Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Ambiguïteit in God binnen de

Dovnload 1.04 Mb.

Ambiguïteit in God binnen de



Pagina2/21
Datum28.10.2017
Grootte1.04 Mb.

Dovnload 1.04 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   21


2.2 Tekstafbakening
We gaan hier kort na in hoeverre er aanwijzingen in de structuur van de tekst zijn dat Gen. 22:1-19 een afzonderlijke eenheid is. Allereerst vallen hier enkele structurerende motieven te bespreken, zoals de zich repeterende dialoog (vs. 1v, 7, 11v); het terugkerende werkwoord ha'r" (vs. 2, 4, 8, 13, 14); en de gelijkende bewoording (~h'r'b.a,; wyr'['>,; ~Wq; %l;h') waarmee Abrahams reis begint en eindigt (vs. 3, 19). Daarnaast vallen er tekstafbakenende motieven te bespeuren in vs. 1a en vs. 19b. rx;a; yhiy>w: ~yrIb'D>h;; “na deze dingen gebeurde het volgende” (vs. 1) kan gelden als markering van een nieuw begin (vgl. Gen. 15:1; 39:7; 40:1; Joz. 24:29).7 Nagenoeg dezelfde woordcombinatie vinden we immers in Gen. 22:20. Dit vormt het begin van een gedeelte met een nieuw thema, de toledot van Abrahams broer Nachor (Gen. 22:20-24). Indien Gen. 22:20 het begin markeert van een nieuw verhaal, zal het vers ervóór (vs. 19) de afronding van ons verhaal bevatten. Dit vers nu sluit met de zinswending: [b;v' raeb.Bi ~h'r'b.a; bv,YEw:; “Abraham nu bleef wonen te Berseba.”

De naam Berseba in vers 19 verwijst naar de episode die voorafgaat aan Gen. 22:1-19, waar Abraham zich de bron met die naam verwerft (Gen. 21:30v.) en zich op deze locatie vestigt. De zinsnede die dat laatste duidelijk maakt – ~yTiv.liP. #r,a,B. ~h'r'b.a; rg"Y"w:; “Abraham is in het land der Filistijnen nog vele dagen te gast” (Gen. 21:34) – vertoont weer sterke gelijkenis met Gen. 22:19b, en gaat zelf direct vooraf aan Gen. 22:1a. Dit zijn twee aanwijzingen dat wij hier te maken hebben met de afronding van de episode rond de verwerving van de waterput Berseba. Het ondersteunt de stelling dat Gen. 22:1a en 22:19b bedoeld zijn om de tekst af te bakenen.

Hieronder zijn de hier geïdentificeerde begin- en eindemarkeringen in paren onder elkaar gezet. Zo wordt de gelijkenis van de beide paren in één oogopslag zichtbaar.


Beginmarkering

Eindemarkering


~yrIb'D>h; rx;a; yhiy>w: (22:1)

~yTiv.liP. #r,a,B. ~h'r'b.a; rg"Y"w: (21:34b)

hL,aeh' ~yrIb'D>h; yrex]a; yhiy>w: (22:20)

[b;v' raeb.Bi ~h'r'b.a; bv,YEw: (22:19b)

De vier tekstmarkeringen zoals wij ze hebben geïdentificeerd, vormen een ondersteuning van de tekstafbakening van Gen. 22:1-19. Gezien deze ondersteuning en de overige structurerende motieven, mogen we Gen. 22:1-19 als een afzonderlijke tekstuele eenheid zien. Deze afbakening wordt door de meeste exegeten gevolgd.8


2.3 Criteria voor de werkvertaling; gebruikte vertalingen
1. De hier geboden vertaling beoogt de brontekst zo natuurgetrouw mogelijk weer te geven in het Nederlands, waarbij het Nederlands zo veel mogelijk grammaticaal correct, hedendaags en vloeiend is.

2. Dat houdt mede in dat identieke (werk)woorden ook in het Nederlands zoveel als mogelijk met dezelfde woorden worden vertaald, zodat literaire verbanden en herhalingen voor de lezer zichtbaar blijven. Kenmerkende Hebreeuwse stijlfiguren zijn daarbij gerespecteerd. Met een voorbeeld uit het boek Job: “Hem werden zeven zonen geboren, en drie dochters” (Job 1:2) lijkt tAnB' vAlv'w ~ynIb' h['b.vi Al Wdl.W"YIw: meer recht te doen dan het prozaïsche: “Job had zeven zonen en drie dochters” (NBV). Wanneer stijlfiguren de betekenis echter versluieren, is een interpretatie geboden. AmAy vyai tyBe “in het huis van elk op hun dag” (Job 1:4) zou daarom worden: “in het huis van elk op hun beurt”.

3. Twee voorbeelden van vertalingen waarin men geprobeerd heeft omwille van het blootleggen van literaire motieven de uiterlijke vorm van de grondtaal zo nabij mogelijk te blijven, kunnen ten positieve als illustratie dienen van wat hier beoogd is met het bewaren van Hebreeuwse formuleringen en ten negatieve, wat in onze vertaling vermeden is. We hebben In den Beginne; Het boek Genesis door Oosterhuis en Van Heusden9 en de Naardense Bijbel door Pieter Oussoren10 op het oog. In beide vertalingen wordt het dicht blijven bij het eigen idioom en kenmerkende stijlfiguren van de Hebreeuwse taal in een vrijwel ideaaltypische vorm doorgevoerd. De vertalingen zijn nog net niet idiolect, maar wel zeer bewust Hebraïserend, waarbij vertrouwde uitdrukkingen uit de Statenvertaling als ingeburgerd Nederlands worden beschouwd.

4. Daarbij negeren beide vertalingen echter in sterke mate de Hebreeuwse syntaxis, zoals de volgende voorbeelden aantonen.



  • Hier, het vuur en het hout”11 (Gen. 22:7c) is geen grammaticaal correct Nederlands, maar doet bovendien de brontekst geen recht. Beter is Oussorens “hier hebben we het vuur en de stukken hout”12, maar ook deze vertaling is niet accuraat. Er is in het Hebreeuws sprake van een nominale zin, die te vertalen valt als “Hier is het vuur en het hout”.

  • Oosterhuis en Van Heusden vertalen Genesis 22:17a als volgt: “zal ik jou zegenen, zegenen jou”.13 Oussorens vertaling luidt: “dat ik je met zegening zal zegenen”.14 De verdubbeling van het werkwoord is bedoeld als een bekrachtiging, maar die komt door het literalisme niet uit de verf. “Ik zal jou rijkelijk zegenen” is niet alleen een vloeiender zinsconstructie, maar brengt ook aan het licht wat de verdubbeling van het werkwoord wil uitdrukken.

5. In de hier geboden werkvertaling is Hebraïserend Nederlands waar het de syntaxis aangaat dan ook zoveel mogelijk vermeden als ongewenst en onnodig. Bij een getrouwe weergave hoort ook het in ogenschouw nemen van regels voor de Hebreeuwse zinsbouw. Wanneer dat gebeurt, vinden ook syntactische constructies hun weg naar de Nederlandse vertaling, die daardoor veel correcter en leesbaarder wordt dan wanneer men (vrijwel) idiolect vertaalt.

6. Enkele veelvoorkomende syntactische constructies:



  • Allereerst is daar de waw-consequtivum, die in verband met perfectum- en imperfectumvormen allerlei syntactische verbanden kan uitdrukken:15

    • Een van de meest voorkomende verbanden is het op elkaar volgen van handelingen of gebeurtenissen. Het Nederlands drukt zo’n serie handelingen uit met komma’s en het voegwoord ‘en’ ter afsluiting.

    • Andere voorbeelden van verbanden die met een waw-consequtivum kunnen worden aangegeven zijn gevolg: WtWmY"w: ~yrI['N>h;-l[; lPoYIw: tyIB;h; tANPi [B;r>a;B. [G:YIw: (..) hl'AdG> x;Wr “een grote wind (..) raakte de vier hoeken van het huis zodat het op de knapen viel waardoor zij stierven” (Job 1:19); het verhaalbegin: ~yrIb'D>h; rx;a; yhiy>w: “Na deze dingen gebeurde het volgende” (Gen.22:1); en de afhankelijke zin: bAYai xl;v.YIw: hT,v.Mih; ymey> WpyQihi yKi yhiy>w: “Wanneer de dagen van het feest voorbij waren, liet Job hen bij zich komen” (Job 1:5).

  • de waw als opsomming. Ook hier gebruikt het Nederlands komma’s, afgesloten door een voegwoord,

  • waar het Hebreeuws het werkwoord ‘rma’ herhaalt om aan te geven dat de persoon in kwestie begint te spreken, gebruikt het Nederlands een dubbele punt.

7. Waar in deze studie andere passages dan Gen. 22:1-19 worden geciteerd, wordt gebruik gemaakt van de Naardense Bijbelvertaling van Pieter Oussoren, aangezien deze het dichtste in de buurt komt van de hier gekozen vertaalprincipes. Uitzondering hierop zijn wanneer auteurs zelf vertalingen bieden, of wanneer dezen, zoals Frans Breukelman, consequent en uitvoerig een vertaling citeert. In zijn geval is dat de vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap uit 1951.



2.4 Werkvertaling Gen. 22:1-19
Hieronder vindt de lezer de werkvertaling.


1a

1b

1c



Na deze dingen gebeurde het dat God Abraham op de proef stelde.

Hij zei: ‘Abraham.’


Waarop hij antwoordde: ‘Zie, hier ben ik.’

2a

2b

2c



Daarop zei Hij: ‘Neem nu je zoon, je enige, die jij bemint, Izaäk.
Ga naar het land Moria, en doe hem daar opstijgen als opgangoffer

op een van de bergen die ik je zal zeggen.’



3a

3b

3c



3d

Daarop stond Abraham vroeg in de ochtend op, zadelde zijn ezel,

en nam zijn twee dienstknapen met zich, en Izaäk, zijn zoon;

hij kloofde hout voor het opgangoffer, maakte zich gereed

en ging naar de plaats die God hem gezegd had.



4a

4b


Op de derde dag hief Abraham zijn ogen op,

waarop hij de plaats van ver zag.



5a

5b

5c



5d

Daarop zei Abraham tot zijn dienstknapen:

‘Blijven jullie hier bij de ezel,

ikzelf en de knaap zullen daarheen gaan;

nadat we aanbeden hebben, zullen we naar jullie terugkeren.’



6a

6b

6c



6d

Toen nam Abraham het hout voor het brandoffer

en legde het op Izaäk, zijn zoon,

waarna hijzelf het vuur en het mes in zijn hand nam.

Zo gingen zij tweeën samen.



7a

7b

7c



7d

Toen zei Izaäk tot Abraham, zijn vader: ‘Mijn vader’.

Waarop hij antwoordde: ‘Zie, hier ben ik, mijn zoon.’

Daarop zei hij: ‘Zie, hier is het vuur en het hout,

maar waar is het lam voor het opgangoffer?’



8a

8b

8c



Daarop antwoordde Abraham:

‘God zal voor zichzelf uitzien naar het lam voor het opgangoffer, mijn zoon.’

Zo gingen zij tweeën samen.


9a

9b

9c



9d

Toen zij kwamen op de plaats die God hem gezegd had,

bouwde Abraham daar het altaar en schikte het hout.

Vervolgens bond hij Izaäk, zijn zoon,
en legde hem op het altaar, op het hout.


10a

10b

1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   21

  • Beginmarkering
  • 2.4 Werkvertaling Gen. 22:1-19

  • Dovnload 1.04 Mb.