Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Algemeen Protocol voor transporteur/chauffeur bij transport en laden en lossen ter voorkoming van besmetting met pathogene virussen zoals Afrikaanse Varkenspest (avp)

Dovnload 45.87 Kb.

Algemeen Protocol voor transporteur/chauffeur bij transport en laden en lossen ter voorkoming van besmetting met pathogene virussen zoals Afrikaanse Varkenspest (avp)



Datum14.06.2018
Grootte45.87 Kb.

Dovnload 45.87 Kb.


Algemeen Protocol voor transporteur/chauffeur bij transport en laden en lossen ter voorkoming van besmetting met pathogene virussen zoals Afrikaanse Varkenspest (AVP)
Voorwoord

De Afrikaanse Varkenspest (AVP) is bij zeker 30 wilde zwijnen in Tsjechië aangetoond. Langzaam komt de AVP steeds dichterbij. Zoals bekend is AVP zeer besmettelijk en is er geen vaccin tegen beschikbaar.


Besmettingsroutes AVP

Een varken/wild zwijn kan op verschillende manieren worden besmet:




  • Via direct contact met een besmet dier.

  • Via het voer, bijvoorbeeld via keukenafval en etensresten die onverhitte vleesresten van besmette dieren bevatten of daarmee in aanraking zijn geweest. Het gebruik van keukenafval om varkens te voeren is binnen de EU verboden. Andere mogelijkheden van besmetting via voedsel zijn via besmet slachtafval of via het, in besmette gebieden laten liggen van geschoten wilde zwijnen.

  • Via materialen (laarzen, autobanden) die besmeurd zijn met virushoudend materiaal. Vooral bloed van besmette dieren vormt daarbij een risico.

  • Via een tekenbeet door een met virus besmette Ornithodoros teek. Deze tekensoort is vooralsnog niet in Midden- en Noord-Europa aangetroffen, wel in Spanje en de Kaukasus.



Dubbele Reiniging en Ontsmetting voor veewagens die ten oosten van Duitsland en ten noorden en oosten van Oostenrijk zijn geweest

De verplichting tot dubbele reiniging en ontsmetting (R en O)van vrachtwagens die terugkeren vanuit verdacht AVP gebied is in principe alleen van toepassing bij uitbraken van dierziekten bij gehouden dieren. Ondanks dat er geen sprake is van een uitbraak bij gehouden dieren in Tsjechië willen we toch dat de procedures van een dubbele R en O van kracht worden. Dit als reactie op de recente verdere verspreiding buiten Polen en de Baltische staten waar wel gehouden dieren zijn besmet. Wij doen een dringende oproep tot een dubbele R en O voor alle veewagens die ten oosten van Duitsland en ten oosten en noorden van Oostenrijk zijn geweest.



Daarnaast blijft het uiterst belangrijk om te allen tijde goede hygiënemaatregelen in acht te nemen en verdenkingen die zouden kunnen wijzen op een besmetting met AVP onmiddellijk te melden bij de NVWA.
Vervoermiddel

  • De transporteur/chauffeur zorgt ervoor dat het vervoermiddel grondig gereinigd en ontsmet is. Dit dient direct na aflevering van de dieren plaats te vinden. Mocht dit niet ter plaatse adequaat mogelijk zijn zorgt de transporteur/chauffeur ervoor dat dit direct op de dichtstbijzijnde R&O locatie uitgevoerd wordt.

  • De R&O-registratie en aftekening van de laatste reiniging en ontsmetting is aanwezig in het vervoermiddel, in het R&O boekje behorend bij het vervoermiddel.


Laden op een bedrijf

  • De chauffeur volgt strikt het bezoekersprotocol van het laadadres.

  • De chauffeur draagt bedrijfseigen kleding (of wegwerpoverall) en schoeisel van het laadadres bij het laden; Concreet: vóór aanvang laden trekt de chauffeur bedrijfskleding aan.

  • De handen worden vóór het begin van het laden met water en zeep gewassen.

  • Zowel de chauffeur als het vervoermiddel komen niet in, dan wel in contact met, de stal: de chauffeur blijft bij het laden bij/op de laadklep en neemt de dieren bij de klep over van de houder.

  • De chauffeur trekt de (wegwerp-)overall en schoeisel direct na laden uit. Indien van toepassing wordt de overall weggegooid in een daarvoor bestemde bak vóórdat de chauffeur de cabine van het vervoermiddel in gaat.

  • Na het laden en uittrekken van de bedrijfseigen kleding wast de chauffeur zijn handen voor vertrek opnieuw met water en zeep, zodat hij met schone handen de bestuurderscabine betreedt.

  • De chauffeur zorgt ervoor dat het schoeisel dat hij in de cabine draagt niet hetzelfde schoeisel is als wat op het bedrijfsterrein gedragen is.

  • Bij het verlaten van het erf van het laadadres, worden de wielen en wielkassen gereinigd en ontsmet.


De rit

  • De chauffeur rijdt, eventueel via een tweede laadadres indien het een combinatie van voorwagen en aanhanger betreft, rechtstreeks naar het losadres.

  • De combinatie komt tijdens de rit niet op een ander bedrijf tenzij één vervoerseenheid (de voorwagen) elders geladen moet worden. In dat laatste geval wordt de reeds geladen aanhanger tijdelijk geparkeerd op een geschikte openbare plaats, en na laden van de voorwagen op het tweede adres, weer aangehaakt.


Lossen op een bedrijf

  • De chauffeur volgt strikt het bezoekersprotocol van het losadres.

  • De chauffeur draagt bedrijfseigen kleding (of wegwerpoverall) en schoeisel van het losadres bij het lossen; Concreet: vóór aanvang lossen trekt de chauffeur bedrijfskleding aan.

  • De handen worden vóór het begin van het lossen met water en zeep gewassen;

  • Zowel de chauffeur als het vervoermiddel komen niet in, dan wel in contact met, de stal: de chauffeur blijft bij het lossen bij/op de laadklep en geeft de varkens direct na de klep over aan de varkenshouder.

  • Direct na het lossen wast de chauffeur zijn handen met water en zeep.

  • Direct na het lossen wordt de wagen gereinigd en ontsmet volgens het geldende protocol R&O veewagens (R&O op bedrijf).

  • Direct na reinigen en ontsmetten trekt chauffeur de (wegwerp-)overall en schoeisel uit. Indien van toepassing wordt de overall weggegooid in een daarvoor bestemde bak vóórdat de chauffeur de cabine van het vervoermiddel in gaat.

  • Na het uittrekken van de bedrijfseigen kleding wast de chauffeur zijn handen voor vertrek opnieuw met water en zeep, zodat hij met schone handen de bestuurderscabine betreedt.

  • De chauffeur zorgt ervoor dat het schoeisel dat hij in de cabine draagt niet hetzelfde schoeisel is als wat op het bedrijfsterrein gedragen is.

  • Bij het verlaten van het erf van het laadadres, worden de wielen en wielkassen gereinigd en ontsmet.

  • In geval het laadadres en/of losadres een bedrijf is in AVP verdacht gebied, wordt het vervoermiddel na verlaten van het losadres direct gereinigd en ontsmet op een erkende R&O plaats.

  • In het geval het losadres van dieren in AVP verdacht gebied ligt, wordt het vervoermiddel na lossen en reinigen en ontsmetten op het losadres, vervolgens gereinigd en ontsmet op de dichtstbijzijnde erkende R&O plaats.


Lossen op een verzamelcentrum of slachterij

  • De chauffeur volgt strikt het hygiëneprotocol van het verzamelcentrum of slachterij.

  • De chauffeur draagt een eigen schone (wegwerp)overall en eigen, schoon schoeisel bij het lossen; Concreet: vóór aanvang lossen trekt de chauffeur overall en schoeisel aan.

  • Zowel de chauffeur als het vervoermiddel komen niet in de stal waar de dieren opgevangen worden. De veewagen wordt aansluitend aan het losbordes of de losruimte gezet zodat de dieren van de klep het bordes / losruimte inlopen: de chauffeur blijft bij het lossen bij/op de laadklep en geeft de dieren direct na de klep over aan de medewerkers van de slachterij of exportverzamelplaats.

  • Direct na het lossen wast de chauffeur zijn handen met water en zeep.

  • Direct na het lossen wordt de wagen gereinigd en ontsmet op de (erkende) R&O plaats van de slachterij c.q. exportverzamelplaats, volgens het geldende protocol R&O veewagens (R&O op erkende R&O plaats).

  • Direct na reinigen en ontsmetten trekt chauffeur de (wegwerp-)overall en schoeisel uit. Indien van toepassing wordt de overall weggegooid in een daarvoor bestemde bak vóórdat de chauffeur de cabine van het vervoermiddel in gaat.

  • Eigen werkkleding wordt opgeborgen in de veewagen, niet in de bestuurderscabine. Indien eigen schoeisel, wordt dit vóór opbergen gereinigd en ontsmet.

  • Na het uittrekken van de werkkleding wast de chauffeur zijn handen voor vertrek opnieuw met water en zeep, zodat hij met schone handen de bestuurderscabine betreedt.

  • De chauffeur zorgt ervoor dat het schoeisel dat hij in de cabine draagt niet hetzelfde schoeisel is als wat op het bedrijfsterrein van de slachterij of exportverzamelplaats gedragen is.

  • In geval op de (buitenlandse) slachterij onvoldoende gereinigd en ontsmet kan worden, volgt een reiniging en ontsmetting op een erkende R&O plaats in Nederland voordat op een Nederlands bedrijf dieren worden geladen.

Protocol R&O Veewagens



Reinigingsvoorschriften:
Algemeen

  • De reiniging vindt systematisch plaats in een logische volgorde van handelingen, waarbij van boven naar beneden en van binnen naar buiten wordt gewerkt. NB ! Desinfectie dat volgt op reiniging werkt veel effectiever indien reiniging adequaat heeft plaatsgevonden.

  • De reiniging geschiedt op adequate wijze. Hieraan wordt voldoende tijd besteed.


Specifiek:

  • Een adequate reiniging bestaat opeenvolgend uit de volgende handelingen:

    • Verwijdering van aanwezig grof vuil, zoals mest, strooisel en eventuele voerresten; binnen- en buitenkant.

    • Losweken van aanwezig fijner vuil of vet, bij voorkeur door het aanbrengen van reinigingsmiddel op alle oppervlakken; binnen- en buitenkant.

    • Verwijdering van losgeweekte vuil- en vetdeeltjes en het reinigingsmiddel door middel van afspoeling van alle oppervlakken met water; binnen- en buitenkant.

  • Alle verwijderbare voorwerpen die bij het vervoermiddel behoren, worden verwijderd en apart gereinigd.

  • Alle losse gebruiksvoorwerpen die bij het vervoermiddel behoren, alsmede matten in de cabine voor de chauffeur of eventuele bijrijders worden apart gereinigd.

  • De cabine wordt gereinigd, met inbegrip van de pedalen, de cabinevloer en de bedieningsinstrumenten die in contact komen met de chauffeur of eventuele bijrijders.


Ontsmettingsvoorschriften:
Algemeen:

  • De ontsmetting vindt pas plaats, nadat de reiniging op adequate wijze is geschied en alle vuil- en vetresten verwijderd zijn; binnen- en buitenkant.

  • Vóór het aanbrengen van het ontsmettingsmiddel wordt overtollig water zoveel mogelijk verwijderd.

  • De ontsmetting geschiedt met voor dat doel op grond van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden toegelaten ontsmettingsmiddelen. (Zie Overzicht Toegelaten Middelen met Antivirale werking.)

  • Ieder ontsmettingsmiddel dat wordt gebruikt, wordt gebruikt overeenkomstig de bijbehorende gebruiksaanwijzing;

  • De persoonlijke bescherming van bij de ontsmetting aanwezige personen wordt strikt in acht genomen.

  • De ontsmetting vindt systematisch plaats in een logische volgorde van handelingen waarbij van boven naar beneden en van binnen naar buiten wordt gewerkt; binnen- en buitenkant.


Specifiek:

  • De ontsmettingsoplossing wordt op de te ontsmetten oppervlakken aangebracht op zodanige wijze dat alle oppervlakken van het vervoermiddel worden bevochtigd.

  • Alle verwijderbare voorwerpen die bij het vervoermiddel behoren, worden verwijderd en apart ontsmet.

  • Alle losse gebruiksvoorwerpen die bij het vervoermiddel behoren, alsmede matten in de cabine voor de chauffeur en eventuele bijrijders worden apart ontsmet.

  • Na de benodigde inwerktijd worden, voor zover de gebruiksvoorschriften bij het toegepaste ontsmettingsmiddel zulks in verband met de veiligheid van mens of dier voorschrijft, de oppervlakken afgespoten met water, op zodanige wijze dat geen ontsmettingsmiddel achterblijft op oppervlakken waarmee dieren in aanraking kunnen komen of op oppervlakken van waar mogelijk achterblijvend ontsmettingsmiddel terecht kan komen op oppervlakken waarmee dieren in aanraking kunnen komen.

Nadat het reiniging- en ontsmettingsproces is doorlopen dient deze vermeld te worden in het R&O-boekje behorend bij het veetransportmiddel, en afgetekend te worden. Deze aftekening geschiedt door eigenaar van R&O op een bedrijf, of door de beheerder van de erkende R&O-plaats op een verzamelcentrum, slachterij, of vrijstaande R&O plaats.


Aanvulling Buitenland

Vrachtwagens die direct na lossen van dieren niet ter plaatse R&O (kunnen) uitvoeren op een erkende R&O plaats, dienen eerst op de dichtstbijzijnde erkende R&O plaats te reinigen en ontsmetten. Tevens wordt ernstig geadviseerd om in Nederland een tweede R&O uit te voeren alvorens op een bedrijf weer dieren te laden. De reiniging en ontsmetting geschiedt conform de procedure zoals hierboven beschreven.


Overzicht van toegelaten middelen voor transportmiddelen voor dieren met virusclaim
Middel Toelatingsnr
P3 Incidin 07 11301 N

MS Megades 11948 N

Halamid-d 8241 N

Actisan-5 L 8960 N

DeLaval chloortabletten 10662 N

Suma Tab D4 7321 N

APESIN CHLORINE TABLETS 13430 N

P3-ansep chloortabletten 6377 N

Desbest 300 13491 N

P3-incidin 03 8688 N

MS MACRODES 11965 N

Proxydis 14553 N

P3 Incidin 05 10072 N

INO DA 12191 N



Zal Perax II 11950 N

D 50 11920 N

  • Algemeen Protocol voor transporteur/chauffeur bij transport en laden en lossen ter voorkoming van besmetting met pathogene virussen zoals Afrikaanse Varkenspest (AVP) Voorwoord
  • Dubbele Reiniging en Ontsmetting voor veewagens die ten oosten van Duitsland en ten noorden en oosten van Oostenrijk zijn geweest
  • Lossen op een verzamelcentrum of slachterij
  • Protocol RO Veewagens
  • Ontsmettingsvoorschriften
  • Zie Overzicht Toegelaten Middelen met Antivirale werking.)
  • Overzicht van toegelaten middelen voor transportmiddelen voor dieren met virusclaim Middel Toelatingsnr

  • Dovnload 45.87 Kb.