Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Als de school ze dom houdt, houdt de fiscus ze arm

Dovnload 10.91 Kb.

Als de school ze dom houdt, houdt de fiscus ze arm



Datum16.12.2018
Grootte10.91 Kb.

Dovnload 10.91 Kb.



Als de school ze dom houdt, houdt de fiscus ze arm

Vroeger hield de kerk ze dom, en het grootkapitaal hield ze arm. Althans, de antikapitalisten vertellen nog steeds grinnikend aan elkaar dat de pastoor en de fabrikant aan een sigaar en een glas wijn dat hadden afgesproken. Maar er is ergens iets veranderd.

De kerk houdt niemand meer dom, en het is de fiscus die het afromen ter hand heeft genomen. Het gaat trouwens al heel lang niet meer om percentages die in de buurt komen van de verhouding tussen melk en room. De fiscus vervult zijn taak heel wat beter dan de fabrikanten vroeger. Er waren vroeger namelijk heus ook wel arme, sjofele of hongerige fabrikanten.

De school speelt een bijzondere rol in het procesmatig dom houden van de bevolking. ‘Procesmatig’, met dat soort woorden worden de nota’s die de onderwijs(her)organisatoren vlijtig aan elkaar rondsturen, van vulling voorzien. Wie wil ‘aangeven’ (ook een woord uit die categorie) dat hij niet van de straat is, moet zelf ook af en toe zo’n woord gebruiken, anders geloven ze je niet in ‘onderwijsland’.

Maar goed. Ter zake. Ik zal wel niet de enige halfbekende Nederlander (‘HBN-er’) zijn die regelmatig verzoeken krijgt om hulp te bieden bij afstudeerprojecten, profielwerkstukken of andere prestaties die leerlingen moeten leveren. Meestal willen de hulpzoekenden hulp ontvangen in de vorm van een interview. Ik ben daar vaak op ingegaan. Soms is het gehele werkstuk gebaseerd op interviews. Dat maakt dat het babbel-niveau nergens wordt overstegen. Het heeft me somber gemaakt over het Nederlandse onderwijs.

Ergens in de vorige eeuw moet er een clubje topambtenaren van CDA- en PvdA-origine bij elkaar zijn gaan zitten, type Ruth Peetoom, type Aleid Wolfsen, en bedacht hebben dat een mondige bevolking niks is voor een constitutionele monarchie. Iemand moet er toen bedacht hebben dat als de kerk ‘ze’ niet meer dom hield, het onderwijs dat dan maar moest doen. Ik weet niet waarom, maar ik vermoed dat die afspraak gemaakt is na de Provo-tijd en voordat het reëel werd om te kunnen hopen dat de moskee de domhoudtaak van de kerk zou kunnen overnemen. 1970?

Het mechanisme om het onderwijs te beletten haar taak te vervullen, is van een grote eenvoud: financiering per geslaagde student of leerling. De onzichtbare hand van de markt doet dan over de jaren langzaam maar zeker zijn werk. Het is niet langer het belang van de leerling dat hij slaagt, het is het belang van de opleiders. Kassa. Is er werkelijk geen Nobelprijs beschikbaar voor de gene die deze financieringsvorm bedacht heeft? Misschien die voor de vrede?

Wat aan de verzoeken tot hulp die ik ontvang opvalt, zijn allereerst de vele taalfouten. (‘De werkstuk wat hun moet maken’). Verder spelfouten, en niet alleen in de werkwoordsvormen. (‘De begelijder heeft ons gevraagt’, ‘beschikt u meschien over berichtten of’, ‘aanhangers van het Coptic geloof’). Ook mijn naam kwam laatst in het werkstuk waarin ik uitgebreid geciteerd werd, ongeveer twintig maal verkeerd uit de printer: ‘Janssen zegt in ons interview hierover’, met twintig maal twee keer de letter s.

Of ook, onder een fotografie van de sinds kort beroemde Tilburgse Arabist dr Jan Jaap de Ruiter het fiere onderschrift: ‘Hans Janssen’. Een fatsoenlijke aanhef aan het begin van een e-mailbericht lukt eigenlijk nooit. Issook moeljuk. Maar wat is er mis met bijvoorbeeld ‘Zeer geachte George Lemaître’, wanneer je iemand niet kent en iets van hem wil, en de ouderwetse titulatuur niet durft te gebruiken? ‘hallo heer Janssens’, als het tot mij gericht is, is in ieder geval geen goede opening.

Hoewel het hier vooral gaat om HBO-werkstukken en om profielwerkstukken eindexamen VWO, is dat soort zaken nog niet het ergste. Het ergste is de breinloze dompige politieke correctheid en het gebrek aan (denk ik:) weetgierigheid, waarmee wat er toch al in alle kranten te lezen staat, wordt neergepend als was het de laatste editie van Gods verlossend evangeliewoord.

Elk contact met de wereld van onderzoek, vooruitgang en nieuwsgierigheid ontbreekt. Ook aan de universiteiten is dat vaak zo, dus daarmee zullen we maar moeten leren leven in dit kennisland. Er wordt in de werkstukken nooit een gezaghebbend veelgebruikt boek of standaardwerk over het behandelde onderwerp geciteerd; er wordt alleen knip- en plakwerk van sites als de Wikipedia ‘aangedragen’. De Wikipedia heeft grote verdiensten, ik zoek zelf ook altijd in de Wikipedia op wanneer de Slag bij Nieuwpoort ook weer was, maar meer nut heeft-ie niet.

De werkstukken ‘geven helder aan’ dat de schrijvers niet in staat zijn tot zelfstandig nadenken. Het laatste werkstuk dat ik in handen kreeg (door het Internet is het al te makkelijk die dingen rond te sturen) had zelfs over het hoofd gezien dat consumenten tegenwoordig het internet ter beschikking hebben voor het desgewenst opzoeken van exacte informatie over een product dat zij overwegen aan te schaffen. Ja, het is ook nooit goed. Of ze gebruiken alleen de Wiki, of ze vergeten dat er ook nog een Internet bestaat. Een mens maakt wat mee tegenwoordig.

Overigens, dames en heren docenten die meelezen over de schouder van de trouwe Hoeiboei-bezoeker: kijk uit want ik adviseer uw leerlingetjes maar al te vaak om hun studie onmiddellijk te staken wegens het lage niveau ervan en het gebrek aan maatschappelijke waarde van het begeerde diploma, zeker als het nog voor 1 februari van het 1ste jaar is, want tot die datum is er dan een soepele regeling te treffen over de reeds uitgekeerde studiefinancieringspenningen. En nee, ik ben niet bereid in te gaan op uw verzoeken daarover te komen praten. Mijn gelijk is het afgelopen jaar ten aanzien van een aantal opleidingen wel heel duidelijk bewezen, ook in de gewone staatsmedia: zelfs op het ministerie van onderwijs maakt men zich al zorgen, of hoe zei Elsschot het ook weer.

Maar onbeleefdheid, spelfouten, taalfouten, plakwerk van internet, het zou allemaal kunnen, mijn maag kan alles hebben, wij lusten alles, maar er is één voorwaarde: er moet geen sprake zijn van verwurgende allesomvattende politieke correctheid. Ergens tussen of op de regels van het werkstuk wil ik een vonkje van weetgierigheid of scepticisme kunnen vermoeden. Een geheim teken dat jullie niet alles wat je verteld krijgt geloven. Een gecodeerd signaal dat je het beter weet omdat je jonger bent. Of zo iets. Werden er vroeger achter het IJzeren Gordijn ook zulke brave correcte werkstukken geschreven die voor 100% binnen de richtlijnen van de heersende ideologie vielen? Dan begrijp ik wel dat de Muur gevallen is.



Aan arm gehouden worden door de fiscus valt weinig te doen, maar lieve jongens en meisjes, doe iets en laat je niet door je opleiding dom houden.


Dovnload 10.91 Kb.