad droeg Kraft als expert aan en plaatste op 12 juli een column van Kraft met dezelfde strekking als het column in The New York Times van 4 juli. Trouw en Het Parool maakten in de periode van de Pentagon Papers geen gebruik van experts.




9. Conclusie

De nieuwsberichtgeving kwam ten tijde van de drie onderzochte keerpunten in de Vietnamoorlog inhoudelijk veelal overeen in The New York Times, Trouw, Het Parool en Algemeen Handelsblad. De vier onderzochte kranten schreven in de nieuwsberichten overwegend objectief over de Vietnamkwestie en feiten en meningen werden duidelijk gescheiden. Een belangrijke reden voor de overeenkomstige berichtgeving was het gebruik van dezelfde bronnen, met name de persbureaus. Een enkele keer was op te merken dat Trouw en Het Parool de interpretatie van de lezer meer stuurden dan The New York Times en Algemeen Handelsblad.Het meest tekenende voorbeeld is de berichtgeving over de uitspraken van Vietnam-arts Vennema.

Er waren in de nieuwsberichtgeving tussen de vier kranten een aantal kleine verschillen. The New York Times schreef aanzienlijk meer nieuwsberichten vergeleken met de drie Nederlandse kranten (figuur 1) en berichten in The New York Times waren vaak gedetailleerder geschreven. Dit kwam doordat The New York Times naast informatie van persbureaus, ook beschikking had over informatie van eigen correspondenten ter plaatse. Natuurlijk ging de Vietnamoorlog ook in de eerste plaats Amerika en dus The New York Times aan. The New York Times en Algemeen Handelsblad vielen in hun nieuwsberichtgeving op door een internationale focus. The New York Times liet in haar nieuwsberichten meer dan de andere drie kranten merken loyaal te zijn aan Amerika door de Noord-Vietnamezen steevast te betitelen als “enemy” of “foe”. Trouw had als enige krant oog voor het christelijke geloof in de oorlog en liet als enige krant in een artikel haar politieke voorkeur doorschemeren.

Net zoals dat het geval was bij de nieuwsberichten, verschenen in The New York Times verreweg de meeste commentaren en analyses in de periode van de drie onderzochte keerpunten (figuur 2). Uit deze kwantitatieve analyse komt verder naar voren dat vooral ten tijde van de publicatie van de Pentagon Papers de Nederlandse kranten in verhouding tot The New York Times weinig commentaren en analyses publiceerden. Ook wordt duidelijk dat Algemeen Handelsblad van de Nederlandse kranten beduidend meer commentaren en analyses plaatste. De verschillen tussen de commentaren en analyses van de vier kranten waren duidelijk groter dan de verschillen in de nieuwsberichtgeving. The New York Times publiceerde veelal kritische commentaren ten opzichte van het Amerikaanse Vietnambeleid op haar ‘editorial page’. Deze kritische houding werd sterker geprofileerd naarmate de oorlog voortduurde. Columns van gerenommeerde redacteuren ondersteunden vaak de visie beschreven in de commentaren op de ‘editorial page’, maar regelmatig lieten redacteuren als Reston, Wicker en Lewis op deze plaats hun afwijkende mening horen. Algemeen Handelsblad leek op The New York Times als het ging om ruimte voor verschillende meningen. Opmerkelijk was dat de hoofdredacteur van Algemeen Handelsblad, Hofland, de Amerikanen langer steunde dan adjunct-hoofdredacteur Spoor. Beide visies vonden hun plaats in de krant. Onder streng toezicht van hoofdredacteur Sandberg liet Het Parool, ook na het kantelen van de publieke opinie over Vietnam, in haar commentaren en analyses merken pal achter Amerika te blijven staan. Pas na publicatie van de Pentagon Papers, en na de komst van Van ’t Veer, werd er voor het eerst kritisch over het Amerikaanse Vietnambeleid geschreven. Sandberg was toch gezwicht voor het idee dat zélfs de Amerikanen een foute oorlog konden vechten. Trouw was van oorsprong net als Het Parool een verzetskrant die Amerika steunde. Waar Het Parool het pro-Amerikaanse standpunt lang bleef aanhangen veroordeelde Trouw de oorlog al snel. Trouw deed dit, vanuit de activistisch-progressieve koers die het was ingeslagen na de omslag van Bruins Slot, in stevige bewoordingen. De verschillen tussen de vier kranten aangaande het standpunt ten aanzien van Vietnam werden minder uitgesproken naar het einde van de oorlog toe. Na het verschijnen van de Pentagon Papers in 1971 waren alle kranten uitgesproken kritisch over het Amerikaanse Vietnambeleid.

Een interessante vraag is of The New York Times als Amerikaanse krant die zowel emotioneel als fysiek dichtbij het vuur zat, invloed had op de berichtgeving in de Nederlandse kranten. Hoewel dit onderzoek niet was opgezet om een dergelijke relatie te analyseren, zijn er op basis van dit onderzoek zeker aanwijzingen dat The New York Times de berichtgeving van de Nederlandse kranten beïnvloedde. Het Parool maakte gebruik van de nieuws-en featuredienst van The New York Times waardoor de krant beschikking had over informatie van correspondenten van The New York Times. Het Parool kocht tevens artikelen van vooraanstaande redacteuren van The New York Times. Het Algemeen Handelsblad citeerde redacteuren van The New York Times en reflecteerde hierop. De relatie tussen Trouw en The New York Times lijkt minder duidelijk, al leek een enkel commentaar wel erg veel op commentaar in The New York Times wat het erg waarschijnlijk maakt dat ook Trouw wel inspiratie opdeed uit The New York Times.

The New York Times had in de jaren zestig en zeventig een grote voorbeeldfunctie voor de wereldwijde pers. Mogelijk heeft deze status van The New York Times en haar redacteuren geleid tot beïnvloeding van de berichtgeving in Trouw, Het Parool en Algemeen Handelsblad. Volgens Spoor keken de redacteuren bij Algemeen Handelsblad (en later NRC Handelsblad) op tegen de grote internationale kwaliteitskranten als The New York Times. “Een man als Reston werd gezien als een soort orakel”, aldus Spoor. De redacteuren van Het Parool hadden de sterreporters van The New York Times ook hoog zitten volgens Vlaskamp. “Bij de redacteuren leefde een gevoel van minderwaardigheid tegenover de collega’s van de grote Amerikaanse kranten. Men zou zich toch niet kunnen meten met bijvoorbeeld The New York Times [qua berichtgeving over Vietnam]. […] Alle redacteuren geven hoog op van de betrouwbaarheid van The Times . Zij hanteerden de nieuwsdienst van The New York Times als een soort zeef voor de berichten van de (volgens hen vaak onbetrouwbare) persbureaus. Iets was pas echt juist als The Times het ook schreef.”219

Dat de Vietnamoorlog een grote impact had in Amerika maar ook in Nederland, is af te lezen aan het grote aantal nieuwsberichten en commentaren in The New York Times, Trouw, Het Parool en Algemeen Handelsblad. Een analyse van de inhoud van de berichtgeving in de vier kranten laat zien dat zij elk een verschillende invalshoek hadden, voortkomend uit de redactionele structuur en oorsprong van de kranten. De kranten berichtten veelal op een opvallend uitgesproken of wisselende wijze. Zo werd de Vietnamoorlog niet alleen een belangrijke gebeurtenis in de wereldgeschiedenis, maar ook in de geschiedenis van de vier onderzochte kranten.



10. Figuren

Figuur 1: Absolute aantallen nieuwsberichten



Figuur 2: Absolute aantallen commentaren & analyses




1   2   3   4   5   6   7

  • 9. Conclusie
  • 10. Figuren

  • Dovnload 405.37 Kb.