Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Ambiguïteit in God binnen de

Dovnload 1.04 Mb.

Ambiguïteit in God binnen de



Pagina21/21
Datum28.10.2017
Grootte1.04 Mb.

Dovnload 1.04 Mb.
1   ...   13   14   15   16   17   18   19   20   21
Gott und Gewalt gegen Kinder im Alten Testament, 293.

115 R. Albertz, Religionsgeschichte Israels in alttestamentlicher Zeit, Teil 1: Von den Anfängen bis zum Ende der Königszeit, Göttingen, Vandenhoeck & Ruprecht, 2001, 299-302.

116 In verschillende varianten: Deut. 18:10; 2 Kon. 16:3; 17:17; 21:6; 23:10; Ez. 20:31; zonder vaeB'e Jer. 32:35; met !tn Lev. 18:21; vergelijkbaar zijn Ez. 16:21; 20:21.

117 M. Weinfeld, ‘The Worship of Molech and the Queen of Heaven and its Background’, Ugarit Forschungen, 4 (1972) 133-154.

118 Michel, Gott und Gewalt gegen Kinder im Alten Testament, 276, 278 (n.163).

119 Michel, Gott und Gewalt gegen Kinder im Alten Testament, 288 n.208; 291.

120 Michel houdt echter in het midden wat de “Assurredactie” dan wel inhield, Gott und Gewalt gegen Kinder im Alten Testament, 277n.158; Konrad Schmidt omschrijft de Assurredactie als een beweging onder koning Josia die bepaalde heilsperspectieven uit het boek Jesaja onder deze koning in vervulling zag gaan: K. Schmidt, ‘Herrscher-erwartungen und -aussagen im Jesajabuch. Überlegungen zu ihrer synchronen Logik und ihren diachronen Transformationen’, in: F. Postma, K. Spronk, E. Talstra, The New Things. Eschatology in Old Testament Prophecy, Festschrift for Henk Leene, Maastricht, Shaker Publishing, 2002, 175-209.

121 Michel, Gott und Gewalt gegen Kinder im Alten Testament, 294-299.

122 Zie voor een gedetailleerde uitwerking: Michel, Gott und Gewalt gegen Kinder im Alten Testament, 294-297.

123 T. Römer, ‘Why would the Deuteronomists Tell about the Sacrifice of Jephtah’s Daughter?’ JSOT 77 (1998), 27-38.

124 Michel, Gott und Gewalt gegen Kinder im Alten Testament, 278.

125 Michel, Gott und Gewalt gegen Kinder im Alten Testament, 303-313.

126 Michel, Gott und Gewalt gegen Kinder im Alten Testament, 311.

127 G. Von Rad, Das Opfer des Abraham. Mit Texten von Luther, Kierkegaard, Kolakowski und Bildern von Rembrandt, Kaiser Traktate 6, München, Chr. Kaiser Verlag, 1971, 16.

128 Von Rad, Das Opfer des Abraham, 18v.

129 Het volgende citaat geeft een zeer treffende verwoording van dit vermogen tot suggestie: “Ohne ins Wort hereingeholt zu werden, sind das Erschrecken beim Anhören des Befehls, die tödliche Trauer auf dem Weg, die Versuching, wieder umzukehren, die Angst des Kindes und die unausdenkbare Freude am ende intensiver gegenwärtig, als wenn das in Worten ausgemalt worden wäre. Viel steht hier zwischen den Zeilen. Die Dinge schenen nur eben »angerührt«. Aber gerade durch seine Verhaltenheit bietet der Erzähler einen weiten Raum an, den der Zuhöhrer mit seiner eigenen Vorstellungskraft betreten und ausfüllen kan. Gerade durch das Nichtgesagte – ebenso im Blick auf Abraham wie auf Isaak – wird eine Welt widerstreitender Gefühle dem Leser aufs intensivste gegenwärtig. Er müßte ja ein Stein sein, wenn er sich nicht von jener Dimension menschlichen Erlebens ergreifen ließe, die von unserem Erzähler auf eine so merkwürdig indirekte Weise beschwören wird.”, Von Rad, Das Opfer des Abraham, 21v.

130 Von Rad, Das Opfer des Abraham, 28.

131 “Man sieht an diesem Gegenbeispiel, welche Bedeutung die beschreibenden Adjektive und Abschweifungen der homerischen Gedichte haben; mit ihrem Hinweis auf die sonstige, von der gegenwärtigen Lage nicht voll ergriffene, gleichsam absolute Existenz des Beschriebenen verhindern sie die einseitige Konzentration des Lesers auf eine gegenwärtige Krise; sie verhindern, selbst im schrecklichsten Ereignis, das Aufkommen einer drückenden Spannung. Hier aber, beim Abrahamsopfer, ist die drückende Spannung da; was Schiller dem tragischen Dichter vorberhalten wollte – uns unsere Gemütsfreiheit zu rauben, unsere inneren Kräfte (Schiller sagt «unsere Tätigkeit») nach einer einzigen Seite zu richten und zu konzentrieren – , das wird in dieser biblischen Geschichte, die man doch wohl episch nennen muß, geleistet”; E. Auerbach, Mimesis, Dargestellte Wirklichkeit in der abendländischen Literatur, Bern, Francke Verlag, 2e verbesserte und erweiterte Auflage, 1959, 13.

132 M. Sternberg, The Poetics of Biblical Narrative. Ideological Literature and the Drama of Reading, Bloomington, Indiana University Press, First Midlandbook Edition, 1987, 232; Sternberg verwijst voor een uitgebreide uitwerking naar:
M. Sternberg, Expositional Modes and Temporal Ordering in Fiction, Baltimore and London: Johns Hopkins University Press, 1978, 56-128.

133 A. Michel, Gott und Gewalt gegen Kinder im Alten Testament, Forschungen zum Alten Testament 37, Tübingen, Mohr-Siebeck, 2003, 295-261.

134 Michel, Gott und Gewalt gegen Kinder im Alten Testament, 314.

135 Michel, Gott und Gewalt gegen Kinder im Alten Testament, 315.

136 Michel, Gott und Gewalt gegen Kinder im Alten Testament, 316.

137 Michel, Gott und Gewalt gegen Kinder im Alten Testament, 255.

138 Michel, Gott und Gewalt gegen Kinder im Alten Testament, 265-259.

139 Michel, Gott und Gewalt gegen Kinder im Alten Testament, 259vv.

140 Zie voor theorievorming: J. Fokkelman, Vertelkunst in de bijbel. Een handleiding bij literair lezen, Zoetermeer, Boekencentrum, 36-45.

141 Michel, Gott und Gewalt gegen Kinder im Alten Testament, 261v.

142 Michel, Gott und Gewalt gegen Kinder im Alten Testament, 262v.

143 Michel, Gott und Gewalt gegen Kinder im Alten Testament, 263.

144 Michel, Gott und Gewalt gegen Kinder im Alten Testament, 263v.

145 F. Breukelman, Bijbelse theologie Deel I,2. twdlwt. De theologie van het boek Genesis. Het eerstelingschap van Israël temidden van de volkeren op aarde als thema van “het boek van de verwekkingen van Adam, de mens”, Kampen, Kok, 1992, 67v.

146 Breukelman, Bijbelse theologie. Het eerstelingschap van Israël, 11-13.

147 Breukelman, Bijbelse theologie. Het eerstelingschap van Israël, 33.

148 Breukelman, Bijbelse theologie. Het eerstelingschap van Israël, 30-33.

149 Breukelman, Bijbelse theologie. Het eerstelingschap van Israël, 83.

150 Breukelman, Bijbelse theologie. Het eerstelingschap van Israël, 61v.

151 Breukelman, Bijbelse theologie. Het eerstelingschap van Israël, 72.

152 Breukelman, Bijbelse theologie. Het eerstelingschap van Israël, 72v.

153 Breukelman, Bijbelse theologie. Het eerstelingschap van Israël, 75-79.

154 Breukelman, Bijbelse theologie. Het eerstelingschap van Israël, 65, 79v.

155 Breukelman, Bijbelse theologie. Het eerstelingschap van Israël, 90v., 101.

156 Breukelman, Bijbelse theologie. Het eerstelingschap van Israël, 84, 12.

157 ‘Actor’ is niet een term die Breukelman zelf gebruikt, maar die ontleend is aan de literaire theorie van Mieke Bal en die hier goed op zijn plaats is. In het volgende hoofdstuk komt deze theorievorming nog aan bod.

158 Breukelman, Bijbelse theologie. Het eerstelingschap van Israël, 83-86.

159 Breukelman, Bijbelse theologie. Het eerstelingschap van Israël, 62-64, 87v.

160 Breukelman grijpt structureel terug op de vertaling van Buber/Rosenzweig. Bij bijbelcitaten maakt hij gebruik van de vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap uit 1951.

161 Breukelman, Bijbelse theologie. Het eerstelingschap van Israël, 109.

162 Breukelman, Bijbelse theologie. Het eerstelingschap van Israël, 110v.

163 Breukelman, Bijbelse theologie. Het eerstelingschap van Israël, 111v.

164 Breukelman, Bijbelse theologie. Het eerstelingschap van Israël, 115.

165 Breukelman, Bijbelse theologie. Het eerstelingschap van Israël, 118.

166 Breukelman, Bijbelse theologie. Het eerstelingschap van Israël, 115v.

167 Breukelman, Bijbelse theologie. Het eerstelingschap van Israël, 116v.

168 Breukelman, Bijbelse theologie. Het eerstelingschap van Israël, 117.

169 Breukelman, Bijbelse theologie. Het eerstelingschap van Israël, 117.

170 Breukelman, Bijbelse theologie. Het eerstelingschap van Israël, 118.

171 Breukelman, Bijbelse theologie. Het eerstelingschap van Israël, 120.

172 Breukelman, Bijbelse theologie. Het eerstelingschap van Israël, 135.

173 Breukelman, Bijbelse theologie. Het eerstelingschap van Israël, 120v.; vgl. B. Jacob, Das erste Buch der Tora. Genesis, übersetztst und erklärt, Berlin, Shocken Verlag, 1934, 492-493; H. Burger, De zandloper van Genesis : de visie van Benno Jacob op Genesis 22 in het licht van zijn tijd en van de Traditie, Zoetermeer, Boekencentrum, 2002, 156v.

174 Breukelman, Bijbelse theologie. Het eerstelingschap van Israël, 122.

175 Breukelman, Bijbelse theologie. Het eerstelingschap van Israël, 122.

176 Breukelman, Bijbelse theologie. Het eerstelingschap van Israël, 123v.

177 Breukelman, Bijbelse theologie. Het eerstelingschap van Israël, 121.

178 Breukelman, Bijbelse theologie. Het eerstelingschap van Israël, 135.

179 Breukelman, Bijbelse theologie. Het eerstelingschap van Israël, 122v.

180 Vincent Brümmer noemt deze benadering van woorden het ‘namenmodel’ van taal. Hij stelt voor, woorden te beschouwen als werktuigen om uitspraken mee te doen in relatie tot dingen; V. Brümmer, Wijsgerige Begripsanalyse, Een inleiding voor theologen en andere belangstellenden, Kampen, Kok, vierde druk, 1995, 41-57.

181 Breukelman, Bijbelse theologie. Het eerstelingschap van Israël, 120.

182 L. Turner, Announcements Of Plot in Genesis, JSOT Supplement Series 96, Sheffield, Sheffield Academic Press, 1990, 51-114.

183 Breukelman, Bijbelse theologie. Het eerstelingschap van Israël, 122.

184 Michel, Gott und Gewalt gegen Kinder im Alten Testament, 278-280.

185 H.-P. Müller, ‘Genesis und das mlk-Opfer, Erinnerung an einen religionsgeschichtlichen Tatbestand’, BZ 41, 1997, 237-246.

186 Burger, De zandloper van Genesis, 38vv.; Breukelman, Bijbelse theologie. Het eerstelingschap van Israël, 68.

187 Burger, De zandloper van Genesis, 147.

188 Burger, De zandloper van Genesis, 19, 47vv. 51vv., 81vv.

189 Burger, De zandloper van Genesis, 87.

190 Burger, De zandloper van Genesis, 51.

191 Burger, De zandloper van Genesis, 59.

192 Burger, De zandloper van Genesis, 55.

193 Burger, De zandloper van Genesis, 60.

194 Burger, De zandloper van Genesis, 67.

195 Burger, De zandloper van Genesis, 65.

196 Burger, De zandloper van Genesis, 155.

197 Jacob, Das erste Buch der Tora, Genesis, 491.

198 Kundert haalt hiertoe in een voetnoot ook SifDev §26 aan: “Überall, wo YHWH geschrieben, ist dies die ‘Weise der Barmherzigkeit’, wie es heißt: YHWH ist ein barmherziger und gnädiger Gott (Ex. 34:6), und überall wo Elohim geschrieben, ist dies die ‘Weise des Gerichtes’, wie es heißt: vor der Richter (Elohim) komme die Sache der beiden (Ex 22,8)”; L. Kundert, Die Opferung/Bindung Isaaks. Bd. 2: Gen 22,1-19 in frühen rabbinischen Texten, Wissenschaftliche Monographien zum Alten und Neuen Testament 79, Neukirchen-Vluyn, Neukirchener Verlag, 1998, 75, 195v.

199 Jacob, Das erste Buch der Tora, Genesis, 491.

200 M. Bal, Narratology; introduction to the theory of narrative, Toronto, University of Toronto Press, 2e druk, 1997, 5.

201 In de Nederlandstalige versie van haar boek gebruikt Bal de term ‘geschiedenis’ ipv. ‘fabula’. Die term lijkt echter minder geschikt, gezien de connotatie met de menselijke historie. M. Bal, De theorie van vertellen en verhalen. Inleiding in de narratologie, Muiderberg, Coutinho, 4de druk, 1986.

202 Bal, Narratology; introduction to the theory of narrative, 192v.

203 C. Bremond, Logique du récit. Paris, Editions du Seuil, 1973.

204 Bal, Narratology; introduction to the theory of narrative, 130v.

205 Bal, Narratology; introduction to the theory of narrative, 114-126.

206 Bal, Narratology; introduction to the theory of narrative, 114.

207 Bal, Narratology; introduction to the theory of narrative, 126-129.

208 Laurence Turner werpt op dit punt tegen dat Gen. 12:1-3 niet expliciet zegt dat Abraham via Sara tot een groot volk zal worden. Dit werpt volgens hem licht op het gegeven dat hij Lot meeneemt. Het zij toegegeven dat de zaak op dat punt in de vertelling nog open ligt. Maar het woord ‘nageslacht’ suggereert wel degelijk dat hij een biologische zoon zal krijgen, en op dat moment is Sara zijn enige vrouw. Dat is ook de verwachting onder Abrahams klacht in Gen. 15:2v, een tekst waar Turner duidelijk mee verlegen is. L. Turner, Announcements Of Plot in Genesis, JSOT Supplement Series 96, Sheffield, Sheffield Academic Press, 1990, 69-72.

209 Bal, Narratology; introduction to the theory of narrative, 142-149.

210 Bal, Narratology; introduction to the theory of narrative, 160v.

211 Kilian, R., Isaaks Opferung. Zur Überlieferungsgeschichte von Gen 22, Stuttgarter Bibelstudien 44, herausgegeben von Herbert Haag, Rudolf Kilian und Wilhelm Pesch, 21-25, Stuttgart, Verlag Kath. Bibelwerk GmbH, 1970, 50.

212 J. Fokkelman, Vertelkunst in de Bijbel. Een handleiding bij literair lezen, Zoetermeer, Boekencentrum, derde druk, 2002, 127.

213 Bal, Narratology; introduction to the theory of narrative, 133vv.

214 Bal, Narratology; introduction to the theory of narrative, 99-108

215 M. Sternberg, The Poetics of Biblical Narrative. Ideological Literature and the Drama of Reading, Indiana Studies in Biblical Literature, Bloomington, Indiana University Press, First Midland Book Edition, 1987, 188.

216 Sternberg, The Poetcis of Biblical Narrative, 190-222.

217 Sternberg, The Poetics of Biblical Narrative, 222-229.

218 Sternberg, The Poetics of Biblical Narrative, 230-235

219 Sternberg, The Poetics of Biblical Narrative, 235-237.

220 Sternberg, The Poetics of Biblical Narrative, 237-240.

221 Sternberg, The Poetics of Biblical Narrative, 243v.

222 Sternberg, The Poetics of Biblical Narrative, 246.

223 Zie over retrospectie: Sternberg, The Poetics of Biblical Narrative, 283-285.

224 Breukelman, F., Bijbelse theologie Deel I,2. twdlwt. De theologie van het boek Genesis. Het eerstelingschap van Israël temidden van de volkeren op aarde als thema van “het boek van de verwekkingen van Adam, de mens”, Kampen, Kok, 1992, 122.

225 A. Michel, Gott und Gewalt gegen Kinder im Alten Testament, Forschungen zum Alten Testament 37, Tübingen, Mohr-Siebeck, 2003, 278-280.

226 J. Fokkelman, Vertelkunst in de Bijbel. Een handleiding bij literair lezen, Zoetermeer, Boekencentrum, derde druk, 2002, 99-114.

227 Fokkelman, Vertelkunst in de Bijbel, 74-98.

228 Fokkelman, Vertelkunst in de Bijbel, 161-175.

229 Fokkelman, Vertelkunst in de Bijbel, 116vv.

230 Fokkelman, Vertelkunst in de Bijbel, 119vv.

231 Fokkelman, Vertelkunst in de Bijbel, 122vv.

232 Fokkelman noemt nog een vijfde aspect, parallellismen en gelijkluidende zinsneden (homologieën), maar brengt dit vervolgens onder bij punt 4. J. Fokkelman, ‘Time and the structure of the Abraham cycle, in: Oudtestamentische Studiën XXV, (1989), 45, 50.

233 Vanuit Fokkelmans colometrische weergave van de tekst komt hij tot een alternatieve subvers-indeling. Wij volgen hier de vers-indeling zoals gegeven in deze studie.

234 J. Fokkelman, ‘On the mount of the Lord there is Vision” A Response to Francis Landy concerning the Akedah’, in J. Cheryl Exum (ed.), Signs and wonders: biblical texts in literary focus, Semeia Studies, Society of Biblical Literature, 1989, 45v.

235 Fokkelman, On the mount of the Lord there is Vision, 46v.

236 Fokkelman, On the mount of the Lord there is Vision, 48v.

237 Fokkelman, On the mount of the Lord there is Vision, 50.

238 ha'r'-ni. Gen. 12:7; 17:1; 18:1; ha'r' : Gen. 13:10, 14; 16:13-14; 21:16, 19; 24:62; 25:11.

239 Fokkelman, On the mount of the Lord there is Vision, 51v.

240 Fokkelman, On the mount of the Lord there is Vision, 53.

241 Vgl. Von Rad “Vollzog er das Opfer, so erlosch ihm das Licht, dat Gott in sein Leben gestellt hatte. Vollzog er es nicht, so war er an Gott gescheitert.”, G. Von Rad, Das Opfer des Abraham. Mit Texten von Luther, Kierkegaard, Kolakowski und Bildern von Rembrandt, Kaiser Traktate 6, München, Ch. Kaiser Verlag, 1971, 33.

242 Vergelijkbare schematiseringen van de structuur vindt men bij H.-D. Neef, Die Prüfung Abrahams. Eine exegetisch-theologische Studie zu Gen 22:1-19, Stuttgart, Calwer Verlag, 1998, 33v; G. Wenham, Genesis 16-50. (WBC, Vol. 2), Dallas, Texas, Word Books, 1982, 101.

243 F. Breukelman, Bijbelse theologie Deel I,2. twdlwt. De theologie van het boek Genesis. Het eerstelingschap van Israël temidden van de volkeren op aarde als thema van “het boek van de verwekkingen van Adam, de mens”, Kampen, Kok, 1992, 122v.

244 A. Michel, Gott und Gewalt gegen Kinder im Alten Testament, Forschungen zum Alten Testament 37, Tübingen, Mohr-Siebeck, 2003, 278.

245 Michel, Gott und Gewalt gegen Kinder im Alten Testament, 275-280.

246 R. Ficker, %a;l.m, 4b-c in: TLOT II. Voor een beknopt overzicht van de representatiethese, zie Th. Vriezen, Hoofdlijnen der Theologie van het Oude Testament, Wageningen, Veenman en Zonen, zesde ongewijzigde druk, 1987, 226v.

247 J. Fichtner, ‘Die etymologische Ätiologie in den Namengebungen der geschichtlichen Bücher des Alten Testaments’, VT 6 (1956), 372-396. Zie voor een bespreking par. 4.2 van deze studie.

248 J. Fokkelman, Vertelkunst in de Bijbel. Een handleiding bij literair lezen, Zoetermeer, Boekencentrum, derde druk, 2002, 127; G. Von Rad, Das Erste Buch Mose, Genesis. Übersetzt und erklärt, (Das Alte Testament Deutsch, Neues Göttinger Bibelwerk, Teilband 2/4), Göttingen, Vandenhoeck & Ruprecht, 9e überarbeitete Auflage, 1972, 189; E. Speiser, Genesis, Introduction, Translation and Notes. (Anchor), Garden City, New York, Doubleday & Company, Inc., 1964, 164; M. Sternberg, The Poetics of Biblical Narrative. Ideological Literature and the Drama of Reading, Indiana Studies in Biblical Literature, Bloomington, Indiana University Press, First Midland Book Edition, 1987, 268; Wenham, Genesis 16-50, 103.

249 Sternberg, The Poetics of Biblical Narrative, 259.

250 Contra Hamilton: “By contrast, the reader, but not Abraham, knows that what he is about to hear is a divine test”, V. Hamilton, The Book of Genesis. Chapters 18-50, (NICOT), Grand Rapids, Michigan, William B. Eerdmans Publishing Company, 1976, 101.

251 Sternberg, The Poetics of Biblical Narrative, 209-213.

252 Sternberg, The Poetics of Biblical Narrative, 240-247.

253 Over de opdracht, en met name de specifieke kenschetsing van Izaäk als “degene, die jij liefhebt” daarin, zegt Michel: “Welch ein Wechselbad der Gefühle, dass darauf jede gefühlsmaßig deutbare Reaktion Abrahams unterbleibt. Das gehört mit zur Zeichnung der Hauptfigur Abrahams (..) die den Leser dazu nötigt, aus dem eigenen Herzen Abrahams mördergrube zu machen.”, A. Michel, Gott und Gewalt gegen Kinder im Alten Testament, 264.

254 Aldus F. Landy, Beauty and the Enigma. And other Essays on the Hebrew Bible, (Journal for the Study of the Old Testament Supplement Series 312), Sheffield, Sheffield Academic Press, 2001, 135.

255 Zo Von Rad, Das Erste Buch Mose. Genesis, 191; “Ausrede”, H. Gunkel, Genesis, übersetzt und erklärt von Hermann Gunkel, Göttinger Handkommentar zum Alten Testament. Abt. 1, Bd. 1, Göttingen, Vandenhoeck & Ruprecht, 3e Aufl., 1910, 15v., 239.

256 Over vs. 5: “Zum anderen deute diese Aussage Abrahams Gewißheit an, daß Gott diese Situation auf seine Weise lösen wird.”, Neef, Die Prüfung Abrahams, 58, zie ook 60; “(..) nur stellt er das, was für ihn selbst seit Gottes Befehl ein Faktum ist, seinem Sohn als offene Möglichkeit hin.”, C. Westermann, Genesis. 2 Teilband. Genesis 12-36, (BKAT), Neukirchen-Vluyn, Neukirchener Verlag, 1981, 440.

257 “en dan willen we – d.w.z. ik en mijn zoon – naar jullie terugkeren. Daarmede zegt hij iets dat hij, gezien wat hem bevolen werd te doen, eigenlijk niet zeggen kan en dat hij eigenlijk toch zeggen moet, omdat hij blijft vertrouwen op de God, die getrouw is en doen zal wat Hij beloofd heeft, ook wanneer Hij zich nu verbergt en Abraham beveelt op gruwelijke wijze eigenhandig datgene te doen wat de vervulling der belofte onmogelijk zal maken.” F. Breukelman, Bijbelse Theologie. Het eerstelingschap van Israël, 128.

258 Landy, Beauty and the Enigma. And other Essays on the Hebrew Bible, 127v.; vgl. B. Jacob, Das erste Buch der Tora. Genesis, übersetztst und erklärt, Berlin, Shocken Verlag, 1934, 497.

259 Breukelman, Bijbelse Theologie. Het eerstelingschap van Israël, 127; Zie dit gegeven nader uitgewerkt onder

260 A. Michel, Gott und Gewalt gegen Kinder im Alten Testament, 262; “Von nun an verlangsamt sich das Tempo der Erzählung merklich”, G. von Rad, Das Erste Buch Mose. Genesis, 191.

261 vgl. Von Rad’s Genesiscommentaar op vs. 8 “Auch hier verzichtet der Erzähler darauf, uns ein Blick in Abrahams Inneres zu geben (..)”, G. von Rad, Das Erste Buch Mose. Genesis, 190.

262 “.. wo ist das Opfer selbst? Eine Frage, die Abraham ins Herz treffen muß.”, Jacob, B. Jacob, Das erste Buch der Tora. Genesis, übersetztst und erklärt, Berlin, Shocken Verlag, 1934, 497.

263 F. Breukelman, Bijbelse theologie. Het eerstelingschap van Israël, 117.

264 L. Turner, Announcements of plot in Genesis, JSOT Supplement Series 96, Sheffield, JSOT Press, 1990, 62-68, 83v.

265 Vs. 3 in het rechtervenster correspondeert met vs. 3a in het linkervenster. Omwille van visuele consistentie is vs. 3a hier aangegeven als vs. 3.

266 Breukelman, Bijbelse Theologie. Het eerstelingschap van Israël, 127.

267 Michel, Gott und Gewalt gegen Kinder im Alten Testament, 259.


1   ...   13   14   15   16   17   18   19   20   21


Dovnload 1.04 Mb.