Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Algemene eindterm

Dovnload 1.29 Mb.

Algemene eindterm



Pagina1/27
Datum17.09.2018
Grootte1.29 Mb.

Dovnload 1.29 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   27

Fiche 1 : Koorts




ALGEMENE EINDTERM

De hibo is in staat de oorzaken van koorts te benoemen, zelfstandig een adequaat diagnostisch en therapeutisch beleid uit te voeren, en op indicatie te verwijzen.




SPECIFIEKE EINDTERMEN

Kennis

De hibo is in staat te benoemen:



  • de belangrijkste oorzaken van koorts

  • de mogelijke betekenis van koorts in de verschillende leeftijdsgroepen

  • de alarmsymptomen bij kinderen en volwassenen met koorts

  • het beleid bij een kind met koortsconvulsies

  • de criteria voor telefonisch advies bij kinderen met koorts

Vaardigheden

De hibo is in staat:



  • voorgeschiedenis en risicofactoren bij de diagnostiek te betrekken

  • symptomen specifiek voor een ernstige infectie te herkennen, namelijk nekstijfheid, tachypnoe, verminderde capillaire refill, bewustzijnsvermindering

  • de aanwezigheid van ernstige infectie uit te sluiten

  • gestoord bewustzijn te beoordelen

  • de hydratietoestand te beoordelen

  • een kind met verdenking op een ernstige infectie op gepaste manier te verwijzen in veilige omstandigheden

  • werkzame medicamenteuze en/of niet-medicamenteuze adviezen te geven

Attitude

-Temperatuur is een belangrijke bedside parameter

Koorts, zeker bij kleine kinderen, maakt patiënt -of de ouders- ongerust

-Duidelijke beleidsafspraken maken voor de behandeling en de opvolging, desnoods op papier zetten.




Tips voor het bereiken van de eindtermen van dit toetselement


Aandachtspunten voor het onderwijs

  • oog hebben voor de ongerustheid die een rol speelt bij ouders van een kind met koorts en hierop adequaat reageren

- tijdig herkennen van ernstige aandoeningen met koorts (sepsis, meningitis, pneumonie, bronchiolitis, pyelonefritis,) en de verwikkelingen (uitdroging, convulsies)

  • voorlichting over natuurlijk beloop, tekenen van verslechtering en alarmsymptomen

  • de plaats van koortswerende medicatie en niet-medicamenteuze adviezen




Literatuur en Links

  • NHG-Standaard Kinderen met koorts

  • NICE richtlijn over kinderen met koorts (2007)

  • Van den Bruel et al. The diagnosis of serious infections in children in primary care. BJGP 2007

ICPC-codes toetselement: A03

ICPC-codes gerelateerd aan dit toetselement: A02, A72-78, N07.1

Laatste versie: Fiche ICHO met commentaar 25-10-07 KS 31.10.07



ROL MEDISCH EXPERT

Fiche 2 : Moeheid

Commentaar van Janique Lobbestael (JLB) Paul De Cort (PDC) en Luc Debaene (LD)

ALGEMENE EINDTERM

De hibo is in staat de oorzaken van moeheid te benoemen, zelfstandig een adequaat diagnostisch en therapeutisch beleid uit te voeren, en op indicatie te verwijzen.




SPECIFIEKE EINDTERMEN

Kennis

De hibo is in staat



  • de meest voorkomende psychische en somatische oorzaken van moeheid te benoemen

  • fasen van moeheid te onderscheiden : het landschap van de klacht moeheid die korter duurt dan 1 maand (akuut) 2-6 maanden (subakuut)en langer dan 6 maanden(chronisch)

  • de voorkans van elk van deze oorzaken in de huisartsenpraktijk

  • de besliskundige strategieën te benoemen om elk van deze diagnoses aan te tonen of uit te sluiten een getrapt beleid uit te stippelen, vooral bij afwezigheid van duidelijke klachten

  • de criteria voor het chronische vermoeidheidssyndroom te benoemen (JLB)

Vaardigheden

De hibo is in staat:



  • voorgeschiedenis, leeftijd, geslacht en risicofactoren bij de diagnostiek te betrekken

  • bij de anamnese te vragen naar de mogelijke invloed van de directe leefomgeving (gezin, school, werk) bij de diagno­stiek te betrekken

  • multicausale resp. psychische / sociale problematiek te herkennen

  • verkorte vermoeidheidsvragenlijst te gebruiken(VVV) http://dare.uva.nl/document/23923

  • het biopsychosociale model als diagnostisch-therapeutisch kader te gebruiken

  • het specifieke gesprek met de chronisch vermoeide patiënt te voeren

  • bijkomende lichamelijke klachten te interpreteren

  • zo nodig bijkomende onderzoeken te plannen. In het bijzonder een evidence-based verantwoorde labo-screening uit te voeren

  • na te gaan of er een gemaskeerde oorzaak van moeheid bestaat, met name bij ouderen

  • een beleid te voeren als er geen medisch-lichamelijke oorzaak voor de klachten wordt gevonden

  • indien geïndiceerd, werkzame medicamenteuze en/of niet-medicamenteuze adviezen te geven.

Attitude

  • aandacht voor het multifactoriële karakter van de klacht moeheid

  • aandacht voor de impact op de ADL en levenskwaliteit van de patiënt en zijn omgeving

  • bereidheid tot herevaluatie als klacht blijft bestaan




Tips voor het bereiken van de eindtermen van dit toetselement

Bespreek met je opleiders de patiënten met vermoeidheidsklachten bij wie je beleidsproblemen hebt.



file:///C:/WINDOWS/Temporary%20Internet%20Files/Content.IE5/RV6B5XWF/presentatie_moorkens%5B1%5D.ppt#290,35,Chronisch moe

Aandachtspunten voor het onderwijs

  • terughoudend beleid ten aanzien van aanvullende diagnostiek uitgezonderd voor bejaarden

  • terughoudend beleid ten aanzien van medicamenteuze oplossingen voor lichamelijk onverklaarde klachten

  • moeheid benaderen als een serieus gezondheidsprobleem met een belangrijke impact op het leven van de patiënt

  • Moeheid is vaak een symptoomdiagnose en heeft in veel gevallen een multifactoriële oorzaak

  • Specifieke communicatiemodellen en gedragstherapie voor huisartsen (

Literatuur en Links

  • NHG-Standaard Bloedonderzoek

  • Kenter EGH, Okkes IM, Oskam SK and Lamberts H.Tiredness in Dutch family practice.; Data on patients complaining of and/or diagnosed with’ tirednedness ‘.Family Practice 2003;20:434-440

  • ABC of psychosocial medicine: fatigue. BMJ 2002;325:48-483

  • Godwin M, Delva D, Miller K et al. Investigating fatigue of less than 6 months’ duration. Guidelines for family physicians. Can Fam Physician. 1999 Feb; 45: 373-9

  • Mark H; Ebell. What is a reasonable initial approach to the patient with fatigue?The journal of family practice. jan 2001. Vol 50, No.1

  • Handboek Somatisatie, lichamelijk onverklaarde klachten in de eerste en de tweede lijn. Christina van der Feltz-Cornelis en Henriëtte van der Horst; Hoofdstuk 6:de chronisch vermoeide patiënt

  • Psychosomatische revalidatie: leren omgaan met chronisch vermoeidheid en pijn. B Van Houdenhoven, T v Geneesk. 1999;55.

  • Verkorte vermoeidheidsvragenlijst: een praktisch hulpmiddel bij het scoren van vermeoidheid. M Alberts. Ned Tijdschr Geneesk 1997;141:1526-30.

  • Moeheid. H De Vries, Huisarts en Wetenschap, 2002;45:27-31

  • Wettelijke regelingen in verband met patiënten lijdend aan het CV syndroom: http://www.rizif.be/care/nl/doctors/cvs/cvs00.asp.

  • Diagnostiek van alledaagse klachten I. TOH de Jongh, H de Vries, HGLM Grundmeijer.Bohn Stafleu Van Loghum Houtem/Diegem 2002 p 183



ICPC-codes Toetselement: A04


ICPC-codes gerelateerd aan dit toetselement: B80-82, P76, P78, sociale problemen


Laatste versie: Fiche ICHO met commentaar KS 16.01.2008 E21.03.2010



Medisch expert : Fiche 3 : Kleine ongemakken in de huisartsenpraktijk




ALGEMENE EINDTERM

De haio is in staat voor de kleine ongemakken een diagnose te stellen en een therapeutisch beleid te voeren in samenspraak met de patiënt.




SPECIFIEKE EINDTERMEN

Kennis

De haio kent en is in staat te benoemen : (de kleine ongemakken oplijsten? Riekende adem(halitose), stinkende winden (flatulentie), overmatig zweten en lijfreuk, snurken, ingroeiende teennagels,…)



Vaardigheden

De haio is in staat :

- waar nodig een differentiaaldiagnostisch beleid te voeren

- de klacht naar de patiënt te duiden en een behandelingsaanpak voor te stellen



Attitude

De haio heeft aandacht voor volgende attitudes :

- kleine ongemakken kunnen zeer vervelend zijn voor de patiënt

- aandacht voor psychosociale gevolgen van de klacht



Tips voor het bereiken van de eindtermen van dit toetselement


Aandachtspunten voor het onderwijs


Literatuur en Links


ICPC-codes Toetselement : A09

ICPC-codes gerelateerd aan dit toetselement : A29



ROL: MEDISCH EXPERT

Fiche 4 : Pijnbestrijding




ALGEMENE EINDTERM

De hibo is in staat de verschillende types van pijn te benoemen, een diagnostisch beleid over de oorzaak van pijn te voeren en een therapeutisch beleid lege artis te voeren in overleg met de patiënt en zonodig andere hulpverleners

Commentaar van Frank Buntinx (FB) en Bart Van den Eynden (BVDE) (nog)

SPECIFIEKE EINDTERMEN

Kennis

De hibo kent en is in staat te benoemen:

-het onderscheid tussen acute en chronische pijn

-het onderscheid tussen nociceptieve en neuropathische pijn

-het onderscheid tussen somatische en psychische pijn

-de wisselwerking tussen geest en lichaam in de pijnbeleving

-de mogelijkheden voor de technologische technieken ter behandeling van de pijn en hun plaats in het therapeutisch spectrum

-de trappen van analgetica, de gebruikte middelen, hun dosering en mogelijke bijwerkingen

- het gebruik van andere geneesmiddelen bij neurogene of chronische pijnen

- de mogelijkheden van psychische aanpak van sommige pijnen (bijv. ruglast) en de concepten rond fear avoidance daarbij

- de te verwachten evolutie en de prognose


Vaardigheden

De hibo is in staat:

-een gerichte pijnanamnese uit te voeren over tijdsverloop, kwaliteit,plaats,ernst,uitlokkende/verzachtende factoren

-uitleg te geven over de oorzaak en de aard van de pijn, de behandelingsmogelijkheden en de prognose

-de opties met de patiënt te overleggen en tot een plan van aanpak te komen


Attitude

De hibo heeft aandacht voor volgende attitudes

-neem de tijd voor een grondige anamnese

-geef aandacht aan de beleving van de pijn

-geef aandacht aan de gevolgen van pijn voor het dagelijks functioneren van de patiënt

-correcte en volledige informatie om samen tot beleidskeuzes te komen, is belangrijk

-het lijden afdoende trachten verzachten is een fundamentele opdracht voor de arts

-volg het resultaat van je pijnbestrijding goed op

-aarzel niet om deskundig advies in te winnen als het niet vlot


Tips voor het bereiken van de eindtermen van dit toetselement

-TOB palliatieve zorgen




Aandachtspunten voor het onderwijs

-afdoende pijnbestrijding beheersen is een belangrijke opdracht voor de huisarts



Literatuur en Links

ICPC-codes Toetselement:

A01

ICPC-codes gerelateerd aan dit toetselement:

Laatste versie: Fiche ICHO met commentaar KS 16.01.08 E21.03.2010



ROL MEDISCH EXPERT

Fiche 5 : Urgenties

Commentaar van Walter Renier (WR) (nog) en Peter Dieleman (PD) :


ALGEMENE EINDTERM

De hibo is in staat op basis van de urgentiesituatie die zich aandient, de belangrijke factoren te onderkennen, de oorzaken te benoemen, de kliniek van de verschillende vormen van urgentie te beschrijven, een adequaat diagnostisch en therapeutisch beleid te voeren met verwijzing naar de tweede lijn indien nodig.




SPECIFIEKE EINDTERMEN

Kennis

De hibo in in staat te benoemen

-de snelle en adequate benadering van een comateuze patiënt en de toepassing van de Glasgow Coma Scale. Voor bewusteloosheid: zie fiche 70.

-de tekens van shock en de behandeling ervan

-voor symptomen, complicaties en behandeling van angor en AMI: zie fiches 40 akute pijn op de borst en 41 angor en infarct

-de stappen van ALS en BLS bij cardiorepiratoir arrest bij kinderen en bij volwassenen

- werkschemabij ventrikkelfibrillatie (VF) en ventrikkeltachycardie (VT) zonder voelbare pols

- juiste handelingen bij CO-intoxicaties

- de samenstelling van een urgentietrousse en welke medicatie en materialen voorradig moeten zijn

-



Vaardigheden

De hibo is in staat:




  • de verschillende belangrijke factoren in de context op te merken

  • zichzelf niet nodeloos in gevaar te brengen

  • zich te positioneren in het contact met de omstaanders

  • snel en adequaat de bestaande pathologie in te schatten en dito op te treden ifv van de noodwendigheden

-werkschema’s van ALS en BLS toe te passen bij kinderen en volwassenen

- een goede oproep van de MUG te doen

- defibrillator kunnen gebruiken en IV-lijn kunnen aanleggen

- methode hebben om overzicht over urgentietrousse te behouden



- een adequaat diagnostisch en therapeutisch beleid te voeren



Attitude


Tips voor het bereiken van de eindtermen van dit toetselement


Aandachtspunten voor het onderwijs


Literatuur en Links

  • Laatste aanpassingen aan de richtlijnen voor de Cardiopulmonaire Reanimatie van de European Resuscitation Council 2001

  • Handley AJ, Monsieur KG, Bossaert LL, ERC Guidelines 2000 for Adult Basic Life Support. Resuscitation 2001; 48 : 199-205

  • Lockley A, Nolan J. Cardiopulmonary Resuscitation in Adults : Revised Guidelines are more Evidence Based. BMJ 2001; 232 : 819-820

  • Tekst over BLS bij kinderen : http://www.erc.edu/index.php/doclibrary/en/viewDoc/101/3

  • Monsieurs KG, Handley AJ, Bossaert LL, European Resuscitation Council Guidelines 2000 for Automated External Defibrillation. Resuscitation 2001; 48 : 207-209

  • European Resuscitation Council, Richtlijnen voor Advanced Life Support, Tijdschrift voor Cardiologie 1995; 7 : 18-26

  • European Resuscitation Council Guidelines for Adult Life Support, BMJ 1998; 316 :1863-1869

ICPC-codes Toetselement:


ICPC-codes gerelateerd aan dit toetselement:

Laatste versie : Fiche ICHO KS 16.01.08 E21.03.2010



Medisch expert : Fiche 6 : Allergische reacties




ALGEMENE EINDTERM

De haio is in staat de verschillende vormen van allergische reacties (anafylactische shock, angioneurotisch oedeem, andere niet elders genoemde reacties) te benoemen en te herkennen, zelfstandig een adequaat diagnostisch en therapeutisch beleid uit te voeren, inclusief de acute zorg en het op indicatie verwijzen, desgevallend dringend.




SPECIFIEKE EINDTERMEN

Kennis

De haio is in staat te benoemen :



  • de belangrijkste externe factoren (seizoen, weersomstandigheid, voeding, contact met die­ren/planten/st­o­ff­en) die tot allergische reacties van diverse aard kunnen leiden

  • symptomen van allergische reacties in diverse orgaansystemen

  • het verschil tussen allergische en toxische reacties

  • de voorspellende waarde van allergietests

  • de effectiviteit en risico's van hyposensibilisatiebehandeling

Vaardigheden

De haio is in staat :



  • voorgeschiedenis, leeftijd, geslacht en risicofactoren bij de diagnostiek te betrekken

  • adviezen te geven om herhaling of verergering van de allergische reactie te helpen voorkomen

  • potentieel levensbedreigende urgenties tijdig te herkennen en adequaat in te grijpen

  • indien geïndiceerd, werkzame medicamenteuze adviezen te geven

Attitude


Tips voor het bereiken van de eindtermen van dit toetselement


Aandachtspunten voor het onderwijs

  • geneesmiddelenovergevoeligheid

  • voedselallergie

  • anafylactische schock

Literatuur en Links

  • NHG-Standaard Allergische en hyperreactieve rhinitis

  • Keeman JN, Schadé E. Spoedeisende geneeskunde voor de huisarts. Houten/Diegem: Bohn Stafleu Van Loghum, 1997

ICPC-codes toetselement: A12

ICPC-codes gerelateerd aan dit toetselement: A85, A86, R96, R97, S87, S88, S98
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   27


Dovnload 1.29 Mb.